Raadsvoorstel Zienswijze Kaderbrief 2027 GGDrU
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Zienswijze Kaderbrief 2027 GGDrU Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum raad Referendabel Geheim
Volksgezondheid Volksgezondheid Marianne van der Velde 34052794 volgt Nee (artikel 1:2 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum) Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De bijgevoegde zienswijzebrief vast te stellen, waarin de raad de GGDrU verzoekt bij de verdere uitwerking van de kaderbrief 2027 en de daarop gebaseerde (ontwerp)begroting rekening te houden met de volgende uitgangspunten: a. dat een goed voorbereide en robuuste GGD-organisatie, waarbij de basis op orde is, een noodzakelijke randvoorwaarde vormt voor publieke gezondheid, crisisbeheersing en maatschappelijke weerbaarheid; b. dat de raad terughoudendheid wenst bij het structureel toewijzen van (verwachte) middelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zolang bestemming, governance en financiële consequenties onvoldoende duidelijk zijn; c. dat de gemeente Utrecht, mede gezien haar rol als centrumgemeente en de aanwezigheid van eigen uitvoerings- en kennisorganisatie op het terrein van volksgezondheid, een afwijkende uitgangspositie heeft binnen de GGDrU en dat hiermee expliciet rekening wordt gehouden in samenwerking, advisering en tariefstelling; d. dat de raad zorgen heeft over de transparantie en onderbouwing van de inwonersbijdrage en de tariefopbouw voor Utrecht en verzoekt om inzicht in de achterliggende berekeningen; e.
dat de raad positief staat tegenover voortzetting en borging van programma’s als Nu Niet Zwanger en het Meld- en Adviespunt Bezorgd, onder de voorwaarden van geborgde kwaliteit, kostenbeheersing en duidelijke regionale afspraken; f. dat de raad samenwerking met de GGDrU belangrijk vindt, maar deze nadrukkelijk ziet als aanvullend op – en in samenhang met – de eigen inzet en expertise van de gemeente Utrecht. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting In de zienswijze op de Kaderbrief 2027 geeft de raad richting aan het algemeen bestuur van de GGDrU voor de verdere uitwerking van de kaderbrief richting de (ontwerp)begroting 2027. De raad spreekt waardering uit voor de focus op het versterken van basisfunctionaliteiten van de GGDrU en de voorbereiding op maatschappelijke en gezondheidsdreigingen. Tegelijkertijd vraagt de raad nadrukkelijk aandacht voor financiële transparantie, de inzet en governance van AZWA-middelen, de tariefopbouw en de bijzondere positie van Utrecht als centrumgemeente met een eigen organisatie voor volksgezondheid. Daarnaast benadrukt de raad het belang van beheersbare kosten en duurzame samenwerking bij specifieke taken en programma's zoals seksuele gezondheid, Nu Niet Zwanger en het Meld- en Adviespunt Bezorgd (MAB).
Context Aanleiding De gemeente Utrecht neemt sinds 2014 deel aan de Gemeenschappelijke Regeling GGD regio Utrecht (GR GGDrU). Deze deelname volgt uit de Wet publieke gezondheid (Wpg). Binnen de GR GGDrU zijn door de gemeente Utrecht taken uit de Wpg belegd bij de GGDrU, waaronder taken op het gebied van gezondheidsbescherming en advisering en ondersteuning bij crisissituaties. Daarnaast zijn met de GGDrU maatwerkafspraken gemaakt op het terrein van de openbare geestelijke gezondheidszorg, de uitvoering van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de lijkschouw. Op grond van de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU wordt de gemeenteraad ieder jaar in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op de kaderbrief. Met deze zienswijze kan de raad richting geven aan de beleidsmatige en financiële uitwerking van de kaderbrief. Het algemeen bestuur van de GGDrU besluit op 25 maart 2026 over de Kaderbrief 2027. De Directeur Publieke Gezondheid van de GGDrU heeft de raad op 10 december 2025 per brief in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op de Kaderbrief 2027. Zienswijzen die uiterlijk 13 maart 2026 zijn ingediend, worden betrokken bij de besluitvorming. Juridische context De grondslag voor het indienen van een zienswijze op de Kaderbrief 2027 van de GGDrU is opgenomen in artikel 43 van de Gemeenschappelijke Regeling GGDrU.
Beslistermijn De uiterlijke termijn voor het indienen van de zienswijze is 13 maart 2026. Zienswijzen die na deze datum door de GGDrU worden ontvangen worden niet betrokken bij de besluitvorming. Beoogd effect De zienswijze wordt betrokken bij de besluitvorming over de kaderbrief 2027 door het Algemeen Bestuur van de GGDrU op 25 maart 2026 en vormt mede de basis voor de verdere uitwerking richting de (ontwerp)begroting 2027. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Geen.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De bijgevoegde zienswijzebrief vast te stellen, waarin de raad de GGDrU verzoekt bij de verdere uitwerking van de kaderbrief 2027 en de daarop gebaseerde (ontwerp)begroting rekening te houden met de volgende uitgangspunten: a. dat een goed voorbereide en robuuste GGD-organisatie, waarbij de basis op orde is, een noodzakelijke randvoorwaarde vormt voor publieke gezondheid, crisisbeheersing en maatschappelijke weerbaarheid;
2
b. dat de raad terughoudendheid wenst bij het structureel toewijzen van (verwachte) middelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zolang bestemming, governance en financiële consequenties onvoldoende duidelijk zijn; c. dat de gemeente Utrecht, mede gezien haar rol als centrumgemeente en de aanwezigheid van eigen uitvoerings- en kennisorganisatie op het terrein van volksgezondheid, een afwijkende uitgangspositie heeft binnen de GGDrU en dat hiermee expliciet rekening wordt gehouden in samenwerking, advisering en tariefstelling; d. dat de raad zorgen heeft over de transparantie en onderbouwing van de inwonersbijdrage en de tariefopbouw voor Utrecht en verzoekt om inzicht in de achterliggende berekeningen; e. dat de raad positief staat tegenover voortzetting en borging van programma’s als Nu Niet Zwanger en het Meld- en Adviespunt Bezorgd, onder de voorwaarden van geborgde kwaliteit, kostenbeheersing en duidelijke regionale afspraken; f. dat de raad samenwerking met de GGDrU belangrijk vindt, maar deze nadrukkelijk ziet als aanvullend op – en in samenhang met – de eigen inzet en expertise van de gemeente Utrecht. Argumenten 1.1
Een groot deel van de voorgestelde inzet van de GGDrU voor 2027 draagt bij aan de basis op orde, crisisbeheersing en weerbaarheid. Een robuuste GGDrU-organisatie en goede voorbereiding op maatschappelijke en gezondheidsdreigingen zijn essentieel. We onderschrijven de inzet van de GGDrU op het versterken van basisfunctionaliteiten, zoals informatiesystemen. De ervaringen tijdens de coronacrisis laten zien dat onvoldoende robuuste systemen en processen de effectiviteit van crisisbeheersing onder druk zetten. In lijn met ‘de basis op orde’ ondersteunen we van harte dat een substantieel deel van de inzet in 2027 hierop gericht is. Daarnaast erkent de Gemeente Utrecht het belang van maatschappelijke weerbaarheid en militaire paraatheid. Als centrumgemeente, onder meer met een militair hospitaal, en die actief inzet op de weerbaarheid, voelt Utrecht zich in het bijzonder verbonden met deze opgaven.
1.2
Omdat randvoorwaarden, governance en financiële consequenties van het AZWA nog onvoldoende zijn uitgewerkt, wordt opgeroepen tot terughoudendheid bij het (structureel) toewijzen van AZWA-middelen. In de kaderbrief beschrijft de GGDrU dat het AZWA leidt tot concrete ontwikkelingen en een versterkte rol voor de organisatie. Alhoewel dit op hoofdlijnen klopt is er nog onvoldoende bekend over de randvoorwaarden. Daarmee wordt vooruitgelopen op een structurele inzet van middelen, terwijl bestemming, governance en financiële gevolgen nog onvoldoende zijn uitgewerkt. Daarnaast vraagt verdere uitwerking van het AZWA om een eigen democratisch besluitvormingsproces, waarin expliciet wordt afgewogen welke doelen en activiteiten lokaal en welke in regionaal verband worden georganiseerd. Daarbij is het noodzakelijk dat keuzes worden gemaakt in het licht van de beschikbare middelen, aangezien middelen en opgaven niet in alle gevallen in balans zijn. Specifieke aandacht is daarnaast nodig voor de uitzonderingspositie van de gemeente Utrecht, omdat een deel van de inzet benodigd voor de uitvoer van AZWA door organisatieonderdeel Volksgezondheid wordt uitgevoerd en niet door de GGDrU. Daarom is het van belang dat: - middelen pas structureel worden ingezet wanneer hierover duidelijkheid bestaat; - gemeenten tijdig worden betrokken bij keuzes over rollen, taken en financiële consequenties.
3
1.3
De gemeente Utrecht heeft door de inzet van een eigen organisatieonderdeel Volksgezondheid, binnen de GGDrU een afwijkende uitgangspositie die expliciet moet worden meegenomen in samenwerking en advisering. Utrecht heeft een bijzondere positie binnen de GGDrU, die expliciet moet worden meegenomen bij samenwerking en advisering. De gemeente Utrecht kent een afwijkende uitgangspositie doordat zij zelf inzet pleegt op meerdere onderdelen van publieke gezondheid, waaronder jeugdgezondheidszorg, onderzoek, gezondheidsbevordering en inspectie kinderopvang. Dit conform eerdere afspraken die in de raad bekrachtigd zijn na de invoer van de Wet Publieke Gezondheid (WPG). Het organisatieonderdeel Volksgezondheid adviseert rechtstreeks aan het college van burgemeester en wethouders, zonder tussenkomst (maar vaak wel in afstemming met) GGDrU. De afgelopen maanden is veel gesproken over de uitzonderingspositie van de Gemeente Utrecht en de voor- en nadelen daarvan. Zowel de Gemeente Utrecht als de GGDrU zien dat er meer te bereiken is wanneer we gezamenlijk optrekken en de in de kaderbrief benoemde strategische samenwerkingen verbinden aan deze uitzonderingspositie. Hierbij rekening houdend met uitwisseling van kennis en kunde tussen gemeente Utrecht en GGDrU, ten gunste van inwoners in de regio. Daarbij is expliciete erkenning van deze positie randvoorwaardelijk.
1.4
Financiële transparantie en een goede onderbouwing is noodzakelijk om de inwonersbijdrage en tariefopbouw goed te kunnen beoordelen. Om de berekeningen na te gaan is transparantie en onderbouwing ten aanzien van de inwonerbijdrage en tariefopbouw voor Utrecht nodig. De voorgestelde systematiek gaat uit van inwoneraantallen per 1 januari 2025, zonder bijstelling bij begrotingsopstelling 2027. Gezien de periode tussen peildatum en begrotingsjaar is dit kwetsbaar. Daarom is inzicht in de achterliggende berekening van tarieven, inclusief verwerking van taken die Utrecht niet afneemt, zoals jeugdgezondheidszorg en inspectie kinderopvang nodig. Het verzoek aan de GGDrU is om in toekomstige begrotingen en kaderbrieven uit te gaan van actuelere inwonersdata, dan wel tijdig inzicht te geven in de effecten van demografische ontwikkelingen op de inwonersbijdrage.
1.5
Om continuïteit van beleid te waarborgen en kwaliteit en kosten beheersbaar te houden, ondersteunen we borging onder duidelijke voorwaarden. Borging maakt lange termijn beleid mogelijk. We ondersteunen de voortzetting en borging van deze programma’s, onder voorwaarden van kwaliteit, kostenbeheersing en duidelijke regionale afspraken. Gemeente Utrecht vindt de inzet op seksuele gezondheid en de gezamenlijke lobby richting het Rijk voor een eerlijkere verdeelsleutel een belangrijk onderdeel om blijvend op in te zetten. Positief wordt gereageerd op de borging van het programma Nu Niet Zwanger (NNZ) binnen het AZWA, met als uitgangspunt dat rijksmiddelen leidend zijn voor de begroting en dat regionale afspraken verder worden uitgewerkt. NNZ wordt in de GU al sinds 2020 uitgevoerd. Voor het Meld- en Adviespunt Bezorgdheid hechten we aan beheersbaarheid van kwaliteit en kosten. De afgelopen maanden is veelvuldig contact geweest om te komen tot de opzet van een vierjarige samenwerking met de GGDrU en 11 andere gemeenten. Na veel gesprekken is een passend financieringsmodel met een maximumtarief afgesproken. De gekozen stabiele financieringsstructuur wordt in dat licht positief beoordeeld.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
De verdere uitwerking van de Kaderbrief 2027 kan leiden tot financiële en inhoudelijke gevolgen voor Utrecht die nu nog onvoldoende inzichtelijk zijn. De verdere uitwerking van de Kaderbrief 2027 kan financiële en inhoudelijke consequenties hebben die nu onvoldoende inzichtelijk zijn. Hierdoor bestaat het 4
risico dat de effecten voor Utrecht niet volledig worden meegenomen bij de begroting.
Financiën Dit voorstel (het vaststellen van de zienswijzebrief) heeft geen financiële consequenties. De kaderbrief 2027 bevat ontwikkelingen en beleidsvoornemens, die de GGDrU vertaalt naar de begroting 2027. Na de verkiezingen wordt een nieuw bestuur geïnstalleerd dat via de bestuursagenda 2027-2031 de hoofdlijnen, aandachtspunten en prioriteiten meegeeft aan de GGDrU voor de komende jaren. Deze kaderbrief stelt daarom geen nieuw beleid voor, maar gaat uitsluitend in op de ontwikkelingen die de GGDrU voor 2027 verwacht. De zienswijze is expliciet gericht op het voorkomen van negatieve financiële effecten voor de gemeente.
Vervolg De vastgestelde zienswijzebrief wordt aan de GGDrU gezonden en meegenomen in de besluitvorming van het Algemeen Bestuur GGDrU over de kaderbrief 2027 op 25 maart 2026.
Samen stad maken Het principe ‘Gemeente aan zet’ is van toepassing, bij dit voorstel is er geen participatie met Utrechters uitgevoerd.
Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien naast deze zienswijze.
Niet referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 1:2 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Zienswijzebrief kaderbrief 2027 GGDrU Bijlagen informatief - Brief aan raden bij Kaderbrief 2027 GGDrU - Kaderbrief 2027 GGDrU
5