Raadvoorstel Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en besluit tot wijziging APV.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Openbare Ruimte Vergunningen, Toezicht en Handhaving Timon Ruis 10617932 Volgt Nee (artikel 3 lid 2 onder k Verordening raadgevend referendum) Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening adressen gemeente Utrecht vast te stellen, waarin de taken om het grondgebied van de gemeente in te delen, de openbare ruimte vast te stellen, daar huisnummers aan toe te kennen en ligplaatsen en standplaatsen vast te stellen aan burgemeester en wethouders worden gedelegeerd, behalve het indelen van de gemeente in woonplaatsen. 2. Het besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 vast te stellen waardoor het gedogen van aanduidingen, zoals straatnaamborden en huisnummers komt te vervallen.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Met de vaststelling van de Verordening adressen gemeente Utrecht worden de taken uit artikel 6 Wet basisregistratie adressen en gebouwen, behalve het indelen van woonplaatsen, door de raad aan burgemeester en wethouders gedelegeerd. Ook worden de regels die op het indelen van de openbare ruimte en het toekennen van nummeraanduidingen gebundeld in één verordening. De regels zijn meer opgesteld in duidelijke taal. Door de vaststelling van deze verordening moeten artikel 5:18 en artikel 5:19 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 worden aangepast. In deze artikelen is geregeld dat rechthebbenden van gebouwen het aanbrengen van aanduidingen (huisnummers en straatnaamborden) moeten gedogen en dat het verboden is om deze aanduidingen te verwijderen.
Context Aanleiding Sinds jaar en dag stellen burgemeester en wethouders in gemeente Utrecht al de openbare ruimte vast. Dat doen zij door straatnamen en huisnummers toe te wijzen. De bevoegdheid tot het toekennen van nummeraanduidingen lag op grond van de Verordening op de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen Utrecht al bij burgemeester en wethouders. De Wet basisregistratie adressen en gebouwen (hierna: Wet BAG) regelt dat de raad het grondgebied van de gemeente indeelt, de openbare ruimte vaststelt, daar nummeraanduidingen aan toekent, ligplaatsen en standplaatsen vaststelt en zo nodig afbakent, evenals bij panden en verblijfsobjecten. Met het vaststellen van de Verordening adressen gemeente Utrecht (hierna: Verordening adressen) worden alle taken samengevoegd in een verordening, in lijn met de Wet BAG, en op de bevoegdheid van het vaststellen van woonplaatsen na, aan burgemeester en wethouders gedelegeerd. Juridische context Op grond van artikel 6 Wet BAG deelt de raad het grondgebied van de gemeente in, stelt zij de openbare ruimte vast en kent zij nummeraanduidingen toe. Daarnaast worden standplaatsen en ligplaatsen vastgesteld, evenals de afbakening hiervan en van panden en verblijfsobjecten.
In de Verordening adressen worden deze taken uit artikel 6 Wet BAG aan burgemeester en wethouders gedelegeerd, behalve het indelen van de gemeente in woonplaatsen. Daarnaast worden aan deze bevoegdheden regels verbonden die zien op het aanbrengen, in stand houden en gedogen van de straatnaamborden en huisnummers en het wijzigen daarvan. In artikel 5:18 en 5:19 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 (hierna: APV) staan regels over het gedogen van aanduidingen en een verbod om deze aanduidingen te verwijderen. Deze regels in de APV kunnen komen te vervallen, omdat dit in de Verordening adressen wordt opgenomen. De toelichting wordt hierop aangepast. We hebben de Modelverordening van de VNG gevolgd en daar waar mogelijk de Verordening adressen in duidelijke taal geschreven. Dit maakt de Verordening adressen een stuk leesbaarder dan het model. Beoogd effect Eenduidige indeling van de gemeente door de openbare ruimte vast te stellen, daar nummeraanduidingen aan toe te kennen en zo nodig af te bakenen. Dit is nodig voor een goede basisregistratie van adressen en gebouwen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening Raadsbesluit van 1 juni 2006 om de Verordening op de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen Utrecht vast te stellen.
Gelet op de uitvoering van motie M 2019/127 zullen wij een lid aan de commissie straatnaamgeving toevoegen, die binnen de commissie als speciale taak heeft om meer evenwicht te creëren bij vernoemingen van straatnamen vanuit het oogpunt van diversiteit in de breedste zin. Het lid zal kort nadat de Verordening adressen is vastgesteld benoemd worden. Daarvoor moet het Reglement commissie Straatnaamgeving worden aangepast. Dit zal worden gedaan, waarna de geactualiseerde Regeling commissie straatnaamgeving (nieuwe naam) gepubliceerd zal worden.
2
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Verordening adressen gemeente Utrecht vast te stellen, waarin de taken om het grondgebied van de gemeente in te delen, de openbare ruimte vast te stellen, daar huisnummers aan toe te kennen en ligplaatsen en standplaatsen vast te stellen aan burgemeester en wethouders worden gedelegeerd, behalve het indelen van de gemeente in woonplaatsen
Argumenten 1.1
Dit maakt het mogelijk om het vaststellen van de openbare ruimte, het toekennen van huisnummers, het vaststellen van ligplaatsen en standplaatsen eenvoudiger en sneller uit te laten voeren door burgemeester en wethouders. De taken op grond van artikel 6 Wet BAG liggen bij de raad. Om te zorgen voor eenvoudige(re) besluitvorming en snellere uitvoering van deze taken is het gewenst om de taken aan burgemeester en wethouders te delegeren. Dit geldt voor alle taken, behalve het indelen van de gemeente in woonplaatsen en het vaststellen van de namen daarvan, omdat dit meestal ook een symbolische waarde heeft en daardoor soms een politiek lading. Het is dan aan de politiek om een keuze te maken. Om die reden wordt ervoor gekozen om deze bevoegdheid niet aan burgemeester en wethouders te delegeren.
Beslispunt 2
Het besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 vast te stellen waardoor het gedogen van aanduidingen, zoals straatnaamborden en huisnummers komt te vervallen
Argumenten 2.1
Door het vaststellen van de Verordenig adressen zijn deze bepalingen uit de in de APV dubbelop, wat kan leiden tot verwarring. In de Verordening adressen wordt het aanbrengen en gedogen van straatnaamborden en huisnummers opgenomen. Op deze manier staan alle regels die gaan over straatnaamborden en huisnummers bij elkaar in een regeling. De regels in de APV kunnen daardoor komen te vervallen, anders zijn ze dubbelop en kan er verwarring ontstaan. Om die reden moet een besluit tot wijzing van artikel 5:18 en 5:19 APV worden vastgesteld.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties.
Vervolg De verordening wordt bekendgemaakt op www.overheid.nl, waarna deze geldt op het moment van inwerkingtreding.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.
Communicatie De verordening wordt gepubliceerd en bekend gemaakt.
3
(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing, omdat dit een raadsvoorstel betreft ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft (artikel 3 lid 2 onder k Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening adressen gemeente Utrecht. - Besluit tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010; aanduidingen in artikel 5:18 en 5:19. Bijlagen informatief - Uitleg Verordening adressen gemeente Utrecht. - Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010. - Uitleg bij besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, aanduidingen in artikel 5:18 en 5:19.
4