CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke afweging bij bindend advies zonne-eiland Nedereindse Plas schoon

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 11 september 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Bindend Advies - Zonne eiland Nedereindse Plas3.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vergunningen, Toezicht en Handhaving

Ruimtelijke afweging t.b.v. bindend advies Aan

Griffie

Onderwerp

Ruimtelijke afweging aanvraag om omgevingsvergunning drijvend zonneeiland Nedereindse Plas

Kopie

Wethouder Maatoug

Datum Van Doorkiesnummer

4 september 2025 Jennemieke Kleijwegt

E-mail Bijlagen

j.kleijwegt@utrecht.nl geen

Geachte heer, mevrouw, Aanleiding Op 2 november 2023 heeft de gemeenteraad gevallen aangewezen wanneer zij gebruik willen maken van de mogelijkheid om het college te adviseren over een ingekomen aanvraag om omgevingsvergunning. In dit kader heeft de gemeente op 23 juli 2025 een aanvraag om omgevingsvergunning voor het realiseren van een drijvend zonne-eiland op de Nedereindse Plas in Utrecht ontvangen. De aanleg van zonnevelden is een categorie die in aanmerking komt voor bindend advies. Op grond van de voorlopige werkafspraken rondom bindend advies zijn de bij deze aanvraag behorende stukken tijdig aan de raad aangeboden en is aan de hand van de ingewonnen ambtelijke adviezen deze ruimtelijke afweging opgesteld. Doel hiervan is om de raadsleden inzicht te geven in hoe er ambtelijk naar deze aanvraag gekeken wordt. Gezien de doorlooptijd van de behandeling van de aanvraag (8 weken) en het bindend adviesrecht van de raad, is er -overeenkomstig de voorlopige werkafspraken- geen mogelijkheid om een collegestandpunt over deze aanvraag op te halen. Het college zal na ontvangst van alle ingekomen adviezen (inclusief uw bindend advies) alle bij het besluit betrokken belangen afwegen, de ingekomen schriftelijke reacties beoordelen en afwegen en een beslissing op de aanvraag nemen.

Inleiding Vooraf is het wenselijk om globaal te schetsen hoe de verhoudingen liggen en waar bindend over geadviseerd kan worden (en wat dit betekent). Rol college en toetsingskader Het college is op grond van de Omgevingswet het bevoegd gezag als het gaat om het behandelen en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunning. Sommige aanvragen blijken na toetsing in strijd met het (door uw raad vastgestelde) Omgevingsplan. Het college is in zo’n geval wettelijk verplicht om te beoordelen of het toch wenselijk is om toch medewerking te verlenen aan een aanvraag. Uw raad kan vantevoren gevallen aangeven wanneer zij bindend wil adviseren over aanvragen die in strijd zijn met de regels van het Omgevingsplan. In de Omgevingswet zijn 26 wetten samengevoegd. Dit betekent dat het college een aanvraag ook aan andere regels moet toetsen (dan alleen het Omgevingsplan). De raad kan alleen bindend adviseren over het afwijken van het Omgevingsplan en het onderliggende vastgestelde gemeentelijke beleid en daarnaast in dit specifieke geval het op 27 juni 2023 vastgestelde Integraal Programma van

Eisen (IPvE) “Zonne-eilanden Nedereindse Plas” waarin de ruimtelijke, ecologische en functionele kaders voor het realiseren van zonne-eilanden op de plas worden beschreven. De oostelijke plas is hierin aangewezen als voorkeurslocatie. Op 24 oktober 2023 heeft het college besloten de zonneeilanden zelf te ontwikkelen. Wat betekent bindend? Bindend betekent zoveel dat het college het advies van de raad op moet volgen (en een aanvraag dus moet weigeren als de raad bindend adviseert om geen gebruik te maken van de bevoegdheid om af te wijken van het Omgevingsplan). Andersom werkt het ook zo dat als de raad positief bindend adviseert, het college een aanvraag nog steeds moet weigeren als deze bijvoorbeeld niet voldoet wettelijke vereisten. Het college moet dus, los van een bindend advies, altijd nog beoordelen of een aanvraag voldoet aan de overige wettelijke criteria van de Omgevingswet. Toetsing Aanvraag Een drijvend zonnepark voldoet niet aan de voorwaarden waarbij een vergunningsplicht geldt (opgenomen in Bbl) en is daarom vergunningsvrij voor de technische bouwactiviteit. Wel is het nodig om het zonne-eiland planologisch mogelijk te maken. Dit wordt beoogd met de ingekomen aanvraag. De aanvraag ziet toe op het planologisch mogelijk maken van een drijvend zonne-eiland op de oostelijke plas in het Nedereindse Park door middel van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).

Concreet ziet deze aanvraag op de plaatsing/aanleg van: ‐ Het drijvend zonne-eiland van 5 hectare groot op de oostelijke plas; ‐ Het drijvend groen met een oppervlakte van 2.000 m2; ‐ Het inkoopstation en het transformatorhuis op de noordelijke oever; ‐ De kabels naar het inkoopstation en transformatorhuis. Het project blijft binnen de kaders van het vastgestelde Programma van Eisen (PvE) Omgevingsplan De locatie heeft verschillende bestemmingen binnen het bestemmingsplan ‘Rijnenburg’, dat onderdeel uitmaakt van het Omgevingsplan van de gemeente Utrecht: - Zonne-eiland: Bestemming ‘Water’ met een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’; - Transformatorhuis en inkoopstation: Bestemming ‘Recreatie’, waarbij voor het inkoopstation ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ geldt. De bestemming ‘Water’ is primair gericht op waterberging, waterhuishouding, ecologie en recreatief medegebruik. Bouwwerken zijn alleen toegestaan als ze functioneel zijn voor het waterbeheer, zoals beschoeiingen of kunstwerken. De aanleg van een drijvend zonne-eiland wordt binnen deze bestemming niet expliciet genoemd en is daarmee niet direct toegestaan. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ beschermt archeologische waarden in de ondergrond.

Omdat het zonne-eiland drijvend is en geen bodemingrepen vereist (behalve mogelijke verankering of kabeldoorvoer), blijft deze bestemming in principe onaangetast, mits aan de voorwaarden voor eventuele ondergrondse werkzaamheden wordt voldaan. De bestemming ‘Recreatie’ is bedoeld voor activiteiten als wandelen, fietsen en sport in het groen. Bouwwerken moeten een directe of ondersteunende relatie hebben met recreatief gebruik. Een transformatorhuis en inkoopstation zijn echter geen recreatieve voorzieningen en zijn formeel niet passend binnen deze bestemming. Procedure Op grond van artikel 5.21 van de Omgevingswet is het college bevoegd af te wijken van de regels in het Omgevingsplan Utrecht. Op grond van het raadsbesluit van 2 november 2023 komt deze aanvraag in aanmerking voor bindend advies, omdat de aanvraag toeziet op een

2/8

omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor de aanleg van een zonneveld. Beoordeling De aanvraag is voorgelegd aan diverse adviseurs: Stedenbouw, Commissie Omgevingskwaliteit, Gebiedscoördinator, Duurzaamheid, Erfgoed, Archeologie, Stikstof, Gezondheid, Bodem, Ondergrond, VRU, RUD, Ecologie, Groen, Bomen, Mobiliteit, Economie, Investeren en Exploiteren. Bij de uitvraag van de adviezen is verzocht aan te geven of de aanvraag vaktechnisch akkoord is. Alle adviseurs hebben positief geadviseerd. Hieronder vindt u een weergave van de adviezen waarvoor een inhoudelijke onderbouwing vereist is: Stedenbouw Akkoord. De Nedereindse Plas kent momenteel diverse recreatieve functies: van sportieve routes voor fietsers tot een borstelbaan-skipiste, maar de plas zelf is – in verband met de waterkwaliteit en voorgeschiedenis als stortlocatie – niet bestemd voor zwemmen of (gemotoriseerde) waterrecreatie. Het Park is van oorsprong een door de mens gemaakt landschap en betreft geen oorspronkelijke wilde natuur. Het aangevraagde plan gaat samen met het inrichtingsplan Nedereindse Park (wat in de nabije toekomst wordt gerealiseerd). Hiermee wordt het Nedereindse Park op de kaart gezet. Het wordt dé groen-blauwe verbinder tussen Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein en Rijnenburg.

De groenstructuur zoekt aansluiting bij het IJsselsteinse bos, het toekomstige Stroomrugpark en Nieuwegein. Het doel van het inrichtingsplan van het Nedereindse Park is het creëren van een bestemming door middel van het realiseren van routes voor verschillende gebruikers rondom de plas, het activeren van verschillende 'plekken’ langs de plas en het vergroten van de natuurwaarden/ecologische waarden (zowel in en om het water, als op de heuvels). Naast het verbeteren en creëren van deze groenwaarden zal Utrecht door middel van een drijvend zonne-eiland haar steentje bijdragen aan het opwekken van hernieuwbare energie voor de inwoners en gebruikers van Utrecht. De hoofdgroenstructuur wordt met dit plan dus gemengd met andere stedelijke functies waarbij het groene karakter en de groene waarden wordt verbeterd. Dit past goed bij een Park dat in het verleden al verschillende vormen van stedelijke functies heeft gehad. Hiermee draagt het plan zowel bij aan de “Beleidsnota opwekgebieden voor schone energie” - waarin de Nedereindse Plas is aangewezen als focusgebied voor zon - en het “Actualisatie Groenstructuurplan Utrecht 2017-2030”. Het zonne-eiland, het inkoopstation en het transformatorhuis zijn dus geen op zichzelf staande ontwikkelingen maar worden geïntegreerd met het inrichtingsplan.

Voor het realiseren van een drijvend zonne-eiland, een inkoopstation en het transformatorhuis is een IPvE opgesteld waarin eisen zijn opgenomen waaraan deze objecten voldoen. De eisen zijn opgesteld om een goede groene inpassing mogelijk te maken. Het zonne-eiland zal op sommige plekken juist zichtbaar worden gemaakt en op andere plekken meer aanhaken op de ecologie. Hier zullen er minder routes en juist meer rustplekken zijn voor ecologische doelsoorten zoals onder andere de otter. Het zonne-eiland is zodanig gepositioneerd op het water dat de ruimte waar watervogels gebruik van maken niet verstoord wordt. Ook liggen de zonnepanelen op minimaal 50 m afstand van de oever en wordt er samen met de zonnepanelen 2.000 m2 drijvend groen aangebracht aansluitend op het middeneiland. Op deze manier liggen de zonnepanelen boven de diepste delen van de plas waar

3/8

geen tot nagenoeg geen leven is. De ecologie wordt daarmee nauwelijks verstoord en nabij het middeneiland zelfs verbeterd. Het drijvend groen – ook wel “de kreek” genoemd – vormt een schuilplaats voor onderwaterdieren. Naast het drijvend groen zal ook de rand van het zonne-eiland worden afgewerkt met een omlijsting dat bijdraagt aan de ecologische waarden. Deze omlijsting bestaat uit een dubbellaags raster wat grotendeels onder water ligt. Tussen dit raster bevindt begroeiing dat dient als schuilplaatsen voor dieren en vissen. De omlijsting is een drijvende constructie dat niet wordt verankerd in de grond. Op deze omlijsting bevindt zicht het looppad dat selectief toegankelijk is voor onderhoud. Er is een wens om dit looppad ook toegankelijk te maken voor educatieve doeleinden. Het zonne-eiland wordt op bepaalde plekken door middel van zichtlijnen extra zichtbaar gemaakt. Zo ontstaat er een wisselwerking tussen rustige ecologische verbindingen en recreatieve routes waar zo nu en dan het zonne-eiland beleefbaar is. Ook het inkoopstation en transformatorhuis worden zodanig ingepast dat ze bijdragen aan de groenwaarden in het gebied. Zo wordt het inkoopstation geïntegreerd met een bestaand gebouw. Dit voorkomt dat er extra bebouwing gerealiseerd moet worden in het park.

Het transformatorhuis is een nieuw gebouwtje dat aan de buitenkant wordt bekleed met onderdelen waar doelsoorten baat bij hebben. Denk bv aan een insectenhotel. Zo voegt het iets toe aan de biodiversiteit en ook de recreatiewaarde. Voor de toekomst is het van belang dat het water gemonitord zal worden om daarmee het effect van zonnepanelen op de biodiversiteit inzichtelijk te maken. Ook het monitoren van het aanslaan van beplanting op de drijvende delen is van belang. Stedenbouwkundig gezien kan geconcludeerd worden dat het realiseren van een drijvend zonneeiland, een inkoopstation en een transformatorhuis onderdeel zijn van een groter integraal plan waardoor het Nedereindse Park zowel bijdraagt aan het verbeteren van de groenstructuur en een bijdrage levert aan een stedelijke functie. Commissie Omgevingskwaliteit De Commissie Omgevingskwaliteit kan zich, onder voorwaarden, vinden in de hoofdopzet. Ze is blij met de stappen die gedurende het ontwerpproces gezet zijn en er ligt een goede basis voor de verdere uitwerking. Met de nieuwe (gewijzigde) hoofdvorm is het zonne-eiland helder, zelfbewust en ontstaat er een rustig beeld. De draaiing en de omkadering dragen daaraan eveneens aan bij. Er is goed nagedacht over de visuele impact en het eiland oogt als een ontworpen oplossing. De doorontwikkeling is een mooi voorbeeld van wat je met ontwerpkracht en doordenken kunt bereiken.

Het is gelukt om de technische oplossing te optimaliseren tot een integrale oplossing die relatie legt met het landschap. Binnen de kaders van de opgave blijven de landschappelijke waarden in voldoende mate behouden. Het eiland heeft een experimenteel karakter die goed als pilot kan dienen. De opwek van schone energie is belangrijk, maar het behoud van ecologische waarden evenzeer. De commissie verwijst naar haar voorwaarden. De commissie brengt, mede op basis van haar advies van 27 mei 2025, een positief advies uit onder de voorwaarde dat voor aanvang van de bouw onderstaande stukken ter beoordeling worden voorgelegd: - De technische uitwerking van de omlijsting. De omlijsting is naast het praktische aspect ook de visuele verbijzondering van het geheel. Een visueel interessante lijst is bij de uitwerking dan ook uitgangspunt. - De uitwerking van het trafohuis en inkoopstation aan te passen naar wat er 27 mei 2025 voor de commissie is gepresenteerd.

4/8

-

De groene inrichting van de drijvende eilanden (beplantingsplan) (zie presentatie voor de commissie van 27 mei 2025). Informatie over de toe te passen zonnepanelen tegemoet (lichtdoorlatendheid, kleur, spiegeling etc.).

Gebiedscoördinator Akkoord. Het realiseren van een zonne-eiland op de Nedereindse Plas is wenselijk. De ontwerpvarianten zijn besproken in de projectgroep Nedereindse Plas, met deelnemers van het recreatieschap, gemeente Nieuwegein, gemeente IJsselstein en de Provincie. Het nu ingediende ontwerp kan op instemming van de projectgroep rekenen. Duurzaamheid Graag meegeven: - Bij aanschaf panelen het liefst de keuze voor duurzame materialen en duurzame productie. - Nadenken over modulariteit en hergebruik van panelen. Zowel als geheel als van de onderdelen. Erfgoed en Archeologie Akkoord, Het plangebied ligt deels in een zone waarvoor geen archeologische verwachting geldt (Nedereindse Plas) en deels in een zone van middelhoge verwachting (oever, waar de kabel komt te liggen). Voor de zone van middelhoge verwachting geldt dat bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 0,3 m onder huidig maaiveld een omgevingsvergunning ter bescherming van archeologische waarden verplicht is. Het kabeltracé is zo'n 300 m lang en zal de vrijstellingsgrens niet overschrijden. Er hoeven geen voorschriften voor archeologie in de omgevingsvergunning te worden opgenomen. Stikstof Akkoord. Er is aangetoond dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename in stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura2000-gebieden. Gezondheid Akkoord.

De installaties liggen op ruime afstand van de woningen en de recreatieve functie van het gebied wordt behouden. Bodem en Ondergrond Akkoord. Binnen het plangebied is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarop overgangsrecht van de Wet Bodembescherming (Wbb) rust. Op basis van de beschikking van het bevoegd gezag Wbb (Ontwerpbeschikking eindevaluatie en nazorgplan Nedereindse Plas UT035600002, d.d. 23 juli 2024) is voor de locatie de volgende gebruiksbeperking vastgelegd: 'Een (wijziging naar een) gevoeliger gebruik van het terrein en/of oppervlaktewater (bijvoorbeeld gebruik als zwemwater) is niet toegestaan zonder melding aan het bevoegd gezag Wbb'. Het gebruik van het plangebied als zonne-eiland wordt niet gezien als een gevoeliger gebruik dan het huidige gebruik en is daarmee akkoord. VRU Brandveiligheid en Externe veiligheid Akkoord. De VRU is betrokken in het kader van brandveiligheid. Een afweging van het groepsrisico is niet nodig (artikel 5.15 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)), omdat de beoogde activiteiten niet zijn aangemerkt als risicovolle milieubelastende activiteit en er geen aandachtsgebied geldt. RUD Utrecht Ecologie

5/8

De RUD Utrecht heeft aangegeven dat er voldoende inzichtelijk is gemaakt welke relevante ecologische aandachtspunten mee moeten worden genomen bij de BOPA. Nadere stappen voor flora- en fauna zijn niet noodzakelijk voor de goedkeuring van de BOPA. Voor de start van de werkzaamheden dient het nader onderzoek naar de teunisbloempijlstaart afgerond te worden. Voor de overige onderzochte beschermde soorten is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit volgens de RUD niet noodzakelijk, mits met geschikte maatregelen wordt gewerkt. Daarnaast dient een ecologisch werkprotocol (EWP) te worden opgesteld waarin alle voorgestelde maatregelen uit de verschillende onderzoeken zijn verwerkt. Het is aan te raden dit EWP te laten beoordelen door iemand van de provincie of de RUD. De RUD adviseert om, in verband met vleermuizen, een monitoringsplicht op te leggen voor deze locatie en advies in te winnen bij de zoogdiervereniging. Tot slot gelden diverse aandachtspunten waarmee de initiatiefnemer tijdens de werkzaamheden rekening moet houden, waaronder de zorgplicht en het broedseizoen. Overige aspecten De RUD heeft de aanvraag ook getoetst en akkoord bevonden ten aanzien van trillingshinder, geurhinder, luchtkwaliteit, geluidhinder, bodem, licht, milieuzonering en mer.

Overwegingen - Het drijvend zonne-eiland is zorgvuldig ingepast in het landschap, ecologisch verantwoord en vormt geen belemmeringen voor de omgeving. -

Het drijvend zonne-eiland wekt jaarlijks circa 7.000 MWh aan duurzame energie op. De plas wordt voor maximaal 25% bedekt met panelen, zodat voldoende open water behouden blijft. Ook drijft de constructie en heeft deze een open structuur, zodat de natuurlijke doorstroming van het water niet wordt belemmerd.

-

De ontwikkeling van het zonne-eiland op de Nedereindse Plas draagt significant bij aan de regionale doelstellingen en maakt onderdeel uit van de Utrechtse bijdrage van 5 hectare zon wat gelijk staat aan circa 7-8 MW voor opwek van schone energie. Het zonne-eiland draagt daarmee actief bij aan de energietransitie. Bovendien wordt geen extra beslag gelegd op landbouwgrond en is geen sprake van significante verstoring van andere functies in de omgeving. Het zonneeiland is zo ontworpen dat het landschap en de biodiversiteit worden versterkt. Bovendien maakt het zonne-eiland geen gebruik van bodembedreigende stoffen en bevat het geen installaties die tot infiltratie kunnen leiden. De aanleg en exploitatie van het zonne-eiland zijn zorgvuldig afgestemd met het waterschap. Op 15 juli 2025 heeft de HDSR een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit verleend. Zo is geborgd dat de ontwikkeling geen nadelige effecten heeft op de waterkwaliteit, waterveiligheid en het onderwaterleven van de Nedereindse Plas.

-

Aanvullend ecologisch onderzoek heeft bevestigd dat het geplande zonne-eiland, mits uitgevoerd volgends het aangepaste ontwerp, geen significante effecten heeft op beschermde flora of fauna. Het ontwerp en de positionering zorgen ervoor dat verstoring van foerageergebieden, rustplaatsen en habitatstructuren wordt voorkomen. Ook worden maatregelen getroffen om natuurwaarden te compenseren en versterken. Aan de westkant van het zonne-eiland zal 2.000 m2 drijvend groen gerealiseerd worden, wat leefgebied zal creëren voor vogels, insecten en amfibieën. Een deel van het drijvend groen zal uit onderwaterbegroeiing bestaan, wat een positief effect heeft op de waterkwaliteit.

-

Bij het ontwerp is ervoor gekozen het zonne-eiland aan te laten sluiten bij het bestaande natuureiland (het smalle landdeel tussen de twee plassen), met een compacte vorm en een efficiënte ligging ten opzichte van zoninstraling. De positionering zorgt voor het zo open mogelijk houden van het oostelijk en zuidelijk deel van de plas. Door de matte, anti-reflectie uitvoering van de panelen en de horizontale opbouw blijft het zonne-eiland visueel ondergeschikt in het landschap.

6/8

Bij de positie en vormgeving van het zonne-eiland is ook aandacht besteedt aan de zichtlijnen over het water vanuit markante zichtposities. Vanaf de twee bruggen op het middeneiland, en vanaf de noordelijke en zuidelijke oever zijn er nog steeds lange zichtlijnen naar de overkant. Vanaf de oostelijke oever is er door oeverbegroeiing beperkt zicht mogelijk. Vanaf de oever van het middeneiland aan de westzijde vormt het drijvend groen een afschermende werking van het zonne-eiland. Aan de westzijde van het zonne-eiland wordt een strook van 2.000 m² drijvend groen aangelegd. Dit vormt een natuurlijke buffer richting het natuureiland en versterkt het beeld van een beschutte kreekzone. Het drijvend groen kan dienen als schuil- en broedgebied voor vogels, amfibieën en insecten en ook als voedselbron voor verschillende dieren. Daarnaast zal het mogelijk extra luwte creëren, waardoor ook insecten worden aangetrokken. Her foerageergebied van de vleermuizen wordt daarmee versterkt. Het drijvend groen zal ook beplanting bevatten die deels onder water zit, dit is voordelig voor de waterkwaliteit. De aanleg en instandhouding van deze stroken dragen zo bij aan de biodiversiteit en waterkwaliteit. Het drijvend groen bestaat uit modulaire, biologisch afbreekbare drijvers, gevuld met substraat waarin water- en oeverplanten groeien.

De gekozen beplanting bevat soorten die deels met hun wortels onder water staan en zo bijdragen aan zuurstoftoevoer, waterfiltratie en verkoeling. De vegetatie is specifiek gekozen vanwege de ecologische meerwaarde voor insecten, vogels en vleermuizen. Ook biedt het een beschutte broed- en rustzone. Het drijvend groen is integraal onderdeel van de omgevingsvergunning voor de wateractiviteit bij HDSR (verleend op 15 juli 2025). De toezichthouder beoordeelt hierbij onder andere het ontwerp, de positionering, de beplantingskeuze, de wijze van aanleg en de effecten op ecologische en hydrologische parameters. Op basis van voorgaande toetsing/beoordeling en overwegingen wordt ambtelijk geconcludeerd dat de gevraagde vergunning in beginsel voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Participatie De gemeente Utrecht heeft meerdere vormen van participatie ingezet. Dit betrof onder andere informatiebijeenkomsten, een online consultatie via DenkMee, fysieke klankbordgroep bijeenkomsten en gezamenlijke overleggen in het kader van de gebiedsontwikkeling van het Nedereindse Park. Input is opgehaald over thema’s als ecologie, landschappelijke inpassing, recreatie, zichtlijnen en eigendom. Omwonenden, natuurorganisaties en andere betrokkenen hebben op verschillende momenten actief meegedacht over de ontwikkeling van het zonne-eiland op de Nedereindse Plas.

Er zijn inhoudelijke bijdragen geleverd over het ontwerp, ecologie, zichtlijnen en participatievormen. De dialoog is open en respectvol gevoerd en heeft geleid tot diverse bijstellingen in het ontwerp. Zo is het zonne-eiland compacter vormgegeven, is gekozen voor een locatie op afstand van de oevers, en is drijvend groen toegevoegd om de biodiversiteit te versterken en het eiland landschappelijk beter in te passen. Daarnaast zijn zorgen geuit over mogelijke effecten op waterkwaliteit, natuur en recreatie. Deze zorgen zijn meegenomen in de ontwerpstudie, het ecologisch onderzoek en de waterkwaliteitsafwegingen in samenwerking met HDSR. Op verzoek van deelnemers is ook de optie van lokaal eigendom onderzocht. Hoewel dit vanwege de schaal van het project complex is, blijft dit onderwerp open voor verdere uitwerking in samenwerking met lokale energiecoöperaties.

7/8

Ook zijn suggesties opgehaald over het inzetten van opbrengsten uit het zonne-eiland voor het verbeteren van de natuur- en recreatieve kwaliteit van het park. Schriftelijke reacties Daarnaast is het mogelijk om tijdens de behandeling van de aanvraag schriftelijke reacties in te dienen (dit is wettelijk overigens niet verplicht). Die reacties weegt het college mee bij de beslissing op de aanvraag. Sinds indiening van de aanvraag en op het moment van schrijven (4 september 2025) zijn er geen reacties ingekomen. Mochten er reacties worden ingediend, dan worden die meegewogen bij de beslissing op de aanvraag en beantwoord door het college. Conclusie Op basis van de uitgebrachte ambtelijke adviezen, de toetsing/beoordeling van alle relevante en aangepaste stukken heb ik een positieve grondhouding ten opzichte van de gevraagde vergunning voor dit initiatief. Voordat het college een beslissing op de aanvraag kan nemen wordt eerst de raad in positie gebracht om bindend advies uit te brengen over deze aanvraag. Met vriendelijke groet,

Jennemieke Kleijwegt Directeur Vergunningen, Toezicht en Handhaving

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=540d7828-69ac-4f69-9a21-4e749ca16397