CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapportage Nulmeting Migrantenouderen

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Afrondende besluitvorming na debat over Voortgang Uitvoeringsprogramma Vervoersongelijkheid 20252.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage nulmeting ’Vervoer voor Iedereen’ Periode: December 2024 – Januari 2025 Uitgevoerd door: Meetellen in Utrecht en Stichting Al Amal, in opdracht van de gemeente Utrecht (programma Vervoer voor Iedereen)

inleiding en leeswijzer In het najaar van 2024 zijn Meetellen in Utrecht en Stichting Al Amal door de gemeente Utrecht gevraagd om een nulmeting uit te voeren onder migrantenouderen in het kader van het programma Vervoer voor Iedereen. Meetellen in Utrecht heeft in afstemming met de gemeente en Al Amal een vragenlijst opgesteld en Al Amal heeft deze afgenomen onder de doelgroep. De panelmedewerkers van Meetellen in Utrecht hebben de vragen daarna zorgvuldig ingevoerd waarna de gegevens geanalyseerd konden worden. De resultaten zijn tenslotte verwerkt in deze rapportage. De rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk leest u wie er hebben meegedaan aan deze nulmeting. Het tweede hoofdstuk beschrijft hoe de respondenten de bereikbaarheid van voorzieningen ervaren. In hoofdstuk drie staat welke vervoersmiddelen het meest worden gebruikt. In hoofdstuk vier wordt tenslotte beschreven of respondenten de vervoersregelingen kennen, gebruiken en ervaren. In hoofdstuk vijf sluiten we af met de belangrijkste conclusies.

1

H1. achtergrondkenmerken van de respondenten 50 inwoners hebben meegedaan aan dit onderzoek. 88% van hen is vrouw. De gemiddelde leeftijd van de respondenten is 67 jaar.

migratieachtergrond 35% 30%

32%

30%

25%

26%

20% 15% 10% 5%

6%

6%

0% Surinaams

Turks

Marokkaans

Syrisch

Somalisch, Palestijns of Irakees

De meeste respondenten hebben een Surinaamse, Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond. Een klein deel heeft een Syrische, Somalische, Palestijnse of Irakese achtergrond. De respondenten van deze nulmeting zijn wat betreft afkomst een goede afspiegeling van de migrantenouderen in de stad Utrecht.

Ik kan in het Nederlands lezen

57%

Ik versta de Nederlandse taal

55%

Ik spreek de Nederlandse taal

63%

Geen van bovenstaande

29% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

De meeste respondenten kunnen in het Nederlands lezen, spreken of horen. Toch is er ook een relatief grote groep die de Nederlandse taal op geen enkele manier beheerst. Bijna een derde van de respondenten heeft moeite om de Nederlandse taal te spreken, te lezen en te verstaan.

2

hoe goed kunt u rondkomen van uw inkomen? Zeer slecht 2% Slecht

12%

Niet goed, niet slecht

50%

Goed

36%

Zeer goed

0% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

14% van de respondenten geeft aan slecht of zeer slecht te kunnen leven van hun inkomen. De helft van de respondenten geeft aan niet goed en niet slecht te kunnen rondkomen. 36% kan goed van hun inkomen rondkomen.

H2. bereikbaarheid van voorzieningen De huisarts/het gezondheidscentrum is voor de meeste respondenten makkelijk te bereiken. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan moeilijk bij het ziekenhuis te kunnen komen. 33% van de respondenten geeft aan dat vrienden en familie moeilijk te bereiken zijn. bereikbaarheid van voorzieningen 70%

67% 57%

60%

52%

50%

40%

40% 30%

33%

33%

30%

30%30%

35% 33% 30%

25%

24%

20%

20% 10%

54%

50%

6%

11% 2%

0%

Makkelijk

13%

10% 4%

0%

Een beetje makkelijk

0%

Moeilijk

0%

Ik kan er niet komen

* (Vrijwilligers) werk is maar voor 40% (20 respondenten) van toepassing. 3

2%

9%

Aan alle respondenten is gevraagd of er plekken zijn waar ze niet kunnen komen, terwijl ze dit wel zouden willen. 33 van de 50 respondenten geeft aan dat dit het geval is. Een groot deel van de respondenten geeft aan dat het moeilijk is om gelegenheden buiten hun eigen wijk te bezoeken. Veel respondenten noemen familieleden in andere wijken of steden als plek waar ze niet kunnen komen, ook al zouden ze dat wel willen. Verder noemen ze het centrum van Utrecht, verschillende bijeenkomsten, het buurtteam, de sportclub en andere uitjes. “Naar familie leden die in ander[e] wijk wonen. Het is voor mij zeer moeilijk, ik ben afhankelijk van mijn kinderen” “[De] vrouwen bijeenkomst wil ik [heen] gaan, maar [het] is voor mij moeilijk daar naartoe te gaan” Respondenten geven aan dat kosten, reisafstand en de moeilijkheid van de reis de voornaamste redenen zijn om niet op de plekken te kunnen komen waar ze wel zouden willen komen. Ook wordt het ontbreken van een rechtstreekste verbinding als reden gegeven. Zo is bijvoorbeeld de directe buslijn tussen Overvecht en Kanaleneiland komen te vervallen. “Ik wil wel naar andere plekken in de stad maar het is voor mij moeilijk (de kosten en ik weet de weg niet)” “[…] Bij deze ouderengroep. [Er is] Geen directe verbinding”

H3. verschillende manieren van vervoer De respondenten hebben aangegeven welke vervoersmiddelen ze meestal, soms of nooit gebruiken. Ze geven aan vooral lopend, met anderen mee in de auto of met het openbaar vervoer te reizen. Van de (elektrische) fiets, de brommer of scooter wordt door meer dan 90% van de respondenten nooit gebruik gemaakt. Inwoners die de Nederlandse taal niet spreken, verstaan of kunnen lezen verplaatsen zich voornamelijk lopend. Ze gebruiken andere vervoersmiddelen nauwelijks. Inwoners die niet goed kunnen rondkomen maken vaker gebruik van de scootmobiel of het openbaar vervoer. Inwoners die (zeer) goed kunnen rondkomen maken meer gebruik van hun eigen auto of aanvullend vervoer.

4

gebruik van vervoersmiddelen 120% 100%

84%

80% 60% 40% 20%

69%

98%

91%

80%

63%

55% 47%

35%

32% 18%

13%

19%

25% 13%

13%

8% 8%

14% 6%

4% 4%

0%

Meestal

Soms

0% 2%

Nooit

Bij de vervoersmiddelen die de respondent meestal gebruikt is gevraagd waarom de respondent voor deze vervoersmiddelen kiest. Veel respondenten geven aan dat ze voor een bepaald vervoersmiddel kiezen omdat dit vervoersmiddel makkelijk te gebruiken is. “Dat [zelf met de auto] is makkelijk, met de bus moeilijk.” De veiligheid, de kosten en de afstand naar het vervoersmiddel worden ook genoemd als redenen om wel voor een bepaald vervoersmiddel te kiezen. Ook ervaren respondenten dat ze soms genoodzaakt zijn om voor een bepaald vervoersmiddel te kiezen, omdat het gebruik van andere vervoersmiddelen niet mogelijk is. “[De] bushalte [is] vlakbij mijn huis” “Ik ben genoodzaakt om te lopen omdat ik geen andere keus heb” Verschillende respondenten hebben aangegeven dat ze bepaalde vervoersmiddelen nooit gebruiken. Ook hierbij is aan de respondenten gevraagd waarom dit het geval is. De meeste respondenten noemen dat ze bepaalde vervoersmiddelen niet gebruiken omdat ze deze vervoersmiddelen niet hebben. Ook geven veel respondenten aan dat ze bepaalde vervoersmiddelen niet kunnen besturen. “Omdat ik geen rijbewijs heb en ook niet kan fietsen […]”

5

Verder geven een aantal respondenten aan dat ze het gebruik van bepaalde vervoersmiddelen eng of gevaarlijk vinden. Een verre afstand of een ingewikkelde verbinding is ook een reden is om een vervoersmiddel nooit te gebruiken. Ook kan een deel van de respondenten door gezondheidsproblemen niet of moeilijk reizen met bepaalde vervoersmiddelen. “Ik vind fietsen gevaarlijk.” “In en uitstappen gaat moeizaam en langzaam.” Respondenten ervaren dat het niet kunnen spreken, lezen of schrijven van de Nederlandse taal een reden is om bepaalde vervoersmiddelen niet te gebruiken. “ Ik spreek geen Nederlandse taal dus ik kan niet de taxi bellen” Andere redenen waarom respondenten nooit bepaalde vervoersmiddelen gebruiken zijn de kosten. Ze noemen dat bepaalde vervoersmiddelen te duur zijn om te gebruiken, en dat er daarom nooit gebruik van wordt gemaakt.

H4. vervoersregelingen Een kwart van de respondenten geeft aan voldoende op de hoogte te zijn van de verschillende vervoersregelingen in Utrecht. Respondenten die de Nederlandse taal niet spreken, lezen of verstaan geven minder vaak aan op de hoogte te zijn van vervoersregelingen en geven vaker aan dat ze het niet weten. Dat geldt ook voor inwoners die minder goed kunnen rondkomen.

ben je voldoende op de hoogte van de vervoersregelingen in Utrecht?

Ja, ik ben voldoende op de hoogte

25%

Nee, ik ben onvoldoende op de hoogte

40%

Ik weet het niet

35%

0%

10%

20%

6

30%

40%

50%

Aan de respondenten is gevraagd of ze met de vervoersregelingen in Utrecht bekend zijn en of ze hier gebruik van maken. Van de U-pas wordt het meest gebruik gemaakt, de helft van de panelleden (kent en) gebruikt deze regeling. 38% kent de U-pas, maar gebruikt het (nog) niet. De andere vervoersregelingen zijn minder bekend en worden minder gebruikt. Zo rond de 20-30% van de respondenten kent de fietslessen, het gratis OV voor 66+ en de regelingen voor aanvullend vervoer. kennen en gebruiken van vervoersregelingen 90%

82%

80%

80% 67%

70%

76%

64%

62%

60% 50% 40%

50% 38%

31%

30% 20%

12%

10%

28%

24% 12%

11% 2%

16% 2%

15% 4%

16% 8%

0% U-pas

Fietslessen

Kent de regeling

Gratis OV

Aanvullend vervoer

Fietsdeal

Kent en gebruikt de regeling

Doortrappen Kennismaken OV

Geen van beide

Voor vrijwel alle vervoersregelingen geldt dat deze minder vaak bekend zijn en worden gebruikt door respondenten die de Nederlandse taal niet spreken, kunnen lezen of verstaan. De uitzondering is de U-pas, die is juist meer bekend en wordt even vaak gebruikt. Als we kijken naar inwoners die minder goed kunnen rondkomen (niet goed, niet slecht, slecht en zeer slecht) zien we dat voor de meeste vervoersregelingen geldt dat ze deze vaker kennen en er ook vaker gebruik van maken dan inwoners die (zeer) goed kunnen rondkomen. Aan respondenten die gebruik gemaakt hebben van een of meerdere vervoersregelingen hebben we gevraagd hoe hun ervaringen daarmee waren. De meeste reacties zijn positief. Respondenten gebruiken een regeling bijvoorbeeld om met openbaar vervoer naar locaties te gaan, om te sporten of naar zorgverleners te reizen. Respondenten zijn blij met de mogelijkheid die de U-pas biedt om het budget ook in te zetten voor openbaar vervoer, maar vinden budget te laag. Je kan van het totale budget (150,-) maar 75,- gebruiken voor openbaar vervoer. “Ik wil U-pas voor OV gebruiken maar ik kan alleen €75 euro gebruiken” “Ik vind het geld voor U-pas weinig” 7

34 van de 50 respondenten hebben gereageerd op de vraag of ze nog iets kwijt willen over het onderwerp vervoer. Meer dan de helft van de reacties gingen over het feit dat het gebruiken van openbaar vervoer te duur is en dat het goedkoper gemaakt zou moeten worden. Ook doen meerdere respondenten de oproep om openbaar vervoer gratis te maken voor alle 65-plussers en niet alleen te kijken naar inkomen. Sommige respondenten voelen zich namelijk uitgesloten van huidige regeling. “Ja, ik vind dat niet alleen minima in aanmerking moet komen, maar iedereen! Alle burgers” “Het zou fijn zijn dat ouderen gratis vervoer krijgen” Andere respondenten geven mee dat er meer rekening gehouden moet worden met inwoners die niet goed kunnen lezen en schrijven. “Graag rekening houden met mensen die niet kunnen lezen en schrijven” Respondenten geven ook verschillende andere ideeën en wensen mee. Zo noemen enkele respondenten dat er meer voorlichting en aandacht zou moeten komen voor de vervoersregelingen, omdat deze voor hen niet bekend waren. Anderen geven aan dat de parkeerkosten toenemen en dat dit hen belemmert om de deur uit te kunnen gaan. Ook geeft een respondent aan dat het niet altijd gemakkelijk voor ouderen is om in het openbaar vervoer in te stappen.

H5. conclusie Een groot deel van de respondenten kan vrienden, familie of het ziekenhuis moeilijk te bereiken. De huisarts en het gezondheidscentrum zijn daarentegen wel vaak goed te bereiken. Verschillende respondenten kunnen op bepaalde plekken niet komen, terwijl ze dit wel graag zouden willen. Zo zouden ze graag verschillende bijeenkomsten, sportclubs en andere plekken in de stad willen bezoeken, maar kunnen ze deze plekken niet of moeilijk bereiken. De respondenten reizen vooral te voet, met anderen mee in de auto of met het openbaar vervoer. Ze gebruiken de (elektrische) fiets, brommer of scooter nauwelijks. Het niet kunnen besturen, of het niet bezitten van een bepaald vervoersmiddel is de voornaamste reden om niet van het vervoersmiddel niet te gebruiken. Gemak in gebruik, kosten en de afstand naar het vervoersmiddel zijn belangrijke overwegingen om (niet) voor bepaalde vervoersmiddelen te kiezen. Een kwart van de respondenten is voldoende op de hoogte van vervoersregelingen die er in Utrecht beschikbaar zijn. De verkeersregeling waar het meeste gebruik van wordt gemaakt is de U-pas, namelijk door de helft van de respondenten. Een groot deel van de respondenten is positief over de gebruikte vervoersregelingen. Zo geven ze aan dat ze door de specifieke vervoersregeling op een bepaalde plek kunnen komen, waar dat anders niet was gelukt. 8

Tenslotte geven respondenten aanbevelingen mee als het gaat over vervoer en mobiliteit. De meeste aanbevelingen die de respondenten geven gaan over het goedkoper/gratis maken van het openbaar vervoer, omdat het nu te duur is om te gebruiken.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=54937c75-e5b3-4e76-a5de-f41ed5742cdb