CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

RV12d MET WIJZIGINGEN BIJHOUDEN circulair Bedrijvenpark Strijkviertel_Bijlagen toelichting

Gemeenteraad 2 oktober 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan circulair Bedrijvenpark Strijkviertel en Bebouwde Kom-besluit, parkeerzonebesluit en Beeldkwaliteitsplan22.342 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1 Zie o.a. de uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:1054 waarin de Raad van State dit bevestigt. 2 Gemeente Utrecht, Beoordeling stikstofdepositie Strijkviertel, d.d. 23 april 2025.

Er is daarnaast een passende beoordeling opgesteld voor het bestemmingsplan naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State d.d. 18 december 2024 (zie voor toelichting paragraaf 1.2). In de passende beoordeling is een onderbouwing toegevoegd ten aanzien van additionaliteit. 2.2 Soortenbescherming Het onderzoek naar soortenbescherming is geactualiseerd 3. Er is een nieuw veldbezoek uitgevoerd. Ook is getoetst aan het meest recente vleermuisprotocol (2021). Tot slot is een ecologische beoordeling toegevoegd voor de soorten die sinds 1 september 2024 niet meer op de vrijstellingslijst van de provincie staan en daarmee wettelijk zijn beschermd. 2.3 Verkeer In december 2024 is voor de gemeente Utrecht een nieuw verkeersmodel vastgesteld (VRU 3.5). Voor het bestemmingsplan is een nieuwe modelberekening uitgevoerd om te toetsten of een nieuw verkeersmodel leidt tot andere conclusies. Daarnaast is de toelichting in het verkeersrapport aangevuld ten opzichte van de versie van het verkeersrapport bij het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. 2.4 Slagschaduw Op 6 juni 2024 heeft de gemeenteraad van Utrecht het Chw bestemmingsplan Windpark Rijnenburg en Reijerscop vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van vier windturbines in de polder Rijnenburg mogelijk.

Het bestemmingsplan Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel ligt binnen de 0-uur slagschaduwcontour van het windpark. Om deze reden is aanvullend onderzoek 4 gedaan naar de effecten van slagschaduw op het bedrijvenpark.

3 Tauw, Actualisatie Ecologisch onderzoek Polder Strijkviertel, d.d. 5 april 2024. 4 Bosch en Van Rijn, Slagschaduw van windturbines op Bedrijvenpark Strijkviertel, d.d. 15 mei 2024.

3.

Beoordeling van milieueffecten

2.1 Saldering en stikstofdepositie De verkeerstoenames in en rond het gebied Strijkviertel leiden in de gebruiksfase tot een toename van depositie van 0,05 mol/ha/jr in 2025 en 2035. De verkennende berekening voor de bouwfase op basis van algemene kentallen leidt tot een toename 0,00 mol N/ha/jr. Als gevolg van de ontwikkelingen wordt grasland aan het gebruik onttrokken. Na interne saldering met de uit gebruik genomen weilanden blijft er geen toename van de depositie over. Voor de permanente gebruiksfase wordt na toepassing van de interne saldering geen stikstofdepositie bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar berekend. Er is daarom een passende beoordeling opgesteld om de effecten nader te onderzoeken 5. De passende beoordeling bevat een toets aan het additionaliteitsvereiste. Dit houdt in dat vóórdat toestemming kan worden gegeven voor een nieuwe activiteit die stikstofdepositie op Natura 2000gebieden veroorzaakt, eerst moet worden onderbouwd dat er voldoende natuurmaatregelen zijn (of op korte termijn worden) getroffen om de natuurdoelen in die Natura 2000-gebieden te halen. Op basis van deze passende beoordeling kan de zekerheid worden verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet zal aantasten.

In de toets van het additionaliteitsvereiste is beschreven dat er landelijke en provinciale plannen zijn met maatregelen die een reductie aan stikstofdepositie en natuurherstel realiseren in de beïnvloede Natura 2000-gebieden. Voor bronmaatregelen ten behoeve van stikstofreductie zijn zeer lokale bronnen (binnen 1 km) of regionale bronnen (binnen bijvoorbeeld 3 km) het meest doelmatig. De bronmaatregel voor Strijkviertel ligt op veel grotere afstand. De agrarische activiteit in het plangebied betreft een het salderingsmaatregel die (gelet op de aard) weliswaar geschikt is om in te zetten als mitigerende maatregel. Maar, gelet op de locatie van de salderingsmaatregel, de kosten in relatie tot de zeer geringe stikstofwinst is evenwel duidelijk dat deze agrarische activiteit nimmer als instandhoudings- of passende maatregel zou worden beëindigd. Bovendien is – gelet op de zeer geringe effecten – de maatregel niet nodig om de blijvende en noodzakelijke daling van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden te realiseren, ook gelet op de andere maatregelen die reeds in uitvoering zijn. Het additionaliteitsvereiste staat dan ook in dit geval niet in de weg aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen op het aspect stikstofdepositie zijn uitgesloten.

2.2 Soortenbescherming De situatie in het plangebied is veranderd ten opzichte van de referentiesituatie door de plaatsing van voorbelasting en de aanleg van een hockeyterrein. De rest van het plangebied is hetzelfde gebleven. De resultaten van het uitgevoerde ecologisch onderzoek (TAUW, 2021) zijn representatief voor de huidige situatie voor de volgende soorten en soortgroepen: flora, vleermuizen, vissen, amfibieën en platte schijfhoren. De toets aan het aangepaste vleermuisprotocol heeft niet geleid tot andere conclusies. Daarbij kunnen de conclusies van het ecologisch onderzoek ook onder de Ow gehandhaafd worden. De ontheffing die verleend is voor grote modderkruiper blijft gelden tot en met 31 december 2028. Voor kleine marterachtigen is het uitgevoerde onderzoek conform de nieuwe richtlijnen en is er geen vervolgonderzoek of een omgevingsvergunning nodig. 5 Antea Group, Passende beoordeling bestemmingsplan Strijkviertel, d.d. 21 mei 2025.

Ook de aanbevelingen ten aanzien van mitigerende maatregelen voor broedvogels blijven gelijk. Met deze maatregelen kunnen negatieve effecten op broedvogels worden voorkomen: • In de periode februari tot en met juli geen verstorende werkzaamheden binnen 100 meter van het opgaand groen rondom het plangebied. Indien er werkzaamheden zijn voorzien binnen deze invloedssfeer en in de kwetsbare periode (feb-juli) dan is nadere toetsing aan effecten en onderzoek nodig voor ransuil • Een (periodieke) controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk De beoogde ontwikkeling leidt tot het vernietigen van verblijfplaatsen van haas (overtreding artikel 11.54 lid 1 Bal). Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is per 1 september 2024 noodzakelijk voor haas. Voor de ontwikkeling van circulair bedrijvenpark Strijkviertel en de nabijgelegen woningbouwlocaties Groenewoud en Papendorp is een aanvraag omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit ingediend bij de provincie. Hiervoor is een activiteitenplan6 en monitoringsplan7 opgesteld. Om een vergunning te verkrijgen dienen een aantal mitigerende en compenseren maatregelen getroffen te worden. Compensatie binnen het project is beperkt mogelijk, vanwege het beperkte niet bebouwd terrein dat na de uitvoering resteert binnen het plangebied.

De interne compensatie is er op gericht om het huidig leefgebied zo lang als redelijkerwijs mogelijk is geschikt te maken voor hazen, zodat er voldoende tijd over blijft om buiten het plangebied compensatie uit te voeren. Hiervoor worden de volgende maatregelen genomen: •

•

•

•

Het toevoegen van ruigtestroken die maximaal 1x per jaar worden gemaaid en (deels) ook in de wintermaanden beschikbaar zijn voor hazen. Ruigtestroken hebben net zoals graslanden als doel om te voorzien in schuilmogelijkheden voor haas. Het jaarlijks maaien zorgt er ook voor dat de vegetatie niet te dicht wordt voor haas. Het maaien dient buiten januari tot en met oktober plaats te vinden, omdat dan veelal jonge hazen geboren worden Het reduceren van sterfte door het plaatsen van rasters (langs de A12/A2) of andere verkeersmaatregelen (in het plangebied). Als de maximumsnelheid op de N198 omlaag wordt gebracht, kan een deel van de hazen op het terrein met grasland en bos tussen de N198 en de A12/A2 terecht. Deze strook dient ook als corridor naar de polder Rijnenburg te kunnen maken. Om aanwezigheid van (jonge) hazen tijdens werkzaamheden te voorkomen zijn maatregelen nodig. Alle maatregelen om het leefgebied ongeschikt te maken worden onder ecologische begeleiding uitgevoerd. Het monitoren van de populaties haas in Strijkviertel, Papendorp en Groenewoud is noodzakelijk om het voortbestaan van de aanwezige populaties te beoordelen. Indien uit de monitoring blijkt dat de aanwezige populaties drastisch afnemen kan in een worst-case situatie overwogen worden dieren actief te gaan vangen en te verplaatsen naar een (nader te bepalen) extern compensatiegebied.

Het is noodzakelijk om compensatiemaatregelen te treffen buiten het projectgebied. Het nemen van (externe) maatregelen dient in beginsel te gebeuren zodra er ontwikkelingen gaan plaatsvinden in de plangebieden. Die maken immers dat het leefgebied van haas in het plangebied afneemt. In de eerste 6 Activiteitenplan Haas voor Strijkviertel, Papendorp en Groenewoud te Utrecht 7 Monitoringsplan Haas voor Strijkviertel, Papendorp en Groenewoud te Utrecht

fases ondervangen de maatregelen die binnen het plangebied genomen worden voor het verlies aan leefgebied. Daar zit echter een limiet aan. Uiteindelijk zal een groot gedeelte van het leefgebied van haas verloren gaan in Strijkviertel (en Papendorp en Groenewoud). Om deze reden wordt uiterlijk in juli 2028 een aanvullend plan ingediend bij het bevoegd gezag, waarin de externe compensatie beschreven staat. Externe compensatie bestaat in hoofdlijnen uit het geschikter maken van agrarische percelen door een aantal aanpassingen in de bedrijfsvoering. Daarbij moet men denken aan onder andere aan aanpassingen van maaibeheer, grondbewerking en aangepast beheer van kruidenstroken. Externe compensatie is niet mogelijk binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Utrecht, daarvoor is het areaal agrarisch gebied te beperkt in de gemeente Utrecht. Om deze reden is voorgesteld dat de provincie in samenspraak met agrariërs en agrarische natuurcollectieven een compensatiefonds opricht en specifieke beheerpakketten opstelt voor haas. Initiatiefnemers storten dan een financiële bijdrage in dit fonds waarmee de externe compensatie van aantasting van populaties van haas kan worden uitgevoerd.

Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen op het aspect soortenbescherming zijn uitgesloten 2.4 Verkeer Op basis van de doorrekening met verkeersmodel VRU 3.5 veranderen de conclusies van het verkeersonderzoek niet. Ook met het model VRU 3.5 ontstaat er in de autonome situatie al congestie op de afslag de Meern en kruispunten Letschertweg. Strijkviertel draagt hier maar zeer beperkt aan bij. Alleen op het kruispunt Marinus van Tyrusviaduct – Stadsbaan is er een indicatie dat het kruispunt mogelijk vast loopt als gevolg van de ontwikkeling van Strijkviertel. Dit blijkt ook uit de kruispuntberekening met de gegevens uit het VRU 3.5. Om te voorkomen dat er in de toekomst onaanvaardbare situaties ontstaan wordt de hoeveelheid verkeer gemonitord. Indien nodig worden maatregelen genomen. Mogelijke maatregelen achter de hand zijn: • Aanpassing van de verkeersregelinstallatie, bijvoorbeeld door toeritdosering of minder ruimte geven voetgangers • Eventueel fysieke aanpassingen aan het kruispunt door een ongelijkvloerse fiets- en voetgangersverbinding aan te leggen. Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen op het aspect verkeer zijn uitgesloten. 2.3 Slagschaduw Op 6 juni 2024 heeft de gemeenteraad van Utrecht het Chw bestemmingsplan Windpark Rijnenburg en Reijerscop vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van vier windturbines in de polder Rijnenburg mogelijk.

Het bestemmingsplan Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel ligt binnen de 0-uur slagschaduwcontour van het windpark. Om deze reden is aanvullend onderzoek gedaan naar de effecten van slagschaduw op het bedrijvenpark. Onderstaande figuur laat twee contouren zien: buiten de groene contour vindt gedurende het jaar 0 uur slagschaduw plaats. De rode lijn laat zien welk gebied er 5 uur en 40 minuten slagschaduw6 per jaar of meer plaatsvindt zonder dat er mitigerende maatregelen worden genomen. 5 uur en 50 minuten per jaar is de maximale norm slagschaduw per jaar op gevoelige objecten. Kantoren worden ook beschouwd als gevoelige objecten. Bestemmingsplan circulair bedrijvenpark Strijkviertel maakt

geen zelfstandige kantoren mogelijk, maar wel ondergeschikte kantoorruimte bij de bedrijfsbestemming.

Slagschaduw kan gemitigeerd worden door een stilstandsvoorziening in te bouwen. In het onderzoek is berekend hoeveel stilstand er nodig is om aan de normen te voldoen en welk opbrengstverlies voor elektriciteit dit tot gevolg heeft. Hieruit blijkt dat de benodigde stilstand om aan de slagschaduwnorm te voldoen slechts 1:38 uur per jaar is en leidt tot een opbrengstverlies van 0,005%. Dit is een zeer beperkt effect. Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen op het aspect slagschaduw zijn uitgesloten

3. Conclusie De aanvullende milieu-informatie leidt niet tot andere conclusies dan in de mer-beoordeling d.d. 8 november 2023. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen aanleiding het merbeoordelingsbesluit te heroverwegen. Met deze oplegger en het raadplegen van de wettelijk adviseurs voldoet de mer-beoordeling ook aan de eisen voor een plan-mer-beoordeling en is getoetst aan bijlage II van de smb-richtlijn. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Voor soortenbescherming worden aanvullend de volgende maatregelen voorgesteld: • Het toevoegen van ruigtestroken die maximaal 1x per jaar worden gemaaid en (deels) ook in de wintermaanden beschikbaar zijn voor hazen. Ruigtestroken hebben net zoals graslanden als doel om te voorzien in schuilmogelijkheden voor haas. Het jaarlijks maaien zorgt er ook voor dat de vegetatie niet te dicht wordt voor haas. Het maaien dient buiten januari tot en met oktober plaats te vinden, omdat dan veelal hazen geboren worden. • Het reduceren van sterfte door het plaatsen van rasters (langs de A12/A2) of andere verkeersmaatregelen (in het plangebied). Als de maximumsnelheid op de N198 omlaag wordt gebracht, kan een deel van de hazen op het terrein met grasland en bos tussen de N198 en de A12/A2 terecht. Deze strook dient ook als corridor naar de polder Rijnenburg te kunnen maken.

• Om aanwezigheid van (jonge) hazen tijdens werkzaamheden te voorkomen zijn maatregelen nodig. Alle maatregelen om het leefgebied ongeschikt te maken worden onder ecologische begeleiding uitgevoerd. • Het monitoren van de populaties haas in Strijkviertel, Papendorp en Groenewoud is noodzakelijk om het voortbestaan van de aanwezige populaties te beoordelen. Indien uit de monitoring blijkt dat de aanwezige populaties drastisch afnemen kan in een worst-case situatie overwogen worden dieren actief te gaan vangen en te verplaatsen naar een (nader te bepalen) extern compensatiegebied. • Externe compensatie door het geschikter maken van agrarische percelen door een aantal aanpassingen in de bedrijfsvoering. Daarbij moet men denken aan onder andere aan aanpassingen van maaibeheer, grondbewerking en aangepast beheer van kruidenstroken. Een plan voor externe compensatie wordt uiterlijk in juni 2028 ingediend bij het bevoegd gezag. Maatregelen ten aanzien van soortenbescherming worden geborgd via de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit.

M.e.r.-beoordeling Utrecht Bedrijvenpark Strijkviertel 8 november 2023

Kenmerk

R001-1293577MVP-V01-agv-NL

Verantwoording Titel

M.e.r.-beoordeling Utrecht Bedrijvenpark Strijkviertel

Opdrachtgever

Gemeente Utrecht, Ontwikkelorganisatie Ruimte

Projectleider Auteur(s) Tweede lezer Projectnummer

1293577

Aantal pagina’s

28 eclusief bijlagen

Datum

8 november 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/28

Kenmerk

R001-1293577MVP-V01-agv-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 4

1.2

Ligging plangebied ............................................................................................................. 4

1.3

Bestemmingsplan ............................................................................................................... 5

2

Waarom een m.e.r.-beoordeling? .............................................................................................. 6

3

Toetsing Bedrijvenpark Strijkviertel ........................................................................................... 7 3.1

Kenmerken van het project ................................................................................................ 7

3.1.1

Omvang van het project .............................................................................................. 7

3.1.2

Cumulatie met andere projecten ................................................................................. 8

3.1.3

Gebruik natuurlijke hulpbronnen ................................................................................. 8

3.1.4

Productie afvalstoffen.................................................................................................. 8

3.1.5

Verontreiniging en hinder ............................................................................................ 8

3.1.6

Risico voor ongevallen ................................................................................................ 8

3.2

Plaats van het project ......................................................................................................... 9

3.2.1 3.3

Bestaande grondgebruik ............................................................................................. 9

Kenmerken van potentiële effecten .................................................................................... 9

3.3.1

Geluid .......................................................................................................................... 9

3.3.2

Luchtkwaliteit............................................................................................................. 12

3.3.3

Energie ...................................................................................................................... 14

3.3.4

Klimaatadaptatie en water......................................................................................... 14

3.3.5

Bodem ....................................................................................................................... 17

3.3.6

Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................... 18

3.3.7

Landschap................................................................................................................. 18

3.3.8

Natuur en ecologie .................................................................................................... 21

3.3.9

Externe veiligheid ...................................................................................................... 23

3.3.10

Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................... 24

3.3.11

Verkeer en parkeren ................................................................................................. 24

3.4

Bijlage 1

Conclusie ......................................................................................................................... 28

Kavelnummers

3/28

Kenmerk

R001-1293577MVP-V01-agv-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De gemeente Utrecht werkt aan de ontwikkeling van het circulair bedrijvenpark Strijkviertel. Momenteel bestaat het plangebied uit weilanden gelegen tussen de A2, de A12 de Strijkviertelplas en bestaande sportaccommodaties. Het is de ambitie van de gemeente om Bedrijvenpark Strijkviertel te herontwikkelen tot een circulair bedrijventerrein. Hiertoe is in de zomer van 2021 door de gemeenteraad een Stedenbouwkundig Plan vastgesteld. De uitgangspunten voor deze ontwikkeling zijn prettig verblijven, efficiënt ruimtegebruik en circulair bouwen van gebouwen en openbare ruimte. Door meerdere functies samen te brengen, is het bedrijventerrein in de toekomst ook buiten werktijd een levendig onderdeel van de stad. Het bedrijvenpark wordt in de toekomst dan ook een plek waar de bestemmingen werken, sporten, groen en recreatie samenkomen. Het terrein krijgt een stedelijke uitstraling maar met veel groen en water. Vanaf 2023 zal geleidelijk zo’n 20 hectare aan bedrijfskavels worden uitgegeven, waarvan 18,3 hectares door de gemeente worden uitgegeven. Voor dit gebied wordt het bestemmingsplan ‘Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel’ voorbereid. De overige 1,7 ha is beschikbaar voor particuliere uitgifte. Deze kavels maken geen onderdeel uit van het bestemmingsplan.

Er is plek voor duurzame bouw- en energiebedrijven, maakbedrijven, kleinschalige stadsdistributie, innovatieve startups, creatieve bedrijvigheid, laboratoria en High Tech. De focus ligt op kleine bedrijven in de maakindustrie met een focus op het MKB. Verder komt er kleinschalige leisure zoals fitness, restaurants, cafés en evenementen. Alle bedrijven hebben een milieucategorie van maximaal 3.11. Bij Sportpark Rijnvliet zullen twee sportvelden worden toegevoegd. Andere belangrijke thema’s zijn het verzorgen van duurzame energievoorziening en duurzame mobiliteit, groen, klimaatadaptatie, ecologie en de verbinding tussen leren (het Middelbaar Beroeps Onderwijs) en werken.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in de wijk Leidsche Rijn aan de westzijde van Utrecht (stad) en gelegen in de noordwestelijke hoek tussen de A2/A12.Ten noorden van het plangebied ligt een waterpartij, sportvelden en de buurt Rijnvliet. Oostelijk van het bedrijvengebied ligt belangrijke infrastructuur zoals de Stadsbaan Leidsche Rijn en de A2. Langs de zuidkant van het plangebied liggen de wegen Oudenrijnsepad, N198 en de A12. Aan de westkant van het plangebied ligt de Strijkviertelplas waaraan het bedrijventerrein Oudenrijn grenst, dat is gelegen in de Wijk Vleuten de Meern (figuur 1.1).

1

De milieucategorieën en bijbehorende richtafstanden zijn vastgelegd in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (VNG). 4/28

Kenmerk

1.3

R001-1293577MVP-V01-agv-NL

Bestemmingsplan

Op 28 oktober 1999 heeft de gemeenteraad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan Leidsche Rijn vastgesteld. Op 31 oktober 2013 (met ingang van 12 september 2014 onherroepelijk) volgde een actualisatie van het plan genaamd: ‘Actualisering diverse gebieden, Leidsche Rijn e.o.’. Onder dit bestemmingsplan Actualisering diverse gebieden, Leidsche Rijn e.o. van 2014 geldt voor het bedrijvenpark Strijkviertel een Enkelbestemming ‘Gemengd – Uit te werken – 1’ en een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Op 18 mei 2017 is de ‘Actualisering diverse gebieden Leidsche Rijn, e.o. 1e Herziening’ onherroepelijk vastgesteld. Laatstgenoemde herziening betreft een aanpassing van algemene bouwregels en algemene gebruiksregels.

Figuur 1.1 Ligging plangebied en omgeving (rode arcering) Bron (Gemeente Utrecht, 8 juni 2021: Stedenbouwkundig plan voor Bedrijvenpark Strijkviertel)

5/28

Kenmerk

R001-1293577MVP-V01-agv-NL

2 Waarom een m.e.r.-beoordeling? In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C‐activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D‐activiteiten). M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor de beslissing of de m.e.r.-procedure voor projecten moet worden doorlopen, niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden genomen. Het bevoegd gezag (het college van B&W van de gemeente Utrecht) moet bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, die het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk/noodzakelijk maken. De activiteiten worden mogelijk gemaakt met een bestemmingsplan. De activiteit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkelingsproject met inbegrip van parkeerterreinen. En daarnaast de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. De in dit plan opgenomen activiteiten staan vermeld in lijst D11.2 en D11.3 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Activiteit D11.2 betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

De opgenomen drempelwaarde voor D11.2 is een oppervlakte van 100 ha of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000m2 of meer. Het totaal uit te geven terrein voor bedrijfskavels in het plangebied is 20 hectare waarvan 18,3 hectare door de gemeente wordt uitgegeven. De overige bijna 1,7 hectare bestaat uit particuliere kavels. Het hele plangebied heeft een oppervlakte van 62 hectare2. In het bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om 200.000 m2 bvo te realiseren. Er wordt daarom een formele m.e.r.-beoordeling gedaan. Activiteit D11.3 betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. De benoemde drempelwaarde daarvan is 75 hectare of meer. Aangezien het totale terrein voor bedrijfskavels in het plangebied 20 hectare beslaat wordt de drempelwaarde niet overschreden. Op basis van deze formele m.e.r.-beoordeling kunnen er twee uitkomsten zijn:  Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden: er dient een m.e.r.-procedure voor projecten doorlopen te worden Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op: er wordt gemotiveerd aangegeven dat het doorlopen van een m.e.r.-procedure voor projecten niet nodig is

De toetsing is gedaan aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III EU-richtlijn 2011/92/EU. Dit betreffen: 1. 2. 3.

De kenmerken van het project De plaats van het project De kenmerken van het potentiële effect

Het nut van voorliggende notitie is dat al in een vroeg stadium beoordeeld wordt of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft en een milieueffectrapportage voor projecten nodig is. Bij het onderdeel ecologie wordt ook gekeken of sprake is van een passende beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming. 2

Zie bijlage 1 voor een overzicht van de genummerde kavelvelden en oppervlaktes. 6/28

Kenmerk

R001-1293577MVP-V01-agv-NL

3 Toetsing Bedrijvenpark Strijkviertel 3.1

Kenmerken van het project

3.1.1

Omvang van het project

Het bestemmingsplan maakt een gemengde bestemming planologisch-juridisch mogelijk. Het totale plan maakt de functies werken, wonen, groen en recreatie mogelijk. In het bestemmingsplan is Het totaal uit te geven terrein voor bedrijfskavels in het plangebied is 20 hectare waarvan 18,3 hectare door de gemeente wordt uitgegeven. De overige bijna 1,7 hectare bestaat uit particuliere kavels. Het hele plangebied heeft een oppervlakte van 62 hectare

Figuur 3.1 Plankaart bouwprojecten en stedelijke ontwikkeling Leidsche Rijn en Vleuten de Meern (gemeente Utrecht, 2019)

7/28

Kenmerk

3.1.2

R001-1293577MVP-V01-agv-NL

Cumulatie met andere projecten

In deze beoordeling is het van belang om rekening te houden dat deze ontwikkelingen relatief dichtbij plaatsvinden en de effecten cumulatief kunnen zijn. Het bedrijventerrein Strijkviertel en omgeving ligt in de wijk Vleuten-de Meern. Op onderstaande plankaart figuur 3.1 (uitsnede) is te zien welke bouwprojecten en stedelijke ontwikkelingen de komende jaren in Utrecht West zijn voorzien. Zo wordt het gebied langs het Amsterdam-Rijnkanaal tussen De Meernbrug en de Prins Clausbrug met twee nieuwe bestemmingsplannen voor Papendorp en Groenewoud herontwikkeld. In totaal worden er binnen deze plannen circa 3.500 woningen en circa 75.000 m2 kantoorruimte, voorzieningen en kleine bedrijvigheid toegevoegd aan het gebied. Tevens vinden er ontwikkelingen plaats in het gebied Rijnvliet, ten noorden van Strijkviertel. Het grootste deel van de werkzaamheden is in dit gebied echter afgerond. Aangezien de beschreven ontwikkelingen op relatief korte afstand plaatsvinden is er een mogelijkheid dat er cumulatieve effecten optreden. In het bijzonder door een sterke toename aan verkeer door de diverse ontwikkelingen in het gebied. Paragraaf 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.11 gaan nader in op (mogelijke) cumulatieve effecten. 3.1.3

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Bovendien is het een nadrukkelijk uitgangspunt om op een circulaire manier te bouwen wat betekent dat wordt gebouwd zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten. 3.1.4 Productie afvalstoffen In de bouwfase van het project is sprake van afvoer van bouwafval en in de gebruiksfase van productie en verwijdering van huishoudelijk afval. Voor de afvoer van huishoudelijk afval worden de reguliere procedures en processen gevolgd, waardoor geen sprake is van belangrijke (rest)effecten in relatie tot een m.e.r.-procedure. Bovendien is het nadrukkelijk uitgangspunt om op een circulaire manier te bouwen wat betekent dat wordt gebouwd zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten. 3.1.5 Verontreiniging en hinder Voor de aanleg van de bedrijven en voorzieningen zal tijdelijk sprake zijn van verkeers- en of geluidshinder. Deze werkzaamheden zijn echter tijdelijk van aard. Op dit moment is nog niet de bouwmethode en bouwfasering bekend. De omgang met eventuele hinder wordt daarom geregeld via de vergunningenprocedures voor de betreffende werkzaamheden. 3.1.6 Risico voor ongevallen De beoogde realisatie van woningen en voorzieningen zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving.

8/28

Kenmerk

3.2

R001-1293577MVP-V01-agv-NL

Plaats van het project

3.2.1 Bestaande grondgebruik Het plangebied bestaat grotendeels uit grasland met een tijdelijk agrarische functie. De huidige structuur in het plangebied wordt voornamelijk bepaald door de kavelrichting van de graslanden en de C.H. Letschertweg. Deze weg is gelegen aan de zuidkant van het plangebied. Ten westen van het plangebied ligt de Strijkviertelplas en aan de noordzijde van het plangebied ligt het sportpark Rijnvliet. Hier is eveneens een manege gevestigd. In het zuidelijk en oostelijk deel is een brede groenzone aanwezig tussen de Rijksweg A2 en de Letschertweg.

3.3

Kenmerken van potentiële effecten

Hierna wordt per thema ingegaan op mogelijke aanwezige waarden in het plangebied. Per thema wordt beschreven wat de aard, grootte en het ruimtelijk bereik van het effect is, hoe vaak en hoe lang de effecten optreden en welke maatregelen er mogelijk zijn om de effecten te verminderen. 3.3.1

Geluid

In mei 2022 is een onderzoek naar geluid van bedrijven en verkeer uitgevoerd voor de beoogde ontwikkeling3. Voor het onderzoek naar geluid van bedrijven is een analyse gedaan op basis van de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG. Op basis van deze handreiking geldt een richtafstand van 50 meter tussen een rustige woonwijk en een bedrijventerrein met maximaal categorie 3.1. Op de kavel van Strijkviertel 74 ligt een woning (kavel 14 in figuur 3.2). Strijkviertel 74 ligt binnen het stedenbouwkundig plan, maar buiten de grenzen van het bestemmingsplan. De dichtstbijzijnde kavel waarop in het bestemmingsplan bedrijvigheid is voorzien is kavel 9. Kavel 9 ligt op meer dan 50 meter afstand van de woning aan Strijkviertel 74. Geconcludeerd kan worden dat binnen de richtafstand van 50 meter rondom het plangebied van het bestemmingsplan er geen gevoelige functies liggen.

3

Gemeente Utrecht (mei 2022) Rapport geluid Strijkviertel [20220517OJL Versie o.1 Definitief] 9/28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bbe8bddb-e834-46bc-afe8-7fd9a17f3ef3