Reactie op wensen en bedenkingen voorhangprocedure HVC (toegevoegd op 27 januari)
Tekst van het document
Reactie op wensen en bedenkingen besluitvorming HVC Bijlage bij raadsbrief me Nr 1.
Fractie Volt
Wens of bedenking Ad 1.2 b – Inzet fossiele bronnen In de overeenkomst staat dat fossiele bronnen tijdelijk noodzakelijk kunnen zijn voor piek- en back-upsystemen. Wij missen hier een duidelijke afbouwlijn. Voor Volt is het uitgangspunt dat fossiele inzet uiterlijk richting 2040 volledig wordt uitgefaseerd. We horen graag of dit tijdpad concreet kan worden geborgd.
Reactie HVC committeert zich, voor wat betreft de Utrechtse projecten, aan de Beleidsnota Warmte, met daarin de volgende ambitie: “We nemen afscheid van fossiele energiebronnen en stappen over naar het benutten van zoveel mogelijk verschillende lokale duurzame energiebronnen”. In deze beleidsnota verwijzen we naar de afspraak uit het Klimaatakkoord dat in 2050 de warmtevoorziening in Nederland CO2-vrij is. Inmiddels is de afbouw van fossiele brandstoffen voor 2050 wettelijk vastgelegd in de Wcw. Een aardgasvrije stad in 2040 zou heel mooi zijn, maar achten wij niet realistisch. Dat komt niet door ons gebrek aan ambitie, maar aan het tekort aan landelijke instrumenten, met name als het gaat om de betaalbaarheid. Het afbouwen van fossiele bronnen is afhankelijk van de beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen. Die zijn in Utrecht nu niet ruim voorhanden. Ook de beschikbaarheid van (op termijn duurzame) elektriciteit is inmiddels geen vanzelfsprekendheid meer vanwege netcongestie. Daarom kunnen wij de afbouw van fossiele energie helaas niet concreter borgen dan dat we nu gedaan hebben in de samenwerkingsovereenkomst met HVC, zonder dat we het risico lopen dat energiesystemen onuitvoerbaar of onbetaalbaar worden. Onze invloed op Utrechtse projecten is groot genoeg om te borgen dat we op projectniveau niet langer gebruik maken van fossiele bronnen dan strikt noodzakelijk.
2.
Volt
Artikel 1.2 c – MT of (Z)LT en netbelasting Hier staat nu “met aandacht voor verlaging van de netbelasting”. Wij vragen ons af of dit slechts een aandachtspunt is, of een expliciet doel/vereiste bij systeemkeuzes. Dat verschil is voor ons politiek relevant.
De netbelasting van een warmtesysteem is wat ons betreft één van de wegingscriteria bij de keuze tussen warmtesystemen en niet een harde eis. Het is nu niet te zeggen hoe zwaar dit criterium moet wegen, omdat we nu niet weten hoe ernstig het is gesteld met de netcongestie op het moment dat de bestaande buurten aardgasvrij worden gemaakt. Daarnaast spelen er andere criteria mee in deze afweging waaronder bijvoorbeeld betaalbaarheid en impact op het elektriciteitsnet.
3.
Volt
Artikel 1.2 e - Tarieven en rol ACM Wij hechten sterk aan transparante prijzen op basis van kostprijs-plus. We begrijpen dat dit juridisch nu nog niet volledig zo is vastgelegd, maar vinden het belangrijk dat dit expliciet als richting wordt benoemd. Daarnaast roept de tekst vragen op: er lijkt te worden voorgesorteerd op
We zijn het met u eens dat de tekst onder 1.2 e van de samenwerkingsovereenkomst niet duidelijk genoeg geformuleerd is. We passen dit artikel aan: “Partijen zijn zich ervan bewust dat na inwerkingtreding van de Wcw de beoogde insteek is dat op termijn de warmtetarieven gebaseerd worden op de daadwerkelijke kosten gebaseerd met daarop een toeslag voor rendement
4.
Volt
de maximumtarieven van de ACM. Waarom zouden we vastleggen dat HVC de maximale + vraagt? Vanuit hun logisch, maar vanuit de gemeente niet altijd. We zouden liever zien dat we het zo opnemen dat HVC iedere keer met een onderbouwing komt van het tarief dat gevraagd wordt, dat hoeft niet per se het maximumtarief te zijn.
en risico. De kostengebaseerde tariefmethodieksystematiek en daarbij horende maximumtarieven worden vastgesteld door de ACM.” In artikel 2.2 c is voorts bepaald dat HVC volledige transparantie geeft over de tarieven volgens de principes van kostengebaseerde tariefmethodiek. NB: De “kostengebaseerde tariefmethodiek” uit de Wcw wordt in de volksmond ook wel de “kostprijs-plusmethode” genoemd.
Artikel 2.2 suggestie voor sub g - integraal energiesysteem Wij missen in de overeenkomst de expliciete keuze voor een geïntegreerd energiesysteem. Specifiek pleiten wij ervoor dat elektriciteit nadrukkelijk als mogelijke warmtebron wordt meegenomen. Dat lijkt nu onvoldoende terug te komen, zeker gezien het risico dat bij een sterk op verbranding gericht systeem die flexibiliteit verdwijnt.
We delen de ambitie van Volt en voegen de door Volt voorgestelde tekst toe aan artikel 2.2 van de samenwerkingsovereenkomst als nieuwe lid b. We hebben er vertrouwen in dat HVC goed is staat is om grote delen van toekomstige energiesystemen in eigen beheer te ontwikkelen, waardoor integrale sturing beter mogelijk is. Ook verkennen we graag met HVC de kansen voor systeemintegratie tussen afvalverwerking en energie. Dan hebben we het niet over een afvalverbrandingsinstallatie in Utrecht, maar mogelijk wel over energiewinning uit bijvoorbeeld GFT.
Concreet stellen wij voor dit toe te voegen aan artikel 2.2, bijvoorbeeld als nieuw lid g: Bij kavelplannen is onderzocht hoe de opwek, opslag, transport en het gebruik van duurzame elektriciteit en warmte in één integraal systeem samen kunnen komen. HVC licht toe waarom in het ontwerp bepaalde keuzes zijn gemaakt, wat de verwachte impact is op het elektriciteitsnet bij verschillende scenario’s en hoe verdere integraliteit in de toekomst kan worden bereikt. 5
Volt
Artikel 2.2 a - leefomgeving en biodiversiteit Naast duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid missen wij expliciete aandacht voor biodiversiteit en impact op de leefomgeving, zoals geluid, geur, licht en ruimtegebruik. We vinden dat deze aspecten hier thuishoren. Wij zouden graag zien dat dat wordt opgenomen.
Waar mogelijk voegt HVC bij projecten maatregelen toe m.b.t. groen en biodiversiteit. De (milieu)impact is standaard onderdeel van de omgevingsvergunningen en een bespreekpunt met de gemeentelijke opdrachtgever. We voegen “impact op de leefomgeving” toe aan 2.2, lid a.
6
Volt
Artikel 4 suggestie voor lid 4.5 – warmtegemeenschappen en EU-kaders Wij stellen voor om hier expliciet te verwijzen naar relevante Europese regelgeving rond energiegemeenschappen en burgerparticipatie, zodat dit
We voegen de volgende tekst voor een nieuw artikel 4.5: "HVC zegt toe alle voor haar geldende Europese wet- en regelgeving na te leven, voor zover deze rechtstreeks van toepassing is of naar behoren is omgezet in nationale wet- en regelgeving; hieronder vallen de in nationaal recht geïmplementeerde bepalingen ter uitvoering van Richtlijn (EU)
2
kader duidelijk wordt verankerd. We stellen voor dit toe te voegen aan Artikel 4, bijvoorbeeld als lid 5: HVC zegt toe zich aan alle Europese wet- en regelgeving te houden, waaronder met niet beperkt tot Richtlijn (EU) 2018/2001 (REDII) ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen.
2018/2001 (REDII) ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen.”
7
Volt
Financiële vragen – investering en garantstelling Tot slot hebben we een vraag over de financiële kant. Er wordt gesproken over een investering van circa €60 miljoen en een garantstelling. Het risico wordt laag ingeschat, maar het is voor ons onduidelijk: • hoe deze investering precies wordt gefinancierd, • hoe de garantstelling is vormgegeven, • en wat het concrete scenario en handelingsperspectief is als die garantie wél aangesproken moet worden. Dit raakt direct aan publieke risico’s en verdient wat ons betreft een expliciete en transparante toelichting.
De gemeente koopt 453 aandelen HVC (10,9%) tegen een nominale waarde van € 45,45. Dit is totaal € 20.589. Dit is de investering die we doen. Dit (geringe) bedrag wordt in de eerste plaats bekostigd vanuit het totaal aan gemeentelijke financieringen (o.a. leningen) en hiervoor wordt jaarlijks een bedrag aan interne rente doorbelast aan het programma Klimaatvriendelijke Stad, onderdeel Energie, waar hiervoor dekking beschikbaar is. Daarnaast gaat de gemeente garant staan (pro rata van het aantal aandelen) voor een bedrag van circa € 60 miljoen voor de leningen van HVC die dienen ter financiering van activiteiten en investeringen van HVC. Dit kan uiteindelijk oplopen naar € 101 miljoen. De garantstelling is geen investering, hieruit volgt geen betaling en het levert ook geen bezit op. Vooralsnog is het risico dat wij hierop aangesproken klein. Dit risico kan in de toekomst natuurlijk toenemen. Dit risico wordt benoemd in de paragraaf financiering en in de bijlage gewaarborgde geldleningen bij zowel de jaarrekening als de begroting. Mocht de gemeente daadwerkelijk aangesproken worden op deze garantstelling, dan zal de gemeente dit in eerste instantie dekken uit de algemene risicoreserve, waarbij we het bedrag waar aanspraak op wordt gemaakt moeten financieren op geld- of kapitaalmarkt tegen de dan geldende marktrente.
De gemeente is daarmee naast eigenaar ook financier van HVC en is volledig gerechtigd tot de waarde in het bedrijf. Als de gemeente haar belang wil herfinancieren (of verkopen) is het risico het verschil tussen i) de uitbetaalde garanties en ii) de herfinancieringsopbrengst van de vordering op HVC.
8
GL
Betaalbaarheid Voor GroenLinks wegen de publieke waarden zwaar: betaalbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en transparantie. In het raadsvoorstel zagen we betaalbaarheid niet expliciet terugkomen. Met het aangenomen Amendement van de PvdA is betaalbaarheid expliciet toegevoegd aan het
Geen reactie nodig.
3
raadsvoorstel, waardoor álle publieke waarden expliciet geborgd zijn in het voorstel. 9.
GL
Samenwerking met lokale energiegemeenschappen GL had aangegeven dat de mogelijkheden die er zijn om ook met energiegemeenschappen samen te werken, zwaar weegt. In de samenwerkingsovereenkomst zien we de mogelijkheid dat HVC afspraken maakt met energiegemeenschappen terugkomen. Daarnaast werd tijdens het debat duidelijk dat energiegemeenschappen, ook als de gemeente deelneemt aan HVC, de mogelijkheid hebben met andere organisaties (bv EBN/ NetVerder) samen te werken. Graag een bevestiging
Het is voor energiegemeenschappen zeker mogelijk met andere warmtebedrijven, zowel publiek als privaat samen te werken. Ook met EBN/NetVerder. Aandeelhouderschap van HVC staat dit niet in de weg. Oog voor Warmte is inmiddels gesprekken gestart met zowel HVC als marktpartijen over mogelijke samenwerkingsvormen. Een gesprek met EBN/NetVerder is er nog niet geweest, maar als beide partijen daar behoefte aan hebben, dan kan dat wel.
10
GL
Evalueer de samenwerking met HVC GL vindt het belangrijk de lange termijn in de gaten te houden. De keuze voor HVC is op dit moment een veilige en logische keuze. Tegelijk wordt er in de Provincie een warmtebedrijf wordt opgezet met EBN en NetVerder waardoor er meerdere warmtebedrijven naast elkaar zullen bestaan in de provincie. Bovendien zijn er nog veel onzekerheden (o.a. m.b.t. noodzakelijke wetgeving) en de ontwikkelingen in de warmtetransitie gaan hard. We weten niet of een keuze die nu logisch is, over een aantal jaren nog steeds de beste optie is. Daarom vond GroenLinks het belangrijk om bij herziening van het warmteprogramma de keuze voor HVC te evalueren en te bezien of andere of aanvullende samenwerkingen nodig zijn om voor het energiesysteem van de toekomst. GroenLinks heeft daartoe M528 ingediend (Evalueer en heroverweeg de eigendomsvariant) die is aangenomen. We zien dat deze goed is verwerkt in het raadsvoorstel en is geland in de samenwerkingsovereenkomst met HVC.
Ons college wil graag benadrukken dat de beloofde evaluatie niet als doel heeft om de deelneming in HVC te heroverwegen. We evalueren de samenwerking met HVC om de samenwerking te optimaliseren en de kansen te benutten voor samenwerking met marktpartijen en andere publieke warmtebedrijven. Het speelveld van de warmtetransitie veranderd continu. Dat betekent dat de gemeente elke vijf jaar goed moet kijken of het evenwicht in het energiesysteem nog klopt en of bijsturing nodig is.
11
GL
Verwerking afval in of om Utrecht GroenLinks vindt het belangrijk dat er met het overstappen naar HVC geen extra (onnodige) vervoersbewegingen krijgen om het Utrechtse afval te verwerken. Daarvoor is het van belang dat HVC zorgt
In het addendum op de ballotageovereenkomst zijn afspraken gemaakt over de overslaglocatie. Hiermee voorkomen we dat er nadelige gevolgen voor de gemeente Utrecht volgen. Dit betekent dat voor Utrecht de rijafstanden, emissies en verkeerscongestie vergelijkbaar blijven met de huidige situatie.
4
voor een overslaglocatie in of om Utrecht. Graag een reactie van het college hoe zij waarborgen dat we geen onnodige (extra) vervoersbewegingen krijgen om het Utrechtse afval te verwerken. 12
13
GL
CDA
Borgen Social Return GL heeft er altijd op aangedrongen dat duurzaamheid en social return een belangrijk criterium is bij afvalverwerking. In de stukken zien we wel aandacht voor duurzaamheid maar social return zien we niet terugkomen. Dit leidt tot de volgende vraag: Op welke wijze is Social Return geborgd bij HVC? Hoe ziet het college hierop toe?
HVC legt in haar jaarverslag verantwoording af aan aandeelhouders over de manier waarop invulling wordt gegeven aan SROI. Wij gaan met HVC in gesprek over de manier waarop we hier als aandeelhouder op toe kunnen zien.
Onderzoek naar alternatief: CDA-fractie is van oordeel dat deze toetreding prematuur en ondoordacht is. Uw college kiest voor HVC op basis van snelheid en financiële argumenten. Wij moeten echter niet het overhaaste, maar het juiste besluit nemen. Het reële alternatief bestaande uit een gedeeld eigendom in een publiek warmtebedrijf in EBN/NetVerder is niet nader onderzocht, terwijl daartoe wel aanleiding was.
Aan het raadsbesluit van 14 december 2025 over de keuze voor HVC als eigendomsvariant lag een uitgebreide beoordeling van drie varianten ten grondslag. Tempo en financiën waren de doorslaggevende argumenten, maar de keuze voor HVC kunnen we alleen maken omdat HVC ook vanuit de andere invalshoeken een goede partner is. De eigendomsvariant EBN/NetVerder (en provincie) is ook nu nog niet goed uitgewerkt. We weten niet wanneer dit warmtebedrijf operationeel is. Het is ook onduidelijk welke rol de gemeente daar dan in zou spelen. Wij hebben niet de luxe om te wachten totdat alles duidelijk is. We willen nu aan de slag met collectieve energiesystemen voor de nieuwbouw en de aspirant warmtegemeenschappen willen nu in overleg met potentiële samenwerkingspartners. Wij willen voor voorloper zijn in de energietransitie en dat betekent dat we acteren op basis van de beschikbare instrumenten, en de opties voor de toekomst zoveel mogelijk openhouden. Dat is precies wat we hier doen: HVC is op dit moment de beste keuze voor een publiek warmtebedrijf, maar de weg om in de toekomst (ook) EBN/NetVerder een rol te geven in Utrecht wordt niet afgesloten.
HVC laat weten zich in de breedte voor SROI in te zetten en streeft naar een medewerkersbestand dat een afspiegeling vormt van de samenleving. Naast het creëren van kansen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt binnen HVC, werkt HVC nauw samen met bedrijven, onderwijsinstellingen en maatschappelijke partners om kandidaten te ontwikkelen en hun inzetbaarheid te vergroten. Voorbeelden zijn: ondersteunen van kringlooporganisaties, de sortering van afgedankte elektrische apparaten, het opschonen en uitsorteren van ingezameld huishoudelijk textiel bij gecontracteerde partners en het leveren van afgedankt en herbruikbaar hout aan regionale SW-bedrijven.
5
Wij zien geen aanleiding om terug te komen op het raadsbesluit van 14 december 2025. 14
CDA
Invloed op betaalbaarheid en duurzaamheid: De CDAfractie vindt dat uw college in staat moet zijn om richting te geven aan de koers van het gekozen warmtebedrijf wat betreft de betaalbaarheid van de energie voor mensen met een smalle beurs. Hierover is landelijke wetgeving in aantocht, waarop wat het CDA betreft moet worden gewacht tot de keuze voor een variant wordt gemaakt. Daarnaast zal de invloed van Utrecht op HVC marginaal zijn, doordat Utrecht een van de circa 60 aandeelhouders van HVC zal zijn. Hetzelfde geldt q.q. voor duurzaamheid. Ook wat dit betreft zal Utrecht als een van vele aandeelhouders niet veel invloed hebben.
Er zijn inderdaad landelijke maatregelen nodig om warmte betaalbaar te maken. Dit geldt voor alle warmtebedrijven en dus ook voor alle eigendomsvarianten. Daarom zien wij hierin geen argument om te wachten met het maken van een keuze voor een eigendomsvariant. Wachten totdat het rijk instrumenten beschikbaar heeft om warmte betaalbaar te maken, is niet nodig en zorgt alleen voor meer vertraging. Bij het raadsbesluit van 14 december 2025 hebben we aangegeven dat de invloed op de koers van HVC mogelijk wat kleiner is dan bij HVC/NetVerder (zoals het CDA benadrukt), maar onze invloed op projecten-niveau is bij HVC net zo groot. Onze politieke invloed op de betaalbaarheid en duurzaamheid van Utrechts projecten wordt beperkt door wet- en regelgeving (Wcw), maar dat geldt dan voor alle warmtebedrijven.
15
CDA
Business-case regionaal warmtebedrijf: Voorts is de warmtetransitie en dus ook het warmtebedrijf wat de CDA-fractie betreft een onderwerp dat je als Gemeente Utrecht regionaal met aangrenzende gemeenten zou moeten oppakken. De business-case van een regionaal warmtebedrijf wordt door Utrecht op deze manier prematuur ten koste van de omliggende gemeenten om zeep geholpen.
Zoals aangegeven bij reactie 13, sluit een keuze voor HVC samenwerking in regionaal verband en/of met een regionaal warmtebedrijf niet uit. Wij blijven betrokken bij de stappen die EBN, NetVerder en de provincie zetten bij de oprichting van een regionaal warmtebedrijf. De keuze van Utrecht (en Nieuwegein) leidt er niet toe dat een regionaal of provinciaal warmtebedrijf onhaalbaar wordt. Het een sluit het ander ook niet uit. HVC, EBN en NetVerder zijn allemaal onderdeel van de opbouw van publieke realisatiekracht in Nederland en daarover ook samen constructief in gesprek. Er is werk genoeg voor meerdere publieke warmtebedrijven met voldoende schaalgrootte om haalbare business cases te realiseren. De grootste risico’s voor de business case zitten op projectniveau en die zijn voor elk publiek warmtebedrijf ongeveer hetzelfde.
16
CDA
Schuldenlast: De CDA-fractie is, ondanks de Juridische due diligence van AKD en ondanks de financiële analyse van PwC van oordeel dat het in zee gaan met een partij die een schuldenlast torst van 600 miljoen Euro, waarvoor de gemeente voor 10,9% garant moet staan, geen verstandige zet is. Zeker gelet op het feit dat een zeer reëel alternatief daarvoor niet deugdelijk is uitgezocht. De risico’s zijn wellicht klein, maar de repercussies, als zij zich verwerkelijken, zijn enorm: tientallen miljoenen Euro’s.
Het is heel normaal dat er een “hypotheek” zit op het kapitaal dat bedrijven bezitten.. Tegenover de hypotheeklast staan ook bezittingen die bij een eventueel faillissement ter beschikking aan de gemeente (en andere eventuele schuldeisers) komen, rekening houdend met de wettelijke rangorde. Zolang deze hypotheek in verhouding staat tot de waarde van het bedrijf, lijdt dat niet tot bijzondere risico’s. In de Financiële analyse is aangetoond dat het risicoprofiel voor HVC laag is, en daar is een verantwoorde risicoreservering tegenover gezet. Eventuele “repercussies”, zoals het CDA dat noemt, zijn onderdeel van onze
6
risicoanalyse (risico = effect x kans van optreden) en staan dus niet buiten de risicoafweging die wij hebben gemaakt. Deelneming in een publiek warmtebedrijf gaat altijd gepaard met een zeker financieel risico. In het afwegingskader horende bij het raadsbesluit van 14 december 2025 hebben wij aangegeven dat de financiële risico’s van deelneming bij HVC kleiner zijn dan die van een deelneming van vergelijkbare omvang in EBN/NetVerder. Wij hebben op dit moment geen aanwijzingen dat deze inschatting onjuist was. 17
CDA
Kosten afvalverwerking: Tenslotte verwijst de CDAfractie naar de discussie die uw college heeft gevoerd met AVR over de kosten voor de verwerking van afvalstromen. U heeft op basis van een complete analyse van alle kosten in het raadsvoorstel Eigendomsvariant Publiek Warmtebedrijf geconcludeerd dat het financieel verschil tussen AVR en HVC op de lange termijn beperkt is, maar wel kan fluctueren gedurende de jaren. Volgens uw college is dit verschil niet groot en is het voordeel van HVC dat de tarieven daar stabieler zijn en dus voorspelbaar. De CDA-fractie ziet deze berekening en ook ter vergelijking de berekening van de kosten bij AVR graag op papier in een openbaar document dat ook met AVR gedeeld kan worden. Een en ander om inzichtelijk te maken wat het verschil in kosten tussen beide partijen daadwerkelijk is. Graag voordat het definitieve besluit tot toetreding wordt genomen.
De vergelijking van de kosten voor afvalwerking is opgenomen in de bijlage “Memo vergelijking afvalkosten” (de andere bijlage bij de raadsbrief Reactie voorhangprocedure Aandeelhouderschap HVC C) De hoogte van de tarieven is voor ons niet de reden om een voorkeur te hebben voor een publiek afvalbedrijf. Al circa 15 jaar leven er binnen onze gemeente gedachten over de verzelfstandiging van onze afvalverwerking en de vraag wat we als gemeente wel en niet zelf wil doen. De discussie over een publiek warmtebedrijf heeft deze gedachten in een stroomversnelling gebracht. Onze keuze voor een publiek afvalbedrijf is welbewust om de volgende redenen: • Als aandeelhouder van HVC hebben we op structurele basis inspraak op toekomstige investeringen en strategie op gebied van duurzaamheid van de afvalverwerking; op het gebied van met name gft-verwerking denken we met HVC meer kansen voor verbetering te kunnen benutten dan dat de markt ons kan bieden. • Als we de opdracht tot afvalverwerking in de markt aanbesteden kunnen we uitsluitend (eenmalig) sturen via de overeenkomst met de afvalverwerker en zijn we gebonden aan de aanbestedingsregels, onder andere over wezenlijke wijzigingen. Als de afvalverwerking in publieke handen komt hebben we als aandeelhouder meer vrijheid en mogelijkheden voor de realisatie van beleidsdoelen met betrekking tot afvalscheiding, circulariteit en duurzaamheid.
• Met een publiek warmtebedrijf kunnen we een langjarige relatie opbouwen en meer samen optrekken in onze gezamenlijke ambities voor afvalreductie en kwaliteit van de afvalverwerking. • Het is prettig om invloed te hebben op de combinatie van afval en energie, omdat er integratiekansen zijn. • Eventuele winsten vloeien bij HVC niet weg naar de aandeelhouder.
7
18
D66
19
D66
20
D66
Inzicht in toekomstige afvaltarieven en financiële vergelijkbaarheid De overstap naar HVC heeft gevolgen voor de tarieven die de gemeente betaalt voor afvalverwerking. Het raadsvoorstel schetst voorspelbaarheid, maar maakt niet concreet of tarieven bij HVC structureel gunstiger of juist hoger uitvallen dan bij de huidige contracten met AVR. Berichtgeving vanuit AVR schetst een ander beeld. D66 kan zich voorstellen dat een onafhankelijke second opinion waarin tarieven, kostenopbouw en langetermijnrisico’s van HVC en AVR expliciet worden vergeleken, kan helpen om een eenduidig beeld te verkrijgen. Transparantie over winstbestemming en effect op tarieven Het publieke karakter van HVC wordt gepresenteerd als voordeel voor betaalbaarheid en stabiliteit van tarieven. Tegelijkertijd blijft onduidelijk hoe eventuele winsten van HVC daadwerkelijk terugvloeien naar aandeelhouders of worden ingezet voor verlaging van tarieven of extra verduurzaming. D66 ziet dit als een wezenlijk verschil met marktpartijen en wil explicieter inzicht in dit mechanisme. Duidelijkheid over CO₂-afvang en totale milieubelasting We missen een integrale vergelijking (bijvoorbeeld via een life cycle analyse) van HVC en AVR, zodat de totale milieu- en klimaateffecten volwaardig kunnen worden meegewogen.
Het blijft in het voorstel bijvoorbeeld nog abstract wat HVC concreet van plan is op het gebied van CO₂-afvang bij afvalverbranding. D66 wil graag een beter inzicht in de ambities, technologiekeuzes en tijdslijnen van HVC, en in de mate waarin de gemeente hier als aandeelhouder invloed op kan uitoefenen.
Een vergelijking van de tarieven van de afgelopen jaren is opgenomen in de bijlage “Memo vergelijking afvalkosten”.(de andere bijlage bij de raadsbrief Reactie voorhangprocedure Aandeelhouderschap HVC)
Met aandeelhouders is de financiële strategie bepaald. Uitgangspunt daarvan is dat HVC niet gericht is op het maken van winst een geen dividend uitkeert. In plaats daarvan kent de financiële strategie de volgende (inhoudelijke) prioriteitsvolgorde: (1) Het tenminste behouden van de financiële weerbaarheid van het bedrijf. Daarmee wordt de continuïteit van de activiteiten geborgd. (2) Het kunnen financieren van de inhoudelijke opgave (de dienstverlening aan aandeelhouders). (3) Het via de tarieven teruggeven van onnodig hoge jaarresultaten, indien die zich hebben voorgedaan. Zo heeft HVC over 2024 het aandeelhouderstarief voor GFT-verwerking met 10 euro per ton verlaagd. Een volledige integrale vergelijking van de duurzaamheid van afvalverwerking, specifiek de restafvalketen inclusief nascheiding, is complex en lastig om op een juiste en volledige manier te maken. Dit komt o.a. door de vele verschillende aspecten die de mate van duurzaamheid bepalen en door de verschillende toegepaste technologieën van HVC en AVR. Op sommige aspecten scoort HVC beter en op een andere aspecten HVC.
Over de belangrijkste duurzaamheidsthema’s kunnen we kwalitatief het volgende zeggen: • Primaire doelstelling van HVC is afvalpreventie en reductie van volume restafval; HVC heeft in tegenstelling tot AVR een positieve houding over de ambitie van het rijk om de capaciteit voor verbranding van restafval af te bouwen. • HVC loopt op het gebied van duurzaamheid iets voorop, maar AVR pakt de verduurzaming, op het moment dat het moet (regelgeving of klanteisen), grootser en doortastender aan.
8
•
Het rendement van nascheiding is sterk afhankelijk van de kwaliteit van het aangeleverde afval en de mate waarin dat al gescheiden is; om die reden moeilijk te vergelijken. • Het rendement van de compostering van gft door HVC is hoger dan die van Attero (AVR). • Het energierendement voor de installaties van AVR is iets beter, maar dat kan te maken met de samenstelling van het afval en de keuze op welke manier de energie verdeeld wordt over de levering van elektriciteit en warmte. • De opwerking van bodemas naar een product dat hoogwaardiger toegepast kan worden is bij HVC iets beter. • AVR en HVC doen beide al aan CO2-afvang en hebben plannen voor capaciteitsuitbreiding. maar dat kan als gevolg van de aanstaande belastingen nog veranderen. HVC heeft als doel om in 2035 in totaal 400 kton CO2 af te vangen en werkt toe naar een CO2-afvanginstallatie van 100 kton in Alkmaar (investeringsbesluit beoogd eind 2026) en een CO2afvanginstallatie in Dordrecht van 200 kton. Als aandeelhouder van HVC hebben we inspraak op toekomstige investeringen op gebied van duurzaamheid van de afvalverwerking. Aandeelhouders kunnen initiatieven aandragen en bij een sluitende businesscase en akkoord op de aandeelhoudersvergadering, worden pilots opgezet. Dit levert naar verwachting meer invloed op dan in de huidige situatie met private partijen die worden aanbesteed. 21
D66
Toekomst van de overslaglocatie Lage Weide De overslagfunctie op Lage Weide blijft voor D66 een belangrijk aandachtspunt. Hoewel het addendum borgt dat HVC verantwoordelijk is voor een passende overslaglocatie met vergelijkbare rijafstanden en emissies, blijft onduidelijk of de huidige AVR-locatie wordt overgenomen, aangepast of vervangen. Wij vragen om meer duidelijkheid over scenario’s en besluitmomenten, gezien de mogelijke gevolgen voor leefomgeving, logistiek en kosten.
Het is niet verstandig om op dit moment concretere afspraken met HVC te maken over een toekomstige overslaglocatie. De oplossing ligt in de toekomst en HVC moet onderhandelen met marktpartijen over grondposities. In het addendum op de ballotageovereenkomst zijn voldoende waarborgen ingebouwd om druk op de ketel te houden bij HVC om tijdig een geschikte overslaglocatie te regelen.
22
D66
Concrete betekenis van zeggenschap binnen HVC Utrecht wordt met 10,9% aandelen een relatief grote, maar niet doorslaggevende aandeelhouder in HVC. Het
De gemeente Utrecht heeft zeggenschap binnen HVC via de Raad van Commissarissen (RvC), de Directie en de aandeelhoudersvergadering (AVA).
9
voorstel beschrijft formele invloed via de AVA en samenwerkingsovereenkomsten, maar blijft abstract over de praktische betekenis hiervan bij spanningen tussen aandeelhouders of bij strategische keuzes. D66 vraagt om meer helderheid over de vraag in welke situaties Utrecht daadwerkelijk invloed kan uitoefenen op koers, investeringen en prioritering.
De gemeente heeft de mogelijkheid om de aan haar regio toegewezen Commissaris, de voorzitter van de RvC en de Directie te benaderen met vragen of specifieke punten. In het verlengde hiervan zal, voorafgaand aan de halfjaarlijke AVA’s, een voorbespreking plaatsvinden in aanwezigheid van de RvC en de Directie, waarbij eveneens de gelegenheid bestaat voor de gemeente om specifieke zaken aan de orde te stellen. Utrecht heeft via de aandeelhoudersvergadering (AVA) invloed op de koers en prioritering van HVC en besluiten over alle nieuwe projecten groter dan €10 miljoen. Er wordt in de AVA gestreefd naar unanieme besluitvorming. Doordat HVC enkel invulling geeft aan door de aandeelhouders opgedragen activiteiten en door uitgebreide toetsing voorafgaand aan investeringsbesluiten, wordt voorkomen dat investeringsbesluiten in de AVA gebracht worden waar geen breed of zelfs unaniem draagvlak voor is. Onze invloed op de koers van HVC zal worden bepaald door de kracht van onze argumenten. De waarde daarvan kan groter zijn dan 10,9%, maar doorslaggevende zeggenschap zullen we nooit hebben. De zeggenschap over investeringen in onze gemeente is groot. Het is niet mogelijk dat HVC in Utrecht grote investeringen doet waar wij het niet mee eens zijn, want dan kunnen ze niet ingebracht worden in de AVA. Dat is iets anders dan dat HVC alles zal doen wat wij willen.
HVC heeft wel aangekondigd heel ver met ons mee te gaan in het honoreren van wensen, zolang dat niet ten koste gaat van de betrouwbaarheid en het projectrendement voldoet aan de kaders die de AVA heeft gesteld. Dit is van belang voor de bedrijfscontinuïteit en zorgt ervoor dat het bedrijf geen onverantwoorde financiële risico's neemt.
23
VVD
Toetredingsverklaring Hoe het aantal aandelen dat de Gemeente Utrecht afneemt is bepaald. Graag een toelichting.
Het aantal uitgegeven aandelen wordt bepaald naar rato van het tonnage restafval en het aantal inwoners. Voor nadere toelichting verwijzen wij graag naar pagina 9 van de financiële analyse van PwC, waar dit nader staat beschreven.
24
VVD
Toetredingsverklaring (2) Hoe verhoudt het aantal aandelen van de Gemeente Utrecht zich tot andere gemeente. We ontvangen graag een overzicht van de huidige aandeelhouders en welk aandeel ze hebben.
Het overzicht van het aantal aandelen per deelnemer staat op pagina 29 van de financiële analyse van PwC en in het HVC jaarverslag 2024, pagina 147148.
25
VVD
Ballotageovereenkomst (aandeelhoudersovereenkomst)
Het college heeft permanente geheimhouding opgelegd op de bijlagen “Due Diligence AKD”, ”Financiële analyse PwC”, “Advies Zanders”, “Risicomatrix”,
10
Kunt u specificeren waarom de ballotageovereenkomst onder de geheimhouding valt?
“Ballotageovereenkomst” en “Addendum op de ballotageovereenkomst’ op grond van artikel 87 Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 1 sub c en lid 2 sub f en i van de Wet open overheid. De bijlagen bevatten (vertrouwelijk medegedeelde, concurrentiegevoelige) bedrijfsgegevens van HVC en informatie die behoort tot het vertrouwelijk onderhandelingsproces. We hebben als gemeente een NDA (geheimhoudingsovereenkomst) getekend om de benodigde informatie te krijgen, de verkregen informatie mag niet met derden worden gedeeld. Het is voor HVC onwenselijk als deze verstrekte informatie openbaar wordt omdat het hun positie in de markt kan verstoren en informatie vrijgeeft over medewerkers, klanten en leveranciers die privacy kan schenden. De bijlagen bevatten tevens gegevens en inzicht in overwegingen die het goed functioneren van de gemeente in het proces om aandeelhouder te worden kunnen raken.
26
VVD
Ballotageovereenkomst (2) Is dit type overeenkomst en de inhoud daarvan gebruikelijk voor dit soort samenwerkingen?
Het is heel gebruikelijk dat aandeelhouders onderling (en eventueel met de vennootschap) afspraken maken in een aandeelhoudersovereenkomst, wat de ballotageovereenkomst in feite is.
27
VVD
Ballotageovereenkomst (3) Hoe passend is het voor een “publiek bedrijf” om via een dergelijke overeenkomst te werken?
Zie reactie 26. Ook publieke aandeelhouders of bedrijven met publieke aandeelhouders maken in de praktijk gebruik van aandeelhoudersovereenkomsten. Dit gebeurt ook bij andere verbonden partijen, bijvoorbeeld bij de ROM.
28
VVD
Ballotageovereenkomst (4) Waarom is de inhoud van deze overeenkomst geen onderdeel van de statuten of een huishoudelijk reglement?
De ballotageovereenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de aandeelhouders onderling en HVC, waarin afdwingbare afspraken staan in aanvulling op de statuten. Het is een keuze van de aandeelhouders om zaken op te namen in de statuten of in contractuele afspraken (i.c. ballotageovereenkomst). De statuten zijn openbaar en de (interne) contractuele afspraken in beginsel niet. Contractuele afspraken kunnen laagdrempeliger worden gemaakt en gewijzigd dan de statuten. Een huishoudelijk reglement is (ook) een intern document en bevat doorgaans regels over de organisatie, procedures en gedragsregels. Het ziet meer op de praktische gang van zaken binnen de vennootschap. De aandeelhoudersovereenkomst/ballotageovereenkomst en het huishoudelijk reglement zijn vaak twee aparte documenten.
29
VVD
Ballotageovereenkomst (5)
Deze vraag kunnen wij niet openbaar beantwoorden. De risico's die de gemeente loopt volgen uit de geheime risicobijlage die u heeft ontvangen.
11
Welke risico’s loopt de Gemeente Utrecht specifiek in deze overeenkomst die door de geheimhouding geen onderdeel kunnen zijn van het publieke debat? Ballotageovereenkomst (6) In hoeverre voldoen afspraken in deze overeenkomst en/of statuten aan alle regels voor mededingen inclusief (leerervaringen) uit recente jurisprudentie zoals ook bijvoorbeeld het Didam arrest
Indien gewenst kan hier tijdens de besloten commissie/raadsvergadering een toelichting op worden gegeven.
30
VVD
De statuten zijn openbaar en ingeschreven in het handelsregister. Deze zijn opgesteld door de notaris en voldoen zodoende aan de wet. De ballotageovereenkomst en het daarbij behorende addendum bevatten afspraken tussen de aandeelhouders onderling en HVC. Zekerheidshalve is over een aantal juridische onderwerpen die in deze overeenkomsten terugkomen vooraf extern juridisch advies ingewonnen om te toetsen of de afspraken rechtmatig zijn. Deze onderwerpen komen terug in de geheime risicobijlage. • Het arrest van het Europese Hof van Justitie van 15 januari 2026 zorgt voor meer duidelijkheid over de interpretatie van de regels voor quasiinbesteden. Met deze interpretatie hadden we al rekening gehouden bij onze beoordeling. Aan de vereisten van quasi-inbesteden wordt voldaan. Dit is extern juridisch getoetst. • Het Didam arrest is niet van toepassing op de statuten of de ballotageovereenkomst, omdat in plaats daarvan de (strengere) aanbestedingsregels gelden. • Zie reactie 25.
31
VVD
Addendum Kunt u specificeren waarom het addendum onder de geheimhouding valt?
32
VVD
Addendum (2) Is dit type overeenkomst en de inhoud daarvan gebruikelijk voor dit soort samenwerkingen?
Het is gebruikelijk en zorgvuldig om naar aanleiding van de uitkomst van een Due Diligence onderzoek in verband met een voorgenomen deelneming contractuele afspraken te maken over de deelneming zelf ter mitigatie van gesignaleerde risico's. De naam van het contract (addendum, participatieovereenkomst of anderszins) maakt daarbij niet zoveel uit. De geheime risicobijlage bevat een analyse van de gesignaleerde risico’s die voortkomen uit de ballotageovereenkomst en mitigerende maatregelen die wij treffen om deze risico’s te beperken (w.o. het addendum op de ballotageovereenkomst).
33
VVD
Addendum (3) Hoe passend is het voor een “publiek bedrijf” om via een dergelijke overeenkomst te werken?
Zie reactie 32. Juist voor publieke partijen is het raadzaam om nadere afspraken te maken over een voorgenomen deelneming. Niet alleen om publieke belangen zo goed als mogelijk te borgen maar ook omdat er publiek geld mee gemoeid is.
12
34
VVD
Addendum (4) Waarom is de inhoud van deze overeenkomst geen onderdeel van de statuten of een huishoudelijk reglement?
Het addendum bevat aanvullende en/of afwijkende afspraken op/van de ballotageovereenkomst (en maakt daar in feite deel van uit), zodoende is het logisch dat er een addendum op de (toetredingsverklaring op de) ballotageovereenkomst wordt gesloten. Deze afspraken horen niet in de statuten of het huishoudelijk reglement thuis.
35
VVD
Addendum (5) Welke risico’s loopt de Gemeente Utrecht specifiek in deze overeenkomst die door de geheimhouding geen onderdeel kunnen zijn van het publieke debat?
Zie reactie 29.
36
VVD
Addendum (6) In hoeverre voldoen afspraken in deze overeenkomst en/of statuten aan alle regels voor mededingen inclusief (leerervaringen) uit recente jurisprudentie zoals ook bijvoorbeeld het Didam arrest
Zie reactie 30.
37
VVD
Samenwerkingsovereenkomst Hoe verhoudt de Samenwerkingsovereenkomst zich tot artikel 3 lid 8 van de Statuten van HVC. Voldoen alle afspraken aan de in dit artikel opgenomen beperkingen?
In artikel 3 lid 8 van de statuten staat: “De vennootschap mag niet, met het oog op het nemen of verkrijgen door anderen van aandelen in haar kapitaal of van certificaten daarvan, zekerheid stellen, een koersgarantie geven, zich op andere wijze sterk maken of zich hoofdelijk of anderszins naast of voor anderen verbinden.” Dit is een copy paste uit artikel 2:98c Burgerlijk Wetboek (wettelijk financieringsverbod). Het komt erop neer dat HVC niet mag meewerken aan het financieren van de aankoop van haar eigen aandelen door derden, tenzij aan de wettelijke uitzonderingen wordt voldaan. In de samenwerkingsovereenkomst worden geen afspraken gemaakt die dit verbod raken of overtreden.
38
VVD
Samenwerkingsovereenkomst (2) Er wordt aangegeven dat warmtesystemen ‘’betaalbaar’’ zijn met de keuze voor HVC dit n.a.v. amendement PvdA. Het wordt ons niet duidelijk hoe betaalbaar dan is gedefinieerd en hoe dit is getoetst. Wij ontvangen die definitie en toetsing graag alsnog.
Het amendement was erop gericht om als gemeente zeggenschap te krijgen op betaalbaarheid. Om zeggenschap te kunnen uitoefenen is transparantie van de businesscase + tarieven en transparantie over de te maken systeemkeuzes nodig. Dit hebben we dan ook vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst (zie ook reactie 3). Vervolgens is vastgelegd dat HVC alleen kavelplannen voor warmtesystemen indient waar we, op basis van het verkregen inzicht, als gemeente achter staan. Om “achter een kavelplan te kunnen staan” zal het college waarschijnlijk uitgaan van de landelijke definitie van relatieve betaalbaarheid: de totale kosten voor een warmteaansluiting moeten voor de eindgebruiker niet hoger zijn dan andere
13
beschikbare warmteoplossingen, zoals aardgas of een individuele warmtepomp. Het is onwenselijk om deze definitie vast te leggen in de samenwerkingsovereenkomst, omdat we hier dan richting HVC ook aan vastzitten. Dat kan onhandig zijn als we onze eigen definitie willen aanpassen of als er bijvoorbeeld een buurt is waar bewoners bereid zijn meer te betalen voor een duurzamer systeem. Kortom: we eisen van HVC maximale transparantie en zeggenschap op de systeemkeuzes, zonder onszelf daarbij meer vast te leggen dan nodig. 39
VVD
Samenwerkingsovereenkomst. Artikel 1.1. Is er binnen het toekomstige energiesysteem dat met HVC wordt ontwikkeld ook ruimte voor individuen / huishoudens die niet afhankelijk willen zijn van lokale warmtesystemen maar bijvoorbeeld zelf d.m.v. een warmtepomp voorzien zijn van warmte? Hoe is dit juridisch geborgd.
Bij de realisatie van een warmtenet in een wijk er voor gebouweigenaren altijd de mogelijkheid om te kiezen voor een andere vorm van duurzame verwarming (de zogenaamde ‘opt out’). Dit is wettelijk geborgd in de Wcw en in de Wgiw en daarom is het niet nodig om deze mogelijkheid op te nemen in de samenwerkingsovereenkomst.
40
VVD
Samenwerkingsovereenkomst. Artikel 1.3a Zijn er behalve windenergie, zonne-energie en geothermie andere bronnen waar HVC en de Gemeente op willen inzetten?
Ja, bodemenergie en aquathermie. En als zich nieuwe kansrijke bronnen voordoen, dan zijn die niet uitgesloten. HVC verklaart zichzelf als “techniekneutraal” en heeft derhalve op voorhand geen voorkeuren voor vormen van duurzame energie. Bij nader inzien is artikel 1.3a niet helemaal consistent geformuleerd, omdat elektriciteitsbronnen en warmtebronnen door elkaar lopen. We passen dit artikel als volgt aan: 1.3.a. Vergroening van de gebruikte energie door inzet op de ontwikkeling van duurzame energiebronnen in Utrecht, w.o. windenergie, zonne-energie, bodemenergie, aquathermie en eventueel de benutting van geothermiebronnen in naburige gemeenten.
41
VVD
Samenwerkingsovereenkomst. Artikel 1.3 Is er ruimte om een doelstelling of een bedrag aan dit streven toe te voegen?
In de Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht staat welke mogelijkheden wij zien voor grootschalige duurzame energieproductie in Utrecht. Een aantal projecten wordt op dit moment ontwikkeld door marktpartijen in samenwerking met energiecoöperaties. Wij vinden het voorbarig om nu vast te leggen in welke projecten voor duurzame energie HVC gaat investeren en daar bedragen aan te koppelen. De bedragen zijn ook niet zo relevant, want als het projectrendement voldoende is, dan kan HVC het investeringsbedrag wel vrij maken en zo niet, dan gaan ze niet investeren.
14
42
VVD
Samenwerkingsovereenkomst Artikel 3.3 Dit hoeft niet per se van ons, wie draait op voor de kosten? HVC of de gemeente zelf?
De gemeente en HVC draaien zelf op voor de eigen personeelskosten die nodig zijn voor het onderzoek naar de mogelijkheid van een (roulerend) bewonerspanel of een alternatieve vorm van structurele inspraak bij (voorgenomen) warmteprojecten. We verwachten geen materiele kosten te maken. Resultaat van het onderzoek is een advies aan het college en in dat advies zal een voorstel opgenomen worden voor kostenverdeling.
43
VVD
Samenwerkingsovereenkomst Artikel 5.2 Hoe werkt dit precies?
Tijdens de samenwerking tot nu toe hebben wij gemerkt dat het kennisniveau van de gemeente Utrecht hoger is dan de gemiddelde aandeelhouder van HVC. HVC ervaart dit als een verrijking en een kans om het gespreksniveau met haar aandeelhouders over de energietransitie naar een hoger niveau te tillen. In de samenwerkingsovereenkomst spreken we af dat de gemeente capaciteit en ervaring beschikbaar stelt om de expertise binnen het collectief van HVC te versterken. Wij interpreteren dit als een reactieve rol en dat betekent dat HVC en andere gemeenten ons kunnen bevragen over de energietransitie. Zolang dit binnen de perken van het redelijke blijft, doen we dit graag, omdat het past bij de morele verantwoordelijkheid van een grote gemeente om kleinere gemeenten te helpen. Zelf hebben we hier ook belang bij, omdat het onze invloed vergroot en we meer inzicht krijgen in casuïstiek bij andere gemeenten en daarvan ook kunnen leren.
44
VVD
Samenwerkingsovereenkomst. Artikel 5.4 Wij zouden graag na twee jaar een evaluatie over het toetredredingsproces zelf ontvangen.
Evalueren doen we graag om van te leren, zodat we iets een volgende keer beter kunnen doen. In dit geval lijkt een evaluatie minder zinvol, omdat dit een eenmalige actie is, die we niet van plan zijn nog een keer te herhalen. Wij horen graag van de VVD welke doelstelling deze evaluatie zou moeten hebben en zien graag een voorstel tegemoet voor de vragen die in deze evaluatie beantwoord zouden moeten worden.
45
VVD
Toezichtsarrangement Waarom is er voor januari 2029 gekozen? Heeft denk ik te maken met het huidige contract?
Het contract tussen AVU en AVR loopt af op 31 december 2026 en kan twee keer worden verlengd voor de duur van twee jaar. AVU zal van de eerste verlengingsoptie gebruik maken, welke eindigt op 31 december 2028. Tot die tijd blijft AVR dus ons rest- en GFT afval verwerken. Daarmee gunnen we onszelf en HVC voldoende tijd om uitvoering te geven aan de afspraken in het addendum op de ballotageovereenkomst.
46
VVD
Garantstelling Het is ons onduidelijk of we direct na toetreding voor 10,9% van de uitstaande leningen garant staan. Hoe verhouden deze percentages zich tot de andere al
Direct na toetreding (dat wil zeggen de aandelenoverdracht) staan wij garant voor 10,9% van alle uitstaande leningen, voor zover die betrekking hebben op (activiteiten voor) aandeelhouders A. Op pagina 29 van de financiële analyse van PwC staat een overzicht van de aandeelhoudersverhouding.
15
toegetreden gemeenten? Is volledig inzichtelijk welk risico aan de uitstaande leningen hangt?
Deze percentages worden iets lager, omdat wij toetreden. Ook ons percentage wordt mogelijk nog lager als andere gemeenten toetreden, waaronder Nieuwegein. De raad van Nieuwegein heeft op 17 december 2025 besloten om onder voorwaarden toe te treden tot HVC. De AVA van HVC heeft hier in december mee ingestemd. Voor het risico van de uitstaande leningen verwijzen we naar reactie 7.
Primair vanuit warmte Het proces op de selectie van HVC is primair vanuit de warmtetransitie gestuurd binnen de Gemeente Utrecht. Ook de debatten voert dat de boventoon. Met name de koppeling aan het gemeentelijk afval levert de meeste vragen op bij andere partijen en in de stad. Selectie afvalpartner Indien zonder warmtetransitie een selectie van een afvalpartner had moeten plaats vinden. Welk proces had daar dan voor gevolgd moeten worden rekeninghoudend met ons inkoopbeleid en geldende wet- en regelgeving? Graag een beschrijving. Welke stappen uit dit proces worden nu i.v.m. de koppeling aan warmte expliciet niet doorlopen. Graag zo concreet en feitelijk mogelijk beantwoorden.
Geen reactie nodig.
47
VVD
48
VVD
49
VVD
Kosten afvalinzameling Door de bestaande partners wordt gesteld dat de afvalinzameling duurder zal worden en dit tot een stijging van de afvalstoffenheffing zal leiden. Graag een expliciet uitspraak en toelichting of dit wel of niet correct is.
De vergelijking van de kosten voor afvalwerking is opgenomen in de bijlage “Memo vergelijking afvalkosten” (de andere bijlage bij de raadsbrief Reactie voorhangprocedure Aandeelhouderschap HVC)
50
VVD
Inzameling (1) Zal de deelname aan HVC tot wijziging leiden van de manier van afvalinzameling in de Gemeente Utrecht? Kunt u concreet beantwoorden of nascheiding van plastic ook bij HVC in stand kan blijven en/of daarvoor specifieke investeringen nodig zijn?
Nee, het afval wordt op dezelfde manier ingezameld en we blijven het plastic nascheiden uit het restafval. In het addendum op de ballotageovereenkomst hebben we afspraken gemaakt over dat HVC capaciteit moet bieden voor het nascheiden van het Utrechtse afval. HVC heeft verschillende scenario's hoe ze tijdig aan deze verplichting kunnen voldoen. De gemeente Utrecht hoeft geen investeringen te doen, of wijzigingen aan het inzamelsysteem aan te brengen.
51
VVD
Inzameling (2)
Nee.
Zonder warmtetransitie zouden we ook de keuze hebben tussen deelneming in een publiek afvalbedrijf en contractering van marktpartijen via aanbestedingen. We zouden dan hetzelfde proces doorlopen, maar waarschijnlijk wel op een later moment. We hebben nu geen stappen overgeslagen. Voor de inhoudelijke argumentatie voor de keuze van een publiek afvalbedrijf verwijzen we naar reactie 17.
16
Is of wordt overwogen om ook de inzamelingsdienst zelf onder te brengen bij HVC? 52
VVD
AVU Wat is de toekomst van de AVU op het moment dat met HVC in zee wordt gegaan? Is overwogen om met de gehele AVU of meerdere partners in de AVU als geheel toe te treden tot HVC?
In ieder geval tot aan de afloop van de verwerkingscontracten voor restafval en GFT nemen we alle diensten af van de AVU en blijven we deelnemer. Er zijn bewust nog geen concrete afspraken gemaakt over de periode nadat we aandeelhouder zijn geworden, omdat we zoveel mogelijk opties open willen houden die ertoe leiden dat we al het goede dat de AVU nu biedt aan de regio behouden blijft. Met de AVU en HVC zijn meerdere scenario's besproken, waaronder het scenario dat de AVU ook aandeelhouder wordt van HVC. Dat bleek echter om juridische en financiële redenen minder wenselijk, omdat AVU dan ook garant moet staan voor warmteprojecten en gebonden zou worden aan de ballotageovereenkomst.
17