CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota Visie stedenbouw Utrecht 2040

Gemeenteraad 8 mei 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke kwaliteit in de tien-minutenstad en vaststellen reactienota31.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

7h

De gemeente wil een gezonde binnenstad met veel economische activiteiten. Door auto’s te weren uit de binnenstad, lopen winkels inkomsten mis en een aantal zal dus failliet gaan. Dit staat haaks op een gezond ondernemersklimaat. Nu al wordt er geklaagd over derving van inkomsten door het weren van auto’s uit de binnenstad. Dat zal alleen maar erger worden. De gemeente wil lopen stimuleren. Voor veel activiteiten zal men verder weg moeten. Of wordt dat verboden? Wordt fietsen straks ook ontmoedigd? Gaat groen ook ten koste van fietsenstallingen?

7i

Wat wordt verstaan onder voldoende ogen op straat om de veiligheid te vergroten? Overal camera’s zoals in China?

7j

Wat wordt bedoeld dat woningen minder grondgebonden zijn?

7k

Bij nieuwbouw kan men niet zelf bepalen wanneer men energie verbruikt? In de nieuwbouw bij de Jaarbeurs moet men eerst kijken of men wel kan douchen. Dan wordt bepaald handelen dus gestuurd en heeft men geen vrije keuze meer.

7l

Op welke manier draagt verdichting bij aan de kwaliteit in de leefomgeving? Verdichting lees ik als veel bebouwing bij elkaar.

Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. Daarom geven we voorrang aan duurzame vervoermiddelen. Om de binnenstad een aantrekkelijk gebied om te wonen, werken en recreëren te houden nemen we maatregelen om duurzame vormen van mobiliteit te stimuleren. Hoe we dit doen kunt u lezen op: https://omgevingsvisie.utrecht.nl/thematisch-beleid/verkeer-en-mobiliteit Een fiets- en voetgangersvriendelijke verblijfsuitstraling met minder auto overlast komt ondernemers tegemoet. Uit onderzoek blijkt dat fietsers en voetgangers in binnensteden gemiddeld meer besteden en in meerdere winkels dan automobiliteiten Met ‘ogen op straat’ bedoelen we dat er zicht vanuit woningen op de straat is. Dit vergroot ’s avonds als het minder druk is op straat het gevoel van veiligheid. Met grondgebonden woningen bedoelen we een woning met een woonlaag op de begane grond. Grondgebonden woningen hebben meestal ook een tuin. Een voorbeeld van een niet-grondgebonden woning is een appartement in een (flat)gebouw. De steeds grotere vraag naar energie vraagt erom dat we met elkaar ervoor zorgen dat de zogenaamde piekmomenten voorkomen worden om ervoor te zorgen dat er gedurende dag voldoende energie beschikbaar is. Dat vraagt om slimme oplossingen maar ook een gedragsverandering bij de inwoners van de gemeente.

Verdichting draagt bij aan voldoende draagvlak voor voorzieningen, zoals winkels, horeca, maatschappelijke voorzieningen en openbaar vervoer. Verdichting moet tevens leiden tot meer kwaliteit in de leefomgeving en is een investeringsmotor. Wanneer er bij kleine en grote projecten ook een investering in de omgeving gedaan worden, kan de buurt meeprofiteren; denk aan het opknappen en vergroenen van de openbare ruimte, het Reactienota, januari 2025 22

7m

Mag men nog zelf kiezen hoe groot men wil wonen? Of wordt dit voorgeschreven aan de hand van de gezinssamenstelling? Betekent wooncarrière in een buurt dat een buurt met duurdere woningen goedkope woningen erbij krijgt met de ermee gepaard gaande overlast? Of duurdere woningen in wijken met veel goedkope woningen? Ik vraag mij af of de animo groot is om daar te komen wonen. Net zoals ik mij kan voorstellen dat personen die de middelen hebben om te verhuizen naar een grotere woning, die buiten een wijk met veel goedkope woningen zullen proberen te vinden. Bij weinig glas op de begane grond niet kans op weinig lichtinval in de woning?

verbeteren van voorzieningen, het toevoegen van andere woningtypen, of het verduurzamen van de energievoorziening. Voor sociale huurwoningen wordt er bij toewijzing van de woning op gelet dat de grootte van de woning (aantal kamers) past bij het aantal mensen in het huishouden. Dit staat in de Huisvestingsverordening. Voor middenhuur, vrije sectorhuur en koopwoningen geldt deze regel niet. Veel mensen die niet voor werk of studie verhuizen, willen graag in hun eigen buurt blijven wonen. In het woonbeleid streven we daarom naar gemengde woonwijken: dus een mix van grote, kleine, dure en goedkope woningen in een wijk. Hiermee vergroten we de kans op het vinden van een passende woonruimte in de eigen wijk als mensen meer gaan verdienen, het gezin groter wordt, of bijvoorbeeld als de kinderen het huis uit zijn en mensen juist kleiner willen gaan wonen. Hoe we sturen op (sociale) woningbouw kunt u lezen in het woonbeleid.

7n

Betekent aanpassingen in de woningplattegrond aanpassingen intern? Waar moet dan aan gedacht worden? Een kamer splitsen in tweeën of van twee kamers één maken? Is men verplicht om private ruimtes voor publiek gebruik open te stellen? Gaat men daar niet zelf over?

Er wordt naar gestreefd dat gebouwen flexibeler zijn en dat aanpassing in woningplattegronden gemakkelijker mogelijk zijn. Het gaat vaak om inpassingen intern, zodat een woning bijvoorbeeld aangepast kan worden voor een andere doelgroep met andere wensen of zodat een woning kan veranderen naar een andere functies. Het gaat er ook om dat als je een woning koopt dat je gemakkelijk in staat bent om als eigenaar zelf wijzigingen kunt aanbrengen in je woning zonder ingewikkelde, dure constructieve ingrepen. Wanneer er wordt gesproken over het openstellen van private ruimtes voor het bredere publiek dan gaat het vaak om gezamenlijke ruimtes die in beheer zijn van bijvoorbeeld woningbouwcorporaties. Er wordt niet verwacht van bewoners om hun eigen private woonruimte open te stellen.

7o

Leiden zonnepanelen in gevels niet tot lelijk uitzicht voor overburen? Die kijken tegen zwarte rechthoeken aan. Leidt de ontwikkeling van knooppunten niet tot aantasting van de leefbaarheid van een gebied? Wordt een stedelijk knooppunt niet heel druk met ruimere openingstijden? De Koningsweg is nu groen met leuke huizen. Een station en hoogbouw leidt tot een heel ander karakter met veel meer activiteit. Het rustige karakter verdwijnt. Zal voor Lunetten ook gelden en wie weet ook voor andere plekken.

Zonnepanelen in de gevel moeten goed ingepast worden in de architectuur van het gebouw.

7p

In de Visie leggen we vast dat voor de leefbaarheid van de stad het van belang is dat er op elke plek een goede balans tussen rust, reuring en ruis is. In stedelijke knooppunten is het mogelijk dat er meer functies zijn die levendigheid aantrekken. De balans tussen rust en drukte wordt per gebied uitgewerkt in gebiedsbeleid.

Reactienota, januari 2025 23

7q

Komt een brede stoep waar je kan zitten in de plaats van een eigen tuin? Hoe voorkom je dat anderen op een bankje voor jouw huis gaan zitten en eventueel overlast veroorzaken?

7r

Worden garageboxen onteigend? Of wordt de auto zo onmogelijk gemaakt dat niemand meer een auto heeft en dus geen garagebox meer nodig zal hebben? Worden meerdere garageboxen en bergingen één woning of worden het piepkleine woningen? Worden bergingen onteigend?

7s

Hoogwaardig openbaar vervoer. Bij de trein is regelmatig en te vaak vertraging. Hoe wordt dit voorkomen bij het hoogwaardige openbare vervoer?

8a

Met veel interesse hebben we vanuit de BIZ-vereniging voor de Woonboulevard Utrecht (WBU), waarin de ondernemers op de boulevard zijn verenigd, kennisgenomen van de Concept Stedenbouwvisie voor Utrecht in 2040. We zien dat het document goed aansluit bij de RSU waarbij er in 2040 wordt gestreefd naar een stad waarbij voorzieningen, verdeeld over 5 centra, voor iedereen binnen 10 minuten te bereiken zijn. We zijn hierbij blij om te zien dat de A12 zone, waar de Woonboulevard onderdeel van uitmaakt, een van deze 5 centra is. We hopen dat dit -met deze ambitie in het achterhoofd- betekent dat de gemeente, net als de ondernemers van de WBU, ook de komende jaren blijft investeren in de kwaliteit van dit gebied. We zien in de MIRT verkenningen en onderzoeken die op dit moment worden uitgevoerd wel dat het behoud van de functie voor de woonwinkels op de Woonboulevard onder druk staan met de sterke behoefte aan het toevoegen van woningen.

Een brede stoep wordt gestimuleerd bij gebouwen waar geen voortuin aanwezig is. Een brede stoep is bedoeld voor de bewoner of gebruiker om deze zelf in te richten. Veel mensen vinden een bankje voor de deur fijn, maar dit is niet verplicht. Wanneer garageboxen of bergingen onderdeel uitmaken van de eerste verdieping van een gebouw dan wordt het gestimuleerd om deze om te vormen naar een andere functie, zoals wonen. Dit heeft als doel om de levendigheid en sociale veiligheid in de straat of buurt te verbeteren. De Visie stelt uitgangspunten op voor alle ontwikkelingen in de gemeente, maar is geen uitgewerkt plan. Openbaar Vervoer is een belangrijke schakel in de tienminutenstad. Zowel het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) als het aanvullende ontsluitende openbaar vervoer. Het bouwen in hogere dichtheden maakt het mogelijk om voldoende draagvlak voor HOV-verbindingen te krijgen. Aanvullend OV zal hierbij altijd noodzakelijk blijven. De gemeente bevorderd HOV en is in overleg met de vervoerbedrijven en bij de herinrichting van de openbare ruimte om dit mogelijk te maken. Hoe we in de toekomst ons OV-systeem willen vormgeven kunt u lezen in het mobiliteitsbeleid. De Visie borduurt voort op de reeds vastgestelde RSU 2040. De kwalitatieve uitgangspunten, zoals beschreven in de Visie, zijn generiek voor de gehele stad.

Op het moment dat er een gebiedsontwikkeling start zullen deze generieke uitgangspunten worden vertaald naar gebiedsspecifieke maatregelen. De Visie gaat niet over programmering en/of investeringen die in een gebied noodzakelijk zijn.

Reactienota, januari 2025 24

8b

Hoewel zowel de RSU als deze concept-stedenbouwvisie gaan over de langere termijn, hopen we ook dat er op de korte en middellange termijn, waar mogelijk, ook wordt geïnvesteerd in de attractiviteit door de aanpak van de openbare ruimte (vergroenen, verbeteren van verbindingen voor voetganger (oversteekbaarheid Hollantlaan) en fietsers) vooruitlopend en in lijn met deze lange termijn plannen en in lijn met de punten 3.6 en 3.7 uit deze concept-stedenbouwvisie. Bij het handen en voeten geven aan de stedenbouwvisie geven we, namens de ondernemers en vastgoedeigenaren van de Woonboulevard graag nog een paar aandachtspunten mee. Achtergrond WBU Woonboulevard Utrecht is de grootste woonboulevard in het westen van Nederland. Met ruim 65 woonwinkels (ca 105.000 vierkante meter) is de keuze voor de bezoeker enorm. Ter vergelijking zijn Woonmall Alexandrium 60.000 vierkante meter en Villa Arena 75.000 vierkante meter. Naast deze brede keuzemogelijkheden zijn de uitstekende bereikbaarheid langs de A12 én het grotendeels nog gratis auto parkeren belangrijke onderscheidende kenmerken en sterk bepalend voor het succes van de boulevard.

Recent onderzoek van DtnP en INretail (“Woonwinkelclusters in de veranderende stad”) laat zien dat dergelijke clusters zoals de WBU economisch heel relevant zijn, dat de fysieke winkel hier (ondanks de online mogelijkheden) een belangrijke positie heeft en goed worden bezocht (ca. 4 miljoen bezoeken per jaar).

In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 is de locatie van de woonboulevard aangeduid als te transformeren naar gemengd stedelijk gebied. De belangrijke functie van de woonboulevard voor de regio zien wij als gemeente natuurlijk ook. Maar het gebied van de woonboulevard en omgeving biedt ook mogelijkheden voor verdichting en vergroening. De Visie geeft daar richtijnen voor. Met een excellente plint beogen we een gevarieerd aanbod aan functies in de plint van een gebouw of een gebied als geheel. Deze invulling is afhankelijk van de ligging en het karakter van het gebied. Met een mix aan huurprijzen beogen we dat ook functies (zoals maatschappelijke voorzieningen) die een lagere huurprijs kunnen betalen toch zich kunnen vestigen in de plint van een gebouw. De uiteindelijke invulling van plinten danwel bijbehorende huren zijn van veel factoren afhankelijk en maakt onderdeel uit van een gehele gebiedsontwikkeling.

De woonboulevard is in economisch opzicht een relevante en unieke werklocatie binnen Utrecht WBU heeft de afgelopen jaren –ondanks het uitblijven van investeringen in de openbare ruimte- opnieuw omzetgroei laten zien. WBU is een belangrijke werklocatie en werkgever, alleen bij IKEA zijn ruim 480 medewerkers onder contract. WBU is een relevante bezoekstrekker voor Utrecht 70% van de bezoekers komt van buiten de Gemeente Utrecht.

Reactienota, januari 2025 25

95% komt met de auto van Den Bosch tot Breukelen, van Wageningen tot Woerden. In het directe verzorgingsgebied circa 515.000 huishoudens en ruim 1,1 miljoen inwoners, ca. 4 miljoen bezoeken op jaarbasis Een bijzonder gebied vraagt om voldoende aandacht Om de positie van de Woonboulevard als een van de grootste en sterkste boulevards te behouden en te versterken investeren winkeliers en eigenaren doorlopend. Zo is er de afgelopen jaren door hen al veel geïnvesteerd in de inrichting en uitstraling van het vastgoed. Om dit zo te houden vraagt dit ook om scherpe keuzes bij de positionering van dit gebied. Evenredige aandacht vanuit de Gemeente Utrecht is voor deze investeringen wat ons betreft een voorwaarde. We zijn dan ook blij dat de gemeente het gebied rondom de A12 zone heeft gekenmerkt als één van de vijf belangrijke centra binnen de strategie van een stad waarin voorzieningen binnen 10 minuten voor handen moeten zijn.

Onze aandachtspunten in het licht van de Concept Stedenbouwvisie 2040 ▪ Wil dit gebied nú en in de toekomst aantrekkelijk zijn en blijven voor bewoners én gebruikers dan vraagt dit om een groenere en aantrekkelijkere openbare ruimte; wij gaan graag nú al aan de slag met het vergroenen van de openbare ruimte en sluiten hierbij graag aan bij de ontwerpprincipes van de concept Stedenbouwvisie (nummer 3.6 en 3.7; we horen graag meer over de nadere uitwerking van de voorgenomen ‘groene routes’ zoals die eerder zijn genoemd binnen de RSU want toelichting hierop is vooralsnog uitgebleven; ▪ Stedenbouwkundig uitgangspunt 3.4 spreekt over een excellente plint; hierbij wordt melding gemaakt dat variëteit in huurprijzen voorwaarde is voor een aantrekkelijk reuringgebied; wij willen opmerken dat als dit reuringgebied een woonwinkelcluster betreft, zoals de WBU, deze winkels zich hier alleen kunnen vestigen bij een zekere huurprijs; dat je anders het risico loopt dat huurprijzen te hoog komen liggen en dat je geen excellente plinten realiseert maar uiteindelijk blijft zitten met lege en levenloze plinten (een dergelijke leegloop dreigt nu onder meer in Den Haag bij de Megastores); Reactienota, januari 2025 26

8c

In het gebied van de WBU achten wij verdichting door functies zoals kantoren en sporten/bewegen toe te voegen (zie ook de voetbalvelden op het dak van IKEA) kansrijk; we zien nu al dat woonwinkelen en werklocaties zoals Dotslash zich in het gebied goed laten combineren; hierdoor ontstaat aan de randen ook meer ruimte voor het realiseren van woonmilieus zeker ook omdat in en rondom dit gebied wordt nagedacht over aanzienlijke hoogtes; ▪ WBU blijft de enige plaats in Utrecht voor concentratie van woonwinkels; de concentratie van de winkels is juist de kracht van het gebied, ze versterken elkaar door elkaars aanwezigheid, dit geldt ook voor IKEA die hier beter functioneert met de andere woonwinkels in de buurt dan solitair gelegen IKEA-vestigingen; ▪ Ontwikkelingen elders mogen niet ten koste gaan van ontwikkelingsruimte WBU;

Het gebied is onderdeel van de ontwikkeling Groot Merwede. De transformatie naar een gemengde woon- en werkmilieu is onderwerp van onderzoek. Hoe kunnen functies gemengd worden, wat voor type werklocaties zijn nodig en werken aanvullend op elkaar? Wat voor gebied wordt dit in de toekomst? Met meervoudig ruimtegebruik wordt ingezet op het slimmer omgaan met de schaarse ruimte door functies te combineren. De sportvelden op de IKEA zijn daar inderdaad een goed voorbeeld van. Meervoudig ruimtegebruik kan ook plaats vinden door (openbare) ruimte gedurende de dag of de week voor verschillende functies te gebruiken. De Visie geeft dit als generieke richtlijn mee voor de gehele gemeente. Toepassing van deze richtlijnen in een gebied vraagt om maatwerk en gebiedspecifieke afwegingen.

We wensen de gemeente tot slot veel succes toe bij de uitwerking van de concept-stedenbouwvisie in concrete plannen. Daar waar dit ons gebied betreft blijven we over de uitwerking hiervan graag in gesprek. Mochten er naar aanleiding van deze aandachtspunten nog vragen zijn dan lichten wij deze graag nader toe in een gesprek.

Reactienota, januari 2025 27

9a

De Historische Vereniging Oud-Utrecht (in het vervolg Oud-Utrecht) heeft met belangstelling kennisgenomen van het concept van de ‘Stedenbouwvisie Utrecht 2040’. Graag maken wij gebruik van de mogelijkheid om op dit concept onze zienswijze te geven. In de kern komt zienswijze van Oud-Utrecht neer op de volgende punten: Een stedenbouwvisie is bij uitstek een middel om de cultuurhistorische waarden te borgen en versterken in en door wisselwerking met de dynamiek van de stad; Het voorliggende concept schiet daarin te kort: de visie is te eenzijdig gericht op hoogbouw en de rechtvaardiging daarvan, de andere waardevolle aspecten ten spijt; De stedenbouwvisie is te volgzaam op de maatschappelijke ontwikkeling, ze is weinig autonoom en authentiek; in een stedenbouwvisie dient juist de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van de stad het vertrekpunt te zijn; Cultuurhistorie dient daarom expliciet te worden toegevoegd aan de overkoepelende waarden;

In de RSU 2040 wordt uitgebreid stilgestaan bij de betekenis van de historie van Utrecht voor de ruimtelijke ontwikkelingen die nu en in de toekomst spelen in de stad. In de Visie wordt niet uitgebreid ingegaan op de cultuurhistorische waarden van de stad. Deze maken impliciet onderdeel uit van de identiteit van de plek, wat als startpunt dient voor gebiedsontwikkeling. De identiteit van een plek wordt gevormd door - naast cultuurhistorische waarden - de stedenbouwkundige karakteristiek, hoe een gebied door de eeuwen heen gebruikt wordt en door bewoners. Voor de beschrijving van de verschillende karakteristieken van het gebied verwijzen we naar de welstandsnota. Wel is de mogelijkheid van een ‘heritage impact assesment’ benoemd voor de ruimtelijke onderbouwing van hoogbouw in of nabij Unesco werelderfgoed. Tekstueel hebben we ook de begrijpelijkheid verbeterd door in het document het begrip ‘geschiedenis’ aan te passen naar ‘cultuurhistorie’. Ook in de huidige bestemmingsplannen (en straks in het omgevingsplan) staan meer gedetailleerdere omschrijvingen van cultuurhistorische waarden. Hoe we als gemeente omgaan met het Utrechtse erfgoed verwijzen we graag naar de Erfgoednota

Een autonome en authentieke visie vereist een gedegen analyse en waardering van op stedelijk niveau bepalende structuren; niet alleen om het behoud, maar vooral ook om de betekenis voor en de bijdrage aan de ontwikkeling van de stad; een dergelijke analyse en waardering ontbreekt, waardoor het potentieel van de ruimtelijke kwaliteit en het cultuurhistorisch erfgoed voor de stedelijke ontwikkeling niet tot uitdrukking komt en keuzes niet expliciet gemaakt kunnen worden. Cultuurhistorie dient daarom te worden toegevoegd aan de uitgangspunten en spelregels voor de ruimtelijke ontwikkeling; dat is in lijn met de bedoeling van de omgevingswet waarin de integrale benadering en afweging uitgangspunt is, en met het belang van de omgevingswet en -instrumenten

Reactienota, januari 2025 28

om het behouden, benutten en beleven van het cultuurhistorisch erfgoed te borgen.

9b

Een gemiste kans Oud-Utrecht zet zich in voor het cultuurhistorisch erfgoed van Utrecht. Cultuurhistorisch erfgoed bepaalt in hoge mate de identiteit van een stad, en zeker van onze stad Utrecht. Oud-Utrecht staat niet alleen voor het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed, maar ook voor het benutten en beleven ervan. Utrecht kent daarvan vele geslaagde voorbeelden, van middeleeuwse kerken tot twintigste-eeuwse fabriekshallen. De afgelopen 50 jaar is steeds duidelijker geworden dat cultuurhistorie geen hinder voor, maar ‘smaakmaker’ van de vooruitgang is: de singels zijn hersteld, Cereol een leuke plek om te wonen en te ontmoeten, de limes na 2000 jaar weer

In de ruimtelijke ontwikkeling van de stad neemt de geschiedenis van de stad een centrale plaats in. En dat is niet voor niets. De historische waarde maakt de stad aantrekkelijk, mooier en draagt bij aan een prettig en gezond woonklimaat. Mensen en bedrijven willen er graag wonen, werken of zich hier vestigen. In paragraaf 2.1 van de Visie onderschrijven we uw analyse over het belang van erfgoed in de ruimtelijke ontwikkeling. Op pagina 23 beschrijven we hoe cultuurhistorie wordt geborgd bij stedelijke ontwikkelingen: "Bij elke stedelijke ontwikkeling dienen deze uitgangspunten vertaald te worden naar de gebiedseigen oplossingen. De eigenheid, geschiedenis en beleving van Reactienota, januari 2025 29

zichtbaar en beleefbaar. Cultuurhistorisch erfgoed maakt Utrecht Utrecht, Zuilen Zuilen, Lunetten Lunetten, niet alleen in zijn fysieke verschijningvormen, ook in de uitdrukking die deze geven aan sociale, culturele en economische waarden uit heden en verleden.

een plek, is altijd het startpunt bij de vertaling van de uitgangspunten naar het gebied"

Een stedenbouwvisie is bij uitstek een middel om deze waarden te expliciteren en te sublimeren, omdat daarin het erfgoed niet op zich, maar juist in een dynamische, maatschappelijke context wordt geplaatst, waarin verleden, heden en toekomst in wisselwerking treden. Oud-Utrecht moet constateren dat het concept dat nu voor ligt daarin tekortschiet, en dat is een gemiste kans. Met alle respect en waardering voor de zinvolle uitgangspunten en overkoepelende waarden, komt de stedenbouwvisie bij ons toch vooral over als een hoogbouwnota 2.0. Uit de verdichtingsopgave waarvoor de stad staat is dat niet geheel onbegrijpelijk, maar het lijkt nu dat deze stedenbouwvisie eerder een stedenbouwkundige ‘verpakking’ is van keuzes die op andere gronden reeds gemaakt zijn het intensieve en uitgebreide participatietraject ten spijt.

9c

Te volgzaam, weinig autonoom en authentiek De stedenbouwvisie is in onze ogen te volgzaam. Eén van de doelen lijkt daarvoor een teken aan de wand: ‘We beogen de doorlooptijd van projecten te verkorten’, met het argument ‘…omdat er minder ruimte is voor discussie over basisprincipes’ (p.5). De stedenbouwvisie zou juist het document moeten zijn waarin en waarmee die discussie gevoerd wordt. We kunnen ons goed verenigen met het uitgangspunt: de stedenbouwvisie ‘vormt een richtinggevend kader voor de stedelijke omgeving’ en samen met de RSU 2040 ‘het startpunt om vroegtijdig het gesprek te voeren over de beoogde kwaliteit en leefbaarheid bij ruimtelijke ontwikkelingen’ (p.5). Dat stelt wel eisen aan de statuur.

De Visie beoogt om vroegtijdig het gesprek aan te gaan met initiatiefnemers over de kwaliteit en leefbaarheid van gebiedsontwikkelingen. Door aan het begin van het proces de kaders wat betreft deze beoogde kwaliteit scherp te stellen, en te bediscussiëren, worden zij vroegtijdig in het ontwerp meegenomen en voorkomen we vertraging later in het proces. Op deze manier wordt een integrale afweging gemaakt tussen verschillende belangen, die niet los is te zien van de maatschappelijke dynamiek. We zijn van mening dat de Visie - samen met de welstandsnota en erfgoednota - de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente benaderen als een te onderscheiden belang.

Reactienota, januari 2025 30

9d

9e

Oud-Utrecht had liever gezien dat in deze visie de ruimtelijke, en dus ook de cultuurhistorische kwaliteit als een autonome waarde was benaderd en gepresenteerd. Niet los van de maatschappelijke dynamiek, maar wel met een autonome en authentieke bijdrage daaraan. Dat kan op punten tot tegenstellingen leiden, maar dat maakt de keuze scherp. Voeg een vijfde overkoepelende waarde toe: verbinding van verleden, heden en toekomst De geschiedenis, de cultuurhistorie en het erfgoed bepalen in hoge mate de identiteit en het karakter van de stad, de wijken en de buurten. Ze worden wel hier en daar genoemd, maar niet expliciet gemaakt en ingezet als een inspirerende en stimulerende kwaliteit. Voeg daarom een vijfde overkoepelende waarde toe: ‘Verbinding van verleden, heden en toekomst’. Koester en behoud de erfenis uit verleden, ze is eenmalig, uniek en onvervangbaar en bepaalt de identiteit: ruimtelijk, maatschappelijk en emotioneel. Benut deze erfenis, baat ze uit: laat dit kapitaal uit het verleden renderen in heden en toekomst. Borg dit door iedereen deze erfenis te laten beleven.

Begin met een gedegen analyse en waardering De stedenbouwvisie stelt (p.9): ‘Deze ontstaansgeschiedenis is op veel plekken in Utrecht zichtbaar en zorgt ervoor dat de stad leesbaar is: je kunt herkennen waar je bent in de stad op basis van deze structuren en de gebouwde omgeving. Het karakter is in de basis ontstaan door het onderliggende bodem- en watersysteem in combinatie met de tijdsperiode waarin de verschillende buurten zijn gebouwd. De positie in de stad en de ligging aan stedelijke structuren is tevens van invloed op de identiteit van een plek. Ook dragen de landschappelijke kenmerken bij aan de wijze waarop de eigenheid van een plek wordt ervaren. Het Utrechts erfgoed, de historische, maar ook hedendaagse monumenten zijn dragers voor de Utrechtse identiteit. Op de schaal van gebouwen zijn bijvoorbeeld de bouwstijl, compositie, maat en schaal, materiaalgebruik en detaillering van belang. Bij elke locatie zijn er aanknopingspunten die benut kunnen worden in het ontwerp. Bij elke ontwikkeling moet de vraag gesteld worden of een ontwikkeling zich moet voegen naar het bestaande, of het bestaande juist een impuls moet geven

We kiezen er niet voor om een 5e waarde toe te voegen aan de Visie. Zowel in de RSU als de Visie is geborgd dat de geschiedenis van een plek, het erfgoed en de cultuurhistorische waarde een belangrijk vertrekpunt zijn bij ontwikkelingen in de gemeente. De vier waarden die in paragraaf 1.3 van de Visie worden gepresenteerd zijn een vertaling van de opbrengst van de gesprekken die met Utrechters naar voren zijn gekomen. Ze dienen als input voor de stedenbouwkundige principes in hoofdstuk 3 maar zijn niet uitputtend voor wat onder leefbaarheid en kwaliteit kan worden verstaan. In hoofdstuk 2 van de Visie beschrijven we daarom ook het belang van erfgoed en cultuurhistorie bij ontwikkelingen. Daarnaast verwijzen we graag naar de Erfgoednota waarin staat beschreven hoe we als gemeente omgaan met het Utrechtse erfgoed

In de RSU 2040 wordt uitgebreid stilgestaan bij de betekenis van de historie van Utrecht voor de ruimtelijke ontwikkelingen die nu en in de toekomst spelen in de stad. Hierin wordt ook aangegeven dat de gemeente bij stedelijke ontwikkeling rekenschap geeft van het erfgoed dat er is, de betekenis ervan voor de stad herkent en er opnieuw waarde aan toevoegt. Belangrijke structuren op de stedelijke schaal worden hier benoemd. De Visie onderschrijft deze punten en stelt ze randvoorwaardelijk aan de kwalitatieve groei van de stad. Voor de beschrijving van de verschillende karakteristieken van het gebied verwijzen we naar de welstandsnota

Reactienota, januari 2025 31

met meer eigenheid.’ Dat onderschrijven wij van harte. Maar eigenheid is al intrinsiek aan cultuurhistorisch erfgoed. Dat behoeft eerder respect en versterking dan een impuls met meer eigenheid. Daarbij willen we nog eens benadrukken dat het bij erfgoed het niet alleen gaat om (individuele) monumenten, maar ook - en zeker op het niveau van een stedelijke visie - om de onderlinge samenhang, de ensembles, de structuren, het groen, het water, de zichtlijnen, de straten en pleinen en – niet te vergeten de sociale en emotionele waarden die daaraan verbonden zijn. Een gedegen analyse van de ruimtelijke kwaliteit en stedenbouwkundige en cultuurhistorische waardering daarvan is onontbeerlijk om de laatste vraag uit bovenstaand citaat gefundeerd en weloverwogen te beantwoorden. Die analyse en waardering ontbreken in deze visie. Om vooruit te kijken moet je eerst weten waar je staat en waar je vandaan komt. Alleen noemen dat de ontstaansgeschiedenis en daaruit voortgekomen structuren en gebouwde omgeving bepalend zijn voor karakter en identiteit is niet genoeg. De stedenbouwvisie moet de structuren en elementen die daarvoor op stedelijk niveau bepalend zijn, concreet benoemen en vervolgens aangeven hoe deze behouden, benut en beleefd kunnen worden in de dynamische ontwikkeling van de stad. Nogmaals, dat vraagt om een gedegen analyse en waardering.

Als voorschot daarop kunnen we zonder daarbij uitputtend te willen zijn een aantal van die structuren en elementen benoemen: Zichtlijnen op de Domtoren (en waar deze inmiddels reeds zijn verdwenen) Oriëntatie van de Vaartsche Rijn op de torens van de Nicolaikerk De kaarsrechte Amsterdamsestraatweg als onderdeel van de Route Impériale no 2 Letterlijk Oog in Al De singels Oude verkavelingen en waterlopen: Hoofddijk, Zwarte Water De Maliebaan, maar ook de Beneluxlaan, de as van Berlage en de Carnegiedreef Het Merwede- en AR-kanaal, de Leidsche Rijn De Oosterspoorbaan De grote parken, Amelisweerd, Noorderpark, het veenweidegebied De forten en lunetten Reactienota, januari 2025 32

En nog meer We verwijzen hierbij naar de RSU 2040 waarin zeer concreet de cultuurhistorische waarden en hun betekenis voor de ruimtelijke ontwikkeling worden benoemd (o.a. p.55). Deze stedenbouwvisie zou daarvan de uitwerking en concretisering moeten zijn, maar we vinden daarvan, behoudens wat algemene woorden en zinnen, in deze stedenbouwvisie niets terug. 9f

Het zicht ontnomen De noodzaak hiervoor blijkt al uit hoe de visie omgaat met het icoon van onze stad: de Domtoren. ‘De Dom moet je kunnen blijven zien’. Deze uitspraak van een bewoner staat centraal in de paragraaf over hoogbouw met een menselijke maat (p.30,31). Elke Utrechter zou het gezegd kunnen hebben. Echter, dat zicht op de Domtoren is velen inmiddels al ontnomen, en zal nog velen ontnomen worden. En van ver is de Domtoren allang niet meer het herkennings- en oriëntatiepunt. De visie: ‘Nieuwe hoogbouw moet zich verhouden tot ons historisch centrum met de Dom als belangrijk oriëntatiepunt van Utrecht. De Dom is vooralsnog de hoogste toren met een hoogte van 112,3 meter. In de Leidsche Rijn Centrum wordt de Mark gebouwd, het eerste gebouw in Utrecht dat hoger is dan de Domtoren.’ Er komen er dus meer? Waarom de Domtoren niet benoemd als het belangrijkste oriëntatie- en identiteitspunt? Als we de Domtoren zien als het icoon van Utrecht, dan moeten we ook borgen dat de Domtoren dat icoon blijft en het zicht op de Domtoren wordt geborgd.

9f

Utrecht ligt in het centrum van verschillende waardevolle (UNESCO) landschappen, heeft een historische binnenstad, en verschillende beschermde stads- en dorpsgezichten rijk aan cultuurhistorie waar grote bouwhoogten veel impact kan hebben. Grote watervlakten als tegenwicht ontbreken. Dit vraagt om een slimme sturing op hoogbouw en een beperkte maximale bouwhoogte. Nieuwe hoogbouw moet zich verhouden tot ons historische centrum met de Dom als belangrijk oriëntatiepunt van Utrecht.’ Waarom een ‘slimme’ sturing op hoogbouw. Wat is er ‘slim’? Dat proeft als het kan eigenlijk niet, maar met een trucje wel! Maak vooral duidelijk wat gewenst is en wat niet, wat kan en wat niet. XL max 105m is absoluut wel 7,3 m lager dan de Domtoren, maar op het

In de Visie stellen we dat nieuwe hoogbouw moet zich verhouden tot ons historische centrum met de Dom als hoogste oriëntatiepunt. Utrecht staat voor een schaalsprong. De komende decennia zal de stad verder groeien, waarbij de ruimtelijke structuur van de stad mee groeit. Bij deze ontwikkeling zal de stad, die vanuit de historie concentrisch georganiseerd is, groeien naar een stad met meerdere kernen. Zo krijgt Utrecht verschillende verschijningsvormen. Hoogstedelijke centra met hoge dichtheden in gemengd programma, naast de bestaande wijken die ook groeien maar minder ingrijpend. Met de groei van de stad zal ook het stadssilhouet van Utrecht veranderen. In de komende decennia zullen nieuwe oriëntatiepunten worden toegevoegd. Hoogbouw kan daarbij helpen om de stad leesbaar te maken en belangrijke plekken, zoals de nieuwe knooppunten - te markeren. De Visie is kaderstellend voor nieuwe hoogbouw.

Met slimme sturing op hoogbouw bedoelen we dat we gericht sturen op hoogbouw door een beperkt aantal locaties aan te wijzen voor hoogbouw. Binnen deze vlekken is een gebiedsspecifieke uitwerking nodig, die rekening houdt met een goede inpassing van hoogbouw ten opzichte van de omliggende wijken, het landschap, diverse zichtlijnen en de compositie van de torens onderling. De effecten van hoogbouw op beschermde monumenten en ons werelderfgoed hebben wij hier - onterecht - niet in benoemd als onderdeel van de benodigde ruimtelijke onderbouwing. Wij zullen dit aanpassen in de Visie in paragraaf 2.4

Reactienota, januari 2025 33

zicht even hoog. Door hun breedte, kleur en materiaal domineren deze nieuwe gebouwen inmiddels het stadsbeeld en de Domtoren, die er vanuit verschillende gezichtspunten inmiddels geheel achter schuil gaat.

9g

Helaas nemen gedane zaken geen keer, maar wij pleiten er sterk voor de schade niet verder te vergroten. De voorgestelde bouwhoogte voor Lunetten/Koningsweg en USP van max 105 vindt volgens de stedenbouwvisie een rechtvaardiging in het feit dat de één tot een knooppunt is benoemd en de ander blijkbaar (inter)nationale aantrekkingskracht heeft. Een stedenbouwkundige argumentatie vanuit de ruimtelijke kwaliteit en de cultuurhistorische waarden ontbreekt. We lezen niets over de impact van deze hoogbouw op de nabije, maar vooral ook verre omgeving als het fraaie, maar ook kwetsbare Kromme Rijngebied. Datzelfde geldt voor argumentatie voor de categorie L+ 90m in Galgenwaard en Westraven. Voeg een twaalfde uitgangspunt toe: de cultuurhistorische waarden behouden, benutten en beleven De stedenbouwkundige uitgangspunten (hoofdstuk 3) vormen de spelregels voor de stedelijke ontwikkeling en gezamenlijk ‘de ingrediënten om bij elke ruimtelijke ontwikkeling te sturen op de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. De uitgangspunten komen voort uit, en dragen stuk voor stuk bij aan de vier waarden die uit de toekomstgesprekken naar voren zijn gekomen: de mens voorop, diversiteit en mening, ruimte voor ontmoeting en een aangename groene leefomgeving’. Daaraan ziet Oud-Utrecht dus nog een vijfde waarde ‘de verbinding van verleden, heden, toekomst’ toegevoegd.

‘De uitgangspunten gelden voor de hele gemeente. Bij elke stedelijke ontwikkeling dienen deze uitgangspunten vertaald te worden naar de gebiedseigen oplossingen. De eigenheid, geschiedenis en beleving van een plek, is altijd het startpunt bij de vertaling van de uitgangspunten naar het gebied.’

Met de combinatie van de aandacht voor erfgoed in zowel de RSU 2040, de Erfgoednota als in de Visie is het belang van erfgoed bij nieuwe initiatieven voldoende geborgd in de planvorming. We kiezen er daarom voor om geen 12e principe toe te voegen.

Onontkoombaar is dan ook dat – naast het opnemen van de waarde ‘de verbinding van verleden, heden, toekomst’ en een gedegen analyse en waardering van de op stedelijk niveau bepalende structuren en elementen – Reactienota, januari 2025 34

aan de elf stedenbouwkundige uitgangspunten een twaalfde uitganspunt moet worden toegevoegd: ‘behouden, benutten en beleven van de cultuurhistorische waarden’. Oud-Utrecht wil graag bijdragen om dit twaalfde uitgangspunt op eenzelfde wijze als de overige elf uit te werken en zo gewenst van een quote te voorzien. Daarnaast kan het belang van cultuurhistorische waarden worden benoemd bij uitgangspunten als ‘Ruimte voor gemeenschappen’, ‘Stedenbouw met een menselijke maat’, ‘Uitnodigende openbare ruimte’ en ‘Gevarieerd en verbonden groenblauw’. Dit is ook in lijn met de omgevingswet, waarvan de grondslag een integrale benadering en afweging is. Bovendien is geven de omgevingswet en nieuw wettelijke kader en nieuwe instrumenten om het behoud, de benutting en de beleving van het cultuurhistorisch erfgoed in de bredere context van zijn omgeving te borgen en te stimuleren. Tenslotte nog een citaat uit ‘Tenslotte’ (p.55) en enkele slotopmerkingen. ‘Utrecht is een prachtige, historische stad met veel kwaliteiten. Een stad met een rijke geschiedenis. Utrecht heeft de sfeer van een dorp met alle mogelijkheden en voorzieningen van een grote stad. Die combinatie van rust en reuring is de kracht van Utrecht en die willen we behouden bij het ontwikkelen van de stad. Utrecht, dat zijn tien diverse wijken, maar overal zie je de Dom.

Utrecht zal zich altijd blijven ontwikkelen, maar wel op zijn Utrechts: met oog voor het historisch karakter van de stad en door ontwikkelingen altijd in te zetten om de stad beter te maken.’ Oud-Utrecht onderschrijft dit helemaal met een onderstreping van ons. Want het zijn mooie woorden, maar ze vragen voor deze stedenbouwvisie nog wel een extra slag, aanscherping en consequente keuzen om te voorkomen dat mooie woorden in holle frasen opgaan. 10a

Centrummanagement Utrecht (CmU) en de Vereniging van Commercieel Onroerend goed eigenaren Centrum Utrecht (VCOC) hebben de Concept

De Visie borduurt voort op de uitgangspunten die vastgesteld zijn in de RSU2040, en stelt deze niet ter discussie. De Visie is gericht op het sturen Reactienota, januari 2025 35

10b

Stedenbouwvisie 2040 met interesse gelezen. Middels deze brief maken wij gebruik van de mogelijkheid voor het indienen van een zienswijze met enkele aandachtspunten van onze kant. “De dynamiek van de stad” Dat er nieuwe “subcentra” gecreëerd worden vinden wij zoals we eerder opgemerkt in onze inspraakreactie op de RSU niet onlogisch. Op sommige plekken in het centrumgebied zien we dat traditionele winkelstraten verkleuren naar straten met winkels. Die gebieden vragen vervolgens wel om een invulling met een actieve plint. We zien hierbij ruimte ontstaan voor andere functies, zoals horeca, cultuur, sport, ontspanning, en kantoor/werkplekken. Overigens ontstaat die ruimte niet alleen in de plint maar ook op andere verdiepingen waar wonen ((tijdelijk) door (landelijke) regelgeving) financieel niet haalbaar is. Dat vraagt soms wel om meer flexibiliteit in het gedateerde conservatieve (en sectorale) bestemmingsplan. Het is aannemelijk dat de retailfunctie van de binnenstad geleidelijk andere vormen aanneemt. Een binnenstad met te weinig retail en horecafuncties lijkt ons echter ook in de meest verre toekomstvisie onwenselijk, zonder place-to-buy is er geen place-to-be.

Als al deze functies te overweldigend een plek vinden in de andere tienminutencentra, dit zou met name gelden voor het bovenmatig toevoegen van retailfuncties en niet-dagelijkse functies, vormt dit wat ons betreft een bedreiging voor de economische vitaliteit van het historische centrumgebied.

op kwaliteit en leefbaarheid in de gehele gemeente. De Visie stuurt niet op programmering of identiteit van specifieke gebieden.

Wij zagen in de RSU te weinig borging voor de economische vitaliteit van het centrum. De afbeelding op pagina 14 van deze conceptstedenbouwvisie zou je, hopelijk onterecht, als lezer opnieuw op het verkeerde been kunnen zetten, waarbij het centrumgebied met de Domtoren duidelijk minder “reuring” en functies laat zien dan de overige tienminutencentra in de afbeelding. In combinatie met de wens om plinten met vergelijkbare functies te vullen, bestaat het risico dat noch de plinten, noch de centra op tien minuten, noch het historische centrumgebied voldoende potentieel hebben om economisch levensvatbaar te blijven. Een becijfering of inschatting van de economische impact van gewijzigd koop- en recreatiegedrag en in welke mate dit gecompenseerd wordt door inwonersgroei ontbreekt. Dat de druk op het centrum te groot is en/of te groot wordt kunnen CmU en

De tekening op pagina 14 geeft een globale indeling van gemeente met een verdeling van rust, reuring en ruis. Het is een abstracte weergave, waarin we aangeven dat de knooppunten over het algemeen gebieden met veel reuring zijn. In de tekening is de historische binnenstad onterecht niet aangegeven als gebied met veel reuring. We zullen dit aanpassen in de tekening.

Reactienota, januari 2025 36

10c

10d

VCOC niet bevestigen. Onze cijfers wijzen op het tegendeel. De zorg daarover zou nog verder moeten afnemen als de ambities in de Omgevingsvisie binnenstad in samenhang met de RSU worden bekeken. “Gevarieerd en gebonden Groenblauw” In het onderdeel over vergroening zien wij, op basis van projecten waar we op dit moment zelf bij betrokken zijn op Achter Clarenburg en de Steenweg in het centrum, ook wel mogelijkheden voor verticaal groen of andere vormen van groen dat bijvoorbeeld boven de weg kan groeien (begeleid door een overspanning). Om dit mogelijk te maken is er meer regie nodig op de locaties waar kabels en leidingen zouden moeten lopen om ook hier het plaatsen van groen mogelijk te maken. In de omgevingsvisie Binnenstad is hiervoor al een aanzet gemaakt waarbij door actieve regie kabels en leidingen bijvoorbeeld dichtbij gevels worden geplaatst zodat je in het midden van de straat ruimte maakt voor groen dat ook kan wortelen zonder de kabels en leidingen de beschadigen. Bij het plaatsen van groen is het uiteraard belangrijk om voldoende oog te houden voor de zichtbaarheid en bereikbaarheid van de voorzieningen in het centrumgebied en de straten om te borgen dat de excellente plint geen inactieve plint gaat worden.

Aanbevelingen CmU en VCOC • Borg de economische vitaliteit van het centrum; waak ervoor dat functies die logischerwijs een plek zouden moeten hebben in het historische centrumgebied (m.n. niet-dagelijkse functies) door omstandigheden ongewenst en onbedoeld hun plek vinden in de tienminutencentra en daarmee kannibaliserend werken op het economisch functioneren van het centrum (zgn donut-economie); CmU en VCOC zijn van mening dat een matig functionerend tienminutencentrum en een beschadigd historisch centrumgebied nooit een gewenste uitkomst mogen zijn van de concept Stedenbouwvisie noch de RSU, terwijl dat risico er nu wel is en mogelijk versterkt wordt door elementen uit de RSU. • CmU is nog steeds niet automatisch akkoord met de eerdere aanname uit de RSU dat het historische centrumgebied overbelast is en wij kunnen dit cijfermatig onderbouwen; De “beperkte groei van het toerisme” mag nooit te beperkt zijn en wij bevelen u aan deze groei gericht te faciliteren op basis van een duurzame bezoekers strategie, niet in de laatste plaats ten behoeve van het toenemende belang van cultuur en musea voor het historische centrumgebied.

De Visie geeft generieke uitgangspunten en richtlijnen die gelden voor de gehele gemeente. Bij ontwikkelingen dient er een vertaling gemaakt te worden naar gebiedseigen oplossingen, zodat deze aansluit bij de lokale context. Wij herkennen de problematiek rondom de sturing op de ondergrond. Dat is een van de redenen waarom er wordt gewerkt aan nieuw beleid voor de ondergrond. Daarvoor verwijzen wij u graag naar het beleid voor bodem grondwater en ondergrond.

De Visie borduurt voort op de uitgangspunten die vastgesteld zijn in de RSU2040, en stelt deze niet ter discussie. De Visie is gericht op het sturen op kwaliteit en leefbaarheid in de gehele gemeente. Dat geldt voor zowel de bestaande binnenstad als in de nieuw te ontwikkelen centra.

Reactienota, januari 2025 37

11a

11b

Niettegenstaande onze aanbevelingen en aandachtspunten vinden wij de concept-stedenbouwvisie als aanvulling op de RSU door de oogharen bekeken een visie die past bij de stad. Wij vertrouwen erop dat die de gemeente en ons ook de handvaten bied om samen te bouwen aan economisch vitale en toekomstbestendige centrumgebieden. Zienswijze Wijkplatform Overvecht op concept-stedenbouwvisie Wij vinden een stedenbouwvisie heel welkom in een tijd waarin ruimtelijke kwaliteit onder druk staat door verduurzaming, woningbouwproductie en de mobiliteitstransitie, terwijl stedenbouw bij uitstek de integrerende ontwerpende discipline is die nu nodig is. De visie spreekt liefde uit voor onze stad en het vak stedenbouw, al zouden we er graag meer liefde in terug willen zien voor wijken zoals onze wijk Overvecht. We hebben de stedenbouwvisie dan ook met belangstelling gelezen en reageren wat ons opvalt voor Overvecht. 1. Identiteit We verheugen ons dat de diversiteit gekoesterd wordt. Echter lezen we ook op p. 17 over Overvecht en Kanaleneiland: “Wijken zoals Overvecht en Kanaleneiland zijn kenmerkend door hun naoorlogse opzet met dezelfde bouwstempels en stroken, ontwikkeld volgens het destijds modern gedachtegoed van licht, lucht en ruimte. Het openbaar gebied mist vaak duidelijkheid: veel groenstroken en parkeerterreinen voelen anoniem en onbeheerd aan.

Het bijbouwen en transformeren van woningen kan leiden tot een verbeterde situatie met een duidelijker functie van de onbebouwde ruimte.”

Dank voor de reactie op de concept Visie. Wij waarderen de betrokkenheid van het Wijkplatform Overvecht bij de Visie.

We begrijpen uw zorg. Het is niet de intentie om Overvecht of Kanaleneiland als een simpele verdichtingslocatie te beschrijven waarbij verdichting alleen maar voordelen zal brengen. We nuanceren de omschrijving in de Visie waarin we aangeven dat de principes van de oorspronkelijke opzet nog steeds gewaardeerd worden en dat mogelijke verdichting zorgvuldig moet plaats vinden. De specifieke karakteristiek met de kwaliteiten van Overvecht en van andere wijken in de gemeente Utrecht wordt beschreven in de welstandsnota.

Wij vinden dit een te eenzijdig negatief waardeoordeel en herkennen dit uit de uitgangspuntennotitie voor de Omgevingsvisie waar we destijds ook op gereageerd hebben. Het schetst hoe beperkt er vanuit het stadskantoor en door experts/buitenstaanders naar onze wijk (en) gekeken wordt als simpele verdichtingslocaties waar deze verdichting alleen maar voordelen zal brengen zonder de risico’s en nadelen te benoemen. Vaak wordt er verwezen naar problematiek of leefbaarheid. Leefbaarheid is echter iets totaal anders dan ruimtelijke beleving. En beide subjectief. Het is maar net waar en hoe je kijkt. Wij hechten er waarde aan te benadrukken dat voor bewoners veel plekken vaak juist wel herkenbaar, duidelijk en betekenisvol zijn. Bovendien genieten veel mensen van de licht, lucht en groene ruimte in Overvecht. Graag zouden wij deze positieve beleving terugzien in de stedenbouwvisie immers achter deze stedenbouwkundige principes zat een gezond stedelijk leven gedachte nog voor de term bestond. En deze principes maken deel uit van de identiteit van Overvecht. De principes van licht, lucht en ruimte Reactienota, januari 2025 38

zouden juist gekoesterd moeten worden. Wij verwijzen in dit kader ook graag naar de zienswijze van Oud-Utrecht op de concept-omgevingsvisie, hieronder een aantal citaten uit deze zienswijze: “Overvecht vormt in Utrecht de schakel tussen de periode van wederopbouw en stadsuitbreidingen en de periode van groeiende welvaart en de suburbanisatie die daarop volgt. De stedenbouwkundige structuur, de omvang en de bebouwingstypologie is landelijk gezien vrij uniek.” “Oud-Utrecht constateert dat een visie vanuit het perspectief van erfgoed en vanuit de verbindende rol die erfgoed kan vervullen in de ontwerp-omgevingsvisie geheel ontbreekt.” “Door deze kwaliteiten onvoldoende te onderkennen ontstaan voorstellen die rationeel ogen vanuit bijvoorbeeld de optiek van verdichting langs een HOV-as, maar een aantasting betekenen van de ruimtelijke kwaliteit, de principes van de oorspronkelijke opzet en de beleving van bewoners.” T.a.v. van identiteit zegt de visie dat deze vaak wordt bepaald door historische structuren. In Overvecht, wat een relatief jonge wijk is, gaat het om de originele bouwstructuren, waarvoor gekozen is toen de wijk gebouwd werd. Ruime groene opzet, molenwiekbouw, flats waardoor ruimte blijft voor groen, een goed doordacht spel van hoog- en laagbouw etc.

Behoud van deze structuren is belangrijk voor de identiteit, dus graag ook toepassen in de nieuw te bouwen woningen/buurten. Dat de ruime en groene opzet van Overvecht juist ook heel erg gewaardeerd wordt door bewoners is ook te lezen is in het participatieverslag bij de concept-Omgevingsvisie. Dit maakt ook duidelijk hoe belangrijk de inbreng van kennis en ervaring van bewoners uit de verschillende buurten van de wijk is. Er wordt te weinig voorgesorteerd op het benoemen (in latere uitwerkingen) van de unieke kwaliteiten van Overvecht. Kortom, we zien het belang en waardering van de cultuurhistorische aspecten van deze wijken graag ook benoemd worden in deze stedenbouwvisie in plaats van enkel (subjectieve) nadelen te benoemen van enkele plekken. 11c

2. Dynamiek van de stad 10-minutenstad, slaat vooral op voorzieningen in relatie tot wonen. Het is een mooi uitgangspunt waar ook toen Overvecht werd ontworpen aandacht voor was.

Door in te zetten op binnenstedelijke verdichting grijpen we de groei van de stad aan als kans om de kwaliteit te verbeteren en toe te voegen, ook in de bestaande stad. Bijvoorbeeld door het uitbreiden en verbeteren van het OV, fietsverbindingen en het groen in de stad. Daarnaast draagt Reactienota, januari 2025 39

11d

3. Verdichting Uitgangspunt in de nota is dat verdichting vnl. op knooppunten met openbaar vervoer plaatsvindt. Dit is ook uitgewerkt in de conceptomgevingsvisie. Verder moet verdichting bijdragen aan een betere leefomgeving door investeringen in groen, voorzieningen en duurzaamheid. Voor ons in Overvecht is dit een zorgpunt. Soms kun je beter helemaal niet verdichten als je een betere leefomgeving nastreeft. We maken bezwaar dat dit een (nogal krampachtige) vergoelijking wordt voor dichtbouwen. Ook noemen we weer het vooroordeel over Overvecht op p.17 “Het openbaar gebied mist vaak duidelijkheid: veel groenstroken en parkeerterreinen voelen anoniem en onbeheerd aan.” Hoewel er plekken zijn die beter ingericht en geherwaardeerd kunnen worden, herkennen wij als bewoners die anoniem en onbeheerd aanvoelende parkeerterrein en groenstroken vaak helemaal niet. De oplossing hiervoor wordt meteen gezien in het bijbouwen en transformeren van woningen, wat kan leiden tot een verbeterde situatie met een duidelijkere functie van de onbebouwde ruimte. Dit hoeft echter niet zo te zijn. De waardering en gebruik van deze plekken door bewoners heeft soms aandacht nodig, maar dat staat niet gelijk aan de noodzaak om het te bebouwen. Eenmaal bebouwd krijgt Utrecht dit nooit meer terug.

Voorop zou moeten staan een heiligverklaring van de groenstructuur, als kwaliteit op zich, maar ook cultuurhistorisch en eerste ordenend principe bij verdichting. p. 15 “Ook bedrijventerreinen kunnen profiteren van verdichting.” Wij onderschrijven dit en vinden dat het bedrijventerrein ook kan profiteren van mengen van functies zoals wonen naast werken. In Overvecht zien we dat op dit gebied binnen de concept-Omgevingsvisie geen ambitie is, ook niet om het te onderzoeken. Graag zien wij dit opgenomen in de nieuwe versie. 4. Hoogtes Op p. 18 staat “Een aantal wijken in Utrecht leent zich voor een soepelere omgang met de maximale bouwhoogte. Dit zijn onder andere de naoorlogse wijken zoals Kanaleneiland, Transwijk en Overvecht. Deze wijken worden gekenmerkt door de voor die tijd typerende grootschalige ruimtelijke opzet en een grotere afwisseling tussen hoge en lage gebouwen.” Wij vinden: Niets soepel! Hoogbouw kan alleen als dit past in het zorgvuldig ontworpen ensemble van 10, 4 en 2 hoog bebouwing in de wijk dat de wijk sinds jaar en dag is en het in verhouding staat tot bestaande bebouwing. Er zit een logisch systeem achter en dat moet minstens zo blijven, liefst versterkt worden. Hier is duidelijk behoefte aan een

binnenstedelijke verdichting bij aan het behouden van het groen rondom de stad. Welke afweging er in Overvecht wordt gemaakt rondom thema’s als cultuurhistorie en het behoud van de groenstructuur is uitgewerkt in de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2040. Hierin is ook de afweging over het al dan niet toestaan van woningbouw op bedrijventerrein Nieuw Overvecht uitgewerkt.

De hoogbouwkaart uit de Visie is sturend op stadsniveau en geeft met zones aan waar er hoe hoog gebouwd mag worden. De visie heeft een hoog abstractieniveau en is kaderstellend voor gebiedsbeleid. Op pagina 22 beschrijven we dat er altijd een gebiedsspecifieke uitwerking nodig is voor deze zones om meer gedetailleerd te bekijken waar en hoe hoogbouw past binnen het specifieke gebied. We zien dat onvoldoende helder staat aangegeven dat dit geldt voor zowel de knooppunten als de basis pluszones. We zullen dit in de tekst duidelijker aangeven. Voor Overvecht is de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2040 de gebiedsuitwerking waarin Reactienota, januari 2025 40

11e

cultuurhistorische verkenning als onderdeel van dit nieuwe beleid. In Overvecht wordt op bepaalde plekken hoogbouw tot 70 meter toegestaan. Daar zijn veel zorgen over alsook over de mate van verdichting. Veel mensen ervaren hoogbouw tot 70 meter als onprettig en dus niet passend bij een menselijke maat (maat, schaal en proportie waarbij mensen zich prettig voelen) - ook met stedelijke laag met setback. Het gaat ook om de hoeveelheid hoogbouw. We roepen daarom op tot nadrukkelijker benoemen van plekken en manieren waar extra hoogbouw op een acceptabele manier uitgevoerd kan worden in Overvecht. In de Omgevingsvisie is bijvoorbeeld gekozen voor met name gebundelde verdichting langs een HOV-as waar al hoge dichtheden zijn en waar de flats in een kenmerkende U-vorm zijn geplaats voor optimale bezonning en waar al een groene aangename omgeving is met ruimte voor ontmoeting. Deze kwaliteiten dreigen aangetast te worden. Wij hebben behoefte aan verduidelijking wat in balans zijn met de omliggende bebouwing voor deze buurten in Overvecht betekent. “Per knooppunt - die in de RSU 2040 zijn aangewezen als hoogstedelijke verdichtingslocatie - moet worden gezocht naar de verschijningsvorm die past bij de identiteit en het stedenbouwkundige karakter van het gebied. De keuze voor hoogbouw is niet vanzelfsprekend en vraagt om een zorgvuldige afweging.“ Precies, dus ook in Overvecht.

We zijn het er kortom niet mee eens dat nog meer hoogbouw zonder meer mogelijk lijkt te worden gemaakt in onze wijk zonder zorgvuldige inpassing en ongeacht consequenties voor woonkwaliteit. Overvecht wordt gezien als hoogbouwwijk door de vele tienhoog-flats van ongeveer 30 meter. Alsook flats van 8 verdiepingen van ongeveer 27 meter. Bewoners beschouwen deze flats allemaal als hoogbouw. In de visie wordt alleen boven de 30 meter beschouwd als hoogbouw. Dat vinden we onterecht en onwenselijk vanuit het perspectief van bewoners. Graag antwoord ter verduidelijking en aanpassing dat de vele flats in Overvecht ook tot hoogbouw gerekend worden. We pleiten daarnaast voor een aanvullende studie waarin de typische bebouwingsstructuur van Overvecht wordt geduid en dat deze onderdeel wordt van beleid. Op de kaart waar Overvecht als knoop L genoemd wordt, staat een grote rode vlek die ook over laagbouwbuurten en parkzones getekend staat. Deze vlek komt niet overeen met de uitwerking in de conceptomgevingsvisie en we willen graag dat dit aangepast wordt. Stedenbouwkundige uitgangspunten Uit de participatierondes komen 4 waarden:

beschreven staat hoe er, en op welke plekken er met hoogbouw wordt omgegaan. De classificering ‘hoogbouw’ voor alle gebouwen hoger dan 30 meter heeft implicaties voor nieuwe gebouwen. We stellen meer eisen aan de kwaliteit en inpassing van deze gebouwen omdat ze meer impact hebben op hun omgeving. Dat sommige van de flatgebouwen van Overvecht van 27 meter hoog niet onder deze definitie vallen heeft geen verdere consequenties. We passen de visie daarom niet aan.

De classificering ‘hoogbouw’ voor alle gebouwen hoger dan 30 meter heeft implicaties voor nieuwe gebouwen. We stellen meer eisen aan de kwaliteit Reactienota, januari 2025 41

1. Mens voorop 2. Diversiteit en menging 3. Ruimte voor ontmoeting 4. Aangename en groene leefomgeving

11f

Die worden verdeeld over de volgende onderdelen 1. Ruimte voor gemeenschappen Is in Overvecht al voldoende. Prima uitgangspunt voor nieuwe woningen. 2. Menselijke maat Hierin veel aandacht voor de architectuur. Staan we achter maar zie ook onze reactie hierboven en onze zienswijze op de concept-Omgevingsvisie. 3. Zachte overgang publiek-privé Uitgangspunten zien er wel goed uit. Voor de gemeenschappelijke hal hebben de experimentele flats in Overvecht wellicht model gestaan. Prima. Aandachtspunt is het verdwijnen van balkons na renovatie of ontbreken ervan bij nieuwbouw waardoor het gebouw naar binnen gekeerd is en er minder contact is met de buurt. 4. Een excellente plint Is inderdaad ook een beheeropgave, zie de vele afgeplakte ramen op de NPD-strook. En zie ook ons commentaar over de garageboxen bij de Naoorlogse woonwijk op p. 5 van deze zienswijze. 5. Buurten nodigen uit om te lopen Natuurlijk is er niemand tegen groen, extra wandelpaden etc. Maar er staat ook “door de focus op de voetganger maken we ruimte in de stad, letterlijk…” en “…minder auto’s in het straatbeeld...” En er wordt gesproken over straten waar de verhouding tussen verharding (voor auto’s) en groen en bomen uit balans zijn, die niet uitnodigend zijn om te wandelen. Maar ons is niet duidelijk wat is het criterium voor dat “uit balans zijn”.

Bovendien zien we dat wandelpaden juist op veel plekken smaller zijn worden. 6. Een uitnodigende openbare ruimte De bedoeling is dat mensen hier elkaar kunnen ontmoeten. In de praktijk zien we dat op veel plekken zitbankjes worden weggehaald zoals bij diverse winkelcentra. In Overvecht hebben we ook hoog gewaardeerde spetterbadjes -deel van het gebouwde erfgoed van onze wijk-, waar de ouders op bankjes kunnen zitten om de kinderen in de gaten te houden en om elkaar te ontmoeten. Maar er is steeds discussie over het behoud daarvan. Die discussie moet dus stoppen. 7. Gevarieerd en verbonden groenblauw Hier is niets op tegen. Onze zorgen liggen meer op het behoud van ons groen en blauw.

en inpassing van deze gebouwen omdat ze meer impact hebben op hun omgeving. Dat sommige van de flatgebouwen van Overvecht van 27 meter hoog niet onder deze definitie vallen heeft geen verdere consequenties. We passen de visie daarom niet aan.

De richtlijnen uit de Visie zijn voor de gehele gemeente opgesteld en zijn daarmee generiek van aard. Per gebied, buurt of ontwikkeling wordt er een vertaling gemaakt naar de juiste oplossing die past bij het gebied en de buurt. Een juiste balans tussen de ruimte voor auto's, groen en de voetganger is per wijk verschillend en zal dus ook tot een andere afweging kunnen leiden. Vanwege het veranderende klimaat hebben we juist richtlijnen opgenomen om bij gebiedsontwikkelingen hier beter op te kunnen sturen. In de Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2040 is gezocht naar een juiste balans en komen genoemde thema's aan bod door middel van spelregels en uitgangspunten voor verdere zorgvuldige afweging en uitwerking.

Reactienota, januari 2025 42

11g

8. Een aangenaam microklimaat Onze zorgen over behoud van het microklimaat zijn al verwoord in de zienswijze van de Omgevingsvisie. M.n. de bezonning, hittestress en geluidshinder in de gebieden die dicht gebouwd lijken te gaan worden in de wijk. Dit zijn mooie uitgangspunten voor de nog te bouwen buurten. De vraag is wel hoe realistisch ze zijn in relatie tot de enorme bouwopgave die de stad zich oplegt. 9. Laat ruimte voor het onverwachte Mooie uitgangspunten. In een aantal herkennen we elementen die wij ook in onze visie “Einsteinkwartier” hadden opgenomen. 10. Meervoudig ruimtegebruik - Ook hier hadden wij een element van opgenomen in onze visie Einsteinkwartier: Ondertunnel de Einsteindreef waardoor er op gebouwd kan worden, maar die ook de verkeerssituatie van Overvecht Noord naar Overvecht Zuid veel beter maakt.

In de Verdieping omgevingsvisie Overvecht wordt aangegeven dat schoolpleinen onderdeel kunnen worden van de openbare ruimte, buiten schooltijden. Maar dat hier wel maatregelen bij horen zodat de schoolpleinen netjes blijven. Bij ontwikkelingen waarbij meervoudig ruimtegebruik een rol speelt zal er aandacht zijn voor zowel de kansen als de risico's.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=596986be-1314-4e47-98b3-c9a169bebcaf