Rapportage Hemelwaterafvoer Choorstraat.pdf
Tekst van het document
Hemelwaterafvoer Choorstraat Veldonderzoek en systeemanalyse
Gemeente Utrecht 21 september 2021
Project Opdrachtgever
Hemelwaterafvoer Choorstraat Gemeente Utrecht
Referentie
Veldonderzoek en systeemanalyse Definitief 21 september 2021 125319/21-014.203
Projectcode
125319
Document Status Datum
Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Catharijnesingel 33 Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toest emming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
ALGEMEEN
7
1.1
Inleiding
7
1.2
Onderzoeksvragen
7
1.3
Veldinspecties
7
1.4
Opzet rapportage
8
2
PROBLEEMBESCHRIJVING
9
2.1
Algemeen
9
2.2
Choorstraat
11
2.3
Choorstraat
13
2.4
Choorstraat
15
2.5
Choorstraat
16
3
ANALYSE HEMELWATERSYSTEEM
18
3.1
Aanvoer van water
18
3.2
Afvoer van water
19
3.2.1 3.2.2
19 20
Gemeentelijk hemelwaterafvoersysteem Particuliere huisaansluitingen en hemelwaterafvoersystemen in de kelders
4
FAALMECHANISMEN BESTAAND HEMELWATERSYSTEEM
27
4.1
Knelpunt 1: concentratie van water bij dakafvoer nummer
27
4.2
Knelpunt 2: ontbreken afvoer vanuit het zwik tussen de kelderbogen
28
4.3
Knelpunt 3: vochtinzuiging baksteen en metselmortel
28
4.4
Knelpunt 4: scheuren in de kelderbogen
29
5
VERBETERMAATREGELEN
30
5.1
Algemeen
30
5.2
Optie A: lekvrij maken kelders (maar niet vochtvrij)
30
5.2.1 5.2.2
Maatregel 1: verbinden dakafvoer nummer Maatregel 2: dichtsmeren scheuren
met rioleringsstelsel
30 30
5.2.3 5.2.4 5.2.5
Maatregel 3: vervangen gemetselde afvoer door drainage en grondkoffer Maatregel 4: verbeteren ondergrondse afvoersystemen van lekwater (Alternatieve) Maatregel 5: verminderen inzijging naar ondergrond
31 32 32
5.3
Optie B: lek- en vochtvrij maken kelders (maatregel 6)
33
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
34
6.1
Conclusies
34
6.2
Aanbevelingen
35
Laatste pagina
36
Bijlage(n) I
Tekening ‘Situatie, lengteprofielen en details’ Choorstraat tussen Steenweg en Stadhuisbrug, 15.350-1, d.d. 20 september 1989
Aantal pagina's 1
2 PROBLEEMBESCHRIJVING 2.1
Algemeen
In de straatkelders van de panden van Choorstraat wordt vocht en/of lekkage ervaren. Per pand wordt een beschrijving van de problematiek opgenomen. Het gaat hierbij om 4 panden, zoals opgenomen in tabel 2.1.
Tabel 2.1 Onderzochte kelders van panden Adres
Commerciële ruimte
Choorstraat Choorstraat Choorstraat Choorstraat
De panden Choorstraat tot en met zijn alle verbonden met straatkelders die zich uitstrekken over de gehele breedte van de Choorstraat tot aan de gevels aan de oneven zijde. De aanleg van de kelders begon al in de 16de eeuw en de kelders zijn tot op de dag van vandaag (voor het merendeel) onderling verbonden. Een overzicht en dwarsdoorsnede van deze kelders zijn weergegeven in afbeelding 2.1 en 2 2. De tekeningen zijn opgenomen in bijlage I.
9 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
Afbeelding 2.3 ø200 mm rioolbuis in kelders, tevens weergegeven in afbeelding 2.1
In de volgende paragrafen worden de ervaren problemen per pand/kelder toegelicht.
2.2
Choorstraat
De straatkelder van Choorstraat bestaat uit 2 helften met een tussenmuur. De tussenmuur loopt niet helemaal door naar achteren, waardoor de 2 helften aan de achterzijde met elkaar in verbinding staan. Recent is door IV-Infra een rapportage opgeleverd aangaande de inspectie van de civiele constructie getiteld ‘Inspectierapport WK Choorstraat - Werfkelder Choorstraat d.d. 31 augustus 2020. In de rapportage wordt vastgesteld dat het gewelf plaatselijk gescheurd is, waarbij de scheuren een maximale lengte van 6,5 m hebben en een maximale wijdte van 4 mm. De scheuren bevinden zich voornamelijk in de kelderboog, enkele meters van de gevel van het pand. De eigenaar van dit pand ervaart bij regenval vochtproblemen in de zuidwest hoek van het pand op het niveau van maaiveld. Inpandig is er een keldervloer op zowel -1 niveau (tussenniveau) als op -2 niveau (niveau van de straatkelder). Op -1 niveau wordt inpandig ook vochtdoorslag gezien in de zuidwesthoek van het pand Daarnaast wordt in de straatkelder op -2 niveau lekkage ervaren, met name door de scheuren in de gewelfboog. Bij het veldbezoek werd op maaiveldniveau geconstateerd dat er sprake is van vocht in de zuidwestelijke hoek van de commerciële ruimte, waarbij ook vocht onder de houten vloerplanken en droogloopmat werd gezien. Foto’s hiervan zijn opgenomen in afbeelding 2.4.
11 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
Afbeelding 2.4 Vocht in de zuidwesthoek, onder de vloerplanken en de droogloopmat
Direct onder de zuidwesthoek in afbeelding 2.4 worden ook op de lagere niveaus problemen ervaren. Op kelderniveau -1 kan inpandig doortrekkend vocht worden gezien op de muren en op kelderniveau -2 wordt lekkage gezien vanuit de scheuren in de kelderboog. Dit is weergegeven in afbeelding 2.5.
Afbeelding 2.5 Vocht in de muren op kelderniveau -1 en lekkage vanuit scheuren op kelderniveau -2
12 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
2.5
Choorstraat
De straatkelder van nummer bestaat uit meerdere delen waarbij het achterste deel parallel loopt aan de gevel van de oneven zijde. De straatkelder van dit pand vertoont over alle wanden en plafonds tekenen van vocht. Ook wordt op de wanden zoutuitbloeiing gezien, mogelijk afkomstig van strooizout of uit het materiaal van de muur zelf. In afbeelding 2.11 wordt een indruk van de situatie weergegeven.
Afbeelding 2.11 Vochtplekken en zoutafzetting op wanden door gehele kelder nummer
De locatie met de meest ernstige wateroverlast, waarbij ook lekkage optreedt, bevindt zich op de aansluiting van de kelder met pand nummer aan de overzijde. In afbeelding 2.12 is dit weergegeven in overzicht en dwarsdoorsnede.
16 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
Uit de watertest wordt geconcludeerd dat de gemetselde afvoer die vanaf maaiveld zichtbaar is en die achter de spuwers loopt niet direct met elkaar verbonden zijn. Daarmee lijkt er sprake te zijn van 2 aparte gemetselde afvoeren op verschillende hoogtes zoals weergegeven in afbeelding 3.9. De bovenste gemetselde afvoer is daarbij niet aangesloten op de riolering en dus feitelijk nergens mee verbonden. Vanuit de onderste gemetselde afvoer voert water af op de standleidingen van waaruit het (vermoedelijk) infiltreert naar de ondergrond. Choorstraat Uit de inspectie van de kelder van Choorstraat bleek dat er in de kelder geen afvoersysteem aanwezig is. Wel werd een oude, half ingemetselde, standleiding gezien die naar beneden liep. Onbekend is wat er op deze leiding is aangesloten en of deze afvoer nog functioneert. Er is geen test uitgevoerd op deze leiding. De standleiding is weergegeven op de foto in afbeelding 3.10.
Afbeelding 3.10 Oude, half ingemetselde, standleiding in de straatkelder van Choorstraat nummer
Op basis van de waarnemingen en testen die zijn uitgevoerd bij nummers en wordt vermoed dat bij nummer een vergelijkbaar systeem ligt met oude gemetselde afvoeren op het zwik tussen de kelderbogen en standleidingen in de keldermuren die nergens op afvoeren. Choorstraat Uit de inspectie van kelder nummer bleek dat er golfplaten tegen de zuidelijke helft van het gewelf waren aangebracht om het lekwater te verzamelen aan de onderzijde van de muur alwaar het wordt opgevangen in een dakfvoer en afloopt naar een dompelpomp. Ook op een tweede locatie in de kelder werd een dergelijk systeem aangetroffen om lekwater af te voeren. Foto’s van dit systeem zijn weergegeven in afbeelding 3.11.
24 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
4 FAALMECHANISMEN BESTAAND HEMELWATERSYSTEEM In hoofdstuk 3 werd het theoretisch werkingsprincipe van het hemelwatersysteem van Choorstraat besproken. In dit hoofdstuk worden de manieren beschouwd waarop dit systeem in de praktijk ‘faalt’, hoewel op deze locatie niet zozeer moet worden gesproken van een ‘falend’ systeem, maar eerder over een goeddeels afwezig systeem. Deze mechanismen zijn geïdentificeerd op basis van een korte case study en daarmee niet met zekerheid allesomvattend of volledig dekkend ten aanzien van de oorzakelijkheid van de lekkages. Door de ervaren problemen in het verleden hebben voorgaande gebruikers ad-hoc oplossingen toegepast om met lekwater om te gaan. Deze oplossingen hebben de overlast ten dele verminderd, maar daarmee is geen betrouwbaar systeem ontwikkeld. De knelpunten die een rol spelen in de problematiek worden hieronder beschouwd. Deze knelpunten worden in dit hoofdstuk gescheiden besproken. In de praktijk kunnen deze niet als geheel gescheiden worden gezien. Deze hebben een onderlinge wisselwerking en versterken elkaar in de loop van de tijd.
4.1
Knelpunt 1: concentratie van water bij dakafvoer nummer
Specifiek bij nummer kan worden gezien dat direct bij de uitlaat van dakafvoer nummer water het metselwerk (en de achterliggende constructies) intrekt. Uit de veldinspecties werd geconcludeerd dat de open dakafvoer een belangrijke rol speelt in de lekkage problematiek bij nummer Dit komt ook duidelijk naar voren in de foto in afbeelding 4.1.
27 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
Afbeelding 4.1 Open dakafvoer nummer
4.2
speelt belangrijk rol in vochtproblemen
Knelpunt 2: ontbreken afvoer vanuit het zwik tussen de kelderbogen
Uit de veldinspectie is gebleken dat zich op het zwik van de kelderbogen van nummer en gemetselde afvoeren bevinden. Uit de watertesten is echter gebleken dat het water niet wordt afgevoerd. In de keldermuren van nummer en werden ingemetselde standleidingen gezien. Uit de watertesten en duwcamera-inspectie bij nummer werd echter geconcludeerd dat deze niet op het zwik zijn aangesloten. Vermoedelijk sloten deze leidingen ooit aan op eindriolen onder de panden die in de huidige situatie niet langer functioneren. Bij nummer werden de standleidingen nog wel succesvol ingezet om de drupafvoer uit de spuwers af te voeren, maar dit systeem functioneert onvoldoende om vochtdoorslag te voorkomen in kelder nummer Het feit dat de gemetselde afvoeren van nummer en (en vermoedelijk ook die van nummer en geen werkende of functionele afvoer hebben, speelt een zeer belangrijke rol in de problemen. Het water dat de grond inzijgt verzamelt zich dus in het zwik tussen de kelderbogen en zit daar vervolgens vast tussen de pandgevels. Er zijn vanaf het zwik geen functionerende afvoeren aanwezig waardoor het water maar 1 kant op kan en dat is doorslaan naar de kelders.
4.3
Knelpunt 3: vochtinzuiging baksteen en metselmortel
Bakstenen en metselmortel hebben een vochtinzuigende werking. De mate waarin dit gebeurt is sterk afhankelijk van het type baksteen en mortel. De oude bakstenen en metselmortel, die zijn gebruikt in de bouw van de oude straatkelders, zuigen in sterke mate vocht op. In afbeelding 4.2 is ter illustratie hiervan een foto weergegeven van een gracht in Den Bosch. Te zien is dat het vocht ruim een meter omhoog wordt gezogen in de oude bakstenen.
28 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
Afbeelding 4.2 Voorbeeld foto die inzuigende werking van oude baksteentypes toont
De relevantie voor de situatie aan de Choorstraat is dat het water dat vanaf de straat inzijgt gemakkelijk wordt ingezogen in de kelderbogen hetgeen snel leidt tot vochtige keldermuren, met name waar deze direct grenzen aan het zwik.
4.4
Knelpunt 4: scheuren in de kelderbogen
In kelders zonder scheuren, zoals kelder nummer welke in relatief goede staat is, wordt weinig lekkage ervaren maar wordt het vocht over een groter oppervlak verdeeld waardoor er eerder sprake is van ‘vocht’ en niet zozeer ‘lekkage’. Met name kelder nummer is hier een goed voorbeeld van. Wanneer er echter (aanzienlijke) scheuren aanwezig zijn kan het water zich gemakkelijk concentreren op deze locaties. Dit leidt dan vervolgens tot lekkage (concentratie van vocht), zoals wordt gezien in kelder nummer
29 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
5 VERBETERMAATREGELEN 5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk worden mogelijke verbetermaatregelen beschouwd. De verbetermaatregelen worden alleen besproken op hoofdlijnen, er worden geen detailanalyses of berekeningen uitgevoerd. Bij het beschouwen van de mogelijke verbetermaatregelen wordt een onderscheid gemaakt ten aanzien van het gewenste resultaat: - optie A: lekvrij maken van de kelders, maar deze blijven dan wel vochtig; - optie B: lek- en vochtvrij maken van de kelders, waarbij de kelders droog zijn en er ook geen (of weinig) vochtvlekken op de wanden of het pleisterwerk zullen ontstaan. De mogelijke verbetermaatregelen voor opties A en B worden in de volgende paragrafen beschouwd.
5.2
Optie A: lekvrij maken kelders (maar niet vochtvrij)
In deze optie worden alleen werkzaamheden uitgevoerd die beogen de ernstigste lekkage te voorkomen. De mogelijke maatregelen zijn beperkt in omvang en zullen niet voorkomen dat de kelders in zekere mate vochtig zullen blijven.
5.2.1
Maatregel 1: verbinden dakafvoer nummer
met rioleringsstelsel
Om de problematiek bij nummer te verminderen kan de dakafvoer van nummer direct worden verbonden met het gemeentelijk riool. Hiertoe kan de buis worden aangesloten op de inpandige riolering in kelder nummer ofwel in kelder nummer volledig door worden getrokken naar de ø200 mm leiding achterin de kelder.
5.2.2
Maatregel 2: dichtsmeren scheuren
In de toekomst zal vocht zich blijven verzamelen in het zwik tussen de kelderbogen. Dit lekt vervolgens gemakkelijk via scheuren in het gewelf de kelders in. Door het dichtsmeren van de scheuren wordt voorkomen dat het water zich concentreert. Daarbij is het belangrijk dat de scheur over de gehele dikte van de muur of boog wordt gedicht. Na uitvoer zal het water voortaan over een groter oppervlak door de muur of het gewelf trekken. Hierdoor worden de problemen verspreid over een groter oppervlak. De totale hoeveelheid vocht die de kelder binnenkomt verandert met deze maatregel dus niet, alleen hoe de indringing van vocht wordt verdeeld over de tijd en over de kelderwand.
30 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
-
wanneer asfalt onwenselijk is, vervangen van de bestaande open verharding met een andere type open verharding dat minder water door de voegen laat. Wanneer de gemeente deze aanpak wil overwegen wordt geadviseerd onderzoek te doen of er een type open verharding bestaat die in staat is om inzijging van hemelwater aanzienlijk te verminderen. Ook dient onderzocht te worden welk wegprofiel wenselijk en haalbaar is in de Choorstraat gegeven de hoge ligging van de kelderbogen.
5.3
Optie B: lek- en vochtvrij maken kelders (maatregel 6)
De genoemde maatregelen onder optie A zullen voor verbetering zorgen maar de kelders zullen, zelfs bij uitvoer van alle maatregelen, altijd in zekere mate vochtig blijven. Om de kelders geheel vochtvrij te maken dient een (goed functionerende) waterdichte laag te worden aangebracht op de kelderbogen (maatregel 6). Alleen zo kan een volledig vochtvrije kelder worden bewerkstelligd. Dit is wel de meest kostbare oplossing. Wanneer wordt gekozen voor deze aanpak dient rekening te worden gehouden met de volgende 3 aandachtspunten: - ook de uitvoer van andere maatregelen 1, 2 en 3 is benodigd in combinatie met deze maatregel; - uit praktijkervaring op andere locaties blijkt dat de levensduur van een waterdichte laag rond de 30 jaar is. Op termijn zal deze laag dus moeten worden vervangen; - uit praktijkervaring op andere locaties is er een vermoeden dat het aanbrengen van de waterdichte laag op de kelderbogen er voor kan zorgen dat de metselmortel zodanig uit kan drogen dat deze kan verbrokkelen. Geadviseerd wordt om hier nader onderzoek naar uit te voeren alvorens er wordt besloten om een waterdichte laag aan te brengen.
33 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
geadviseerd. Op die manier wordt namelijk het bestaande, slecht functionerende, ad-hoc systeem verder uitgebreid en moet gebruik worden gemaakt van de afvoer via de oude, onbetrouwbare standleidingen. Choorstraat nummer De vochtproblemen in de kelder van Choorstraat nummer worden door de gehele kelder gezien. Het is daarom niet waarschijnlijk dat een ingreep op maaiveldniveau (anders dan asfaltering van de hele straat) afdoende werkt. Om de lekkage op de aansluiting met nummer te voorkomen kan een lijngoot op maaiveldniveau worden overwogen, maar ook daarbij is de kans aanzienlijk dat deze ingreep (zonder dit te combineren met een herinrichting van maaiveld) de problemen in kelder nummer onvoldoende verbetert.
6.2
Aanbevelingen
In hoofdstuk 5 worden mogelijke maatregelen onderscheiden. Het positieve effect van deze maatregelen loopt steeds verder op, maar ze brengen ieder ook steeds grotere kosten met zich mee. Onze aanbevelingen ten aanzien van deze maatregelen zijn als volgt: - geadviseerd wordt dat de maatregelen door de eigenaren/gebruikers en de gemeente samen worden doorgesproken en bij elke stap gezamenlijk een afweging maakt tussen de gebruiksfunctie enerzijds en de kosten anderzijds; - geadviseerd wordt om eerst kleine maatregelen te nemen en het effect ervan te monitoren. Daarna kan een afweging worden gemaakt of grotere maatregelen gewenst zijn; - concreet op deze locatie kan bijvoorbeeld worden begonnen met maatregel 1 en 2, het direct aansluiten van de dakafvoer van nummer op de riolering en het dichtsmeren van de scheuren, waarna het effect hiervan wordt geëvalueerd. Vervolgens kan, indien gewenst, een keuze worden gemaakt uit: · maatregel 3, de aanleg van een drainagesysteem vanaf het zwik van de kelderbogen. Bij de uitvoer van maatregel 3 wordt geadviseerd hierbij direct een smalle strook waterdichte laag aan te brengen, om het effect van de maatregel te maximaliseren en in voorbereiding op de eventuele uitvoer van maatregel 6; of · maatregel 4, het verbeteren van de bestaande oplossingen die in de kelders zijn aangelegd om met lekwater om te gaan.
Bij uitvoer van maatregel 4 wordt geadviseerd per kelder in overleg met de eigenaar de werkzaamheden vast te stellen en tevens heldere afspraken te maken tussen gemeente en eigenaren over toekomstig onderhoud van en verantwoordelijkheid voor de systemen; - na de uitvoering van maatregel 3 of 4 kan opnieuw het effect worden geëvalueerd waarna, indien wenselijk, kan worden overgegaan tot de uitvoer van maatregel 5 of 6; - voor maatregel 5, het plaatsen van extra kolken met eventuele herinrichting van maaiveld, wordt geadviseerd om te onderzoeken of er mogelijkheden bestaan om een type open verharding te plaatsen dat minder water doorlaat dan de bestaande verharding. Om afstroming naar kolken te bevorderen wordt geadviseerd daarbij gelijktijdig het wegprofiel aan te passen. Geadviseerd wordt om een wenselijk en haalbaar wegprofiel te onderzoeken voor de Choorstraat, gegeven de hoge ligging van de kelderbogen. Van enkel het plaatsen van extra kolken, zonder daarbij een ingreep op maaiveld, wordt namelijk niet verwacht dat dit een aanzienlijke verbetering zal opleveren; - indien in dit stappenplan wordt overgegaan tot de uitvoer van maatregel 6 dient daarbij rekening te worden gehouden met het volgende: · maatregel 6 moet worden gecombineerd met maatregelen 1, 2 en 3; · uit praktijkervaring op andere locaties blijkt dat de levensduur van een waterdichte laag rond de 30 jaar is.
Op termijn zal deze laag dus moeten worden vervangen; · ook is uit de praktijkervaring gebleken dat door de aanbreng van een waterdichte laag het niet kan worden gegarandeerd dat vochtproblemen geheel worden weggenomen. Gezien wordt dat deze in de loop van de tijd ook ernstiger kunnen worden met het verslechteren van de kwaliteit van de waterdichte laag. Hieruit blijkt dat het vrijwel onmogelijk is om gemetselde kelders in zeer oude gebouwen in het Nederlandse klimaat en op dergelijke locaties volledig en duurzaam droog te krijgen; · uit praktijkervaring op andere locaties is er een vermoeden dat het aanbrengen van de waterdichte laag op de kelderbogen er voor kan zorgen dat de metselmortel zodanig uit kan drogen dat deze
35 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
-
kan verbrokkelen. Geadviseerd wordt om hier nader onderzoek naar uit te voeren alvorens er wordt besloten om een waterdichte laag aan te brengen; tot slot zijn voor de uitvoer van maatregel 6 de volgende onderzoeksvragen van belang, die nader moeten worden onderzocht: · wat is het meest geschikte materiaal voor het aanbrengen van de waterdichte laag in deze situatie? · wat is het meest geschikte hechtingssysteem tussen de waterdichte laag en andere materialen? Deze aanhechtingen vormen de grootste risico-locaties voor lekkage; · wie is eigenaar van en verantwoordelijk voor het eventuele drainagesysteem en de eventuele waterdichte laag in de toekomst?
36 | 36
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Definitief 02
Bijlage(n)
I BIJLAGE: TEKENING ‘SITUATIE, LENGTEPROFIELEN EN DETAILS’ CHOORSTRAAT TUSSEN STEENWEG EN STADHUISBRUG, 15.350-1, D.D. 20 SEPTEMBER 1989
Witteveen+Bos | 125319/21-014.203 | Bijlage I | Definitief
www.witteveenbos.com