CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota Visie stedenbouw Utrecht 2040

Raadsinformatiebijeenkomst 25 maart 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke kwaliteit in de tien-minutenstad en vaststellen reactienota31.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Reactienota Visie stedenbouw Utrecht 2040 ‘ruimtelijke kwaliteit in de tienminutenstad’

Reactienota Visie stedenbouw Utrecht 2040

Utrecht.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Inleiding Doel reactienota Opbouw reactienota Inspraak en participatieproces Inspraakreacties Wijze van beoordelen van de inspraakreacties Belangrijkste punten die zijn aangepast Wijze van vaststelling en Utrechtse Standaard

3 3 3 3 3 4 4

2 2.1 2.2 2.3 2.4. 2.5

Samenvatting inspraakreacties en aanpassingen Wonen Hoogbouw & Verdichting Erfgoed Mobiliteit Participatie

5 5 6 6 6

3 3.1

Aanpassingen op het concept Tekstuele en visuele wijzigingen in ontwerp visie

8

Bijlage 1: Inspraakreacties en beantwoording

Reactienota, februari 2025 2

1 Inleiding 1.1 Doel reactienota Tussen 4 oktober en 17 november 2024 hadden we de kans om ieders mening te horen over de ontwerp Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad. Gedurende deze periode van zes weken kon iedereen reageren door een inspraakreactie (zienswijze) aan de gemeente te versturen.

•

• Door deze inspraakreacties kunnen we de opgestelde ontwerp visie beter maken. In deze reactienota vindt u de opmerkingen van bewoners, vastgoedeigenaren, ondernemers en andere belanghebbenden, plus onze antwoorden daarop. Vervolgens wordt de definitieve visie met daarbij de reactienota door het college B&W aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd. 1.2 Opbouw reactienota In het volgende gedeelte van hoofdstuk 1 krijgt u een beknopte uitleg over het participatieproces, de belangrijkste thema’s uit de inspraakreacties, hoe we deze hebben beoordeeld en wat de volgende stappen zijn voor de vaststelling van de plannen. In hoofdstuk 2 beginnen we met een thematische samenvatting van enkele onderwerpen die aan bod zijn gekomen en lichten op hoofdlijnen toe hoe we hierop hebben gereageerd. In hoofdstuk 3 bieden we een overzicht van de verbeteringen of wijzigingen die in de Visie Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad 2040 zijn doorgevoerd naar aanleiding van de inspraakreacties of ambtelijke reacties op de ontwerp Visie. In bijlage 1 (2-kolommenstuk) van deze reactienota vindt u een overzicht van alle inspraakreacties en onze antwoorden in een tabel. 1.3 Inspraak en participatieproces Om te komen tot de Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad is er een intensief participatietraject doorlopen.

De inbreng uit de peilingen en gesprekken hebben we gebruikt om de uitgangspunten van deze visie vorm te geven.

•

•

Om te weten te komen wat Utrechters belangrijk vinden voor de ontwikkeling van de stad hebben we voor de zomer van 2023 ruim 4.600 mensen met behulp van een digitale enquête en 553 straatinterviews opgehaald wat zij belangrijk vinden voor de toekomstige inrichting van de stad. In het najaar van 2023 zijn er op allerlei manieren en momenten met verschillende (groepen) Utrechters “toekomstgesprekken” gevoerd. In deze verdiepende gesprekken is vooral over de relatie van leefbaarheid en de kwaliteit van de gebouwde omgeving gesproken. Hieruit zijn vier waarden naar voren gekomen die Utrechters belangrijk vinden bij het ontwikkelen en inrichten van een leefbare de stad. Deze waarden vormen de basis voor de ontwerp Visie: (1) de mens voorop, (2) diversiteit en menging, (3) ruimte voor ontmoeting en (4) aangename en groene leefomgeving. Ook hebben er een drietal technische bijeenkomsten plaatsgevonden met de commissie ROG van de gemeenteraad om ze te betrekken bij het opstellen van de Visie.

Sinds 4 oktober 2024 is de ontwerp Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad online te vinden op de website van de gemeente Utrecht. Tijdens de zienswijze periode (4 oktober tot 17 november 2024) hebben er twee fysieke exemplaren in de hal van het stadskantoor gelegen en konden mensen een zienswijze achter laten. 1.4 Inspraakreacties Er zijn in totaal 17 inspraakreacties/zienswijzen ingediend. Het gaat om de inspraakreacties van bewoners, ondernemers, vastgoedeigenaren, gebruikers, en belangenorganisaties. 1.5 Wijze van beoordelen van de inspraakreacties Een inspraakreactie bevat de mening, zorgen, wensen en suggesties van een indiener. De meningen in een inspraakreactie of de inspraakreactie zelf zijn nooit te beoordelen als goed of fout. Elke inspraakreactie is bestudeerd, om te bezien of de reactie aanleiding biedt om de ontwerp Visie aan te passen.

Reactienota, januari 2025 3

Doel is dat de inspraakreacties met de reacties kenbaar worden gemaakt aan de gemeenteraad, zodat de gemeenteraad alle belangen kan afwegen en in de raad transparante besluitvorming plaatsvindt over de Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad. De doorgevoerde wijzigingen of aanvullingen naar aanleiding van alle reacties zijn benoemd in hoofdstuk 3. Als een inspraakreactie een specifieke vraag bevat, wordt deze in bijlage 1 van deze reactienota beantwoord. 1.6 Belangrijkste punten die zijn aangepast Naar aanleiding van de inspraakreacties en aanvullende ambtelijke opmerkingen heeft de gemeente de ontwerp Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad op meerdere punten aangepast of verduidelijkt. Het gaat onder meer om de volgende punten: •

• •

•

Het is extra benadrukt dat voor hoogbouw het kader uit de Visie voor de knooppunten en de basis-plus gebieden uitgewerkt dient te worden in specifiek gebiedsbeleid. Benadrukt dat de culturele achtergrond en gebruiken van inwoners onderdeel is van de identiteit van een plek. Er hebben verduidelijkingen plaatsgevonden op de uitgangspunten die gaan over verschillende thema’s zoals groen, water, erfgoed en mobiliteit. Naar aanleiding van zienswijzen gerelateerd aan de na-oorlogse wijken hebben we een beschrijving van deze wijken aangepast om het nog steeds gewaardeerde ontwerpprincipe van ‘licht, lucht en ruimte’ beter te reflecteren.

•

Het belang van meervoudig ruimtegebruik is op meer diverse manieren geïllustreerd.

1.7 Wijze van vaststelling en Utrechtse Standaard De Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad wordt vastgesteld door de raad. Het college van burgemeester en wethouders legt de definitieve versie van de Visie voor aan de gemeenteraad ter besluitvorming. Voordat de gemeenteraad de plannen vaststelt, kan het voorstel van het college besproken worden in de raadscommissie Ruimtelijke ordening en grondzaken. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. Ook kan de raad besluiten om een raadsinformatiebijeenkomst te organiseren, waarin ze zich breder laat informeren en bewoners en andere belanghebbenden vraagt hun mening te geven over de plannen. Na vaststelling wordt de Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad (hierna Visie) toegevoegd aan de omgevingsvisie Utrecht, als aanvulling op de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (hierna RSU2040). Met vaststelling van deze Visie kan de hoogbouwvisie uit 2005 worden ingetrokken.

Na vaststelling van de definitieve Visie zullen de beleidsuitspraken met inzet van andere instrumenten van de Omgevingswet, in het bijzonder de (thematisch) beleidsnota (gericht op formuleren van doelstellingen), het uitvoeringsprogramma (gericht op het formuleren van concrete maatregelen) en het omgevingsplan (gericht op het opnemen van juridisch bindende regels binnen het grondgebied van de gemeente Utrecht) inhoudelijk verder moeten worden uitgewerkt. Bij die specifieke uitwerking kan alleen onderbouwd afgeweken worden van de vastgelegde principes. De Visie zal ook haar vertaling krijgen in thematisch en gebiedsbeleid van de gemeente Utrecht.

Reactienota, januari 2025 4

2 Samenvatting inspraakreacties en aanpassingen In de inspraakreacties komt een aantal thema’s vaker voor waarover de insprekers zich zorgen maken en waarvan zij vinden dat dit aangepast of aangescherpt moeten worden in de Visie. Dit hoofdstuk bevat per thema een samenvatting van de inhoud van de zienswijzen. Per thema staat een beknopte samenvatting, onze reactie, het antwoord en is aangegeven of de reactie heeft geleid tot aanpassingen in de Visie. Alle wijzigingen die zijn doorgevoerd zijn zichtbaar in hoofdstuk 3. In bijlage 1 (2-kolommenstuk) zijn alle inspraakreacties los terug te lezen en is per vraag of opmerking van iedere inspraakreactie een antwoord gegeven. 2.1 Wonen Reacties Enkele inspraakreacties uiten hun zorgen over het bouwen in hoge dichtheden, wat impliceert dat er alleen kleine woningen gebouwd gaan worden. Daarnaast wordt getwijfeld of dat wel bijdraagt aan de woonvisie en de daarin gestelde uitgangspunten voor woningbouw in balans. Antwoord Het bouwen van woningen binnen de bestaande stad in hoge dichtheid betekent in veel gevallen dat er appartementen worden gebouwd. In de bevolkingsprognose zien we dat de gemiddelde huishoudensgrootte steeds kleiner wordt, door het toenemende aantal alleenstaanden. Doordat de woningen kleiner worden stelt u terecht dat de druk op de openbare ruimte toe neemt.

Daarvoor hebben we extra aandacht, door in de Visie de beoogde kwaliteit te benoemen om ervoor te zorgen dat Utrecht leefbaar blijft. Daarnaast wordt in de Visie het belang van gemengde wijken onderschreven. Het is echter maatwerk per wijk en plek hoe daar invulling aan gegeven wordt. Hoe we sturen op (sociale) woningbouw kunt u lezen op: https://omgevingsvisie.utrecht.nl/thematisch-beleid/wonen Aanpassing Omtrent dit thema zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd in de Visie.

2.2 Hoogbouw & Verdichting Reacties Enkele inspraakreacties zijn het niet eens met het in de RSU2040 gepresenteerde groeimodel van Utrecht. Deze inspraakreacties hebben een andere blik op de noodzaak en/of het doel van verdichting. Voor hoogbouw zijn onder de inspraakreacties zowel voorstanders van beperking op hoogte van gebouwen als tegenstanders. Er worden verdere beperkingen voorgesteld en er wordt voorgesteld om de positie van de Dom als uitgangspunt te hanteren. Andere inspraakreacties stellen voor om de hoogte niet langer te beperken zodat verdichting op een paar plekken geconcentreerd kan worden en zodat er een interessante skyline gerealiseerd kan worden. Antwoord De gemeente kiest er met de RSU2040 voor om de groei van de stad zoveel mogelijk rondom (nieuwe) knooppunten in de stad op te lossen. Een keuze voor verdichting, als onderdeel van een stedelijk weefsel, is een doordachte en duurzame vorm van stedelijkheid. Hierin gaan hoogwaardige woon- en werkmilieus, bereikbaarheid rondom ov-knooppunten en het draagvlak voor voorzieningen samen. De hoogbouwvisie bevat een gebalanceerde set aan spelregels en richtlijnen om verdichting en hoogbouw in goede banen te lijden. Met de beperkingen en richtlijnen omtrent verdichting en hoogbouw kunnen we ervoor zorgen dat in Utrecht de diversiteit in leefmilieus toeneemt.

Hiermee wordt Utrecht aantrekkelijker voor een meer diverse en uiteenlopende groep mensen. Door hoogbouw te realiseren, nabij knooppunten, behouden we ook de ruimte voor traditionelere woonvormen elders in de stad. Daarnaast kan hoogbouw vanuit een stedenbouwkundig oogpunt helpen om de stad leesbaar te maken en belangrijke plekken, de nieuwe centra of stations - te markeren. Aanpassing Omtrent dit thema zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd in de Visie. Tekstueel zijn er een aantal verduidelijkingen doorgevoerd om misverstanden te voorkomen. Zo is benadrukt dat voor het bijbouwen in de naoorlogse wijk er waardering blijft voor de oorspronkelijke Reactienota, februari 2025 5

ontwerpuitgangspunten ‘licht, lucht en ruimte’ (p.17) en dat voor de uitwerking van hoogbouw bij knooppunten en basis-plus gebieden altijd specifiek gebiedsbeleid wordt opgesteld (p. 20) 2.3 Erfgoed Reacties In één van de reacties wordt geconstateerd dat de Visie bij uitstek een middel is om de cultuurhistorische waarden te borgen en versterken. Dezelfde indiener concludeert echter ook dat de concept Visie hierin tekortschiet omdat ze te eenzijdig is gericht op hoogbouw en de rechtvaardiging daarvan, de andere waardevolle aspecten ten spijt. Ze pleit ervoor om cultuurhistorie expliciet toe te voegen aan de overkoepelende waarden en richtlijnen genoemd in de Visie. Daarnaast pleit ze voor een gedegen analyse en waardering van erfgoed en cultuurhistorie op stedelijk niveau. Antwoord In de RSU 2040 wordt uitgebreid stilgestaan bij de betekenis van de historie van Utrecht voor de ruimtelijke ontwikkelingen die nu en in de toekomst spelen in de stad. In de Visie wordt verder niet uitgebreid ingegaan op de cultuurhistorische waarden van de stad. Deze maken impliciet onderdeel uit van de identiteit van de plek, wat als startpunt dient voor gebiedsontwikkeling. De identiteit van een plek wordt gevormd door - naast cultuurhistorische waarden - de stedenbouwkundige karakteristiek, hoe een gebied door de eeuwen heen gebruikt wordt en door bewoners.

Voor de beschrijving van de verschillende karakteristieken van het gebied verwijzen we naar de welstandsnota. Ook in de huidige bestemmingsplannen (en straks in het omgevingsplan) staan meer gedetailleerdere omschrijvingen van cultuurhistorische waarden. Hoe we als gemeente omgaan met het Utrechtse erfgoed verwijzen we graag naar de Erfgoednota. Aanpassing Omtrent dit thema is in de Visie de relatie tussen hoogbouw en beschermde monumenten toegevoegd. Meer specifiek is de mogelijkheid van een ‘heritage impact assesment’ benoemd voor de ruimtelijke onderbouwing van hoogbouw in of nabij Unesco werelderfgoed. Tekstueel is de begrijpelijkheid verbeterd door het begrip ‘geschiedenis’ aan te passen naar ‘cultuurhistorie’.

2.4 Mobiliteit Reacties Enkele inspraakreacties uiten hun zorgen over bereikbaarheid door de groei van Utrecht. Daarnaast worden enkele toevoegingen voorgesteld omtrent gezonde mobiliteitsvormen, fietsen en fietsparkeren. Antwoord De gemeente Utrecht wil bereikbaar en aantrekkelijk blijven, ondanks de groei. We geven daarbij voorrang aan gezonde en duurzame vormen van verplaatsen. Hiernaast is het mengen van functies een belangrijk instrument om reisbewegingen te verminderen. Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. Daarom geven we voorrang aan duurzame vervoermiddelen. Veel van de voorgestelde toevoegingen of motivatie omtrent keuzes worden uitgelegd in het mobiliteitsbeleid van de gemeente. Aanpassingen Omtrent dit thema zijn op basis van de zienswijze geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd in de Visie. Op basis van ambtelijke reacties zijn wel enkele functies met grote goederenstromen benoemd als aandachtspunt bij gebiedsontwikkeling en is in het principe ‘uitnodigende openbare ruimte’ benadrukt dat ook goederenstromen van invloed zijn op de openbare ruimte.

2.5 Participatie Reacties Enkele inspraakreacties uiten hun zorgen over de gevoerde participatie (Samen stad maken), de timing van het opstellen van producten (in relatie tot de beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht en het Masterplan Centrum Overvecht) en de waarde en representativiteit van de ingezette participatiemiddelen (o.a. de straatgesprekken en Swipocratie). Er worden vraagtekens gezet bij de transparantie van de gemeentelijke beleidsontwikkeling. Tegelijkertijd hebben we ook inspraakreacties ontvangen die het participatieproces omtrent de Visie en de toekomstgesprekken als zeer waardevol hebben ervaren. Antwoord We zijn het traject voor de Visie gestart met het bevragen van mensen voordat er begonnen is met schrijven.

Reactienota, januari 2025 6

De eerste enquête is afgenomen door middel van de participatietool beeldende manier snel een (eerste) indruk te krijgen hoe mensen denken over bepaalde onderwerpen zonder dat ze zich direct hoefden te verdiepen of naar een bijeenkomst te komen. Daarnaast zijn straatinterviews afgenomen. Ruim 4500 mensen hebben op deze manier meegedaan aan de eerste fase van de participatie. Van dit aantal zijn er meer dan 553 mensen persoonlijk op straat gesproken door ruim 100 collega's verdeeld over verschillende locaties in alle wijken van Utrecht. Het heeft ons waardevolle input opgeleverd voor de verdere uitwerking van de Visie.

Swipocratie in te vullen. Deze tool is bedoeld om op een laagdrempelige,

Door de gesprekken op straat, bij de markt, in het winkelcentrum, maar ook doordat respondenten aan het einde van de online enquête een boodschap konden achterlaten, hebben we veel extra input kunnen ophalen. Ook deze informatie is meegenomen bij het bepalen van de rode draad en de dilemma’s en onderwerpen waar verdieping op nodig is in de volgende ronde van de toekomstgesprekken. Inwoners lieten weten dat ze het goed vinden dat de gemeente op deze manier informatie ophaalt en echt de tijd neemt om in gesprek te gaan. Tegelijkertijd hoorden we ook vaak dat “de gemeente toch niets doet met deze informatie en haar eigen gang gaat”. Een notie waar we veel aandacht voor hebben, juist omdat we de informatie waardevol vinden en zo goed mogelijk en transparant willen verwerken. Dit is ook een belangrijke ambitie vanuit Samen stad maken waarvoor inmiddels nieuw beleid is vastgesteld. In de tweede fase, tijdens de verschillende verdiepingsbijeenkomsten, hebben we zoveel mogelijk geluisterd naar de terechte zorgen en ervaringen van mensen om daar in de Visie met uitgangspunten voor te komen zodat we hier ook op kunnen sturen bij het maken van de plannen. Onze insteek is vooral geweest om transparant te zijn in wat we opgehaald hebben en hoe we hier mee om zijn gegaan.

Dat hebben we op verschillende momenten naar deelnemers teruggekoppeld en via de verschillende kanalen van de gemeente ook aan andere geïnteresseerden teruggegeven. De Visie geeft uitgangspunten mee die uiteindelijk door vertaald moeten worden naar een specifieke locatie. Zo kunnen we maatwerk leveren, maar wel maatwerk die voortkomt uit stadsbrede uitgangspunten. Dat biedt iedereen meer duidelijkheid. Aanpassingen Omtrent dit thema zijn geen inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd in de Visie. Reactienota, januari 2025 7

3 Aanpassingen op de ontwerp Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke Kwaliteit in de tienminutenstad. Tekstuele en/of visuele wijzigingen in ontwerp visie Onderwerp

Pag. ontwerp

Pag. def.

H1. Inleiding

Aanpassing

n.a.v. zienswijze of ambtelijk?

Geen aanpassingen

H2. Sturen op Kwaliteit en Leefbaarheid Identiteit

8

8

Logistiek

13

13

Dynamiek

14

14

Naoorlogse wijk

17

17

Erfgoed Hoogbouw

18 20

18 20

Rijnenburg

22

22

Erfgoed

22

22

Culturele achtergrond en gebruiken benoemd als onderdeel van de identiteit van de plek Functies met grote goederenstromen benoemd als aandachtspunt bij gebiedsontwikkeling Afbeelding: centrum in dezelfde kleur weergegeven als de stedelijke knooppunten Waardering voor de ontwerpuitgangspunten ‘licht, lucht en ruimte’ toegevoegd bij het onderwerp naoorlogse wijk Relatie hoogbouw en beschermde monumenten toegevoegd Uitwerking van hoogbouw in gebiedsbeleid voor knooppunten en basis-plus gebieden toegevoegd Omschrijving ontwikkeling Rijnenburg aangepast naar aanleiding van Programmatische verkenning Heritage impact assesment benoemd als mogelijk onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing van hoogbouw in of nabij Unesco werelderfgoed.

zienswijze ambtelijk zienswijze zienswijze ambtelijk ambtelijk ambtelijk ambtelijk

Reactienota, februari 2025 8

H3. Stedenbouwkundige uitgangspunten Erfgoed Digitale toegankelijkheid

23 24-25

23 -

Sociale veiligheid Mobiliteit Water

36 38 40

34 36 38

Meervoudig ruimtegebruik

46

44

Duurzame gebouwen

49

47

H4. Hoe nu verder?

‘Geschiedenis’ aangepast naar ‘cultuurhistorie’ Pagina’s met illustraties verwijderd ten behoeve van de digitale toegankelijkheid van het document Sociale veiligheid toegevoegd als criteria van de goed beloopbare buurt Goederenstromen toegevoegd als ruimteclaim Water als integraler onderdeel opgenomen in de omschrijving en richtlijnen van principe gevarieerd en verbonden groenblauw. Nieuwe richtlijn met betrekking tot wateroverlast opgenomen. Specifieke context van sportaccommodaties toegevoegd als voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik. Voorbeeld aangepast in Utrechts voorbeeld van houtbouw

ambtelijk ambtelijk zienswijze ambtelijk ambtelijk

zienswijze zienswijze

Geen wijzigingen

Reactienota, januari 2025 9

Bijlage 1 Inspraakreacties en beantwoording Nr. 1

Reactie Wat een gemiste kans om toch weer aan die hoogtelimiet van 105 meter te blijven vasthouden. Kijk naar Amsterdam daar weten ze wel hoe het hoort. We hebben al een tafelberg bij het station, wat voor hoogvlaktes willen jullie nog meer creëren?

Antwoord Utrecht ligt in het centrum van verschillende waardevolle (UNESCO) landschappen, heeft een historische binnenstad, en verschillende beschermde stads- en dorpsgezichten. De stad heeft een rijke cultuurhistorie waar grote bouwhoogten veel impact kan hebben. Grote watervlakten als tegenwicht ontbreken, en Utrecht heeft een veel kleinere, compactere schaal dan bijvoorbeeld Amsterdam of Rotterdam. Om die reden moet nieuwe hoogbouw zich verhouden tot ons historische centrum en de Dom als belangrijkste oriëntatiepunt van Utrecht. Per knooppunt wordt een ruimtelijke uitwerking gevraagd waarin een goede inpassing van hoogbouw ten opzichte van de omliggende wijken, het landschap, diverse zichtlijnen en de compositie van de torens onderling wordt beschreven. Zo zorgen we ervoor dat nieuwe hoogbouw enerzijds aansluit bij de bestaande stad en anderzijds in voldoende variëteit in hoogte voorziet.

2a

Eerder dit jaar heb ik deelgenomen aan een van de 'toekomstgesprekken' die de aanleiding vormden voor deze zienswijze. Ik moet zeggen dat ik zeer positief verrast ben door het concept dat jullie hebben toegestuurd, zeker vergeleken met het basisdocument waar die gesprekken op gebaseerd waren. De aandacht voor diversiteit binnen de gemeente loopt als een rode draad door het hele document heen, en dat is denk ik zeer positief. Zeker omdat gewerkt wordt met een duidelijke en heldere definiëring, wat het daadwerkelijk behalen van de ambities op dat vlak bevordert. Daarnaast vond ik het ook erg prettig om te lezen dat in het document over de steden én dorpen in de gemeente gesproken wordt, en dat de dorpen ook een gelijkwaardige, eigen plek in de visie hebben gekregen.

Wat fijn dat u onze aanpak, de gesprekken en de uitwerking als positief heeft ervaren. We willen graag met Utrechters de stad maken. We hebben in dit proces samen opgetrokken met collega's van Samen Stad Maken die tegelijkertijd werkten aan de nieuwe beleidsnota Samen Stad Maken, waar het kompas dat u beschrijft onderdeel van is. Daarnaast is er de afgelopen periode gewerkt aan het actualiseren en verbeteren van het Utrechts Plan Proces voor Gebiedsontwikkeling. Een proces dat de spelregels bevat hoe we zelf en als gemeente de planprocessen doorlopen. Dit is in november vastgesteld door de gemeenteraad. Ook daarin is actief samen opgetrokken met Samen Stad Maken om hier beter op te kunnen sturen.

Er zijn drie punten waarop ik denk dat de visie nog wat verder aangescherpt kan worden, zodoende hieronder deze (beknopte) zienswijze. Ik kijk uit naar de definitieve versie! Concretisering van burgerparticipatie De participatie die de basis vormde voor deze visie is zorgvuldig verlopen en wordt zorgvuldig toegelicht, maar er is wel heel beperkte aandacht voor participatie in de rest van het stedelijke ontwikkelingsproces dat de visie uitzet. Er wordt enkel gesproken van het belang van maatwerk en tegen 'one size fits all', maar zonder enige indicatie van in welke delen van de stedelijke ontwikkeling die de visie uitzet welke vormen van participatie wenselijk zijn, ben ik bang dat het risico bestaat dat dit er sneller helemaal bij inschiet. Verdere specificatie op dit punt is dus denk ik wenselijk. Dat zou Reactienota, januari 2025 10

heel mooi gekoppeld kunnen worden aan het nieuwe Utrechtse Participatiekompas, deze visie zou een mooie gelegenheid kunnen zijn om duidelijk te illustreren hoe dat kompas gebruikt kan worden om de juiste vormen van participatie te vinden. 2b

2c

3a

Oog voor diversiteit en concretere maatregelen bij het mogelijk maken van 'wooncarrières' binnen een wijk of dorp. Heel goed dat deze visie het belang van wooncarrières duidelijk erkend wordt, maar ik denk dat er meer aandacht zou moeten zijn voor hoe dit gerealiseerd kan worden gelet op de uitdagingen op de huidige woningmarkt. Voor koopwoningen is dit namelijk relatief eenvoudig te realiseren: bouw woningen in verschillende prijsklassen op verschillen plekken. Maar voor met name sociale huurwoningen is dit een heel ander verhaal: iedereen wordt op één hoop gegooid en eigenlijk opnieuw over de gemeente verdeeld. Natuurlijk kies je waar je inschrijft, maar met de huidige enorme wachtlijsten is het vooral een kwestie van goed gokken. Ik denk dat er maatregelen zijn die kunnen helpen bij dit probleem. Bijvoorbeeld op bepaalde plekken (dorpskernen als Vleuten en De Meern, volksbuurten als Elinkwijk en Sterrenwijk) kernbinding als voorrangsfactor opnemen, net als bijvoorbeeld in Kamerik (gem. Woerden) en volgens mij ook Haarzuilens gebeurt. Of door bijvoorbeeld af en toe lotingen alleen open te zetten voor mensen met kernbinding, als dat mag. Zo zorg je dat de mogelijkheid voor een wooncarrière binnen een wijk of dorp er niet alleen is voor rijke mensen, maar ook voor mensen met minder geld.

Benadruk niet alleen het belang van hoogwaardig openbaar vervoer, maar ook van kleinschalig en ontsluitend openbaar vervoer De visie spreekt zeer regelmatig over openbaar vervoer, maar wel altijd over hoogwaardig openbaar vervoer. Dit terwijl de visie ook duidelijk onderscheid maakt in de zes verschillende soorten gebieden, waar ook rustiger gebieden bijzitten. De hyperfocus op hoogwaardig openbaar vervoer heeft de afgelopen jaren gezorgd voor een verschraling van het kleinschaliger openbaar vervoer op dit soort plekken, zoals in TerwijdeNoord, op de Kanaalstraat en in de Schaakbuurt. Dat terwijl voor de mensen daar juist die bus die ieder halfuur voor de deur stopt belangrijk kan zijn, omdat de HOV-verbindingen er niet dichtbij komen. Het is denk ik belangrijk om, aan de hand van de definities voor drukkere en rustiger plekken, ook het belang van de ontsluitende factor van het openbaar vervoer in rustiger delen van de gemeente te erkennen. Anders dreigen deze rustige gebieden (groenblauwe structuren en woongebieden) in de praktijk toch het kind van de rekening te gaan worden. Ik heb wat vragen over één aspect in de stedenbouwvisie: fietsparkeren. Misschien is dit een onderdeel wat vooral thuis hoort in het mobiliteitsplan, maar ik vermoed dat er enige overlap is.

We willen wooncarrière mogelijk maken binnen de wijk door te zorgen voor een gezonde mix van verschillende woningtypen op buurtniveau. In Utrecht is al sprake van buurtvoorrang bij sociale huur in de kern Haarzuilens en passen we ook loting toe. Dit is terug te vinden in de Huisvestingsverordening. Met de nieuwe beleidsnota wonen, die momenteel wordt opgesteld, kijken we hoe we in de toekomst omgaan met (buurt)voorrang. We zien ook dat er doordat we steeds meer verschillende voorrangsregels hebben toegevoegd de afgelopen jaren, het voor woningzoekers onduidelijker is geworden waar ze nu wel en niet voor in aanmerking komen. Dus we zoeken ook naar een vereenvoudiging van het systeem.

Openbaar Vervoer is een belangrijke schakel in de tienminutenstad. Zowel het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) als het aanvullende ontsluitende openbaar vervoer. Het bouwen in hogere dichtheden maakt het mogelijk om voldoende draagvlak voor HOV-verbindingen te krijgen. Aanvullend OV zal hierbij altijd noodzakelijk blijven. Hoe we in de toekomst ons OV systeem willen vormgeven kunt u lezen in het mobiliteitsbeleid.

In het uitgangspunt een uitnodigende openbare ruimte onderschrijven we uw mening over het belang van goede openbare ruimte. We herkennen dat fietsparkeren een van de ruimtevragers is die beslag legt op de beschikbare Reactienota, januari 2025 11

Zowel in het mobiliteitsplan als in de stedenbouwvisie staat dat Utrecht wil inzetten op fietsen en voetgangers. Daar ben ik erg blij mee. Parkeren van auto's zal worden teruggedrongen. Ook prima. Maar er staat weinig over parkeren van fietsen, terwijl dat in de dagelijkse praktijk ook een uitdaging begint te worden. Ik ben maar leek, maar ik zie de volgende ontwikkelingen: - Er komen meer mensen per fiets naar het centrum. Die willen allemaal een plek om hun fiets te stallen, zo dicht mogelijk bij waar ze moeten zijn. Dit neemt ruimte in, vaak ook van looppaden van voetgangers. - Er zijn meer weesfietsen. Die nemen plek in. Het lijkt dat de gemeente de taak oppakt om die te identificeren en weg te halen. - De schaarse openbare ruimte willen we goed gebruiken. In de stedenbouwvisie staat een mooie plaat met wat je allemaal zou willen doen: bijv. in de stadstraat (pagina 61). Daarin zit ook ruimte voor het parkeren van fietsen. 3b

4a

Om concreet te blijven: ik denk dat fietsparkeren een probleem gaat worden omdat te veel van de openbare ruimte in beslag neemt. In de stedenbouwkundige visie is een deel hiervan geadresseerd: nieuwe hoogbouw moet inpandige parkeerplekken voor fietsers hebben. Echter: ik mis een oplossing voor het parkeren van fietsen bij bestaande bouw en in het centrum. Hopelijk kan dit aspect ook worden meegenomen in de visie. De concept stedenbouwkundige visie geeft een duidelijk beeld van hoe de gemeente met de beschikbare ruimte wil omgaan en waar haar prioriteiten liggen. Al ben ik als architect afgestudeerd heeft stedebouw me altijd gefascineerd. We maken zelf stedebouwkundige plannen maar adviseren ook al enige jaren de gemeente Amsterdam op het gebied van stedebouwkundigevisies, en dan met name op het gebied van meer inclusieve gebiedsontwikkeling. Aangezien het woord inclusiviteit een modewoord geworden is waar ieder een eigen inhoud aangeeft, spreken we de laatste tijd liever over gebiedsontwikkeling die ontwikkeld wordt vanuit een sterk bewustzijn van wie de eindgebruiker is of zal zijn. Vanuit deze bril heb ik ook gekeken naar de concept stedenbouwvisie. Ik zal ik hieronder puntsgewijs aangeven wat mijn bevindingen zijn.

openbare ruimte. Bij nieuwe ontwikkelingen kunnen we sturen op de ruimte die de fiets inneemt op straat. Met de Visie geven we handvatten om deze afweging te kunnen maken. Over het algemeen geldt hierbij; hoe hoger de dichtheid van de gebouwen en woningen, hoe meer voorzieningen (waaronder fietsparkeren) inpandig moeten worden opgelost. Deze afwegingen die gemaakt moeten worden zijn per gebied en project anders. Daarnaast streven we steeds meer naar ruimte voor de voetganger, handhaving op weesfietsen en/of foutgeparkeerde fietsen en het aanbieden van fietsparkeer oplossingen in het centrumgebied. Utrecht heeft specifiek beleid voor auto- en fietsparkeren waarin specifiekere kaders zijn opgenomen voor fietsparkeren in het centrum, bestaande buurten en nieuwbouw. Zie hiervoor het parkeerbeleid fiets en auto. Het uitbreiden van fietsparkeren in de Binnenstad en in bestaande buurten is een belangrijk punt waar we separaat van de Visie aan werken. Zie daarvoor het parkeerbeleid fiets en auto.

Bij het opstellen van de Visie hebben we ons ingespannen om - met behulp van een digitale enquête en straatinterviews - een diverse groep inwoners te spreken over wat zij belangrijk vinden voor ruimtelijke ontwikkeling van de stad. In de Visie gaan we er impliciet vanuit dat de beoogde kwaliteit en leefbaarheid in de stad voor iedereen - voor alle leeftijden, etniciteiten, geder, etc. - is bedoeld. De veranderende samenstelling van de stad kan zeker invloed hebben op de uitwerking van de Visie in gebiedsontwikkelingen, nu of straks. De Visie kent generieke uitgangspunten die vertaald worden naar gebiedseigen oplossingen (maatwerk) bij gebiedsontwikkeling. De identiteit en de (toekomstige) gebruikers hebben daarop een belangrijke invloed.

Reactienota, januari 2025 12

Algemene punten In Utrecht vormen migranten in 1996 27% van de bevolking, dat is bijna 30 jaar later 40% (Statistieken Gemeente Utrecht) Als je deze trend blijft volgend dan zal dat in 2040 richting de 50% zijn. Hierin worden 3de generatie migranten niet meegenomen. Dus mensen met een migratieachtergrond vormen een niet te verwaarlozen deel van de bevolking van Utrecht. De vraag is in hoeverre dit gegeven een rol heeft gespeeld bij het opstellen van de concept stedenbouwkundige visie. 4b

4c

Het woord "identiteit" komt wel 26 voor in dit document, maar nergens wordt gesproken over de bijzondere etnische identiteit van wijken als Overvecht en Kanaleneiland, waar er respectievelijk 63% en 75% mensen met een migratieachtergrond wonen. In beide wijken heeft ongeveer 10% van de bewoners een Westerse migratieachtergrond, dus het overgrote deel heeft een niet Westerse migratieachtergrond. Dit heeft onherroepelijk invloed op het ruimte gebruik. Om een voorbeeld te noemen. Mensen met een migratieachtergrond gaan zelden of niet bij elkaar op de koffie, maar de sociale ontmoeting is voor hun minstens zo belangrijk. Deze ontmoetingen vinden vaak plaats in de openbare of semiopenbare ruimte. Hoe faciliteer je deze ontmoetingen? Iets directer, hoe transformeer je je denken vanuit hangjongeren (die je wilt vermijden), naar een ontmoetingsplekken waar jongeren kunnen chillen? Trouwens, ook de autochtone Nederlander doet steeds meer dingen in de openbare en semiopenbare ruimte. Koffie to-go was een onbekend begrip 30 jaargeleden. Studeren of werken in een café ook. Maar nu is het gemeengoed in onze steden. Het woord "ontmoeten" komt 11 keer voor, maar waar moet een ruimte aan voldoen waardoor mensen elkaar daar gaan ontmoeten. Het bordje "hier ontmoeten" werkt niet.

Hoe groot moet de portiek van een woongebouw zijn zodat de pakketjes er kunnen worden opgeslagen, een bezoeker kan aanbellen en twee buren met elkaar in gesprek kunnen zijn? Hoe breed moet een galerij, gang of corridor zijn dat mensen elkaar ontmoeten? Wat we zeker weten is dat je in een te kleine ruimte elkaar ontwijken en dus sluit je de ontmoeting uit.

We spreken in de Visie over de identiteit van een wijk of plek. Een essentieel onderdeel in deze identiteit zijn de mensen die in de wijk wonen of die een plek gebruiken. Als een bepaalde plek of gebied vooral gebruikt wordt door mensen met een migratieachtergrond kan dat inderdaad betekenen dat we op die plek meer inzetten op ontmoeting in de openbare of semiopenbare ruimte. In het uitgangspunt Ruimte voor gemeenschappen benoemen we heel specifiek om (toekomstige) bewoners te betrekken bij het (ontwerp)proces van nieuwe projecten. Juist om ervoor te zorgen dat zij - ongeacht welke migratieachtergrond zij hebben - zich thuis kunnen voelen en zich verbonden voelen met hun woonomgeving.

Ontmoeting, spontaan en gepland, is belangrijk voor de leefkwaliteit. Een bordje “hier ontmoeten” werkt inderdaad niet. We hebben in de Visie enkele richtlijnen opgenomen die bij een nieuwe ontwikkeling de voorwaarden moeten scheppen voor ontmoeting. We vragen initiatiefnemers te onderbouwen hoe zij aan de richtlijnen voldoen of op welke andere manier ze de voorwaarden voor ontmoeting scheppen binnen hun project. Daarnaast hebben we als richtlijn opgenomen om bewoners te betrekken bij Reactienota, januari 2025 13

4d

blz 8. Het gaat over de identiteit van Utrecht. Zo heeft Kanaleneiland met zijn naoorlogse portiekflats een compleet andere uitstraling dan Lunetten met experimentele woningbouw uit de jaren 70. Daarnaast heeft Kanaleneiland ook een hele andere etnische opbouw dan de meeste wijken in Utrecht, ongeveer 75% heeft een migratieachtergrond waarvan 65% niet westers. Hierdoor zal het ruimtelijke programma anders zijn. Zo komen in de meeste delen van Utrecht gebedsgebouwen leeg te staan, maar op Kanaleneiland is dat anders. Maar zie ook het voorbeeld hierboven. blz 9. Ook de Kanaalstraat heeft zijn zeer specifieke karakter wat mede een gevolg is van de bevolkingssamenstelling. Met name het gebruik van de openbare ruimte is hier heel anders dan de rest van de stad.

het (ontwerp)proces om ervoor te zorgen dat zij zich sneller thuis voelen en zich sneller verbonden voelen met hun woonomgeving en medebewoners. We spreken in de Visie een aantal keer over de identiteit van een wijk of plek. Een essentieel onderdeel in deze identiteit zijn de mensen die in de wijk wonen of die een plek gebruiken. Als we benoemen dat de identiteit van een plek meegenomen moet worden in een ontwikkeling dan wil dat dus zeggen dat ook de culturele achtergrond van de inwoners of gebruikers van de wijk of plek moet worden meegenomen. We zullen dit toevoegen aan paragraaf 2.1

blz 17 Utrecht kent ook enkele wijken waar het bouwblok niet de basisopzet is. Wijken zoals Overvecht en Kanaleneiland zijn kenmerkend door hun naoorlogse opzet met dezelfde bouwstempels en stroken, ontwikkeld volgens het destijds modern gedachtegoed van licht, lucht en ruimte. Deze twee wijken hebben ook de hoogste concentratie migranten in Utrecht. Kanaleneiland 75% en Overvecht 63%, beide wijken hebben 10% Westerse migranten. Dus ook de bevolkingssamenstelling zal invloed moeten hebben op hoe je de ruimte gaat (her)definiëren. We maken ruimte voor mensen, en de kunst is om naast de overeenkomsten (het overgrote deel) ook de bijzonderheden te ontdekken. Ontwerpen zowel voor het gemiddelde als voor de uitzondering. Bij toegankelijkheid weten we al redelijk goed hoe we dit doen, de entree van een (publiek) gebouw moet uitnodigend zijn voor de meerderheid van de mensen die goed ter been zijn als voor de kleine groep die in een rolstoel zit. 4e

blz 26.

We nodigen Utrechters uit om hun mening te geven of om mee te doen bij ontwikkelingen in hun wijk, buurt of straat. Uitgangspunt is altijd: wie mee wil doen, kan meedoen. Alleen zo wordt de stad echt van iedereen en kunnen Reactienota, januari 2025 14

Betrek bewoners bij het (ontwerp)proces bij nieuwe projecten. Het zorgt ervoor dat bewoners zich sneller thuis voelen en zich verbonden voelen met hun woonomgeving en mede-bewoners. Om je thuis te voelen moet je je herkennen en erkent voelen. Hoe zorg je hiervoor in wijken met de meerderheid migranten terwijl zij niet vertegenwoordigd zijn aan tafel en hun denkwijzen soms bij voorbaat afgewezen worden omdat het niet past binnen het bekende narratief van ontwerpers en beleidmakers.

4f

blz 26. Faciliteer spontane ontmoeting en herkenning tussen bewoners binnen een gebouw middels de routing en ordening in een gebouw bijvoorbeeld via de gezamenlijke trappenhuizen, de brievenbussen en de ontsluiting naar de openbare ruimte. Waar moet een ruimte aan voldoen om een ontmoeting te faciliteren, heel pragmatisch welke maat moet een gang, corridor of galerij hebben dat mensen elkaar ontmoeten? Onderzoek van socioloog Maurice Crul wijst uit dat om je thuis te voelen in je buurt je je buren moet ontmoeten. Dus ook iemand met rechtse ideeën die zijn Marokaanse buurman ontmoet in de portiek zal zich thuis (blijven) voelen in zijn buurt. Terwijl als je elkaar niet ontmoet dat vervreemd de autochtone bewoner van zijn buurt. Vanuit onze stichting Social Design Foundation hebben we samen met Maurice Crul, professor aan de VU een onderzoek opgezet voor de gemeente Amsterdam om wetenschappelijk vast te leggen welke ruimten werken en welke niet, als het gaat om ontmoeten.

4g

blz 26. Maak mogelijk dat de bewoners gedeeld eigenaarschap gaan voelen over de (semi)publieke ruimte buiten hun woning. Dit kan een gedeelde

bewoners en andere betrokkenen invloed uitoefenen op alle ontwikkelingen in de stad. Op www.utrecht.nl/participatie kunt u lezen hoe we als gemeente de samenwerking met bewoners organiseren. Daarbij is extra aandacht voor inclusie en diversiteit. We doen extra moeite om degene voor wie we het doen (de gebruiker) actief te betrekken en op die manier het soms ongehoorde geluid te horen. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van woningbouw niet alleen naar omwonenden luisteren, maar minstens net zo veel naar de toekomstige bewoners. Of voor Utrechters voor wie het lastig is om hun stem te laten horen. Bijvoorbeeld omdat het onderwerp ingewikkeld is of omdat ze zich niet aangesproken voelen. Dit vraagt van ons dat wij taal en vorm aanpassen om zo een bredere groep Utrechters te bereiken. We krijgen dan een beter beeld van de verschillende wensen om daarmee een betere afweging van belangen te maken. De Visie omvat generieke uitgangspunten voor de gehele stad. Op visieniveau wordt er gestuurd op de kwaliteit en leefbaarheid in Utrecht. De precieze maatvoering van gangen en galerijen die nodig is voor ontmoeten kunnen we niet in deze visie opnemen omdat dit veel te gedetailleerd is, en wellicht ook per situatie verschilt. De uitgangspunten, zoals benoemd in hoofdstuk 3, dienen per gebiedsontwikkeling vertaald te worden naar gebiedseigen oplossingen en/of regels.

In de planvorming van de projecten wordt de benodigde maatvoering uitgewerkt.

Eigenaarschap kan ontstaan door een uitgekiende configuratie van gebouwen en buitenruimte. Een heldere afbakening van buitenruimte helpt hierbij. Daarnaast kan het helpen om te investeren in de ‘zachte’ kant zodat er een gemeenschap kan ontstaan of worden versterkt. We vragen Reactienota, januari 2025 15

4h

binnentuin of het groen in de straat zijn, waar de bewoners gezamenlijk zorg voor dragen. Hoe krijg je eigenaarschap als je niet voelt dat het voor jou is en van jou is? Bijvoorbeeld, hoe worden bankjes geplaatst in de openbare ruimte, naast elkaar en gericht op het uitzicht? Of worden ze geplaatst met zicht op de straat of het pad? In Amsterdam Zuidoost gaan mensen de straat op met 1 doel, andere mensen ontmoeten, dan plaats je de bankjes anders. Je kan de banken ook zo plaatsen dan mensen met elkaar in gesprek kunnen gaan, dus in hoek van 90 graden.

initiatiefnemers te onderbouwen hoe zij aan de richtlijnen voldoen of op welke andere manier ze de voorwaarden voor eigenaarschap scheppen binnen hun project.

blz 28. Een bijzondere woningtype Als je luistert naar woonwensen van 40% van Utrecht met een migratieachtergrond komen daar misschien hele vernieuwende ideeën voor woonvormen uit, zoals bijvoorbeeld een meerdere generatie woning.

Aansprekende architectuur moet iedereen in de gemeente aanspreken. Bij gebiedsontwikkeling is de identiteit van de plek maar ook van bewoners startpunt van ontwikkeling. In het beleid van Samen Stad Maken is het leidende principe inclusiviteit en diversiteit, waarbij we moeite doen om een zo divers mogelijk groep mensen te spreken bij gebiedsontwikkeling. Architectuur heeft een belangrijke rol in de uiting van de identiteit van de plek en de bewoners/gebruikers. Dit kan leiden tot iets wat 'afwijkt', en daarom juist kan uitnodigen tot gesprek.

blz 28. Ontwerp aansprekende architectuur met aandacht voor detaillering. Architectuur mag uitnodigen tot gesprek. De vraag is dan, wie moet of mag de architectuur aanspreken? De ontwerpers en beleidmakers van Nederland? Een redelijk homogene groep waar het gedachtengoed van de witte westerse man van middelbare leeftijd nog steeds de overhand heeft. blz 34. Een keuken daarentegen kan juist extra ontmoeting en contact tot stand brengen. Is dit voor alle bevolkingsgroepen waar? Mijn vermoeden is dat dit voor een groot deel van de bewoners van Kanaleneiland geen waarheid is. 4i

blz 36. Een houvast om te zorgen voor een beloopbare buurt voor iedereen moet er gedacht worden vanuit de meest kwetsbare doelgroepen. Waarom noem je hier de vrouw niet? We leven helaas in een wereld waarbij er mannen zijn die denken dat ze vrouwen lastig mogen vallen, andersom komt bijna niet voor. Dus als het veilig is voor de vrouw is het veilig voor de man. Helaas wordt ook nog steeds de vrouw (50% van de maatschappij)

Sociale veiligheid is één van de randvoorwaarden voor een beloopbare buurt. We weten dat met name vrouwen bepaalde routes vermijden vanwege de veiligheid. We ontwerpen een sociaal veilige openbare ruimte voor iedereen. Daarvoor zijn meerdere richtlijnen opgenomen om dit te bewerkstellingen. In het uitgangspunt Buurten nodigen uit om te lopen (pagina 36) voegen we sociaal veilig - naast toegankelijk en comfortabel toe aan de richtlijn 'lopen in de buurten is inclusief'. Reactienota, januari 2025 16

over het hoofdgezien. We ontwerpen vanuit de reference men. Zo werd pas in 2018 voor het eerst met een dummy met de fysiologie van een vrouw gewerkt bij de crash test voor auto's. De maatreferenties die we in de bouw gebruiken zijn meestal afgestemd op de gemiddelde man. Je kan een probleem pas oplossen als je het benoemt. 4j

blz 38. Betekenisvolle sociale contacten zijn belangrijk voor ons welzijn en gezondheid, en ze zorgen voor leefbare buurten en wijken. Hier hoort het chillen van jongeren met een migratieachtergrond ook bij, veelal hangjongeren genoemd als we hun moeten identificeren in gesprekken in het vakgebied van stedebouw en gebiedsontwikkeling.

Het behouden van broedplaatsen, rafelranden en eigenheid is inderdaad een uitdaging. We vragen initiatiefnemers te onderbouwen hoe zij aan de richtlijnen voldoen of op welke andere manier ze de voorwaarden voor het behoud van broedplaatsen scheppen binnen hun project.

blz 44. Het omarmen en het inpassen van de broedplaatsen draagt bij aan de eigenheid en identiteit van de plek en dienen zo veel mogelijk behouden te blijven, ook na de ontwikkeling. De uitdaging is dat de waarde van rafelrand ontwikkelingen niet (direct) uit te drukken zijn in euro's. Gebiedsontwikkeling wordt veelal gestuurd op euro's. Hetzelfde geldt voor de waarde van het maken van buurten waar mensen zich thuis voelen. De kosten voor het herstellen van sociale problemen die ontstaan in wijken waarin mensen zich niet thuis voelen die zijn wel uit te drukken in euro's maar deze kosten komen pas later naar boven, lang nadat de ontwikkelaar vertrokken is. Wij mogen dan als gemeenschap deze kosten dragen.

5a

Mijn interesse voor Utrecht is niet alleen professioneel, ik ben er zelf geboren, en op gegeven moment woonde de hele familie van mijn Utrechtse moeder in Overvecht. Mogelijk leest u iets van dat sentiment ook terug. Hopelijk dragen bovenstaande opmerkingen bij tot het komen tot een stedenbouwkundige visie voor alle Utrechters, ook de Utrechter met een migratieachtergrond. Natuurlijk sta ik ervoor open om mijn bevindingen nader toe te lichten mocht u daar behoefte aan hebben Met belangstelling heb ik uw stedenbouwkundige visie gelezen. Vele uitgangspunten en ideeën kan ik onderschrijven. Maar ik heb moeite met

Utrecht groeit. Om het verwachte aantal inwoners in Utrecht in 2040 een thuis te kunnen bieden, zijn er 60.000 nieuwe woningen nodig. In de Reactienota, januari 2025 17

5b

5c

het immens groot aantal woningen dat aan de stad Utrecht toegevoegd gaat worden. Ik vraag me af waarop deze ambitieuze planning gebaseerd is. Hoe meer woningen er bijgebouwd gaan worden, hoe groter het aantal mensen dat naar Utrecht zal trekken om daar te gaan wonen. Zo’n planning heeft een aanzuigende werking. Een groter stad is niet altijd een beter leefbaardere stad. Om stad van deze omvang te gaan realiseren, zullen naast het bebouwen van de polder Rijnenburg m.n. die wijken die nu al veel inwoners tellen, nog zwaarder belast gaan worden door voornamelijk dáár de toestroom van nog meer bewoners te laten plaatsvinden. Ik heb het idee dat men probeert daar de schade zo klein mogelijk te maken door verdichting. De gebieden die u hiervoor op het oog hebt, zijn de naoorlogse wijken waar de hoogbouw al in ruime mate aanwezig is. Zoals ik in de plannen kan lezen, zal dit m.n. gebeuren door het plaatsen van nog méér en hogere hoogbouw, het optoppen van de lage(re) appartementengebouwen, het volbouwen van kleine open binnentuinen waar nu nog speelplaatsen gevestigd zijn, het laten verdwijnen van parkeerplekken en versmallen van wegen eventueel ten gunste van bebouwing. Dit zal het woongenot van de (huidige) bewoners nauwelijks ten goede komen. In het verleden is geprobeerd de leefbaarheid en de onderlinge cohesie in deze wijken te vergroten.

Ondanks dat er veel aandacht en geld is besteed aan de groenvoorzieningen en ontmoetingsplekken heeft dit jammer genoeg nauwelijks tot resultaat geleid. Ik woon al meer dan 50 jaar in Overvecht en heb dus meegemaakt hoe dit verlopen is. Door nog meer hoogbouw (ook al spreekt u van: een openbare ruimte die uitnodigt uit tot ontmoeting) zal m.i. de anonimiteit zeker niet afnemen. Ook schrijft u dat de hoogteaccenten in balans moeten zijn met de omliggende bebouwing, maar ik vraag me af als ik de omgevingsvisie lees of wat dit betreft de zienswijze van de huidige bewoners hierin ook meegenomen zal worden en ook zal meetellen. Al met al moet ik zeggen dat ik aan deze concept-visie veel haken en ogen zie zitten. Mijn vraagtekens betreffen in eerste instanties de m.i. te ambitieuze groeiplannen van Utrecht en de manier waarop deze groei vorm gegeven gaat worden: verdichting in de naoorlogse wijken. Daarom roep ik u op deze concept-visie nog eens te overwegen

RSU2040 is daarom gekozen om de verdere groei van de stad te accommoderen. Door de groei aan woningen, banen en andere voorzieningen te concentreren op een aantal (nieuwe) knooppunten en Rijnenburg, vermindert de druk op de bestaande wijken. Zo ontstaat er ruimte om de kwaliteit van de bestaande wijken te verbeteren. De Visie borduurt voort op de beslissingen die genomen zijn in de RSU2040 en stelt deze niet ter discussie. Wat we bouwen – en met welke kwaliteit – heeft grote impact op de gehele stad. In de Visie benoemen we de beoogde kwaliteit om ervoor te zorgen dat Utrecht leefbaar blijft.

In alle wijken van Utrecht zijn er initiatieven om meer woningen en werkplekken te maken. We werken hier als gemeente aan mee als ze een meerwaarde hebben voor de stad en de buurt. Leefbaarheid speelt mee in deze afweging. In Overvecht kan dat anders zijn dan in bijvoorbeeld Lunetten of de binnenstad. De identiteit van een wijk of plek speelt hierin een grote rol. In de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2040 staat verder uitgewerkt hoe de ontwikkeling van Overvecht er de komende 15 jaar uit kan gaan zien. U kunt hier meer over lezen op: Omgevingsvisie Overvecht

In alle wijken van Utrecht zijn er initiatieven om meer woningen en werkplekken te maken. We werken hier als gemeente aan mee als ze een meerwaarde hebben voor de stad en de buurt. Leefbaarheid speelt mee in deze afweging. In Overvecht kan dat anders zijn dan in bijvoorbeeld Lunetten of de binnenstad. De identiteit van een wijk of plek speelt hierin een grote rol. In de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2040 staat Reactienota, januari 2025 18

verder uitgewerkt hoe de ontwikkeling van Overvecht er de komende 15 jaar uit kan gaan zien. U kunt hier meer over lezen op: Omgevingsvisie Overvecht 6a

Via uw website hebben wij kennisgenomen van de conceptstedenbouwvisie. Wij, Galgenwaard Development BV, zijn een van de initiatiefnemers van de gebiedsontwikkeling rond stadion Galgenwaard. Als eigenaar van de vier hoekkantoren en commerciële ruimten gevestigd in de zuidtribune hebben wij de afgelopen jaren in samenwerking met de gemeente Utrecht gewerkt aan de Stedenbouwkundige Uitwerking (SU) voor het projectgebied. Momenteel zijn wij gevorderd tot een schetsontwerp voor onze gebouwen en krijgt het ontwerp voor de openbare ruimte vorm. Deze werkzaamheden, in combinatie met de SU en andere stukken, moeten uiteindelijk samenkomen in een Stedenbouwkundig Programma van Eisen.

Bedankt voor uw positieve reactie.

Het vertrekpunt voor alle werkzaamheden is vastgelegd in een met de gemeente Utrecht overeengekomen IPOC en IDOC met ambities die aansluiten op onder andere de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en de verschillende relevante beleidsstukken en overige randvoorwaarden. Wij zijn verheugd in de concept-stedenbouwvisie te lezen dat voor knooppunt Galgenwaard een bandbreedte voor de bouwhoogte van 70 tot 90 meter zal gaan gelden. Door de toekomstige toren aan de noordzijde naar een gewenste hoogte van circa 90 meter te kunnen brengen ontstaat tezamen met de drie andere nieuwe torens (circa 60m, 70m en 50 m) rondom het stadion een stedenbouwkundig samenspel van torens aflopend naar de Kromme Rijn en de Lunetten. In het totaal van de vier torens is het mogelijk om het gewenste programma van wonen (ca. 500 woningen) en werken (ca. 18.000m2), in combinatie met de overeengekomen ambities, in een compact gebied te realiseren. Hierbij ontstaat meer ruimte voor ontmoeten, verbinden en verbijzonderen in een veel groenere en kwalitatief hoogwaardige omgeving. Wij wensen u succes met het afronden van de concept-stedenbouwvisie naar een definitieve versie. Reactienota, januari 2025 19

7a

Laat ik beginnen met dat ik het geen goed idee vind om de stad te laten groeien. Dit zal het karakter van de stad aantasten. Waarom moet Utrecht zo groot worden? Waarom niet accepteren dat onderhand de grens aan de groei is bereikt? Waarom moet men perse in Utrecht wonen? Het karakter is nu al in negatieve zin veranderd nu de stad groter is geworden vergeleken met twintig jaar geleden om maar wat te noemen.

7b

Veel Utrechters werken buiten Utrecht en veel van buiten de stad werken in Utrecht. Of men werkt in een hele andere wijk. Hoe valt dit te rijmen met dat wonen en werken binnen tien minuten bereikbaar is? Moet men dan van baan wisselen? Wat als die niet vlak in de buurt is? Moet men dan in een ander type baan gaan werken? Mag je in principe dus niet wat verder weg van jouw woonomgeving werken? De stimulering van een paar beroepstakken is wel erg beperkt. Een heleboel zullen daar niet in gaan werken doordat ze daar de vaardigheden of opleiding niet voor hebben of doordat ze daarin niet willen werken. Op grond waarvan zou er behoefte zijn aan ruim 70.000 arbeidsplaatsen? Is dit een reële behoefte of is dit een gecreëerde c.q. opgelegde behoefte? Werken vlakbij wonen is dus een illusie. Veel hobby’s zijn in een andere wijk of buiten Utrecht. Dat betekent nog steeds veel verkeer van en naar de hobby’s. Of mag men geen hobby’s beoefenen die verder weg zijn dan tien minuten? Is het streven dat men verplicht zal worden om alles binnen de eigen wijk te doen ook al heb je geen interesse in de activiteiten die in je eigen wijk worden aangeboden? Ook hierom is alles bereikbaar binnen tien minuten een illusie. Extra groen gaat ten koste van iets anders. Ik heb het idee vooral van parkeerplekken. Oftewel er komt parkeerdruk. Volgens mij is dit een strategie om de auto uit te bannen.

Waaruit bestaat de nieuwbouw? Vooral flatgebouwen of ook veel woningen? Als ik het zo zie, worden er vooral appartementen gebouwd.

7c

7d

De groei en veranderingen van onze stad zijn van alle tijden. Om iedereen die in Utrecht wil wonen een eerlijke kans te geven, zijn 60.000 nieuwe woningen nodig. De keuze om deze groei te accommoderen is gemaakt in de (reeds vastgestelde) Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. In de Visie stellen we deze groei niet ter discussie, maar benoemen we de beoogde kwaliteit als we bouwen, om ervoor te zorgen dat Utrecht leefbaar blijft. Want wat we bouwen – en met welke kwaliteit – heeft grote impact op de gehele stad. Om bij de groei de specifieke kwaliteiten van de stad te behouden, kiest Utrecht voor een stad waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn. Overal in Utrecht wil de gemeente dat woningen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen en groen dichtbij bij elkaar liggen, zodat inwoners er gemakkelijk en snel gebruik van kunnen maken. Ook maken we de keuze om de groei van de stad te concentreren op een aantal plekken. Daarmee verandert Utrecht van een stad met één centrum, naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Werken op tien minuten van de woning is geen verplichting. We beperken hiermee de groei van het aantal vervoersbewegingen.

De tien-minutenstad is een ruimtelijk concept en geen harde eis. We maken het in de toekomst wel gemakkelijker om op korte(re) afstand van de woning of werkplek een hobby te beoefenen. Hiermee beperken we de groei van het aantal vervoersbewegingen, stimuleren we gezonde manieren van verplaatsen (fietsen en wandelen) en houden we de stad leefbaar.

Het bouwen van woningen binnen de bestaande stad in hoge dichtheid betekent in veel gevallen dat er appartementen worden gebouwd. In de bevolkingsprognose zien we dat de gemiddelde huishoudensgrootte steeds kleiner wordt, door het toenemende aantal alleenstaanden. Doordat de Reactienota, januari 2025 20

7e

7f

Men heeft dus geen eigen tuin. Bouwen is duur. De opmerking dat woningen kleiner worden, wekt de indruk dat een aantal woonruimtes erg klein worden. Bij de Watervogelbuurt wordt nu gebouwd en de sociale huurappartementen zijn 30 m2; oftewel pietepeuterig klein. Een deel van de middenhuur-appartementen is trouwens ook klein. Ik neem aan dat de openbare ruimte ontmoetingsruimte wordt doordat men zo klein woont net zoals vroeger in de arbeiderswijken en naar buiten gedreven wordt voor activiteiten en ontmoeting. Binnenshuis zal dat lastiger worden.

woningen kleiner worden stelt u terecht dat de druk op de openbare ruimte toeneemt. Daarvoor hebben we extra aandacht, door in de Visie de beoogde kwaliteit te benoemen om ervoor te zorgen dat Utrecht leefbaar blijft.

Volgens mij wil de gemeente daarom de krappe woonruimte compenseren door de buitenruimte door deze aantrekkelijk in te richten. Een gedeelde binnentuin lijkt mij verschrikkelijk. Altijd anderen om je heen als je in de tuin zit. Ik vraag mij af of bij tuinieren door bewoners in een gemeenschappelijke tuin het kostenaspect niet meespeelt dat dit de gemeente weinig tot niets kost en dus weinig te maken heeft met oog voor de bewoners. Naar mijn idee worden privétuinen geweerd ten gunste van gemeenschappelijke tuinen. Er wordt wel heel erg ingezet op dingen gezamenlijk doen in plaats van individueel. Waarom niet personen een eigen tuin gunnen? Bij delen is het nooit echt van jou en kan je het niet zelf inrichten/beplanten met de planten die jij wilt. Wat als je weinig behoefte hebt om steeds anderen te ontmoeten? Of bepaalde typen bewoners? Het lijkt alsof het min of meer opgedrongen wordt om met allerlei personen om te gaan. Wat als bepaalde groepen de ruimte gaan domineren en juist voor een onveilig gevoel zorgen? Kan een intermediaire zone niet leiden tot veel activiteit vlakbij woningen dus juist een onrustige omgeving? Dat levendigheid dus in huis wordt opgedrongen? Als windenergie één van de energieleveranciers wordt, waar komen de windmolens? Want vlakbij woonomgevingen leidt tot gezondheidsschade en in groen is slecht voor de natuur. Ze nemen bovendien veel ruimte in.

Zonnevelden nemen ook veel ruimte in.

Ruimte binnen de stad is schaars en niet iedereen heeft behoefte aan het onderhoud van een tuin. Door ook woningen te maken waarbij er groenruimte gedeeld wordt, kan er ook voor deze groep mensen in de behoefte worden voorzien. Utrecht wil plek bieden voor iedereen, daarom zetten we in op verschillende woonmilieus die aanvullend zijn op de woonmilieus die Utrecht al kent.

In onze beleidsnota "Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht" (en blijage) kunt u lezen waar er windturbines kunnen komen. In de beleidsnota wijzen we focus en zoekgebieden aan waar schone opwek mogelijk kan worden gemaakt. U kunt de bestanden hier nalezen: https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/duurzame-stad/energie/energieopwekken/gebieden-schone-energie Reactienota, januari 2025 21

7g

Het lijkt alsof men niet meer zelf mag bepalen hoe men de eigen tuin inricht. Hetzelfde met daken en gevels. Men mag daar toch zelf over beslissen? Hoe moet men zich het vergroenen van gevels voorstellen? Wat planten tegen de gevel? Bomen zo plaatsen dat ze niet leiden tot schaduw in huis.

In Utrecht stimuleren we een groene inrichting van de tuin, het dak en de gevel, met als doel om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en te zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen stellen we randvoorwaarden op hoe we dit kunnen realiseren. Voor bestaande gebouwen en priveeigendom zal de gemeente dit enkel stimuleren, maar de keuze blijft aan de eigenaar of bewoner.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=fed709cc-03c8-4508-932d-ba4247a838f8