RV12b MET WIJZIGINGEN BIJHOUDEN Vaststellingsrapport Bedrijvenpark Strijkviertel
Tekst van het document
Voor de beantwoording van de behoeftevraag wordt verwezen naar de reactie op zienswijze 1 waarin uitgebreid wordt ingegaan op dit onderdeel. • Geen HOV in verkeersbestemming In de verkeersbestemming is realisatie van een HOV-baan niet mogelijk. Een dergelijke HOV-baan is ook niet voorzien in het plangebied, hetgeen strijdig is met de gemeentelijk koers over OVbereikbaarheid en het beoogde stedelijke netwerk van verbindingen in de stad en de wijken. Indiener verzoekt deze mogelijkheid alsnog op te nemen.
Reactie
38
Datum Rapport
definitief 20 mei 2025 Vaststellingsrapport
Zoals hiervoor al is aangegeven, ligt er in Utrecht een netwerk van HOV-banen. Ook Strijkviertel ligt bij de HOV-busbaan. Voor de 'last mile' vanaf de HOV-baan naar de werkplek is het mogelijk te wandelen of een deelfiets te gebruiken. Er komt een buslijn met drie haltes over het bedrijventerrein. Strijkviertel is zowel vanaf de HOVbaan als ook met de nieuwe busverbinding goed bereikbaar. Gebruik van het openbaar gebied door reguliere vormen van OV is overal in Utrecht binnen de verkeersbestemmingen toegestaan. • Omgevings-inclusieve benadering Uitgerekend op het onderdeel van de omgevingsinclusieve planvorming schiet het bestemmingsplan tekort, onder meer omdat de actuele ruimtelijke vraagstukken en de actuele ontwikkelingen rond TenneT, de schaalsprong HOV, geïntegreerde natuur en netcongestie onvoldoende zijn meegenomen in de planvoorbereiding.
Reactie De onderwerpen die hier worden aangehaald, zijn onder de aandacht en wel degelijk meegenomen in de planvoorbereiding. Dit blijkt ook uit de reacties op de verschillende onderdelen, zoals hiervoor behandeld. Net als bij andere ruimtelijke ontwikkelingen zal naar oplossingen moeten worden gezocht voor de netcongestie. De gemeente werkt hiervoor aan een aanpak samen met de netbeheerder. • Natuur, soortenbescherming Ter onderbouwing van de beoogde ontwikkeling is een gedateerde quickscan uit 2016 opgenomen bij het bestemmingsplan, met al even gedateerde actualisaties in 2019 en 2021. Het onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2017, terwijl er een versie uit 2021 bestaat. Een aanvullend (extra) veldonderzoek dat is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2021 ontbreekt. Een deugdelijk en actueel onderzoek is vereist.
Reactie Er is inderdaad in 2016 al een quickscan uitgevoerd. Omdat deze niet actueel is, heeft de gemeente door Tauw een actualisatie laten uitvoeren. Deze actualisatie en de benodigde nadere onderzoeken hebben plaatsgevonden in 2019. Voor de quickscan van de RWS-strook heeft het veldbezoek plaatsgevonden in mei 2020. Deze laatste is niet meer relevant en is uit de bijlagen gehaald. In de toelichting zal de juiste datum worden opgenomen en zal op basis van de in 2024 uitgevoerde actualisatie worden toegevoegd waarom de resultaten van de al verrichte onderzoeken nog houdbaar zijn. In de notitie van Tauw over de actualisatie van het ecologisch onderzoek (zie bijlage 13 van de toelichting) is opgenomen op welke punten het vleermuisprotocol van 2021 is gewijzigd ten opzichte van de versie van 2017. Een toets van het uitgevoerde vleermuisonderzoek aan het vleermuisprotocol 2021 heeft uitgewezen dat de wijzigingen geen invloed hebben op de resultaten van het onderzoek dat in 2019 op basis van het vleermuisprotocol uit 2017 is uitgevoerd. • Natuur, gebiedseigen waarden en kenmerken Bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein moet worden gestreefd naar een goede combinatie met de natuur en rekening worden gehouden met de gebiedseigen waarden en kenmerken.
Het plan heeft negatieve gevolgen voor de bestaande natuur en er is niet of onvoldoende rekening gehouden met de gebiedseigen waarden en kenmerken.
Reactie Het plangebied ligt niet in of nabij beschermde natuur. Het stedenbouwkundig plan voorziet met een raamwerk van landschappelijke zones, routes en verblijfsplekken in een robuuste aantrekkelijke groenstructuur. Hiermee versterken we de biodiversiteit, ecologie en natuurwaarden in dit gebied. •
M.e.r-beoordelingsbesluit, natuurvergunning, gebiedsbescherming
39/40
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Het besluit om geen MER op te stellen is niet naar behoren gemotiveerd. Ten onrechte is geconcludeerd dat de ontwikkeling van dit nieuwe bedrijvenpark geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Eén van de premissen in het rapport dat het besluit geen MER op te stellen ondersteunt, is de premisse dat Strijkviertel wordt gerealiseerd als een circulaire, energie neutrale ontwikkeling. In de zienswijze (zie ook hiervoor) is al aangegeven dat energieneutraliteit binnen het plangebied Strijkviertel technisch onhaalbaar is.
Reactie Zoals hiervoor al is aangegeven, is in de toelichting van het bestemminsplan noch in de merbeoordelingsnotitie opgenomen dat binnen het plangebied een energie neutrale ontwikkeling plaatsvindt. De ambities ten aanzien van circulariteit en energie voor Strijkviertel zijn niet meegenomen in de conclusie dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Het mer-beoordelingsbesluit is dan ook niet op onjuiste gronden genomen. • Stikstof Er is ten onrechte geen natuurvergunning aangevraagd. De saldering van stikstofdepositie berust op de aanname dat het grasland in gebruik is voor agrarische doeleinden, en dat het wordt bemest. Die aanname is niet gecontroleerd en geverifieerd, maar is wel leidend voor de conclusie dat er geen sprake is van een toename van de depositie. In de Aerius-berekening in bijlage 97 van de toelichting ontbreekt een toelichting op de invoergegevens en andere parameters. De conclusies berusten enkel op een verkennende berekening op basis van algemene (niet gespecificeerde) kentallen.
Reactie De stikstofberekening is opnieuw uitgevoerd. Ten eerste omdat er eind 2024 een nieuwe Aeriuscalculator is verschenen, ten tweede omdat door de gemeente Utrecht nieuwe kengetallen voor de aanlegfase zijn bepaald en tot slot omdat de uitgangspunten ten aanzien van interne saldering zijn herzien. In de geactualiseerde rapportage is uitgebreider toegelicht welke invoergegevens en uitgangspunten zijn gebruikt in de berekening. Ook de resultaten van de nieuwe berekening wijzen uit dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie na intern salderen. Op 19 december 2024 heeft de Raad van State in een uitspraak de voorwaarden voor vergunningverlening in het kader van stikstofdepositie aangescherpt. Er is nu ook een vergunning nodig wanneer de stikstofuitstoot van het toekomstige project wordt weggestreept tegen de stikstofuitstoot van het huidige project dat stopt (interne saldering). Dit betekent dat het verplicht is om een passende beoordeling voor het bestemmingsplan uit te voeren. Deze passende beoordeling is toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Uit de passende beoordeling blijkt dat er geen significant negatieve effecten optreden.
40