CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie van Broedplaatsen Netwerk Utrecht op motie 209.pdf

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 15 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Update gevolgen en aanpak coronavirus in Utrecht1.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Broedplaatsen Netwerk Utrecht Reactie op Motie d.d. 16 juli 2020:

Het netwerk van broedplaatsen en creatieve bedrijfsverzamelgebouwen in Utrecht is positief dat deze motie er nu ligt. Het is heel fijn dat de raadsleden het initiatief nemen om aandacht te vragen voor de positie van de broedplaatsen, oefenplekken en atelierruimtes in de stad ten tijde van de coronacrisis en dat er vooraf wordt nagedacht over de mogelijke effecten die dit voor ons kan hebben. Financiële effecten Corona De financiële effecten van de crisis voor kunstenaars, creatieve ondernemers en culturele initiatieven (onze huurders) wordt nu nog gedeeltelijk opgevangen door regelingen als TOZO, NOW en TOGS. Velen van hen doen er op dit moment alles aan om hun (werk)ruimte te behouden en het aantal opzeggingen dat wij ontvangen is dus relatief beperkt. Maar wat als deze regelingen op termijn worden afgebouwd of stopgezet? En wat als de werkgelegenheid in de creatieve sector door een stevige economische recessie niet tijdelijk maar voor langere duur opdroogt? Zoals ook genoemd in de motie, zullen de echte effecten voor broedplaatsen en creatieve bedrijfsverzamelgebouwen pas later doorwerken. Een financieel overzicht van de stand van zaken bij broedplaatsen op dit moment, zegt dus eigenlijk niet veel over wat wij kunnen verwachten op de langere termijn.

Programma en horeca binnen broedplaatsen Wel zien we een sterke afname aan inkomsten ontstaan bij de broedplaatsen die zelf actief programmeren op het gebied van podiumkunsten, exposities en netwerkbijeenkomsten en hierbij afhankelijk zijn van de exploitatie van horeca (en geen of minder gebruik maken van subsidie). Het tijdelijk stopzetten van de programmering zou daarin voor de hand liggen, maar daardoor neemt het publieksaanbod van kunst en cultuur én de werkgelegenheid in de sector juist verder af. We vermoeden daarom tevens dat de hardste klappen, als uitwerking van het terugvallen van horeca-inkomsten en beperkte culturele programmering, vooral rond de podiumkunsten vallen. Advies aan de raad Belangrijk is daarom op korte termijn goed te kijken naar de werking en de samenhang van en tussen de financiële maatregelen en subsidieregelingen die er al zijn, zodat vooral kunstenaars, makers en culturele initiatieven hun werkzaamheden kunnen blijven continueren. Als zij voldoende in hun inkomsten kunnen voorzien, kunnen zij ook hun werk-, presentatie- en oefenruimtes blijven betalen. Kortom, denk van onderen af.

Hoe kan er bijvoorbeeld voor gezorgd worden dat ook in deze tijd (ongesubsidieerde) culturele programmeurs en instellingen projecten blijven organiseren, hier nieuwe vormen en doelgroepen voor vinden (zoals bijv. innovatief onderzoek, het onderwijs en buurtprojecten), en makers & kunstenaars wel (volledig) betaald worden, ook wanneer projecten gedeeltelijk of geen doorgang meer kunnen vinden? Of zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn dat een deel van de Cultuurnota gelden direct bij kunstenaars en creatieve makers terecht komen door middel van projectsubsidies? Veel landelijke cultuurfondsen werken al langere tijd met subsidieregelingen voor individuen. Wij denken hier dan ook graag over mee. Onderdeel van de keten Ook vinden we het van belang dat er in het algemeen een duidelijk signaal wordt afgegeven over de betekenis en positie van broedplaatsen en creatieve bedrijfsverzamelgebouwen binnen de keten van de culturele infrastructuur, en dat vooruitlopend op het vernieuwde ‘werkplan huisvesting’ goed gekeken en geluisterd wordt naar de behoefte aan creatieve werkruimte in de stad vanuit de spelers in het creatieve

en culturele veld. Wij kijken uit naar dit nieuwe plan en spreken graag mee over de wijze waarop de gemeente het bestaansrecht van broedplaatsen kan waarborgen. Prijsopdrijving in gebiedsontwikkeling Meer kennis en alertheid bij raadsleden met betrekking tot de waarborging van betaalbare creatieve werkruimte binnen tenderprocedures en het behoud van maatschappelijke en culturele functies op ontwikkellocaties en gebieden, kan hieraan ook sterk bijdragen. Zo kan mede voorkomen worden dat prijsopdrijving van vastgoed en de grote woonopgave niet de overhand krijgt in de vraag naar ruimte.

Het negatieve effect van Corona aan de inkomstenkant van onze huurders kan versterkt worden door de prijsverhogingen als gevolg van de gebiedsontwikkelingen in Utrecht en beperkte sturing vanuit de gemeente hierop. Wij hebben dit mechanisme en een voorstel hiervoor recent beschreven in de brief aan de raad t.b.v. het behoud van dB’s in het CAB-gebouw d.d. 21 oktober 2020. Dit speelt niet alleen bij de ontwikkeling rond dB’s, maar bij meerdere partijen in ons netwerk. Dit effect speelt tevens in de verduurzaming van de panden van de gemeente Utrecht (UVO), waarbij de hogere prijs om energieneutrale panden te realiseren in de toekomst bij de gebruikers dreigt te worden neergelegd. Dit effect is ook benoemd in het rapport van Berenschot d.d. 7 september 2020 ‘noodsteun voor de Utrechtse culturele instellingen’. Hierdoor snijdt de crisis aan twee kanten. Innovatief broedplaats- en atelierbeleid Het vormgeven van een passend en innovatief broedplaats- en atelierbeleid, leidt hierin ten slotte tot de meest duurzame en structurele oplossingen. Zo wordt door ons netwerk opgemerkt, dat muzikant Colin Benders c.s. (Kyteman) muziekstudio’s in de Werkspoorfabriek kan realiseren door middel van een maatwerkregeling vanuit de afdeling Culturele Zaken. Een mooie ontwikkeling enerzijds, maar anderzijds ook wel heel specifiek.

Men vraagt zich bijvoorbeeld af hoe deze of andere regelingen ook ingezet kunnen worden voor de huisvesting van andere initiatieven in de muziek (of de andere kunsten) en welke criteria daarin leidend zijn. De keten als geheel Naast in het oog springende concertlocaties zoals TivoliVredenburg en Ekko, waar men kan genieten van het eindproduct, zijn ook de plekken waar men kan oefenen, waar muziek geproduceerd wordt en waar creatieve en artistieke uitwisseling plaats vindt (zoals de muzikale broedplaats dB’s) onmisbaar in de keten van de culturele infrastructuur. Het is dan ook van belang om deze keten als een geheel te zien, waarbij de schakels elkaar aanvullen en versterken. Vele Utrechtse muzikanten staan te poppelen voor een geschikte werkruimte, waar zij met andere kunnen samenwerken. Tegelijkertijd bestaat er bijvoorbeeld onder beeldend kunstenaars in onze stad, naast de ruimte om te maken, juist weer een grote behoefte aan ruimte voor presentatie en experimentele publieke programma’s. Zodat hun werk en ideeën zichtbaar worden en gedeeld kunnen worden met bewoners en bezoekers van de stad.

Het netwerk van broedplaatsen Utrecht Vechtclub XL Roswita Warmerdam Kanaal 30 Frank Leenders Metaal Kathedraal Maureen Baas Stichting LOU Simon van Dommelen Stadstuin Edo Wiersema Hof van Cartesius Bianca Ernst Werkspoorkathedraal Gabrielle Muris De Nijverheid Daan Bramer DePlaatsmaker Arna Notten dB’s Paul de Brabander Hooghiemstra Paul Barendregt Druk Utrecht Seda Angenent Klompenfabriek Luuc Visch

Stichting KLANK De Createur

Bonnie Kirkels Joyce Flendrie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a3ce8a07-3e36-40ac-8471-ee4fec007316