Reactie op raadsvoorstel College.pdf
Tekst van het document
In deze kwestie ging veel gemeenschapsgeld verloren aan het ambtelijke apparaat, aan onderzoekers en adviseurs, werd 9 maanden lang de straat afgezet met de nodige kosten daaromtrent, terwijl achteraf bleek dat de kelder in minder dan een week voor slechts een paar duizend Euro hersteld kon worden.
Zoals eerder in het commentaar op de reactie van het College op het advies van de CvWW kan dit ook in een groter perspectief geplaatst worden: De (geraamde) kosten voor het “programma wervengebied” bedragen ruim 10 miljoen Euro: 4,6 miljoen aan personeelsinzet, 4,1 miljoen aan onderzoek en 1,5 miljoen aan uitvoeringskosten. Voor die bedragen is dan nog geen één kelder hersteld. Stel er zijn 100 kelders waar herstelwerkzaamheden zouden moeten worden uitgevoerd en de 10 miljoen Euro wordt niet aan het programmateam, interventieteam, omgevingsmanagement, ingehuurde experts, en aan allemaal onderzoeken besteed, maar aan de kelders zelf. Dan betekent dat er eigenlijk een budget van 100.000 Euro per kelder is. Voor dat geld kan waarschijnlijk een werfkelder zo goed als compleet worden herbouwd. Het is onwaarschijnlijk dat de situatie in het wervengebied zó ernstig is dat zulke grootscheepse ingrepen bij zóveel werfkelders nodig zijn de komende drie/ vier jaren. De commissie adviseert als uitwerking van de Omgevingsvisie binnenstad een gebiedsprofiel voor het wervengebied op te stellen. In de participatiebijeenkomsten en gesprekken met keldereigenaren is aan bod gekomen dat er naast een overleg voor het gezamenlijk opdrachtgeverschap voor het herstel van kelders, behoefte is aan een integrale visie en integraaoverleg over de functie en het gebruik van het wervengebied.
Dat is breder dan de ‘erfgoed-scope’ van het programma wervengebied en bevat ook aspecten in bijvoorbeeld het Mobiliteitsplan en de Omgevingsvisie binnenstad. De wijze waarop dat het beste vorm en inhoud kan worden gegeven zal worden betrokken in de gesprekken over het samenwerkingsarrangement. In deze is van belang te weten wat de CvWW daadwerkelijk adviseert. De CvWW stelt het hierna volgende. CvWW: De vraag is natuurlijk: gaat het gezamenlijk opstellen van een gebiedsprofiel nu werkelijk helpen in de huidige situatie? Het antwoord daarop is: alleen onder de voorwaarde van een krachtige uitvoering, met voldoende samenwerking met de eigenaren van werfkelders. Als deze voorwaarde is vervuld, kan een gezamenlijk opgestelde visie richting geven, inspireren en bijdragen aan de noodzakelijke verbinding tussen gemeente en eigenaren. CvWW: Voordat samenwerking aan een nieuwe gezamenlijke toekomst in het wervengebied mogelijk is, moet er zicht zijn op terugkeer naar de nulsituatie, een situatie zonder schade. CvWW: De stichting is er voor het herstel van werfkelders.
CvWW: Denkbaar is een verruiming van de doelstelling van de stichting in een later stadium, maar daarvoor is het nu te vroeg. Er dient dus bewust gekeken te worden wat haalbaar en schaalbaar is en dat met deze aspecten in het achterhoofd de stichting zou kunnen worden opgericht. Kanttekeningen/Risico’s 2.1 Er bestaan juridische onzekerheden die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor het project De juridische complexiteit is groot, ook na het advies van de commissie blijven er op een aantal punten nog (juridische) onzekerheden, waaronder de vraag naar de verdeling van de kosten van herstel. De gevolgen voor zowel de gemeente als de particuliere eigenaren kunnen wij nu niet ten volle overzien, maar we beseffen dat die ingrijpend zullen zijn. Het advies geeft handvatten voor het vervolg. Hoewel de gemeente juridische procedures zal trachten te voorkomen, is het niet uit te sluiten dat procedures tussen eigenaren en de gemeente ontstaan en het uiteindelijk de rechter is die de rechtsrelatie tussen gemeente en de eigenaar vaststelt. Wanneer hierdoor nieuwe juridische inzichten ontstaan zal zo nodig het beleid worden aangepast. Op voorhand is niet te overzien wat de financiële impact is of op welke andere wijze dit ingrijpt op het programma. Anders dan het College stelt is het niet zo dat het advies van de CvWW een grote onzekerheid met zich meebrengt op juridisch vlak.
Integendeel, het opvolgen van advies van de CvWW brengt “rust in de tent” en voorkomt juist vele juridische procedures. Indien het College het advies van de CvWW niet wenst op te volgen, zal dit wel tot juridische procedures leiden. Dat is wat keldereigenaren graag zouden willen voorkomen, maar als de instelling van het College niet wijzigt, kan niet achteraf gezegd worden dat dit aan de keldereigenaren heeft gelegen. Beslispunt 3 De huidige budgetten van in totaal €38,9 miljoen voor wal- en kluismuren en wervengebied te autoriseren voor de uitvoering van het programmaplan wervengebied voor de periode 2021 tot en met 2023 en aan te wenden voor de onuitstelbare, onvermijdelijke en onoplosbare maatregelen uit het uitvoeringsplan. Hiermee kunnen de onuitstelbare, onvermijdelijke en onoplosbare onderdelen uit het Uitvoeringsplan worden uitgevoerd.
Wat het College bedoeld met het “Uitvoeringsplan” of waar dat naar verwijst, is onbekend. Het gaat om veel gemeenschapsgeld. Zodoende dient er gepast met dit geld te worden omgegaan. Steeds vaker doemen er berichten op dat aannemers (maar ook onderzoeksbureaus) exorbitante bedragen offreren. Het gaat soms om wel 5x zo veel als wanneer een bv/particulier de opdracht zou uitzetten. Mogelijk is het een idee dat de gemeente een kostendeskundige (met affiniteit met de bouwwereld) in dienst neemt. Argument 3.1 In het programmaplan is op basis van de onderzoeken en het verbeterde afwegingskader, ondersteund door een verbeterde beoordelingsmethode, gekomen tot een nieuwe (integrale) programmering van de urgente maatregelen voor de periode 2021 tot en met 2023. Dat leidt tot een uitvoeringsprogramma met (a) herstel van wal en kluismuren dat niet uitstelbaar is, (b) een eerste start met herstel van kelders en de aanpak van ernstige lekkages, (c) maatregelen om te zwaar verkeer te weren, (d) inzet van het interventieteam ten behoeve van bescherming van veiligheid en erfgoed, (e) de noodzakelijke onderzoeken naar schade en herstel van kelders, (f) de samenwerking tussen gemeente en keldereigenaren in te vullen en (g) intensivering beheer. De onuitstelbare, onvermijdelijke en onoplosbare maatregelen in het programmaplan de komende 3 jaar worden geraamd op €38 miljoen.
Met het autoriseren van de huidige budgetten is voldoende budget voor de uitvoering van deze maatregelen tot halverwege 2023. De totale kosten van het uitvoeringsplan urgente maatregelen is geraamd op €48 miljoen. Dat is als volgt opgebouwd:
Het resterende budget dat nodig is voor de totale uitvoering van de programmering voor 2021 – 2023 bedraagt €9,4 miljoen en daar zullen we een voorstel voor doen bij de de voorjaarsnota.
Argument 3.2 Hiermee wordt een eerste invulling gegeven aan het advies van de commissie van wijzen
Met dit budget worden ook kelders aan de Kromme Nieuwegracht versterkt die binnen de scope vallen van het project voor herstel van kluismuren. Daarnaast is er budget geraamd voor de aanpak van een eerste serie kelders met ernstige lekkage.
Argument 3.3 De beschikbare middelen voor het project wal- en kluismuren worden hiermee ingezet voor een integrale aanpak volgens het programma wervengebied. Door de samenstelling van het budget onder één noemer/label, wordt de financiële sturing en verantwoording eenvoudiger gemaakt en meer inzicht aan uw raad geboden in het financiële verloop van het programma en kan uitvoering worden gegeven aan de programmering voor de komende periode. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de financiële status i.r.t. het project WKM en het programma Wervengebied. Beslispunt 4 Het college opdracht te geven om een financiële strategie uit te werken voor de dekking van de kosten voor de uitvoering van het programmaplan wervengebied voor de periode van 2024 tot circa 2050 en die te betrekken bij de Voorjaarsnota in 2022. Eigenaren zijn verheugd dat er ook aandacht naar de toekomst van het wervengebied uitgaat. Wel wordt afgevraagd in hoeverre het nu relevant is om een meer gepreciseerde begroting op te stellen voor 30 jaar als nog zo veel onzeker en onduidelijk is. Mogelijk ligt een meer pragmatische aanpak meer voor de hand.
Argument 4.1 De kosteninschatting is indicatief en wordt nauwgezetter na vooronderzoek conform de voorgestelde aanpak In onze raadsbrief van 16 december 2020 staat: “Afhankelijk van de uiteindelijke scope van het programma, de uitkomst van de onderzoeken en het advies van de commissie van wijzen wervengebied kan dat leiden tot een langjarige aanpak met een grote financiële impact.” Het programmaplan geeft inzicht in de complexiteit en samenhang van
het wervengebied, dat nog complexer is dan gedacht. Het programmaplan zorgt voor verdieping, verbreding en verlenging van de opgave. De scope wordt verbreed. Ten opzichte van het project wal- en kluismuren is de scope van gevel tot gevel en bevat nu ook het herstel van de wal- en kluismuren aan de Drift en Plompetorengracht, het herstel van kelders, maatregelen om zwaar verkeer te weren en andere maatregelen om beschadiging van erfgoed te voorkomen. Door de verbreding en verdieping worden de geraamde kosten aanmerkelijk hoger en wordt ook de looptijd van het herstel van muren en kelders verlengd naar circa 30 jaar. Dan zijn alle herstelde werken in de beheerfase, tenzij uit inspecties blijkt dat op onderdelen opnieuw herstel noodzakelijk is. Met de nieuwe scope worden de totale kosten voor de gemeente en (kelder)eigenaren voor de komende circa 30 jaar ingeschat op 450 tot 550 miljoen euro. De kosten zijn gebaseerd op de huidige inzichten. Het betreft een grove raming die op basis van de vierjarenuitvoeringsplannen steeds verder wordt verfijnd. Het betreft een investering die over tientallen jaren wordt gespreid.
Er is een eerste indicatieve inschatting van de kosten gemaakt met de onderdelen walen kluismuren (circa 110 miljoen), kelders (circa 250 miljoen), overige onderdelen zoals toegangsbruggen (circa 40 miljoen) en extra beheer en onderhoud en handhaving (circa 100 miljoen). De kosten binnen die onderdelen zijn ruwweg de bouwkosten, voorbereiding en begeleidingskosten en een marge (risico). Zie voor kostenverdeling en dekking de argumenten 2.2. en 4.2. De raming is gebaseerd op ervaringscijfers en inschattingen. Bij het opstellen van de vierjaren uitvoeringsplannen zijn de ramingen nauwkeuriger. Ook zal in de loop van de jaren op basis van de ervaringscijfers de totale raming steeds preciezer worden. (zie ook argument 4.4.) Antea geeft in haar advies in 2019 aan dat “de kosten van de resterende werkzaamheden aan de wal- en kluismuren tussen de €19,7 miljoen en €32,4 miljoen liggen”. Op basis van de huidige inschatting van de kosten wordt de afronden van de oorspronkelijke scope van het herstel van de wal- en kluismuren geraamd binnen deze bandbreedte. De dekking van de ondergrens van €19,7 miljoen is meegenomen in de programmabegroting 2021. De resterende dekking is onderdeel van de raming van de programmakosten voor de komende circa 30 jaar. De doorlooptijd van het programma is gebaseerd op een ruwe planning, welke is opgezet op basis van de ervaringen van het WKM project.
Gezien de ouderdom en de historische waarde van het wervengebied
en de noodzaak altijd onderhoud en herstel uit te voeren, wordt ook na circa 30 jaar een permanente inspanning gevraagd (Net als de Dom, het is nooit af). Over 30 jaar zijn naar verwachting alle wal- en kluismuren hersteld, inclusief de funderingen. Daarna kunnen deze muren weer 100 jaar mee. Daarna is iedere circa 30 jaar groot onderhoud nodig, waarna over 100 jaar weer een herstelprogramma volgt. Over 30 jaar kunnen ook alle kelders weer in goede staat zijn. Mede afhankelijk van de bereidheid en deelname van de eigenaren vindt de komende 30 jaar bij 70% van de kelders herstel plaats. Deze kelders hebben dan weer een levensduur van 100 jaar. De overige 30% van de kelders verkeren volgens onze inschatting op dat moment constructief in goede staat en komen na circa 30 jaar in aanmerking voor herstel. Van de kelders die een waterdichte laag hebben gekregen zal deze na circa 30 jaar weer vervangen moeten worden. 250 miljoen Euro ten behoeve van de kelders in de komende 30 jaar voor 70% van de kelders, impliceert ongeveer 500.000 Euro per kelder. Het is voor eigenaren onbegrijpelijk dat het College van plan is om zoveel gemeenschapsgeld aan de kelders te spenderen.
Als complete herbouw 100.000 Euro zou kosten, wil het College dan om de 10 jaar alle kelders compleet herbouwen? Dat het College zo veel geld in het wervengebied wenst te investeren, wordt wel gewaardeerd, maar eigenaren wensen wel dat dit zorgvuldig en efficiënt gebeurd. Het is niet wenselijk om elke 30 jaar het wervengebied jarenlang op de schop te gooien voor het aanbrengen van een nieuwe bitumenlaag. Dat was waarschijnlijk niet de intentie in de jaren negentig toen men die bitumenlaag aanbracht. Het ligt voor de hand naar duurzamere oplossingen te kijken, indien die bitumenlaag daadwerkelijk maar 30 jaar mee zou gaan. Het is de vraag hoe de Raad daar tegen aankijkt.
Argument 4.2 De dekking voor een langere termijn is nog onzeker Voor de dekking van de kosten voor de uitvoering van het programmaplan wervengebied voor de periode van 2024 tot circa 2050 stellen we een financiele strategie op die we betrekken bij de Voorjaarsnota in 2022. Een aanzienlijk deel van de kosten zal voor rekening van de gemeente komen. Een deel komt voor rekening van keldereigenaren. De totale omvang van de werkzaamheden en bijbehorende kosten is zeer groot. Daarom is reeds een onderzoek
gestart naar subsidiemogelijkheden bij de Europese Unie, het Rijk en de provincie. Het wervengebied is onderdeel van de top 70 lijst met grote restauratieopgave van het IPO die wordt aangeboden aan de kabinetsonderhandelaars. Onderdeel van de financiele strategie is een structurele financiering van de uitvoering van het programma Wervengebied door de gemeente, waarbij duidelijk wordt welk deel te activeren is en welk deel ten laste van de exploitatie komt. De financiering van het programma wervengebied is voor het herstelprogramma circa 30 jaar en daarna een continu, doorlopend proces omdat de opgave van beheer en onderhoud altijd zal doorgaan. Om de opgave behapbaar en beheersbaar te maken wordt ieder jaar een uitvoeringsprogramma gepresenteerd met een korte looptijd, waarbij de te verwachten kosten inzichtelijk worden gemaakt. De uitvoeringsplanhorizon in dit programmaplan is 3 jaar. In 2022 wordt een vierjaren uitvoeringsplan gemaakt, dat jaarlijks wordt geactualiseerd en er zal worden aangesloten bij de bestaande systematiek van de meerjarenbegroting en de recent vastgestelde nota beheer openbare ruimte. In dat vierjaren uitvoeringsplan staat wat er de komende 4 jaar wordt uitgevoerd en wat dat gaat kosten. Bij de actualisatie na een jaar wordt het plan weer met een extra jaar aangevuld.
Naast een investeringsbudget voor herstel is intensivering van beheer nodig, bijvoorbeeld voor het ontstoppen van de spuwers (oorzaak lekkage) en inspectie en stabilisatie van funderingen van wal en kluismuren die nog niet zijn hersteld. Argument 4.3 Werken in middeleeuws erfgoed kent veel onzekerheden We weten daarom nooit met zekerheid wat we bij werkzaamheden gaan aantreffen. Zie ook kanttekening 1.2 over onzekerheid en argument 4.4. programmabeheersing. Is het derhalve niet iets te voorbarig om zo veel tijd en gemeenschapsgeld aan programma-plannen te besteden? Argument 4.4 Er is een goed systeem van programma- en risicobeheersing ingevoerd Ramingen met een lange doorlooptijd en ramingen t.a.v. risicovolle projecten kennen per definitie een grote mate van onzekerheid. Pas na vooronderzoek en soms pas vlak voor de start van de voorbereiding weten we preciezer wat nodig is en wat dat gaat kosten.
Dit systeem voor programma- en risicobeheersing wordt verder ontwikkeld waardoor inzicht in de te verwachten kosten wordt verkregen. Er zal op basis van vooronderzoek ieder jaar een actualisatie gegeven worden over de verwachtingen (zowel in scope, tijd, risico als geld) van de komende jaren. Doordat het programma in het kader van de Regeling Risicovolle Projecten wordt ieder half jaar met voortgangsrapportage aan de raad gerapporteerd over de risico’s en programmabeheersing. Onlangs is de raad voorgesteld de Regeling risicovolle projecten vast te stellen, waarmee de kaderstelling en de informatievoorziening aan de gemeenteraad over de meest risicovolle projecten van de gemeente wordt gestructureerd en het programma wervengebied onder het regime van de Regeling te brengen. In de regeling is opgenomen dat kaders worden vastgelegd in een startdocument, waarmee de raad een goed beeld krijgt van alle relevante en risicovolle aspecten van een project. Het Programmaplan Wervengebied kan worden beschouwd als basis voor het startdocument voor de Regeling Risicovolle Projecten.