CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Samenwerkingsafspraken Utrecht gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties 2023 - 2026

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 8 februari 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Samenwerkingsafspraken gemeente, woningcorporaties en huurdersorganisaties 2023 - 2026 en de nieuwe Leidraad sloop/nieuwbouw13.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samenwerkingsafspraken Utrecht 2023 tot en met 2026 (Prestatieafspraken in een turbulente tijd) Gemeente Utrecht Bo-Ex, Cazas Wonen, Habion, SSH, Stichting Portaal, Woonin Utrechtse Huurdersorganisaties

26 oktober 2023

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Vooraf: over deze prestatieafspraken voor Utrecht Deze meerjarige prestatieafspraken vormen een overeenkomst tussen de gemeente Utrecht, de woningcorporaties verenigd in STUW (Bo-Ex, Cazas Wonen, Habion, SSH, Stichting Portaal, Woonin) en hun huurdersorganisaties (Huurdersvereniging Bo-Ex, Huurdersvereniging Weidelanden, BoKS, Huurdersraad Portaal Regio Utrecht, Wooninspraak) en kennen een looptijd van 2023 tot en met 2026. Via deze stedelijke afspraken geven partijen vanuit een gedeeld perspectief concreet invulling aan de gemeentelijke woonambities, zoals omschreven in de woonvisie ‘Utrecht beter in balans’ en in het coalitieakkoord Utrecht 2022-2026, en nemen zij hun aandeel in de landelijke en regionale woonopgave. Deze prestatieafspraken staan daarmee niet op zichzelf. Ze zijn een Utrechtse vertaling van diverse afspraken en convenanten waar al een handtekening onder staat en die daarmee kaderstellend zijn. In het bijzonder gaat het daarbij om de nationale prestatieafspraken (NPA) en de daaruit voortvloeiende Woondeal regio Utrecht, om de Regiodeal Flexwonen en om het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting. De opgave voor de komende jaren is over de volle breedte fors. Dit betekent keuzes maken in wat meer en minder belangrijk is. Partijen geven daarbij zoveel mogelijk prioriteit aan nieuwbouw.

De woningbouwproductie is de afgelopen jaren achtergebleven bij de groeiende vraag met als gevolg oplopende wachttijden en afnemende slaagkansen voor alle doelgroepen. Ook de minimale inschrijftijd voor een kamer is opgelopen. Partijen zetten alles op alles om deze trends te keren de komende jaren. Dat lukt alleen door de pijlen gelijk te richten en door dingen anders te gaan doen. Bijvoorbeeld door het versnellen van doorlooptijden, door goede monitoring en stevige sturing en door vaker modulair te bouwen en flexconcepten toe te passen. Prioriteit geven aan nieuwbouw betekent ook dat de gemeente en corporaties sturen op voldoende nieuwbouwlocaties. Deze prestatieafspraken zijn te beschouwen als kaderafspraken voor een periode van vier jaar, die op onderdelen jaarlijks geconcretiseerd worden middels een jaarprogramma. Deze manier van werken draagt enerzijds bij aan koersvastheid en anderzijds aan de benodigde flexibiliteit onderweg. Dit betekent ook dat de corporaties geen jaarlijks ‘bod’ meer uitbrengen. Het jaarprogramma voor 2023/2024 staat achteraan in dit document. Hierna volgen voor elk van de hoofdthema’s eerst de hoofdlijnen uit de nationale prestatieafspraken1, de context en de ambities voor Utrecht en daarna per subthema de vertaling naar de stedelijke kaderafspraken voor Utrecht. De hoofdthema’s zijn: a. Vergroten sociale voorraad b. Betaalbare woonlasten c.

Verduurzaming van de woningvoorraad d. Zorgen voor kwalitatief goede woningen e. Goed huisvesten van aandachtsgroepen f. Werken aan leefbare en veilige wijken Om de uitvoering van de afspraken zoals vastgelegd in deze overeenkomst te monitoren wordt een monitoringssysteem ontwikkeld.

1 De Nationale Prestatieafspraken zijn ondertekend in juni 2022 en op een aantal punten inmiddels verder doorontwikkeld. We hebben in deze prestatieafspraken de afspraken opgenomen zoals deze in het oorspronkelijke stuk van de Nationale Prestatieafspraken zijn benoemd.

1

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Inhoud van de prestatieafspraken Vergroten sociale voorraad .....................................................................................................................................4 1 Woningen toevoegen door nieuwbouw .....................................................................................................5 2 Bestaande woningen behouden of beter benutten en doorstroming bevorderen....................................7 Betaalbare woonlasten ..........................................................................................................................................10 3 Zorgen voor betaalbare huren..................................................................................................................11 4 Voorkomen van betalingsachterstanden en ontruimingen ......................................................................12 Verduurzaming van de woningvoorraad ...............................................................................................................13 5 Toewerken naar een CO2-neutrale woningvoorraad................................................................................14 6 Werken aan klimaatbestendige en groene buurten.................................................................................15 7 Circulair bouwen en slopen

......................................................................................................................15 Zorgen voor kwalitatief goede woningen ..............................................................................................................16 8 Zorgen voor kwalitatief goede woningen .................................................................................................16 Goed huisvesten aandachtsgroepen .....................................................................................................................17 9 Zorgdragen voor goede huisvesting en ondersteuning van aandachtsgroepen ......................................18 Werken aan leefbare en veilige wijken .................................................................................................................20 10 Samenwerken via een gebiedsgerichte wijkaanpak.............................................................................22 11 Bevorderen van de veiligheid en het voorkomen van overlast, ondermijning en criminaliteit ...........23 Organisatie en samenwerking ...............................................................................................................................24 12 Voortzetten van de goede samenwerking ...........................................................................................24 13 Werkwijze bij bijzondere

omstandigheden ..........................................................................................24 Werkprogramma 2023/2024 .................................................................................................................................26

2

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Overeengekomen te Utrecht op ................ 2023 Namens het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht De wethouder Wonen, de heer D. de Vries .............................. Namens de Utrechtse woningcorporaties Dhr. H. Pluim namens Bo-Ex .............................. Dhr. T. de Rond namens Habion .............................. Dhr. R.J. Spits namens Stichting Portaal en de Stichting Utrechtse Woningcorporaties (STUW) .............................. Dhr. R. Donninger namens de SSH .............................. Mevr. S. Spanjaard namens Cazas Wonen .............................. Dhr. B. Staffhorst namens Woonin .............................. Namens de Utrechtse Huurdersorganisaties Dhr. Drs. E.C.H. Verstraten namens Huurdersraad Portaal Regio Utrecht .............................. Dhr. H. Hiltemann namens Wooninspraak .............................. Mevr. H. Alting namens Huurdersvereniging Bo-EX ............................. Dhr. V.Q. van Rossum, namens BoKS .............................. Dhr. A. Kruys namens Huurdersvereniging Weidelanden ..............................

3

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Vergroten sociale voorraad ONS VERTREKPUNT Hoofdlijn van de Nationale Prestatieafspraken: • 250.000 sociale huurwoningen toevoegen aan de totale woningvoorraad tot en met 2030. • Voorkeur voor regulier bouwen, daar waar niet mogelijk flexwoningen. • Regionale woondeal geeft duidelijkheid over de aantallen voor Utrecht. • Verkoop en sloop zijn geen doel op zich, maar kunnen een noodzakelijk onderdeel van een gezonde bedrijfsvoering en gebalanceerd voorraadbeleid zijn. • Te verkopen woningen door corporaties blijven na verkoop in het sociale segment tot de NHG-grens en worden zoveel mogelijk verkocht aan zittende huurders. • Corporaties, de minister voor VRO en gemeenten stimuleren regelingen die samenwonen bevorderen en nemen hiertoe belemmeringen weg. • Om doorstroming te bevorderen zetten woningcorporaties doorstroom- of seniorenmakelaars in, waarbij het instrument van huurgewenning kan worden ingezet. Hoofdlijn Woondeal regio Utrecht: In de regionale woondeal is voor Utrecht de volgende opgave opgenomen als het gaat om de realisatie van het aantal reguliere sociale huurwoningen: 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

425

928

1012

2.596

1.080

1.497

1.617

885

850

Totaal voor periode 10.890

Utrecht heeft altijd al een grote aantrekkingskracht gehad. Mensen blijven graag in Utrecht wonen of willen zich er vestigen. Groei van de stad is geen doel op zich, maar er zijn veel nieuwe huizen nodig voor woningzoekenden. Tegelijkertijd zijn er grenzen aan het verdichten van de stad vanuit het oogpunt van leefbaarheid en kwaliteit. Hoe Utrecht de groei ‘in balans’ voor zich ziet, is vastgelegd in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. Vanwege het groeiende tekort aan sociale huurwoningen in Utrecht zijn de slaagkansen voor woningzoekenden afgenomen in de afgelopen jaren en zijn de wachttijden toegenomen. Daarom is in de woonvisie ‘Utrecht beter in balans’ het streven opgenomen om in 2040 een woningvoorraad te hebben die voor 35 procent bestaat uit sociale huurwoningen (inclusief zelfstandige studentenhuisvesting). De gemeente wil hiertoe dat op programmaniveau bij nieuwbouw 40 procent in het sociale huursegment gebouwd wordt. In deze prestatieafspraken vertalen we de ambitie om de wachttijden terug te dringen door meer sociale huurwoningen en studentenwoningen toe te voegen naar een concrete opgave voor de STUW-corporaties.

Hierbij erkennen partijen dat diverse andere (en niet altijd beïnvloedbare) factoren ook invloed hebben op de wachttijden voor een sociale huurwoning of een studentenwoning in Utrecht, zoals het bouwprogramma van gemeenten in de regio, het aantal inschrijvingen bij Woningnet of zelfs het veranderen van de spelregels binnen Woningnet. Om te kunnen volgen of de inzet daadwerkelijk leidt tot kortere wachttijden, is een afspraak opgenomen over monitoring van de nieuwbouw, van de wachttijden (inschrijftijd en zoektijd), van de slaagkansen en van het aantal inschrijvingen. De STUW-corporaties en de huurdersorganisaties hebben eerder enkele afspraken over de nieuwbouwproductie vastgelegd in de Allonge Stedelijke Prestatieafspraken Utrecht 2020-2022. De afspraken uit deze Allonge zijn verwerkt in deze Stedelijke Prestatieafspraken Utrecht.

4

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

AMBITIE Partijen hebben de ambitie om de wachttijden voor een sociale huurwoning en een studentenwoning in Utrecht terug te dringen. De gemeente, corporaties en huurdersorganisaties doen dit door woningen toe te voegen, door de bestaande voorraad zoveel mogelijk te behouden en beter te benutten en door de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Partijen zetten de volkshuisvestelijke opgave centraal in hun handelen; de NPA en de regionale woondeal zijn daarbij kaderstellend. Partijen streven gezamenlijk naar het realiseren van de productie zoals is vastgelegd in de NPA en de regionale woondeal. Daarnaast willen partijen dat de STUW-corporaties in Utrecht de aantallen woningen zoals opgenomen in de regionale woondeal realiseren en 500 studenteneenheden toevoegen. De bestaande woningvoorraad wordt zoveel mogelijk behouden en ingezet voor de doelgroep. Kansen om extra sociale huurwoningen toe te voegen aan bestaande woongebouwen worden waar mogelijk benut. Niet gerealiseerde toevoeging aan de voorraad, doordat nieuwbouw achterblijft bij de planning vanuit de regionale woondeal, wordt toegevoegd aan het volgende jaar. Plannen mogen niet verdampen als groei niet gerealiseerd wordt.

Het bevorderen van doorstroming op de woningmarkt zorgt er voor dat meer sociale huurwoningen vrij komen en vergroot ook de kans voor huishoudens om te wonen in een woning die past bij hun huishoudenssamenstelling, levensfase en inkomen.

1.

Woningen toevoegen door nieuwbouw

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 1.1 Alle sociale huurwoningen in de gemeente Utrecht worden in principe gerealiseerd of afgenomen door de STUW-corporaties. Het gaat om woningen die via WoningNet worden aangeboden en openstaan voor bijzondere doelgroepen. 1.2

a.

b.

c.

d.

e.

De sociale huurvoorraad (verhuurd door de woningcorporaties) in Utrecht groeit mee met de groei van de stad. Uitgangspunt is dat in 2040 35 procent van de woningvoorraad een sociale huurwoning is, en dat in nieuwe projecten 40 procent sociale huur wordt gebouwd2. Hiertoe spannen gemeente en corporaties zich gezamenlijk in om de aantallen woningen zoals opgenomen in de regionale woondeal te realiseren en 500 studenteneenheden (met nadruk op het toevoegen onzelfstandige studenteneenheden) per jaar toe te voegen. Daarnaast realiseren zij een substantieel aantal flexwoningen. Het geambieerde aantal wordt per jaar bepaald. Hierbij geldt dat als in een jaar de ambitie niet behaald wordt, de resterende aantallen woningen van dat jaar worden meegeteld bij de ambitie van het volgende jaar. Om ervoor te zorgen dat de doelen uit NPA, Woondeal én RSU behaald kunnen worden, zullen gemeente en corporaties jaarlijks voor tenminste 250 extra woningen (tijdelijk of permanent) productieruimte leveren. Partijen realiseren zich daarnaast dat het noodzakelijk is om jaarlijks investeringsbesluiten voor projecten te nemen en dat dit alleen mogelijk is, als de financiële situatie van corporaties dit toelaat. Partijen bevorderen tevens het toevoegen van woningen door middel van omzetten bergingen, ombouwen van zolders tot woningen en optoppen, met daarbij dezelfde overeengekomen

2 Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de Woonvisie en het coalitieakkoord. Verder kan in bepaalde wijken worden

afgeweken van de genoemde norm; zie hoofdstuk ‘Werken aan leefbare en veilige wijken’.

5

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

f.

uitgangspunten als bij sloop/nieuwbouw als het gaat om economische meerwaardeafdracht. De corporaties vragen daarbij aan de gemeente om open te staan om het parkeerbeleid aan te passen om deze manier van verdichten te faciliteren. Recente ontwikkelingen hebben er toe geleid, dat het leveren van een proportioneel aandeel in het ‘meegroeien met de stad’ voor Bo-Ex mogelijk onder druk komt te staan.

1.3

Partijen hechten veel waarde aan de groei van de sociale huurwoningvoorraad en nemen hiertoe de regie. Om de nieuwbouwambitie geformuleerd in afspraak 1.2 te realiseren sturen de gemeente en corporaties in het maandelijkse Bestuurlijke Productieoverleg gezamenlijk op het behalen van deze opgave. Het Bestuurlijk Productieoverleg heeft tot taak om: a. het MeerjarenProgramma Ruimte (door partijen te zien als leidend) te bespreken en locaties (inclusief aantallen en woningkwaliteiten) te koppelen aan de opgave, om zo het gewenste aandeel sociaal en de snelheid van toevoeging van sociale huur te waarborgen. De gemeente geeft hiertoe inzicht in de gemeentelijke locaties die kunnen worden ingezet, en wanneer deze beschikbaar komen. Corporaties geven op dezelfde wijze inzicht in kansen die zij zien op eigen locaties en te verwerven locaties van derden. b. Er gezamenlijk voor te zorgen dat gemeente en corporaties de mogelijkheden voor corporaties om woningen te kunnen realiseren op locaties waarvan corporaties (nog) niet de grondeigenaar zijn, vergroten. Hiertoe: • doet het Bestuurlijk Productieoverleg een voorstel voor de instrumenten die de gemeente en corporaties extra kunnen inzetten om de corporaties positie te geven op locaties van marktpartijen. De toepassingsmogelijkheden van de gemeente zijn beperkt.

Gemeente en corporaties verkennen, via de samenwerking in de Woondeal, deze mogelijkheden en kijken wat dat van partijen vraagt. Dit is gericht op besluitvorming over de inzet van deze instrumenten; • organiseert de gemeente samen met de corporaties periodieke gebiedsgesprekken gericht op actief programmeren in het betreffende gebied; • gaan de corporaties ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid tijdig samenwerkingsverbanden met marktpartijen aan. c. knelpunten die de ontwikkeling van sociale huurwoningen in de weg staan of vertragen, te signaleren en zoveel mogelijk weg te nemen (zoals een gebrek aan capaciteit bij de gemeente of de corporatie(s), discussie over parkeernormering of andere kwaliteitseisen die betaalbaar bouwen bemoeilijken). De consequenties van wederzijdse ambities in beeld te brengen en tijdig te escaleren.

1.4

Om de nieuwbouwambitie geformuleerd in afspraak 1.2 te realiseren spant de gemeente (2023 en verder) zich in om het Utrechts Plan Proces aan te passen, met als doel om de voorbereidingstijd van bouwplannen te verbeteren en daarmee direct te sturen op de doorlooptijd van projecten. Na aanpassing monitoren partijen het effect, op basis waarvan waar nodig procesverbeteringen worden doorgevoerd.

6

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

1.5

Vier maal per jaar bespreken partijen in de Stuurgroep Huren gezamenlijk de voortgang van de nieuwbouwambitie en het effect van de inspanningen op de wachttijden voor sociale huurwoningen en studentenwoningen in Utrecht. Twee maal per jaar gebeurt dit aan de hand van actuele cijfers over gerealiseerde en geprogrammeerde woningen (kwantitatief en kwalitatief), en over inschrijftijd, zoektijd, slaagkansen en aantal inschrijvingen in Woningnet. De gemeente en de corporaties leveren deze cijfers aan.

1.6

Voor de definitie van sociale studentenhuisvesting wordt aangesloten bij het Actieplan Studentenhuisvesting 2023-2030. De gemeente en SSH spannen zich in om het huidige tekort (in het Actieplan geraamd op 5.300 eenheden) aan studentenhuisvesting door middel van aanvullende nieuwbouw in te lopen. Hiertoe maken zij de volgende afspraken: a. De gemeente brengt SSH bij verschillende nieuwbouwlocaties in positie voor de bouw van studentenwoningen en faciliteert waar mogelijk plannen voor verdichting. b. SSH zoekt naar aanvullende nieuwbouw/acquisities op diverse locaties in de gemeente. c. De gemeente draagt bij aan de financiële haalbaarheid van studentenhuisvesting met behulp van haar grondprijsbeleid en aanvullende subsidies.

1.7

Huren van zelfstandige studenteneenheden liggen onder de eerste aftoppingsgrens en bij voorkeur onder de kwaliteitskortingsgrens, zodat jongeren onder de 23 jaar ook in aanmerking komen voor huurtoeslag. De huur van onzelfstandige huisvesting is vastgesteld conform het WWS.

2.

Bestaande woningen behouden of beter benutten en doorstroming bevorderen

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 2.1 Om zoveel mogelijk sociale huurwoningen beschikbaar te houden, zetten partijen -naast het realiseren van de productie- tegelijkertijd in op “Stop de Verkoop”. Partijen spreken af dat deze Stop de Verkoop met de ingang van 1-1-2024 ingaat en tenminste tot eind 2024 blijft bestaan. Om “Stop de Verkoop” mogelijk te maken zijn partijen een maatregelenpakket overeengekomen: a. De gemeente erkent dat een stop op de verkoop op termijn negatieve invloed heeft op de financiële positie van corporaties en ook tot onherstelbare schade kan leiden. Zie Actualisatie doorrekening NPA b. Om de financiële omvang en de impact op de capaciteit om te blijven investeren in nieuwbouw, verduurzaming, leefbaarheid en het betaalbaar houden van de huren van de beleidskeuzen”Stop de Verkoop” te bepalen wordt onafhankelijke onderzoek uitgevoerd. Uitgangspunt is dat de doelen uit de NPA, Woondeal én RSU gehaald worden en de financiële middelen voor de corporaties hiertoe toereikend zullen zijn. c.

Om de financiële gevolgen van de beleidskeuze “Stop de Verkoop” te compenseren, zullen gemeente en corporaties elk jaar in overleg treden om te bepalen welke stimuleringsmaatregelen (financieel, beleidsmatig) vanuit de gemeente of andere overheid nodig zijn om via de Utrechtse aanpak (maatwerk per project) de corporaties in positie te houden om de sociale woningbouw te laten groeien conform de afspraken uit de NPA en de regionale woondeal. De corporaties stellen dat voor 2024 een financiële compensatie van tenminste € 10,6 miljoen aan de orde is door gemiste verkoopopbrengten gebaseerd op de netto-inkomsten die anderszins geïnvesteerd zouden worden in deze projecten (gebaseerd op stopzetten van de verkoop van 95 woningen). Voor de corporaties is het compenserende pakket stimuleringsmaatregelen randvoorwaardelijk voor het gestand doen van de afspraak.Het onafhankelijke onderzoek genoemd onder b, in combinatie met de grotere opgave die genoemd 7

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

d.

e.

f.

is in deze samenwerkingsafspraken op het gebied van beschikbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid en betaalbaarheid, zal dat specifiek maken voor 2024. De omvang van de compensatie in 2025 en volgende volgt ook uit het onderzoek. Dit overleg vindt plaats in het eerste kwartaal van elk jaar, zodat de uitkomsten worden meegenomen in de begrotingscyclus van de gemeente. De eerste tranche wordt opgesteld bij de voorjaarsnota (VJN) van 2024. Het gesprek start in januari en eindigt met het vaststellen van de VJN in de raad. Daarmee verwerven partijen de benodigde zekerheden. Als de compensatie niet geboden wordt, vervalt de afspraak. Indien - in een bepaald jaar bij een of meerdere projecten - blijkt dat de pakketten onvoldoende zijn of niet vastgesteld worden via de VJN en als gevolg daarvan niet de condities gecreëerd kunnen worden voor de corporatie(s) om op verantwoorde wijze (ten behoeve van een gezonde bedrijfsvoering) investeringsbesluiten te nemen , kan de “Stop de Verkoop” door betrokken corporatie(s) worden opgeschort. Om ervoor te zorgen dat de doelen uit NPA, Woondeal én RSU gehaald kunnen worden zal de gemeente Utrecht elk jaar voor tenminste 250 extra woningen (tijdelijk of permanent) productieruimte/ grondposities leveren.

Als aan de corporaties toegezegde productieruimte en gronden voor extra woningproductie niet geleverd worden, dan kunnen de corporaties - zonder tussenkomst van derden - de verkoopstop opschorten.

Uitzondering: Individuele uitzonderingen op “Stop de Verkoop” blijven mogelijk, bijvoorbeeld om de verkoop van ‘exoten’ mogelijk te maken, zijnde woningen met een hoge waarde, vanuit een VVEminderheidsbelang (zonder toets) en waar sprake is van hoge mutatiekosten. Corporaties stellen een volledigde lijst op van woningen die op die manier voor verkoop gelabeld blijven. Jaarlijks zal de raad een overzicht van de verkopen ontvangen. Woningen die niet op de lijst staan, maar redelijkerwijs niet tot de corporatie voorraad behoren, kunnen met instemming van de gemeente aan de lijst met de te verkopen woningen worden toegevoegd. 2.2

De gemeente heeft in afstemming met corporaties een ‘Leidraad sloop en nieuwbouw’ opgesteld, waarmee per project een goede afweging kan worden gemaakt of sloop van sociale huurwoningen de beste oplossing biedt. Uitgangspunt is dat de corporaties terughoudend zijn met de sloop van sociale huurwoningen. Bij projecten waarbij ook woningen verdwijnen, borgen de corporaties dat de voorraad sociale huurwoningen ten minste gelijk blijft in absolute aantallen. Bewoners hebben recht op terugkeer en daarbij wordt gestreefd naar behoud van dezelfde woonlasten. De gemeente en corporaties spreken af de leidraad te gebruiken bij nieuwe projecten waar nog geen intentiedocument voor ligt (peildatum is het tekenen van deze samenwerkingsafspraken) en evalueren de werking ervan in 2024. De uitkomsten van de evaluatie en mogelijke aanpassingen in de leidraad worden besproken met de huurdersorganisaties in de Stuurgroep Huren.

2.3

De gemeente en de corporaties benutten samen de kansen die er zijn om bestaande woningen beter te benutten en zo meer huishoudens te huisvesten. Bijvoorbeeld via (pilots met) optoppen, woningsplitsen of woningdelen (het gaat hierbij ook om concepten als ‘Kamers met aandacht’, ‘Onder de pannen’ en ‘Hospi-housing’).

2.4

De gemeente en de corporaties zetten onder andere de volgende instrumenten in om doorstroming te bevorderen: a. Een wooncoach. De gemeente en STUW bepalen op basis van een evaluatie (2023) of de inzet van een wooncoach wordt gecontinueerd. De gemeente en STUW dragen elk de helft van de kosten van een wooncoach. Jaarlijks brengt een wooncoach de resultaten in beeld.

8

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

b.

c.

d.

e.

f.

Uitvoering van de voorrangsregeling ‘van groot naar beter’ zoals is vastgelegd in de huisvestingsverordening, waarbij een huishouden dat verhuist van een woning met minimaal 4 kamers naar een woning met maximaal 3 kamers voorrang krijgt. De Huurkortingsregeling, waarbij een huurder bij verhuizing naar een meer passende huurwoning een maximale huursprong van €50 maakt. Het gaat om een regeling die regionaal door de corporaties wordt toegepast. De gemeente, BoKS en de SSH voeren een experiment uit waarbij SSH maximaal 150 van de vrijkomende starterswoningen (de zogenaamde Woningnet woningen) met voorrang aanbiedt aan doorstarters tot 28 jaar die een onzelfstandige STUW woning achterlaten. Deze doorstarters krijgen een tijdelijk contract (jongerencontract) van vijf jaar. Dit geeft de doorstarter de tijd om studieschuld weg te werken, carrière te maken, inkomsten of vermogen op te bouwen en (als back-up) wachttijd bij Woningnet op te bouwen, waardoor de doorstarter in staat is om na vijf jaar de reguliere woningmarkt te betreden. De corporaties maken bij nieuwbouwprojecten die geschikt zijn voor ouderen een marketing/communicatie- en toewijzingsplan met als doel om ouderen in Utrecht te informeren en te ondersteunen in het vinden van een passende woning in het betreffende wooncomplex. De corporaties bevorderen doorstroming vanuit sociale huurwoningen naar middenhuurwoningen.

Middenhuur wordt beperkt door corporaties, als middel voor mengen of doorstromen. Middenhuur mag niet ten koste gaan van de groei van de sociale woningvoorraad.

9

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Betaalbare woonlasten ONS VERTREKPUNT Hoofdlijn van de Nationale Prestatieafspraken: • De totale huursom van de corporaties kent in 2023, 2024 en 2025 een maximale stijging die gelijk is aan de CAO-loonontwikkeling van het voorgaande jaar minus 0,5 procentpunt. Doel van deze afspraak is een gematigde huurprijsontwikkeling die bovendien gelijke tred houdt met de inkomensontwikkeling van huurders. Zo wordt bewerkstelligd dat de huurquote hoe dan ook afneemt de komende jaren. • Op individueel niveau is een hogere (maximaal 0.5 procentpunt hoger dan de maximale huursomstijging) of lagere huurstijging mogelijk om prijs en kwaliteit beter in balans te brengen en de doorstroming te bevorderen. • Corporaties kunnen, conform de bestaande regeling, een inkomensafhankelijke hogere huurverhoging (IAH) doorvoeren. Bovenstaande uitgangspunten zijn belangrijk bij de toepassing hiervan. Met name in gebieden waar de druk op de woningmarkt groot is, kan de IAH een middel zijn om doorstroom te bevorderen. In kwetsbare wijken passen corporaties de IAH juist terughoudend toe, omdat daar het behoud van meer draagkrachtige huurders belangrijk is voor de leefbaarheid. Corporaties, gemeenten en huurders leggen het gebruik van de inkomensafhankelijke hogere huurverhoging vast in de lokale prestatieafspraken.

• Huurders van de corporaties in gereguleerde woningen met én een inkomen op of onder 120% van het sociaal minimum én een huur hoger dan € 550 (prijspeil 2020) krijgen per 1 juli 2023 een wettelijk verplichte eenmalige huurverlaging tot dat bedrag. Partijen spreken af dat het aantal woningen met een huurprijs tot € 550 (prijspeil 2020) in de totale corporatievoorraad tot en met 2025 niet afneemt. • De minister voor VRO is voornemens per 1 januari 2024 genormeerde huren in te voeren in de huurtoeslag. De andere partijen verbinden zich niet aan invoering van genormeerde huren in de huurtoeslag. Wanneer invoering van genormeerde huren zou leiden tot maatregelen in het huurbeleid van corporaties en de investeringscapaciteit van corporaties zou worden geraakt, moet de totale opgave in de Nationale Prestatieafspraken worden herzien. • In zijn algemeenheid geldt dat wanneer aanvullend huurbeleid wordt doorgevoerd dat de investeringscapaciteit significant raakt voor corporaties, de totale afspraken (inclusief de onderdelen beschikbaarheid, verduurzaming en leefbaarheid) opnieuw worden bezien. • Corporaties en gemeenten intensiveren hun schuldhulpverlenings- en signaleringsbeleid. Er wordt intensiever samengewerkt om het oplopen van betalingsachterstanden en huisuitzettingen te voorkomen.

Hoofdlijn Woondeal regio Utrecht: • In de regionale woondeal is benoemd dat in de regio U10 33% van de corporatiewoningen in de voorraad een huurprijs van 550 euro of minder heeft (prijspeil 2020) en is afgesproken -in lijn met de Nationale Prestatieafspraken- dat dit niveau tot 2025 tenminste gelijk blijft. Het thema betaalbaar wonen staat al jaren hoog op de agenda in het gesprek tussen huurdersorganisaties, de bij STUW aangesloten corporaties en de gemeente Utrecht. Momenteel misschien wel meer dan ooit, gelet op de energieprijzen en het actuele inflatiecijfer. Partijen zien steeds meer huurders ‘worstelen’ om maandelijks rond te komen en voorzien dat dit aantal verder zal toenemen de komende tijd, ondanks de compensatieregelingen vanuit het Rijk. Binnen de mogelijkheden die hen ter beschikking staan, nemen partijen hun verantwoordelijkheid voor betaalbare woonlasten. Dit doen zij vanuit een breed perspectief, waarbij verder gekeken wordt dan alleen naar de inzet op een voorspelbaar, uitlegbaar en gematigd huurbeleid (waarbij de nationale prestatieafspraken 10

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

dienen als richtinggevend kader). Zo raakt het thema ‘betaalbare woonlasten’ direct aan twee van de andere thema’s uit de prestatieafspraken. Allereerst gaat het dan om de zorg voor voldoende beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoningen voor de doelgroep. Daarnaast worden de woonlasten langs de lijn van de energielasten direct beïnvloed door de mate en het tempo van verduurzaming van de woningvoorraad. Voor de afspraken over deze beide onderwerpen wordt verwezen naar de betreffende hoofdstukken. De relatie tussen ‘betaalbare woonlasten’ en deze twee thema’s maakt bovendien dat partijen het belangrijk vinden balans te houden tussen de hoogte van de huren en het behoud van voldoende investeringsruimte voor de corporaties. Maar er is meer. De betaalbaarheid van het wonen wordt ook beïnvloed door het beleid van de (lokale) overheid ten aanzien van een sociaal grondprijsbeleid, (lokale) belastingen en diverse inkomensondersteunende vangnetregelingen. Daar hoort het tijdig in beeld krijgen en goed ondersteunen van huishoudens die in de problemen (dreigen te) komen als gevolg van (te) hoge woonlasten bij. Partijen willen de komende jaren de reeds intensieve samenwerking op dit gebied optimaliseren en verbreden naar andere (potentiële) samenwerkingspartners.

Partijen zien bovendien dat blijvend maatwerk nodig is voor díe huishoudens die door te hoge woonlasten in problemen (dreigen te) komen. AMBITIE De gemeente, corporaties en huurdersorganisaties willen, naast voldoende aanbod van betaalbare en duurzame woningen, dat de woonlasten van de Utrechtse huurders betaalbaar blijven. Zij hanteren daarom een voorspelbaar, uitlegbaar en gematigd huurbeleid waarbij wordt gestreefd naar zo betaalbaar mogelijke huren. Ze willen bovendien (dreigende) problemen vroegtijdig opsporen en door middel van passende ondersteuning (oplopende) betalingsachterstanden en ontruimingen tot een minimum beperken. De nationale prestatieafspraken en het coalitieakkoord gelden als richtinggevend kader voor de uitwerking van de afspraken, evenals landelijke wet- en regelgeving via onder meer huurprijsbeleid, passend toewijzen en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

3.

Zorgen voor betaalbare huren

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 3.1 De Utrechtse corporaties en huurdersorganisaties verbinden zich aan de landelijke afspraak over de huursomstijging van de corporaties in 2023, 2024 en 2025. Jaarlijks wordt gemonitord hoe de lonen zich ontwikkelen ten opzichte van de inflatie, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de woonlastenontwikkeling van huurders die van een bijstandsinkomen of AOW moeten rondkomen. Door aan te sluiten bij de landelijke afspraak wordt bijgedragen aan een voorspelbaar en uitlegbaar huurbeleid. Over de invulling van de beschikbare beleidsruimte op individueel woningniveau gaan de STUW-corporaties ieder jaar met de eigen huurdersorganisaties in gesprek. 3.2

De Utrechtse corporaties kunnen de mogelijkheid benutten om een inkomensafhankelijke huurverhoging door te voeren met als legitimatie dat mensen die meer te besteden hebben ook meer betalen. Over het al dan niet toepassen van de inkomensafhankelijke huur, over de methodiek, over het plafond voor de kale huurprijs en over de verantwoording vindt jaarlijks afstemming plaats met de eigen huurdersorganisatie. De extra inkomsten die deze maatregel oplevert, wendt de betreffende corporatie aan voor extra investeringen in groei en verduurzaming van de sociale woningvoorraad in Utrecht. Deze inkomensafhankelijke huurverhoging telt dan niet mee in de huursom (huursombenadering). 11

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Als huurders door een inkomensterugval na doorvoering van de inkomensafhankelijke huurverhoging in de problemen dreigen te geraken, hanteren de Utrechtse corporaties de landelijke werkwijze zoals is opgenomen in de circulaire Huurprijsbeleid periode 1-1-2022 t/m 30-6-2023 (MG2021-01, §4.3). 3.3

4.

Als huurders als gevolg van het gevoerde huurbeleid in de problemen dreigen te geraken passen de Utrechtse corporaties maatwerk toe.

Voorkomen van betalingsachterstanden en ontruimingen

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 4.1 Gemeente en corporaties verbreden het netwerk van samenwerkingspartners rondom het voorkómen en tijdig signaleren van schulden. Inzet is om nieuwe partners te verbinden aan het convenant Samenwerkingsovereenkomst Woonproblematiek 2019 – 2022, om daarmee betalingsachterstanden nog sneller in beeld te hebben en samen effectiever te kunnen zijn in de aanpak ervan. 4.2

Gemeente, corporaties en huurdersorganisaties sluiten aan bij landelijke voorlichtingscampagnes om mensen bewust te maken van de bestaande voorzieningen en mogelijkheden voor hulp in geval van betalings- en schuldenproblematiek en hen te stimuleren en te motiveren hier (tijdig) gebruik van te maken.

12

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Verduurzaming van de woningvoorraad ONS VERTREKPUNT Hoofdlijn van de Nationale Prestatieafspraken: • Corporaties staan voor de opgave om uiterlijk in 2030 450.000 bestaande woningen aardgasvrij te maken. Daarom is het voor corporaties noodzakelijk uiterlijk in 2024 zekerheid te hebben vanuit gemeenten over de uitvoering van de transitievisie Warmte. • De ambitie van het kabinet is dat er in 2030 in totaal 1 miljoen huurwoningen toekomstklaar geïsoleerd zijn. Opgave voor de corporaties is om 675.000 bestaande woningen toekomstklaar te isoleren. De Standaard voor woningisolatie geldt als referentie voor toekomstklaar. • De corporaties zorgen ervoor dat uiterlijk in 2028 alle woningen met een E, F- en G-label uit hun woningvoorraad zijn verdwenen, met uitzondering van monumenten en voor sloop aangemerkte woningen, en onder voorbehoud van instemming van 70% van de huurders en instemming van de eventuele VvE. • Het kabinet bereidt een verplichting voor om vanaf 2026 een hybride warmtepomp of een ander duurzaam alternatief te plaatsen op het moment dat de cv-ketel moet worden vervangen. Corporaties hebben zich er al aan gecommitteerd om in alle woningen met label D of beter waar de cv-ketel moet worden vervangen, de cv-ketel in principe te vervangen door een duurzamer alternatief. Zodoende gaan corporaties vanaf 2023 al werken in de geest van de aangekondigde verplichting.

• De corporaties voeren vanaf 1 januari 2023 geen huurverhoging door na isolatiemaatregelen. • Het Rijk werkt momenteel nog uit hoe huurders in slecht geïsoleerde woningen (in het gereguleerde segment) in de huur gecompenseerd worden voor hun relatief hoge energielasten. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijke aanpassingen van het woningwaarderingsstelsel. De gevolgen van de opwarming van de aarde zijn groot. Het vraagt om maximale inspanningen van alle partijen om de stad, ons land en de planeet leefbaar en bewoonbaar te houden. Om klimaatverandering tegen te gaan werkt Nederland aan een duurzaam energiesysteem waarbij nauwelijks nog CO2 vrijkomt. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam en CO2-neutraal zijn. Dat geldt ook voor de woningvoorraad. Onder CO2-neutraal wordt verstaan het terugdringen / niet meer gebruiken van fossiele brandstoffen, de opwek en het gebruik van duurzame energie en het terugdringen van het verbruik van energie (‘trias energetica’). Corporaties hebben een belangrijke rol in het CO2-neutraal maken van de voorraad vanwege de grote omvang en aard (geclusterd) van hun bezit, hun expertise en last but not least omdat terugdringen van het energieverbruik voor huurders zowel vanuit het oogpunt van betaalbaarheid als vanuit verbetering van het comfort van essentieel belang is.

Partijen willen daarom de Utrechtse huurders actief betrekken bij de verduurzamingsprojecten en -werkzaamheden. Dit hoofdstuk gaat ook over klimaatadaptatie en circulariteit. Vanwege de klimaatverandering wordt de noodzaak gezien om ‘verstening’ en ‘wateroverlast’ tegen te gaan en ‘hittestress’ weg te nemen. De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties vinden het bevorderen van groen in de stad dan ook belangrijk, omdat dit bijdraagt aan een gezond leefklimaat en een duurzame woonomgeving. AMBITIE De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties volgen de Nationale Prestatieafspraken op het vlak van verduurzaming en werken in Utrecht toe naar een CO2-neutrale woningvoorraad. Het doel van de verduurzamingsopgave is om ervoor te zorgen dat er geen CO2-uitstoot meer is in de gebouwde omgeving in 13

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

2050. Het verduurzamen van de woningvoorraad richt zich op het verbeteren van de energiezuinigheid en het comfort van de woning, en wel zo dat dit voor de huurders geen woonlastenstijging tot gevolg heeft. De gemeente, corporaties en huurdersorganisaties sluiten aan bij de landelijke doelstelling ‘klimaatbestendig in 2050’. Hierbij wordt gebouwd met de natuur als uitgangspunt, gericht op het omgaan met extreme weeromstandigheden die het gevolg zijn van klimaatverandering. Dit betekent inzet op meer groen, minder verstening en het wegnemen van ‘hittestress’ en ‘wateroverlast’. De gemeente, corporaties en huurdersorganisaties hanteren in Utrecht het principe ‘groen, tenzij’. Dit betekent dat zij zich inzetten om groen rondom complexen/woningen van corporaties (ook in de openbare ruimte) zoveel mogelijk te behouden. Dit draagt bij aan behoud en verbetering van biodiversiteit, vermindering van luchtvervuiling, demping van geluidshinder en verkoeling in warme periodes. De landelijke doelstelling is ‘Nederland circulair in 2050’; ambitie is om de gehele gebouwde omgeving voor 2050 circulair te maken. De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties streven ernaar nieuwbouw en sloop van woningen zo circulair mogelijk te laten plaatsvinden.

5.

Toewerken naar een CO2-neutrale woningvoorraad

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 5.1 De corporaties zorgen ervoor dat in de periode 2023 tot en met 2030 in Utrecht 13.500 bestaande woningen in hun voorraad toekomstklaar geïsoleerd worden. Ook sloop-nieuwbouw is hier onderdeel van. Jaarlijks bespreken de gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties de concrete planning en de voortgang in de Stuurgroep Huren. 5.2

In de jaarafspraken wordt vastgelegd hoeveel woningen met een E, F- en G-label jaarlijks door de corporaties worden verbeterd naar een label D of hoger. Jaarlijks bespreken de gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties de concrete planning en de voortgang in de Stuurgroep Huren.

5.3

De gemeente, corporaties en huurdersorganisatie in Utrecht sluiten aan bij de landelijke compensatieregeling voor huurders in slecht geïsoleerde woningen (in het gereguleerde segment) zodra deze wordt ingevoerd.

5.4

Corporaties zorgen er met medewerking van de gemeente voor dat uiterlijk 2050 hun woningen gasloos zijn. Om dat te bereiken geldt een aanpak uitgaande van 3 blokken, zoals in de Transitievisie Warmte is vastgelegd. Het eerste blok heeft voor Overvecht Noord 2030 als horizon en voor de overige clusters 2034 als einddatum voor gasloos (voor blok 2 en 3 is dat respectievelijk 2042 en 2050). De gemeente en de corporaties werken hiertoe intensief samen, via het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen (WUP’s), en informeren de huurdersorganisaties over de planning en voortgang. De komende jaren zullen per aangewezen geografisch gebied afspraken over het aardgasvrij maken van de corporatiewoningen in dit gebied worden gemaakt, en over de voorwaarden die partijen hierbij hanteren. Deze afspraken worden opgenomen in de WUP’s. Afspraken gaan in ieder geval over: • De aantallen woningen die overstappen; • Het duurzame warmtealternatief; • Woonlastenneutraliteit voor de huurders; • Investeringsbeslissingen in de tijd om de redelijke termijn voor een overstap te bepalen; 14

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

•

Participatie en communicatie met alle bewoners (tijden uitvoering WUP).

5.5

De gemeente heeft de doelstelling om in 2030 168 GWh op te wekken met zonnepanelen op grote daken en 120 GWh op te wekken met zonnepanelen op kleine daken. De corporaties leveren hier een bijdrage aan door het plaatsen van zonnepanelen actief te initiëren of mogelijk te maken voor de huurders. Voor de grote daken zijn de corporaties bereid om mee te werken aan experimenten om slim netwerk/opslag te doen vanwege de netcongestie op het elektriciteitsnetwerk.

5.6

Het Utrechts Energieprotocol, dat een handleiding biedt om tot een zo klimaatneutraal mogelijk gebouw te komen, zal niet altijd volledig kunnen worden toegepast maar geldt voor de corporaties wel als leidraad bij de onderbouwing van keuzes in projecten. Het biedt transparantie over de afwegingen van het verduurzamingsniveau.

5.7

De corporaties zorgen ervoor dat na isolatiewerkzaamheden in een complex of woning de energieapparatuur opnieuw wordt afgesteld en het vastrecht wordt aangepast zodat overcapaciteit en onnodige kosten worden voorkomen.

6.

Werken aan klimaatbestendige en groene buurten

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 6.1 De gemeente en de corporaties zorgen ervoor dat werkzaamheden van gemeente en corporaties zoveel mogelijk op elkaar afgestemd kunnen worden. Hierbij gaat het om nieuwbouw, grootschalige renovatie en groot onderhoud van de corporaties en plannen m.b.t. de openbare ruimte/woonomgeving van de gemeente. Hierbij zetten zij zich beiden in om groen rondom complexen/woningen van corporaties (ook in de openbare ruimte) zoveel mogelijk te behouden zwerfafval tegen te gaan. Hierover wordt per jaar een werkafspraak gemaakt. 6.2

7.

De corporaties koppelen bij nieuwbouw, renovatie en groot onderhoud waar mogelijk hemelwater ten minste aan de straatzijde (voorzijde) af om schade door droogte tegen te gaan. Dit volgens de voorkeursvolgorde hemelwateropvang zoals vastgelegd in de gemeentelijke Visie Water en Riolering.

Circulair bouwen en slopen

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 7.1 Bij nieuwbouw van woningen wordt zoveel mogelijk ingezet op circulair bouwen. Per project wordt bezien welke mogelijkheden hierin benut kunnen worden. 7.2

Bij de sloop van woningen wordt gewerkt via de ’Leidraad sloop en nieuwbouw’ (zie afspraak 2.2). In het geval dat voor sloop van woningen wordt gekozen, wordt zoveel als mogelijk is ingezet op circulaire demontage met als doel een zo hoogwaardig mogelijk hergebruik van de vrijkomende materialen.

15

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Zorgen voor kwalitatief goede woningen ONS VERTREKPUNT Hoofdlijn van de Nationale Prestatieafspraken:

•

De corporaties zorgen ervoor dat er vanaf 2026 geen woningen meer zijn met een slechte staat van onderhoud (conditiecategorie 5 of 6 op basis van de NEN 2767 methodiek), tenzij er voor deze woningen concrete sloopplannen zijn.

•

Woningcorporaties investeren 200 miljoen extra in woningverbetering met focus op schimmelwoningen, loden leidingen, brandveiligheid en asbest.

Het is een kerntaak van corporaties om de kwaliteit van hun huurwoningen op peil te houden en de kwaliteit van de sociale huurvoorraad is over het algemeen ook goed. Dat neemt niet weg dat ook de corporaties soms kampen met problemen rond vocht en schimmel en veroudering van woningen. Om schimmelwoningen te voorkomen is een goed binnenmilieu van belang, evenals het juiste gebruik van de woning en de ventilatiemogelijkheden. Het kwalitatief verbeteren van woningen wordt tezamen opgepakt met de verduurzamingsopgave. Zo heeft het uitfaseren van woningen met een E, F- of G-label tot gevolg dat de woningkwaliteit verbetert. AMBITIE De corporaties verbeteren continu de kwaliteit van hun woningvoorraad. Bij het verbeteren van de woningkwaliteit heeft het voorkomen van vocht- en schimmelproblematiek extra aandacht van de gemeente en de corporaties.

8.

Zorgen voor kwalitatief goede woningen

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 8.1 Corporaties investeren in de verbetering van kwaliteit van woningen in de lijn van de NPA. De focus ligt daarbij op het aanpakken van schimmelwoningen, loden leidingen, brandveiligheid en asbest. De gemeente en de corporaties zetten zich bovendien gezamenlijk in voor de juiste voorlichting aan bewoners over goed gebruik van de woning en de ventilatiemogelijkheden, om schimmelwoningen te voorkomen. Zie werkafspraak 8.1

16

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Goed huisvesten aandachtsgroepen ONS VERTREKPUNT Hoofdlijn van de Nationale Prestatieafspraken: • Gemeenten hebben nadrukkelijk een taak in het kader van zorg en begeleiding. Per 1 januari 2024 zijn gemeenten verplicht een woonzorgvisie te hebben met de lokale behoefte. Een onderdeel van deze woonzorgvisie is de leefomgeving en voldoende aanbod van voorzieningen. • Jaarlijks investeren corporaties 40 miljoen in het levensloopbestendig maken van woningen en het mogelijk maken van zelfstandig thuis wonen. • Per gemeente wordt een fair share geleverd in het beschikbaar stellen van woonruimte aan aandachtsgroepen, zoals dak- en thuislozen, mensen die uitstromen uit intramurale (zorg)instellingen of detentie, statushouders en arbeidsmigranten en mensen met sociale of medische urgentie. De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties zien dat er voor alle kwetsbare doelgroepen een opgave ligt in Utrecht, en dat deze opgave toeneemt. Nieuwbouw van woningen, ook tijdelijke woningen, en realisatie van passende woon(zorg)vormen worden als een sleutel tot de oplossing gezien, mits altijd in samenhang met zorg en ondersteuning op maat. De vraag “hoeveel dan, en welk woningtype hebben we dan nodig?” wordt nu gesteld. De in 2023 op te stellen woonzorgvisie moet hier een antwoord op geven.

Als eerste stap in dit proces worden de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan huisvesting en ondersteuning van de verschillende aandachtsgroepen inzichtelijk gemaakt. Het gaat dan niet alleen om de vraag van aandachtsgroepen naar aantallen en typen woningen, maar ook de behoefte aan zorg en ondersteuning. De geleerde lessen uit de versnellingsactie huisvesting statushouders van afgelopen zomer worden daarbij meegenomen. Een eerste prestatieafspraak betreft een procesafspraak over het opstellen van de woonzorgvisie. Vooruitlopend op het inzichtelijk hebben van de antwoorden en de exacte opgave en de vertaling daarvan naar onder andere het woningbouwprogramma, zijn in deze prestatieafspraken ook enkele afspraken vastgelegd die daar volgens de partijen niet op kunnen wachten. Het gaat om vraagstukken die nu spelen of knelpunten die zich nu voordoen in de praktijk, waar op korte termijn actie op gewenst is. Op korte termijn is daarnaast het evalueren van het het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’ van belang, dat in juli 2019 is ondertekend. Dit plan van aanpak maakte sindsdien deel uit van de prestatieafspraken.

In het plan van aanpak is het uitgangspunt vastgelegd dat 30% van de vrijkomende woningen met voorrang worden toegewezen aan aandachtsgroepen en 70% van de woningen regulier worden verhuurd, om zo de balans te houden in de woningtoewijzing aan alle woningzoekenden. De percentages worden gezien als ‘signaalwaarden’, die gezamenlijk worden gemonitord. Ook is in het plan van aanpak vastgelegd dat de corporaties binnen die genoemde 30% jaarlijks 385 woningen beschikbaar stellen voor uitstroom/instroom Maatschappelijke Opvang/Beschermd Wonen en vrouwenopvang (contingentafspraken). Verder zijn afspraken opgenomen over toewijzing, begeleiding, ondersteuning en nazorg na plaatsing. Er is veel aanleiding, onder andere vanuit de opgehoogde taakstelling voor de huisvesting van statushouders, om de afspraken uit het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’ te herzien. Begin 2022 is het Actieplan ‘Een (t) huis voor ouderen’ opgesteld en bekrachtigd in een intentieovereenkomst. Partners zijn de gemeente, corporaties, vertegenwoordigers van ouderen en van huurders, ontwikkelaars en beleggers, zorginstellingen en zorgkantoor. Hiermee is een gezamenlijke basis gelegd van waaruit de partners samenwerken om de stad beter in te richten voor de groeiende groep ouderen.

In het actieplan zijn uitgangspunten en richtlijnen geformuleerd, acties benoemd en afspraken gemaakt over monitoring en sturing. 17

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

AMBITIE De gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties zien het goed huisvesten en ondersteunen van aandachtsgroepen als een urgente opgave en willen hier een stevige bijdrage aan leveren. Daarbij hebben zij altijd oog voor de gevolgen hiervan voor reguliere woningzoekenden. Waar dit knelt of dreigt te knellen zijn andere, onorthodoxe woonoplossingen nodig om te voorzien in passende huisvesting.

9.

Zorgdragen voor goede huisvesting en ondersteuning van aandachtsgroepen

Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 9.1 De gemeente stelt in 2023 een woonzorgvisie op in afstemming met de corporaties, de huurdersorganisaties, zorgorganisaties en cliëntenorganisaties. Als eerste stap in dit proces worden de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan huisvesting en ondersteuning van de verschillende aandachtsgroepen inzichtelijk gemaakt. Het gaat hierbij om het in kaart brengen van de vraag van aandachtsgroepen naar aantallen en typen woningen, zorg en ondersteuning en het in beeld brengen van het huidige aanbod. De in het actieplan ‘Een (t)huis voor ouderen’ geformuleerde actie om het aanbod aan levensloopbestendige woningen inzichtelijk te maken valt ook onder deze eerste stap. De huisvestingsopgave wordt uiteindelijk vertaald in de woningbouwprogrammering. Partijen maken in (navolging van) de woonzorgvisie ook afspraken over hoe en waar zij bijdragen aan het opbouwen van draagkrachtige communities door middel van toewijzing, sociaal beheer en community building. 9.2

Partijen evalueren in 2023 het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’, zoals ondertekend in 2019. Op basis van de evaluatie bepalen partijen of afspraken zoals opgenomen zijn in dit plan van aanpak, moeten worden herzien. Tot dat moment houden partijen vast aan het in het plan van aanpak ‘Huisvesting en ondersteuning aandachtsgroepen’ vastgelegde uitgangspunt dat 30% van de vrijkomende woningen met voorrang worden toegewezen aan aandachtsgroepen en 70% van de woningen regulier worden verhuurd, om zo de balans te houden in de woningtoewijzing aan alle woningzoekenden. We zijn ons daarbij bewust van de maatschappelijke opgave over het huisvesten van de aandachtsgroepen. Voor de uitvoering van afspraak 9.2 sluiten we aan bij de raadsbrief Aanpak realisatie van huisvestingsmogelijkheden in het sociaal segment.

9.3

Jaarlijks in het eerste kwartaal verzorgen de corporaties een rapportage van Woningnet waarin de verhuringen aan reguliere woningzoekenden en de verhuringen met voorrang aan aandachtsgroepen inzichtelijk zijn gemaakt over het voorgaande jaar.

9.4

De gemeente besteedt in externe communicatie aandacht aan het feit dat er meer aandachtsgroepen zijn en komen in de stad, en legt hierbij uit hoe Utrecht omgaat met de huisvesting en ondersteuning van deze groepen. Waar dit opportuun is, doen gemeente, corporaties, huurdersorganisaties en zorgpartijen dit in gezamenlijkheid.

9.5

De gemeente gaat met particuliere verhuurders in gesprek over de huisvestingsopgave van aandachtsgroepen en hun inzet daarbij. De wijze waar op dit aanbod van de gemeente kan worden aangestuurd wordt bepaald door de Wet Regie op de volkshuisvesting.

18

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

9.6

De gemeente en de corporaties streven ernaar om het (regionale) project ‘Living Lab Eerst een Thuis’, gericht op het huisvesten van daklozen, voort te zetten en omarmen daarmee de visie op het voorkómen en tegengaan van dakloosheid.

9.7

De gemeente behoudt de buurtteams in Overvecht gericht op het kunnen voortzetten van de huidige werkwijze van de corporaties en de buurtteams bij ‘Sociaal renoveren’.

9.8

SSH continueert haar huidige bijdrage aan de ondersteuning van aandachtsgroepen via de aanpak ‘Goeie Buur’. SSH heeft daarin met zeven zorginstellingen een aanpak ontwikkeld voor het huisvesten van kwetsbare jongeren.

19

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Werken aan leefbare en veilige wijken ONS VERTREKPUNT Hoofdlijn van de Nationale Prestatieafspraken: • Kwetsbare gebieden waar leefbaarheid onder druk staat en veel corporatiebezit aanwezig is vragen om een integrale wijkgerichte aanpak onder regie van de gemeente (samenwerking tussen sectoren en actoren moet worden verbeterd): • Rol corporaties: doorgaan met actieve betrokkenheid in aanpak van problemen in fysieke leefomgeving en samenwerking met maatschappelijke partners in het sociale- en veiligheidsdomein. • Rol gemeente: focus op leefbaarheid in wijken en ontwikkelen van een gerichte wijkaanpak, in samenwerking met maatschappelijke partners. Afspraken maken met maatschappelijke partners over zorg en begeleiding van bewoners. • De aangepaste Woningwet biedt corporaties de ruimte om, samen met anderen, een gebiedsgerichte aanpak mogelijk te maken. Investeringen zijn nodig in het wijk/sociaal beheer, sociale samenhang en ontmoeting en een integrale, wijkgerichte aanpak. In totaal trekken corporaties t/m 2030 jaarlijks € 75 miljoen extra uit voor dergelijke uitgaven aan leefbaarheid. • Er komt een wetsvoorstel die mogelijkheden voor corporaties tot uitwisseling persoonsgegevens verruimt, met inachtneming van het waarborgen van de privacy van huurders, met als doel om overlast en woonfraude te voorkomen of tegen te gaan.

• Herstructurering van corporatiebezit is belangrijk voor het verbeteren van de duurzaamheid en kwaliteit van woningen, maar biedt ook belangrijke kansen voor het verbeteren van de leefbaarheid en het realiseren van meer gemengde wijken. Utrecht werkt aan leefbare en veilige wijken voor een brede groep inwoners. De komende vierjaarsperiode continueren partijen hun nauwe samenwerking aan de opgaven in de wijken. Gebiedsgericht kijken en handelen is hierbij het uitgangspunt. Dat gebeurt via het voortzetten van de bestaande wijkaanpak ‘Samen voor Overvecht’, en een verbreding van deze aanpak naar een drietal andere wijken. Vanuit een gedeelde visie op wat er nodig is in een wijk wordt een buurtagenda gemaakt met daarin een samenhangende aanpak op wonen, leefbaarheid, sociale inzet, veiligheid, openbare ruimte, voorzieningen, economie en mobiliteit. Het gaat dus om een integrale gebiedsgerichte aanpak waarin fysieke en sociale activiteiten samengaan, in combinatie met een persoonsgerichte aanpak gericht op participatie, werk en inkomen. De bestaande ambitie om in wijken met een laag aandeel sociale huur dit aandeel omhoog te brengen om de keuzevrijheid voor woningzoekenden te vergroten, wordt voortgezet. Het onderstaande in de Utrechtse woonvisie opgenomen schema ‘Gewenste ontwikkelrichting woningvoorraad’ geeft de relatieve beweegrichting aan en geldt als vertrekpunt.

20

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

Rondom het thema ‘veiligheid’ werken de gemeente, corporaties, zorgpartijen en politie al jaren met elkaar samen in uitvoeringsnetwerken. Er is sprake van korte lijnen in de wijken zodat de corporaties hun signalerende rol goed kunnen uitvoeren en signalen snel worden opgepakt. In sommige buurten of complexen wordt extra ingezet op het verbeteren van de veiligheid en het aanpakken van ondermijning, criminaliteit en incidenten openbare orde bijvoorbeeld door het aanstellen van een (extra) buurtbeheerder, de inzet van buurtapps, het plaatsen van woningen in de plint van een woning en/of het sturen in de woningtoewijzing. De corporaties werken in wijken en buurten soms al nauw samen met bewoners- of wijkcommissies en willen deze samenwerking de komende jaren verder uitrollen, om huurders sterker te positioneren. Op stedelijk niveau willen de huurdersorganisaties meer betrokken zijn bij het thema ‘veiligheid’. Het gaat om het delen van cijfers en analyses over veiligheid en het delen van informatie over beleid, aanpak en activiteiten. AMBITIE Utrecht werkt aan leefbare en veilige wijken voor een brede groep inwoners. Gebiedsgericht kijken en handelen is hierbij het uitgangspunt. Om de keuzevrijheid voor woningzoekenden te vergroten willen de partijen in wijken met een laag aandeel sociale huur dit aandeel omhoog brengen.

In de wijk Overvecht willen partijen het aandeel juist omlaag brengen ten behoeve van een betere veerkracht in de wijk, door ook woningen in andere prijssegmenten toe te voegen. Om veiligheid in wijken te bevorderen en overlast, ondermijning, incidenten openbare orde en criminaliteit tegen te gaan zetten de gemeente en de corporaties hun samenwerking met zorgpartijen en politie in stevige uitvoeringsnetwerken voort. Zij betrekken op stedelijk niveau de huurdersorganisaties de komende jaren intensiever bij de aanpak op het thema ‘veiligheid’.

21

Prestatieafspraken Utrecht 2023 t/m 2026 - 26 oktober 2023

10. Samenwerken via een gebiedsgerichte wijkaanpak Stedelijke prestatieafspraken Utrecht: 10.1 De bestaande wijkaanpak ‘Samen voor Overvecht’ wordt doorgezet en structureel gemaakt, met de strategische aansturing door de Wijkcoalitie Samen voor Overvecht. De corporaties zijn vertegenwoordigd in het Bestuurlijk Overleg corporaties Samen voor Overvecht. 10.2

Een (vorm van) wijkaanpak wordt stapsgewijs verbreed naar de wijken Kanaleneiland, Noordwest (Geuzenwijk en delen van Ondiep en Pijlsweerd) en Leidsche Rijn (Parkwijk-Zuid en Terwijde-Oost). In deze wijken wordt de aanpak uitgewerkt in buurtagenda’s, die samen met wijkbewoners, organisaties en ondernemers in de wijken worden opgesteld. De gemeente en de corporaties informeren de huurdersorganisaties via de Stuurgroep Huren over de voortgang van de aanpak en in het bijzonder over de wijze en het moment waarop wijkbewoners worden betrokken.

10.3

Eenmaal per jaar nemen de gemeente, de corporaties en de huurdersorganisaties via de Stuurgroep Huren (als platform, aangevuld met collega’s) alle wijken onder de loep op basis van bestaande monitoringsinstrumenten (zoals de leefbaarometer). Doel van de bijeenkomst is om te bepalen of in de wijken die niet genoemd zijn in afspraak 10.1 en 10.2 extra inzet benodigd is. De gemeente organiseert deze bijeenkomst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0e006fe9-d9ee-4148-9ef4-10d86bf1133e