Samenvatting Impactanalyse aansluitstop netcongestie 2026
Tekst van het document
Impactanalyse aansluitstop – Samenvatting
Programma Netcongestie
18 maart 2026
Utrecht.nl/
Inhoudsopgave
1
3
Context Doel van deze impactanalyse Economische & maatschappelijke gevolgen Huidige situatie en ontwikkeling
2
Impact op de stad Impact op bewoners & huishoudens Impact op relatie met projectontwikkelaars Impact op beroepsgroepen
4 Risicoanalyse
Gemeentelijke impact Forse impact op de energietransitie Impact op gebiedsontwikkeling Impact op maatschappelijk vastgoed Impact op uitvoerende diensten Impact op sociaal domein Impact op mobiliteit Impact op economie, wijken & publiekszaken en culturele zaken
en 5 Conclusies aanbevelingen voor vervolg
Impact op de organisatie
Deze rapportage is een momentopname. Doordat het onderwerp continu in beweging is en er op meerdere vlakken dynamische ontwikkelingen zijn, betekent dit dat de opgenomen inschattingen, getallen en bedragen over enkele weken al weer anders kunnen zijn.
2
Doel van deze impactanalyse
Wat is de impact van een aansluitstop?
Aansluitstop: ALLE aanvragen voor een netaansluiting (groot of klein) komen op een wachtrij omdat er geen capaciteit beschikbaar is op het elektriciteitsnet Laadpalen
Openbare Voorzieningen
Economie
Woningbouw
Bedrijven & beroepen
Inwoners
Doel van deze impactanalyse
In kaart brengen welke gevolgen een aansluitstop heeft op de organisatie van de gemeente Utrecht, haar ambities en de stad
Te gebruiken om de stad te helpen met de impact voor een aansluitstop, zodat Utrecht zoveel mogelijk kan blijven functioneren en ontwikkelen 3
Economische & maatschappelijke gevolgen
Hoe groot is het probleem? Netcapaciteitstekort
Huidige maatschappelijke en economische gevolgen
• Op dit moment kunnen we al spreken over netcongestie. Er zijn meerdere momenten met overbelasting. Daarnaast komen nieuwe aansluitingen op een wachtlijst.
• Sinds de ingang van aansluitstop voor grootverbruik in 2022 staan 429 Utrechtse aanvragers op de wachtlijst. Totaal 77 MW niet aangesloten. Dat zijn scholen, MKB-ers en grote bedrijven en busmaatschappijen.
• 320 MW capaciteitstekort op hoogspanningsstation Breukelen-Kortrijk.
• Ook de gemeente heeft aanvragen op de wachtlijst staan. Dat zijn bijvoorbeeld aanvragen voor nieuwe scholen of renovaties van scholen, maar ook de verzwaring van de aansluiting op de gemeentewerf voor elektrische vuilniswagens.
• 140 MW aan maatregelen waarvan slechts 37 MW gerealiseerd. Nog 180 MW moet worden opgelost. • 180 MW is de helft van het vermogen van de twee Eneco centrales Merwede en Lage Weide. Dat is niet zomaar opgelost.
• Landelijk kost congestie vele miljarden per jaar door bedrijven die niet kunnen groeien, woningen die niet gebouwd wordt en infrastuur die niet wordt aangelegd (BCG op basis van Ecorys onderzoek). • De netbeheerders investeren gezamenlijk 8 miljard per jaar in het net waarvan Stedin 1 tot 3 miljard.
Capaciteitstekort Voorgenomen maatregelen Gerealiseerde maatregelen Reserend tekort in 2033
• De economische schade voor de gemeente Utrecht is 75 -225 miljoen.
37 103 320
Capaciteitstekort zonder maatregelen
180
180
Maatregelen
Tekort aan netcapacteit in 2033 4
Huidige situatie en ontwikkeling
Gevolgen netcongestie komende 10 jaar: 3 mogelijke situaties met veel onzekerheden en afhankelijkheden Situatie 1: impact valt tegen • Geen risicobereidheid • Realisatie Utrecht Noord vertraagt aansluitstop tot 2035 • Geen ruimte voor congestieverzachters • Maatregelen komen niet van de grond of zijn niet effectief, geen gecontroleerde vrijgave capaciteit
Impact
Onzekerheid
2026
2035
tijd
Situatie 2: impact conform verwachting • Beperkte risicobereidheid • Utrecht Noord verloopt volgens planning aansluitstop tot 2033 • Beperkte ruimte voor congestieverzachters • Maatregelen beperkt effectief, beperkte vrijgave gecontroleerde capaciteit Situatie 3: impact valt mee • Risicobereidheid • Utrecht Noord versneld aansluitstop tot 2031 • Ruimte voor congestieverzachters • Effectieve maatregelen, veel gecontroleerde vrijgave capaciteit
Grotendeels heeft de gemeente geen invloed op de toekomstbeelden; immers voor veel van de problematiek die netcongestie teweegbrengt, zijn wij noch veroorzaker noch eigenaar noch verantwoordelijk. De netbeheerders en het Rijk wél. Het probleem uit zich echter wel direct bij ons in de gemeente. De gemeente is vaak eerste aanspreekpunt bij problematieken in de stad en gemeentelijke ambities komen in gevaar. Primair moet hiervoor naar het Rijk en de netbeheerders gekeken worden en als gemeente roepen we hen op om met oplossingen te komen. 5
Gemeentelijke impact Een analyse van de impact van aansluitstop op gemeentelijke opgaven en organisatie
6
Forse impact op de energietransitie
Tijdelijke fossiele oplossingen ten behoeve van een toekomstbestendig energiesysteem Voorbij de crisis
Fossiele oplossingen als onderdeel van een toekomstbestendig energiesysteem
• Het toekomstig energiesysteem is niet fossiel maar hernieuwbaar. Beweging van een hiërarchisch energiesysteem met centrale fossiele opwekking naar een knooppuntennetwerk, met veel verschillende hernieuwbare opwekbronnen, opslag en uitwisseling van energie tussen systemen op verschillende niveaus.
• Fossiele oplossingen zijn dus tijdelijk onderdeel van een toekomstbestendig energiesysteem. Daarbij zijn collectieve energiemanagementsystemen en samenwerking in energiegemeenschappen, energiehubs en andere innovaties noodzakelijk om bouw of verduurzaming mogelijk te maken.
• De crisis versnelt deze beweging: onder druk wordt alles vloeibaar.
• Technologische innovaties worden voor het eerst toegepast, wettelijke kaders worden opgerekt of gewijzigd en er worden vernieuwde publieke civiele samenwerkingen opgetuigd. Dat draagt bij aan het eindbeeld van het hernieuwbaar en netbewust toekomstig energiesysteem.
• In de huidige maatregelen zit ook een aantal tijdelijke fossiele oplossingen. Dat lijkt een stap terug, maar ze zijn wel nodig om de ontwikkeling van de stad te waarborgen. • Er wordt enkel voor fossiel gekozen als dat tijdelijk is en maatregelen aan het eind van netcongestie ongedaan gemaakt kunnen worden. Dat betekent dat woningbouw blijft voldoen aan de regels en bovenwettelijke ambities: netbewust en bijna energieneutraal.
• Netcongestie kent onzekerheden: innovatieve oplossingen kunnen niet werken of tegenvallen. Dan is het aantrekkelijk om terug te vallen op fossiele oplossingen. Fossiele oplossingen zijn echter ook niet risicovrij. Prijzen kunnen stijgen. Handelsstromen kunnen verstoord raken. Er ontstaat afhankelijkheid van landen en regimes met een discutabele achtergrond. Ook deze risico’s, ook al zijn ze van andere orde (indirecter), moeten ook meegewogen worden in te maken keuzes.
7
Forse impact op de energietransitie
Veel gevolgen voor de inzet van duurzame energiebronnen Grootschalige opwek van duurzame energie Voor grootschalige levering van elektriciteit door wind- en zonneparken geldt al een aantal jaar schaarste op het stroomnet en een wachtlijst voor aansluitingen. Aansluitingen van nieuwe wind- en zonneparken zijn daardoor al een tijd niet meer vanzelfsprekend maar wel een belangrijk middel om te gebruiken in plaats van het net. Duurzame warmtebronnen Hoe langer wordt gewacht met het uitrollen van warmtenetten, hoe groter de kans dat inwoners zelf naar oplossingen gaan zoeken en binnen hun eigen aansluiting warmte gaan elektrificeren. Dat leidt vervolgens tot een afname van de haalbaarheid van collectieve warmtenetten en een toename van netcongestie in de toekomst. Gecontroleerd op inzetten blijft de strategie. Energiebesparing woningen en bedrijven Energiebesparing is tot nu toe bij woningen en ook bij het MKB vooral gericht geweest op het nemen van isolerende maatregelen. Wanneer sprake is van een aansluitstop, is er bereidheid nodig van inwoners en bedrijven om elektriciteit te besparen en in de piekuren te zoeken naar flexibilisering in het energieverbruik zodat verzwaring van de aansluiting niet nodig is.
Zon op dak Het dak volleggen met zonnepanelen is voor veel bedrijven niet meer mogelijk, omdat grootverbruikersaansluitingen door netcongestie niet meer mogen terugleveren (tot ten minste 2033 in de regio Utrecht) en met een aansluitstop kunnen ook kleinverbruikers hun aansluiting niet meer opwaarderen om (maximaal) terug te leveren. I.c.m. bijvoorbeeld batterijen zijn er wel mogelijkheden. Impact op de energietransitie Netcongestie heeft een forse impact op de energietransitie. Inwoners blijven langer afhankelijk van gas, dat naar verwachting duurder wordt door Europese heffingen en verplichte bijmenging van groen gas. Hierdoor kunnen meer inwonershuishoudens moeite krijgen met het betalen van de energierekening, terwijl energiearmoede nu al 5,1% bedraagt. 8
Impact op gebiedsontwikkeling
Grootste impact op nieuwbouwprojecten in 2027-2030
Uitstel of afstel van 20% van geplande woningbouw • Netcongestie vormt een extra complicerende factor bovenop de bestaande vertragingen en kan ertoe leiden dat projecten aanvullende vertraging oplopen of stilvallen. • Na analyse blijkt van circa 20% van de woningen in het MPR onzeker of ze realiseerbaar zijn bij een aansluitstop. Dit betekent dat de planvoorraad de komende jaren met circa 20-25% kan dalen als ontwikkelende partijen niet willen investeren in verdere planvorming op een locatie. • Netcongestie heeft de grootste impact op de start van nieuwbouwprojecten tussen 2027-2030. Netbewust bouwen kost projectontwikkelaars gemiddeld 5000 euro extra per woning, generatoren (als congestieverzachter) nog eens 2000 euro extra per woning. • In de afbeelding hiernaast wordt de woningbouw tussen 2026 en 2033 weergegeven. Dit betreft 29.430 nieuwbouwwoningen over het geheel van deze periode en circa 3700 woningen per jaar. Landelijk wordt 130 procent plancapaciteit gehanteerd. • Vooral kleinere projecten blijken kwetsbaar. Grotere projecten hebben meer mogelijkheden om congestieverzachtende maatregelen te treffen, beschikken over meer innovatiekracht en kunnen vertragingen beter opvangen. Uitval van projecten vergroot druk op resterende projecten om de woningbouwambities te halen.
Tegelijkertijd moeten reguliere vertragingen bij projecten die wél doorgaan zoveel mogelijk worden beperkt, wat kan leiden tot inhoudelijke of financiële concessies.
Ambitie om 3.000 woningen per jaar te realiseren • Om in de komende vier jaar 3.000 woningen per jaar te realiseren (ambitie gemeente Utrecht) worden 5.000-6.000 woningen geprogrammeerd (huidig beleid MPR) zodat rekening gehouden wordt met planuitval en vertragingen. • Dit betreft reguliere vertragingen, los van netcongestie.
9
Impact op gebiedsontwikkeling Gevolgen voor geplande woningbouw Analyse van de impact op geplande woningbouw
Handelingsperspectief
• Voor 2.258 woningen is geen actie vereist (categorie A). Deze hebben een vergunning en hebben/krijgen een aansluiting. En voor 979 woningen kan aansluiting versneld worden.
• Versnellen en versneld aanvragen is op dit moment al in actie gezet
• Voor 2174 woningen is de kans groot dat voor het ingaan van de aansluitstop een aansluiting kan worden geregeld (categorie B). Voor ca. 18.000 woningen (categorie B,C en D) met start bouw t/m 2030 is de inschatting dat ze geen aansluiting krijgen en een congestieverzachter nodig hebben of een project specifieke oplossing gevonden moet worden, waarvan ongeveer 50% in aanmerking zal komen voor een congestieverzachter.
• Congestieverzachters* kunnen oplossingen bieden, echter met ruimtelijke, financiële, wettelijke en technische voorwaarden • Vertragen • Variëren in woningbouwvolume • Lobby om uitbreiding van het net te realiseren waardoor er weer ruimte komt voor aanvragen op de wachtrij
• Categorie B: de projecten met congestieverzachter (9.104 woningen) zijn met name afhankelijk van financiën en milieuruimte. De aanname is dat inzet van congestieverzachters haalbaar is voor de grootschalige gebiedsontwikkelingen. • Categorie C en D: overige projecten (9.277 woningen) • Categorie C: van de overige projecten is de verwachting dat +/- 50% van de projecten (+/- 4.600 woningen) het technisch op kunnen lossen, maar dit zal financiële en/of inhoudelijke ingrepen vereisen om tot een haalbaar project te komen. Bij inhoudelijke ingrepen kan bijvoorbeeld gedacht worden aan afwijken van vastgesteld beleid zoals betaalbaarheid, circulariteit of klimaatadaptatie. • Categorie D: de overige 50% (+/- 4.600 woningen) zal voor dermate lastige technische, financiële of milieukundige uitdagingen komen te staan dat het mogelijk financieel/inhoudelijk niet direct op te lossen is. Bijvoorbeeld door een gebrek aan fysieke ruimte om oplossingen mogelijk te maken, een gebrek aan schaal om investeringen uit te kunnen leggen, etc.. Risico • De inzet van congestieverzachters is geen nog bewezen oplossing. Inzet op deze schaal is nooit eerder gedaan. *Congestieverzachter: Een partij (zoals een bedrijf of instelling) die door een netbeheerder wordt aangemerkt als een afnemer of producent.
Deze partij vergroot, door het type aansluiting, de beschikbare transportcapaciteit op het elektriciteitsnet en veroorzaakt geen extra file op het net. Dit heeft twee doelen: net ontlasten en gebouwen van stroom voorzien. De generator wordt aangezet als het net vol zit en levert dan zowel aan het net als aan het betreffende gebouw. In dalperiodes krijgt het gebouw stroom vanuit het net. Minimale omvang van congestieverzachter is 1 MW 1 (eventueel aangevuld met een batterij).
10
Impact op maatschappelijk vastgoed
Verduurzaming en nieuwbouw dreigen te vertragen Categorie A: aansluiting geregeld
Categorieën
• 18 nieuwbouwprojecten die vallen onder het groepscontract in Merwede.
A
B
C
D
Totaal
• 11 uitbreidingprojecten die al zijn opgeleverd of in een afrondende fase zitten. Nieuwbouw
18
6
13
13
50
• 60 renovatieprojecten die al zijn opgeleverd of in een afrondende fase zitten.
Uitbreiding
11
• 52 renovatieprojecten waar geen verduurzaming plaatsvindt.
Renovatie
112
Categorie B: makkelijk oplosbaar onder randvoorwaarden
Totaal
141
14
25
75
108
295
81
135
13
370
• 6 nieuwbouwprojecten die afhankelijk zijn van een congestieverzachter, ervan uitgaande dat de realisatie van deze congestieverzachters mogelijk is. • 75 renovatieprojecten die afhankelijk zijn van een grotere kleinverbruik aansluiting. Deze projecten kunnen met enige bijstelling van de ambities en beperkte toepassing van netbewuste maatregelen gerealiseerd worden. Een randvoorwaarde is dat de bestaande aansluiting op gas of stadswarmte behouden kan worden. Als dit niet het geval is, wordt de inzet van meer omvangrijke en kostbare netbewuste maatregelen mogelijk noodzakelijk, zoals accu’s. Categorie C: waarschijnlijk oplosbaar, maar tegen een prijs • 13 (+/- 50%) van de resterende nieuwbouwprojecten. Deze projecten hebben naar verwachting een technisch haalbare oplossing, maar dit zal financiële en/of inhoudelijke ingrepen vereisen om tot een haalbaar project te komen. • 14 uitbreidingsprojecten die een grotere aansluiting nodig hebben. Realisatie van deze projecten vraagt om een grotere bijstelling van de ambities en de inzet van meer omvangrijke netbewuste maatregelen, zoals accu’s of aggregaten. Behoud van de bestaande aansluiting op gas of stadswarmte verhoogt de technische haalbaarheid en beperkt de meerkosten. • 108 renovatieprojecten die een grotere grootverbruik aansluiting nodig hebben.
Realisatie van deze projecten vraagt om een grotere bijstelling van de ambities en de inzet van meer omvangrijke netbewuste maatregelen, zoals accu’s of aggregaten. Behoud van de bestaande aansluiting op gas of stadswarmte verhoogt de technische haalbaarheid en beperkt de meerkosten. Categorie D: moeilijk oplosbaar vanwege technische complexiteit • 13 (+/- 50%) van de resterende nieuwbouwprojecten. Deze projecten komen voor dermate lastige technische, financiële of milieukundige uitdagingen komen te staan dat deze mogelijk financieel/inhoudelijk niet direct op te lossen zijn. Denk aan een gebrek aan fysieke ruimte om oplossingen mogelijk te maken, een gebrek aan schaal om investeringen uit te kunnen leggen etc. 11
Impact op maatschappelijk vastgoed
Nieuwbouw afhankelijk van congestieverzachters Gevolgen voor projecten die doorgaan • Alle projecten die doorgaan zonder toegekende aansluiting of uitbreiding krijgen te maken met langere doorlooptijden en hogere kosten. • Voor een aantal projecten geldt dat ambities worden bijgesteld zodat gebouwen aan minimumeisen voldoen. Later moeten hier alsnog extra werkzaamheden plaatsvinden om aan duurzaamheidsambities te voldoen. Gevolgen voor projecten die stoppen • Een deel van de projecten is moeilijk oplosbaar vanwege de technische complexiteit. Ook kan doorgaan ‘kostbaarder’ zijn dan het project uitstellen. • Ambities voor maatschappelijk vastgoed komen onder druk te staan. Onze ambities toekomstbestendig, voldoende, goed gespreid, goed gebruikt en goed onderhouden maatschappelijk vastgoed. • Ook druk op wettelijke taak voor passende onderwijshuisvesting. • Kans op financiële schade. Gevolgen voor de organisatie • Verschuiving van focus op nieuwbouw naar renovatie, beheer en onderhoud. • Verschuiving van focus op verduurzaming naar instandhouding van vastgoed. Handelingsperspectief • Bij categorie A geen inzet nodig. • Bij renovatie drie mogelijke oplossingen: • maximaal verduurzaamd met all electric • maximaal verduurzaamd binnen huidige aansluiting • Uitstel. • Nieuwbouw afhankelijk van congestieverzachters. 12
Impact op uitvoerende diensten: Stadsbedrijven
Impact op elektrificatie wagenpark, nieuwbouw Tractieweg, gemalen en afvalinzameling Elektrificatie wagenpark • De aansluitstop levert voor laatste 20% van de elektrificatie van het wagenpark problemen op. Dit betreft namelijk de zwaardere voertuigen zoals vuilniswagens die veel stroom gebruiken. • Er is slechts capaciteit voor het laden van 4 tot 8 van de 50 zware voertuigen. Verhoging van de capaciteit van de aansluiting is niet mogelijk. Daarom wordt een deel van de voertuigen toch in diesel aangekocht. • Daarnaast wordt onderzocht hoe met een congestieverzachter (gasgenerator) toch maximaal geëlektrificeerd kan worden. Nieuwbouw Tractieweg • Een aansluitstop heeft daarnaast consequenties voor de nieuwbouw op de Tractieweg en tijdelijke huisvesting tijdens de nieuwbouw. De precieze consequenties worden nog geïnventariseerd. • Energielevering zou met een gasgenerator doorgang kunnen vinden: deze mogelijkheid wordt momenteel onderzocht. • Een aansluitstop brengt hogere kosten met zich mee en heeft impact op de bedrijfsvoering (denk aan onderzoeken, tijdelijke oplossingen en minder efficiënt werken). Gemalen en inzameling • Voor nieuwe rioolgemalen moet er met een dieselgenerator gewerkt worden. Assets die aan het einde van hun levenscyclus zijn en niet worden vervangen of gerenoveerd, kunnen daarnaast een hogere stroomafname geven.
• De realisatie van minstens 200 perscontainers in de komende 5 jaar komt in het geding. Mogelijk moet worden uitgeweken naar (tijdelijke) conventionele (en minder efficiënte) ondergrondse containers en bovengrondse containers. Gevolg: plaatsing zal vertragen (vanwege impact openbare ruimte) en de werkdruk op afvalinzameling neemt toe. • Voor het plaatsen van nieuwe verkeersregelinstallaties of openbare verlichting in de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met lange doorlooptijden van de aanvragen en de mogelijkheid dat aanvragen bij een harde aansluitstop worden afgewezen. 13
Impact op uitvoerende diensten: Vergunningen, Toezicht en Handhaving Stilvallen projecten heeft gevolg voor inkomsten (leges)
Aanvragen omgevingsvergunning De resultaten van Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH), in het speciaal van vergunningen, zijn afhankelijk van de aanvoer van aanvragen omgevingsvergunning en van de wettelijke mogelijkheden om deze te kunnen vergunnen. Op dit moment bestaat de portefeuille uit aanvragen overeenkomstig het MPR, de werkvoorraad van maatschappelijk vastgoed (VGU), losse aanvragen vanuit de markt en de standaard kleine aanvragen.
Inkomsten • De kleine aanvragen (inkomsten jaarlijks ca. € 1,5-2 miljoen) ondervinden geen negatieve gevolgen van de aansluitstop en kunnen behandeld worden. • Voor de overige aanvragen (inkomsten jaarlijks ca. € 19-20 miljoen) geldt dat de vergunning afhankelijk is van de regelgeving waaraan de congestieverzachters getoetst worden. Daarmee zal de begroting van VTH onder grote druk komen te staan, wanneer regelgeving niet wordt aangepast.
Handelingsperspectief • Om te kunnen blijven vergunnen met congestieverzachters is ruimte nodig in normering wet- en regelgeving (beleid) op landelijk niveau. Verruiming van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), daaronder de BENG-eisen op basis van de NTA 8800 berekening en het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL (milieu aspecten, waaronder stikstof). • Ook zijn er mogelijkheden om de besluitvorming van het college te mandateren naar de wethouder. • Daarnaast ziet VTH een kans ontstaan om een verbeterde signaleerrol op te pakken binnen de keten van Ruimte. Bijvoorbeeld om verschillende aanvragen voor congestieverzachters binnen een gebied te clusteren en tot een totaal oplossing voor het gebied te komen waardoor meerdere woningen en voorzieningen kunnen worden gerealiseerd. • Ook wordt een verschuiving verwacht van vergunningswerk naar congestieverzachters. Hiervoor is lobby op meer ruimte voor normering wet- en regelgeving noodzakelijk.
• Naast de inkomstenderving zullen ook kosten gemaakt worden om de bedrijfsvoering aan te passen op veranderingen als gevolg van netcongestie.
14
Impact op Sociaal Domein (via Maatschappelijke Ontwikkeling)
Stagnatie van uitstroom uit opvanglocaties en druk op zorg, leefbaarheid en welzijn Directe impact van een aansluitstop • Door nog minder realisatie van onvoldoende nieuwe tijdelijke en vaste woonplekken ontstaat verdere stagnatie van uitstroom, bijv. uit maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen, jeugdzorg, of van statushouders en Oekraïense ontheemden. Aantallen zijn (nog) niet aangeleverd. • Andere sociale (woon)voorzieningen die onder druk komen:(die inhoudelijk meegenomen zijn bij Vastgoed en Gebiedsontwikkelingen) • Realisatie van inclusieve en toegankelijke voorzieningen in de wijk. • Levensbestendige woningen voor ouderen. • Huisvesting voor scholen en sportfaciliteiten. • Verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en sportaccommodaties. • Verduurzaming van vastgoed van onze zorgpartijen.
• Geen sociaal (pedagogische) basiszorg en jeugdwerk in bepaalde (nieuwe) wijken waardoor inwoners van nieuwe wijken niet op tijd hulp krijgen. Leidt mogelijk tot meer problematiek. • Geen buurtteam in de wijk of in de nabijheid beschikbaar voor kwetsbare doelgroepen. • Ouderen blijven langer thuis wonen, daardoor minder geschikte woningen voor gezinnen beschikbaar. Daarnaast meer behoefte aan woningaanpassingen. Maatschappelijke gevolgen (niet gekwantificeerd) • Verdere toename van dakloosheid en woononzekerheid. • Extra druk binnen gezinnen, die mogelijk leidt tot extra jeugdproblematiek
Indirecte gevolgen
• Verminderde leefbaarheid in wijken door druk op voorzieningen.
• Verlengde verblijfsduur in opvanglocaties en daarmee hogere kosten per zorgtraject.
• Afnemend vertrouwen in gemeente als basisvoorzieningen niet gerealiseerd kunnen worden.
• Meer druk op ambulante zorg (stijging van de zorgvraag) door stagnatie in de verblijfszorg. • Toename van dakloosheid en druk op maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Dakloosheid leidt tot meer kosten voor andere organisatie onderdelen en ook tot meer maatschappelijke kosten. • Door stagnatie beschermd wonen ook stagnatie in de GGZ-zorg. Dit leidt tot hogere zorgkosten (maatschappelijke kosten). • Risico dat de taakstelling huisvesting statushouders niet wordt gehaald • Het aantal mensen in echtscheiding dat noodgedwongen bij elkaar woont, zal stijgen met mogelijke gevolgen voor jeugdzorg, dakloosheid en huiselijk geweld. 15
Impact op mobiliteit
Transitie naar emissieloos vervoer stagneert Emissieloze zones & parkeren • Per 1 januari 2025 mogen nieuwe deelauto’s en stadlogistiek geen schadelijke stoffen uitstoten (zero-emissie, oftewel ZE). • Bij een aansluitstop wordt het bemoeilijkt om nog laadpalen te plaatsen. Het gaat op zowel publieke als private laadpalen. • De ZE-zone wordt in 2030 tot heel de stad uitgebreid. • Voldoende laadinfrastructuur is voorwaardelijk voor invoering van de ZE-zone. Dat geldt zowel voor bewoners die publiek laden als bedrijven die laden op eigen terrein • We zijn in gesprek met Stedin om via tijdsgebonden contracten het plaatsen van laadinfrastructuur bij een aansluitstop mogelijk te houden. Of dat lukt is na de zomer 2026 duidelijk. • Een alternatief is laadpalen aansluiten achter bestaande aansluitingen zoals vanuit als bestaande laadpalen, gemeentelijke assets en ondergrondse afvalcontainers. • Wanneer die niet slaagt, komt valt de ontwikkeling van laadinfrastructuur stil. Dat heeft de volgende impact: • ZE-zones niet (verder) wordt ingevoerd waardoor de verbetering luchtkwaliteit stagneert en doelen voor luchtkwaliteit niet gehaald worden • Het gemeentelijk team wat bezig is met deze opgave heeft geen werk meer • De concessie-inkomsten gaan lager uitvallen (impact 1 tot 5 ton).
16
Impact op economie, wijken & publiekszaken en culturele zaken
Economische schade, toenemende hulpvraag en culturele voorzieningen onder druk Economie • Het vestigings- en ondernemersklimaat verslechtert over de breedte, met economische en maatschappelijke gevolgen (minder inkomsten, minder focus op duurzaamheid door bedrijven, stagnatie circulaire economie). Op basis van de nationale schadeinschattingen t.a.v. netcongestie (BCG; Ecorys), het aandeel van de provincie Utrecht in het nationale bbp (9,47%; 2024), het aandeel van de gemeente Utrecht in de provinciale economie (25–30%; Utrecht Monitor) en een correctiefactor die rekening houdt met de reeds aanwezig (energie intensieve) industrie en eventuele vermindering van efficiëntie van de dienstensector (waar geen sprake is van een stilstand) komt de jaarlijkse economische schade voor de gemeente Utrecht uit op: €75–225 miljoen per jaar. • Het verlaagt de kans om internationale bedrijven aan te trekken en om private R&D activiteiten in Utrecht te vergroten. Dit terwijl dat cruciaal is voor de economische ontwikkeling van de gemeente Utrecht. • Ontwikkeling van kantoren ligt grotendeels stil tot 2035; renovatie van bestaande kantoren zal in sommige gevallen door kunnen gaan met generatoren. Er is geen goed zicht op over welke gebouwen dit gaat: naar schatting zullen er 10-20 generatoren aangevraagd worden.
• Een aansluitstop heeft ook direct effect op de banengroei, omdat er moeilijker bedrijfsruimten en kantoren gerealiseerd kunnen worden. • Een aansluitstop zal impact hebben op de ontwikkeling van (nieuwe) werkgebieden die in de planning zitten. Het kan gaan om uitstel, maar deels ook om afstel. • Voor kleinschalige ontwikkelingen binnen bestaande bedrijventerreinen wordt gewerkt aan energyhubs, waarin bestaande netcapaciteit gedeeld wordt om ruimte te maken voor ontwikkelingen (vgl. Lage Weide). Mooie oplossing voor netcongestie.
Culturele Zaken • Een aansluitstop leidt ertoe dat nieuwe en vernieuwde culturele voorzieningen (waaronder werkruimten) niet of later gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast hogere kosten door tijdelijke energievoorzieningen (aggregaten/batterijen). • Het gevolg hiervan is dat het cultureel voorzieningenniveau geen gelijke tred houdt met de bevolkingsgroei. Dat leidt tot verschraling van het aanbod. Door verminderde voorzieningen in groeiende wijken, neemt de druk op bestaande locaties toe en ontstaat er risico op ongelijke kansen. • De kans wordt groter dat culturele partijen, kunstenaars en creatieve bedrijvigheid zullen wegtrekken door onzekerheid en langere wachttijden.
Wijken en Publiekszaken • Effect op de zelfredzaamheid: risico op grotere polarisatie tussen kansarme en welvarende buurten. • Louter indirecte effecten: een (toenemende) hulpvraag in de eerstelijnsfunctie van wijkbureaus en het KCC.
17
Impact op de organisatie
Personele impact verschilt per organisatieonderdeel Impact per organisatieonderdeel verschilt
Timing
• De personele impact van netcongestie lijkt het grootst binnen het fysiek domein waar een mogelijke aansluitstop gebiedsontwikkeling rechtstreeks raakt. Echter vraagt dit ook om aanvullende capaciteitsinzet, dus het beeld is niet eenduidig. De personele impact is kleiner in het sociaal domein.
• De grootste effecten t.a.v. personeelsinzet worden verwacht tussen 2028 en 2030.
• De impact van netcongestie ontwikkelt zich op dit moment grillig maar geleidelijk. Dat geldt ook voor de mogelijke gevolgen voor de organisatie. Dit vraagt nader onderzoek.
• Ter anticipatie zijn meerdere maatregelen mogelijk, zoals het afbouwen van inhuur, natuurlijk verloop, anticyclisch investeren, detachering van medewerkers in de regio en onderzoek naar bredere inzetbaarheid van medewerkers.
Handelingsrepertoire
Impact op medewerkers Personele impact van projecten • Voor projecten die stilvallen is minder capaciteit nodig. De uitval van circa 20% van de gebiedsontwikkeling raakt onder meer de organisatieonderdelen Ruimte, VTH, VGU, Stadsbedrijven/ Stadsingenieurs. Op het sociaal domein wordt geen grote impact verwacht.
• Het (mogelijk) stilvallen van werk heeft impact op (het welzijn van) medewerkers (onzekerheid, druk of stress). Daarnaast hebben medewerkers te maken met diverse stakeholders in de stad, die ook geconfronteerd worden met de aansluitstop. Het is belangrijk dat tijdig en zorgvuldig geanticipeerd wordt op deze interne en externe impact.
• Voor projecten die doorgaan is meer capaciteit nodig van o.a. juristen, planeconomen, adviseurs, ontwerpers: o Maatwerk, heronderhandeling van plannen en contracten, aanvullende tenderprocedures, het actualiseren van financiële ramingen en het herontwerpen van stedenbouwkundige plannen binnen hun omgeving. o Ontwikkeling van creatieve oplossingen in energieverbruik en aanpassing van beleidskaders. o Intensivering lobby en samenwerking met overheden.
18
Impact op de organisatie
Een aansluitstop heeft vooral negatieve financiële effecten
Aanschaf / meebetalen aan congestieverzachters / generatoren
•
Stijging rentekosten lopende grondexploitaties
•
Stijging exploitatie en onderhoudskosten (bijv: hogere energierekening bij niet verduurzaamde gebouwen)
•
Hogere kosten brandstof voor het wagenpark
•
Kans op terugbetaling ontvangen gelden van het Rijk t.b.v. woningbouw
•
Mogelijk hogere personeelskosten; gespecialiseerd personeel / beheersing uitloop.
•
Kosten n.a.v. nieuwe kabeltracés, vinden locaties, inrichten openbare ruimte
•
Gemeentelijk beleid: inkomsten OZB blijven gelijk
Inkomsten
•
Positieve impact op de gemeentelijke financiën •
Mogelijke forse rijksbijdrage aan het oplossen van netcongestie
•
Mogelijke hogere rijkssubsidies voor netbewust bouwen
• Minder inkomsten van bijdrage ontwikkelaars
•
Lagere uitgaven aan diensten
• Minder leges inkomsten
•
Lagere personeelskosten indien minder projecten worden voorbereid
• Minder subsidie van het Rijk voor gerealiseerde woningen • Veel lagere groei van inkomsten uit het gemeentefonds (als woninggroei lager zou worden dan gemiddeld in NL dan dalen de inkomsten uit het gemeentefonds).
Uitgaven
Inkomsten
Uitgaven
Negatieve impact op de gemeentelijke financiën
19
Impact op de stad Een analyse van de impact op inwoners en beroepsgroepen
20
Impact op bewoners & huishoudens (excl. impact zoals benoemd bij Sociaal Domein)
Zowel individuele als brede maatschappelijke effecten • Een merkbaar gevolg bij nieuwe aansluitingen is dat omvormers van zonnepanelen op zonnige dagen automatisch uitschakelen wanneer het elektriciteitsnet geen teruglevering aankan. Zonne-energie kan dan niet worden gebruikt of teruggeleverd. • Er ontstaan langere wachttijden voor nieuwe aansluitingen; voor nieuwbouwwoningen of grote renovatieprojecten kan een definitieve stroomaansluiting lang duren (Zie hoofdstuk Gebiedsontwikkeling). • Belemmeringen bij het verduurzamen en verbouwen van woningen. Overstap op meer elektrische toepassingen (vb. warmtepompen, inductiekookplaten, privélaadpalen) vergen soms een zwaardere aansluiting. Dit kan leiden tot vertraging van verbouwing en verduurzaming van woningen. Huizen die dateren van na 2010 beschikken doorgaans al over een zwaardere aansluiting. • Elektrische auto’s laden niet overal even snel. In bepaalde Utrechtse wijken worden publieke laadpalen tussen 16.00 en 21.00 uur bewust minder krachtig aangestuurd om overbelasting te voorkomen. • Om het elektriciteitsnet te verzwaren moet er op veel plekken worden gegraven voor nieuwe kabels en transformatorhuisjes. Dit leidt in woonwijken tot tijdelijke overlast. .
21
Impact op relatie met projectontwikkelaars
Ontwikkelaars maken eigen keuzes of zetten bouw stop • De gemeente is niet verantwoordelijk voor de verlening van een aansluiting, maar afhankelijk van deze partijen om ontwikkelingen en ambities tot stand te brengen. Stilvallen van deze ontwikkelingen raakt de stad op verschillende manieren zoals in vorige hoofdstukken beschreven. • Een aansluitstop kan als een groot risico ervaren worden voor de investeringen van ontwikkelende partijen. Kosten maken zonder zicht op een aansluiting kan ertoe leiden dat er geen investeringsbeslissingen worden genomen. Dat heeft effect op de uitgifte van grond door de gemeente, maar heeft ook een effect op de plankosten bij private initiatieven. • De herontwikkelingsplannen van projectontwikkelaars in de binnenstad kan veranderen. Vanwege een aansluitstop kan gekozen worden om niet woningen te bouwen (met meerdere aansluitingen) maar een andere bestemming.
Handelingsperspectief • Helderheid in handelingsperspectief voor projectontwikkelaars is nodig. Wat kan wel en wat kan niet. • De gemeente vervult vooral een faciliterende/ ondersteunende rol naar partijen om comfort te bieden bij de mogelijkheden om projecten wel aangesloten te krijgen in tijden van netcongestie. Op 17 en 24 maart zijn er informatiebijeenkomsten voor projectontwikkelaars.
22
Impact op beroepsgroepen
Directe effecten op meerdere beroepsgroepen
Voor beroepsgroepen die afhankelijk zijn van uitbreiding, elektrificatie of groei van energie-intensieve activiteiten heeft een aansluitstop directe gevolgen, zowel praktisch als economisch. Bouwsector en vastgoedontwikkeling Voor aannemers, uitvoerders, projectleiders en installateurs betekent een aansluitstop in sommige gevallen stilstand op de bouwplaats, langere projectlooptijden en hogere kosten. Ook de werkvoorraad van bouwvakkers wordt minder voorspelbaar, omdat projecten vanaf 2027 kunnen stilvallen. Installateurs en energie technische beroepen Installateurs van zonnepanelen, warmtepompen en laadpalen ervaren forse beperkingen wanneer een wijk of bedrijventerrein onder een aansluitstop valt. Dit leidt tot omzetverlies en langere wachtrijen voor klanten.
Agrarische beroepen Een aansluitstop beperkt de mogelijkheid om kassen te moderniseren of uit te breiden. Agrariërs kunnen hierdoor minder efficiënt produceren, moeilijker verduurzamen en lopen financiële risico’s omdat omschakeling naar elektrische systemen niet mogelijk is. Kleine ondernemers en ambachtelijke beroepen Ambachtelijke ateliers, kapperszaken, bakkerijen, nagelstudio’s en andere kleine ondernemers merken dat hun uitbreidingsplannen moeten worden uitgesteld. Een extra oven, een warmtepomp, een nieuwe airco of meer werkplekken die extra stroom vereisen, kunnen zonder aansluitverzwaring niet altijd worden gerealiseerd. Dit raakt vooral zelfstandigen die afhankelijk zijn van schaalvergroting om hun inkomen te verbeteren.
Horeca, supermarkten en retail Een aansluitstop kan hotels, cafés, restaurants en winkels bemoeilijken om elektrisch te gaan koken, efficiënter te koelen of uit te breiden met elektrische apparatuur. Dit vertraagt modernisering. Ditzelfde geldt voor renovatie, uitbreiding of verduurzaming van koelinstallaties van supermarkten en kleinere voedselverwerkende bedrijven. Logistieke beroepen De logistieke sector wil versneld overstappen op elektrische voertuigen. Een aansluitstop maakt het onmogelijk om voldoende laadpunten te installeren of om bestaande laadinfrastructuur te verzwaren. Chauffeurs, logistieke planners en fleetmanagers ervaren daardoor directe hinder: routes moeten anders worden gepland, elektrische voertuigen kunnen niet worden opgeschaald en bedrijven blijven afhankelijk van fossiele brandstoffen. 23
Risicoanalyse
24
Risicoanalyse
Een aansluitstop geeft maatschappelijke, financiële en organisatorische risico’s Organisatie De belangrijkste onzekerheid zit in de verwachting dat generatoren en specifiek congestieverzachters (op grotere schaal) mogelijk zijn als oplossing om (een deel van) de (woning)bouw en verduurzaming te continueren. Dit is (nog) geen bewezen oplossing o.a. vanwege stikstof.
• Kennis afhankelijkheid. In Nederland zijn maar een beperkt aantal specialisten en is er (veel) kennis bij het Rijk en Netbeheerders. Utrecht heeft geïnvesteerd in een goede basis van kennis en expertise. Het inrichten van processen om kennis te delen, zowel intern als extern, doet deze afhankelijkheid afnemen. • Door de aansluitstop ontstaat schaarste en een toenemende druk op de organisatie veroorzaakt, is het nodig heldere keuzes te maken. Een helder afwegingskader kan voorkomen dat er een permanente “spoed/crisis” sfeer ontstaat. • Kans dat er doorgewerkt aan projecten die nu niet gerealiseerd worden. Hierdoor worden extra kosten gemaakt en is inzet niet efficiënt.
Maatschappelijk • Kans op een domino-effect waarbij woningbouw/gebiedsontwikkelingen met een stroomaansluiting toch geen vergunning kunnen krijgen omdat er geen voorzieningen (zoals parkeren of aanpassing van een rioolgemaal) gerealiseerd kunnen worden. Er is daarmee inzicht nodig in de benodigde voorzieningen in relatie tot woningbouw. • Externe partners kunnen geen of beperkt invulling geven aan gemeentelijke ambities omdat ze gemaakte afspraken niet kunnen nakomen (bijv. de opvang van vluchtelingen is niet mogelijk op een beoogde locatie als daar een zwaardere elektriciteitsaansluiting nodig is). Heldere afspraken met partners zijn in dat geval van belang. • Gebruik van (tijdelijke) generatoren is een beoogde oplossing. Deze worden de komende jaren echter schaars en leiden mogelijk tot maatschappelijke onrust i.v.m. het geluid en/of uitstoot. Ook kan er druk uitgeoefend worden op de netbeheerder en vergunningverlening. Heldere criteria en transparantie kunnen dit (deels) voorkomen.
Financiën • Er is een kans dat de beoogde en afgesproken woningbouw niet tijdig wordt gerealiseerd, waardoor het Rijk komt met terugvorderingsverzoeken van subsidies en/of gelden t.b.v. woningbouw niet uitkeert. De verwachting is dat met het Rijk afspraken gemaakt kan worden. • Kans dat een deel van het gemeentelijk vastgoed niet kan verduurzamen omdat er geen zwaardere aansluiting verleend wordt. Dit kan leiden tot extra kosten doordat verduurzaming pas later afgerond kan worden of tot hogere exploitatie- en/of onderhoudskosten. • Mocht de aansluitstop leiden tot het niet uitvoeren van projecten dan is het waarschijnlijk dat de overhead / organisatiekosten langer doorlopen en geen gelijke tred houden met een vermindering van personeel. Overig • De gemeente werkt samen met provincie, netbeheerders en het Rijk. Middels een lobby wordt gewerkt aan het mogelijk maken van oplossingen die Utrecht helpen bij deze opgave. Er is echter een kans dat ondanks deze samenwerking en lobby oplossingen niet gerealiseerd kunnen worden i.v.m. wetgeving, afspraken die niet aangepast kunnen worden en/of politieke keuzes. 25
Conclusie en aanbevelingen voor vervolg
26
Conclusies Overall kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Intensieve samenwerking tussen en Rijk, regio en netbeheerders is doorslaggevend. Grote investeringen in netbewust bouwen en verzachters zijn noodzakelijk, waarvoor financiële steun van het Rijk vereist is. • Het speelveld sterk in beweging. De impact van de aansluitstop is onzeker en hangt af van verschillende factoren zoals congestieverzachters, maatregelpakketten en vrijgavecapaciteit. Daardoor lopen de mogelijke gevolgen uiteen per thema en organisatieonderdeel. • De maatschappelijke gevolgen raken vooral jongeren en kwetsbare groepen en kan leiden tot toenemende polarisatie, competitie om schaarse middelen, verminderde sociale cohesie, meer (verborgen) dakloosheid en meer overlast. • Bij gebrek aan nieuwe woonlocaties stagneert de uitstroom uit maatschappelijke opvang en andere zorgketens. Het effect op m.n. kwetsbaren is dat zorgkosten toenemen en dat de druk op voorzieningen toeneemt. • Het doorbelasten van de extra kosten om de woningen te realiseren leidt tot een lager aandeel betaalbare woningen. De ongelijkheid op de woningmarkt neemt toe. • Forse impact op de energietransitie. Netcongestie dreigt de energietransitie in Utrecht jaren te vertragen, waardoor tijdelijk meer fossiele systemen nodig zijn. Dit verhoogt de CO₂-uitstoot en vraagt om een versnelling naar een netbewuste stad.
• Een aansluitstop in 2026 zorgt voor uitstel of afstel van circa 20% van de woningbouw in 2027–2030. Dit percentage wordt hoger als minder congestieverzachters inzetbaar blijken. • 148 maatschappelijke vastgoedprojecten zijn technisch uitvoerbaar, maar alleen met hogere kosten en bijstelling van ambities. Extra maatregelen zoals accu’s en generatoren verhogen de projectkosten met circa 3%. • De elektrificatie van 20% vuilniswagens komt in de knel, evenals nieuwbouw op de Tractieweg en vernieuwing van gemalen. Hierdoor blijven dieselvoertuigen langer rijden en lopen essentiële projecten vertraging op.
• Een harde aansluitstop betekent dat er geen nieuwe laadpalen meer geplaatst kunnen worden. Dit brengt de uitrol van laadinfra direct tot stilstand. • De impact op VTH, in het speciaal van vergunningen, heeft betrekking op de inkomsten uit aanvragen omgevingsvergunning. Indien grote ontwikkelingen stilvallen, kan dat impact hebben op de jaarlijkse 20 miljoen aan inkomsten die hiermee gemoeid zijn. • De jaarlijkse economische schade voor Utrecht bedraagt €75-225 miljoen, door vertraagde investeringen, productieverlies en hogere kosten. Ook elektrificatie, digitalisering en groei van energie-intensieve sectoren vertragen. • Nieuwe en vernieuwde culturele voorzieningen en werkruimten zullen niet of later gerealiseerd worden waardoor verschraling van het culturele aanbod volgt.
27
Aanbevelingen voor vervolg Algemeen
Organisatie
• Omdat de impact die in dit rapport beschreven wordt een momentopname is, is het van belang om de ontwikkeling van netcongestie en het effect daarvan op de stad periodiek te monitoren in plaats van losse impactanalyses uit te voeren waardoor tijdig om nieuwe ontwikkelingen gereageerd kan worden. Qua ritme/timing kan hierbij aangesloten worden bij de bestaande begrotingscyclus (i.e. MPR) en peilstok systematiek.
• Afdelingen konden voor deze impactanalyse nog onvoldoende inschatten welke precieze consequenties dit voor de medewerkers en FTE’s zal hebben i.v.m. het grillige verloop van netcongestie. Voor een beter zicht op de personele impact binnen de gemeentelijke organisatie is vervolgonderzoek nodig. De vraag is wanneer dit te doen vanwege de grillige ontwikkelingen.
• Ontwikkelen van een afwegingsmethodiek, bijvoorbeeld middels een afwegingskader, afwegingstafel met voldoende mandaat, om eenduidige en effectieve besluitvorming op specifieke gebieden met impact op opgaven te ondersteunen. Als helpend instrument om concurrerende gemeentelijke ambities bij elkaar te brengen.
• De verschillende afdelingen (meegenomen in deze impactanalyse) versterken door de impact van netcongestie continu mee te nemen als variabele in hun werkzaamheden en besluitvorming. Eventuele gevolgen en impact van netcongestie worden zo sneller zichtbaar.
Lobby • Inzet op lobby. De gemeente Utrecht is voor cruciale maatregelen tegen netcongestie sterk afhankelijk van het Rijk en netbeheerders, en wil als eerste regio nieuwe oplossingen kunnen toepassen en testen. Tegelijk ontwikkelt Utrecht zelf maatregelen met partners en richt de gemeente de verdeling van schaarse netcapaciteit zo in dat vrijgekomen ruimte maximaal maatschappelijk wordt benut. Congestieverzachter • Op dit moment is de inzet van congestieverzachters de meest geschikte maatregel om de grootste impact van de aansluitstop op te vangen. Er is vervolgonderzoek gestart om een verbeterde analyse te krijgen in welke mate de impact op opgaven hierdoor te verkleinen is. Hierbij moet in kaart gebracht worden waar congestieverzachters technisch mogelijk zijn, wanneer en onder welke voorwaarden vergunbaar.
28