CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota Beleidsnota Utrecht Circulair 2030

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Utrecht Circulair 20304.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 De Ontwerp Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is van 5 juli tot en met 16 augustus vrijgegeven voor inspraak. Dit heeft een vijftal reacties opgeleverd, waarvan vier met inhoudelijke reacties en één met complimenten voor de beleidsnota. De reacties zijn per brief gegroepeerd, dus reactie A1 is het eerste punt van persoon A. We danken ieder die de tijd heeft genomen om de nota door te nemen en erop te reageren! De punten uit de reacties zijn in dit document opgenomen en beantwoord.

16 augustus 2023

Utrecht.nl

#

A1

Kernpunten reacties

Afvalstromen - De ‘korting op regenton actie’ in Utrecht vond ik geweldig. Kan er ook zoiets komen als een compostbak actie? Een ton van 330 liter kost plm. 65 euro. Alleen mogelijk in huizen met tuin(tje). Het stinkt niet en wat verteerd is, heeft een extreem veel kleiner volume. Het kost de gemeente eenmalig 30 tot 40 euro. Het scheelt de gemeente per jaar per inwoner 50 tot 100 kilo afhalen in een gft-container. De compostbakken gaan eindeloos lang mee.

Antwoord Dit past helaas niet in een beleidsnota, maar is onderdeel van uitvoering. Ons beleid met betrekking tot gft staat onder andere in de volgende raadsbrieven: 2023: Raadsbrief Voortgang Gemeentebrede inzameling Gft Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 2024: Raadsbrief Voortgang Gemeentebrede inzameling groente, fruit, etensresten en tuinafval (gfet+t) Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)

A2

Supermarkten blijven veel groente en fruit weggooien. Een kleine winkellocatie als de Plus, Croeselaan, Utrecht mikt per dag al gauw 2 kratten weg. Ze zeggen dat ze dit niet anders kunnen en mogen doen. Ik denk dat er een betere oplossing voor te bedenken is. Brood van de dag ervoor wordt wel voor een klein prijsje verkocht en dit loopt goed.

Dit ligt buiten de gemeentelijke invloedssfeer. Er zijn wel verschillende particuliere initiatieven die verspilling tegen gaan waar we mee samenwerken. Daarbij doen ook al vaak supermarkten mee.

A3

Personeel scheidt niet de verpakking van de inhoud. Veel belandt bij het restafval. Er zijn ruim 400 supermarkten in de provincie Utrecht. Een oplossing zou 800 kratten afval per dag schelen (ruim 500.000 kilo afval per jaar).

Dit ligt buiten de gemeentelijke invloedssfeer.

A4

In wijken waar veel rotzooi bij afvalcontainers wordt gedumpt: sta dit toe op een vast dagdeel in de week. Ga het daarna als gemeente zelf scheiden. Er zijn mensen die echt nog nooit over afvalscheiding hebben nagedacht en daarover ook geen informatie van de gemeente willen en kunnen lezen. Niet uit onwil maar omdat ze problemen genoeg aan hun hoofd hebben. Dwing ze niet om te scheiden maar maak het voor hen makkelijker om netjes van hun afval af te komen door (jarenlang) hetzelfde vaste afvalmoment aan te bieden. Voor chemisch afval andere oplossing zoeken. Misschien een lekker zichtbaar 'Tractiewegloket' bij winkelcentrum Kanaleneiland inrichten.

Op dit moment loopt een pilot in Overvecht met grote containers voor grofvuil op vaste momenten op vaste locaties. Afhankelijk van de resultaten gaan we hiermee verder. Op een vast dagdeel in de week mensen afval op straat laten dumpen gaan we niet doen. Dit vraagt een grote verandering in planning van personeel en materieel, en vergroot naar verwachting de overlast van afval op straat. We verwachten niet dat bewoners die nu dagelijks afval bijplaatsen hun gedrag zullen veranderen. Voor bijplaatsingen bij ondergrondse containers hebben we een aparte aanpak met een scala aan maatregelen op gebied van onder andere voorzieningen, communicatie, handhaving en maatwerk.

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

2/12

Zie: Document Utrecht - Bijlage bij Deelaanpak Hotspots Bijplaatsingen: Evaluatie Proef Kunstgrasmatjes Ondergrondse containers.docx iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 2022: Raadsbrief Voortgang Aanpak Hotspots Bijplaatsingen Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 2023: Raadsbrief Voortgang Aanpak Hotspots Bijplaatsingen, evaluatie regels bedrijfsafval en Pilot doneerringen Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 2024: Raadsbrief Voortgang Aanpak Bijplaatsingen 2024 Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)

A5

Aandachtspunt voor gft. Er zit regelmatig restjes afval in zakken 'potgrond' (bio-plastics, stukjes onbekend materiaal). Eigenlijk zou gft schoner moeten worden. Als er i.v.m. met schaduw in de stad meer bomen worden geplant, wordt dit nog relevanter. Maar, niets lastiger dan zuivere reststromen. Misschien berm maaien/ bladeren blazen en opruimen tegelijk? Of na-scheiden? Ik voeg zelf geen zakken gekochte aarde meer toe aan mijn eigen moestuintje. Geen idee wat er in zit. Biologische potgrond is ook geen optie, dit komt veelal uit Oost-Europese natuurgebieden waar veengrond wordt afgegraven.

Dit ligt buiten gemeentelijke invloedsfeer. Kwaliteitseisen van compost wordt door onder andere Keurcompost bewaakt.

A6

Kringlopen die beschikken over een grote opslagruimte (zoals De Waarde, Veilingstraat, Wawollie Lageweide) extra ondersteuning geven voor mensen die kunnen repareren. Vooral arbeidsmigranten die hier blijven hangen, hebben hiervoor de praktische kennis en vaardigheden. Bij de gemeentelijke kringloop van Foenix Apeldoorn (locatie Vlijtseweg) werkt dit fantastisch. Ze repareren en verkopen fietsen. Je kunt ook je eigen kapotte fiets brengen. Reparatie gebeurt door mensen met ‘afstand tot de arbeidsmarkt’. Grote werkplaats nodig om losse onderdelen op te slaan.

Aan dit soort initiatieven wordt gewerkt in het upcyclecentrum-project. Dit zijn goede suggesties die echter niet in een beleidsnota passen. We werken samen met vele initiatieven, zoals de genoemde organisaties, de kringlopen, repaircafés en anderen bij de ontwikkeling van de Upcyclecentra. Daar worden zoveel mogelijk huishoudelijke goederen verwerkt zodat ze weer kunnen worden hergebruikt.

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

3/12

A7

Kringlopen en afvalstations koppelen aan werkplaatsen voor meubelmakers die werken met restmaterialen. Een soort van collega’s van ‘Buurman’, het bedrijf dat op de Tractieweg hout inzamelt en verkoopt. Er gaat nu nog veel 'oud bruin meubels' in de afvalcontainer. Ook op de Tractieweg! Denk aan samenwerking met HKU studenten. Een beetje design badkamermeubel, ambachtelijk gemaakt van massief eiken kost honderden euro’s. Dan is er economisch ruimte om oud hout te bewerken tot een nieuw product.

Aan dit soort initiatieven wordt gewerkt in het upcyclecentrum-project. Dit zijn goede suggesties die echter niet in een beleidsnota passen. We werken samen met organisaties en bedrijven als Buurman en anderen voor het verwerken van zoveel mogelijk goederen huishoudelijke via de Upcyclecentra. Ook wordt in dat kader een meubel-reparatielijn ontwikkeld in samenwerking met studenten en opleidingscentra. Daarbij wordt zoveel mogelijk gewerkt met gebruikt hout.

A8

Overleggen met Hornbach Nieuwegein of ze een tweedehands materialen afdeling willen ondersteunen (aanvoer: overtollige restanten of bruikbaar tweedehands). Een beetje zoals 'Buurman' in het Werkspoorkwartier nu met hout van de Tractieweg doet. Kringloop de Arm, Hoogravenseweg doet dit maar ik twijfel of ze het daar slim hebben opgezet. Locatie bij Hornbach zou veel beter zijn. Er moet voor Hornbach een meerwaarde inzitten.

Bij een bedrijf in Nieuwegein is het niet aan gemeente Utrecht om daarbij een actieve rol te spelen. Dit zijn voor gemeente Utrecht en Utrechtse bedrijven wel goede suggesties die echter niet in een beleidsnota passen. Via het netwerk rond de Upcyclecentra werken we samen met zoveel mogelijk initiatieven en ondernemers om reststromen te bewerken en weer in roulatie te brengen. Aanbieden via grote bedrijven in de stad is één van de vele mogelijkheden waar we aan werken.

A9

Voer de Utrechtse Kringloop Cadeaubon in. Faciliteer dit zowel in drukwerk als in digitaal. Als hip en duurzaam cadeautje van vijf of tien euro. Ook leuk als waardering voor mensen die veel spullen inleveren of iets anders voor de samenleving doen. Het valt niet mee een duurzaam cadeau te vinden. De landelijke variant www.denationalekringloopbon.nl werkt niet. Wel interessant om na te gaan waarom dit initiatief niet werkt.

A10

Regels opleggen aan containerverhuurbedrijven en boedel-ophaalbedrijven (en handhaven). Ik zag recent dat er stapels massief oud hout in de vorm van meubilair in een afvalcontainer werden gegooid.

Dit zijn goede suggesties die echter niet in een beleidsnota passen. Wel ontwikkelen de partijen die met het Upcyclecentrum werken allerlei ideeën om inwoners en ondernemers te stimuleren circulaire producten te kopen. Invoeren van een cadeaubon zou een particulier initiatief moeten zijn. Buurman Utrecht verkoopt cadeaubonnen.

Daar kunnen we als gemeente geen regels aan opleggen. Regels rondom bedrijfsmatig afval inzamelen is op landelijk niveau bepaald, met Omgevingsdienst als handhavend orgaan. De partijen die met het Upcyclecentrum werken zamelen zoveel mogelijk gebruikt hout in en stimuleren bouwbedrijven hun hout aan te bieden voor hoogwaardige verwerking tot producten.

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

4/12

Een fundamenteel probleem is het gebrek aan specifieke, meetbare doelstellingen. Het overkoepelende doel om "maximaal de helft aan nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen te gebruiken" is exemplarisch voor de vaagheid die het document kenmerkt. Om dit te verbeteren, moet er allereerst een duidelijke baseline worden vastgesteld, bijvoorbeeld het grondstoffengebruik in 2023. Vervolgens dienen voor elke prioriteit SMARTdoelen (Specifiek, Meetbaar, Haalbaar, Relevant en Tijdgebonden) te worden geformuleerd. Deze doelen zouden vergezeld moeten gaan van tussentijdse mijlpalen voor 2025 en 2027, zodat de voortgang adequaat kan worden gemonitord.

De circulaire economie in Nederland, en specifiek de ontwikkeling van Utrecht als circulaire stad, bevinden zich nog in het begin van de benodigde ontwikkeling. Daardoor zijn er op dit moment nog maar een beperkt aantal specifieke, meetbare doelstellingen. Waar mogelijk is in de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 per prioriteit aangegeven hoe een prioriteit bijdraagt aan het verminderen van nieuwe, niet-hernieuwbare grondstoffen. Hierbij zijn ook tussentijdse mijlpalen gedefinieerd (zie paragraaf C 2. Indicatoren, voortgang en verantwoording).

B2

De meetbaarheid van de doelstellingen verdient speciale aandacht. Voor elk doel moet een gedetailleerd meetplan worden ontwikkeld, compleet met duidelijke indicatoren en meetmethoden. Dit zou idealiter resulteren in een realtime dashboard van key performance indicators, waardoor de gemeente en het publiek de voortgang continu kunnen volgen.

Om een dergelijk detailniveau van monitoren te kunnen halen is er nog veel tijd en geld nodig. Daarbij is het overigens nog maar de vraag wat dan de verhouding tussen kosten en rendement is. Het geschetste detailniveau past niet binnen een overkoepelende beleidsnota. Jaarlijks wordt aan de raad en het publiek/de Utrechter de voortgang gerapporteerd op de doelen, zowel via de programmabegroting als via het duurzaamheidsverslag.

B3

Een ander punt van zorg is de onduidelijkheid in definities en terminologie. Het document zou baat hebben bij een uitgebreide verklarende woordenlijst en consistente definities van kernbegrippen. Dit zou niet alleen de leesbaarheid ten goede komen, maar ook zorgen voor een gemeenschappelijk begrip onder alle betrokkenen.

We hebben geprobeerd zoveel mogelijk de onduidelijkheden in definities en terminologie weg te nemen door relevante kernbegrippen in het document in tekstvakken toe te lichten. Bij toekomstige beleidsdocumenten gaan we een verklarende woordenlijst opnemen.

Een opvallende omissie in het huidige document is de rol van de burger in de circulaire transitie. Een apart hoofdstuk zou gewijd moeten worden aan burgerparticipatie, met concrete strategieën voor bewustwording, educatie en participatieve projecten. Hierbij horen ook meetbare doelen voor burgerparticipatie en gedragsverandering.

De bewoner is consument, producent, werknemer, ondernemer en onmisbaar voor het bereiken van de doelstellingen voor een circulaire economie. Zo spelen bij de ontwikkeling en vervolgens het gebruik van de Upcyclecentra bewoners een centrale rol, zij leveren goederen die kunnen worden hergebruikt en nemen deze goederen ook af. Maar ook bij circulair ondernemerschap hebben bewoners een rol als ondernemer en als consument. De rol van bewoners wordt uitgewerkt in de uitvoeringsplannen voor alle projecten. Bij de uitvoeringsplannen worden ook meetbare doelen gesteld.

B1

B4

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

5/12

B5

De implementatiestrategie verdient eveneens meer aandacht. Een gedetailleerd plan met specifieke acties, verantwoordelijkheden en deadlines zou de uitvoerbaarheid van het beleid aanzienlijk vergroten. Dit moet gepaard gaan met een grondige risicobeheersingsstrategie, waarin concrete mitigatiemaatregelen worden voorgesteld voor geïdentificeerde risico's.

Implementatie van het beleid vindt plaats binnen vele afdelingen van de gemeente. Daar waar nodig wordt via (bestaande) uitvoeringsprogramma’s invulling gegeven aan de uitvoering van de beleidsnota. Zo is er bijvoorbeeld het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) waar circulair inkopen een belangrijk onderdeel van is. Ook op het gebied van een duurzame en circulaire (her)inrichting van de openbare ruimte (de zogenaamde duurzame grond- weg- en waterbouw, DGWW) ligt er een implementatieplan. Onderdelen waarvoor nog geen uitvoeringsprogramma is, zetten we die met betrokkenen op. De financiën zijn in hoofdstuk C van de beleidsnota in een tabel, per jaarsnede voor de komende jaren (’25-’28) en vervolgens structureel (tot 2030) op hoofdlijnen inzichtelijk gemaakt.

B6

B7

B8

Financiële haalbaarheid is een ander cruciaal aspect dat meer uitwerking behoeft. Een gedetailleerd financieel plan, inclusief potentiële financieringsbronnen voor ongedekte kosten en een kosten-batenanalyse van voorgestelde maatregelen, zou de realiseerbaarheid van de ambities onderbouwen.

De leesbaarheid en toegankelijkheid van het document kunnen aanzienlijk worden verbeterd. Complexe zinnen en paragrafen zouden vereenvoudigd moeten worden, en meer visuele elementen zoals infographics en stroomdiagrammen zouden de inhoud verduidelijken. Een lekensamenvatting aan het begin van elk hoofdstuk zou de toegankelijkheid voor een breder publiek vergroten.

Tot slot zou het document baat hebben bij een meer uitgewerkt juridisch kader, een benchmark met best practices uit andere steden, en een gedetailleerd plan

Daarbij zijn de kosten aangegeven van de maatregelen die nodig zijn om de doelen te halen. Vervolgens is aangegeven welke financiële middelen de gemeente zelf beschikbaar heeft voor die maatregelen. Daarna is te zien in welke mate er externe financiering beschikbaar is (bijvoorbeeld subsidies). Uiteindelijk is, ‘onder de streep’ aangegeven in welke mate er nog geen financiële middelen beschikbaar zijn om alle benodigde maatregelen uit te kunnen voeren. Toegankelijkheid is voor de gemeente Utrecht een belangrijk thema. Het rapport bevat aan het begin een samenvatting van de inhoud. Een aantal complexe zinnen en paragrafen hebben we waar mogelijk vereenvoudigd. Veel verdergaande vereenvoudiging van de tekst zal afbreuk doen van de inhoud. Daar kiezen we niet voor. We hebben er vervolgens ook voor gekozen om de al lijvige nota niet verder te laten groeien en daarbij niet meer ruimte te nemen door meer visuele elementen toe te voegen. Voor deze beleidsnota is het juridisch kader in hoofdstuk C voldoende uitgewerkt. Als stad trekken we op met andere gemeenten in de regio, met de grote steden/G4 (Amsterdam,

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

6/12

voor educatie en bewustwording, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als voor het bredere publiek.

Rotterdam en Den Haag) en met koplopersgemeenten op het gebied van circulaire economie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van elkaars expertise en voorbeelden Een gedetailleerde vergelijking met andere steden valt buiten de reikwijdte van deze beleidsnota. Educatie en bewustwording geven we onder andere vorm met interne cursussen binnen gemeentelijke organisatie en nauwe samenwerking met onderwijsinstellingen. Daar waar meer detail nodig is om tot uitvoering van de plannen te komen, zal dit in uitvoeringsprogramma’s verwerkt worden.

- Definieer een duidelijke baseline voor grondstoffengebruik, bijvoorbeeld "ten opzichte van het jaar 2023". B9

- Stel voor elke prioriteit specifieke, meetbare, haalbare, relevante en tijdgebonden (SMART) doelen op. - Voeg tussentijdse mijlpalen toe voor 2025 en 2027 om voortgang beter te kunnen monitoren.

- Ontwikkel een gedetailleerd meetplan voor elk doel, met duidelijke indicatoren en meetmethoden. B10

- Specificeer hoe data verzameld en geanalyseerd zal worden. - Introduceer een dashboard voor real-time monitoring van key performance indicators (KPI's).

Per prioriteit is hier op ingezet waar mogelijk. Niet altijd is een rechtstreeks vergelijking met het jaar 2023 mogelijk. Daar waar nodig wordt een nulmeting gedaan, bijvoorbeeld bij woning- en utiliteitsbouw via tenders. Tussentijdse doelen zijn gespecificeerd (zie paragraaf C 2. Indicatoren, voortgang en verantwoording).

Concrete doelen worden periodiek aan de raad en het publiek gerapporteerd. De exacte dataverzameling verschilt per prioriteit en is te gedetailleerd voor een overkoepelende beleidsnota. Waar nodig wordt dit in uitvoeringsprogramma’s uitgewerkt. We hebben ervoor gekozen niet een dashboard met real-time monitoring te ontwikkelen. Dit vraagt naar verwachting teveel inzet van het beschikbare budget voor programma circulair. We rapporteren jaarlijks onder andere via de programmabegroting, duurzaamheidsverslag de Utrecht Monitor: https://utrecht-monitor.nl/

- Voeg een uitgebreide verklarende woordenlijst toe met alle gebruikte technische termen en afkortingen. B11

- Zorg voor consistente definities van kernbegrippen zoals "circulair", "hernieuwbaar", en "hergebruikt" materiaal.

Zie antwoord op vraag 3.

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

7/12

- Voeg een apart hoofdstuk toe over de rol van burgers in de circulaire transitie. B12

- Ontwikkel concrete strategieën om burgers te betrekken, zoals bewustwordingscampagnes, educatieprogramma's, en participatieve projecten. - Stel meetbare doelen op voor burgerparticipatie en gedragsverandering.

Als inwoner en consument vervult iedereen een belangrijke rol in de circulaire economie. Iedereen kan zelf bijdragen als consument, inwoner, producent, zoals afval scheiden, naar de kringloopwinkel gaan, afval voorkomen en bewust op zoek te gaan naar duurzame alternatieven. Sommigen gaan ook al stappen verder, zoals zelf een circulair initiatief oprichten in de buurt. Zonder dit alles kan de circulaire economie niet draaien. Het begint bij anders consumeren. Daarom kiezen we niet voor een apart hoofdstuk over de rol van bewoners, omdat dit bij alle activiteiten centraal staat. In de uitvoeringsprogramma's wordt de rol van inwoners beschreven. Niet alleen in de vorm van participatie en gedragsverandering maar als initiator van initiatieven of deelnemer in activiteiten en projecten of circulair ondernemer. Er zijn regionaal en landelijk ook veel initiatieven met, voor en door bewoners waar we bij aansluiten. Natuur- en milieuorganisaties spelen daarbij een belangrijke rol. Zoals bijvoorbeeld in de regio Utrecht Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU). NMU is, naast de gemeente Utrecht, ook onderdeel van de circulaire regionale samenwerking Alliantie Cirkelregio Utrecht.

- Maak duidelijk onderscheid tussen acties binnen directe gemeentelijke controle en die afhankelijk zijn van externe partijen. B13 - Ontwikkel gedetailleerde samenwerkingsplannen met key stakeholders, inclusief bedrijven, onderwijsinstellingen, en andere overheden.

In de beleidsnota is een onderscheid gemaakt tussen effectdoelen en de zogenaamde transitiedoelen. De effectdoelen richten zich op die activiteiten waar de gemeente zelf directe invloed op kan uitoefenen. Denk daarbij aan haar eigen inkoop. Bij de transitiedoelen is die directe invloed er niet en probeert de gemeente via onder andere samenwerken, stimuleren en faciliteren haar indirecte invloed uit te oefenen voor de ontwikkeling naar een circulaire stad. Daarbij valt te denken aan stimuleren en faciliteren van circulaire bedrijvigheid en circulair ondernemen. Per prioriteit is aangegeven welke acties de gemeente onderneemt. Het volledig uitwerken van samenwerkingsplannen en het onderscheid maken tussen interne acties en acties samen met externe partijen valt buiten de reikwijdte van deze beleidsnota. De meeste acties die de gemeente uitvoert zijn samen met externe partijen via

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

8/12

samenwerkingsverbanden. Denk aan het stedelijke en regionale netwerk van partijen op het gebied van upcyclen. Dit naast haar eigen acties bijvoorbeeld via inkoop en aanbestedingen. Acties worden vooral verder uitgewerkt in bestaande of nieuwe uitvoeringsprogramma’s of projecten. Zoals bij het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen.

B14

- Werk een meer gedetailleerd financieel plan uit, inclusief potentiële financieringsbronnen voor ongedekte kosten. - Voeg een kosten-batenanalyse toe voor de voorgestelde maatregelen.

- Voeg een gedetailleerd implementatieplan toe met specifieke acties, verantwoordelijkheden, en deadlines. B15 - Ontwikkel een risicobeheersingsstrategie met concrete mitigatiemaatregelen voor geïdentificeerde risico's.

B16

- Werk gedetailleerdere plannen uit voor de focussectoren (bouw, voedsel, zorg), met sectorspecifieke doelen en acties.

B17

- Voeg een sectie toe over de rol van innovatie en technologie in het bereiken van circulaire doelen.

In de beleidsnota zijn de financiën terug te vinden in hoofdstuk C. Bij de uitwerking daarvan horen meer gedetailleerde financiële plannen. Voor het deel van de kosten van benodigde maatregelen waarvoor nog geen dekking beschikbaar is, wordt onderzocht of en welke intern gemeentelijke en externe financieringsbronnen (o.a. subsidie) zijn in te zetten om de kosten gedekt te krijgen. Een volledige kosten-batenanalyse per voorgestelde maatregel valt buiten het bereik van de beleidsnota, maar speelt zeker steeds een rol bij de uitwerking in projecten of van andere maatregelen. Bij Utrecht Circulair wordt gewerkt op basis van de gemeentelijke werkwijze via de zogenaamde ‘De Utrechtse Standaard’. Daarbij gaat het voor Utrecht Circulair over samenhangende aanpak tussen de Visie Utrecht Circulair 2050, Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 en ‘Uitvoeringsplannen’. We kiezen er niet voor om, als vervolg op de beleidsnota één uitvoerings- of implementatieplan te maken. Voor de verdere uitvoering en implementatie van circulariteit wordt gewerkt met verschillende uitvoeringsplannen, projecten en -activiteiten. Risicobeheersing maakt hier deel van uit. De hoofdlijn van de uitvoering en implementatie is geschetst in het raadsvoorstel bij de beleidsnota. Per prioriteit zijn deze in de beleidsnota op hoofdlijnen uitgewerkt.

Binnen concrete projecten en uitvoeringsprogramma’s zijn en/of worden deze nader uitgewerkt. Innovaties en technologieën vormen een belangrijk onderdeel voor de ontwikkeling naar Utrecht als circulaire stad. Innovatie vormt een onderdeel bij het bereiken van de prioriteiten,

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

9/12

- Ontwikkel een strategie voor het stimuleren en ondersteunen van circulaire innovaties.

- Ontwikkel een gedetailleerd plan voor periodieke evaluatie en bijsturing van het beleid. B18 - Specificeer hoe en wanneer voortgangsrapportages zullen worden gepubliceerd.

bijvoorbeeld door te sturen op CO2-reductie via innovatieve circulaire materialen. Dit komt ook terug bij circulair ondernemerschap: we stimuleren circulaire innovaties door programma's te subsidiëren voor innovatieve startups en inzet van Europese fondsen. Het stedelijk project Circulaire Grondstoffencorridor Utrecht, gericht op samenwerking met marktpartijen in de bouw om meer bouwmaterialen opnieuw te gebruiken, is bijvoorbeeld een innovatief samenwerkingsproject. Bij het afronden van het Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 zijn de resultaten en geleerde lessen via een raadsbrief met de gemeenteraad gedeeld. Bij de beleidsnota zal jaarlijks op hoofdlijnen over de voortgang en resultaten worden gerapporteerd in het duurzaamheidsverslag. In hoofdstuk C van de beleidsnota wordt nader ingegaan op de monitoring.

- Vereenvoudig complexe zinnen en paragrafen. B19

- Voeg meer visuele elementen toe, zoals infographics, stroomdiagrammen, en tabellen. - Zorg voor een lekensamenvatting aan het begin van elk hoofdstuk.

Het rapport bevat aan het begin een samenvatting van de inhoud. Een aantal complexe zinnen en paragrafen hebben we waar mogelijk vereenvoudigd. Om het rapport niet verder te laten groeien is er geen ruimte om meer visuele elementen toe te voegen.

- Werk het juridische kader verder uit, met specifieke aandacht voor hoe lokale regelgeving aangepast kan worden om circulaire doelen te ondersteunen.

Zie het antwoord op vraag 8.

B21

- Voeg een sectie toe met vergelijkingen en lessen uit andere steden of regio's die vooroplopen in circulaire economie.

We hebben doorlopend contact met andere steden en regio’s over de circulaire economie. Lessen die elders geleerd worden, nemen we waar mogelijk over. Het toevoegen van zulke vergelijkingen en voorbeelden past niet binnen de beleidsnota Utrecht Circulair 2030.

B22

- Ontwikkel een gedetailleerd plan voor educatie en bewustwording, zowel binnen de gemeentelijke organisatie als voor het bredere publiek.

Een dergelijk detailniveau past niet binnen een overkoepelend beleidsnota. Daar waar nodig werken we dit verder uit in bestaande en nieuwe uitvoeringsprogramma’s en bij projecten en activiteiten.

B20

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

10/12

B23

C1

- Werk een meer gedetailleerd plan uit voor de implementatie van circulaire inkoopcriteria in alle gemeentelijke aanbestedingen.

De kosten die het [circulair worden] met zich mee brengt en wat de burger dan moet ophoesten lopen zo extreem uit elkaar. En als je dan bedenkt dat de verandering die gewenst is simpelweg niet haalbaar is. Dan denk ik geld lost het probleem of de doelstelling niet op en de invloed van de burger is klein. Het zijn de grote bedrijven die bijvoorbeeld iets aanbieden waarbij een consument geen keus heeft, waarom moet die consument dan extra gaan betalen voor zaken waar ze geen invloed op heeft en dat geld het probleem die extra betaald wordt het niet oplost.

Er is een Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) waarin circulaire inkoopcriteria gedetailleerd zijn uitgewerkt; deze zullen worden gebruikt bij de gemeentelijke aanbestedingen.

We snappen dat er zorgen zijn over de betaalbaarheid, vooral voor bewoners. Bestaanszekerheid - en het voorkomen en aanpakken van financiële problemen - is geen onderwerp van de beleidsnota Utrecht Circulair, maar wel een van de speerpunten van de gemeente Utrecht. Dat betekent dat we daar ook bij het uitvoeren van deze nota rekening mee houden.

Ben iemand die werkt om zijn gezin te onderhouden en betaal alles netjes op tijd. Maar maak me echt zorgen dat ik het nog wel kan betalen straks.

D1

D2

Onderbenutting bedrijfslocaties (pg 15): Naast de fysieke en de milieuruimte is ook het uitbreiden van de duurzame energievoorziening en -netwerk essentieel van het ontwikkelen van circulaire activiteiten (vnl. recycling van afvalstoffen).

De nota doet de aanname dat de consumptie van producten en woningen hetzelfde blijft. Dit terwijl de circulaire economie ook gaat over preventie en anders consumeren. Moet de gemeente zich ook niet meer focussen op de inwoners. Hier en daar wordt dit in de nota genoemd, maar concrete actiepunten lijken te ontbreken. Voorbeelden: a. Woningen ook voor kleinere bewoning inrichten i.p.v. alles maar groter b. Advertenties in de openbare ruimte meer richten op de circulaire economie en minder aanzetten tot consumptie

D3

Voedselvoorziening (pg 21): In hoeverre is lokale teelt mogelijk op de benodigde schaal van de gemeente Utrecht? Lokale voedselvoorziening lijkt vooral te blijven hangen bij kleinschalige initiatieven.

Dat klopt, en is een belangrijk aandachtspunt in de transitie naar een duurzaam Utrecht. De gemeente zet hier nadrukkelijk op in, maar dat valt buiten de reikwijdte van deze beleidsnota.

We zijn het er zeker mee eens dat preventie en anders consumeren onderdeel is van de circulaire economie. We zetten daar op in door bijvoorbeeld minder nieuwe, niet hernieuwbare materialen te gebruiken waar mogelijk. Ondernemers, consumenten en anderen zijn vaak ook de bewoners in de stad. a. Nieuwbouwwoningen zijn momenteel over het algemeen al kleiner dan bestaande woningen. Zeker in de betaalbare categorieën. b. De haalbaarheid van het meer sturen op de circulaire economie bij adverteren in de openbare ruimte willen we nader onderzoeken. Het beleid zoals geformuleerd in het kader van Utrecht Circulair richt zich met name op het voorkomen van voedselverspilling. In Utrecht zijn er diverse initiatieven gericht op lokale en

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

11/12

regionale teelt. Zo is bijvoorbeeld het openbaar gebied in de wijk Rijnvliet aangelegd als de zogenaamde ‘eetbare wijk’. Daarnaast heeft de gemeente het convenant Lokale en Duurzame voedselketen in de Provincie Utrecht getekend. Daarmee maken we afspraken over de inkoop van regionaal voedsel en nodigen we andere partijen uit dat ook te doen. Dergelijke initiatieven dragen bij aan de regionale voedselketen en is onderdeel van de transitie naar een circulaire stad.

D4

D5

Bio-based bouwen: Er wordt veel ingezet op bio-based bouwen, maar als we kijken naar de natuurlijke grondstofvoorraad in hoeverre gaat dit de huidige bouw overnemen? Anders dan CO2 heeft het putten uit de natuurlijke voorraden ook impact op het milieu.

Toepassen van CO2-beprijzing werkt alleen voor materialen met een grote energiecomponent en is niet altijd een goede indicatie voor de circulaire economie; zie bijv. de serie aan parameters die PBL gebruikt voor de ICER (vooral niet voor bio-based materialen)

Het voordeel van biobased bouwen is dat deze materialen in principe oneindig hernieuwbaar zijn. Wanneer dus wordt gebouwd binnen de groeisnelheid van deze materialen is er geen uitputting van die grondstoffen. Hier zetten we met ketenopbouw op in (met name via de landelijke organisatie Building Balance). Uiteraard heeft bouwen met duurzamer materialen ook impact op het milieu; bouwen doet dat per definitie omdat het een ingreep is in de fysieke leefomgeving. Hier zijn wij het niet mee eens. CO2 beprijzing werkt goed voor materialen met een grote CO2 component (dus niet letterlijk energie, hoewel die twee nog sterk gecorreleerd zijn). Circulaire materialen scoren hier over het algemeen goed op, doordat er weinig CO2 vrijkomt (bijvoorbeeld bij hergebruik in plaats van nieuw) en met biobased bouwen zelfs een negatieve uitstoot mogelijk is (CO2 opslag voor een langere tijd in de materialen). We zijn ons ervan bewust dat CO2 beprijzing niet de volledige circulaire economie kan omvatten, maar het biedt pragmatische handvatten voor het circulair maken van maatschappelijk vastgoed.

Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=31375dae-644d-465e-aebc-f806a6afb94d