CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht.pdf

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 7 januari 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Onderzoek behoefte sportcapaciteit21.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht

Vraag-aanbodanalyse naar formele binnen- en buitensportaccommodaties

Karin Wezenberg-Hoenderkamp Björn Schadenberg

Vraag-aanbodanalyse naar formele binnen- en buitensportaccommodaties

In opdracht van de gemeente Utrecht

© Mulier Instituut Utrecht, december 2019

Mulier Instituut sportonderzoek voor beleid en samenleving Postbus 85445 | 3508 AK Utrecht Herculesplein 269 | 3584 AA Utrecht T +31 (0)30 721 02 20 | I www.mulierinstituut.nl E info@mulierinstituut.nl | T @mulierinstituut

2

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

Managementsamenvatting

5

1.

Inleiding

7

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Context Bevolking Sportdeelname Hockey-, tennis- en voetbal Andere veldsporten Zaalsporten

9 9 11 12 15 16

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Binnensport Aanbod Behoefte Gebruik Verenigingen aan het woord Terugblik vraag-aanbodanalyse editie 2017

17 17 21 22 32 32

4. 4.1 4.2 4.3 4.4

Hockey Huidige situatie Toekomst Verenigingen aan het woord Terugblik vraag-aanbodanalyses editie 2017

34 34 36 39 39

5. 5.1 5.2 5.3 5.4

Tennis Huidige situatie Toekomst Verenigingen aan het woord Terugblik vraag-aanbodanalyses editie 2016

40 40 41 46 46

6. 6.1 6.2 6.3 6.4

Voetbal Huidige situatie Toekomst Verenigingen aan het woord Terugblik vraag-aanbodanalyses editie 2016

47 47 49 55 55

7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Overige buitensporten Atletiek Cricket Handbal Honk- en softbal Korfbal Rugby Frisbee, lacrosse en padel Verenigingen aan het woord Terugblik vraag-aanbodanalyse editie 2017

56 56 58 59 60 61 63 64 64 65

8. 8.1 8.2 8.3 8.4

Conclusies en aanbevelingen Binnensport Hockey, tennis en voetbal Overige buitensporten Aanbevelingen

Bijlagen Bijlage 1 Bevolkingscijfers Bijlage 2 Herkomstcijfers Bijlage 3 Afstandscijfers Bijlage 4 Binnensportcijfers

4

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

66 66 67 69 70 71 71 72 74 78

Het aanbod aan binnensportaccommodaties in Utrecht bestaat uit twintig sporthallen, negen sportzalen en 81 gymzalen (inclusief het aanbod voor studentensport). De gemeente Utrecht hanteert een van de landelijke richtlijn afgeleide ‘Utrechtse richtlijn’ van één sporthal per 17.500 inwoners. Met twintig sporthallen voldoet de gemeente in 2019 aan deze Utrechtse richtlijn. In 2040 zijn, op basis van de bevolkingsprognose, zes extra sporthallen nodig. De bouw van vier sporthallen is reeds door de gemeente geprogrammeerd. De gemeente heeft geen richtlijn voor sportzalen en waar het gaat om gymzalen is onderwijshuisvesting verantwoordelijk, vanuit de taakstelling om voor voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs te zorgen. De gemeentelijke sporthallen en de sporthallen van Sportcentrum Olympos zijn gedurende het hele jaar 41 procent van de tijd bezet (365 dagen; 08:00 – 23:00). Dit is nagenoeg gelijk aan de gemiddelde jaarbezetting in vergelijkbare gemeenten. De Utrechtse sportzalen hebben gemiddeld een lagere jaarbezetting dan de vergelijkbare gemeenten. De gemiddelde jaarbezetting van de gymzalen in Utrecht komt overeen met de vergelijkbare gemeenten. De Utrechtse sporthallen zijn in de wintermaanden op de doordeweekse avonden tussen 18:00 en 22:00 nagenoeg volledig bezet. Buiten de piekuren en buiten de wintermaanden is er nog ruimte in de sporthallen.

De Utrechtse sporthallen (exclusief Sportcentrum Olympos) hebben gemiddeld een licht hogere bezettingsgraad dan het gemiddelde van de benchmark, tijdens alle tijdsperiodes, zowel doordeweeks als in het weekend, zowel in het laagseizoen als het hoogseizoen. Uitzondering hierop is de gemiddelde bezetting op zondag in het hoogseizoen van de Utrechtse sporthallen. Deze is gelijk aan de benchmark. Het gebruik van sport- en gymzalen is ‘s avonds gemiddeld lager dan de bezetting in vergelijkbare gemeenten. Ook in het weekend worden de sport- en gymzalen zeer beperkt gebruikt. De verenigingen herkennen zich niet in de situatie dat het aantal sporthallen in de gemeente voldoet aan de behoefte zoals gesteld volgens de Utrechtse norm van 1 sporthal op 17.500 inwoners. De verenigingen ervaren al enkele jaren een tekort aan sporthallen waardoor ze noodgedwongen wachtlijsten hanteren.

Ledenontwikkeling Het totale aantal leden van de Utrechtse hockey- en voetbalverenigingen is in de periode tussen 2014 en 2019 met respectievelijk circa 2.000 hockeyleden (+29%) en circa 1.800 voetballeden (+12%) toegenomen. Het totale aantal leden van de Utrechtse tennisverenigingen is in 2019 daarentegen nagenoeg gelijk aan het aantal in 2014 (-1%). Het aantal inwoners van Utrecht is in dezelfde periode met circa 25.000 toegenomen (+8%). Vergeleken met de landelijke ontwikkelingen bij deze drie sportbonden hebben de Utrechtse verenigingen zich beter ontwikkeld. Het aantal leden van de Utrechtse hockeyverenigingen is meer gestegen en het aantal tennisleden minder afgenomen ten opzichte van de landelijke ontwikkeling tussen 2014 en 2018. Landelijk is de voetbaldeelname licht afgenomen, terwijl het aantal leden van de Utrechtse voetbalverenigingen is toegenomen. Herkomst en afstand In Noordoost, Oost en Vleuten-De Meern zijn relatief veel mensen lid van een Utrechtse hockey-, tennisen/of voetbalvereniging. Relatief weinig mensen woonachtig in Overvecht en Noordwest zijn lid van een Utrechtse hockey-, tennisvereniging of voetbalvereniging. In Overvecht is het verschil tussen enerzijds de hockeydeelname (bij een Utrechtse vereniging; 0,2%) en anderzijds de voetbaldeelname (3,6%) opmerkelijk.

De leden van de Utrechtse hockeyverenigingen wonen gemiddeld 3,5 kilometer van de vereniging, de leden van de tennisverenigingen gemiddeld 3,2 kilometer en de leden van de

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

5

voetbalverenigingen gemiddeld 3,5 kilometer. Juniorenleden van de Utrechtse hockey-, tennis- en voetbalverenigingen wonen over het algemeen dichterbij de vereniging dan seniorenleden. Vraag-aanbodanalyse De druk op de hockeyvelden is hoog, zowel op zaterdag als zondag. In de huidige situatie bestaat een tekort aan vier hockeyvelden op zaterdag. Dit tekort loopt, op basis van de bevolkingsprognose, op naar acht velden in 2040. Hierbij is rekening gehouden met vier geplande extra hockeyvelden voor UNO en Rijnvliet (anders was er een tekort van twaalf hockeyvelden ontstaan). Acht van de negentien tennisverenigingen beschikken over meer tennisbanen dan de minimumvariant (90 leden per baan) voorschrijft, vier verenigingen beschikken over evenveel tennisbanen als in de minimumvariant nodig is en zeven verenigingen hebben minder banen dan de minimumvariant voorschrijft. In de maximumvariant (70 leden per baan) hebben twaalf verenigingen minder en vier verenigingen meer banen dan deze variant voorschrijft. Drie verenigingen hebben evenveel banen als in de maximumvariant nodig is. Gemeentebreed is er een tekort van respectievelijk 3 en 43 banen in de minimum- en maximumvariant. De gemiddelde baandruk (aantal leden per baan) is in Utrecht hoger dan het landelijk gemiddelde.

Tot 2040 lopen de tekorten aan tennisbanen op basis van de bevolkingsprognose en de verenigingsontwikkeling op naar 12 (minimumvariant) en 55 (maximumvariant). Hierbij is er vanuit gegaan dat de tennisverenigingen, net als afgelopen jaren, minder hard groeien dan het aantal inwoners van Utrecht. De gemeente Utrecht hanteert een eigen richtlijn voor het bepalen van de wedstrijdveldbehoefte voetbal. De gemeente stelt momenteel een richtlijn voor de trainingsveldbehoefte op. De behoefte aan trainingsvelden is daarom in dit onderzoek niet onderzocht. Van alle voetbalteams speelt 84 procent op zaterdag, waarmee de druk over het weekend niet eerlijk verdeeld is. Op zaterdag is gemeentebreed een overschot van twaalf wedstrijdvelden aanwezig (som van afgeronde overschotten en tekorten van de afzonderlijke sportparken). Op drie sportparken zijn te weinig wedstrijdvelden. Op zondag is gemeentebreed een overschot van 29 wedstrijdvelden aanwezig en zijn er geen sportparken met een tekort aan wedstrijdvelden. In 2040 is het overschot aan velden op zondag teruggelopen tot 22 velden en ontstaat op zaterdag een tekort van zeven velden. De hockey- en tennisverenigingen herkennen zich in de resultaten. De tennisverenigingen geven wel aan dat ze zelf rekening houden met het scenario dat het aantal leden in de toekomst gelijk blijft (ondanks bevolkingsgroei).

De voetbalverenigingen kunnen de wedstrijdveldbehoefte niet los zien van de behoefte aan trainingscapaciteit. De ruimte die op zondagen op de wedstrijdvelden beschikbaar is, kan volgens de verenigingen alleen door extra teams gebruikt worden wanneer er ook extra trainingscapaciteit komt.

De atletiek- en cricketverenigingen kunnen tot 2040 vooruit op de huidige accommodaties. De handbalvereniging heeft voldoende aan het huidige veld, wanneer er zowel op zaterdag als zondag wordt gespeeld. Korfbalvereniging Synergo heeft in de huidige situatie een tekort van één veld. De korfbalverenigingen Synergo en HKC hebben de komende jaren behoefte aan extra velden. De honk- en softbalverenigingen hebben nu voldoende velden, maar hebben in de toekomst extra velden nodig. De rugbyverenigingen hebben beiden een tekort van één veld. Dit tekort loopt tot 2040 minimaal op tot twee velden op beide sportparken.

Het is voor de gemeente aan te bevelen om de Utrechtse richtlijn voor de binnensport te heroverwegen. De richtlijn houdt geen rekening met sportzalen en komt niet overeen met de ervaringen van de verenigingen.

6

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

De gemeente Utrecht wenst, gegeven de groei van de stad en de ontwikkelingen in het sportlandschap, grip te blijven houden op veranderingen in de behoefte aan sportruimte. In dit rapport worden de huidige en toekomstige behoefte (in 2025, 2030 en 2040) aan formele binnen- en buitensportaccommodaties in beeld gebracht. Duidelijk wordt waar overschotten of tekorten bestaan, of dat deze, gelet op de verwachte bevolkingsontwikkeling en trends in de sport, gaan ontstaan.

De gemeente Utrecht wenst inzichten te ontvangen in de behoefte aan de formele binnen- en buitensportaccommodaties die door de gemeente aan sportverenigingen worden verhuurd. Aanvullend hierop zijn de accommodaties voor studentensport- en de tennisverenigingen meegenomen. Om tegemoet te komen aan de kennisbehoefte van de gemeente Utrecht zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: 1.

Hoe verhoudt het huidige aanbod aan binnensportruimte zich tot de huidige (2019) en toekomstige (2025, 2030 en 2040) behoefte in Utrecht? a. Wat is het huidige aanbod aan binnensportruimte? b. Hoe is de ruimtelijke spreiding van het binnensportaanbod? c. Wat is de huidige (2019) en toekomstige (2025, 2030 en 2040) normatieve behoefte aan binnensportruimte voor de (georganiseerde) binnensport? d. Wat is het huidige gebruik van de gemeentelijke en studentensporthallen, sportzalen en gymzalen?

2.

Hoe verhoudt het huidige aanbod aan buitensportaccommodaties zich tot de huidige (2019) en toekomstige (2025, 2030 en 2040) behoefte in Utrecht? a. Wat is het huidige aanbod aan buitensportaccommodaties? b. Waar zijn, per hockey-, tennis- en voetbalvereniging, de leden woonachtig, en hoe ver reizen zij gemiddeld naar hun vereniging? c. Wat is de huidige (2019) en toekomstige (2025, 2030 en 2040) normatieve behoefte van de bestaande atletiek-, cricket-, handbal-, hockey-, honk- en softbal-, korfbal-, rugby-, tennis- en voetbalverenigingen? d. Hoe zal op hoofdlijnen de ruimtebehoefte van de overige buitensporten zich ontwikkelen richting 2040?

Het aanbod aan sportaccommodaties is op basis van input van de gemeente in kaart gebracht en vergeleken met cijfers uit de Database SportAanbod (DSA). De behoefte aan sportaccommodaties is bepaald aan de hand van bevolkingscijfers, (spelende) leden-/teamaantallen en richtlijnen of normen. Bij de afzonderlijke hoofstukken is toegelicht welke richtlijnen of normen zijn gebruikt. Voor het toekomstperspectief is gebruikgemaakt van de meeste recente bevolkingsprognoses en recente ledenontwikkeling van verenigingen (hockey, tennis, voetbal) of sportbonden (overige sporten). Voor zover mogelijk is per sport kort teruggekeken naar de resultaten uit voorgaande vraag-aanbodanalyses van het Mulier Instituut voor de gemeente Utrecht. De postcodegegevens van de leden van de voetbal-, hockey- en tennisverenigingen zijn gebruikt om aan de hand van (geografische) analyses de herkomst van de leden en de afstanden tot de verenigingen te bepalen. De bezetting van de binnensportaccommodaties is inzichtelijk gemaakt door de

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

7

verhuuroverzichten van de gemeentelijke binnensportaccommodaties te verwerken en vervolgens voor verschillende tijdvakken te analyseren. De voorlopige uitkomsten zijn gedeeld in de netwerkbijeenkomsten voor binnensport, hockey, tennis, voetbal en overige veldsporten. Tijdens de bijeenkomsten, georganiseerd door SportUtrecht, heeft de gemeente Utrecht een inleidende presentatie verzorgd en presenteerde het Mulier Instituut de voorlopige uitkomsten. Verenigingen hebben de mogelijkheid gekregen om vragen te stellen en na afloop feitelijke onjuistheden (bijvoorbeeld in veld- of teamaantallen) door te geven. In dit rapport is kort per sport aandacht voor de uitkomsten van de desbetreffende netwerkbijeenkomst. De netwerkbijeenkomsten zijn benut om de cijfers meer duiding te geven.

In hoofdstuk 2 wordt een aantal ontwikkelingen en prognoses, die relevant zijn bij sportcapaciteitsvraagstukken, beschreven. Hoofdstuk 3 behandelt de binnensportaccommodaties, waar in hoofdstukken 4 tot en met 7 de buitensportaccommodaties centraal staan. In hoofdstuk 8 worden de resultaten uit voorgaande hoofdstukken in relatie met elkaar gebracht en worden de onderzoeksvragen beantwoord.

8

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

In dit hoofdstuk beschrijven we de context waarin de sportcapaciteitsvraagstukken zich afspelen. We behandelen de bevolkingsopbouw en -prognose van Utrecht en de (landelijke) ontwikkelingen in sportdeelname.

Utrecht telt in totaal ruim 350.000 inwoners in 2019, waarvan circa 22 procent jonger is dan 20 jaar. De verwachting is dat het totale aantal inwoners in 2040 met ruim 100.000 is toegenomen (+29%). Het aantal inwoners jonger dan 20 jaar zal met circa 20.000 toenemen (+26%), terwijl het aantal inwoners van 65 jaar en ouder met ruim 23.000 zal toenemen (+64%, figuur 2.1).

Aantal inwoners (x 1.000)

500 400 300 200

11%

10%

13%

10% 68%

67%

65%

22%

22%

22%

22%

2019

2025

2030

2040

68%

100 0 Jonger dan 20 jaar

20 tot 65 jaar

65 jaar en ouder

Bron: Bevolkingsprognose gemeente Utrecht, 2018.

Utrecht bestaat uit tien wijken. Vleuten-De Meern is met circa 49.000 inwoners de wijk met de meeste inwoners. De grootste absolute bevolkingstoename richting 2040 zal plaatsvinden in Zuidwest (+25.000) en Leidsche Rijn (+21.000). Opvallend is de relatieve toename van het aantal inwoners jonger dan 20 jaar in de Binnenstad (+167%, figuur 2.2). In bijlage 1 zijn de bevolkingscijfers per wijk opgenomen.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

9

20%

2040

20%

Noordwest

2019

18%

2040

19%

Overvecht

2019

24%

2040

24%

60%

16%

Noordoost

2019

21%

69%

10%

2040

22%

Vleuten-De Meern Leidsche Rijn

Zuidwest

Zuid

Binnenstad

Oost

West

2019

2019

71% 68%

11% 72%

13%

62%

14%

63%

15%

74%

10%

16%

72%

2019 8%

82%

12%

10%

2040

13%

72%

2019

21%

69%

2040

21%

65%

2019

21%

15% 11% 14% 69%

2040

21%

2019

31%

10% 69% 63%

2040

27%

2019

31%

2040

27%

0

10%

68%

16%

2040

9%

10% 6%

63%

11%

57%

12%

56%

10

20

30

17%

40

50

Aantal inwoners (x 1.000) Jonger dan 20 jaar

20 tot 65 jaar

65 jaar en ouder

Bron: Bevolkingsprognose gemeente Utrecht, 2018.

10

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

60

70

84 procent van de kinderen uit groep 7 en 8 van het basisonderwijs was in het seizoen 2016/’17 lid van een sportvereniging. Dit percentage is nagenoeg gelijk aan het lidmaatschapscijfer voor het seizoen 2014/’15. Het verenigingslidmaatschap verschilt sterk per wijk (figuur 2.3).

100 80 60 40 20 0

2015-2016

2017-2018

Bron: Jeugdgezondheidszorg Utrecht, 2014-2017. * Percentage Binnenstad voor 2017-2018 is niet bekend.

Het percentage jongeren (klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs) dat lid is van een sportvereniging is lager dan het lidmaatschapspercentage van kinderen uit groep 7 en 8. in Utrecht was in het seizoen 2016/’17 71 procent van de jongeren lid van een sportvereniging. Dit percentage is ten opzichte van het seizoen 2014/’15 niet veranderd. Ook dit verenigingslidmaatschap verschilt sterk per wijk (figuur 2.4).

100 80 60 40 20 0

2014-2015

2016-2017

Bron: Jeugdgezondheidszorg Utrecht, 2014-2017.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

11

Bijna een kwart van de inwoners van de gemeente Utrecht was in 2018 lid van een sportbond (24,8%). Dit is vrijwel gelijk aan het landelijke cijfer (25,1%), maar beduidend hoger dan het gemiddelde in de G4 (18%). Ten opzichte van 2014 is het percentage leden van een sportbond nauwelijks veranderd. Het lidmaatschap van een sportbond verschilt sterk per wijk (figuur 2.5).

50 40 32 30 20

31

31

25

25

25

25

20

25

20 13

10 0

Bron: Kiss rapportage gemeente Utrecht, 2019.

Hockey, tennis en voetbal zijn de grootste verenigingssporten in Utrecht met gezamenlijk 56 verenigingen en ruim 38.000 lidmaatschappen (tabel 2.1).

A

Voetbal

A

31

A

Tennis

19

16.716 12.567

Hockey

6

8.821

Exclusief FC Utrecht (Academie)

Bron: KNHB, 2019; KNLTB, 2019; KNVB, 2019. Bewerking: Mulier Instituut.

Het totale aantal leden van de Utrechtse hockey- en voetbalverenigingen is in de periode tussen 2014 en 2019 met respectievelijk circa 2.000 hockeyleden (+29%) en circa 1.800 voetballeden (+12%) toegenomen. Het totale aantal leden van de Utrechtse tennisverenigingen is in 2019 daarentegen nagenoeg gelijk aan het aantal in 2014 (-1%). Het aantal inwoners van Utrecht is in dezelfde periode met circa 25.000 toegenomen (+8%) (figuur 2.6). Het aantal leden van de Utrechtse hockeyverenigingen is meer gestegen en het aantal tennisleden minder afgenomen ten opzichte van de landelijke ontwikkeling tussen 2014 en 2018. Landelijk is de voetbaldeelname licht afgenomen, terwijl het aantal leden van de Utrechtse voetbalverenigingen is toegenomen.

12

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

30 29

20

12 10 8 4 2 0

0

-10

-1

-10

-20 2014

2015

2016

2017

2018

Aantal leden Utrechtse hockeyverenigingen

Aantal leden KNHB

Aantal leden Utrechtse tennisverenigingen

Aantal leden KNLTB

Aantal leden Utrechtse voetbalverenigingen

Aantal leden KNVB

Aantal inwoners gemeente Utrecht

Aantal inwoners Nederland

2019

Bron: KNHB, 2019; KNLTB, 2019; KNVB, 2019; Ledentalrapportages NOC*NSF, 2014-2018. Bewerking: Mulier Instituut.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

13

Van de Utrechtse hockey-, tennis- en voetbalverenigingen is in beeld gebracht waar de leden woonachtig zijn en hoever zij naar hun vereniging moeten reizen. In Noordoost, Oost en Vleuten-De Meern zijn relatief veel mensen lid van een Utrechtse hockey-, tennisen/of voetbalvereniging. Relatief weinig mensen woonachtig in Overvecht en Noordwest zijn lid van een Utrechtse hockey-, tennisvereniging of voetbalvereniging. In Overvecht is het verschil tussen enerzijds de hockeydeelname (bij een Utrechtse vereniging) en anderzijds de voetbaldeelname opmerkelijk (figuur 2.7). Veel verenigingen trekken de meeste leden uit de wijk waar de vereniging is gevestigd. Zo woont 84 procent van de leden van SV Vechtzoom in Overvecht. Van Eminent Boys is daarentegen minder dan de helft van de leden woonachtig in de gemeente Utrecht. Relatief veel leden van deze vereniging komen uit de gemeente Stichtse Vecht (31%). In bijlage 2 is per vereniging te zien uit welke wijken de leden komen.

8 6 4 2 0

Hockeyvereniging

Tennisvereniging

Voetbalvereniging

Bron: KNHB, 2019; KNLTB, 2019; KNVB, 2019. Bewerking: Mulier Instituut.

De leden van de Utrechtse hockeyverenigingen wonen gemiddeld 3,5 kilometer van de vereniging, de leden van de tennisverenigingen gemiddeld 3,2 kilometer en de leden van de voetbalverenigingen gemiddeld 3,5 kilometer. Juniorenleden van de Utrechtse hockey-, tennis- en voetbalverenigingen wonen over het algemeen dichterbij de vereniging dan seniorenleden (figuur 2.8). In bijlage 3 is per vereniging te zien hoe ver de leden moeten reizen naar de vereniging.

14

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

Hockey Tennis Voetbal

Junioren Senioren Junioren Senioren Junioren Senioren 0

20

40

60

80

Minder dan 1.000 meter

1.000 tot 2.000 meter

2.000 tot 3.000 meter

3.000 tot 4.000 meter

4.000 tot 5.000 meter

5.000 meter of meer

100

Bron: KNHB, 2019; KNLTB, 2019; KNVB, 2019. Bewerking: Mulier Instituut.

De veldsporten laten voor atletiek, cricket, rugby, korfbal en handbal in Utrecht een andere ontwikkeling zien dan de landelijke ontwikkeling bij de sportbonden (figuur 2.9). Rugby heeft in Utrecht een minder harde groei doorgemaakt, terwijl korfbal, handbal en in mindere mate atletiek harder groeien dan landelijk. Honk- en softbal hebben zich in Utrecht vergelijkbaar met het landelijke beeld ontwikkeld.

Rugby Nederland Rugby Utrecht

35 22

Korfbal Nederland Korfbal Utrecht

-6 11

Honk- en softbal Nederland -8 Honk- en softbal Utrecht -9 Handbal Nederland Handbal Utrecht

-2

Cricket Nederland Cricket Utrecht

-2

33

24

Atletiek Nederland Atletiek Utrecht

-4 5

Inwoners Nederland Inwoners Utrecht

2 6 -10

0

10

20

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

30

40

15

Landelijk gezien hebben de bonden van de traditionele zaalsporten het moeilijk. Al jarenlang dalen de ledencijfers van deze sportbonden (figuur 2.10). Ondanks dit gegeven, laten cijfers zien dat het aantal Nederlanders (volwassenen en kinderen) dat gebruikmaakt van sporthallen voor hun sportbeoefening constant blijft. Traditionele veldsporten zijn steeds vaker actief in de hal. Enerzijds willen buitensportverenigingen hun leden gedurende het hele seizoen trainingen kunnen aanbieden, anderzijds winnen de zaalcompetities van de veldsporten veel aan populariteit.

20 10 0 -10 -20 -30 -40 -50 Badminton

Basketbal

Gymnastiek

Handbal

2010

2014

Korfbal

Tafeltennis

Volleybal

2018

Bron: Ledentalrapportages NOC*NSF, 2006-2018. Bewerking: Mulier Instituut.

Ten opzichte van de landelijke ontwikkeling in het aantal lidmaatschappen van zaalsportbonden, is in Utrecht voor volleybal, gymnastiek, basketbal en badminton een ander beeld te zien (figuur 2.11) Volleybal en gymnastiek zijn sporten die door Utrechters, in tegenstelling tot landelijk, wel meer in verenigingsband worden beoefend. Basketbal is in Utrecht harder gestegen dan landelijk. Badminton is ook in Utrecht in verenigingsverband minder populair geworden, maar deze daling is lager dan landelijk. Zaalvoetbal heeft een vergelijkbare groei als landelijk doorgemaakt.

Volleybal Utrecht Volleybal Nederland

2 -2

Gymastiek Utrecht Gymnastiek Nederland

2 -6

Basketbal Utrecht Basketbal Nederland

6 2

Badminton Utrecht Badminton Nederland

-2 -8

Zaalvoetbal Utrecht Zaalvoetbal Nederland

6 7 -10

-5

-

Bron: NOC*NSF. Bewerking: Mulier Instituut.

16

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

5

10

In dit hoofdstuk zetten we het aanbod aan binnensportruimte af tegen de richtlijn van de gemeente Utrecht en zetten we het gebruik van de gemeentelijke sporthallen, sportzalen en gymzalen uiteen.

In Utrecht staan twintig multifunctionele sporthallen 1. Sporthallen hebben een sportvloer van minimaal 40 bij 20 meter (exclusief uitloop) waarop ruimte wordt geboden om zowel trainings- als competitievormen af te werken voor badminton, basketbal, volleybal, zaalhandbal, zaalhockey, zaalkorfbal, zaalvoetbal, en sporten zonder belijning (zoals diverse gevechts- en verdedigingssporten, gymnastiek, tafeltennis en turnen). Vijftien van de twintig sporthallen zijn in eigendom van de gemeente Utrecht. Sporthal Lunetten is in eigendom van de gemeente Utrecht, maarde exploitatie is in handen van Stichting Sporthal Lunetten. De andere gemeentelijke sporthallen worden door de gemeente zelf geëxploiteerd (tabel 3.1).

Gemeentelijke sporthallen Noordwest

Loevenhout

Gemeente Utrecht

Noordwest

Zuilen

Gemeente Utrecht

Overvecht

De Dreef

Gemeente Utrecht

Oost

Galgenwaard I

Gemeente Utrecht

Oost

Galgenwaard II

Gemeente Utrecht

Oost

Galgenwaard III

Gemeente Utrecht

Zuid

Hoograven

Gemeente Utrecht

Zuid

Lunetten

Stichting Sporthal Lunetten

Zuidwest

Nieuw Welgelegen I

Gemeente Utrecht

Zuidwest

Nieuw Welgelegen II

Gemeente Utrecht

Leidsche Rijn

Sportcampus

Gemeente Utrecht

Vleuten-De Meern

Cultuurcampus

Gemeente Utrecht

Vleuten-De Meern

De Paperclip

Gemeente Utrecht

Vleuten-De Meern

De Weide Wereld

Gemeente Utrecht

Vleuten-De Meern

Europahal

Gemeente Utrecht

Noordoost

Hercules

USV Hercules

Oost

Olympos I

USS Mesa Cosa

Oost

Olympos II

USS Mesa Cosa

Oost

Olympos III

USS Mesa Cosa

Vleuten-De Meern

Oudenrijn

Sportcentrum Oudenrijn B.V.

Niet-gemeentelijke sporthallen

1

Sporthal David Loyd is niet opgenomen in het aanbod vanwege de zeer beperkte beschikbaarheid voor de (georganiseerde) binnensport.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

17

In Utrecht staan negen sportzalen, waarvan acht gemeentelijk eigendom zijn (tabel 3.2). Sportzalen hebben een sportvloer van circa 28 bij 22 meter waarop ruimte wordt geboden voor badminton, basketbal, volleybal en sporten zonder belijning, met in principe mogelijkheden voor competitie en training (ook afhankelijk van de hoogte van de zaal). Sportzalen kunnen voor andere zaalsporten als trainingsmogelijkheden fungeren.

Gemeentelijke sportzalen Noordwest

De Speler

Gemeente Utrecht

Zuidwest

Hart van Noord

Gemeente Utrecht

Leidsche Rijn

Het Zand

Gemeente Utrecht

Leidsche Rijn

Voorn

Gemeente Utrecht

Leidsche Rijn

Waterwin

Gemeente Utrecht

Vleuten-De Meern

Broos Gerssenzaal

Gemeente Utrecht

Vleuten-De Meern

Fletiozaal

Gemeente Utrecht

Vleuten-De Meern

Marezaal

Gemeente Utrecht

Niet-gemeentelijke sportzalen Noordoost

Winklerlaan

Willibrord Stichting

Eveneens gymzaal aanwezig

In Utrecht liggen 81 gymzalen, waarvan 44 in gemeentelijke eigendom zijn (tabel 3.3). De afmetingen van gymzalen zijn vaak afgeleid uit de afmetingen die zijn opgenomen in de Modelverordening Huisvesting Onderwijs (21 bij 12 meter). Deze afmetingen bieden in principe mogelijkheden voor training en competitie voor badminton, diverse gevechts- en verdedigingssporten en tafeltennis (ook afhankelijk van de hoogte van de zaal). Gymzalen kunnen in sommige gevallen wel als trainingsmogelijkheden voor andere sporten fungeren. In bijlage 4 is een lijst van alle gymzalen opgenomen.

West

4

3

7

Noordwest

7

2

9

Overvecht

5

6

11

Noordoost

6

2

8

Oost

3

11

14

Binnenstad

1

Zuid

5

1

6

Zuidwest

4

9

13

Leidsche Rijn

3

2

5

Vleuten-De Meern

6

1

7

18

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

1

In Utrecht liggen meerdere overdekte sportaccommodaties die (tijdelijk) voorzien in de behoefte aan binnensportruimte van gebruikers die anders toegewezen zouden zijn aan de multifunctionele sporthallen en sportzalen, zoals de turnhal aan Grebbeberglaan in Zuidwest of de diverse blaashallen bij de verenigingen (niet in tabel).

De Utrechtse sporthallen en sportzalen staan verspreid over de gemeente (kaart 3.1). De spreiding van de sporthallen is dusdanig dat de gemiddelde afstand van de inwoners van Utrecht naar de dichtstbijzijnde sporthal 1,3 kilometer bedraagt. De inwoners woonachtig in Binnenstad moeten gemiddeld het verst reizen (figuur 3.1).

1) De Weide Wereld 2) Cultuurcampus 3) Europahal 4) Oudenrijn 5) De Paperclip 6) Sportcampus 7) Zuilen 8) Loevenhout 9) De Dreef 10) Hercules 11) Nieuw Welgelegen (twee sporthallen) 12) Hoograven 13) Lunetten 14) Galgenwaard (drie sporthallen) 15) Olympos (drie sporthallen) 16) Fletiozaal 17) Broos Gerssenzaal 18) Marezaal 19) Waterwin 20) Het Zand 21) Voorn 22) De Speler 23) Winklerlaan 24) Hart van Noord Kaartvervaardiging: Mulier Instituut.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

19

Binnenstad West Noordwest Oost Noordoost Overvecht Vleuten-De Meern Zuidwest Leidsche Rijn Zuid

Utrecht 0,0

0,5

1,0

1,5

2,0

2,5

De sporthallen, sportzalen en gymzalen in Utrecht vertalen zich naar 159 zaaldelen. Hierbij is een sporthal drie zaaldelen, telt een sportzaal voor twee zaaldelen, en een gymzaal als één zaaldeel (ongeacht of scheidingswanden in de sportruimtes aanwezig zijn). Utrecht beschikt over 1,4 sporthal per 25.000 inwoners. Dit is lager dan het landelijke gemiddelde, maar hoger dan het gemiddelde in de G4. Het aantal sportzalen in Utrecht komt overeen met het gemiddelde in de G4. Het aantal gymzalen in Utrecht is echter relatief laag, waardoor het totale aanbod in zaaldelen in Utrecht relatief laag is (tabel 3.4).

Per 25.000 Abs.

inwoners

Gemeente Utrecht

20

VSG-regio Utrecht

115 108 1.547

G4-gemeenten Nederland

Per 25.000 Abs.

inwoners

1,4

9

2,2

44

1,1

58

2,2

691

Per 25.000

Per 25.000

Abs.

inwoners

Abs.

inwoners

0,6

81

5,7

159

11,3

0,8

299

5,6

732

13,7

0,6

734

7,7

1.174

12,2

1,0

4.484

6,5

10.507

15,2

Bron: DSA, 2019.

De gemeente Utrecht heeft in het meerjarenperspectief Utrechts Vastgoed en de meerjarennota kapitaalgoederen ruimte gereserveerd voor de uitbreiding van het aantal sporthallen. Op het Berlijnplein (in Leidsche Rijn), in de Cartesiusdriehoek (West), in de Merwedekanaalzone (Zuidwest) en in Noordoost zijn in totaal vier sporthallen gepland.

20

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

De gemeente Utrecht streeft naar een aanbod aan binnensportruimte voor de (georganiseerde) binnensport van één sporthal per 17.500 inwoners. Deze richtlijn is afgeleid van de draagvlakcijfers uit de Planologische Kengetallen. De Planologische Kengetallen schrijven een sporthal per 15.000 tot 20.000 inwoners voor. De Utrechtse richtlijn voor sporthallen valt zodoende binnen de bandbreedte van de Planologische Kengetallen. De Planologische Kengetallen schrijven echter ook een sportzaal voor per 10.000 tot 12.500 inwoners, waar de gemeente Utrecht de behoefte aan sportzalen (vanuit de sport) buiten beschouwing laat. Vanwege de geringe belangstelling van Utrechtse verenigingen voor gebruik van sportzalen hanteert de gemeente Utrecht vooralsnog geen richtlijn voor sportzalen. Op basis van de Utrechtse richtlijn bestaat in de gemeente voor de (georganiseerde) binnensport in 2019 een behoefte van twintig sporthallen, conform het aanbod in 2019. De verwachte bevolkingsgroei van Utrecht zal leiden tot een hogere (afgeronde) behoefte aan sporthallen met, ondanks uitbreiding van het aanbod, een tekort aan sporthallen in 2030 en 2040 als gevolg (tabel 3.5).

2019

20

20 (20,2)

-

2025

24

23 (23,1)

+1

2030

24

25 (24,7)

-1

2040

24

26 (26,0)

-2

Sporthallen hebben een verzorgingsgebied dat niet ophoudt bij de grenzen van de wijk (of bij de gemeentegrens). Dat wil zeggen dat de sporters die gebruikmaken van de sporthallen niet per definitie woonachtig zijn in dezelfde wijk (of gemeente) als waar de sporthal zich bevindt. Om toch inzicht te geven in waar in Utrecht de meeste behoefte aan sporthallen bestaat, en gaat bestaan, is de gemeentelijke behoefte in tabel 3.6 naar wijk uitgesplitst. In de meeste wijken zijn minder sporthallen aanwezig dan de afgeronde (toekomstige) behoefte op basis van de Utrechtse richtlijn. Hier staat een (groot) overschot aan sporthallen in Oost tegenover (tabel 3.6).

20252019

2040

2019

2025

2030

2040

2019

2025

2030

2040

West

-

1

2 (1,7)

2 (2,0)

2 (2,1)

2 (2,1)

-2

-1

-1

-1

Noordwest

2

2

3 (2,5)

3 (2,8)

3 (2,9)

3 (2,8)

-1

-1

-1

-1

Overvecht

1

1

2 (2,0)

2 (2,1)

2 (2,2)

3 (2,3)

-1

-1

-1

-2

Noordoost

1

2

2 (2,2)

3 (2,4)

3 (2,4)

3 (2,4)

-1

-1

-1

-1

Oost

6

6

2 (1,9)

2 (2,0)

3 (2,3)

3 (2,7)

+4

+4

+3

+3

Binnenstad

-

-

1 (1,1)

2 (1,4)

2 (1,5)

2 (1,7)

-1

-2

-2

-2

Zuid

2

2

2 (1,6)

2 (1,7)

2 (1,7)

2 (1,7)

-

-

-

-

Zuidwest

2

3

2 (2,2)

3 (2,6)

3 (3,0)

4 (3,6)

-

-

-

-1

Leidsche Rijn

1

2

2 (2,2)

3 (3,1)

4 (3,4)

4 (3,4)

-1

-1

-2

-2

Vleuten-De Meern

5

5

3 (2,8)

3 (3,0)

3 (3,1)

3 (3,2)

2

2

2

2

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

21

Hieronder beschrijven we het plaatsgevonden gebruik in het seizoen 2018/’19 (augustus 2018-juli 2019) van de binnensportaccommodaties die door de gemeente Utrecht worden geëxploiteerd, alsmede het gebruik van de sporthallen van Sportcentrum Olympos2. Sporthal Loevenhout is in oktober 2018, na het begin van het seizoen 2018/’19 in gebruik genomen. Om deze reden is de hier gepresenteerde bezetting van de sporthal relatief laag. De bezettingscijfers van de Utrechtse binnensportaccommodaties in dit rapport wijken af de bezettingscijfers in gemeentelijke rapportages. Dit heeft als reden dat de uitgangspunten waarop de cijfers zijn berekend afwijken (bv. de uren van openstelling en selectie feest- en vakantiedagen). In deze rapportage zijn de uitgangspunten gebruikt die het mogelijk maken om de situatie in Utrecht met andere gemeenten te vergelijken. Deze benchmark bevat het gebruik van de gemeentelijke binnensportaccommodaties in Den Haag, Nijmegen, Tilburg en Utrecht.

In tabel 3.7 staat het totale jaargebruik (in gewogen uren 3) naar doeleinde en de jaarbezetting van de gemeentelijke sporthallen en de sporthallen van Sportcentrum Olympos. Deze sporthallen zijn gedurende het jaar gemiddeld 41 procent van de tijd bezet (maandag t/m zondag; van 08:00 tot 23:00 uur). De gemiddelde bezetting van de benchmark bedraagt 40 procent. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert dat voor de bouw en exploitatie van een sporthal of –zaal een minimale behoefte van 1.600 uur per jaar moet bestaan. Dit aantal is inclusief onderwijsgebruik. NOC*NSF hanteert een richtlijn van 1.400 uur sportgebruik. Dit aantal is exclusief onderwijsgebruik. In Utrecht voldoet alleen sporthal Zuilen niet aan de VNG-richtlijn (94% voldoet), elf sporthallen voldoen niet aan de richtlijn van NOC*NSF (65% voldoet, tabel 3.7). In de benchmark voldoet 84 procent aan de VNG-richtlijn, en 65 procent aan de NOC*NSF-richtlijn.

22

2

Het gebruik van sportzaal Het Zand in het seizoen 2018/’19 wordt in dit hoofdstuk buiten beschouwing gelaten. De sportzaal was gedurende het seizoen lang gesloten vanwege de gevolgen van een brand.

3

Voorbeeld: als een derde van een hal wordt gebruikt, wordt de duur van het gebruik voor een derde meegenomen in het aantal bezette uren.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

Sport en overig Onderwijs Totaal

NOC*NSF-

VNG-

richtlijn

richtlijn

Nieuw Welgelegen II

1.628

1.387 3.015

55

Voldoet

Voldoet

Nieuw Welgelegen I

1.775

1.389 3.164

54

Voldoet

Voldoet

Galgenwaard I

1.828

905 2.733

48

Voldoet

Voldoet

Cultuurcampus

1.135

1.583 2.718

47

Voldoet niet

Voldoet

Sportcampus

1.404

1.284 2.688

47

Voldoet

Voldoet

De Paperclip

1.385

1.263 2.648

47

Voldoet niet

Voldoet

De Dreef

1.081

1.361 2.442

43

Voldoet niet

Voldoet

Europahal

1.068

1.368 2.436

43

Voldoet niet

Voldoet

De Weide Wereld

1.416

996 2.412

42

Voldoet

Voldoet

Galgenwaard II

1.570

662 2.232

40

Voldoet

Voldoet

Olympos III

1.974

254 2.228

39

Voldoet

Voldoet

Olympos I

1.821

218 2.039

35

Voldoet

Voldoet

Olympos II

1.767

240 2.008

34

Voldoet

Voldoet

Hoograven

1.672

113 1.784

32

Voldoet

Voldoet

Loevenhout

692

971 1.663

29

Voldoet niet

Voldoet

Galgenwaard III

1.401

234 1.636

29

Voldoet

Voldoet

Zuilen

1.196

348 1.544

27

Voldoet niet

Voldoet niet

Volleybal en zaalvoetbal worden het meest beoefend in de sporthallen in Utrecht (figuur 3.2). De sporten die het vaakst in de sporthallen plaatsvinden betreffen vooral sporten die worden gespeeld op een veld waarvoor de hele sporthal nodig is.

50 40 30 20 10 0

Als gevolg van de zaalcompetities van ‘veldsporten’ die niet gedurende het hele jaar plaatsvinden, zoals hockey en korfbal, en het bewegingsonderwijs dat buiten de wintermaanden (deels) op sportvelden plaatsvindt, ziet het gebruik van de sporthallen gedurende het jaar er anders uit (figuur 3.3). In het vervolg wordt, om dit verschil inzichtelijk te maken, onderscheid gemaakt in het laagseizoen (maartoktober) en het hoogseizoen (januari-februari, november-december).

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

23

100 80 60 40 20 0

Inclusief vakantie- en feestdagen

Exclusief vakantie- en feestdagen

De bezetting van de sporthallen verschilt gedurende de dag (figuren 3.4 en 3.5). Doordeweeks vindt overdag het meeste bewegingsonderwijs overdag tot 16:00 uur plaats. Het meeste gebruik door de verenigingen begint na 18:00 uur, waardoor sprake is van een ‘dal’ tussen 16:00 uur en 18:00 uur. De druk op de sporthallen is doordeweeks in het hoogseizoen tussen 18:00 uur en 22:00 uur het hoogst (figuur 3.4). In het weekend vindt het meeste gebruik plaats tussen 10:00 uur en 17:00 uur op zaterdag en tussen 10:00 uur en 13:00 uur op zondag (figuur 3.5).

100 80 60 40 20 0

Laagseizoen

24

Hoogseizoen

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

100 80 60 40 20

Zaterdag

22:00-23:00

21:00-22:00

20:00-21:00

19:00-20:00

18:00-19:00

17:00-18:00

16:00-17:00

15:00-16:00

14:00-15:00

13:00-14:00

12:00-13:00

11:00-12:00

10:00-11:00

09:00-10:00

08:00-09:00

22:00-23:00

21:00-22:00

20:00-21:00

19:00-20:00

18:00-19:00

17:00-18:00

16:00-17:00

15:00-16:00

14:00-15:00

13:00-14:00

12:00-13:00

11:00-12:00

10:00-11:00

09:00-10:00

08:00-09:00

0

Zondag Laagseizoen

Hoogseizoen

De sporthallen zijn overdag (08:00–16:00 uur) tijdens het laagseizoen gemiddeld voor meer dan de helft van de tijd bezet (gemiddelde van 54%). In het hoogseizoen is de bezetting van de sporthallen hoger (gemiddelde van 58%). In de middag/avond (16:00-23:00 uur) zijn de sporthallen tijdens het laagseizoen gemiddeld minder beter bezet ten opzichte van overdag (gemiddelde van 49%). Als gevolg van de instroom van de ‘veldsporten’ zijn in het hoogseizoen de sporthallen beter bezet (gemiddelde van 79%). Tussen 18:00 uur en 22:00 uur is de gemiddelde bezetting van de sporthallen het hoogst. Tijdens deze piekuren bestaat een gemiddelde bezettingsgraad van 59 procent tijdens het laagseizoen (55 procent exclusief Olympos) en 92 procent in het winterseizoen (91 procent exclusief Olympos). Wanneer de sporthallen van Sportcentrum Olympos buiten beschouwing worden gelaten, is de gemiddelde bezetting in Utrecht doordeweekse overdag hoger, maar doordeweekse in de middag/avond (inclusief de piekuren) en in het weekend lager (figuur 3.6).

De sporthallen zijn tijdens het laagseizoen op zaterdag (09:00-21:00 uur) gemiddeld voor 31 procent van de tijd bezet (figuur 3.7). Tijdens het hoogseizoen is de gemiddelde bezetting 60 procent. Op zondag worden de sporthallen (09:00-21:00 uur) met een gemiddelde bezetting van 21 procent in het laagseizoen en 50 procent in het hoogseizoen ten opzichte van zaterdag minder gebruikt. De Utrechtse sporthallen (exclusief Sportcentrum Olympos) hebben gemiddeld een hogere bezettingsgraad dan het gemiddelde van de benchmark, tijdens alle tijdsperiodes, zowel doordeweeks als in het weekend, zowel in het laagseizoen als het hoogseizoen. Uitzondering hierop is de gemiddelde bezetting op zondag in het hoogseizoen van de Utrechtse sporthallen. Deze is gelijk aan de benchmark.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

25

08:00-16:00 16:00-23:00 18:00-22:00

Cultuurcampus Europahal Nieuw Welgelegen I Nieuw Welgelegen II De Paperclip De Dreef Sportcampus De Weide Wereld Loevenhout Galgenwaard I Galgenwaard II Zuilen Galgenwaard III Hoograven Olympos III Olympos II Olympos I Gemiddelde Utrecht* Gemiddelde benchmark Hoograven Galgenwaard I Olympos II Olympos I Olympos III Galgenwaard II De Weide Wereld Nieuw Welgelegen II Cultuurcampus Europahal Nieuw Welgelegen I Galgenwaard III Sportcampus De Paperclip Zuilen De Dreef Loevenhout Gemiddelde Utrecht* Gemiddelde benchmark Galgenwaard III Cultuurcampus Nieuw Welgelegen I Olympos III Galgenwaard I Olympos I Olympos II Europahal Hoograven Galgenwaard II Nieuw Welgelegen II De Weide Wereld De Paperclip Zuilen Sportcampus De Dreef Loevenhout Gemiddelde Utrecht* Gemiddelde benchmark 0

20 Laagseizoen

40

60

Hoogseizoen

* Exclusief de sporthallen van Sportcentrum Olympos.

26

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

80

100

Galgenwaard I Hoograven Europahal Loevenhout Galgenwaard II Nieuw Welgelegen II Olympos III

Zaterdag

Olympos I Galgenwaard III De Paperclip Olympos II Cultuurcampus Nieuw Welgelegen I Sportcampus De Weide Wereld Zuilen De Dreef Gemiddelde Utrecht* Gemiddelde benchmark Nieuw Welgelegen I Galgenwaard I Galgenwaard II Hoograven Nieuw Welgelegen II Olympos I De Paperclip

Zondag

Europahal Olympos II Cultuurcampus Olympos III De Dreef Galgenwaard III Zuilen De Weide Wereld Sportcampus Loevenhout Gemiddelde Utrecht* Gemiddelde benchmark 0

20 Laagseizoen

40

60

80

100

Hoogseizoen

* Exclusief de sporthallen van Sportcentrum Olympos.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

27

In tabel 3.8 staat het totale jaargebruik naar doeleinde en de jaarbezetting van de gemeentelijke sportzalen. De sportzalen zijn gedurende het jaar gemiddeld 28 procent van de tijd bezet (maandag t/m zondag; van 08:00 tot 23:00 uur). De gemiddelde bezetting van de benchmark bedraagt 34 procent. Geen van de Utrechtse sportzalen voldoet aan de NOC*NSF-richtlijn (betreft minimaal 1.400 uur sportgebruik op jaarbasis). Alleen sportzaal De Speler voldoet niet aan de VNG-richtlijn (betreft minimaal 1.600 gebruik op jaarbasis, 86% voldoet). Van de sportzalen in de benchmark voldoet 76 procent aan de VNG-richtlijn. Geen van de sportzalen in de benchmark voldoet aan de NOC*NSF-richtlijn.

Broos Gerssenzaal

Sport en overig

Onderwijs

Totaal

1.297

1.097

2.394

34

Voldoet niet

Voldoet

De Speler

851

692

1.543

32

Voldoet niet

Voldoet niet

Fletiozaal

1.209

1.178

2.387

29

Voldoet niet

Voldoet

987

837

1.824

29

Voldoet niet

Voldoet

Marezaal

1.209

794

2.003

27

Voldoet niet

Voldoet

Voorn

1.162

745

1.906

25

Voldoet niet

Voldoet

865

1.138

2.003

23

Voldoet niet

Voldoet

Hart van Noord

Waterwin

Gymnastiek/turnen en vechtsport worden het meest beoefend in de sportzalen in Utrecht (figuur 3.8). Een aanzienlijk deel van het sportgebruik staat onder de noemer ‘overige sporten’. Dit is enerzijds als gevolg van de vele ‘kleine’ gebruikers die in de sportzalen actief zijn, waardoor de desbetreffende sport relatief weinig wordt beoefend. Anderzijds is van een deel van het gebruik niet te herleiden welke sport is beoefend. Dit gebruik staat veelal op naam van een (sportieve) buitenschoolse opvang.

50 40 30 20 10 0

Het gebruik van de sportzalen varieert minder door het jaar heen vergeleken met de sporthallen. Sportzalen hebben niet de vereiste afmetingen voor de ‘veldsporten’ die in de wintermaanden de zaalcompetities afwerken. De toename van de bezetting in het hoogseizoen ten opzichte van het laagseizoen is daarom minder groot in de sportzalen dan in de sporthallen (niet in figuur).

28

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

De sportzalen zijn overdag (08:00–16:00 uur) tijdens het laagseizoen (61%) en hoogseizoen (62%) gemiddeld voor meer dan de helft van de tijd bezet (figuur 3.9). In de middag/avond (16:00-23:00 uur) zijn de sportzalen gemiddeld minder goed bezet ten opzichte van overdag. Tijdens de avondpiekuren (18:00-22:00 uur) bestaat een gemiddelde bezettingsgraad van 49 procent tijdens het laagseizoen en 65 procent in het hoogseizoen. De sportzalen worden in het weekend beperkt gebruikt (niet in figuur).

18:00-22:00

16:00-23:00

08:00-16:00

De Utrechtse sportzalen worden doordeweeks overdag gemiddeld meer gebruikt dan het gemiddelde van de benchmark. In de avonduren (inclusief de piekuren) is de gemiddelde bezetting van de Utrechtse sportzalen lager dan de benchmark.

Fletiozaal Waterwin Broos Gerssenzaal Marezaal Hart van Noord De Speler Voorn Gemiddelde Utrecht Gemiddelde benchmark Voorn Broos Gerssenzaal Fletiozaal Waterwin Marezaal Hart van Noord De Speler Gemiddelde Utrecht Gemiddelde benchmark

Marezaal Fletiozaal Voorn Waterwin Broos Gerssenzaal Hart van Noord De Speler Gemiddelde Utrecht Gemiddelde benchmark 0

20 Laagseizoen

40

60

80

100

Hoogseizoen

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

29

In tabel 3.10 (op pagina 31) staat het totale jaargebruik naar doeleinde en de jaarbezetting van de gemeentelijke gymzalen. De gymzalen zijn gedurende het jaar gemiddeld 31 procent van de tijd bezet (maandag t/m zondag; van 08:00 tot 23:00 uur). De gemiddelde jaarbezetting van de benchmark bedraagt eveneens 31 procent. De meest beoefende sporten in de gymzalen zijn gevechtssporten (28% van al het sportgebruik), gevolgd door gymnastiek/turnen (19%) en volleybal (6%, niet in figuur). De gymzalen in Utrecht worden gemiddeld overdag meer gebruikt dan de gymzalen in de benchmark. In de avond, inclusief tijdens de avondpiekuren, worden de gymzalen in Utrecht relatief weinig gebruikt (tabel 3.9). In bijlage 4 zijn de bezettingsgraden per gymzaal opgenomen.

Laagseizoen

Hoogseizoen

Laagseizoen

Hoogseizoen

Laagseizoen

Hoogseizoen

Utrecht

62

63

35

41

42

51

Benchmark

59

60

37

43

46

54

30

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

Sport en overig

Onderwijs

Totaal

Schoolstraat

1.340

1.202

2.542

45

Wevelaan

1.249

1.210

2.459

42

Nolenslaan

1.199

1.113

2.311

40

Deken Roesstraat

1.294

1.023

2.317

40

Burgemeester Fockema Andreaelaan 9a

1.140

1.137

2.277

40

Cultuurcampus

667

1.590

2.257

39

Ridderlaan

1.299

952

2.251

39

Oude Kerkstraat

1.154

1.074

2.228

39

Emile Hullebroeckstraat

1.086

1.218

2.304

38

Verlengde Houtrakgracht

1.100

1.112

2.211

38

Kweektuinlaan I

1.068

1.076

2.143

37

Franz Schubertstraat Duurstedelaan II Kweektuinlaan II Schoolplein Goeree 6

853

1.261

2.114

37

1.111

1.066

2.176

36

988

1.095

2.083

36

1.217

804

2.021

35

871

1.143

2.014

35

1.678

298

1.976

33

Van Imhoffstraat

800

1.115

1.915

33

Willibrordusstraat

1.131

785

1.915

33

Lingestraat

1.181

711

1.891

33

Goeree 4

727

1.158

1.885

33

Johan Wagenaarkade

632

1.266

1.898

33

Weerdsingel Westzijde

621

1.237

1.858

33

Hof van Monaco

998

833

1.831

32

Mereveldlaan

759

1.154

1.912

32

Pieterskerkhof

945

806

1.751

30

Professor van Bemmelenlaan

899

847

1.747

30

Van Bijnkershoeklaan 6

392

1.304

1.696

29

Ten Veldestraat

868

787

1.655

29

Cremerstraat

592

1.033

1.625

28

Bangkokdreef

423

1.223

1.646

28

M. van Meelstraat

962

626

1.588

28

Amsterdamsestraatweg

819

757

1.576

26

Marco Pololaan

353

1.170

1.523

26

Teun de Jagerdreef I

985

402

1.387

25

Prinses Margrietstraat 18

295

1.111

1.406

23

Afrikalaan

461

890

1.351

23

Teun de Jagerdreef II

547

792

1.339

23

Professor Bavinckstraat

425

845

1.270

22

Maria van Reedestraat

743

491

1.234

22

Pagodedreef

475

663

1.137

21

Stauntonstraat

581

544

1.124

20

Opzoomerstraat

73

999

1.072

17

Winterboeidreef

-

338

338

5

Duurstedelaan I

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

31

SportUtrecht organiseert structureel netwerkbijeenkomsten waarin diverse onderwerpen met de Utrechtse sportverenigingen worden behandeld. Tijdens de Netwerkbijeenkomst Binnensport in het vierde kwartaal van 2019 heeft het Mulier Instituut de uitkomsten van de behoeftebepaling op basis van de Utrechtse richtlijn en van de bezettingsanalyses gepresenteerd. De verenigingen herkennen zich niet in de situatie dat het aantal sporthallen in de gemeente voldoet aan de behoefte zoals gesteld volgens de Utrechtse norm van 1 sporthal op 17.500 inwoners. De verenigingen ervaren al enkele jaren een tekort aan sporthallen waardoor ze noodgedwongen wachtlijsten hanteren. De verenigingen vragen daarom de gemeente om de gehanteerde Utrechtse norm te herzien. Daarnaast geeft een aantal verenigingen aan dat de maximale organisatiecapaciteit voor deze verenigingen is bereikt en dat (verder) uitwijken naar daluren (waar nog uren beschikbaar zijn) niet mogelijk is. De verenigingen geven aan dat de niet-gemeentelijke hallen, zoals Olympos, niet altijd beschikbaar zijn voor verenigingen. Bij het hanteren van de Utrechtse norm zou hiermee rekeningen moeten worden gehouden. Het netwerk binnensporten adviseert de gemeente daarnaast om vaart te brengen in het realiseren van de geplande sporthallen en zo snel mogelijk planologische en financiële reserveringen voor extra sporthallen te maken.

De sportnetwerken zijn bereid om mee te denken in wat er benodigd is bij de inrichting van nieuwe sporthallen, zodat ook rekening wordt gehouden met eventuele sportspecifieke eisen. Gymzalen en sportzalen lijken er in voldoende mate te zijn. De multifunctionaliteit en opslagruimte laat echter volgens de verenigingen nogal eens te wensen over. De verenigingen vragen daarnaast aandacht voor de topsport. Voor turnen en atletiek is daarin wel voorzien, maar andere verengingen die op (semi) topsportniveau actief zijn, worden volgens de verenigingen onvoldoende gefaciliteerd. De verenigingen vinden dat de Utrechtse norm te weinig rekening houdt met topsport.

SportUtrecht voert tweejaarlijks een scan uit om zicht te krijgen in de thema’s en problemen die spelen bij de Utrechtse sportverenigingen. Meer dan de helft van de binnensportverenigingen 4 uit de verenigingsscan van 2019 geeft in de scan aan dat het aantal beschikbare uren in de sporthallen, sportzalen en/of gymzalen niet aan de behoefte voldoet. Ruim een kwart van de verenigingen ziet zichzelf genoodzaakt een ledenstop te hanteren als gevolg van een tekort aan beschikbare uren.

Het Mulier Instituut voert structureel vraag-aanbodanalyses uit naar sportruimte voor de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht houdt op deze manier grip op de veranderingen in de behoefte aan sportruimte, gelet op de groei van de stad en de ontwikkelingen in het sportlandschap.

4

32

Dit betreffen badminton-, basketbal-, gymnastiek/turn-, handbal-, korfbal-, tafeltennis- en volleybalverenigingen.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

In 2017 heeft het Mulier Instituut een update uitgevoerd van de vraag-aanbodanalyse naar binnensportruimte uit 2014. Destijds was de Utrechtse richtlijn voor de bepaling van de behoefte aan binnensportruimte nog niet opgesteld. De behoefte in Utrecht werd aan de hand van de (minimumvariant van de) Planologische Kengetallen bepaald. In het rapport uit 2017 werd geconcludeerd dat op basis van de minimale variant van de Planologische Kengetallen voldoende sporthallen in Utrecht aanwezig zijn. Gesteld werd dat door een gebrek aan sportzalen de druk op de sporthallen hoger is (te hoog) en dat behoefte bestaat aan meer grote zalen (sportzalen en/of sporthallen). De wijziging in rekenmethode zorgt ervoor dat de resultaten uit 2017 niet één-op-één vergeleken kunnen worden met de nieuwe inzichten.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

33

In Utrecht liggen twintig volwaardige hockeyvelden en twee halve velden verspreid over vijf sportparken. Op sportpark Vechtzoom zal vanaf seizoen 2020/’21 ook sprake zijn van hockeyaanbod (kaart 4.1).

Kaartvervaardiging: Mulier Instituut.

Het aantal hockeyvelden ten opzichte van het aantal inwoners in Utrecht is redelijk in lijn met het landelijke gemiddelde en het gemiddelde in de G4. Het aantal inwoners van Utrecht dat lid is van een hockeyvereniging is echter relatief hoog. In Utrecht wonen circa 10.500 mensen die lid zijn van een hockeyvereniging. De zes Utrechtse hockeyverenigingen tellen in totaal circa 8.800 leden waarvan circa 7.800 in Utrecht wonen. 2.700 Utrechters hockeyen buiten de gemeente. Netto is er een uitstroom van 1.700 hockeyers, doordat sprake is van een instroom van 1.00 hockeyers van buiten de gemeente Utrecht. Vanwege deze ‘uitwisseling’ tussen gemeenten, is het niet mogelijk om de velddruk te berekenen op basis van het ledenpercentage (per gemeente/regio) van de KNHB. Voor Utrecht (op basis van de gegevens van de verenigingen) en voor heel Nederland kan dit wel. De gemiddelde velddruk in Utrecht is beduidend hoger dan het landelijke gemiddelde (tabel 4.1)

Absoluut

Per 25.000 inwoners

Gemeente Utrecht

20

1,4

3,0

440

VSG-regio Utrecht

101

1,9

2,7

-

G4-gemeenten

120

1,3

1,8

-

Nederland

901

1,3

1,4

277

Bron: DSA, 2019; KNHB via NOC*NSF, 2018. Bewerking: Mulier Instituut.

34

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

In Utrecht zijn in 2019 zes hockeyverenigingen actief op vijf sportparken. Sportpark Olympos dient als thuisbasis voor UNO en USHC. In totaal hebben de verenigingen 501 teams ingeschreven bij een zaterdagof zondagcompetitie van de KNHB in het seizoen 2018/’19 (tabel 4.2).

Zandkunstgras (Semi-)water Oost

Maarschalkerweerd Kampong Olympos

Zaterdag Zondag

2,5

6,0

122

88

UNO

-

-

23

-

USHC

-

-

-

26

Totaal Olympos

1,0

1,0

23

26

Zuid-West

Welgelegen

Zwaluwen

1,0

1,0

40

19

Leidsche Rijn

Rijnvliet

Rijnvliet

1,0

2,0

38

9

Fletiomare

1,5

4,0

99

37

Vleuten-De Meern Fletiomare Novum

Bron: Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB), 2019. Bewerking: Mulier Instituut.

In tabel 4.3 is het benodigd aantal velden van de Utrechtse hockeyverenigingen afgezet tegen het aanbod. De behoefte is berekend aan de hand van richtlijn van de KNHB, zoals deze op 1 oktober 2019 op de site van de KNHB staat vermeld. Gemeentebreed is er een tekort aan vier hockeyvelden op zaterdag en een overschot van 2 velden op zondag. Hierbij is het uitgangspunt dat verenigingen op hun eigen sportpark spelen. Wanneer optimaal gebruik zou worden gemaakt van de hockeyvelden in de gemeente, dan zou het tekort op zaterdag één veld bedragen en zou er op zondag een overschot van vier velden zijn (niet in tabel).

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

35

Oost

Maarschalkerweerd Olympos

Kampong UNO USHC Totaal Olympos

8,5 2,0

Zaterdag -1 (-0,2) - - - (+0,8)

Zondag - (+0,1) - - -1 (-0,4)

Zuid-West

Welgelegen

Zwaluwen

2,0

-1 (-0,6)

- (+0,2)

Leidsche Rijn

Rijnvliet

Rijnvliet

3,0

- (+0,5)

+1 (+1,9)

Vleuten-De Meern

Fletiomare Novum

Fletiomare

5,5

-2 (-1,5)

+2 (+2,4)

UNO verhuist in de nabije toekomst van sportpark Olympos naar sportpark Vechtzoom. UNO gaat het sportpark in Overvecht delen met voetbalvereniging SV Vechtzoom. De hockeyclub krijgt de beschikking over twee velden, waaronder minimaal één waterveld. Rijnvliet krijgt in de komende jaren de beschikking over twee extra velden. De ondergrond van deze velden is nog niet bekend. Bij onderstaande berekeningen is ervan uitgegaan dat UNO de beschikking krijgt over een waterveld en een zandkunstgrasveld, en dat Rijnvliet twee extra zandkunstgrasvelden krijgt. Hockeyverenigingen UNO en Rijnvliet zijn twee relatief jonge verenigingen. De hockeyafdeling van Zwaluwen is eveneens relatief jong. Deze verenigingen beschikken in het seizoen 2018/’19 niet over een volledige jeugdlijn. De verenigingen hebben bij het aannemen van nieuwe leden rekening gehouden met de doorstroming binnen de jeugdteams. Via de doorstroming binnen de jeugd zullen deze clubs in de toekomst wel over een volledige jongens- en meisjeslijn beschikken. De veldbehoefte van deze verenigingen zal om deze reden relatief sneller toenemen dan die van de andere verenigingen. Om dit mee te nemen in de ramingen van de toekomstige veldbehoefte, wordt gewerkt met een uitvalpercentage van acht procent (bron: KNHB).

Dit wil zeggen dat het aantal leden bij een hoger leeftijdsniveau acht procent lager ligt dan het onderliggende leeftijdsniveau. In tabellen 4.4 en 4.5 zijn de verwachte veldoverschotten en –tekorten bij de hockeyverenigingen in Utrecht weergegeven. In tabel 4.4 is uitgegaan van een stabiele sportdeelname. Dat wil zeggen dat er van uit is gegaan dat in de toekomst hetzelfde aandeel van de inwoners van Utrecht lid is van een hockeyvereniging als in 2019. In hoofdstuk 2 hebben we gezien dat het aandeel inwoners van Utrecht dat lid is van een hockeyvereniging gestaag toeneemt. In tabel 4.5 is er van uitgegaan dat de recente ledentoename van de verenigingen stand zal houden tot en met 2040. Dit betekent dat als een vereniging de afgelopen jaren gemiddeld twee procent is gegroeid ten opzichte van de bevolking, verondersteld wordt dat deze groei ook de komende jaren twee procent per jaar bedraagt. In beide berekeningen is geen rekening gehouden met eventuele wachtlijsten die de hockeyverenigingen hanteren, of in de afgelopen jaren hebben gehanteerd.

5

36

Overschotten en tekorten zijn weergegeven in zandkunstgrasvelden. Deze velden hebben een hogere capaciteit dan (semi-)watervelden, omdat ze tussen de wedstrijden door niet besproeid hoeven worden.

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

2025 Zaterdag

A

2030 Zondag

Zaterdag

2040 Zondag

Zaterdag

Zondag

Overvecht

Vechtzoom

UNO

A

2,0

-

(+0,1)

+2

(+2,0)

-

(-)

+2

(+2,0)

-1

(-0,1)

+2

(+2,0)

Oost

Maarschalkerweerd

Kampong

8,5

-2

(-1,5)

-1

(-0,6)

-3

(-2,3)

-2

(-1,4)

-4

(-4,0)

-3

(-2,1)

Olympos

USHC

2,0

+2

(+2,0)

-1

(-0,6)

+2

(+2,0)

-1

(-0,8)

+2

(+2,0)

-1

(-0,9)

Zuid-West

Welgelegen

Zwaluwen

2,0

-2

(-2,0)

-1

(-0,1)

-3

(-2,3)

-1

(-0,2)

-3

(-2,8)

-1

(-0,3)

Leidsche Rijn

Rijnvliet

Rijnvliet

B

5,0

+1

(+1,6)

+3

(+3,8)

+1

(+1,4)

+3

(+3,8)

+1

(+1,3)

+3

(+3,8)

Vleuten-De Meern

Fletiomare Novum

Fletiomare

5,5

-3

(-2,2)

+2

(+2,1)

-3

(-2,5)

+1

(+1,9)

-3

(-2,7)

+1

(+1,9)

UNO krijgt op sportpark Vechtzoom naar verwachting de beschikking over twee velden. In de berekening van de verwachte overschotten/tekorten is uitgegaan

dat UNO de beschikking krijgt over een waterveld en een zandkunstgrasveld. B

Rijnvliet krijgt naar verwachting de beschikking over twee extra velden. In de berekening van de verwachte overschotten/tekorten is uitgegaan dat beide velden

zandkunstgrasvelden betreffen.

2025 Zaterdag

A

Overvecht

Vechtzoom

UNO

A

2,0

Oost

Maarschalkerweerd

Kampong

8,5

Olympos

USHC

2,0

Zuid-West

Welgelegen

Zwaluwen

2,0

Leidsche Rijn

Rijnvliet

Rijnvliet

B

Vleuten-De Meern

Fletiomare Novum

Fletiomare

-1

2030 Zondag

(-0,1)

+2

(+2,0)

-2

(-1,4)

-2

+2

(+2,0)

-1

-4

(-3,7)

5,0

+1

5,5

-3

2040

Zaterdag

Zondag

-1

(-0,5)

+2

(+2,0)

(-1,7)

-3

(-2,1)

-4

(-0,8)

+2

(+2,0)

-2

-1

(-0,1)

-7

(-6,2)

(+1,2)

+3

(+3,7)

-

(-2,4)

+1

(+1,9)

-3

Zaterdag

Zondag

-2

(-1,3)

+2

(+2,0)

(-3,8)

-4

(-3,6)

-8

(-7,6)

(-1,2)

+2

(+2,0)

-2

(-1,8)

-1

(-0,4)

-16

(-15,2)

-1

(-0,8)

(+0,5)

+3

(+3,6)

-1

(-0,7)

+3

(+3,5)

(-2,9)

+1

(+1,7)

-4

(-3,5)

+1

(+1,5)

UNO krijgt op sportpark Vechtzoom naar verwachting de beschikking over twee velden. In de berekening van de verwachte overschotten/tekorten is uitgegaan

dat UNO de beschikking krijgt over een waterveld en een zandkunstgrasveld. B

Rijnvliet krijgt naar verwachting de beschikking over twee extra velden. In de berekening van de verwachte overschotten/tekorten is uitgegaan dat beide velden

zandkunstgrasvelden betreffen.

38

Ruimte voor georganiseerde sport in Utrecht | Mulier Instituut

SportUtrecht organiseert structureel netwerkbijeenkomsten waarin diverse onderwerpen met de Utrechtse sportverenigingen worden behandeld. Tijdens de Netwerkbijeenkomst Hockey in het vierde kwartaal van 2019 heeft het Mulier Instituut de uitkomsten van de behoeftebepaling gepresenteerd. De hockeyverenigingen herkennen zich in de gepresenteerde cijfers. USHC wijkt vanwege een tekort aan velden op Sportcentrum Olympos uit naar de velden van MMHC Voordaan in Groenekan. Volgens de gemeente is er nog ruimte op de velden op de zondag aan de westkant van de stad, omdat daar vooral jeugd speelt. De verenigingen constateren dat er soms intensievere samenwerking tussen de verenigingen mogelijk is, zoals tussen Rijnvliet en Fletiomare. Verenigingen geven aan dat dit niet ideaal is vanwege het clubgevoel, maar dat het wel nodig is vanwege optimale benutting van de beschikbare velden. De verenigingen geven aan dat er naast de wedstrijden in competitieverband steeds meer vraag komt naar trimhockey en 7x7 hockey.

SportUtrecht voert tweejaarlijks een scan uit om zich te krijgen in de thema’s en problemen die spelen bij de Utrechtse sportverenigingen. Vier hockeyverenigingen hebben de verenigingsscan van 2019 ingevuld. Drie verenigingen geven aan dat zij door een tekort aan velden een ledenstop moeten hanteren. Twee verenigingen houden een wachtlijst bij waarop meer dan 100 mensen staan ingeschreven.

Het Mulier Instituut voert structureel vraag-aanbodanalyses uit naar sportruimte voor de gemeente Utrecht. De gemeente Utrecht houdt op deze manier grip op de veranderingen in de behoefte aan sportruimte, gelet op de groei van de stad en de ontwikkelingen in het sportlandschap. In 2017 heeft het Mulier Instituut een update uitgevoerd voor de vraag-aanbodanalyse naar hockeyvelden uit 2016. Destijds werd een gemeentebreed tekort aan hockeyvelden geconstateerd dat zou oplopen naar tenminste acht velden in 2020. De bevolkingsprognose hield toen rekening met 355.000 inwoners in 2020, terwijl er in 2019 345.000 inwoners zijn. Vooral hockeyvereniging Fletiomare is minder hard gegroeid dan toen op basis van de bevolkingsontwikkeling werd verwacht. De kans is groot dat het reeds bestaande tekort aan velden op het sportpark een groei van de vereniging in de weg heeft gestaan.

In Utrecht liggen 146 tennisbanen. De tennisbanen liggen verspreid over negentien sportparken (kaart 5.1).

1) De Vrijheit 2) Paperclip 3) Fletiomare 4) Oudenrijn 5) Zuilenselaan 6) Vechtlust 7) Marco van Basten 8) Den Hommel 9) Rijnvliet 10) Papendorp 11) Nieuw Welgelegen 12) Lunetten 13) Voordorp 14) Iduna 15) Sphaerinda 16) Maarschalkerweerd 17) Rijnsweerd 18) Olympos 19) Rhijnauwen Kaartvervaardiging: Mulier Instituut.

Het aantal tennisbanen ten opzichte van het aantal inwoners in Utrecht is beduidend lager dan het landelijke gemiddelde, maar hoger dan het gemiddelde in de G4. Het aantal inwoners van Utrecht dat lid is van een tennisvereniging is zowel hoger als het landelijke gemiddelde als het gemiddelde in de G4. De resulterende baandruk (aantal leden per baan) in Utrecht is relatief hoog (tabel 5.1). De baandruk is berekend door het aantal inwoners van Utrecht dat lid is van een tennisvereniging te delen door het aantal aanwezige banen. In Utrecht wonen circa 12.350 mensen die lid zijn van een tennisvereniging. De negentien Utrechtse tennisverenigingen tellen in totaal circa 12.500 leden waarvan circa 11.000 in Utrecht wonen. Dit betekent dat er ongeveer evenveel Utrechters buiten de gemeentegrens lid zijn van een tennisvereniging, als dat inwoners van buiten Utrecht lid zijn van een Utrechtse tennisvereniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f6ac54c7-e1ec-4c8b-b069-dd0fe7a53fa4