CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerbrief Energietransitie.pdf

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 1 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Aanbevelingen uit Rekenkameronderzoek Energietransitie deel 1 over informatievoorziening gemeenteraad6.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht,

Behandeld door

M. van den Berg

Datum

Doorkiesnummer

030 286 1012 / 06 34 177 711

Ons kenmerk

1 februari 2021 21.0201.1

E-mail

mario.van.den.berg@utrecht.nl

Onderwerp

Rekenkamerbrief energietransitie

Bijlagen

-

Geachte leden van de raad en het college, In oktober 2020 ontving u ons plan voor het onderzoek energietransitie. Ons onderzoek bestaat uit drie delen. Deze brief gaat over het eerste deel van het onderzoek en heeft als doel de raad meer inzicht te geven in de besteding van de middelen van het uitvoeringsprogramma energietransitie en de projecten waaruit dit programma bestaat. In het tweede en derde deel zullen we onderzoek doen naar twee concrete projecten en de verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed. Deze onderzoeken volgen later dit jaar. Uitvoeringsprogramma energietransitie In het coalitieakkoord 2018-2022 (mei 2018) en de hierop volgende programmabegrotingen heeft de gemeente Utrecht de ambitie vastgelegd om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn. Hiervoor zijn vijf klimaatdoelen gesteld:     

In 2020 is de gemeentelijke energie-inkoop volledig verduurzaamd. In 2025 liggen op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen. In 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd. In 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af. In 2040 is het gemeentelijke vastgoed volledig verduurzaamd.

De gemeente voert het uitvoeringsprogramma energietransitie (onderdeel van het begrotingsprogramma duurzaamheid) uit om deze doelen te realiseren. Het uitvoeringsprogramma is in 2020 begroot op € 5,1 miljoen aan lasten. Hiermee voert de gemeente circa 60 projecten uit. De verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed valt vanaf 2017 onder het programma vastgoed en blijft in deze rekenkamerbrief verder buiten beschouwing.

1

Onderzoeksvragen De rekenkamer heeft het uitvoeringsprogramma onderzocht en hanteerde daarbij als centrale vraag: Hoe toereikend is de informatievoorziening van het uitvoeringsprogramma energietransitie voor de gemeenteraad om de resultaten op hoofdlijnen te kunnen beoordelen? Deze vraag is uitgewerkt in vier onderzoeksvragen die als titel voor de navolgende vier paragrafen zijn opgenomen. De paragrafen gaan achtereenvolgens in op: de kaders voor het uitvoeringsprogramma (paragraaf 1), de verdeling van het budget over projecten (paragraaf 2), criteria voor de keuze van projecten en de verdeling van de financiële middelen (paragraaf 3) en de informatievoorziening aan de raad (paragraaf 4). Op basis van de uitkomsten doen wij in paragraaf 5 enkele suggesties voor verbetering van de informatievoorziening aan de raad. In de bijlagen aan het eind van de brief vindt u een nadere toelichting op onze aanpak. Daarnaast is een overzicht bijgevoegd van alle projecten in 2020 van het uitvoeringsprogramma energietransitie, voorzien van een beschrijving en de begrote lasten per project voor 2020 (zie bijlage 2).

1. WELKE KADERS HEEFT DE GEMEENTERAAD GESTELD VOOR HET UITVOERINGSPROGRAMMA ENERGIETRANSITIE EN DE HIERBINNEN UIT TE VOEREN PROJECTEN? Het uitvoeringsprogramma energietransitie bouwt voort op eerder vastgesteld beleid. Sinds 2016 bestaat het uitvoeringsprogramma in de huidige vorm. Zie figuur 1 voor een tijdlijn van het programma voor de periode 2008 tot en met 2020. Figuur 1 Tijdlijn opgave energietransitie voor de periode 2008 tot en met 2020 inclusief belangrijkste documenten voor kaderstelling

De raad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan en de duiding van het college bij het Energieplan vastgesteld en heeft daarmee ingestemd met de beleidsmatige kaders voor het energiebeleid.1 Het coalitieakkoord (mei 2018) bevat aanvullende doelstellingen en versnellingsmaatregelen voor de energietransitie en hiervoor heeft het college extra middelen vrijgemaakt. Na 2018 zijn er geen fundamentele herzieningen meer geweest in de beleidskaders voor het uitvoeringsprogramma. 2

De gemeenteraad heeft daarnaast met diverse moties en amendementen aanvullende kaders gesteld voor een aantal van de projecten. Voorbeelden zijn: motie 2018/253 waarin de gemeenteraad het college onder andere verzoekt het traject om het verduurzamen van vijf VvE’s in Overvecht te begeleiden en het aangenomen amendement 2020/096 waarin de gemeenteraad besluit innovatie in Rijnenburg meer ruimte te geven. Ook bij andere grote projecten – zoals de Regionale Energie Strategie (RES) en de Transitievisie Warmte – zien we een actieve kaderstellende rol van de raad. Met het instemmen met de jaarlijkse programmabegroting stelt de raad financiële kaders vast voor het begrotingsprogramma duurzaamheid. Onder de omschrijving ‘Uitwerken van de energieambities’ zijn de kosten van het uitvoeringsprogramma energietransitie weergegeven.2 Zo heeft de gemeenteraad in de programmabegroting 2020 ingestemd met een bedrag van € 4,9 miljoen aan lasten voor het uitvoeringsprogramma energietransitie (na mutaties: € 5,1 miljoen). Er zijn voor de verdeling van middelen binnen het uitvoeringsprogramma energietransitie in de programmabegroting verder geen aanvullende financiële kaders gesteld. Over de inhoud van de informatievoorziening van het uitvoeringsprogramma zijn geen specifieke afspraken tussen raad en college gemaakt.

Met het vaststellen van het Energieplan en bijbehorende kaders is afgesproken dat de gemeente een periodieke monitoring uitvoert naar de resultaten en impact van de eigen inzet en gerealiseerde effecten in Utrecht. Aanvullend heeft de raad op projectniveau ook een aantal afspraken vastgesteld, zoals met de motie 2019/297 waarin de gemeenteraad het college verzoekt een participatieleidraad op te stellen voor de RES.

2. HOE IS HET JAARLIJKSE BUDGET VAN HET UITVOERINGSPROGRAMMA ENERGIETRANSITIE VERDEELD OVER DE VERSCHILLENDE PROJECTEN? Verdeling van jaarlijks budget naar thema’s Het uitvoeringsprogramma energietransitie bestaat in 2020 uit 60 projecten die weer naar acht thema’s zijn ingedeeld. De raad wordt in de jaarlijkse raadsbrief Jaarplan opgave energietransitie geïnformeerd over de verdeling van het budget naar thema’s. In figuur 2 (pagina 4) is weergegeven hoe de begroting van het uitvoeringsprogramma is verdeeld over de acht verschillende thema’s. Uit de figuur blijkt dat gebiedsaanpak (29%) en duurzame energieopwekking (21%) in 2020 financieel de grootste thema’s zijn. De inzet op die thema’s neemt over de loop van de jaren ook toe, zo blijkt uit meerjarige cijfers. De gebiedsaanpak groeide van € 0,6 miljoen in 2018 naar € 1,5 miljoen in 2020. Duurzame opwekking groeide van € 0,4 miljoen in 2016 naar € 1,1 miljoen in 2020. Het college noemt de thema’s cruciaal voor de Utrechtse energieopgave en kondigde begin 2019 aan de inzet op beide thema’s uit te breiden (zie raadsbrief Groeiende opgave Energietransitie van 29 januari 2019).

3

De inzet op zakelijk en maatschappelijk vastgoed (11% in 2020) nam juist af van € 2,1 miljoen in 2018 tot € 0,6 miljoen in 2020. De inzet op energie-infrastructuur daalde eerst van € 0,2 miljoen (2016) naar 0 (2018) en nam weer toe tot € 0,4 miljoen in 2020 (7% van de begroting). Figuur 2 Inzet naar thema 2020 (in % van totale lasten begroting van € 5,1 miljoen)

Verdeling van jaarlijks budget naar projecten De raad heeft geen overzicht van de kosten voor de afzonderlijke projecten die onderdeel zijn van het uitvoeringsprogramma energietransitie. De rekenkamer heeft dit overzicht samen met de ambtelijke organisatie samengesteld (zie bijlage 2). We hebben ook gekeken naar de gerealiseerde lasten van thema’s en projecten voor de jaren 2016-2019. De financieel grootste projecten van het uitvoeringsprogramma zijn de gebiedsgerichte projecten zoals Overvecht-Noord (10% van de totale kosten van het uitvoeringsprogramma) en Transitievisie warmte (8%) en projecten gericht op duurzame opwekking zoals Rijnenburg (8%), Zon op dak (5%) en de Regionale Energie Strategie (5%). Daarnaast is er ook sterk ingezet op de projecten communicatie (5%) en Jouwhuisslimmer (5%). Deze zeven projecten opgeteld vormen de helft van de totale kosten van het uitvoeringsprogramma. Overige middelen buiten het budget van het uitvoeringsprogramma energietransitie De gemeente stelde in 2020 vijf subsidieregelingen beschikbaar, te weten: zonneboilers, duurzame monumentenadviezen, energieadvies aan huis en trajectbegeleiding, aanloopkosten van collectieve zonne-energieprojecten en verduurzaming maatschappelijk vastgoed. In 2020 bedroeg het totale subsidieplafond voor deze vijf subsidieregelingen € 707.000 (Subsidiestaat 2020).

De dekking voor deze subsidies komt niet uit het budget van het uitvoeringsprogramma energietransitie, maar uit de reserve Utrechtse energie. Uit deze reserve 4

worden ook andere verduurzamingsregelingen bekostigd, zoals de SVN Duurzaamheidslening voor Utrechtse woningeigenaren. In bijlage 3 is een overzicht en nadere toelichting opgenomen van de regelingen die uit de reserve zijn bekostigd in 2020. Woningeigenaren, ondernemers, corporaties en verhuurders kunnen daarnaast voor het treffen van fysieke verduurzamingsmaatregelen gebruik maken van verschillende rijkssubsidies. Hoeveel rijkssubsidies in Utrecht worden ingezet wordt door het Rijk geregistreerd. Deze gegevens zijn door de gemeente niet gebruikt in informatievoorziening naar de raad.

3. OP BASIS VAN WELKE INFORMATIE EN CRITERIA IS DE KEUZE VOOR DE PROJECTEN EN VERDELING VAN MIDDELEN GEMAAKT? Vooral ambtelijke inzet, informatievoorziening en procesregie Om een klimaatneutrale stad te worden, zijn enorme investeringen nodig in fysieke verduurzamingsmaatregelen in de stad. Dit blijkt uit een studie van bureau Ecofys waarover de raad in 2018 door het college is geïnformeerd. De visie van het college is dat deze investeringen voor rekening van partijen zelf moeten komen. De Rijksoverheid zou partijen hierbij moeten ondersteunen met subsidies en met passende wet- en regelgeving. Het college ziet voor de gemeente een grote en proactieve rol bij de overgang naar duurzame energie, maar kiest er bewust voor om zelf niet in ‘hardware’, maar in interventies en processen te investeren. Dit blijkt uit gesprekken die wij hebben gevoerd, documenten zoals het Energieplan Utrecht (juni 2015), de duiding hiervan door het college en de raadsinformatiebijeenkomst over deze documenten (november 2015). De visie die het college in deze beleidsdocumenten heeft uitgewerkt is in de vergadering van 14 januari 2016 door de raad vastgesteld. De terughoudendheid om zelf te investeren in ‘hardware’ is volgens de huidige wethouder geen principekwestie, maar vooral de uitkomst van de afweging hoe de beschikbare middelen het best ingezet kunnen worden.

Deze bestuurlijke visie is sturend voor de keuze van de projecten binnen het uitvoeringsprogramma energietransitie. De besteding van het jaarlijkse budget (€5,1 miljoen) bestaat vooral uit ambtelijke inzet en proceskosten. Projecten zijn bijvoorbeeld gericht op de ontwikkeling van kennis en beleid, het faciliteren van samenwerking en initiatieven, het adviseren van inwoners, ondernemers en vastgoedeigenaren, het verzamelen van bruikbare data en het invulling geven aan de regierol van de gemeente. Een paar projecten en subsidies zijn wel gericht op fysieke verduurzamingsmaatregelen, zoals de Energiebox voor huurders en woningeigenaren met informatie over energieverbruik en energiebesparende producten zoals een ledlamp, en de subsidies voor een zonneboiler en maatschappelijk vastgoed (zie bijlage 3).3 Uitgangspunten keuze projecten en overige aanleidingen Naast deze bestuurlijke visie zijn de uitgangspunten bij de keuze voor projecten in het uitvoeringsprogramma dat projecten:  Passen binnen het programmabudget. 5

Bijdragen aan één of meer van de gemeentelijke klimaatdoelen en afspraken uit het

klimaatakkoord. Zich richten op bronnen van de meeste CO2-emissie, zoals de gebouwde omgeving en dan met name bestaande bouw.

Binnen de bovengenoemde kaders heeft de ambtelijke organisatie veel beleidsruimte om eigen afwegingen te maken voor het starten of het beëindigen van projecten. Concretere criteria voor de keuze van projecten zijn niet in beleid vastgelegd. Er kunnen verschillende aanleidingen zijn om een project te overwegen, zoals: vragen en keuzes van de raad, succesvolle projecten in andere steden, voorstellen uit de gemeentelijke organisatie of wijken, nieuwe inzichten (uit de markt, wetenschap etc.), aansluiten bij (rijks)initiatieven en wettelijke verplichtingen (bijvoorbeeld het klimaatakkoord). Wij hebben gezien dat in de periode 2016-2019 40 projecten zijn beëindigd. Projecten zijn per definitie van tijdelijke aard. Sommige hebben een looptijd van meerdere jaren, andere zijn kortlopende eenmalige acties. Ongeveer de helft van de beëindigde projecten zijn eenmalige uitvoeringsgerichte acties, zoals de organisatie van een bijeenkomst. Verder is een aantal projecten overgaan in een vervolgproject of onderdeel geworden van regulier beleid. Sommige projecten zijn beëindigd omdat ze niet meer nodig/nuttig zijn vanwege veranderde omstandigheden, of omdat ze niet opleverden wat werd verwacht. Niet van alle beëindigde projecten is echter (nog) bekend hoe het project is afgerond en of er geëvalueerd en geleerd is.

Hier zijn geen vaste procedurele afspraken over gemaakt binnen het uitvoeringsprogramma. Besluitvorming over projecten op verschillende niveaus De definitieve besluitvorming over de keuze van projecten van het uitvoeringsprogramma energietransitie ligt deels bij de ambtelijke organisatie, deels bij het college en deels bij de raad. Projecten worden ambtelijk voorbereid en geselecteerd. De ontwikkelingen en voortgang van projecten wordt besproken in het stafoverleg van programmamanagers en de wethouder energie. In dit stafoverleg worden alle besluiten voor de start of beëindiging van projecten vastgesteld. Met name bij de grotere projecten zoals de RES, Rijnenburg, Overvecht-Noord en de Transitievisie Warmte (TVW), verloopt de besluitvorming vervolgens via het college en met een raadsvoorstel via de raad. Het gaat dan om projecten ter voorbereiding van nieuw beleid of aanpassing van beleid. Bij de Voorjaarsnota en Programmabegroting besluit de raad over de omvang en inzet van het budget op het niveau van het totale uitvoeringsprogramma energietransitie. De raad stuurt dan met moties en amendementen op de invulling en middelen van het uitvoeringsprogramma. De raad doet dit incidenteel ook op andere momenten.

6

4. WELKE INFORMATIE ONTVANGT DE GEMEENTERAAD OVER DE VOORTGANG, RESULTATEN EN FINANCIËLE VERANTWOORDING TEN AANZIEN VAN DE UITVOERING VAN DEZE PROJECTEN EN HOE KAN DEZE INFORMATIEVOORZIENING WORDEN VERBETERD? De gemeenteraad ontvangt via verschillende informatiestromen informatie over het uitvoeringsprogramma Energietransitie. Figuur 3 (op pagina 7) geeft de verschillende informatiestromen weer. Deze figuur laat ook zien waar de documenten de raad over informeren en op welk detailniveau de raad informatie ontvangt. Figuur 3 De verschillende informatiestromen en de niveaus waarop de raad informatie ontvangt.

Veel informatie, maar beeld over voortgang en resultaten niet volledig De raad ontvangt jaarlijks op vaste momenten informatie. Deze informatie is voornamelijk op het niveau van het uitvoeringsprogramma en de projectthema’s binnen het programma:  De raad ontvangt jaarlijks op een vast moment twee voortgangsrapportages. In de rapportage Energie van de stad rapporteert het college over de vijf klimaatdoelen en de voortgang hiervan. Ook worden de voortgang en het resultaat van de projectthema’s van het uitvoeringsprogramma besproken (bijvoorbeeld wonen, duurzame energieopwekking). In Energie van de stad staat ook wat geleerd is van uitgevoerde activiteiten. Hierbij komt een 7

deel van de projecten aan de orde. In de andere rapportage, het Duurzaamheidsverslag, ligt

de nadruk voornamelijk op het schetsen van een zo compleet mogelijk beeld van de Utrechtse leefomgeving. Hierin komen de vijf klimaatdoelen slechts gedeeltelijk terug, waarbij over de voortgang van enkele projecten wordt gerapporteerd. Het Duurzaamheidsverslag is een uitsnede van de informatie in de rapportage Energie van de stad en omvat dus geen andere indicatoren dan in Energie van de stad is opgenomen. Sinds 2019 worden in de jaarlijkse raadsbrief Jaarplan opgave energietransitie de belangrijkste hoofdlijnen van het jaarplan van het uitvoeringsprogramma energietransitie besproken. Hierin licht het college voor een aantal projecten de plannen voor het aankomende jaar toe. In de raadsbrief is echter geen volledig overzicht opgenomen van alle projecten met bijbehorende doelen. Incidenteel ontvangt de raad meer informatie over projecten (bijvoorbeeld via raadsbrieven, beantwoording van raadsvragen, raadsinformatiebijeenkomsten of werkbezoeken). Vaak gaat het hierbij om de grotere projecten met veel maatschappelijk impact, zoals Rijnenburg.

Financiële informatie op niveau uitvoeringsprogramma en thema’s De raad ontvangt op meerdere momenten informatie over de kosten van het uitvoeringsprogramma energietransitie:  In de P&C documenten worden jaarlijks de kosten, begroting en eventuele afwijkingen van de begroting van het begrotingsprogramma duurzaamheid besproken. Binnen dit begrotingsprogramma wordt de totale kosten voor het uitvoeringsprogramma energietransitie sinds 2019 genoemd onder de omschrijving ‘Uitwerken van energieambities’. Deze kosten zijn niet verder gespecificeerd.  In de jaarlijkse raadsbrief Jaarplan opgave energietransitie wordt de begroting van het uitvoeringsprogramma energietransitie voor het aankomend en voorgaande jaar toegelicht. In deze brief is het budget onderverdeeld in verschillende thema’s. Er is geen informatie beschikbaar op projectniveau.  Er is geen financiële informatie opgenomen over het uitvoeringsprogramma en bijbehorende projecten in de voortgangsrapportages Duurzaamheidsverslag en Energie van de stad. Incidenteel ontvangt de raad meer informatie over de kosten van een bepaald project (bijvoorbeeld via raadsbrieven of raadsvragen).

5. IS DE INFORMATIEVOORZIENING VAN HET UITVOERINGSPROGRAMMA ENERGIETRANSITIE TOEREIKEND OM ALS GEMEENTERAAD DE RESULTATEN VAN HET PROGRAMMA OP HOOFDLIJNEN TE KUNNEN BEOORDELEN? Beantwoording centrale onderzoeksvraag De huidige informatie geeft de raad gedeeltelijk zicht op de resultaten van het uitvoeringsprogramma. Inzicht in de kosten-baten verhouding van de projecten van het uitvoeringsprogramma is op basis van de periodieke rapportages over de energietransitie niet goed mogelijk. In de informatie aan de raad wordt zelden een verband gelegd tussen de resultaten en de kosten van projecten, en er ontbreekt een totaaloverzicht met aantal en type projecten in het 8

uitvoeringsprogramma. Wij constateren dan ook dat de raad veel informatie ontvangt over het uitvoeringsprogramma energietransitie, maar dat de informatieverstrekking aan de raad op het gebied van compleetheid en vergelijkbaarheid nóg beter kan. Suggesties verbetering informatievoorziening Over de inhoud van de informatievoorziening zijn geen specifieke afspraken tussen raad en college gemaakt. We adviseren dat alsnog te doen. Daarbij geven wij op basis van onze bevindingen de volgende suggesties mee:  De raad is gebaat bij een overzicht van projecten van het uitvoeringsprogramma energietransitie, voorzien van projectdoelen en kosten, vergelijkbaar aan het overzicht zoals u bij deze rekenkamerbrief aantreft. Dit overzicht kan het college toevoegen aan de bestaande jaarlijkse raadsbrief over het jaarplan opgave energietransitie.  In de voortgangsrapportages en de jaarlijkse raadsbrief Jaarplan opgave energietransitie kan het college de koppeling tussen de thema’s en projecten beter inzichtelijk maken. Het is hierbij ook van belang om informatie op dezelfde manier op te bouwen (bijvoorbeeld benaming van thema’s over de documenten en jaren gelijk te houden).  Laat de financiële paragraaf in de jaarlijkse raadsbrief over het jaarplan (en de daar opgenomen bedragen) beter aansluiten op de P&C documenten.

6. TOT SLOT Ter overweging: herijking Wij zien verschillende aanleidingen om het huidige beleid te herijken. Het huidige college is inmiddels bijna drie jaar bezig met het realiseren van de vijf klimaatdoelen uit het coalitieakkoord. Het doel voor duurzame energie-inkoop is behaald. Het doel 20% zon op dak in 2025 komt binnen bereik met een tussenstand van 17% in 2020. Over de andere klimaatdoelen geeft het college in de voortgangsrapportage Energie van de stad 2019 (23 april 2020) echter aan dat zowel het klimaatakkoord als de huidige inspanningen van de gemeente onvoldoende zijn om deze te realiseren. Voor het doel minimaal 40.000 woningen aardgasvrij in 2030 is in de programmabegroting geen indicator opgenomen. De wijze van monitoring en voortgang (en daarmee de haalbaarheid) van deze doelen is daardoor niet duidelijk. De wethouder heeft de raad toegezegd dit op te nemen in de Programmabegroting en komt bij de komende Voorjaarsnota met een herijking van indicatoren. Er zijn in de afgelopen jaren vele ervaringen opgedaan en nieuwe inzichten zijn ontstaan over de ambities en betaalbaarheid van de energietransitie. Er zijn nieuwe doelen bijgekomen, zoals circulariteit en klimaatadaptatie, die zorgen voor nieuwe uitdagingen. Daarnaast heeft de EU de doelstelling voor CO2-reductie verhoogd van 49% naar 55% procent in 2030.

Dit zal ook doorwerking hebben in het beleid van het Rijk en gemeenten. Wij geven daarom de overweging mee aan raad en college om een herijking of mid-term review uit te voeren om te bepalen in hoeverre de huidige kaders, aanpak, doelen en indicatoren van het uitvoeringsprogramma energietransitie bijstelling nodig hebben. Ook het college ziet aanleiding 9

voor een update van het energiebeleid, zo blijkt uit de recente raadsbrief Jaarplan 2021 Opgave Energietransitie (11 januari 2021). Vervolg Rekenkameronderzoek Wij starten binnenkort met het tweede deel van het rekenkameronderzoek energietransitie. Dit richt deel zich op twee concrete projecten van het uitvoeringsprogramma energietransitie die nadrukkelijk op inwoners en/of ondernemers in de gemeente zijn gericht (Zon op dak en Stimuleren woningeigenaren). Daarbij gaan wij ook in op de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze projecten. We verwachten u hierover medio 2021 te kunnen informeren. Het derde en laatste deelonderzoek gaat naar verwachting Q2/Q3 2021 van start en gaat over de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Met vriendelijke groet,

Drs. P.W.D. Venhoeven Voorzitter Rekenkamer Utrecht

Stadhuisbrug 1 Utrecht Postbus 16200, 3500CE Utrecht 030-286 13 91 | utrecht.nl/rekenkamer

1

2

Bijlage bij het Duidingsdocument van het Energieplan: A. samenvatting van de kaders, die de Raad expliciet vastlegt en B. de operationele uitwerking van het Duidingsdocument. 14 januari 2016. In 2019 is er in de VJN een voorstel gedaan aan de raad tot programmastructuurwijziging om prestatiedoelstelling 1.1.1. enkel te laten bestaan uit het uitvoeringsprogramma Energietransitie (P6439 Utrechtse Energie).

3

Deze subsidies zijn op=op subsidies en ruim voor de huidige programmaperiode gestart (in 2010-2014). Omdat na 2014 het Rijk het ISDE-programma heeft uitgebreid richting zonneboilers is de regeling voor zonneboilers later aangepast om stapelen mogelijk te maken (en is het subsidiebedrag naar beneden bijgesteld).

10

BIJLAGE 1

TOELICHTING AANPAK REKENKAMER

Onze centrale vraag luidt: Hoe toereikend is de informatievoorziening van het uitvoeringsprogramma energietransitie om als gemeenteraad de resultaten van het programma op hoofdlijnen te kunnen beoordelen? De centrale vraag is onderverdeeld in vier onderzoeksvragen. Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen hebben wij een analyse gedaan van raadsinformatie, beleidsstukken en (financiële) projectgegevens en hebben wij gesproken met de wethouder energie, de programmamanagers en programmasecretarissen van het uitvoeringsprogramma energietransitie en de businesscontroller. Deelvraag 1: Welke kaders heeft de gemeenteraad gesteld voor het uitvoeringsprogramma energietransitie en de hierbinnen uit te voeren projecten? Bij het beantwoorden van deze vraag gingen we in beleidsstukken en raadsinformatie na welke kaders door de raad zijn gesteld voor het uitvoeringsprogramma energietransitie. Deelvraag 2: Hoe is het jaarlijks budget van het uitvoeringsprogramma energietransitie verdeeld over de verschillende projecten? Wij gingen na of er een uitsplitsing is van het begrote bedrag van 2020 naar onderliggende projecten. Dit zit wel in de gemeentelijke registraties maar is niet als beschikbare informatie ontsloten. De rekenkamer heeft dit overzicht samen met de ambtelijke organisatie samengesteld (zie bijlage 2).

We hebben ook gekeken naar de gerealiseerde lasten van thema’s en projecten voor de jaren 2016-2019 en wat in deze cijfers opviel in de brief benoemd. Deelvraag 3: Op basis van welke informatie en criteria is de keuze voor de projecten en verdeling van middelen gemaakt? Wij gingen na of in beleidsstukken criteria zijn vastgelegd voor de keuze van projecten en de verdeling van middelen van het uitvoeringsprogramma energietransitie, wat de wijze is waarop keuzes tot stand komen en wat de bestuurlijke visie is op het uitvoeringsprogramma. Deelvraag 4: Welke informatie ontvangt de gemeenteraad over de voortgang, resultaten en financiële verantwoording ten aanzien van de uitvoering van deze projecten en hoe kan deze informatievoorziening worden verbeterd? We gingen na welke informatie de gemeenteraad ontvangt over de doelen, voortgang, resultaten en kosten van het uitvoeringsprogramma. Ook hebben we gekeken of de informatievoorziening aan de raad conform gemaakte afspraken is. We hebben zowel de relevante jaarlijks terugkerende documenten geraadpleegd (P&C cyclus, jaarlijkse raadsbrief ‘Jaarplan opgave energietransitie’ en voortgangsrapportages), alsook incidentele raadsbrieven, en moties en amendementen.

11

BIJLAGE 2

PROJECTENOVERZICHT UITVOERINGSPROGRAMMA ENERGIETRANSITIE

Het uitvoeringsprogramma energietransitie is in 2020 begroot op € 5,1 miljoen. Hiervoor worden circa 60 projecten uitgevoerd die zijn in gedeeld in 8 thema’s. In onderstaand schema is van deze projecten een beschrijving opgenomen en de begroting voor het jaar 2020 (ook per thema). THEMA’S EN

OMSCHRIJVING

BEGROTING 2020

PROGRAMMAMANAGEMENT EN ALGEMEEN

Budget totaal: € 402.000

Budget per project:

Programmamanagement

Het programmamanagement zorgt ervoor dat het programma Utrechtse Energie (2011-2014) met alle betrokken afdelingen bij de gemeente en in samenwerking met

PROJECTEN OVERALL

€ 201.000

externe partners, resultaatgericht en in het gewenste tempo wordt uitgevoerd. Het programmamanagement stuurt de opgave en bewaakt de voortgang en de kwaliteit van alle projecten uit de deelprogramma’s en is verantwoordelijk voor de communicatie en coördinatie naar college en raad. Voortgangsrapportage

Jaarlijkse rapportage waarin wordt gemeld welke activiteiten hebben plaatsgevonden

€ 4.000

en wat daarvan de resultaten zijn, wat goed en minder goed heeft gewerkt, en waarin verantwoording wordt afgelegd over de inzet. Onvoorzien

Post onvoorzien vooral bedoeld om opgavebrede niet-voorziene vragen op te vangen.

€ 50.000

Regietafel

Samenwerking tussen STUW, Stedin, Eneco, Energie-U en de gemeente op verduurzaming van de gebouwde omgeving. Afstemming van plannen en

€ 47.000

investeringen. De focus ligt op de samenhang tussen gebouwen / gebieden, energieinfrastructuur en energieopwekking.

12

Participatie TVW / RES / Update

Zorgdragen voor de participatie van de Utrechtse bewoners en andere stakeholders

energieagenda's

bij het programma Utrechtse Energie. Voor 2021 is een update nodig van de

€ 100.000

Energievisie voor de nieuwe Omgevingswet. In de vorm van Stadsgesprekken wordt met een participatieve aanpak hier aan bijgedragen.

COMMUNICATIE

Budget totaal: € 384.000

Communicatie

Inzet van communicatieadviseurs voor de energietransitie-projecten. Bij elk project

Budget per project: € 384.000

maakt communicatie integraal onderdeel uit van de aanpak. Communicatiedoelen zijn: 1) Resultaten communiceren; 2) Bewoners en ondernemers in de gelegenheid stellen zich goed te informeren en hen te ondersteunen bij hun bijdrage.

KENNIS EN LOBBY

Budget totaal: € 98.000

Kennis en bestuursadvisering

Gericht inzetten van kennis en lobby om de belangen van de gemeente Utrecht in te

Budget per project: € 98.000

brengen in regionale, nationale en internationale besluitvorming over energiebeleid. Dit houdt in: input leveren voor beleid en knelpunten signaleren in wet- en regelgeving, met lobby bij o.a. het Rijk bereiken dat de er voldoende randvoorwaarden zijn voor het kunnen verduurzamen (haalbaar en betaalbaar is).

DUURZAME ENERGIEOPWEKKING

Budget totaal: € 1.088.000

Aardwarmte

Onderzoek naar de mogelijkheid van geothermie (duurzame aardwarmte) in en om de

Budget per project: € 65.000

gemeente Utrecht. Hiervoor worden de pilots LEAN en GOUD uitgevoerd. Zon op dak (incl. collectieven)

Stimuleren van toepassing van zonnepanelen op Utrechtse woningen, kantoren en bedrijfspanden en voortgang monitoren. Doelstelling: 20% van het totaal aantal daken

€ 235.000

is benut met zonnepanelen in 2025.

13

Zonnevelden

Stimuleren van de aanleg van zonnevelden voor de opwekking van duurzame energie en hiermee bijdragen aan RES doelstelling. Er zijn vier locaties in beeld voor het

€ 45.000

realiseren van zonnevelden: Zonneveld geluidswal A12 Veldhuizen, Zonneveld Meijewetering, Drijvende zonnepanelen Haarrijnseplas, Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Rijnenburg

Een forse bijdrage leveren aan het opwekken van duurzame energie door realisatie van een energielandschap in de polder Rijnenburg. In Rijnenburg komt tot 2028 geen

€ 428.000

woningbouw. Daardoor leent het gebied zich voor het stimuleren van grootschalige duurzame energieopwekking. De gemeente wil in er voor minimaal 20 jaar plaats bieden voor een energielandschap met zonnevelden en windmolens. Algemeen en duurzame opwek

Naast het terugbrengen van energiegebruik wil de gemeente de energie die gebruikt

€ 80.000

wordt zo mogelijk duurzaam opwekken in de eigen gemeente. In het besef dat daarvoor ruimte nodig is en de ruimte in een stedelijk gebied schaars is, wordt gezocht naar maximale synergie met andere doelstellingen en optimale benutting van de schaarse mogelijkheden. Het gaat daarbij om het benutten van zonne-energie, windenergie en benutten van de bodem voor warmte/koude opslag (wko), andere opslag van energie en geothermie. Integrale Dakvisie

Dit project is overgedragen aan andere Opgave. Gaat onderdeel uitmaken van

€0

doelstellingen nieuwe RSU 2020/2021. Regionale Energie Strategie (RES)

Realiseren van de wettelijke verplichting om uiterlijk 1 juli 2021 een Regionale Energie Strategie vast te stellen. In de RES is uitgewerkt hoe, waar en hoeveel duurzame

€ 235.000

energie in de regio wordt opgewekt. In de eerste RES wordt gefocust op: 1) Een regionale strategie voor duurzame elektriciteit; 2) Een regionale strategie voor duurzame warmte voor de gebouwde omgeving; 3) De verbinding tussen de regionale strategie warmte en de regionale strategie elektriciteit.

14

GEBIEDSAANPAK

Budget totaal: € 1.472.000

Overvecht-Noord

Project gericht op het aardgasvrij maken van ca. 8.000 woningen en 150 bedrijven en

Budget per project: € 495.000

maatschappelijke voorzieningen. En de eerste bewoners, die aardgas alleen gebruiken voor koken, de overstap laten maken naar elektrisch koken. Coördinatie Gebiedsaanpak

Dit betreft de coördinerende acties voor het thema "gebiedsgerichte aanpak".

€ 34.000

Energie in planproces

Het verbeteren van het Utrechts Energie Protocol (UEP), op basis van praktijkervaring, en inzicht krijgen in de impact van het UEP. Het UEP is een

€ 67.000

hulpmiddel voor projectontwikkelaars en bouwbedrijven die starten met een nieuwbouwproject in Utrecht. Het is een stappenplan voor het maken van klimaatneutrale plannen: energiebesparing, hergebruik van energie en het opwekken van duurzame energie. Het UEP bouwt voort op motie 2017/61 van de gemeenteraad. IRIS (Kanaleneiland Zuid)

Zeven Europese steden werken samen aan de duurzame stadswijk van de toekomst. Kanaleneiland-Zuid moet een Europese koploper in duurzame energie en elektrisch

€0

vervoer worden. Successen waar mogelijk verbreden naar andere wijken of buurten. Transitievisie warmte

Een plan voor gebiedsgerichte aanpassing van de energie-infrastructuur en overstap naar een CO2-neutrale gebouwde omgeving. Per buurt moet duidelijk worden welke

€ 415.000

warmtebronnen beschikbaar zijn en wat het vereiste isolatieniveau is. In 2030 wil het college 40.000 gasafsluitingen hebben gerealiseerd. Er worden drie parallelle transities onderscheiden in de aanpassingen aan het huidige systeem van warmtevoorziening: 1) Gebouwen isoleren en energie besparen; 2) Bronnen verduurzamen; 3) Energie-infrastructuur aanpassen. Energie in Ruimte

Deze actie is gericht op het verspreiden van nieuwe inzichten en beleidsmatig aanpak m.b.t. gebiedsgerichte energie-aanpak naar het gehele ruimtelijke domein. Trainingen,

€ 17.000

info-sessies, kennisoverdracht.

15

Datacoach/datamanagement

Ondersteuning van de opgave Energietransitie door datascientists/ onderzoekers

€ 103.000

vanuit de afdeling onderzoek. De bijdrage is begonnen vanuit een dataondersteunende rol bij de transitievisie warmte. Een data-coach zorgt voor een goede afstemming tussen de verschillende data-vragen in de energieopgave breed en denkt mee en doet mee in projecten hoe data (op een afgestemde manier) kan worden ingezet, ge-update en onderhouden (data-management). Stadsakkoord aardgasvrij

Coördinatie, procesregie, monitoring en ondersteuning bij het realiseren van een Stadsakkoord over de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving.

€ 150.000

Ondersteuning initiatieven stedelijk

Doelstelling is vergroten van draagvlak en participatie van bewoners uit actieve buurten bij een wijkgerichte aanpak naar aardgasvrije en energieneutrale

€ 165.000

warmtevoorziening. Elektrisch Koken

Voordat gasleidingen in gebieden worden vervangen wil de gemeente woningen van

€0

het kookgas af laten gaan. Het gaat om circa 4.400 woningen die hiervoor een aanbod moeten krijgen. Dit is vooralsnog op vrijwillige basis. Het afdwingen van gasafsluitingen is door een besluit van de Tweede Kamer vooralsnog niet mogelijk. Duurzaamheidsadviseurs

Training en opleiding van breed inzetbare Duurzaamheidsadviseurs binnen Ruimte

€ 15.000

om te adviseren met name bij nieuwbouwprojecten in de stad en grote renovaties. Omgevingswet

Inventarisatie welke thema’s binnen de energietransitie terug moeten komen in de Omgevingswet en op welke manier. Ook: welke instrumenten uit de Omgevingswet

€ 11.000

kunnen hiervoor gebruikt worden.

16

ENERGIE INFRASTRUCTUUR

Budget totaal: € 350.000

Visie lage temperaturen

De gemeente stuurt aan op de ontwikkeling van open, duurzame lage-temperatuur

Budget per project: € 46.000

warmtenetten, waardoor de mogelijkheden voor participatie en het inpassen van nieuwe duurzame energiebronnen worden verbeterd. Onder andere in Oppervlaktewater-Energieplan Merwedekanaal Kansen voor collectieve systemen

In 2020 is een begin gemaakt met een inventarisatie van de bijdrage van collectieve

€ 154.000

warmtenetten aan de warmtevoorziening van de stad, aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan en de technische mogelijkheden voor inzet van duurzame bronnen. Elektriciteitssysteem (opslag en distributie)

Belangrijke producten op korte termijn: verkenning van de mogelijkheden om de bodem te gebruiken als opslagmedium voor energie en opstellen van een protocol

€ 55.000

Bodemenergie. Warmtebuffers Eneco

Eneco wil op 3 locaties binnen de gemeente Utrecht een warmtebuffer realiseren. De gemeente begeleidt het proces en verzorgt coördinatie tussen verschillende locaties.

€ 5.000

Governance warmtenetten

De gemeente Utrecht is bezig met het opstellen van de Transitievisie Warmte, waarin

€ 50.000

warmtenetten als reële optie worden meegenomen. In de nabije toekomst moet de gemeente een keuze maken over de rol waarin zij haar publieke belangen kan borgen. Hiervoor worden opties voor strategische rolinvulling en governance van de gemeente en mogelijke marktordeningsmodellen gepresenteerd aan raad, college en stakeholders. Kennisontwikkeling warmtebronnen

Ontwikkelen van technische en sociaal-maatschappelijke kennis over energie-

€ 40.000

infrastructuur en collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving (WarmingUP).

17

ZAKELIJK EN MAATSCHAPPELIJK

Budget totaal: € 572.000

Budget per project:

VASTGOED (ZMV) Coördinatie

Hieronder vallen de coördinatiewerkzaamheden van het thema ZMV. Aansturing en

€ 254.000

ondersteuning. En in tegenstelling tot andere thema’s is in deze begrotingspost ook de ureninzet van de medewerkers opgenomen betrokken bij de uitvoering van de projecten in dit thema zakelijk en maatschappelijk vastgoed. Groen register, milieubarometer

De milieubarometer geeft inzicht in energieprestaties van bedrijven. In het Groenregister worden de koplopers opgenomen van de bedrijven die voldoende

€ 3.000

presteren om in het Groenregister te worden opgenomen. Handhaving

Handhaven verduurzamingsplicht bedrijven in het kader van de Wet Milieubeheer (toepassen Erkende maatregelen). VTH voert Plustaken Energiecontrole uit:

€ 35.000

adviseren over stimuleren energiebesparing en duurzame opwekking. Er is tweemaandelijks overleg met VTH milieu inspecteurs. Aardgasvrij Rijnsweerd/USP

Opstellen routekaart voor aardgasvrij maken van gebouwen en kantoren. Onderdelen:

€ 30.000

ontwikkeling collectief WKO-net (koppelen en uitbreiden) en toekomstbestendige elektriciteitsvoorziening in het USP. Evenementen

Niet ingevuld in 2020, o.a. door Corona.

ECUB uitbreiding

EnergieCollectief Utrechtse Bedrijven helpt bedrijven/ondernemers met verduurzaming door energiebesparingspotentieel inzichtelijk te maken en begeleiding

€0 € 30.000

aan te bieden. ECUB heeft collectieve prijsafspraken gemaakt op het gebied van zonnepanelen, led en groene stoom. ECUB is werkzaam op een aantal bedrijventerreinen en is bezig met uitbreiding.

18

Energiefonds

Energiefonds Utrecht heeft een maatschappelijk doel: het versnellen van de

€0

energietransitie binnen de provincie Utrecht. Dat doet het fonds door (co-) financiering aan bedrijven en instellingen die hun duurzame projecten willen realiseren en op de reguliere markt geen financiering kunnen krijgen. Sinds medio 2017 participeren Provincie en Bank Nederlandse Gemeenten in het fonds. Het is een revolverend fonds. Kantoren naar Label C

Toewerken naar norm alle kantoorgebouwen minimaal label C in 2023. De gemeente

€ 20.000

organiseert twee bijeenkomsten in 2020 met grote kantoorvastgoedeigenaren om klimaatambities en strategieën te bespreken en kennis breder te delen. VSU Sport

Stimuleren dat sportverenigingen stappen zetten richting klimaatneutraal (in 2020 en

€ 15.000

2021). Hierbij zijn concrete targets gesteld (aantal clubs en type duurzame maatregelen). Zorg

Stimuleren dat zorginstellingen stappen zetten naar klimaatneutraal. In 2020 is

€ 5.000

gewerkt aan een portefeuille routekaart aardgasvrij/energieneutraal. In 2021 en 2022 ligt de focus op kennisuitwisseling, uitvoeren van de routekaarten en bredere duurzaamheidsdoelstellingen. Strategie aardgasvrij

In 2020 formuleren van strategie om ook voor bedrijventerreinen keuze te maken

€ 15.000

welke gebieden zich lenen voor een gebiedsgerichte aanpak naar aardgasvrij. Retail Keurmerk

Stimuleren dat retail ondernemers (detailhandel en horeca)

€ 15.000

verduurzamingsmaatregelen nemen door o.a. opstellen van financiële factsheets, ondersteuning bij klimaatplannen en vastgoedeigenaren te informeren. Scholen

Doel was om in 2020 een vervolg te geven aan het rapport “Alle basisscholen in Utrecht aardgasvrij” (11 november 2019). Hierin staat op welke manier en tegen welke

€ 25.000

kosten de schoolgebouwen van het basisonderwijs in de gemeente Utrecht van het

19

aardgas af kunnen. Met UVO zijn gesprekken gevoerd, maar er is maar zeer beperkt vervolg aan gegeven in 2020. Het is de bedoeling dit in 2021 alsnog te doen. Industrie/winkeliersverenigingen

Industrie- en winkeliersverenigingen zijn de trekkingsgerechtigden voor het

€ 20.000

Ondernemersfonds Utrecht (OFU), waardoor ze geld hebben om te investeren in gewenste projecten. De gemeente wil met de verenigingen onderzoeken of er een basis is om gezamenlijk te komen tot aardgasvrije plannen en klimaatneutraliteit. Energieloket

Opzetten van een Energieloket voor zakelijk en maatschappelijk vastgoed waar maatwerkadvies en informatie wordt geboden. Ook specialistisch extern advies is

€ 100.000

mogelijk. Doel is eigenaren van zakelijk en maatschappelijk vastgoed te stimuleren verder te gaan dan de verplichte maatregelen (wettelijk minimum). Diversen

Ad hoc, bedoeld voor ongeplande kleine bijeenkomsten met stakeholders.

WONEN

Budget totaal: € 699.000

Coördinatie

Coördinerende werkzaamheden thema wonen. Evenals bij thema zakelijk en maatschappelijk vastgoed zitten in deze begrotingspost ook de ureninzet van

€ 5.000

Budget per project: € 156.000

medewerkers voor de uitvoering van de projecten. Jouwhuisslimmer website

Jouwhuisslimmer is een website in opdracht van 15 samenwerkende gemeenten in de regio Utrecht. Utrechters kunnen er informatie vinden over hoe zij hun huis duurzamer

€ 268.000

en energiezuiniger kunnen maken en zij kunnen een online advies op maat voor hun huis krijgen. Jouwhuisslimmer wordt doorontwikkeld, oa. met informatie voor VVE's over duurzame meerjarenonderhoudsplannen. Jouwhuisslimmer avonden

In 2020 tien bijeenkomsten organiseren, waarvan drie speciaal voor VvE's, met een

€ 103.000

gemiddelde opkomst van 100 bezoekers per keer.

20

Advies op maat

Dit advies, opgesteld door een onafhankelijk adviseur, geeft huiseigenaren een

€ 33.000

stappenplan voor de verduurzaming van hun woning. De adviseur brengt een persoonlijk bezoek aan de woning en brengt de mate van isolatie in beeld, de vorm van de verwarming en wat mogelijkheden zijn voor opwekking. Energiebox

De Energiebox is een box met producten die woningeigenaren en huurders kunnen

€ 114.000

helpen bij het besparen van energie. Hierbij hoort ook een coaching gesprek voor woningeigenaren om hen bewuster te maken van opties om gedragsmaatregelen te nemen en daarmee energie te besparen. In 2020 zijn 240 boxen beschikbaar voor sociale huurders, 80 boxen voor particuliere huurders, 200 energieboxen voor woningeigenaren met een laag inkomen en 2.500 voor woningeigenaren. InsideOut

Project Inside Out ambieert om jaren ’60-’70 hoogbouwflats te renoveren naar energieleverend dankzij een modulair renovatiesysteem. In 2020 wordt 1 voorbeeld-

€ 25.000

hoogbouwflat in Overvecht gerenoveerd, waarbij de flat als geheel energieleverend worden gemaakt. Als deze demo slaagt kan deze aanpak op andere flats bij renovatie moment worden toegepast. Particulier verhuur

Ook woningen die worden verhuurd door particulieren moeten mee in

€0

verduurzamingsaanpak. Vooralsnog lopen deze mee in andere projectaanpakken en generieke benadering eigenaar-bewoners en algemeen beschikbare regelingen. Slimme meter

De slimme meter helpt huishoudens inzicht te krijgen in hun energieverbruik. Dit was

€0

een kortlopend project om de slimme meter te testen, is inmiddels afgerond. TOTAAL KOSTEN UITVOERINGSPROGRAMMA

€ 5.065.000

ENERGIETRANSITIE 2020

21

BIJLAGE 3

RESERVE UTRECHTSE ENERGIE

De reserve Utrechtse Energie is in de periode 2010-2014 gevormd om langjarig middelen beschikbaar te stellen om energiebesparing en CO2-reductie in de stad bij burgers en bedrijven te bevorderen. Alle middelen zijn gekoppeld aan specifiek vastgelegde doelen. Over de jaren heeft er soms herbestemming plaats gevonden op basis van evaluatie en optimalisatie van de inzet. De onderstaande tabel is een ‘momentopname’ uit 2020 en wijzigt regelmatig naar gelang uitputting. De getallen voor 2021 en 2022 zijn ramingen, waarbij resultaat veelal afhangt van externe factoren, zoals benutting van een subsidieregeling door derden. Omdat er soms samenhang is met onderdelen van het reguliere opgavebudget kunnen mutaties in de uitvoering van de opgave energietransitie worden opgevangen in een mutatie van de reserve. RESERVE UTRECHTSE ENERGIE

actuele stand reserve per 2020

2020

2021

2022

VERDUURZAMING

1.968.814

1.304.814

644.000

20.000

Coördinatie 2,3 miljoen

15.000

15.000

n.t.b.

n.t.b.

Natuurlijk moment

121.966

45.000

38.483

38.483

Voorbeeldwoningen

557.067

201.000

178.034

177.033

Collectieve inkoop

160.985

75.000

85.985

0

SVN duurzaamheidslening

60.000

20.000

20.000

20.000

Risicoreservering Duurzaamheidslening 800k

16.000

32.000

n.t.b.

n.t.b.

Trajectbegeleiding Advies op maat

610.796

165.000

356.755

89.041

Fonds tweede hypotheek

427.000

75.000

176.000

176.000

SUBSIDIES

743.186

643.446

40.000

59.740

Zonneboilerprojecten

50.600

15.000

15.000

20.600

Maatschappelijk vastgoed

252.537

252.537

0

0

Vouchers energieadviezen

27.898

27.898

0

0

Versnelling Collectieve Zonneenergieprojecten

198.012

198.012

0

0

Duurzaam monumentadvies (DUMO)

89.140

25.000

25.000

39.140

Energieloket ZMV (nieuwe regeling)

125.000

0

100.000

25.000

2.712.000

1.948.260

684.000

79.740

TOTAAL

Naast de reserve Utrechtse Energie zijn er binnen het programma duurzaamheid nog andere reserves, waaronder een reserve waar rijksmiddelen in zijn ondergebracht voor de proeftuin aardgasvrij OvervechtNoord en een reserve voor duurzaamheidsleningen aan bedrijven en instellingen. Zie voor een verdere toelichting op de reserves van het programma duurzaamheid de website van de gemeente Utrecht: Toelichting reserves | Begroting 2021.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=fa5549d0-c9eb-4f72-aa15-46f1ff115113