Rapport noodsteun utrechtse culture instellingen berenschot-september-2020.pdf
Tekst van het document
De subsidieregeling van het ministerie van OCW van 8 juni 2020 strekt tot uitwerking van de sporen 1, 3 en 5a. Spoor 3: investeren in de vitale regionale infrastructuur via de rijkscultuurfondsen voor cruciale regionale musea, (pop)podia en filmtheaters. Het derde spoor dat in de brief van 15 april 2020 wordt genoemd, wordt via de rijkscultuurfondsen vormgegeven en heeft betrekking op de cruciale onderdelen van de regionale culturele basisinfrastructuur: instellingen die een dragende functie hebben in de regionale infrastructuur en acute liquiditeitsproblemen hebben als gevolg van de uitbraak van het coronavirus of de maatregelen ter bestrijding daarvan. Het gaat om gemeentelijke en provinciale musea, filmtheaters, en (pop)podia. De implementatie van spoor 3 wordt belegd bij de fondsen die in de relevante sectoren actief zijn: Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed, Stichting Nederlands Fonds voor de Film en Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten. Overeenkomstig artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid zullen deze fondsen de steun verstrekken in de vorm van subsidie op basis van door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap goedgekeurde regelingen.
Omdat het budget dat voor de uitvoering van spoor 3 beperkt is, is het niet mogelijk om vanuit het Rijk álle instellingen te ondersteunen die van vitaal belang zijn in de regionale infrastructuur. Daarom beperkt deze regeling zich tot die instellingen die tevens van belang zijn voor de landelijke culturele infrastructuur (zie artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 2 van de regeling). Aan dat begrip is nadere invulling gegeven in de bijlage bij de regeling. Evenals bij spoor 1 gaat het bij spoor 3 nadrukkelijk om aanvullende steun: voor zover mogelijk heeft de aanvrager van de steun al gebruik gemaakt van de generieke compensatiemaatregelen van de rijksoverheid alsmede van door gemeenten of provincies in het kader van hun lopende subsidies getroffen coulancemaatregelen. Bovendien is sprake van medefinanciering door andere overheden: de door een fonds aan een cruciale regionale instelling te verstrekken subsidie vormt nadrukkelijk een aanvulling vanuit het Rijk op een in het kader van de COVID-19-crisis te verlenen additionele financiële
21
bijdrage aan de instelling, afkomstig van een gemeente of provincie. Het is aan de betrokken gemeente of provincie zelf om te beslissen of zij bereid is om een instelling die in het kader van spoor 3 in aanmerking komt voor subsidie, een additionele financiële bijdrage toe te kennen, en zo ja, voor welk bedrag. Ook wordt met deze regeling niet bepaald in welke vorm een additionele financiële bijdrage moet worden verstrekt. Het kan gaan om een aanvullende subsidie, maar bijvoorbeeld ook om het kwijtschelden van huurpenningen die een instelling aan de gemeente of de provincie verschuldigd is. Spoor 5a: Inzet voor makers via bestaande regelingen van de rijkscultuurfondsen In de eerder aangehaalde Kamerbrief van 27 mei 2020 is een investering aangekondigd van 11.8 miljoen euro in de zes rijkscultuurfondsen om hun bestaande regelingen gericht op werk voor makers in alle sectoren, te intensiveren. Dit bedrag wordt met deze regeling gelijkelijk over hen verdeeld.
Specifiek – tweede steunpakket augustus 2020 - € 482 miljoen Op vrijdag 28 augustus heeft het kabinet bekendgemaakt dat er een nieuw steunpakket specifiek voor de cultuursector komt. Dit pakket is nog niet in detail uitgewerkt, maar de verdeling wordt als volgt benoemd, met daarbij > in cursief een eerste schatting van de betekenis hiervan voor Utrecht. •
•
• • •
• •
€ 200 miljoen is bedoeld voor een vervolg van het eerdere steunpakket cultuur tot 1 juli 2021. Deze middelen gaan naar culturele instellingen die van cruciaal belang zijn voor de landelijke infrastructuur, maar ook naar kunstenaars en creatieve professionals; de exacte invulling van de € 200 miljoen wordt komende periode uitgewerkt; > hieruit kunnen middelen voor Utrechtse instellingen en makers beschikbaar komen € 14 miljoen komt beschikbaar voor een half jaar overbrugging voor instellingen met een positieve beoordeling voor de BIS en meerjarige fondssubsidies, waarvoor geen budget beschikbaar was; > dit is gunstig voor onder meer 155 en Het NUT, voor zover het budget van het FPK ontoereikend blijft € 20 miljoen wordt beschikbaar gesteld voor het behoud van private musea en kunstcollecties van nationaal belang > hier kan het Spoorwegmuseum voor in aanmerking komen € 15 miljoen komt, met inzet van het ministerie van EZK, beschikbaar voor behoud van het varend erfgoed (de zgn. bruine vloot); € 15 miljoen wordt beschikbaar gesteld voor een garantiefonds voor filmproducties en het opstarten van pilots om wendbaarheid en weerbaarheid van de sector te vergroten; > hieruit kunnen middelen voor Utrechtse pilots beschikbaar komen € 150 miljoen stelt gemeenten in staat om de cruciale lokale culturele infrastructuur te ondersteunen.
> dit betekent budget vanuit het rijk tot juli 2021 Daarnaast komt € 68 miljoen beschikbaar vanuit BZK voor de schade die gemeenten en provincies hebben opgelopen.
Berenschot Groep B.V. Europalaan 40, 3526 KS Utrecht Postbus 8039, 3503 RA Utrecht 030 2 916 916 www.berenschot.nl /berenschot