Raadsvoorstel Zienswijze op Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling BghU
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Zienswijze op Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling BghU Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Jesse Grooteman 34033354 Volgt Nee (artikel 1:2 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum) Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De bijgevoegde zienswijzebrief vast te stellen op de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2027, waarin aandacht wordt gevraagd voor bestuurlijke nabijheid, een heldere rolverdeling en aanspreekbaarheid binnen de governance, de stemverhouding die in de praktijk recht moet blijven doen aan de financiële bijdrage, de bestuurlijke verantwoordelijkheid en het bestuurlijk gewicht van de gemeente Utrecht.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting De raad wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen bij het college over de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU). De belangrijkste wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling BghU zijn: • het omvormen van de Gemeenschappelijke Regeling BghU van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam; • het aanwijzen van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de gemeente Utrecht als vaste leden van het Dagelijks Bestuur; en • het aanpassen van de stemverhoudingen in het Algemeen Bestuur als gevolg hiervan, waarbij de raad aandacht vraagt voor het behoud van bestuurlijke nabijheid, heldere rolverdeling en stemverhoudingen die in de praktijk recht blijven doen aan de financiële bijdrage en bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeente Utrecht.
Context Aanleiding De Gemeenschappelijke Regeling BghU is momenteel ingericht als bedrijfsvoeringsorganisatie met één bestuurslaag. In de uitvoering is aanleiding ontstaan om de bestuurlijke structuur en governance van de regeling te herzien. Naar aanleiding hiervan heeft het bestuur van BghU een wijzigingsbesluit opgesteld dat voorziet in de omvorming van de gemeenschappelijke regeling naar een openbaar lichaam, met een inrichting bestaande uit twee bestuurslagen: een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het wijzigingsbesluit is op 15 december 2025 aangeboden aan het college van burgemeester en wethouders. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt het voorstel ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad wordt verzocht uiterlijk 26 februari 2026 een zienswijze in te dienen, waarna het college met inachtneming daarvan een definitief standpunt zal innemen en dit uiterlijk op 4 maart 2026 kenbaar zal maken. Juridische context De raad wordt conform artikel 1 Wet Gemeenschappelijke Regelingen in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven over een gewijzigde regeling. Het college neemt vervolgens een definitief standpunt in dat kenbaar wordt gemaakt aan het Bestuur van de BghU. In de hierop volgende fase stelt de Gemeenschappelijke Regeling, op basis van de standpunten van de deelnemers, een definitieve tekst op voor het wijzigingsbesluit.
Vervolgens zal het college van B&W gevraagd worden hiermee in te stemmen. De raad zal gevraagd worden daar toestemming voor te verlenen. Beslistermijn De gemeenteraad heeft formeel 8 weken na het indienen van het voorstel door het college de mogelijkheid om een eventuele zienswijze kenbaar te maken. Verzoek is uiterlijk 26 februari 2026 een besluit te nemen, zodat voor 4 maart 2026 door het college een definitief standpunt kenbaar kan worden gemaakt over het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling BghU. Omdat de huidige raden gedurende deze raadsperiode betrokken zijn geweest bij het verbetertraject en de ontwikkeling van de voorgestelde governancewijziging, worden zij het best in staat geacht de gewijzigde regeling te beoordelen. In de raadsbrief van 11 november 2025 is aangegeven dat de weging van de zienswijzen in deze raadsperiode plaatsvindt. Iedere gemeenteraad dient hiervoor een zienswijze in. Beoogd effect Met het omvormen van de BghU van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam wordt een grotere bestuurlijke nabijheid gerealiseerd. Hierdoor zijn tijdelijke bestuurlijke hulpstructuren, zoals die in de afgelopen jaren zijn ingezet, niet langer noodzakelijk. Dit draagt bij aan ‘good governance’ en sluit beter aan bij de bedoeling van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Daarnaast wordt door de omvorming naar een openbaar lichaam een duidelijke rolscheiding tussen de bestuurlijke opdrachtgever en de eigenaarsrol beter geborgd. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De gemeenteraad is door middel van de raadsbrief op 11 november 2025 geïnformeerd over het voornemen van het Bestuur om de omzetting in gang te zetten.
2
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De bijgevoegde zienswijzebrief vast te stellen op de wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2027, waarin aandacht wordt gevraagd voor bestuurlijke nabijheid, een heldere rolverdeling en aanspreekbaarheid binnen de governance, de stemverhouding die in de praktijk recht moet blijven doen aan de financiële bijdrage, de bestuurlijke verantwoordelijkheid en het bestuurlijk gewicht van de gemeente Utrecht.
Argumenten 1.1
De omzetting naar een openbaar lichaam is gewenst om structurele en effectieve bestuurlijke sturing mogelijk te maken De rechtsvorm van een openbaar lichaam hoeft niet per definitie de beste rechtsvorm voor een belastingsamenwerking te zijn. Binnen de context van de BghU is deze rechtsvorm echter wel passend. Binnen de BghU is meerdere jaren gewerkt met tijdelijke stuurgroepen, bestuurscommissies en andere hulpstructuren om effectieve bestuurlijke sturing te organiseren. Het formaliseren hiervan is wenselijk en kan op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) alleen via de bestuursvorm van een openbaar lichaam. Deze bestuursvorm zorgt daarnaast voor meer structurele bestuurlijke nabijheid met een Dagelijks Bestuur dat minimaal vier keer per jaar vergadert en een Algemeen Bestuur dat minimaal twee keer per jaar bijeenkomt. Dit voorkomt complexe besluitvorming bij bijsturing, houdt de bestuurlijke belasting beheersbaar en zorgt voor structurele versterking van de governance. Tevens wordt hiermee een duidelijke rolscheiding gerealiseerd tussen de bestuurlijke opdrachtgeversrol en de eigenaarsrol, die bij een bedrijfsvoeringsorganisatie in één bestuurder per deelnemer samenkomen. Tot slot zou een openbaar lichaam zwaardere bevoegdheden kunnen krijgen waarmee het openbaar lichaam ook kaders en beleid zou kunnen vaststellen.
1.2
De voorgestelde governance doet recht aan het gewicht en de rol van de grootste deelnemers en borgt brede deelname Het wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling BghU stelt voor de AB-leden namens gemeente Utrecht en namens het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) als vaste leden van het Dagelijks Bestuur aan te wijzen, passend bij het grote belang voor deze deelnemers en hun bijdrage aan de BghU. Utrecht levert veruit de grootste financiële bijdrage, terwijl HDSR voor zijn inkomsten volledig afhankelijk is van de door BghU gerealiseerde belastingopbrengsten. Met de voorgestelde stemverhoudingen kunnen Utrecht en HDSR samen met telkens één andere deelnemer zitting nemen in het Dagelijks Bestuur, waardoor ook andere deelnemers kunnen deelnemen aan het Dagelijks Bestuur.
1.3
De aangepaste stemverhoudingen zijn noodzakelijk om een Dagelijks Bestuur conform de Wgr te kunnen vormen De stemverhoudingen in de Gemeenschappelijke Regeling BghU worden aangepast om de vorming van een Dagelijks Bestuur mogelijk te maken dat voldoet aan de eisen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaronder dat het Dagelijks Bestuur geen meerderheid mag hebben in het Algemeen Bestuur en uit minimaal drie leden bestaat. De voorgestelde herverdeling van stemmen sluit aan bij de financiële bijdragen van de deelnemers en borgt een evenwichtige vertegenwoordiging. Hiermee wordt mogelijk dat Utrecht en HDSR samen met ten minste één andere deelnemer het Dagelijks Bestuur vormen.
1.4
De afname van het stemgewicht van Utrecht leidt niet tot verlies aan feitelijke invloed 3
Hoewel het relatieve stemgewicht van Utrecht in het Algemeen Bestuur afneemt (van 47% naar 24% van de stemmen), blijft de feitelijke invloed van de gemeente geborgd door haar vaste positie in het Dagelijks Bestuur, waar de dagelijkse aansturing en besluitvoorbereiding plaatsvinden. Daarnaast behoudt Utrecht als grootste financiële bijdrager en opdrachtgever een zwaarwegende rol bij kaderstelling, begroting en strategische keuzes. Besluitvorming binnen de BghU vindt bovendien grotendeels plaats op basis van bestuurlijke afstemming en consensus, waardoor de positie van Utrecht ook buiten formele stemmingen substantieel blijft. Hieronder de voorgestelde stemverhouding: Deelnemer
Huidige staffel
Voorstel
Utrecht
93
10
> 5.000K
47%
24%
HDSR
34
6
2.000K tot 5.000K
17%
15%
Zeist
16
4
1.000K tot 2.000K
8%
10%
Stichtse Vecht
13
4
1.000K tot 2.000K
7%
10%
Nieuwegein
12
4
1.000K tot 2.000K
6%
10%
De Bilt
10
3
500K tot 1.000K
5%
7%
Utrechtse Heuvelrug
9
3
500K tot 1.000K
5%
7%
Houten
8
3
500K tot 1.000K
4%
7%
Bunnik
3
2
200K tot 500K
2%
5%
Lopik
2
2
200K tot 500K
1%
5%
200
41
100%
100%
TOTAAL
1.5
Bijdrage
Verschil
De voorgestelde wijziging wordt ondersteund door de organisatie van de BghU De organisatie van de BghU ondersteunt de ontwikkeling naar meer bestuurlijke nabijheid en een heldere verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Dit draagt bij aan een goede en betrouwbare uitvoering van de belastingtaken.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. De omzetting van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam leidt niet tot een stijging van de bijdragen van de deelnemers. De hiermee samenhangende kosten worden volledig opgevangen binnen de bestaande begroting van de BghU. Ook de ondersteuning van het Dagelijks Bestuur kan binnen de bestaande formatie en middelen worden georganiseerd. Het instellen van een Dagelijks Bestuur leidt daarmee niet tot structurele extra kosten voor de deelnemers.
Vervolg Het college neemt na het besluit van de raad over het indienen van zienswijzen een definitief standpunt in over het wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling BghU. Op basis van de standpunten en zienswijzen van de deelnemende partijen wordt door het bestuur van de BghU een definitief wijzigingsbesluit opgesteld en voor besluitvorming voorgelegd aan de deelnemende partijen. Naar verwachting wordt de GR BghU per 1 januari 2027 gewijzigd.
Samen stad maken (voorheen: Participatie) ‘Gemeente aan zet’ is van toepassing, er is niet samengewerkt met Utrechters voor dit voorstel.
Communicatie Het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling BghU wordt door het college geïnformeerd over de besluitvorming.
(Niet)Referendabel Dit raadsbesluit is niet referendabel op grond van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht, omdat het een raadsbesluit betreft over stukken van een Gemeenschappelijke Regeling (artikel 1:2, tweede lid onder i van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht). 4
Bijlagen Bijlagen besluitvorming Zienswijzebrief Wijzigingsbesluit GR BghU Bijlagen Informatief Aanbiedingsbrief Zienswijzen Ontwerpbesluit GR BghU 2027 Ontwerp GR BghU 2027 wijzigingen zichtbaar
5