Rapportage Verwey-Jonk Aanpak ongewenst gedrag en openbare orde problemen Kop van Lombok.pdf
Tekst van het document
Aanpak ongewenst gedrag en openbare orde problemen Kop van Lombok Opbrengsten gesprekstafels juni 2021
Aanpak ongewenst gedrag en openbare orde problemen Kop van Lombok Opbrengsten gesprekstafels juni 2021
Utrecht, oktober 2021
Inhoud Inleiding4 Aanleiding en onderzoeksvraag 4 Methode: gesprekstafels 4 Wat is bekend uit eerdere onderzoeken? 4 Opbrengsten van de gesprekstafels Opzet van de gesprekstafels Resultaten gesprekstafels
7 7 7
Conclusies gesprekstafels en actiepunten
19
Bijlage: Deelnemers aan gesprekstafels
21
3
Inleiding Aanleiding en onderzoeksvraag De Kanaalstraat en de Damstraat hebben een grote aantrekkingskracht op veel mensen (jongeren, ouderen, vrouwen en mannen) uit geheel Nederland en soms zelfs het buitenland. Het is over het algemeen een drukke, gezellige buurt, waarin veel goed gaat, maar ook makkelijk iets ‘uit de hand loopt’. Er zijn ook bezoekers/bewoners die in dit gebied structureel voor problemen zorgen. In de afgelopen jaren zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de oorzaken en mogelijke oplossingen van de problemen in de Kop van Lombok (zie de volgende paragraaf voor een beknopte beschrijving hiervan). Hoewel deze studies relevante inzichten hebben opgeleverd, bleef de vraag ‘wat is het kernprobleem’ en ‘hoe kunnen we dat oplossen’ nog onvoldoende onbeantwoord. Daarom wenste de gemeente gesprekstafels te organiseren waarin relevante stakeholders met diverse achtergronden en vanuit verschillende domeinen en perspectieven met elkaar in gesprek gaan over de kernproblemen en de mogelijke oplossingen.
Methode: gesprekstafels Op 23 juni hebben twee gesprekstafels plaatsgevonden: een groepsgesprek met sociaal- en veiligheidsprofessionals actief in de wijk en een groepsgesprek met buurtbewoners en ondernemers. Op 5 juli vond een gesprektafel plaats met gemixte samenstelling van deelnemers en in aanwezigheid van vertegenwoordiger(s) vanuit de gemeente. In dit gesprek werden de opbrengsten van de eerste twee sessies gezamenlijk geduid en ideeën verder geconcretiseerd. De gesprekstafels zijn begeleid door het Verwey-Jonker Instituut.
Wat is bekend uit eerdere onderzoeken? Notitie Stand van zaken Lombok 2020 In de notitie ‘Stand van zaken Lombok 2020’ wordt de situatie beschreven in Lombok-Oost en worden verschillende problemen geïdentificeerd, waaronder: z z z z z z z
z
Te hard rijden. Geluidsoverlast. Dubbel parkeren. Ophouden van overig verkeer. Afval dumpen op straat, in perkjes en bij bomen. Intimiderend rondhangen van groepen op straat. Onheus bejegenen van andere personen (waaronder seksuele intimidatie van vrouwen en meisjes). Overlast en ervaren sociale onveiligheid door drugs dealen.
De eerste zeven genoemde problemen worden omschreven als ‘hufterig gedrag’. Bewoners en ondernemers geven aan dat men dit ‘hufterig gedrag’ zat is. Ook de drugsoverlast vormt een hardnekkig probleem. Er is sprake van een onveiligheidsgevoel bij buurtbewoners. De meldingsbereidheid van buurtbewoners omtrent hufterig gedrag is laag, het vertrouwen in meldingen ontbreekt of men weet niet hoe of bij wie te melden. Hiernaast zijn er enkele incidenten geweest waarbij de openbare orde verstoord is. Om meer inzicht te krijgen in mogelijke oorzaken voor overlastgevend gedrag en de verstoring van de openbare orde heeft de gemeente in 2019 gesprekken gevoerd met professionals die in de wijk actief zijn: wijkagenten, jongerenwerk, toezicht en handhaving, Buurtteam Jeugd en Gezin West. Ook is gesproken met MO-medewerkers en de Wijkregisseur West. Uit deze gesprekken kwam naar voren dat bepaalde groepen jongeren moeilijk te bereiken zijn door het aanwezige jongerenwerk. Hierbij gaat het met name om de doelgroep 12-18-jarigen, die mogelijk 4
makkelijk kiezen voor een carrière in de criminaliteit. Uit de gesprekken werd ook duidelijk dat sommige bewoners en bezoekers die vaak aanwezig zijn binnen het gebied geen of weinig vertrouwen hebben in de overheid. Dit heeft verschillende redenen, zoals de perceptie dat de overheid er niet voor hen is en de perceptie dat er sprake is van discriminatie. Dit kan bij een deel van deze personen leiden tot ‘zich afzetten tegen de overheid’. Uit de gevoerde gesprekken bleek tevens dat in het gebied de situatie relatief snel kan escaleren door een combinatie van factoren: z
z
z
z
z
z
De aanwezige jongeren/jongvolwassenen die verblijven in de Kanaalstraat/ Damstraat vertonen een zogenaamde straatcultuur. Kenmerken: eigen jargon, de overheid is niet je beste vriend en je (openlijk) afzetten tegen de overheid is stoer. Het helpen van vrienden is belangrijk, niet helpen kan leiden tot gezichtsverlies. Contact via sociale media is zeer gangbaar. Appgroepen maken snelle opkomst bij mogelijke problemen of opstootjes eenvoudig. De overheid, het jongerenwerk en vooral politie en BOA’s zijn (te) weinig in het gebied aanwezig. Bewoners, bezoekers en ondernemers vertonen kijkgedrag als er iets gebeurt. Daarbij is het vaak druk in de Kanaalstraat. Gevolg: er zijn vaak snel veel mensen bij een incident. Personen van niet-westerse afkomst hebben minder vertrouwen in de overheid. Dat gecombineerd met een grote sociale cohesie binnen de groep draagt mogelijk bij aan snelle ‘opschalingen’ van incidenten. Bepaalde groepen voelen zich gediscrimineerd en zien dit vaak ook als motief voor aanhoudingen waarbij personen met een niet-Nederlandse achtergrond bij betrokken zijn. Als gevolg hiervan identificeert men zich met de persoon die aangehouden wordt en gaat men zich hier snel en vaak mee bemoeien.
Verder is ook de rol van bepaald horecagelegenheden opvallend: bij een aantal horecagelegenheden loopt de zaak geheel leeg en gaat ook het personeel kijken bij een openbare orde verstoring (tot en met bemoeien met).
Ruimtelijke interventies gedragsbeïnvloeding Kanaalstraat en Damstraat (Omgevingspsycholoog) In opdracht van de werkgroep Omgeving en Gedrag Kop van Lombok is (eveneens) in 2019 een studie uitgevoerd naar de mogelijkheden van ruimtelijke interventies voor gedragsbeïnvloeding in de Kanaalstraat en Damstraat. De doelen van dit project waren het bedenken van ruimtelijke oplossingen die probleemgedrag van verkeersveiligheid, afval en straatintimidatie kunnen verminderen, in samenwerking met de buurt. Op basis van observaties en een enquête onder buurtbewoners werden vergelijkbare gedragsproblemen geïdentificeerd in de Kop van Lombok als genoemd in de Notitie Stand van zaken Lombok 2020.1 In hun aanbevelingen presenteren de onderzoekers een waaier aan inspirerende -voornamelijk fysieke- oplossingen (‘ruimtelijke concepten’) voor de Kanaal- en Damstraat om het gedrag van mensen positief te beïnvloeden. Zoals: containertuinen om bijgeplaatst afval bij containers te verminderen, adoptie door buurtbewoners van deze containertuinen, aanleg van ‘boombanken’ (ter vermindering van zwerfvuil in boomspiegels). Tevens verwacht men dat het nieuwe ontwerp van de Kanaalstraat ten behoeve van de geplande herinrichting (zoals het invoeren van eenrichtingsverkeer) waarschijnlijk een deel van de ervaren gedragsproblemen in het verkeer zullen verminderen.
Wat betreft het verbeteren van de sociale veiligheid adviseren de onderzoekers onder meer het duidelijk(er) communiceren van de normen en waarden die in de Kanaal- en Damstraat gelden, zodat de ervaring van veiligheid wordt verbeterd.
1
Hard rijden in de straten; Vaag aanwezige normen en waarden; Hangende mensen op de stoep; Tijdelijke parkeren op de weg; Afval bijplaatsen bij containers en afval op straat (zoals in boomspiegels). Hiernaast werden ook fysieke problemen geïdentificeerd die bijdragen aan een mindere perceptie van de leefbaarheid in de buurt zoals te weinig ruimte op de stoep, onlogische afvalbakken, onoverzichtelijke kruising en laden en lossen op de stoep van de Kanaal- en Damstraat.
5
Onderzoek sociale veiligheid in de Kanaalstraat en Damstraat (Hogeschool Utrecht) Om meer zicht op te krijgen op ‘Welke sociale interventies kunnen ingezet worden om de sociale veiligheid op de Kanaal- en Damstraat te bevorderen?’ hebben studenten van de Hogeschool Utrecht (HU) in 2020 een onderzoek uitgevoerd in de Kop van Lombok. De deelvragen waren: 1) Hoe wordt de huidige situatie ervaren door winkeliers, jongeren en sociaal professionals?; 2) Wat wordt er als gemis gezien in de huidige situatie?; 3) Wat is de gewenste situatie?; 4) Welke rol ziet men bij het verbeteren van de situatie voor de sociaal professionals en/of andere groepen in de wijk? Om deze vragen te beantwoorden hebben de studenten gesproken met een aantal winkeliers, sociaal professionals en jongeren. Hiernaast zijn ook enquêtes afgenomen. De onderzoekers van de HU komen tot de bevinding dat de volgende problemen spelen in de Kanaal- en Damstraat. Allereerst concluderen de onderzoekers, net zoals in eerdere onderzoeken, dat de verkeerssituatie als onveilig wordt ervaren. Er wordt met smart gewacht op de herinrichting van de Kanaal- en Damstraat. Ook voelen meisjes voelen zich niet altijd prettig op de Kanaal- en Damstraat vanwege de heersende masculiene cultuur op straat. Vrouwen geven aan te worden nageroepen, aangesproken of lang aangestaard te worden. Daarnaast noemen de onderzoekers: z
z
z
Een belangrijke conclusie is volgens de HU-onderzoekers dat in de Kanaal- en Damstraat meerdere factoren tezamen bijdragen aan een gevoel van sociale onveiligheid. Het is daarom niet mogelijk om te spreken van directe oorzaak-gevolg relaties. Om tot een positievere beleving van de sociale veiligheid te kunnen komen moeten integraal verschillende acties worden ondernomen. Op dit moment wordt vanuit de gemeente Utrecht reeds gewerkt aan een aantal van die punten. Het verkeer en de verpaupering staan op de agenda om mee aan de slag te gaan. De HU richt het advies hierom op de jongeren. De gemeente wordt geadviseerd om een vernieuwd integraal beleid te ontwikkelen om de veiligheidsbeleving op de Kanaal- en Damstraat te verbeteren. Een goede samenwerking met sociaal professionals, winkeliers en jongeren is van belang om draagvlak voor dit beleid te creëren. De HU doet de suggestie om samen te werken met jongerenambassadeurs. Dit maakt een direct aanpak met en voor jongeren mogelijk. Ook het stimuleren van buurtcontacten en activatie van bewoners is volgens de HU bij deze aanpak van grote waarde. Tevens constateert de HU een behoefte aan een locatie waar jongeren zich kunnen terugtrekken en welke tevens als buurthuis kan fungeren. Het gaat daarbij dan om het bevorderen van wederzijds begrip en positieve verbindingen tussen bewoners, winkeliers en jongeren.
Er is thans geen passende plek voor jongeren die aansluit bij hun behoeften. Op dit moment wordt de straat gebruikt als ‘chillplek’, wat zorgt voor ervaren overlast bij omwonenden. De samenwerking tussen sociale professionals en andere actoren bij de aanpak van problemen kan volgens betrokkenen efficiënter en integraler. Winkeliers en sociaal professionals geven aan dat de uitstraling van de Kanaal- en Damstraat beter moet met behoud van de unieke kwaliteiten (‘bazaar’). De straten moet ‘bezoekersvriendelijker’ worden met minder overlast van verkeer en hangjongeren, het aanpakken van het gooien van afval op straat en een sociaal veilige sfeer voor verschillende doelgroepen creëren door meer toezicht, handhaving en betere verlichting. 6
Opbrengsten van de gesprekstafels Opzet van de gesprekstafels Om de vragen ‘wat is het kernprobleem’ en ‘hoe kunnen we dat oplossen’ nog beter te kunnen beantwoorden heeft de gemeente in juni en juli 2021 gesprekstafels georganiseerd waarin relevante stakeholders met diverse achtergronden en vanuit verschillende domeinen en perspectieven met elkaar in gesprek zijn gegaan over de kernproblemen en de mogelijke oplossingen. Op 23 juni hebben de eerste twee gesprekstafels plaatsgevonden: een gesprekstafel met voornamelijk professionals die actief zijn in de wijk en medewerkers van de gemeente en een gesprekstafel met voornamelijk bewoners en ondernemers.2 Aan de gespreksdeelnemers is gevraagd of zij de geschetste problemen in de Kop van Lombok en de aangedragen verklaringen/oorzaken voor deze problemen in de eerdere onderzoeken herkennen en onderschrijven. Vervolgens is door de gespreksdeelnemers vanuit het eigen perspectief van gedachten gewisseld over wat nodig is om tot oplossingen te kunnen komen voor de problemen.
De derde gesprektafel vond twee weken later plaats in een gemixte samenstelling van wijkprofessionals, ondernemers, buurtbewoners en in aanwezigheid van vertegenwoordiger(s) vanuit de gemeente. In dit gesprek werden de opbrengsten van de eerste twee sessies gezamenlijk geduid en ideeën verder geconcretiseerd. Aan deze gesprekstafel is deelgenomen door dertien personen: twee wijkagenten, sociaal makelaar DOCK, twee ondernemers, winkelstraatmanager, onderzoeker HU, jongerenwerker, beleidsadviseur Jeugd gemeente Utrecht, projectleider Buurtvisie, vertegenwoordiger Ulu-Moskee, een jongere uit de wijk en een actieve bewoner.
Resultaten gesprekstafels De deelnemers aan de gesprekstafels herkennen de problemen in de Kop van Lombok zoals die uit eerdere onderzoeken naar voren zijn gekomen, zoals verkeersoverlast, afval dumpen op straat, intimiderend rondhangen van groepen op straat en de overlast door drugs dealen. Zij brengen echter ook nuances aan. Zo is het belangrijk om niet alle jongeren of jong volwassenen die op straat zijn over één kam te scheren maar differentiatie aan te brengen tussen verschillende groepen. Ook is het ervaren van sociale onveiligheid of overlast deels subjectief, niet alle bewoners ervaren dit op dezelfde manier. Gespreksdeelnemers benadrukken tevens positieve kanten van Lombok zoals de unieke sfeer en potentie van de wijk. In deze paragraaf beschrijven we de verschillende beelden en ervaringen die gespreksdeelnemers hebben omtrent de problemen in de Kop van Lombok, evenals de ideeën van gespreksdeelnemers over mogelijke oplossingen. Wij voorzien de beelden, ervaringen en ideeën van illustratieve citaten.
2 Deelnemers aan de eerste gesprekstafel waren: twee wijkagenten, de projectleider herinrichting Kanaalstraat Damstraat, de winkelstraatmanager, een BOA, een jongerenwerker, een ambtenaar afdeling wijken en een ambtenaar OOV. Ook nam een actieve buurtbewoner deel aan dit gesprek. Deelnemers aan de tweede gesprekstafel waren: twee actieve buurtbewoners, twee ondernemers, een jongere uit de wijk en de straatconciërge. Zie bijlage 1 voor de lijst van deelnemers aan de gesprekstafels.
7
1. Magneetfunctie Kanaal- en Damstraat De Kanaal- en Damstraat hebben grote aantrekkingskracht op mensen van buiten de wijk en zelfs van buiten de stad of het land. Wat is de verklaring voor de magneetfunctie van de Kanaal- en Damstraat? Behalve de aanwezigheid van bijzondere, unieke winkels en de ‘boulevardfunctie’ noemen gespreksdeelnemers ook de fysieke kenmerken van de straat, de aanwezigheid van horeca en de rol van sociale media. De magneetfunctie van de Kanaal- en Damstraat is een kracht maar ook een zwakte aangezien kenmerken van de straten ook criminaliteit aantrekt en het telkens wisselende publiek van buiten de wijk een knelpunt is voor de oplossing van ongewenst gedrag (‘je moet telkens opnieuw beginnen’). De Kanaalstraat is een ‘boulevard: Scheveningen zonder water’. z
“Mensen komen naar de wijk, op vrijdagavond met een dikke auto. Het zijn niet altijd reguliere hufters, ze komen gewoon ook om te showen, aan de vrouwen te laten zien ‘kijk eens wat ik heb’. Ze noemen de Kanaalstraat ook wel de ‘boulevard’. Groepen meiden gaan er heen om gezien te worden. Het is ‘Scheveningen zonder water’.”
z
Sociale media spelen een grote rol bij bekendheid, aantrekkingskracht en ‘boulevardfunctie’ van de Kanaalstraat. z
“Ik denk dat de magneetfunctie ook zit in de fysiek van de straat. Je rijdt makkelijk zo de stad uit of juist naar het midden van de stad. Tussen Westplein en het einde van Lombok. Dit gemak om je per auto te verplaatsen wordt niet belemmerd. ”
z z
“De straat is ook een magneet voor dealers. Je kunt snel komen en gaan.” “Lombok is een mooie wijk met schaduwkanten. Mensen die hier niet vandaan komen weten wel wat ze hier kunnen halen of doen. Ik denk dat ook dat het voor criminelen aantrekkelijk is om op de Kanaalstraat af te spreken, het is redelijk anoniem. Ik vermoed dat de omvang van de leefbaarheids- en veiligheidsproblemen daar ook mee te maken hebben.”
De magneetfunctie Kanaalstraat is knelpunt in de oplossing van hufterig gedrag. z
Ook de horeca in de Kanaal- en Damstraat heeft aantrekkingskracht. De stad Utrecht kent geen sluitingstijden en heeft in de Kanaal- en Damstraat als gevolg dat veel horeca de gehele avond en een groot deel van de nacht open is. Hierdoor is er bijna altijd relatief veel publiek in het gebied aanwezig.
“Ik denk dat sociale media een grote rol spelen bij de naamsbekendheid van de Kanaalstraat. Ik heb jongens vanuit Tilburg, Eindhoven, Limburg gesproken, die komen allemaal hierheen om een broodje te kopen. Flaneren, gezien en gezien worden. En ze komen voor een stukje beleving en cultuur. Er zitten hier zo veel ondernemingen. En dan heb ik het over Marokkaanse, Irakese, Syrische, echt het multiculturele.”
De Kanaalstraat heeft echter ook aantrekkingskracht op criminelen.
De fysiek van de Kanaal- en Damstraat versterkt de magneetfunctie. z
“De aanwezigheid van de horecagelegenheden is heel belangrijk voor de aantrekkingskracht van de straat.”
“Er komen hier mensen uit het hele land, deze magneetfunctie is een groot knelpunt in de oplossing van hufterig gedrag. Het gaat elke week weer om anderen. Als je mensen op hun gedrag aanspreekt kun je dus telkens weer opnieuw beginnen.”
8
2. Ongewenst gedrag op straat De gespreksdeelnemers bevestigen de bevindingen van eerdere onderzoeken naar ongewenst gedrag en sociale onveiligheid in de Kanaal- en Damstraat. Sommige gespreksdeelnemers noemen hiervan eigen voorbeelden. z
z
z
z
“Ik heb contact gehad met het Wijkbureau West, ik vraag wat krijgen jullie allemaal binnen? Dan wordt er door bewoners voornamelijk gemeld over asociaal rijgedrag, de rotzooi op straat, overlast en dealers. En je krijgt reacties van mensen die pleiten voor hardere hand.” “De genoemde problemen herken ik allemaal. Te hard rijden, dubbel parkeren, dit zal veranderen denk ik bij de herinrichting. Afval dumpen op straat, met corona was alles afhalen dus meer afval in de afgelopen tijd.” “Al het gedrag dat hier besproken wordt speelt zeker op de Kanaalstraat en Damstraat, maar ook in de zijstraten. Dat moeten we niet over het hoofd zien als we dit willen aanpakken.” “Hufterig gedrag herken ik, daarbij gaat het niet altijd om angstaanjagend gedrag, het is soms alleen heel irritant. Afvalprobleem herken ik ook. Vooral het afval van al die eettentjes, dat door de bezoekers gewoon op straat wordt gegooid.”
De huidige sociale norm in Lombok legitimeert ongewenst gedrag. z
“Hufterig gedrag wordt niet altijd ook zo ervaren door degene die het doet. We hebben hier ook te maken met een sociale norm die heerst. Er wordt vaak gezegd ‘het hoort bij Lombok, bij de Kanaalstraat’.”
De aanwezigheid van andere groepen van buiten de wijk is een stimulerende factor voor ongewenst gedrag in de Kanaal- en Damstraat. Dit komt omdat het correctief gedrag minder is als er zo veel mensen van buiten de wijk komen. De gespreksdeelnemers noemen enkele factoren die kunnen bijdragen aan escalatie, zoals culturele factoren en de aanwezigheid van personen van buiten de wijk waarop minder sociale controle is. z
z
Echter wordt ook de nuance gemaakt dat de jongvolwassenen uit Lombok zelf ook een rol spelen in escalatie: z
“Het op straat hangen kan intimiderend overkomen en is soms ook daadwerkelijk intimiderend. Ondernemers hebben daar last van en handelen daar ook naar. Zoals een ondernemer die expres een zaak opent op de kop van het Moskeeplein, zodat dames die daar kleren willen kopen niet door de Damstraat hoeven lopen.”
“Uit Lombok komen zelf ook haantjes, een vaste groep tussen 25-35 jaar, zij hebben zelf ook graag vinger in de pap, in de dynamiek gaan ze eroverheen.”
Aan de gespreksdeelnemers is de vraag gesteld om wat voor hanggroepen het gaat in Lombok en of waterbedeffecten optreden bij handhaving op de Kanaalstraat en Damstraat. Dus dat overlastgevende groepen naar andere plekken trekken en het probleem zich verschuift. Dit is volgens betrokkenen echter niet het geval. z
Ook ondernemers hebben last van hangjongeren. z
“Het klopt inderdaad dat zaken snel kunnen escaleren. Ik denk dat er een stukje cultuur bij komt kijken, ze willen hun ‘broeder’ helpen zeg maar.” “In Lombok escaleert het sneller. Dat is omdat er s’avonds allemaal mensen aanwezig zijn uit verschillende wijken. Die laten zich minder goed aanspreken, sociale controle is dan minder. Ze komen de macho uithangen ‘kijk wat ik durf’.”
z
“Er is niet echt sprake van waterbedeffecten. Er is een prominente groep verantwoordelijk voor veel overlast en straatintimidatie. Die groep, de betrokken personen zijn meestal tussen de 25-35 jaar, is prominent aanwezig op de Kanaalstraat. Die groep blijft daar ook, deze laat zich niet verplaatsen.” “De lastige groep op de Kanaalstraat zijn zowel jongens uit de wijk als van buitenaf. Het betreft een netwerk, jongens die elkaar kennen, het rondhangen op de Kanaalstraat is een ‘hobby’ die zij delen.” 9
z
Je hebt daarnaast meerdere andere groepen jongeren op straat in de wijk. Zoals bij de Bankaplein speeltuin, dat zijn jongere jongens. En er is een oudere groep, allen jongens uit de wijk. Deze groepen zijn redelijk goed aanspreekbaar.”
Hufterig gedrag komt volgens deelnemers niet in heel Lombok voor. Een deelnemer licht toe: z
“Lombok is meer dan alleen de Kanaalstraat. Ik herken wel wat er beschreven wordt aan problemen, maar dat geldt voor slechts een gedeelte van de wijk (niet heel Lombok).”
Aan de gespreksdeelnemers is tevens de vraag gesteld of er behalve rond groepen jongeren en jongvolwassenen op straat ook wel eens spanningen zijn waar andere groepen bij betrokken zijn. Gespreksdeelnemers bevestigen dit en noemen hier expliciet spanningen rond studentenhuizen evenals de komst van nieuwe bewoners naar de wijk zoals ‘juppen’ die minder tolerant staan ten aanzien van de reuring die gebruikelijk is op straat in Lombok. z
z
Meerdere gespreksdeelnemers noemen echter ook het Molenpark als een locatie in Lombok waar wel eens sprake is van overlast of spanningen. Een deelnemer nuanceert deze observatie: z
“In het Molenpark komen vooral tieners die bovendien echt in Lombok wonen. Zij hebben niets te maken met de problematiek uit Kanaalstraat. Wel gaan ze daar hangen, dat kan soms voor geluidoverlast zorgen, maar deze jongeren zijn goed in beeld. Het zijn twee groepen tieners. De tieners komen ’s middags en gaan voetballen. Om een uur of 8 komen grotere jongens en die sturen de kleintjes weg, ze hangen bij het bruggetje. Maar nogmaals, dit is een groep die uit de buurt komt, ze hangen niet bij de winkels.”
z
z
Er zijn kortom verschillende groepen jongeren op straat in Lombok. Tussen die groepen zijn grote verschillen en vragen om een andere aanpak. z z
“Er is een groot verschil tussen de verschillende groepen die rondhangen op straat. Kijk je hebt jonge gasten/meiden/ouderen op een hoek met elkaar in gesprek, rondkijken, dat is geen probleem. Het gaat om een vaste kleine groep, die andere dingen doen dan hangen, de dealers, die ook mensen in elkaar slaan, er zijn ook voorbeelden van. Die groep kan gewoon doorgaan en dat moet worden opgelost.”
“Studentenhuizen geven spanningen met omwonenden. Veel woningen worden volgestouwd met studenten, zes studenten in een woning naast een gezin met twee kinderen. Dat geeft fricties.” “Er komen steeds meer juppen wonen in de wijk, dat geeft soms spanningen met zittende bewoners. Het zijn toch andere leefstijlen en belevingswerelden. Sociale huur zit soms direct naast een koopwoning van 4 of 5 ton, het inleven in elkaars wereld gaat niet vanzelf. Je moet elkaar kennen, dan gaat het vaak wel goed. Maar als er geen ontmoeting is, geen begrip is dan wordt het een heel lastig verhaal.” “Nederlanders met een goed inkomen die wijk binnenkomen zijn weinig tolerant naar het gedrag van de ‘zittende bewoners’. Zij zien dat al snel als overlast (bv veel op straat zijn) terwijl de zittende bewoners dit niet zo ervaren. Er is dus sprake van wederzijds onbegrip.” “Gentrificatie geeft ook spanningen. De JP Coenstraat lijkt inmiddels net de PC Hooftstraat, er staan huizen die kosten een miljoen. Woningen in de zijstraten worden opgekocht door studenten met rijke ouders. De zittende bewoners trekken weg, bijvoorbeeld naar Leidsche Rijn. De wijk krijgt een andere samenstelling, hiervoor is te weinig oog vanuit beleidsmakers.” “Bewoners van de JP Coenstraat hebben wel eens overlast van jongeren die hangen in het Molenpark.
Dan spreek je jongens in het park, die zeggen: ‘ze kopen een duur huis in de JP Coenstraat, en vervolgens denken ze hier de dienst uit te gaan maken. Dan vinden ze ons vervelend, en tegelijkertijd laten ze de honden schijten in onze voetbalkooi’. Het is dus ook een wisselwerking, niet alleen de jongeren maar ook ‘nieuwkomers’ spelen een rol.”
10
Ook signaleren gespreksdeelnemers spanningen omtrent de herinrichting van de Kanaalstraat op grond van botsende belangen. Een gespreksdeelnemer licht toe:
in te gaan zetten. Men moet preventief inzetten op juist de jongere groepen in de wijk om te voorkomen dat ze het verkeerde pad op gaan. z
z
“Sommige bewoners waaronder een deel van de ondernemers zien vanuit economisch perspectief weinig in herinrichting (m.n. het eenrichtingsverkeer). Anderen willen juist wel graag de herinrichting. Dat geeft spanning tussen (die) ondernemers en bewoners, zij hebben andere belangen op de herinrichting, met name als het gaat om autoluw maken. Dus bewoners wilden autovrij en (deel van) de ondernemers wilden het tweerichtingsverkeer houden, het is hun businessmodel en hun brood. De stap is gezet: tussenvariant. Vanuit het perspectief, we moeten ook verder.”
z
z
z
Tot slot is er vanuit de buurt ook spanning naar de overheid, in het bijzonder uit frustratie omtrent beloften die gedaan maar welke nog niet zijn geïmplementeerd. z
“Een spanning die nog niet is genoemd, is de voorgenomen herinrichting van de straat. Dit zweeft al heel lang boven de straat, maar tussentijds is er eigenlijk nog heel weinig aan de openbare ruimte gedaan. Het is al heel lang een belofte en dat geeft frustratie bij sommigen. De straat wordt al heel lang dingen beloofd, het wordt aangepakt, maar iedere keer schuift het vooruit. Zeker bij ondernemers is een sentiment ontstaan richting wantrouwen naar de overheid door gebroken beloftes.”
3. Investeren in voorzieningen, jongerenwerk en individuele begeleiding Sommige gespreksdeelnemers constateren dat er te weinig voorzieningen zijn voor jongeren om zich terug te trekken, zoals een locatie om te chillen en elkaar te ontmoeten. Omdat er weinig is te doen voor jongeren gaan ze op straat hangen. Enkele gespreksdeelnemers geven aan dat er vroeger meer werd geïnvesteerd in jongerenwerk en dat het goed zou zijn om hier weer meer op
“Het is ook een kwestie van: waar kunnen ze dan heen. Als ik personen aanspreek zeggen ze: we zijn daar weggestuurd, nu word ik hier weer weggestuurd.” “Jongeren kunnen momenteel nergens heen. Vroeger was dat wel anders, Spirit, Westside, daar gingen heel veel jongeren poolen. Ik vind: creëer plekken in de wijk waar ze heen kunnen.” “Bij realisatie van een jongerencentrum trek je vooral een doelgroep waar we nu minder last van hebben. Je scheidt hiermee de niet-criminelen van de criminelen. Maar toch belangrijk. Want de doelgroep waar je nu nog geen last van hebt, kan later wel een groep worden waar je wél last van gaat krijgen.” “Het is belangrijk om preventief te handelen, zoals door te investeren in de jongste groepen in Lombok zodat ze niet in de voetsporen treden van de ouderen.”
Er komen in Lombok ook veel jongeren uit andere gebieden komen, is het reëel om vanuit Lombok op locaties of hulpverlening iets te doen? Gespreksdeelnemers bevestigen dat dit ook kan werken voor jongeren afkomstig uit andere gebieden die naar Lombok gaan. z
z
z
“Jazeker. Het gaat om de beweging inzetten. De jongens van buiten de wijk komen ook voor hun vrienden, die gaan dan vanzelf wel mee in de beweging.” “Zodra je de groep helpt uit de eigen wijk, sleep je ook de anderen mee. Want zij zien ook wat goed is.” “Die andere jongeren kennen jongeren uit Lombok en sluiten aan, zo werkt dat. Zij voelen de positiviteit dan ook. Ik geloof er echt in.”
Gespreksdeelnemers plaatsen echter ook een nuance bij het verhaal dat meer voorzieningen een oplossing vormen. Het is een puzzelstukje, het werkt voor sommigen maar niet voor iedereen.
11
z
“De diversiteit van jongeren (en jongvolwassenen) in Lombok is enorm. Het is op zich waar dat je groepen kunt bedienen met een plek waar ze naartoe kunnen gaan. Maar wat ook waar is: er zijn in de wijk juist ook heel veel prikkels om juist op straat te blijven. Alleen al het flaneren. Meisjes uit Veenendaal koen speciaal naar Lombok om te flaneren, jongens komen graag kijken, die gaan heus niet de hele dag in een jeugdhonk zitten.”
Voor de oudere groep van jongvolwassenen, een hardnekkige groep, is individuele begeleiding belangrijk om ze naar een betere toekomst te helpen.
4. Verbeter de straat zonder de sfeer en unieke karakter te verliezen De Kanaal- en Damstraat hebben bijzondere, unieke winkels met een grote aantrekkingskracht ook op mensen van buitende wijk en zelfs van buiten de stad. Dat is een grote meerwaarde van de buurt en biedt ook voor de toekomst veel potentieel. Verbeter daarom de fysieke kwaliteiten en sociale veiligheid in straat zonder de unieke sfeer, karakter en aantrekkingskracht te verliezen (zie ook punt 5). z
z
z
z
“Wat ik merk: ik krijg meldingen over 25-35 jarigen. Groot deel van de dag op de Kanaalstraat om te kijken naar auto’s, vrouwen, vrienden, er wordt een netwerk gekweekt. Hartstikke goed zo’n netwerk, maar er wordt ook een netwerk gevormd in negatieve zin. Dat is het aspect dat we moeten voorkomen.” “De Kanaalstraat is een trekpleister voor jongeren en jongvolwassenen uit verschillende delen van de stad. Er is sprake van verschillende leeftijden. Voor jongeren is er aanbod vanuit het jongerenwerk maar er zijn ook veel jongvolwassenen in de kop van Lombok op straat. Het jongerenwerk kan hen geen activiteiten aanbieden omdat ze te oud zijn, echter er zijn wel mogelijkheden op het gebied van individuele begeleiding.” “Er is voldoende aanbod vanuit de gemeente, jobcoaches of uitkeringsinstantie om jongeren aan baan of aan een opleiding te helpen. Sommige jongeren hebben echter hulp nodig van onderop. Door iemand dichtbij, die ze vertrouwen. De gemeente is een instantie, dat is te groot voor zulke jongeren. Het is ook een stukje cultuur, het persoonlijke is belangrijk. Ik ken ze dus ze komen makkelijk naar me toe, het is ook een eerkwestie, jongeren wil niet met gemeente te maken krijgen, je moet op een laag niveau in gesprek gaan.”
“Je zou willen dat de sfeer beter is, maar (en dat is een groot risico) zonder de bepaalde sfeer, karakter [en daarmee de aantrekkingskracht] van het gebied weg te nemen. Er moeten dus niet alleen maar hippe biologische restaurantjes komen, want de hectiek hoort er wel bij. Maar iets meer rust is wel gewenst.”
5. Benut de energie en het potentieel van Lombok De energie en het potentieel van Lombok worden volgens sommige gespreksdeelnemers nog onvoldoende benut, hier liggen volgens hen kansen. z
z
“De goede energie en mooie dingen van Kanaalstraat en Damstraat zijn vaak onderbelicht. Er zit enorm veel potentie en energie in deze straat, het karakter van de straat is uniek. Dit potentieel wordt te weinig benut, er is veel meer uit te halen. Door bewoners als ambassadeur van de buurt te laten fungeren, door als ondernemers meer naar buiten te treden. Hier liggen kansen die niet worden benut.” “Mooi aan Lombok is, een mentaliteit van leven en laten leven. Dat moet ook deels want anders trek je het niet met elkaar. Toch is er soms ook meer dialoog nodig tussen groepen, maar daar heb je dan wel de politie voor nodig, die je ondersteunen als het eng begint te worden.”
12
Benut de energie en positieve ervaringen van de bewonersnetwerken die er al zijn in Lombok: z
z
z
“Buiten de Kanaalstraat, in sommige kleine zijstraatjes is er meer gemeenschap. Mensen kennen elkaar, willen ook zorg dragen voor elkaar, er is sociaal contact, niet controle maar contact, en ze willen ook met elkaar in contact komen. Maar in andere delen van Lombok zie je dat juist weer niet.” “Het stuk tussen de Kanaalstraat en de Vleutenseweg is qua culturen gemixt, bewoners hebben daar een gezamenlijke Facebook, spreken elkaar ook aan en beschermen elkaar, dat is een heel goed stuk. Dat is een groot verschil met straatjes daar vlak in de buurt waar ze dat niet hebben.” “Er zijn straten in Lombok waar mensen elkaar kennen, samen dingen doen, uitlenen van dure spullen, waar ze dingen zoals een straatapp hebben.”
6. Verbeteren fysieke inrichting Voor de Kanaalstraat bestaan plannen voor een fysieke herinrichting van de straat door het invoeren van eenrichtingsverkeer en het verbeteren van de openbare ruimte. Dit zal helpen om de sfeer en het gedrag van mensen op straat te verbeteren.
7. Zelf handelen door bewoners en ondernemers Ondernemers en buurtbewoners hebben een belangrijke rol om het gedrag en de sfeer in de buurt te verbeteren. Door zelf het goede voorbeeld te geven en door personen die ongewenst verdrag vertonen hierop aan te spreken. Gespreksdeelnemers onderschrijven deze belangrijke rol maar benoemen ook belemmeringen en randvoorwaarden hiervoor. Ondernemers Er is volgens gespreksdeelnemers soms weinig begrip tussen ondernemers en de jeugd die op straat is. Sommige ondernemers spreken de hangjongeren aan, anderen durven dat niet of laat het onverschillig. Er zijn volgens gespreksdeelnemers in dat opzicht grote verschillen tussen ondernemers onderling. Niet alle ondernemers zouden zich betrokken voelen om verantwoordelijkheid te nemen voor het verbeteren van sfeer en gedrag op straat. z
z z
“Ik geloof echt dat fysieke maatregelen zoals het aanpakken van de openbare ruimte en de invoering het eenrichtingsverkeer zullen gaan helpen om de sfeer in de wijk te verbeteren, dat het vriendelijker wordt. In de wijk merk je dat er grote behoefte is dat de problemen worden aangepakt. Met de openbare ruimte halen we een deel van de triggers weg, maar dit zal hand in hand moeten gaan met gedrag en handhaving.”
z
z
”Deze ondernemers denken alleen maar aan verdienen, en totaal niet aan hoe we het moeten oplossen, vooral met hangjongeren. De betrokkenheid houdt op bij voordeur van de winkel.” “Het afval op straat doen veel ondernemers niets mee. Hun houding is: ‘zolang ik maar kan verkopen, de rest is voor de politie en handhaving. Terwijl ik vind: nee, als ondernemer heb je ook een verantwoordelijkheid.” “Er zijn maar weinig ondernemers bij de KV-overleggen. Misschien zijn ze de taal niet machtig, of gewoon geen interesse.” “Ondernemers moet meer duidelijk worden gemaakt dat hun rol ook is om de straat leefbaar te houden, ik denk dat dit zeker zou helpen.”
Een gespreksdeelnemer voegt hier aan toe: z
“Tussen ondernemers onderling merk je ook: ‘joh gemeente pak nou eens door, ook op ondernemers die niet goede wil zijn’. Daar zit zeker spanning. Ook vinden veel buurtbewoners dat ondernemers overlastgevers in de straat meer moeten aanspreken.” 13
Sommige gespreksdeelnemers nuanceren het beeld van te weinig betrokkenheid bij ondernemers en geven aan dat er ook ondernemers zijn die juist veel doen. z
“Ik weet dat sommige ondernemers heel veel hebben gedaan op dit punt. Ik denk dat we moeten differentiëren als we het hebben over ondernemers, ook als je naar buiten treedt, want anders is dat voor actieve, goedwillende ondernemers niet zo prettig.”
Echter, zelfs in het geval van ondernemers die hun klanten aanspreken op hun gedrag is dit niet altijd effectief, als die klanten er niets van aantrekken. z
“Probleem is ook dat ondernemers hun klanten wel kunnen aanspreken maar dat dat niet per se helpt. Kwestie van brutaliteit: als je er wat van zegt, dan zeggen ze terug ‘het wordt toch opgeruimd’. Of als je zegt ‘hou het netjes’ dan zeggen klanten ‘ja natuurlijk’ en een paar meter verder flikkeren ze het op straat.”
Ook angst voor represailles weerhoudt ondernemers om in te grijpen bij ongewenst gedrag. z
z
“Intimidatie is voor een deel perceptie. Ikzelf ervaar een groep mensen die op straat staan niet als intimiderend. Het is pas intimidatie als de groep zich met je bemoeit zodat je er niet meer langs durft. Ik ken een ondernemer die zegt: mensen steken de straat over, ze durven niet langs mijn zaak te lopen want ze willen de confrontatie met groep die daar staat niet aan. Ook die ondernemer durft er niets tegen te doen, want hij is bang voor represailles. Dat systeem moet er uit in de Kanaalstraat.” “Ondernemers die niet durven op te treden als er wat gebeurt, ik begrijp dat wel. Vroeger zijn er twee zaken beschoten bij het Moskeeplein en een op Laan van Nieuw Guinea. Sommige winkeliers zijn daarom bang.”
z
“Er is angst in de wijk, dingen die gebeuren worden genegeerd in plaats dat wordt gehandeld. Ik heb bijvoorbeeld geconstateerd toen iemand in elkaar werd geslagen, winkeliers de rolluiken laten zakken maar niet naar buiten gaan. Het is angst, als ze iets doen, dan kan het gevolg zijn een kapotte ruit. Het zijn geen mietjes, maar ze zeggen ‘ik kan de held uithangen, maar dan kan ik net zo goed de winkel sluiten’”.
Bewoners In sommige straten in Lombok lopen al bewonersinitiatieven die volgens betrokkenen daadwerkelijk bijdragen aan een betere sfeer en beter gedrag op straat (zie de voorbeelden genoemd onder punt 5). Deze initiatieven richten zich op het bevorderen van bekendheid tussen bewoners en zijn belangrijk voor de sfeer en de bewonersbetrokkenheid bij het samenleven in de wijk. z
“Op het moment dat bewoners in een straat elkaar kennen spreken ze elkaar eerder aan, dan gaan ze zich socialer tegenover elkaar gedragen. Het heeft ook te maken met of je je (beter) kunt verplaatsen in de ander.”
Echter het is ook een feit dat bewoners elkaar of bezoekers niet altijd willen of durven aan te spreken op ongewenst gedrag. z
z
“De politie kan niet alles in de wijk oplossen, het mooiste zou zijn als bewoners zelf anderen aanspreken. Maar het is heel goed te begrijpen als er een groep van 10-15 man zit, dat je dan als bewoner niet heel happig bent om ze aan te spreken.” “Dit is iets heel herkenbaars, bewoners willen best verantwoordelijkheid nemen voor de wijk, en mensen aanspreken die overlast gevend gedrag vertonen. Maar mensen denken ook: als ik het doe en het loopt verkeerd, wie helpt mij?”
Het wegnemen van angst is volgens gespreksdeelnemers een belangrijk deel van de oplossing (zie ook punt 8 ‘ruggensteun voor bewoners en ondernemers om op te treden’). 14
Jongeren Enkele gespreksdeelnemers wijzen erop dat ook jongeren zelf veel kunnen doen in het tegengaan van ongewenst gedrag. Het zou volgens hen ook goed zijn om jongeren meer te betrekken bij de uitvoering van de aanpakken in de wijk. z
z
“Jongeren zelf kunnen ook veel doen. In een groep moet je iemand hebben die vrienden op gedrag aanspreekt. Ik heb dat ook gedaan. Bijvoorbeeld een vrouw komt langs en jongens beginnen ‘lekker ding’ te zeggen. Ik zeg: doe normaal, als je haar leuk vindt ga dan naar haar toe. Dan staat ie een beetje voor schut. Dat werkt.” “Ga in gesprek met jongeren. Het gaat er om dat jongeren bewust worden van hun gedrag, dat ze er over gaan nadenken. Het begint bij nadenken. Jongeren moeten elkaar aanspreken, als een wijkagent of boa dat vanuit de status doet dan werkt het niet. Om toegang te krijgen tot groepen hangjongeren, zou je kunnen proberen om iemand binnen een groep verantwoordelijkheid te geven. Dan kan hij weer de rest van de groep aanspreken. Nu is het altijd iemand van buitenaf zoals een politieagent die de jongeren aanspreekt: dat kan irritatie of angst creëren bij de jongeren. Je wilt liever dat de jongeren zelf op elkaar letten.”
9. Ruggensteun voor bewoners en ondernemers om op te treden tegen ongewenst gedrag Aan de gespreksdeelnemers is de vraag voorgelegd wat er zou moeten gebeuren opdat meer bewoners anderen zouden aanspreken op ongewenst gedrag? Wat moet er veranderen? Gespreksdeelnemers merken op dat de situatie niet in heel Lombok hetzelfde is. Er zijn straten waar bewoners elkaar of bezoekers wel aanspreken op gedrag. Een deelnemer licht toe:
z
“Als individuen of kleine groepjes overlast veroorzaken, bijvoorbeeld als er twee mensen harde muziek bij zich hebben, dan durven bewoners in sommige straten vaker hen aan te spreken. Maar in andere straten weer niet.”
Meestal gaat het dan om straten waar initiatieven lopen waarin bewoners elkaar beter hebben leren kennen. Dan is het makkelijker om hulp te vragen voor als het mis zou lopen. Om te bevorderen dat bewoners anderen aanspreken op gedrag wordt door gespreksdeelnemers als randvoorwaarde genoemd dat men moet kunnen vertrouwen op ‘ruggensteun’ door andere bewoners, wijkprofessionals of handhaving. Dat kan door bewoners initiatieven zoals eerder hierboven genoemd, de aanwezigheid in de buurt van zichtbare en aanspreekbare wijkprofessionals, het liefst ‘bekende gezichten’ die al langer in de wijk actief zijn, en handhaving en cameratoezicht. Die steun (aanwezigheid van overheid) zorgt ervoor dat mensen eerder durven op te treden. Ook wordt gewezen op het duidelijker maken van de ‘sociale norm’ in de buurt omtrent wat gewenst gedrag is en wat niet. Tevens is belangrijk om de zichtbaarheid en de aanwezigheid van de overheid in het gebied te vergroten. Hierbij is de realisatie van een wijkbureau in Lombok van groot belang. Dit wijkbureau kan fungeren als uitvalsbasis van gemeente, boa’s, de straatconciërge, politie en jongerenwerk. Het bovenstaande wordt inzichtelijker aan de hand van de volgende citaten: z
z
“Aanspreken door bewoners gebeurt wel, maar op het moment dat het dreigend is, dan heb je als bewoner ruggensteun nodig. Als je incidenten wil voorkomen dan moet je zorgen dat je de veiligheid kunt garanderen. Zoals steun door politie, ophangen camera’s, bepaalde mensen de wijk niet binnen laten komen.” “Er kan veel meer bereikt worden met bewoners. Het is daartoe belangrijk dat in de wijk er een veel langere periode met zelfde groep professionals wordt gewerkt: politie, jongerenwerk, goede netwerken in buurt. Als bewoners het netwerk van professionals in beeld hebben (zelfde gezichten) dan hebben ze veel meer het gevoel dat ze worden gesteund.” 15
z
z
z
z
z
z
z
“Wat echt zou helpen is meer zichtbare aanwezigheid op de straat van de politie en BOA’s. Als buurtbewoners de wijkagent kennen, dan zullen zij de politie eerder helpen als er iets gebeurt. En het rustig houden in plaats van olie op het vuur te gooien.” “Bewoners en ondernemers willen sociaal professionals kunnen aanspreken, voorheen deden we dat gezamenlijk met wijkagent en scholen. De mensen kenden ons, een bekend is gezicht is heel belangrijk voor het vertrouwen en ook voor de eigen inzet van bewoners. Dat gaf die mensen zo’n boost, een stuk gereedschap. Maar nu is er geen geld meer voor, of moeilijk. Het welzijnswerk, de scholen zijn te veel versnipperd, er zijn te veel partijen ontstaan.” “Er zijn diverse actieve bewonersgroepen in de buurt. Zij beschikken over de contactgegevens van ouders van kinderen en jongeren voor als er wat gebeurt. Je kunt als professionals dan sneller schakelen, inzetten op dat soort netwerken.” “Alles wat wordt gezegd is heel herkenbaar. Maar daarnaast is het ook belangrijk om stil te staan bij de manier waarop bewoners anderen aanspreken op gedrag. Je kunt gaan schelden of je doet het op een positieve manier. Dat laatste werkt beter. Er zijn trainingen voor bewoners die het moeilijk vinden om jongeren aanspreken.
We geven vaak de tip, probeer mensen individueel aan te spreken, als groep stoer gedrag maar alleen is er prima een gesprek mee te voeren, dan heeft het ook effect.” “Ik hoop dat vanaf de herinrichting volgend jaar zomer, dat we dan ook in afspraak kunnen maken om een andere sociale norm te stellen, en daarnaast net iets intensiever de handhaving te doen om de nieuwe sociale norm te borgen. Want dat is wel de ruggensteun die bewoners nodig hebben om zelf ook toezicht te houden en anderen aan te spreken.” “Je moet vroeg beginnen met neerzetten van een sociale norm. Zet in op kinderen en jongeren, die kun je nog bijsturen. En zij groeien snel op.” “Ik geloof wel in aanspreken door de buurt, door bewoners en ondernemers. Maar dan moet er wel rugdekking zijn. De ervaring moet worden: hier kun je niet alles doen, je bent hier niet anoniem. Sommigen kun je 10x aanspreken, maar pas als ze een boete krijgen zal het bij hen doordringen. Je zult overlastgevers dus af en toe ook echt moeten aanpakken als overheid, meer dan je nu doet.”
Handhaving en cameratoezicht wordt door enkele deelnemers genoemd als ruggensteun voor ondernemers om zelf handelend op te treden tegen ongewenst gedrag, maar is volgens hen een politiek taboe. z
z
“Wat ik in Lombok mis, is de ervaren steun aan ondernemers om zelf meer tegen overlast te kunnen doen. Ondernemers hebben een rol, klanten hebben een rol, maar er liggen in Utrecht, door de gemeenteraad, echt taboes op bepaalde onderwerpen zoals cameratoezicht, samenscholingsverboden, bedelverbod, dat is een politiek taboe. Ook ondernemers krijgen dat de hele tijd terug, terwijl ze ook van de professionals zoals wijkagenten horen dat hun inzet wel enorm zou helpen. Die hardere hand wordt gemist omdat dat onbespreekbaar is, dan verschuilt iedereen zich achter de politiek.” “In de huidige aanpak ontbreekt dat de gemeente een duidelijke norm stelt én handhaaft dat hufterig gedrag hier echt niet kan. En als je het toch doet dat het wordt gezien. Meer cameratoezicht zal helpen om te kunnen handhaven. Jullie stelling dat bewoners en ondernemers meer moeten aanspreken is heel erg vanuit sociale cohesie gedachte. Dat past goed bij de wijk en Utrecht, maar daarnaast zullen we ook een norm moeten stellen door hardere maatregelen. Cameratoezicht, preventief fouilleren, gebiedsverboden.”
Aan de gespreksdeelnemers is gevraagd hoe zij aankijken tegen de mogelijkheid om gezamenlijk ‘gedragen’ gedragsregels op te stellen om de gewenste sociale norm ‘zichtbaarder’ te maken op straat. Hierop wordt door deelnemers positief geageerd, waarbij de herinrichting van de Kanaalstraat als een goed moment wordt gezien om een event te organiseren om de gedragsregels onder de aandacht te brengen. Deelnemers geven nog wel enkele suggesties mee: z
z
Bewoners hiervan niet alleen bewust maken maar daarnaast óók vaardigheden mee te geven, mediators, leren aanspreken. Gewezen wordt op de eerdere ervaringen met coronaregels: “Dit zijn ook gedragsregels, en werden de hele tijd uitgedragen, samen met winkeliers. Is een goed voorbeeld.” 16
z
z
Ondernemers zullen bereid zijn om hieraan mee te werken, maar niet zomaar. Er is wel een gesprek voorafgaand nodig. Ook handhaving op gedrag hoort erbij. Mooi dat bewoners en ondernemers letten op gedrag van anderen maar er moet tegelijkertijd ook handhaving zijn.
10. Sturen op winkelbestand Kanaal- en Damstraat Enkele gespreksdeelnemers wijzen erop dat bepaalde winkels een aantrekkingskracht hebben op publiek dat je liever niet te veel in de wijk hebt. Een ander punt dat wordt genoemd is sommige (fastfood) winkels op een verkeerde manier bijdragen aan de sfeer op straat en rommel op straat.
z
z
z
z
De vraag wordt opgeworpen: ‘hoe gaan we om met ons ondernemerschap’ en ‘kunnen we sturen op winkelaanbod en meer diversiteit in ondernemerschap’. Dit blijkt in de praktijk niet eenvoudig. “Sommige ondernemers pakken hun verantwoordelijkheid dat is positief. Qua negatieve kracht: te veel ondernemingen met fastfood, vlugge broodjes die worden gegeten op straat, draagt bij aan masculiene sfeer en vervuiling door afval dat op straat wordt gegooid. Door dat type ondernemingskracht beweegt de straat de verkeerde kant op.” z
z
“De aantrekkingskracht van bepaalde winkels is niet goed. Een smartshop, te veel horecaondernemers.” “Ik ben het eens met de hele waaier van mogelijkheden die is genoemd, maar ik vraag me wel af: in hoeverre is het dweilen met kraan open? De magneet voor mensen van buiten de wijk, buiten de stad, om naar Lombok te komen en voor ongewenste dynamiek te zorgen is ook en misschien wel vooral het winkelbestand. Kijk dus ook naar het economische klimaat van de Kanaal- en Damstraat met te veel horeca en winkels die groepen aantrekken.”
z
“Meer diversiteit in ondernemerschap is noodzakelijk. Sommige ondernemers trekken slecht publiek wat aantrekkingskracht heeft tot buiten de wijk.” “Meer diversiteit in ondernemerschap klinkt mooi maar is heel lastig te realiseren. De instrumenten van de overheid zijn beperkt. Je kunt niet zomaar een smartshop sluiten of eisen stellen aan welke winkels er zich in de straat mogen vestigen. Zoveel kapsalons, die willen we niet maar komen er wel.” “Vastgoed ondernemers bepalen uiteindelijk zelf aan wie ze verhuren, het is normaal om 5 jaar contract te geven, en daarna verlengen. Ten tweede, je hebt te maken met bestemmingsplannen. Die zegt dit is een winkelruimte, dan kun je niet zeggen, deze groenteboer wel, deze niet.” “Proberen te sturen en horeca te beperken, dat is moeilijk. Er kan wel worden gestuurd op categorieën maar die zijn breed. Als je een bijvoorbeeld op een pand een retailbestemming hebt: daaronder vallen een bakkerij, maar mag ook shoarma zijn, waar is grens? Gemeente kan moeilijk handhaven. Veel zaken met horeca hebben een retail, juridisch lastig. Echter niet onmogelijk, de gemeente kan meer spierballen tonen, dat is wel het pad dat we op moeten. Ik wil niet in beperkingen denken, ook in kansen.” “Hier ligt ook een vraag voor de winkeliersvereniging, wat voor winkelgebied wil je zijn? De Kanaalstraat kenmerkt zich door veel mannelijke energie, testosteron.
Waar je naar toe wilt is: meer vrouwelijke energie, meer rust maar wel met behoud van culturele diversiteit en de bijzondere sfeer. Zet in op de positieve kanten van de sfeer en diversiteit in Lombok en versterk deze.”
11. Integrale aanpak In de Kop van Lombok is sprake van een complexe problematiek. Gespreksdeelnemers wijzen op het belang van zowel een meerjarige integrale aanpak van problematiek waarin partijen met elkaar samenwerken als een differentiatie van de aanpak naar doelgroepen (‘niet alle jongeren over één kam scheren’).
17
z
z
z
z
“De personen die zich echt problematisch gedragen, die moet je echt onderscheiden van de groepen die je nog wel kunt aanspreken. Je moet jongeren niet over één kam scheren, er zijn verschillende aanpakken nodig.” “We kunnen voorbeelden van oplossingen noemen, maar het is allemaal een stukje. Er is heel veel verschillende problematiek, die moeten we integraal aanpakken. In andere steden zijn er goede voorbeelden van hoe dit kan. Bijvoorbeeld in Amsterdam is op de Javastraat een lange termijn aanpak. Jarenlang monitoren: wie is op straat, hoort die persoon daar, wat zijn de behoeften van die persoon aan opleiding of zorg. Een intensieve aanpak, dat kost ook het een en ander. Je moet echt investeren. Als je dat niet wilt dan blijft het aanmodderen, hou er dan ook maar mee op.” “Dat betekent ook dat je moet investeren van vertrouwen. Bekende gezichten zoals hulpverleners of politie die ze allemaal kennen en die zelf ook de jongeren kennen is je sleutel voor succes.” “Ook ondernemers en de buurtbewoners zijn onderdeel van de oplossing. Maar die moeten zich wel gesteund voelen door een sociale norm wat wel en niet acceptabel is in de buurt moet helder zijn. Die norm is er misschien wel maar die moet door iedereen ook zo worden ervaren.”
18
Conclusies gesprekstafels en actiepunten De Kop van Lombok is een gebied met een grote potentie maar kent ook complexe problematiek. Het gebied is gevoelig voor samenlevings- en openbare orde problemen vanwege meerdere factoren welke in de rapportage nader worden toegelicht. Kort samengevat zijn dit de volgende. De Kanaal- en Damstraat hebben grote aantrekkingskracht op mensen van buiten de wijk en zelfs van buiten de stad of het land. Behalve de aanwezigheid van bijzondere, unieke winkels en de ‘boulevardfunctie’ wordt de aantrekkingskracht versterkt door sociale media en de aanwezigheid van (veel) horeca. Sociale media spelen een grote rol bij bekendheid, aantrekkingskracht en ‘boulevardfunctie’ van de Kanaalstraat. De stad Utrecht kent geen sluitingstijden en dat heeft in de Kanaal- en Damstraat tot gevolg dat veel horeca de gehele avond en een groot deel van de nacht open is. Hierdoor is er bijna altijd relatief veel publiek in het gebied aanwezig. De magneetfunctie van de Kanaal- en Damstraat is een kracht maar ook een zwakte aangezien deze ook criminaliteit aantrekt en het telkens wisselende publiek van buiten de wijk een knelpunt is voor de oplossing van ongewenst gedrag (‘je moet telkens opnieuw beginnen’).
De aanwezigheid in de Kanaal- en Damstraat van veel mensen van buiten de wijk draagt er aan bij dat de informele sociale controle en het correctief gedrag wordt verminderd en het risico op escalatie verhoogd. “In Lombok escaleert het sneller. Dat is omdat er s’avonds allemaal mensen aanwezig zijn uit verschillende wijken. Die laten zich minder goed aanspreken, sociale controle is dan minder. Ze komen de macho uithangen ‘kijk wat ik durf’.” Andere genoemde factoren die een rol spelen bij de samenlevings- en sociale veiligheidsproblemen in Lombok zijn is de aanwezigheid van ondernemingen die ongewenst publiek aantrekken,
de terughoudendheid van sommige ondernemers (deels uit angst voor represailles) om overlastgevers aan te spreken op hun gedrag en te weinig zichtbaarheid / aanwezigheid van de overheid in het gebied. De complexiteit van de problematiek betekent dat er niet sprake kan zijn van één oplossing voor de problemen. Een meerjarige integrale aanpak van de problematiek is gewenst. De oplossing bestaat uit een groot aantal puzzelstukjes. De energie en het potentieel van Lombok dient meer dient te worden benut én gefaciliteerd, waaronder de kracht van jongeren, bewoners en ondernemers om zelf het gedrag en de sfeer in de buurt te verbeteren. Bewoners en ondernemers moeten het gaan doen met ruggensteun van overheid en wijkprofessionals, op basis van een integraal meerjarig plan en financiering. Slagvaardige aanpak volgens deelnemers gesprekstafels De volgens gespreksdeelnemers belangrijkste randvoorwaarden voor een slagvaardige aanpak evenals activiteiten waar nu al mee begonnen moet worden zijn de volgende: z
z
Meerjaren commitment vanuit de gemeente, inclusief geld, voor een integrale aanpak. Zet in op samenwerking tussen professionals onderling, met bewoners en met bewoners. Zorg dat er voldoende geld beschikbaar is om dit te realiseren. Een integrale aanpak betekent ook: niet beperken tot één prioriteit, dan bereik je te weinig. Er is echt een samenhangend programma nodig voor meer jaren. Een integrale aanpak betekent ook: investeren in relaties. Belangrijk is de samenwerking en de samenhang in de aanpak. Wat je ook gaat doen, er moet samenhang zijn, iedereen erbij betrekken. Bouw aan duurzame relaties tussen overheid, ondernemers, politie, boa’s, sociale professionals, bewoners en jongeren. Ter inspiratie wordt genoemd de Westkruiskade in Rotterdam: integrale aanpak, publiek-private samenwerking, 5 jaar 19
z
z
z
z
z
z
z
z
z
programma, gemeente, pandeigenaren, geïnvesteerd op basis van agenda, dan actie maken, veel gepraat en gedaan, 1 plan: 5 jaar lang, gezamenlijk, lange termijn, nu beginnen, herinrichting gaat mee lopen. Zorg voor continuïteit, zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van professionals in de buurt; dit zorgt ervoor dat mensen eerder durven op te treden. En dat continu en voor de langere termijn, niet een jaar dit en een jaar dat. Inzetten op én-én: op de sociale kant, zoals voorzieningen en het aanspreken door bewoners, maar aan de andere kant óók een harde aanpak en bewust maken van de norm wat echt niet kan in de buurt. Veiligheid, camera’s geven norm en ruggensteun voor zowel wijkprofessionals als burgers om te handelen. Overleggen over aanpakken in Lombok moeten verbreed worden. Het is nu nog vaak te versnipperd. Actieve bewonersgroepen meer betrekken, er gebeuren daar al mooie dingen en er liggen kansen. Ook mobiliseren van jongeren, hen betrekken bij integrale aanpak. Positieve krachten van jongeren vinden en betrekken. Scheer jongeren/groepen niet over één kam, daar mee doe je ze te kort. Zorg voor differentiatie in je aanpak, de ene groep vereist een verschillende aanpak dan de andere groep. Belangrijk is dat de overheid in communicatie richting ondernemers, jongeren, bewoners, zo duidelijk mogelijk moet zijn.
Aangeven wanneer iets wel en niet kan, wat kunnen ze verwachten van de overheid en wat niet. Ook belangrijk, heldere verwachtingen creëren bij bewoners en ondernemers, Dan weten de bewoners en ondernemers ‘hier kan ik van op aan, maar met dit hoef ik niet aan te komen want het is buiten het bereik van de gemeente’. Tracht bij het oplossen van de problematiek wel het unieke van Lombok, de aantrekkingskracht en de cultuur te behouden. Boulevard functie, Scheveningen zonder zee. Pak ondermijning en daarmee slechte ondernemers aan.
z
z
z
De politiek aan boord krijgen. Er zijn een aantal politieke taboes zoals bedelverbod, camera’s. In Lombok is er echter wel behoefte. Is het mogelijk om maatwerk toe te passen? Dit signaal moet wel bij de politiek komen. Overleggroep Kanaalstraat (o.a. gemeente, politie, ondernemers, bewoners, Ulu Moskee) uitnodigen om bij elkaar te komen. Volgend jaar zijn er verkiezingen, de overleggroep kan de politiek uitnodigen. Concrete actie van de Ondernemers, de Ulu Moskee en de bewoners om gemeenteraadsfracties uit te nodigen in Lombok om het belang van een sterkere integrale aanpak op de politieke agenda te zetten.
20
Bijlage: Deelnemers aan gesprekstafels Deelnemers aan de drie gesprekstafels hadden de volgende achtergronden of functies: z
Buurtbewoners en ondernemers Lombok: Buurtbewoners Lombok (drie personen) Buurtbewoner Lombok actief bij bewonersorganisatie Wishing Well West Jongere uit Lombok Ondernemers Dam- en Kanaalstraat Lombok (drie personen) Boa’s Wijk West (twee personen) Beleidsadviseur jeugd (Gemeente Utrecht) Jongerenwerkers (stichting JOU) Onderzoeker Hogeschool Utrecht Operationeel Expert Utrecht West PMB projectleider herinrichting Kanaalstraat Damstraat Projectleider Buurtvisie, Buro De Steeg Sociaal makelaar (DOCK) Straatconciërge Kanaalstraat Ulu-Moskee (twee personen) Wijkadviseur Wijkbureau West Wijkagenten (twee personen) Winkelstraatmanager Kanaalstraat
z z z z z z z z z z z z z
21
COLOFON Opdrachtgever Auteurs Uitgave
Gemeente Utrecht Drs. R. van Wonderen. Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl
© Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, oktober 2021. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.