Reactie G4 regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Datum Behandeld door Kopie aan Onderwerp
25 januari 2022 Gijs Moonen, g.moonen@amsterdam.nl Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen Reactie op consultatie Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden
Geachte mevrouw Bruins Slot, Graag reageert de gemeente Amsterdam hierbij op de consultatie Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden. Het college waardeert de mogelijkheid die hiertoe wordt geboden. Amsterdam pleit al enkele jaren voor de verruiming van de beleidsruimte voor het bepalen van de vermogensnormen bij kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, zodat huishoudens met een laag inkomen kunnen sparen voor tegenvallers en daarmee schulden kunnen voorkomen. Nu is het zo dat bijstandsgerechtigden door de Participatiewet worden gestimuleerd om te sparen voor voorzieningen, terwijl dit spaargeld in de Invorderingswet als vermogen wordt gezien en kwijtschelding in de weg staat. De verhoging van de vermogensnorm bij kwijtschelding kan dit meer met elkaar in lijn brengen. Het vorige kabinet heeft de afgelopen jaren geen gehoor gegeven aan ons pleidooi, met als belangrijkste argument dat dit de armoedeval zou vergroten. Amsterdam herkent zich niet in het veronderstelde verband tussen de verhoging van de vermogensnorm en de prikkel om aan het werk te gaan. Als iemand gaat werken is immers niet het vermogen, maar het inkomen de reden voor het wegvallen van het recht op kwijtschelding.
In juni 20211 heeft toenmalig minister van BZK Ollongren toegezegd dat gemeenten en waterschappen voor de groep volledig arbeidsongeschikten en AOW-ers per 1 januari 2022 de mogelijkheid zouden krijgen de vermogensnorm met maximaal € 2.000,- te verhogen (conform de 1
Zie Kamerbrief d.d. 21 juni 2021 betreft de motie Peters en Bruins en de moties Krol over vermogensnorm bij kwijtschelding van lokale belastingen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 25 januari 2022 Pagina 2 van 3
tweede motie Krol). De besluitvorming over de uitvoering van de motie Peters en Bruins, die het kabinet verzoekt de vermogensnorm in algemene zin (en dus niet voor specifieke groepen) te verhogen, werd door minister Ollongren overgelaten aan een nieuw kabinet. Met de voorgestelde regeling wordt de toezegging van minister Ollongren concreet uitgewerkt. Daarmee lijkt het pleidooi voor de verruiming van de beleidsruimte tot op zekere hoogte ook te worden verwerkelijkt. Echter, de voorgestelde regeling en meer in het bijzonder de beperking tot specifieke doelgroepen zijn in de praktijk onuitvoerbaar: Geautomatiseerde kwijtschelding op basis van de verhoogde norm is niet (meer) haalbaar voor genoemde doelgroepen voor het belastingjaar 2022. Dit is het gevolg van het feit dat de regeling pas recent beschikbaar is gesteld, waardoor lange tijd onduidelijkheid bestond over hoe deze exact vorm zou worden gegeven. De bestanden voor geautomatiseerde kwijtschelding over 2022 zijn inmiddels al bij het Inlichtingenbureau2 (ILB) aangeleverd en de belastingverordeningen en begrotingen zijn al vastgesteld. De verruimde vermogensnorm als zodanig en de uitvoering daarvan brengen bovendien kosten met zich mee, die in 2022 ongedekt zijn.
Daarnaast kost het vormgeven van de hogere vermogensnorm voor de genoemde doelgroepen door het ILB tijd, zeker wanneer (zoals nu het geval lijkt) de verhoogde norm niet uniform, maar als een maximum wordt vormgegeven en gemeenten verschillende normen gaan hanteren. Tot slot vereisen de nieuwe regels een bestuurlijk traject (raadsbesluit) omdat een ‘kan’-bepaling met een maximum bedrag een politieke keuze vergt. Het creëren van de wettelijke mogelijkheid om de regeling reeds in belastingjaar 2022 toe te passen wekt aldus valse verwachtingen bij de burger en de gemeenteraad, omdat de verruimde mogelijkheid voor genoemde doelgroepen in de praktijk niet uitvoerbaar is in 2022. Voor de groep duurzaam arbeidsongeschikten is geautomatiseerde kwijtschelding überhaupt niet mogelijk. Het ILB heeft namelijk aangegeven dat een juridische grondslag om de UWV bestanden te raadplegen ontbreekt en dat er geen andere bron beschikbaar is om na te gaan of iemand duurzaam arbeidsongeschikt is. De in de toelichting op de regeling gesuggereerde wijzen van identificatie van duurzaam arbeidsongeschikten bieden geen oplossing voor dit vraagstuk, omdat ze niet verenigbaar zijn met het proces van geautomatiseerde kwijtschelding en bovendien ook niet uitputtend zijn.
Het uitgangspunt in de toelichting, waarbij burgers zelf een beroep moeten doen op de regeling en zelf stukken moeten aanleveren, brengt een extra last voor burgers met zich mee en doet een beroep op de zelfredzaamheid. Dit heeft tot ongewenst gevolg dat veel burgers die op grond van de verhoogde norm in aanmerking komen voor kwijtschelding dit niet zullen krijgen toegekend, omdat ze niet van het bestaan van de regeling weten en/of de benodigde stukken niet kunnen of zullen aanleveren. Daarnaast zal ook een groot deel van de mensen in de Participatiewet die feitelijk duurzaam arbeidsongeschikt zijn (en zichzelf ook als zodanig beschouwen), in deze regeling buiten de boot vallen omdat zij - gelet op de definitie van duurzame arbeidsongeschiktheid in de regeling (geschoeid op de leest van het UWV) -, niet aan de formele criteria voldoen. Hiermee wordt de reikwijdte van de regeling ingeperkt tot een kleinere groep dan wenselijk is. Ook zal het aantal bezwaar- en beroepschriften toenemen. De regeling
2 Het ILB verzorgt de geautomatiseerde toetsing van kwijtscheldingsverzoeken voor een groot aantal gemeenten.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 25 januari 2022 Pagina 3 van 3
stelt de uitvoering daarmee voor een complexe en schier onmogelijke opgave die een forse extra capaciteit met de daaraan verbonden kosten vergt. De onuitvoerbaarheid van de regeling kan worden weggenomen door de vermogensnorm voor alle burgers te verhogen, conform de eerder geuite wens van de gemeente Amsterdam en de motie Peters en Bruins. Het besluit hierover is destijds overgelaten aan een nieuw kabinet. De gemeente Amsterdam stelt daarom voor dat het recent aangetreden kabinet Rutte IV eerst een besluit neemt over de verhoging van de vermogensnorm voor alle burgers, in plaats van nu de vermogensnorm te verhogen voor 2 specifieke doelgroepen met de genoemde uitvoeringsproblematiek als gevolg. Deze brede invulling van de verruiming van de vermogensnorm lijkt ook beter aan te sluiten bij het uitgangspunt in het regeerakkoord van Rutte IV om mensen meer ruimte te geven om een reserve aan te houden. Mocht hiertoe onverhoopt niet worden besloten, dan is het noodzakelijk dat de nieuwe regeling wordt uitgesteld tot het belastingjaar 2023 en dat een wettelijke grondslag wordt gecreëerd op basis waarvan duurzaam arbeidsongeschikten kunnen worden geïdentificeerd zodat ook voor deze groep geautomatiseerde kwijtschelding mogelijk wordt gemaakt.
Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Femke Halsema burgemeester
Peter Teesink gemeentesecretaris
Deze brief wordt mede verstuurd namens: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl