CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Monitoring buitenzwemwater Utrecht.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Debat buitenzwemwater in en om Utrecht10.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Monitoring bezoek aan buitenzwemwater in en om Utrecht

Een veldwerkonderzoek in de zomer van 2021

Eef Hollander Karin Wezenberg-Hoenderkamp

Monitoring bezoek aan buitenzwemwater in en om Utrecht Een veldwerkonderzoek in de zomer van 2021

In opdracht van de gemeente Utrecht

Eef Hollander Karin Wezenberg-Hoenderkamp Met medewerking van Kirsten Gutter

© Mulier Instituut Utrecht, december 2021

Mulier Instituut sportonderzoek voor beleid en samenleving Postbus 85445 | 3508 AK Utrecht Herculesplein 269 | 3584 AA Utrecht T +31 (0)30 721 02 20 | I www.mulierinstituut.nl E info@mulierinstituut.nl | T @mulierinstituut

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2

Inleiding Onderzoeksvragen Aanpak

4 4 4

2. 2.1 2.2

Uitvoering veldwerkonderzoek Veldwerk De zomer van 2021

6 7 7

3. 3.1 3.2 3.3

Het bezoek aan de buitenzwemplekken Aantal bezoekers, fietsen en auto’s Strandbad Maarsseveense Plassen Bezoekers naar de zwemplek

10 11 15 16

4.

Bezoekers aan het woord

20

5. 5.1 5.2 5.3 5.4

Conclusies en aanbevelingen Bezoek buitenzwemplekken Wat zeggen de bezoekers? Wenselijkheid uitbreiding of herinrichting officiële buitenzwemplekken Aanbevelingen

25 25 26 27 27

Referenties

29

Bijlagen Bijlage 1 - Deelgebieden per buitenzwemplek Bijlage 2 - Aantal tellingen per buitenzwemplek Bijlage 3 – Hoogste aantal bezoekers gemeten per tijdstip en locatie

30 30 32 33

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

3

1.

Inleiding Op zomerse dagen worden buitenzwemplekken in en om Utrecht veel bezocht. In recent onderzoek naar de behoefte aan buitenzwemwater is de verwachting uitgesproken dat het aantal bezoekers de komende jaren zal toenemen (Wezenberg-Hoenderkamp & Floor, 2020). Redenen die hiervoor worden gegeven zijn de bevolkingsgroei in de gemeente Utrecht en de verwachte toename van het aantal zomerse dagen (door klimaatverandering). De onderzoekers concluderen verder, op basis van input van terreinbeheerders, dat op sommige zomerse dagen de capaciteit van de buitenzwemplekken (meer dan) volledig wordt benut, met bijkomende overlast en verkeersproblemen. Omdat harde cijfers over beschikbare en gebruikte capaciteit niet aanwezig zijn, bevelen de onderzoekers aan om via veldwerk het daadwerkelijke bezoek aan buitenzwemplekken te monitoren. De gemeente Utrecht heeft deze aanbeveling opgevolgd en opdracht gegeven voor uitvoering gedurende de zomer van 2021. Zij wil op basis van de uitkomsten een gefundeerd besluit kunnen nemen over eventuele uitbreiding of aanpassing van het aanbod aan buitenzwemplekken.

Tekorten aan buitenzwemwater kunnen namelijk leiden tot ongewenste gevolgen, zoals mensen die gaan zwemmen op ongewenste locaties (gevaarlijke plekken of slechte waterkwaliteit), te drukke zwemplekken met bijbehorende problematiek (overlast, verkeersopstoppingen) en gezondheidsklachten (door hittestress in de dichtbevolkte stad).

1.1

Onderzoeksvragen De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Is het op basis van het bezoek aan buitenzwemplekken in Utrecht wenselijk om het aantal officiële buitenzwemplekken in de stad uit te breiden en/of de (capaciteit/inrichting van) huidige officiële buitenzwemplekken aan te passen? Om deze hoofdvraag te kunnen beantwoorden zijn twee onderzoeksvragen met een aantal deelvragen opgesteld: 1. Hoe kenmerkt zich, op zomerse dagen, het bezoek aan buitenzwemplekken in en om Utrecht en hoe verhoudt dit zich tot de beschikbare capaciteit? a. Hoeveel mensen bezoeken op een zomerse dag een buitenzwemplek in en om Utrecht en wat is hierin maximaal mogelijk? b. Hoe is de spreiding van de drukte bij een buitenzwemplek in en om Utrecht op verschillende dagen en tijdstippen? c. In welke mate zijn parkeerplekken voor auto’s en fietsen gedurende zomerse dagen bezet? 2. Wat vinden bezoekers van de buitenzwemplek die ze bezoeken? a. Wat zijn de voornaamste redenen om de buitenzwemplek te bezoeken? b. Welke verbeterpunten stellen bezoekers voor de buitenzwemplekken voor? c. Hoe beleven bezoekers de drukte bij buitenzwemplekken?

1.2

Aanpak Om de hoofdvraag en de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden is in de periode van 1 met tot en met 15 september veldwerkonderzoek uitgevoerd. Bij het veldwerkonderzoek hebben observanten op acht buitenzwemplekken op zomerse dagen in en om Utrecht bezoekers, auto’s en fietsen geteld. Tijdens elke observatieronde werden naast tellingen ook vragenlijsten afgenomen bij bezoekers (ouder dan 18 jaar). De vragenlijsten dienden om meer te weten te komen over de bezoekredenen, verbeterpunten voor de buitenzwemplek en de ervaren drukte. Specifiek voor De Munt zijn enkele additionele vragen gesteld over de beleving van de sinds dit voorjaar geplaatste hekken. De observanten hebben naast de tellingen en

4

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

vragenlijsten ook steeds een kort verslagje over de dag geschreven. Van het Strandbad Maarsseveense Plassen, een locatie waar entree betaald moet worden, zijn dagelijkse bezoekcijfers ontvangen. De tellingen zijn geanalyseerd en er is geprobeerd om statistische verbanden te ontdekken tussen bijvoorbeeld bezoekaantallen en weersomstandigheden. Door de matige zomer, met weinig zomerse dagen, is het niet mogelijk gebleken deze verbanden vast te stellen. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze rapportage worden de uitvoering van het veldwerk en de zomer van 2021 beschreven. In hoofdstuk 3 staat het bezoek aan de buitenzwemplekken centraal. Hier worden kenmerken van het aantal bezoeken en de bezoekers beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten uit de vragenlijsten weergegeven, met aandacht voor de bezoekredenen, verbeterpunten van de buitenzwemplekken volgens de bezoekers en ervaringen van de bezoekers met de drukte bij de buitenzwemplek. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen en wordt de hoofdvraag beantwoord.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

5

2.

Uitvoering veldwerkonderzoek In en om de gemeente Utrecht zijn in 2021 zestien plekken door de provincie Utrecht als officiële buitenzwemplek aangewezen. Drie daarvan liggen in de gemeente Utrecht: de Strijkviertelplas, de Voorveldse Polder en de Haarrijnse Plas. Naast deze officiële locaties zijn bij de gemeente diverse locaties bekend waarvan bekend is dat er regelmatig gezwommen wordt, maar die niet door provincie Utrecht zijn aangewezen als officiële buitenzwemplek (niet-officiële buitenzwemplekken). In de periode mei tot en met september 2021 is op een aantal zomerse dagen op acht buitenzwemplekken het aantal bezoekers en/of auto’s en fietsen geteld. De tellingen zijn op vier officiële buitenzwemplekken (waarvan drie in de gemeente Utrecht) en vier niet-officiële buitenzwemplekken (waarvan drie binnen de gemeente Utrecht) uitgevoerd. Van het Strandbad Maarsseveense Plassen, een officiële buitenzwemplek buiten de gemeente waar entree betaald moet worden, zijn bezoekgegevens ontvangen. Hier zijn geen tellingen uitgevoerd. Down Under, een officiële buitenzwemplek binnen de gemeente Utrecht waarvoor entree betaald moet worden, kon binnen de onderzoeksperiode geen bezoekgegevens aanleveren. De zwemplekken waar veldwerkonderzoek is uitgevoerd, zijn in kaart 2.1 opgenomen. Kaart 2.1 Overzicht gemonitorde buitenzwemplekken in en om Utrecht

Bron: zwemwater.nl, 2021. Bewerking: Mulier Instituut. 1: Strijkviertelplas, 2: Voorveldse Polder, 3: Haarrijnse Plas, 4: De Munt, 5: Veilinghaven, 6: Kromme Rijn bij Amelisweerd, 7: Ruigenhoekse Polder, 8: Maarsseveense Plassen Zuidhoek, 9: Maarsseveense Plassen Strandbad.

6

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

2.1

Veldwerk Twaalf, voornamelijk Utrechtse, wo-studenten met een relevante opleiding zijn via een korte sollicitatieprocedure uitgekozen om het veldwerk uit te voeren. De studenten hebben in april een online instructie en een uitgebreide handleiding over de werkzaamheden gekregen. Tijdens de instructie en in de handleiding zijn de buitenzwemplekken uitvoerig beschreven en is duidelijk aangegeven op welke locaties en hoe vaak geobserveerd moest worden. Vanaf 1 mei waren de studenten beschikbaar. Op basis van de weersvoorspelling werd twee weken vooruitgekeken en werden observaties ingeroosterd. Tot twee dagen voor de betreffende dag konden observaties worden geannuleerd (op basis van korte-termijn weerberichten). Op voorhand was een zomerse dag gedefinieerd als een dag waarop de weersvoorspelling een temperatuur van 25 ºC of hoger was. Het veldwerk bestond uit drie onderdelen: • bezoekers tellen; • auto’s en fietsen tellen; • vragenlijsten afnemen. Voor het tellen van bezoekers is een door ons zelfontwikkelde tel-webapplicatie gebruikt. In deze applicatie, die op de smartphone werkt, kon snel het aantal bezoekers worden aangegeven. Ook was er ruimte om opmerkingen op te schrijven. Voor de zekerheid hadden alle studenten ook een handteller. Ook het aantal auto’s en fietsen is met deze applicatie in kaart gebracht.

De observanten is gevraagd om enkele foto’s te maken van de buitenzwemplekken en de situatie rondom geparkeerde auto’s en fietsen. Om de beleving van bezoekers te onderzoeken is een korte vragenlijst opgesteld. De observanten hebben deze vragenlijst bij bezoekers afgenomen. Hierbij zijn geen mensen onder de 18 jaar aangesproken. De observanten stelden de vragen en vulden de antwoorden in een online vragenlijsttool in. Ook hierbij was de mogelijkheid om opmerkingen te plaatsen. Bij buitenzwemplek De Munt zijn, op verzoek van de gemeente, enkele aanvullende vragen gesteld over de ervaring met de hekken die dit seizoen voor het eerst zijn geplaatst. Tijdens de gehele periode is gewerkt volgens de dan geldende coronamaatregelen (vooral anderhalve meter afstand houden tussen observant en bezoeker). De observanten waren steeds gedurende vier of vijf uur op een buitenzwemplek. Op sommige locaties waren twee observanten tegelijk aanwezig. Op elk hele uur werden de bezoekers geteld. Dit zijn bezoekers die in het water of op de kant aanwezig waren. Op plekken waar ook auto’s en fietsen geteld moesten worden, werd dat na het tellen van de bezoekers gedaan. Tussen de tellingen door namen de observanten vragenlijsten af. Aan het eind van elke observatiedag stuurden de observanten een verslagje van de dag, bijvoorbeeld over drukte, overlast en het aantal zwemmers in het water.

2.2

De zomer van 2021 Het doel van het onderzoek is om de drukte bij de buitenzwemplekken in kaart te brengen en te onderzoeken of, en zo ja, hoe vaak de maximale capaciteit van de buitenzwemplekken gebruikt wordt. Met andere woorden, op hoeveel dagen in een jaar is het nu vol of topdrukte bij de buitenzwemplekken? Twee aspecten van de zomer van 2021 zijn van belang voor de resultaten van dit onderzoek: de maatregelen vanwege het coronavirus en de ‘slechte’ zomer. Corona In de periode mei tot en met september 2021 zijn diverse coronamaatregelen van kracht geweest. Het was toegestaan om in de buitenlucht bij elkaar te komen, maar niet iedereen voelde zich er prettig bij om zich weer in de drukte of onder de mensen te begeven. Vanaf 26 juni hoefden bijna geen mondkapjes

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

7

meer gedragen te worden en verviel de maximale groepsgrootte. Reizen naar het buitenland mocht weer, maar veel mensen bleven ook thuis of gingen in Nederland op vakantie. Uitstapjes naar buiten (bos, strand, water) waren in deze periode, vooral op mooie dagen, populair. In de vragenlijst die de observanten bij de buitenzwemplekken hebben afgenomen, is een vraag gesteld over het bezoek aan buitenzwemplekken ten tijde van corona (figuur 2.1). Ongeveer twee derde van de respondenten (68%) geeft aan dat het aantal bezoeken aan buitenzwemplekken gelijk is aan de periode zonder corona. Voor 20 procent van de respondenten is dat anders. Zij geven aan in de coronaperiode vaker te gaan zwemmen of recreëren bij een buitenzwemplek dan in de periode voor corona. Jongeren tussen de 18 en 25 jaar geven dit vaker aan dan 26-35-jarigen en de mensen ouder dan 35 jaar (respectievelijk 30%, 21% en 15%). Minder dan 10 procent van de respondenten komt in de coronaperiode juist minder vaak dan in andere jaren. Voor mensen van 35 jaar en ouder ligt dit percentage net boven de 10 procent. Figuur 2.1 1 Antwoord op de vraag: ‘Verwacht u dat het coronavirus van invloed is op het aantal keer dat u komt zwemmen of recreëren?’ (in procenten, n=934) Ouder dan 35 jaar

15

26 t/m 35 jaar

72

21

18 t/m 25 jaar

70

30

Totaal

61

21 0

Ja, ik kom vaker

68 20

40

Nee, ik kom even vaak

60 Ja, ik kom minder vaak

11

3

6

3

5

3

7

3

80

100

Weet ik niet

Bron: Mulier Instituut, Vragenlijst Buitenwater Utrecht, 2021.

Weersomstandigheden De zomer van 2021 is door veel mensen als een ‘slechte zomer’ ervaren. Dat komt vooral doordat de vakantiemaanden juli en augustus in temperatuur en zonneschijnduur achterbleven bij de mooie zomers van de afgelopen jaren. Om de drukke dagen bij de buitenzwemplekken te monitoren waren warme zomerse dagen met veel zon nodig. In mei tot en met september zijn er gemiddeld 28 zomerse dagen (> 25 °C; vier in mei, vijf in juni, negen in juli, acht in augustus en twee in september) (KNMI, 2021a). In 2021 waren dit er twintig1, waarvan twaalf in de maand juni (tabel 2.1) (KNMI, 2021c). De enige tropische dag, met een temperatuur boven de 30 °C, was in juni. Ter vergelijking, in 2020 waren er twaalf tropische dagen (Van Bernebeek, 2021).

1

8

Gemeten op station De Bilt.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

Tabel 2.1 Aantal zomerse dagen in de periode mei tot en met september, in 2021 en gemiddeld in de periode 1991-2020 Aantal zomerse dagen (> 25 °C) 2021

1991-2020

Mei

0

4

Juni

12

5

Juli

4

9

Augustus

1

8

September

3

2

Totaal mei tot en met september

20

28

Bron: KNMI, 2021a, 2021b. Bewerking: Mulier Instituut.

Naast de temperatuur viel ook het aantal uren zonneschijn deze zomer tegen. De enige écht zonnige periode was half juni, samen met de hoge temperaturen. De periode van 16 tot en met 23 juli was ook vrij zonnig, maar minder warm. Augustus kende helemaal geen zonnig tijdvak, hooguit enkele 'losse' dagen die vrij zonnig zijn verlopen (Van Bernebeek, 2021). Begin september was er nog wel een korte periode met veel zon (KNMI, 2021c). Voor de observaties heeft dit tot gevolg gehad dat het aantal geplande dagen observeren per buitenzwemlocatie niet is gehaald. Voor alle buitenzwemplekken was rekening gehouden met tien dagen observeren. Alleen bij Strandbad Maarsseveense Plassen zou vier keer een observant aanwezig zijn. In tabel 2.2 is opgenomen hoeveel observaties zijn uitgevoerd. Op sommige dagen, vooral in juli en augustus, zijn observaties uitgevoerd op dagen dat het niet heel warm en zonnig was. Het aantal bezoekers was op die dagen vaak ook niet al te groot. Een enkele keer zijn observanten eerder gestopt vanwege het geringe aantal bezoekers. In totaal zijn op 26 dagen één of meerdere observaties uitgevoerd. Tabel 2.2 Aantal observaties per buitenzwemplek in de periode mei tot en met september 2021 Buitenzwemplek

Aantal observaties

Veilinghaven

8

Ruigenhoekse Polder

8

Haarrijnse Plas

7

Kromme Rijn bij Amelisweerd

7

De Munt

7

Strijkviertelplas

6

Voorveldse Polder

6

Maarsseveense Plassen Zuidhoek

6

Strandbad Maarsseveense Plassen

1

Het nagestreefde aantal vragenlijsten per buitenzwemplek (100) is, ondanks het kleinere aantal dagen observaties, voor alle buitenzwemplekken helemaal of nagenoeg helemaal gehaald (zie hoofdstuk 4).

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

9

3.

Het bezoek aan de buitenzwemplekken Op acht buitenzwemplekken zijn bezoekers geteld (tabel 3.1). Bij deze plekken zijn één of meerdere deelgebieden gedefinieerd waar geteld werd. In bijlage 1 zijn per buitenzwemplek de deelgebieden opgenomen. Voor de analyses van de tellingen zijn deze deelgebieden samengenomen tot één gebied. Alle resultaten die worden gegeven zijn daarmee per buitenzwemplek en niet per deelgebied. Zo is bij De Munt op vier verschillende plekken geteld, maar zijn voor de analyses deze vier deelgebieden bij elkaar opgeteld en is er één locatie (De Munt) waarvan de resultaten worden gerapporteerd. Niet op alle buitenzwemplekken is het aantal auto’s en fietsen geteld (tabel 3.1). Op buitenzwemplekken zonder duidelijke parkeerplekken voor auto’s en/of fietsen hebben de veldwerkers geobserveerd of er overlast van (foutief) geparkeerde auto’s en fietsen was. Dit is gerapporteerd in de dagverslagen. Tabel 3.1 Uitgevoerde tellingen per buitenzwemplek, naar type telling Observeren overlast Buitenzwemplek

Bezoekers

De Munt

X

Haarrijnse Plas

X

Kromme Rijn bij Amelisweerd

X

Maarsseveense Plassen Zuidhoek

X

Ruigenhoekse Polder

X

Strijkviertelplas

X

Veilinghaven

X

Voorveldse Polder

X

Auto's

Fietsen

auto's/fietsen X

X

X

X

X X

X

X X X

Om te kunnen zeggen in hoeverre een plek ‘druk’ is, is het aantal bezoekers gerelateerd aan de maximale capaciteit uit het eerdere onderzoek naar buitenzwemwater in Utrecht (Wezenberg-Hoenderkamp & Floor, 2020). Deze maximale capaciteit is in dat onderzoek bepaald via zwemwaterprofielen, provinciaal onderzoek naar de behoefte aan zwemwater in de openlucht en gesprekken met beheerders. In hetzelfde onderzoek is echter ook gesteld dat de gerapporteerde maximale capaciteit niet hard gedefinieerd is en extra onderzoek hiernaar nodig is. Dit was ook een van de redenen voor het voorliggende onderzoek. In de hiernavolgende analyses is de maximale capaciteit uit het eerdere onderzoek wel als uitgangspunt gebruikt (tabel 3.2), juist ook om hierop te kunnen reflecteren. Het blijkt dat de maximale capaciteit uit het eerdere onderzoek alleen bij De Munt op één van de teldagen is bereikt. De Kromme Rijn bij Amelisweerd en de Strijkviertelplas zijn de locaties die daarna de hoogste capaciteit hebben bereikt (tussen de 70 en 81%). Op basis van deze gegevens lijkt de maximale capaciteit van de buitenzwemplekken uit het vorige onderzoek een goede indicatie te geven voor het maximale aantal mogelijke bezoekers.

10

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

Tabel 3.2 Gebruikte maximale capaciteit (aantal bezoekers) per buitenzwemplek Buitenzwemplek Haarrijnse Plas

Maximale capaciteit 7.000

A

De MuntB

800

Strijkviertelplas

750

Maarsseveense Plassen Zuidhoek

500

Kromme Rijn bij Amelisweerd

400

Ruigenhoekse PolderC

400

Voorveldse Polder

400

Veilinghaven

300

A

De maximale capaciteit voor de Haarrijnse Plas geldt voor beide deelgebieden samen. Niet op alle dagen

zijn beide deelgebieden op alle uren geteld. B

Voor de maximale capaciteit voor De Munt is per deelgebied een maximale capaciteit van 200 mensen

aangenomen. Met vier deelgebieden resulteert dit in een maximale capaciteit van 800. C

3.1

De maximale capaciteit voor de Ruigenhoekse Polder geldt voor beide deelgebieden samen.

Aantal bezoekers, fietsen en auto’s Het aantal bezoekers, fietsen en/of auto’s is in de periode mei tot en met september 2021 geteld. Op elke locatie is minimaal zes dagen gedurende een aantal uur het aantal bezoekers, fietsen en/of auto’s geteld (tabel 2.2). De uren waarop is geobserveerd zijn vooral de uren waarop de meeste bezoekers werden verwacht. Bij buitenzwemplek Voorveldse Polder startten de tellingen om 10.00 uur, vanwege een verwachte drukte in de ochtend, en liepen deze door tot ongeveer 16.00 uur. Op de andere buitenzwemplekken is meestal in het tijdvak tussen 15.00 uur en 21.00 uur geteld. De meeste tellingen hebben dan ook plaatsgevonden rond 16.00 uur. Het aantal tellingen op de locaties verschilt onderling niet veel. Bij de Ruigenhoekse Polder zijn de meeste tellingen gedaan en bij de Strijkviertelplas de minste (tabel B2.1 in bijlage 2). Aantal bezoekers Rond 16.00 uur is het hoogste aantal bezoekers op één locatie geregistreerd (2.485 bezoekers bij de Haarrijnse Plas). Dit tijdstip is ook het drukst bezocht bij de meeste andere buitenzwemplekken (Maarsseveense Plassen Zuidhoek, Ruigenhoekse Polder, Strijkviertelplas). Bij deze locaties neemt na 18.00 uur het aantal bezoekers flink af. Bij vier andere buitenzwemplekken (Kromme Rijn bij Amelisweerd, Veilinghaven, Voorveldse Polder en De Munt) is dit anders.

Bij de Kromme Rijn en de Veilinghaven2 is het drukste moment gemeten rond 17.00 uur. Bij de Voorveldse Polder is het drukste moment rond 14.00 uur gemeten. Bij De Munt is rond 16.00 uur ook het drukste moment, maar op deze plek blijft het ’s avonds ook nog druk. Het verloop van het aantal bezoekers per uur is per locatie te vinden in bijlage 3. Het aantal bezoekers is elk uur geteld en het hoogste aantal bezoekers in een uur is per locatie weergegeven in tabel 3.3. Bij het hoogste aantal bezoekers is ook de bezetting van de maximale capaciteit in procenten weergegeven. Bij deze drukstbezochte momenten zijn de temperatuur en de

2

Dit drukste moment was gelijk aan de start van de tellingen; het kan zijn dat het daadwerkelijke piekmoment al eerder op de middag lag.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

11

bijbehorende bedekkingsgraad3 in dat uur weergegeven. Het hoogste aantal bezoekers per locatie loopt uiteen van 137 (34% van maximale capaciteit) bij de Ruigenhoekse Polder tot 2.485 (35% van de maximale capaciteit) bij de Haarrijnse Plas. Kijken we naar de procentuele bezetting van de maximale capaciteit, dan is deze op de drukste dag 34 procent bij de Ruigenhoekse Polder en 118 procent bij De Munt (947 bezoekers). Uit de antwoorden van bezoekers op de vraag over de ervaren drukte blijkt dat de bezoekers van de Ruigenhoekse Polder doorgaans op deze locatie ook geen topdrukte ervaren en dat ruim de helft van de bezoekers van De Munt (53%) het daar altijd wel druk vindt (figuur 4.5). Tabel 3.3 Het hoogste aantal bezoekers en de bezetting van de maximale capaciteit per buitenzwemplek met het uur van de dag, temperatuur en bewolking (n=249A) Hoogste

Bezetting van

aantal

maximale

Tijdstip

Tempera-

(bedekkings-

bezoekers

capaciteit (%)

(uur)

tuur (ºC)

graad)

2.485

36

16

27,0

1

De Munt

947

118

17

25,0

0

Strijkviertelplas

553

74

16

25,9

0

Kromme Rijn bij Amelisweerd

323

81

17

23,3

0

Maarsseveense Plassen Zuidhoek

251

50

16

26,3

8

Veilinghaven

239

60

17

26,9

1

Voorveldse Polder

237

59

14

26,7

0

Ruigenhoekse Polder

137

34

16

23,1

0

Buitenzwemplek Haarrijnse Plas

Bewolking

B

A

Aantal momenten dat een telling is uitgevoerd.

B

Bij de Ruigenhoekse Polder is ook op een dag geteld dat het ruim 25 graden was. Die dag was het echter wel

geheel bewolkt. Bron: Tellingen buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021; KNMI, 2021b, 2021d. Bewerking: Mulier Instituut.

Het aantal bezoekers is ook uitgesplitst naar de dag van de week (tabel 3.4). Hierbij moet wel rekening worden gehouden met het feit dat, vanwege weersomstandigheden, niet op alle locaties op alle dagen van de week een meting is uitgevoerd. Woensdag is in absolute aantallen de drukst bezochte dag, mede veroorzaakt doordat de topdag bij de Haarrijnse Plas op woensdag viel. Na de woensdag volgen donderdag en zondag als drukke dagen. Op woensdag zijn gemiddeld ook de hoogste temperaturen gemeten. Zetten we het aantal bezoekers af tegen de maximale capaciteit, dan springt de woensdag er met ruim 100 procent nog steeds uit. Dinsdagen en zondagen volgen daarna met de hoogste bezetting (respectievelijk 52% en 51%). Het relatief hoge aantal bezoekers op donderdag komt overeen met een relatief lage bezetting van ruim 30 procent. Hierbij moet wel vermeld worden dat er maar op een paar locaties op de zondag is gemeten. Voor een beter beeld van het aantal bezoekers en drukte op een dag van de week zouden eigenlijk continue tellingen op de buitenzwemplekken beschikbaar moeten zijn. Uit de verslagen blijkt dat het type publiek gedurende de dag verandert. In de ochtend komen vaak ouders met (jonge) kinderen; in de middag komen daar oudere kinderen bij.

Rond etenstijd komen de mensen die na werktijd nog even willen ontspannen en later in de avond komen op sommige locaties de jongeren de buitenzwemplek ‘overnemen’.

3

12

De bedekkingsgraad is de mate waarin de lucht door wolken wordt bedekt. De score loopt van nul (onbewolkt) tot negen (bovenlucht onzichtbaar).

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

Tabel 3.4 Het gemiddelde aantal bezoekers en de gemiddelde bezetting van de maximale capaciteit per dag van de week (n=42) Dag van de week

Gemiddelde

Gemiddelde

Gemiddelde

Gemiddelde bewolking

aantal

bezetting van

maximum

van de dag (bedekkingsraad)

bezoekers

A

A

maximale

dagtemperatuur

capaciteit (%)

(ºC)

Maandag

(nuur=45)

146

23

24,4

2

Dinsdag

(nuur=52)

179

31

25,0

2

Woensdag

(nuur=47)

658

55

26,1

3

Donderdag

(nuur=33)

272

25

24,8

3

Vrijdag

(nuur=31)

180

8

22,1

7

Zaterdag

(nuur=14)

66

14

22,2

4

Zondag

(nuur=27)

256

51

25,0

0

Voor het berekenen van het gemiddelde is voor elke locatie het hoogste aantal bezoekers op een dag

(drukbezochte dagen) gebruikt. Bron: Tellingen buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021; KNMI, 2021b, 2021d. Bewerking: Mulier Instituut.

Aantal fietsen Bij vier buitenzwemplekken is het aantal fietsen geteld (Haarrijnse Plas, Maarsseveense Plassen Zuidhoek, Strijkviertelplas en Voorveldse Polder). Op de dag van het hoogste aantal bezoekers bij de Haarrijnse Plas stonden veel fietsen geparkeerd op de nieuwe strandboulevard (afbeelding 3.1). De fietsen leidden volgens de observanten niet tot veel overlast. Bij de Maarsseveens Plassen Zuidhoek stonden fietsen op de ligweides, maar dit leidde niet tot overlast (afbeelding 3.2). In een dagverslag van de observanten werd de suggestie gedaan om bij de ingang van de Maarsseveense Plassen Zuidhoek een grote fietsparkeerplek te plaatsen, zodat de fietsten geen ligplekken op de ligweide innemen. Bij de Strijkviertelplas stonden de fietsen vaak langs het wandelpad naar het water of aan de kant van het strandje, maar dit werd niet als overlast gezien door de bezoekers. Bij de observanten was het opgevallen dat er erg veel scooters langs de weg stonden. Bij de Voorveldse Polder stonden veel fietsen, maar volgens de observanten leidde dat niet tot overlast. Ook bij De Munt stonden veel fietsen kriskras door elkaar (afbeelding 3.3). Afbeelding 3.1 Fietsen op de nieuwe strandboulevard bij de Haarrijnse Plas

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

13

Afbeelding 3.2 Fietsen op de ligweides bij Maarsseveense Plassen Zuidhoek

Afbeelding 3.3 Fietsen bij De Munt

Aantal auto’s Bij drie buitenzwemplekken is het aantal auto’s geteld (Haarrijnse Plas, Maarsseveense Plassen Zuidhoek en Strijkviertelplas). Op de dag van het hoogste aantal bezoekers bij de Haarrijnse Plas was de drukte bij de autoparkeerplekken enorm (afbeelding 3.4, noordelijke parkeerplaats). In de verslagen werd beschreven dat veel mensen buiten de parkeervakken hadden geparkeerd (niet op de afbeelding) en dat er lange rijen stonden om een plek te bemachtigen. Ook op andere dagen was het druk op de grootste parkeerplaats, terwijl het aantal bezoekers op die dagen veel minder was. Mogelijk parkeren mensen voor andere bestemmingen in de buurt op deze parkeerplaats. Een van de observanten meldde dat er verkeersregelaars stonden. De bezoekers geven aan dat het een eind lopen is naar het strand. Voor de andere buitenzwemplekken is er niet veel genoemd over de drukte van de auto’s.

14

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

Afbeelding 3.4 Auto’s bij de noordelijke parkeerplaats van de Haarrijnse Plas

3.2

Strandbad Maarsseveense Plassen Het Strandbad bij de Maarsseveense Plassen is een officiële buitenzwemplek waarvoor entree betaald moet worden. Op deze locatie zijn geen tellingen uitgevoerd, maar het Strandbad heeft gegevens van het aantal verkochte tickets van april tot en met september aangeleverd. In de analyses is de periode van 1 mei tot en met 12 september meegenomen (komt overeen met de periode bij de andere zwemplekken). In de resultaten is te zien dat woensdag de drukst bezochte dag is, gevolgd door de zondag. Op deze dagen is de hoogste piek (hoogste aantal bezoekers) en de drukste gemiddelde dag (gemiddeld aantal bezoekers) te zien. Dit komt overeen met de resultaten van de buitenzwemplekken waar geteld is (zie paragraaf 3.1). In de vakantieperiodes (zomer) komen meestal de meeste bezoekers naar een buitenzwemplek. De zomervakantie in het jaar 2021 liep voor heel Nederland van 10 juli tot en met 5 september en voor de regio Midden, waar provincie Utrecht een onderdeel van is, van 17 juli tot en met 29 augustus. Voor iedere periode (meetperiode, zomervakantie Midden, zomervakantie Nederland) is het aantal bezoekers opgedeeld in vijf groepen (minder dan 100 bezoekers, 100 tot 250 bezoekers, 250 tot 500 bezoekers, 500 tot 1.000 bezoekers en 1.000 of meer bezoekers).

Het aantal dagen per groep bezoekersaantallen is te vinden in tabel 3.5, samen met de gemiddelde maximale temperatuur die is gemeten (KNMI, 2021b). Op de meeste dagen was het (erg) rustig bij het Strandbad en waren er minder dan honderd bezoekers. De gemiddelde maximale temperatuur op deze rustige dagen was 21 ºC. Op vijftien dagen in de gehele periode waren er meer dan duizend bezoekers. De meeste van deze dagen vielen buiten de zomervakantie. De gemiddelde temperatuur was op deze dagen ruim 25 ºC. In totaal hebben ongeveer 32.000 bezoekers (60% van het totale aantal bezoekers van mei t/m september 2021) het Strandbad bezocht op dagen met een temperatuur van minimaal 25 ºC.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

15

Tabel 3.5 Aantal bezoekers Strandbad Maarsseveense Plassen per zomerperiode (in aantal bezoekers en dagen) en temperatuur (in graden Celsius) Meetperiode

Zomervakantie midden

Zomervakantie Nederland

(n=135)

(n=43)

(n=57)

Gemiddelde

Gemiddelde

Gemiddelde

Aantal

Aantal

maximale

Aantal

maximale

Aantal

maximale

bezoekers

dagen

temperatuur (ºC)

dagen

temperatuur (ºC)

dagen

temperatuur (ºC)

< 100

78

18,4

25

20,5

34

20,6

100 tot 250

18

22,5

2

22,2

6

22,1

250 tot 500

11

23,9

5

22,8

6

22,5

500 tot 1.000

13

23,4

5

22,5

5

22,5

> 1.000

15

26,1

6

25,1

6

25,1

Bron: Tellingen buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021; KNMI, 2021b, 2021d. Bewerking: Mulier Instituut.

3.3

Bezoekers naar de zwemplek Bij de bezoekers zijn vragenlijsten afgenomen (paragraaf 2.1 en hoofdstuk 4). Zij zijn gevraagd naar leeftijd, vervoersmiddel en frequentie van bezoek. Leeftijdsgroepen Het merendeel van de bezoekers bij De Munt heeft een leeftijd tussen de 18 en 25 jaar (figuur 3.1). De Kromme Rijn bij Amelisweerd en de Ruigenhoekse Polder hebben daarna het hoogste percentage bezoekers uit deze leeftijdsgroep. Deze locaties zijn niet-officiële zwemplekken. De bezoekers ouder dan 35 jaar bezoeken het meest de officiële zwemplekken Strandbad Maarsseveense Plassen en Voorveldse Polder. De Voorveldse Polder is de plek met een speelvijver en -weide. Figuur 3.1 Leeftijd van de bezoekers per buitenzwemplek in Utrecht (in procenten, n=934) De Munt

51

Kromme Rijn bij Amelisweerd

35

45

14

36

20

Ruigenhoekse Polder

37

32

32

Maarsseveense Plassen Zuidhoek

34

38

28

Veilinghaven

34

39

27

Strijkviertelplas

30

Haarrijnse Plas

28

19

25

Strandbad Maarsseveense Plassen

9

16

Voorveldse Polder

7

22

0 18 t/m 25 jaar

42

20 26 t/m 35 jaar

56 75 70 40

60

Ouder dan 35 jaar

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

16

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

80

100

Vervoersmiddel Het merendeel van de bezoekers komt op de fiets naar de zwemplek (62%). Daarna wordt de auto gepakt (20%) of men komt lopend naar de zwemplek (14%). Naar elke locatie komt het merendeel van de bezoekers met de fiets, behalve voor de locatie Strandbad Maarsseveense Plassen. De meeste bezoekers van deze buitenzwemplek komen met de auto (81%). Het vervoersmiddel dat na de fiets wordt gebruikt, verschilt wel per locatie. De bezoekers van De Munt en de Veilinghaven, beiden gelegen in de stad zelf, komen relatief vaak lopend. Voor andere buitenzwemplekken is, na de fiets, de auto het meest gebruikte vervoersmiddel (figuur 3.2). Bezoekers die zeiden een ander vervoermiddel te gebruiken, hebben bijvoorbeeld ‘scooter’, ‘kano’ of ‘skateboard’ genoemd. Kijken we naar waar de bezoekers wonen, dan zien we dat het merendeel van de bezoekers uit de gemeente Utrecht komt (78%), gevolgd door gemeenten uit de provincie Utrecht (13%). Vier procent van de bezoekers komt van buiten de provincie Utrecht (mogelijk zijn dit toeristen). Van vijf procent van de bezoekers is de herkomst niet bekend. Het fietsgebruik onder de bezoekers uit de gemeente Utrecht is groot (figuur 3.3). Twee derde van deze bezoekers komt op de fiets. Te voet en met de auto volgen met respectievelijk zestien en veertien procent.

Van de bezoekers die buiten de gemeente wonen en dus veelal verder zullen moeten reizen, loopt het aandeel autogebruik richting de vijftig procent, maar ook de fiets wordt door deze groep veel gebruikt. Ongeveer tien procent van de bezoekers buiten de provincie komt met het openbaar vervoer naar de buitenzwemplek (figuur 3.3). Figuur 3.2 Vervoersmiddel gebruikt door de bezoekers per buitenzwemplek in Utrecht (in procenten, n=934) Maarsseveense Plassen Zuidhoek

82

15

12

Voorveldse Polder

78

12

5 22

Kromme Rijn bij Amelisweerd

76

15

31 6

Ruigenhoekse Polder

72

Strijkviertelplas

63

De Munt

56

Veilinghaven

48

Haarrijnse Plas

47

Strandbad Maarsseveense Plassen

1

28

23 3

40

22 4

43

4 33

81

20 Lopend

6 12

47

62 0

Auto

1

18

Alle locaties

Fiets

18

2

20 40

Openbaar vervoer

60

14 80

23 100

Anders, namelijk:

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

17

Figuur 3.3 Vervoermiddelen gebruikt door bezoekers naar de buitenzwemplekken uit verschillende regio’s (in procenten, n=8844)

Utrecht (n=730)

67

Gemeenten binnen provincie Utrecht (n=117)

42

Gemeenten buiten provincie Utrecht (n=37)

Auto

Lopend

43 20

16

49

30 0

Fiets

14

414 11

40

60

Openbaar vervoer

Anders

12

80

11

5 100

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

Frequentie van bezoek De meeste bezoekers komen wekelijks (41%) of maandelijks (22%) naar de buitenzwemplek (niet in tabel). Bij De Munt komt ruim de helft van de bezoekers (52%) wekelijks. Dit is het hoogste aantal van alle buitenzwemplekken. Bij het Strandbad Maarsseveense Plassen komen de meeste bezoekers maandelijks (28%) of een aantal keer per jaar (30%). Dit kan komen doordat het Strandbad entreeprijzen hanteert. De frequenties van de bezoeken aan de zwemplekken verschillen niet veel tussen de officiële en de nietofficiële zwemplekken. Bij alle zwemplekken komt het grootste deel van de bezoekers wekelijks en daarna maandelijks naar de zwemplek. De bezoekers geven aan dat de coronacrisis geen invloed heeft (gehad) op het aantal bezoeken aan de zwemplek en dat ze nog even vaak als of zelfs vaker dan voor de coronacrisis naar de zwemplek gaan (68%; paragraaf 2.2). De bezoekers die dagelijks naar de zwemplek komen, komen grotendeels met de fiets of lopend (figuur 3.4). De meeste wekelijkse bezoekers komen op de fiets naar de buitenzwemplek. Bijna drie op de tien bezoekers (29%) die voor de eerste keer op de zwemplek zijn, komen met de auto. Dit is het hoogste percentage van alle frequenties van bezoeken. Daarna komen de bezoekers die een aantal keer per jaar komen (27% met de auto) en de bezoekers die maandelijks komen (23% met de auto).

Van de bezoekers die voor de eerste keer naar de zwemplek komen, komt een klein deel met het openbaar vervoer (8%). Dit aandeel is groter dan bij de andere frequenties van bezoek.

4

18

Van vijftig respondenten is de woongemeente niet bekend.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

Figuur 3.4 Vervoermiddel voor verschillende frequenties van bezoeken aan de buitenzwemplekkenzwemplekken (in procenten, n=934)

Dagelijks

44

12

Wekelijks

43

65

Maandelijks

15

16

69

Een aantal keer per jaar

Fiets

20 Auto

Lopend

3 12

27

49 0

13

23

63

Ik ben hier voor het eerst

1

29 40

60

Openbaar vervoer

8 12 10 80

8

5 100

Anders

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

19

4.

Bezoekers aan het woord De observanten hebben op de dagen dat bezoekers werden geteld ook vragenlijsten bij bezoekers afgenomen (paragraaf 2.1).In totaal zijn de antwoorden van 934 bezoekers verkregen, verdeeld over negen buitenzwemplekken (tabel 4.1). Tabel 4.1 Aantal afgenomen vragenlijsten per buitenzwemplek in de periode mei tot en met september 2021 Buitenzwemplek

Aantal vragenlijsten

De Munt

184

Maarsseveense Plassen Zuidhoek

141

Haarrijnse Plas

118

Kromme Rijn bij Amelisweerd

108

Strijkviertelplas

86

Ruigenhoekse Polder

82

Voorveldse Polder

81

Veilinghaven

77

Strandbad Maarsseveense Plassen

57

Totaal aantal vragenlijsten

934

Bezoekredenen De bezoekers is gevraagd waarom ze de buitenzwemplek waar ze die dag zijn bezoeken. Veel mensen geven aan dat de nabijheid van de buitenzwemplek hiervoor een reden is. Redenen als ‘het is een mooie locatie in de natuur’ en ‘het is niet te druk’ worden ook vaak genoemd (figuur 4.1). Figuur 4.1 Redenen om buitenzwemplekA te bezoeken (in procenten, meerdere antwoorden mogelijk, n=934) Het is dichtbij Het is een mooie locatie in de natuur Het is niet te druk Ik kan hier goed zwemmen Het water is schoon Mijn familie/vrienden komen hier… 8 Het is gemakkelijk te bereiken 8 Het strand/de ligweide is schoon 5 Er zijn schaduwplekken 4 Ik kan hier veilig zwemmen 4 Het is niet duur om hier te zwemmen 4 Er zijn voldoende speelplekken… 3 Er zijn leuke wateractiviteiten 3 Er zijn toiletten aanwezig 2 Er is horeca aanwezig 1 Er zijn voldoende autoparkeerplekken 1 Er wordt toezicht gehouden 1 Er zijn voldoende fietsparkeerplekken 1 0 A

10

53 26 20 17 12

20

30

40

Mensen is gevraagd waarom ze de buitenzwemplek waar ze op dat moment zijn bezoeken.

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

20

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

50

60

Kijken we naar de afzonderlijke locaties, dan zien we dat de nabijheid van de buitenzwemplek voor zes buitenzwemplekken de meest genoemde reden is (tabel 4.2). Voor de Kromme Rijn bij Amelisweerd en Maarsseveense Plassen Zuidhoek wordt de mooie locatie in de natuur het vaakst genoemd, gevolgd door ‘het is dichtbij’. Bij de Maarsseveense Plassen wordt relatief vaak het schone water als reden genoemd voor het bezoek. De meest genoemde redenen per buitenzwemplek is opgenomen in tabel 4.2. Tabel 4.2 Redenen om buitenzwemplek te bezoeken (in procenten, n=934) Locatie

Eerste reden

De Munt

Het is dichtbij

Tweede reden 71%

Ik kan hier goed

Derde reden 24%

-

zwemmen Haarrijnse Plas

Het is dichtbij

62%

-

Kromme Rijn bij

Het is een mooie

61%

Het is dichtbij

Amelisweerd

locatie in de natuur

Maarsseveense

Het is een mooie

Plassen Zuidhoek

locatie in de natuur

Strandbad

Er zijn voldoende

Maarsseveense

speelplekken

Plassen

aanwezig

Ruigenhoekse Polder

Het is dichtbij

31%

Het is niet te

25%

druk 57%

Het is dichtbij

43%

Het water is

38%

schoon 42%

Het is dichtbij

40%

Het water is

25%

schoon

46%

Het is niet te druk

46%

Het is een mooie

22%

locatie in de natuur Strijkviertelplas

Het is dichtbij

56%

Het is niet te druk

20%

-

Veilinghaven

Het is dichtbij

75%

Ik kan hier goed

39%

Het is niet te

zwemmen Voorveldse Polder

Het is dichtbij

42%

Het is een mooie

25%

druk 31%

-

locatie in de natuur Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

Verbeterpunten Aan de bezoekers is gevraagd welke verbeteringen kunnen worden uitgevoerd om de zwemplek aantrekkelijker te maken om te zwemmen en te recreëren (figuur 4.2). Het toevoegen van meer toiletten wordt het vaakst genoemd, gevolgd door het toevoegen van meer prullenbakken, het toevoegen van horecavoorzieningen en het verbeteren van de toegankelijkheid naar/in/uit het water. Relatief weinig wordt het verbeteren van bijvoorbeeld parkeermogelijkheden voor auto of fiets genoemd. Onder het verbeterpunt ‘onderhoud zwemplek’ vallen onder andere het maaien van het gras, het opruimen van afval (glas e.d.) en het opruimen van honden- en ganzenpoep.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

21

Figuur 4.2 Verbeterpunten voor buitenzwemplekken volgens de bezoekers (in procenten, n=934) (Meer) toiletten

28

(Meer) prullenbakken

16

Horeca voorzieningen toevoegen

14

Toegankelijkheid water verbeteren

14

Een (grotere) ligweide

12

Onderhoud zwemplek

11

Schoner zwemwater

11

(Meer) speelplekken creëren

7

Toezicht houden

5

Een (groter) strand

5

(Meer) schaduwplekken

4

(Meer) fietsparkeerplekken

4

Drinkwaterpunt toevoegen

3

(Meer) autoparkeerplekken

3

Een groter ondiep zwemgedeelte

3

(Meer) douches

1

(Meer) kleedhokjes

1

Lagere toegangsprijs

1

Openingstijden horeca verruimen

1

Goedkopere horecavoorziening

0 0

5

10

15

20

25

30

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

Elke zwemplek heeft andere verbeterpunten (tabel 4.3). Bij de locatie Haarrijnse Plas en het Strandbad Maarsseveense Plassen komen geen veel genoemde verbeterpunten naar voren. Voor deze zwemplekken zijn wel veel verschillende verbeterpunten genoemd (in de vragenlijst categorie ‘anders, namelijk’), zoals het toevoegen van ligbedden en picknicktafels bij de Haarrijnse Plas en het invoeren van een abonnement bij het Strandbad Maarsseveense Plassen. Tabel 4.3 Verbeterpunten volgens de bezoekers van de buitenzwemplekken (n=934) Locatie

Eerste verbeterpunt

De Munt

Toegankelijkheid

32%

in/uit het water Kromme Rijn bij

Meer toiletten

Derde verbeterpunt

Meer

30%

Meer toiletten

24%

28%

Toegankelijkheid

24%

prullenbakken 40%

Amelisweerd Maarsseveense

Tweede verbeterpunt

Meer prullenbakken

in/uit het water -

Meer toiletten

45%

-

Meer toiletten

32%

Onderhoud

Plassen Zuidhoek Ruigenhoekse Polder

23%

-

46%

Meer speelplekken

20%

22%

Meer toiletten

21%

zwemplek

Strijkviertelplas

Meer toiletten

54%

Horeca voorzieningen toevoegen

Veilinghaven

Een (grotere)

46%

Een (groter) strand

51%

-

ligweide Voorveldse Polder

Schoner zwemwater

-

* Bij de Haarrijnse Plas en het Strandbad Maarsseveense Plassen is de optie ‘anders, namelijk’ het meest ingevuld. Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

22

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

Beleving Bijna alle bezoekers geven aan de zwemplek een fijne plek te vinden om te recreëren (95%), zich veilig te voelen op de zwemplek (93%) en geen overlast te ervaren van andere bezoekers op de zwemplek (78%) (figuur 4.3). Figuur 4.3 Reactie op verschillende stellingen over de buitenzwemplekken (in procenten, n=934) Ik vind dit een fijne plek om te zwemmen/recreëren

40

Ik voel me veilig als ik hier zwem/recreëer

34

Het is hier altijd druk als ik wil 3 zwemmen/recreëren Ik ervaar overlast van andere bezoekers als ik bij 1 8 deze plek zwem/recreëer

Eens

39

4

58

12

20

48

6

28

57

28

38

0

52

31

13

Vanwege de drukte ga ik een volgende keer naar 1 9 een andere buitenzwemplek Vanwege de drukte ga ik een volgende keer 24 helemaal niet meer zwemmen in buitenwater

3

59

23

Op dit moment is het topdrukte 2 10

Helemaal eens

55

55

20

40

Oneens

Helemaal oneens

Neutraal

60

80

100

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

Aan de bezoekers is ook gevraagd wat zij vinden van de drukte op de zwemplek. Het grootste deel van de bezoekers aan de zwemplekken geeft aan (helemaal) geen topdrukte te hebben ervaren op het moment van bezoek (figuur 4.3). De Ruigenhoekse Polder is de locatie waar de minste bezoekers topdrukte hebben ervaren (11% ervaart topdrukte) (figuur 4.4). Bij De Munt vond ongeveer een vijfde van de bezoekers dat het topdrukte was op het moment van bezoek. Dit sluit aan bij de tellingen, waar bij de Ruigenhoekse Polder de maximale capaciteit niet is bereikt en bij De Munt wel (zie hoofdstuk 3, tabel 3.3). Figuur 4.4 Reactie op de stelling: ‘Op dit moment is het topdrukte’ (in procenten, n=934) De Munt

4

17

18

Strijkviertelplas

3

21

9

Voorveldse Polder

6

16

Veilinghaven

6

Kromme Rijn bij Amelisweerd

9

Maarsseveense Plassen Zuidhoek

6

Strandbad Maarsseveense Plassen

Ruigenhoekse Polder

6

26 56

7

10

44

21

26

53

10

19

44

11

36

56

14

Haarrijnse Plas 2 3

27

68

18

8

43

44

5

46

43

0 Helemaal eens

35

Eens

20

40

Neutraal

Oneens

60

80

100

Helemaal oneens

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

23

Aan de bezoekers is ook gevraagd wat ze van de drukte vonden in de afgelopen bezoeken aan de zwemplek. Per locatie verschilt het aanzienlijk of de bezoekers de zwemlocatie druk vinden als ze willen zwemmen en/of recreëren (figuur 4.5). De bezoekers van de Ruigenhoekse Polder geven aan (helemaal) geen drukte te ervaren als ze willen zwemmen en/of recreëren, terwijl de bezoekers van De Munt het wel regelmatig druk vinden. Dit komt overeen met de bevindingen uit de tellingen (zie hoofdstuk 3), waar de bezetting van De Munt hoger is dan die van de Ruigenhoekse Polder. Ondanks dat bezoekers van De Munt aangeven het regelmatig druk te vinden, geven ze aan de volgende keer niet op een andere zwemplek te recreëren en de buitenzwemplek te blijven bezoeken. Figuur 4.5 Reactie op de stelling: ‘Het is hier altijd druk als ik wil zwemmen/recreëren’ (in procenten, n=934) De Munt

10

43

30

2

Haarrijnse Plas 3

18

39

36

4

Maarsseveense Plassen Zuidhoek 1

21

34

42

1

Strijkviertelplas

6

Veilinghaven

3

23

40 14

Ruigenhoekse Polder

43

19

7

Krommerijn bij Amelisweerd

44

32

30

Strandbad Maarsseveense Plassen

9

0 Helemaal eens

27

16

Voorveldse Polder

Eens

31

6

51

1

51

2

50

27

5

49

20

40

Neutraal

Oneens

60 Helemaal oneens

Bron: Vragenlijstonderzoek buitenwater Utrecht, Mulier Instituut, 2021.

24

15

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

16

80

100

5.

Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk geven we allereest antwoord op de onderzoeksvragen zoals die beschreven zijn in hoofdstuk 1. Van tevoren was de verwachting dat de hoofdvraag beantwoord kon worden door de onderzoeksvragen te beantwoorden. De weersomstandigheden afgelopen zomer zijn echter dusdanig achtergebleven bij de zonnige en warme zomers van afgelopen jaren dat het niet mogelijk is om de problematiek rondom de drukte bij buitenzwemplekken voldoende in kaart te brengen. Daarom kunnen we beperkt uitspraken doen over de wenselijkheid van uitbreiding of herinrichting van het aantal officiële buitenzwemplekken in de stad.

5.1

Bezoek buitenzwemplekken De eerste onderzoeksvraag van het onderzoek gaat over de kenmerken van het bezoek aan buitenzwemplekken, en dan vooral op zomerse dagen. Het aantal zomerse dagen is in de periode mei tot en met september 2021 minimaal geweest. In juni is het een periode aaneengesloten warm en zonnig geweest, maar de rest van de zomer was matig, met slechts af een toe een warme en/of zonnige dag. Dat betekent dat de piek van het aantal bezoekers dit jaar al in juni is bereikt. Dit neemt niet weg dat een aantal conclusies over het bezoek aan buitenzwemplekken getrokken kan worden. ▪

▪

▪

▪ ▪

▪

▪

▪

De Munt is de enige buitenzwemplek waar de maximale capaciteit bereikt is. Bij de Strijkviertelplas en de Kromme Rijn bij Amelisweerd werd een maximale bezetting van respectievelijk 74 en 81 procent bereikt. Bij de andere buitenzwemplekken kwam de maximale bezetting niet hoger dan 60 procent. De maximale capaciteit van de buitenzwemplekken is heel lastig te bepalen. De zwemplekken hebben vaak meerdere entrees, ligweides of plekken waar gerecreëerd kan worden. Zeker omdat lang niet alle bezoekers het water in gaan, kan de spreiding over de buitenzwemplek groot zijn. Zo werd bij Ruigenhoekse Polder geconstateerd dat eigenlijk meer mensen aan de overkant van het water recreëerden. Vooral bij de niet-officiële buitenzwemplekken is deze maximale capaciteit moeilijk vast te stellen. De invloed van het weer (en de weersverwachting) op het aantal bezoekers is heel groot. Op basis van de tellingen is geprobeerd een verband te leggen tussen temperatuur, mate van bewolking en het bezoek aan een buitenzwemplek. Vanwege het geringe aantal tellingen op zomerse dagen heeft deze analyse niet tot betrouwbare resultaten geleid. Zonder dit in cijfers te kunnen duiden is ons wel opgevallen dat niet alleen temperatuur belangrijk is voor het bezoek, maar ook de hoeveelheid zon. Op dagen dat het zonnig, maar niet heel warm was, was het drukker dan op dagen met hoge temperaturen en weinig zon.

De meeste buitenzwemplekken worden rond 16.00 uur het meest bezocht. Op een aantal plekken blijft het aantal ook in de avond nog druk, maar op de meeste wordt het na 18.00 uur rustiger. Het type publiek verandert gedurende de dag. Eerst zijn het vaak ouders met (jonge) kinderen; in de loop van de dag komen daar oudere kinderen bij. Rond etenstijd komen de mensen die na werktijd nog even willen ontspannen, waarna in de avond op sommige locaties de jongeren de buitenzwemplek ‘overnemen’. De woensdagen en zondagen zijn deze zomer de dagen geweest waarop de meeste bezoekers kwamen. Dat is een resultaat uit de tellingen, maar ook uit de (continue) bezoekcijfers van het Strandbad Maarsseveense Plassen. De niet-officiële zwemplekken De Munt, Kromme Rijn bij Amelisweerd en de Ruigenhoekse Polder zijn populaire plekken voor de leeftijdsgroep 18 tot en met 25 jaar. Op deze locaties komen relatief weinig volwassenen van 35 jaar en ouder (al dan niet met kinderen). Het merendeel van de bezoekers komt op de fiets naar de zwemplek (62%). Daarna wordt het vaakst de auto gepakt (20%) of komt men lopend naar de zwemplek (14%). Tussen buitenzwemplekken zijn

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

25

▪

▪

▪

▪

▪

5.2

verschillen te zien. Naar De Munt en Veilinghaven komen relatief veel bezoekers lopend, terwijl Maarsseveense Plassen Strandbad veelal met de auto wordt bezocht. 78 procent van de bezoekers komt uit de gemeente Utrecht en 13 procent komt uit een andere gemeente in de provincie Utrecht. Slechts 4 procent van de bezoekers komt van buiten de provincie Utrecht. De meeste bezoekers komen wekelijks (41%) of maandelijks (22%) naar een buitenzwemplek. De Munt heeft met 52 procent het hoogste wekelijkse bezoek. Bij het Strandbad Maarsseveense Plassen komen relatief veel mensen maandelijks of een aantal keer per jaar. De meest frequente bezoekers (dagelijks) komen vaak op de fiets of lopend naar de buitenzwemplek. De meeste wekelijkse bezoekers komen op de fiets. Bijna drie op de tien bezoekers (29%) die voor de eerste keer op de zwemplek zijn, komen met de auto. Op de drukste dag bij de Haarrijnse Plas waren de parkeerplaatsen voor auto’s overvol. Er stonden rijen om een plekje te vinden en er werd buiten de parkeervakken geparkeerd. Ook op andere dagen was het druk op de parkeerplaats (ook als er minder bezoekers bij de Haarrijnse Plas waren). Op andere parkeerplaatsen is dit tijdens de tellingen niet aan de orde geweest. Geparkeerde fietsen hebben tijdens de tellingen niet tot veel overlast geleid.

Bij de Maarsseveense Plassen stonden veel fietsen op de ligweides en bij De Munt stonden fietsen kriskras geparkeerd. In de vragenlijst hebben weinig mensen aangegeven dat ze extra parkeerplaatsen voor fietsen of auto’s willen.

Wat zeggen de bezoekers? Via vragenlijsten is onderzocht wat bezoekers van buitenzwemplekken vinden van de plek die ze bezoeken, waarom ze juist deze plek bezoeken en of zij verbeterpunten zien. De vragenlijst is bij 934 bezoekers (18 jaar en ouder) afgenomen. ▪

▪

▪

▪

▪

26

De bezoekers van de buitenzwemplekken geven voornamelijk aan naar de betreffende zwemplek te komen omdat die dichtbij is. Redenen als ‘het is een mooie locatie in de natuur’ en ‘het is niet te druk’ worden ook vaak genoemd. Bij de Maarsseveense Plassen wordt relatief vaak het schone water als reden genoemd voor het bezoek. Als verbeterpunt is ‘het toevoegen van meer toiletten’ het vaakst genoemd, gevolgd door ‘het toevoegen van meer prullenbakken’, ‘het toevoegen van horecavoorzieningen’ en ‘het verbeteren van de toegankelijkheid naar/in/uit het water’. Relatief weinig is het verbeteren van de parkeermogelijkheden voor auto of fiets genoemd. Bijna alle bezoekers geven aan de zwemplek een fijne plek te vinden om te recreëren (95%), zich veilig te voelen op de zwemplek (93%) en geen overlast te ervaren van andere bezoekers op de zwemplek (78%). Het grootste deel van de bezoekers aan de zwemplekken geeft aan (helemaal) geen topdrukte te hebben ervaren op het moment van bezoek. Bij De Ruigenhoekse Polder geeft 11 procent van de bezoekers aan dat het op het moment van de telling topdrukte is. Bij De Munt is dit ongeveer 20 procent. Bezoekers van De Munt geven aan het regelmatig druk te vinden. Bezoekers van de Ruigenhoekse Polder geven juist aan (helemaal) geen drukte te ervaren als ze willen zwemmen en/of recreëren.

De ervaren drukte is geen reden om een andere buitenzwemplek op te zoeken of helemaal geen buitenzwemplek meer te bezoeken.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

5.3 Wenselijkheid uitbreiding of herinrichting officiële buitenzwemplekken De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Is het op basis van het bezoek aan buitenzwemplekken in Utrecht wenselijk om het aantal officiële buitenzwemplekken in de stad uit te breiden en/of de (capaciteit/inrichting van) huidige officiële buitenzwemplekken aan te passen? De resultaten van het onderzoek geven geen overtuigend bewijs dat extra zwemplekken gerealiseerd moeten worden. Het beperkte aantal zomerse dagen heeft de mogelijke problematiek onvoldoende aan het licht gebracht. Met de weersomstandigheden van afgelopen zomer (een ‘kwakkelzomer’) voldoen het aantal en de omvang van de buitenzwemplekken. Hierbij is wel van belang dat: ▪ de niet-officiële buitenzwemplekken een belangrijk onderdeel van het totale aanbod zijn; ▪ de zomer van 2021 veel minder zomerse dagen kende dan gemiddeld over de periode 1991-2000: vijf zomerse dagen in juli en augustus 2021 tegenover zeventien gemiddeld in dezelfde periode in 19912000; ▪ de zomer van 2021 slechts één tropische dag kende (in juni), terwijl een gemiddelde zomer ongeveer vijf tropische dagen heeft en de zomers van 2019 en 2020 respectievelijk elf en twaalf tropische dagen hadden; ▪ de verwachting is dat door klimaatverandering de zomers in ieder geval niet koeler worden en er zelfs vaker hittegolven zullen voorkomen.

Meer zomerse dagen, zoals in een gemiddelde zomer, hadden dus tot een andere conclusie kunnen leiden. Qua inrichting van de huidige buitenzwemplekken zijn diverse verbeteringen voorgesteld: ▪ meer toiletten en afvalbakken; ▪ horecavoorzieningen; ▪ meer mogelijkheden om makkelijk in en uit het water te gaan (trappetjes); ▪ meer of grotere ligweides; ▪ onderhoud (grasmaaien, ganzenpoep opruimen, schone ligweides). De zomerse dagen in juni hebben ook laten zien dat het op die dagen op sommige locaties al erg druk was. Bij de Haarrijnse Plas had dit gelijk parkeerproblemen tot gevolg. Bij De Munt waren meer bezoekers dan de gehanteerde maximale capaciteit.

5.4

Aanbevelingen Op basis van het uitgevoerde onderzoek kunnen een aantal aanbevelingen worden gedaan. Ze zijn op te delen in aanbevelingen over de niet-officiële buitenzwemplekken, over de inrichting/organisatie van de buitenzwemplekken en voor vervolgonderzoek. Niet-officiële buitenzwemplekken De niet-officiële buitenzwemplekken zijn belangrijk in het totaalaanbod van buitenzwemwater. In het eerder uitgevoerde onderzoek naar buitenzwemwater in Utrecht werd al gesteld dat ‘de niet-officiële locaties een belangrijk deel van het buitenzwemwateraanbod vormen’ en dat ‘deze locaties over het algemeen dicht in de buurt zijn’ (Wezenberg-Hoenderkamp & Floor, 2020). Vooral De Munt, de Kromme Rijn bij Amelisweerd en Veilinghaven zijn bij de tellingen naar voren gekomen als locaties waar mensen graag (en vaak) komen. Bij de Ruigenhoekse Polder waren de bezoekcijfers deze zomer lager. Het is aan te bevelen om te onderzoeken in hoeverre deze niet-officiële plekken in de toekomst als officiële locatie kunnen worden aangewezen, waarbij veiligheid en waterkwaliteit gecontroleerd moeten worden. Door het realiseren van (kleinschalige) plekken in de stad waar gezwommen mag worden, kan voorkomen worden dat ‘overal’ op (onveilige of overlast veroorzakende) plekken gezwommen gaat

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

27

worden. Het is aan te bevelen ook bij dit soort plekken duidelijk aan te geven waar zwemmen dan mag (of gedoogd wordt). Overigens hebben observanten meerdere malen opgemerkt dat het aantal mensen dat daadwerkelijk het water in gaat niet altijd groot is. Het lijkt erop dat ‘recreëren aan het water’ voor een aantal mensen voldoende is. Inrichting/organisatie huidige buitenzwemplekken Uit het vragenlijstonderzoek zijn verbeterpunten voor de verschillende buitenzwemplekken naar voren gekomen. Als verbeterpunt is ‘het toevoegen van meer toiletten’ het vaakst genoemd, gevolgd door ‘het toevoegen van meer prullenbakken’, ‘het toevoegen van horecavoorzieningen’ en ‘het verbeteren van de toegankelijkheid naar/in/uit het water’. Ook aspecten als grasmaaien, ganzenpoep weghalen en zorgen voor een schone en veilige ligweide (glas weghalen) zijn genoemd. Het is aan te bevelen om voorgestelde verbeterpunten per buitenzwemplek te beoordelen en zo mogelijk uit te voeren. Een verbeterpunt dat niet vaak genoemd is, is het realiseren van meer parkeerplekken voor auto’s of fietsen. De observanten hebben op de drukste dag bij de Haarrijnse Plas echter wel geconstateerd dat er te weinig plekken waren en er foutief werd geparkeerd. Bij andere plekken stonden fietsen overal geparkeerd of stonden fietsen en scooters langs/op het wandelpad.

Het lijkt erop dat de hinder van auto’s en fietsen niet zozeer bij de bezoekers speelt, maar bij omwonenden en andere bezoekers van de gebieden. Dit zou in een vervolgonderzoek onderzocht kunnen worden. Daarnaast is het aan te bevelen om op mooie zomerse dagen, als drukte wordt verwacht, parkeerregelaars in te zetten. Ook voor het parkeren van fietsen zouden meer aantrekkelijke voorzieningen gerealiseerd moeten worden, waarbij ook rekening gehouden wordt met plekken waar bakfietsen en scooters geparkeerd kunnen worden. Vervolgonderzoek Door het lage aantal zomerse dagen afgelopen zomer is de mogelijke problematiek rondom te drukke zwemplekken niet duidelijk naar voren gekomen. Het tellen van mensen, zoals nu uitgevoerd, is een goede, maar arbeidsintensieve manier om inzicht in de drukte te krijgen. In een mogelijk vervolgonderzoek is het aan te bevelen om echt alleen op mooie en warme dagen te tellen en dan op alle locaties tegelijk. Zo ontstaat meer een totaalbeeld van de drukte bij de buitenzwemplekken in en om Utrecht en een beter beeld van waar de knelpunten het grootst zijn. In plaats van of in aanvulling op de tellingen door observanten zouden sensoren kunnen worden ingezet. Deze sensoren, zoals fiets- en autolussen, kunnen continue tellingen in een beperkt gebied doen. Tegenwoordig zijn ook sensoren in ontwikkeling die mensen of drukte kunnen meten.

Dit zijn interessante ontwikkelingen om te volgen en wellicht in pilotvorm voor een aantal buitenzwemplekken in te zetten. Het afnemen van de vragenlijsten heeft veel positieve respons opgeleverd. Observanten hebben aangegeven dat bezoekers vaak zeggen dat het goed is dat een dergelijk onderzoek wordt gedaan. Bezoekers wilden over het algemeen ook meewerken aan het onderzoek. Tegelijk heeft het vragenlijstonderzoek ook interessante uitkomsten opgeleverd. Het is zeker een methode die het waard is om in een later onderzoek weer in te zetten.

28

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

Referenties KNMI (2021a). Zomerse dagen. www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/zomerse-dagen KNMI (2021b). Daggegevens van het weer in Nederland. Geraadpleegd op 1 november 2021, van www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/daggegevens KNMI (2021c). Zomer 2021 (juni, juli, augustus). www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-enseizoensoverzichten/2021/zomer KNMI (2021d). Uurgegevens van het weer in Nederland. Geraadpleegd op 25 oktober 2021, van www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/uurgegevens Van Bernebeek, W. (2021, 30 augustus). Zomer 2021: vrij warm, nat en somber. Weerplaza. www.weerplaza.nl/weerinhetnieuws/zomer-2021-vrij-warm-nat-en-somber/7261/ Wezenberg-Hoenderkamp, K., & Floor, C. (2020). Buitenzwemwater in de gemeente Utrecht. Mulier Instituut.

Monitoring bezoek buitenzwemwater in en om Utrecht | Mulier Instituut

29

Bijlagen Bijlage 1 - Deelgebieden per buitenzwemplek In de onderstaande afbeeldingen zijn gebieden waar geteld is in blauw weergegeven. Strijkviertelplas

Haarrijnse Plas

Afbeelding B1.1 Strijkviertelplas

Afbeelding B1.2 Haarrijnse Plas

Voorveldse Polder

Kromme Rijn bij Amelisweerd

Afbeelding B1.3 Voorveldse Polder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=7e112ada-eb16-48a1-a6de-b7256dca4d5e