Raadsvoorstel Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (juni 2021).docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Raadsvoorstel Zienswijze Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Ruimtelijke ontwikkeling Ontwikkelorganisatie Ruimte Wilbert van Ittersum 8742822 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De bijgevoegde brief aan de bestuurlijk opdrachtgevers REP (Ruimtelijk Economisch Programma) vast te stellen als zienswijze op het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief, waarin: wordt geconstateerd dat de grote ruimtelijke opgaven voor de komende jaren samenhangend in beeld zijn gebracht; aandacht wordt gevraagd voor de integraliteit en de programmering in de volgende fase en voor inhoudelijke aanvullingen op het gebied van woningbouw, werklokaties, mobiliteit en groen en gezonde leefomgeving. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting U wordt gevraagd in te stemmen met de zienswijze op het concept IRP. Met deze zienswijze wordt de raad in de gelegenheid gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen, alvorens het definitieve IRP ter besluitvorming wordt aangeboden. De zienswijzen van de 16 raden vormen de basis voor het definitief IRP dat medio september wordt aangeboden aan de colleges en door hen ter besluitvorming wordt voorgelegd aan uw raad. Hiermee zijn de komende maanden de raden nogmaals in de gelegenheid om vanuit hun rol en positie aanscherpingen te doen en bij te dragen aan een stevige basis voor besluitvorming in het najaar. Met dit IRP gaan de 16 gemeenten van de Metropoolregio Utrecht voor een toekomstbestendige, duurzame, gezonde groei met een aantrekkelijke leefomgeving voor iedereen. In de zienswijze complimenteert de Raad de REP-organisatie voor het indrukwekkende document dat goed scoort op het eerder vastgestelde beoordelingskader.
Tegelijkertijd geeft de Raad aan dat een aantal punten nog de aandacht verdient voor verdere uitwerking in de definitieve IRP of in de vervolgfase: - Het streven moet blijven om een volledig integrale visie te ontwikkelen en dus zal ook de opgave in het kader van de energietransitie verwerkt moeten worden; - Duidelijk moet worden hoe de stap wordt gezet van een gemeenschappelijk gedragen visie naar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor uitwerking die recht doet aan de zelfstandige positie van gemeenten; - Enkele inhoudelijke uitwerkingen verdienen aanvulling of aanpassing. Gemist worden vooral een strategie voor betaalbare woningen, het benoemen van enkele relevante werklocaties, het steviger aanzetten van mobiliteit als randvoorwaarde voor verdere verstedelijking en meer aandacht voor elementen van groen en gezonde leefomgeving.
Context Aanleiding Het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) is de regionale omgevingsvisie. Het is een integraal ruimtelijke visie voor de Metropoolregio Utrecht op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, energie, groen en landschap. In het kader van het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) werken de gemeente Utrecht, de U16-regiogemeenten en de Provincie Utrecht aan de regionale verstedelijkingsopgave. De regio is vanwege de centrale ligging, de bloeiende economie en de mooie woonmilieus een populaire plek voor mensen om te gaan wonen. Deze populariteit vertaalt zich in een enorme vraag naar woningen én naar ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en dat zal de komende jaren alleen maar toenemen. De toename van het aantal inwoners en bedrijven tot 2040 is aanzienlijk. Dit brengt voor de hele regio een schaalsprong met zich mee op zowel groen, wonen, economie, energie en mobiliteit. Met het aantal inwoners groeit ook het aantal banen mee. De regio heeft een uitdaging voor zich liggen om niet alleen voldoende banen te creëren voor onze inwoners die op de juiste plek liggen, maar ook een transitie vorm te geven naar een duurzame en circulaire economie. De U16-gemeenten en de Provincie hebben gezamenlijk de ambitie de groei van de regio op een duurzame wijze op te vangen.
De vraagstukken die hierbij centraal staan zijn: Hoe zorgen we er voor dat er in 2040 in onze regio voldoende woningen zijn die voldoen aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte; de totale woningbehoefte tot 2040 is ca. 104.000 tot 125.000 volgens de prognoses die samen met de Provincie zijn opgesteld. Hoe zorgen we voor een groei in de werkgelegenheid die aansluit bij de toename van inwoners; de groei van de regio en met name stad Utrecht vertaalt zich naar een groei van ten minste 80.000 arbeidsplaatsen tot 2040 (Bron: STEC). 70.000 zullen landen in de stad Utrecht. Hoe zorgen we voor de bereikbaarheid van woningen en werklocaties; de opgave voor mobiliteit is groot; er is een schaalsprong nodig van met name het regionale OV systeem als drager voor de verstedelijking. Hoe geven we daarnaast invulling aan de opgave die we hebben in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES); voor Energie willen we in de Metropoolregio Utrecht in uitwerking van de landelijke doelstelling en in relatie tot onze eigen ambities ten minste 1,8 TWh duurzame opwek realiseren in 2030 (landelijk 35TWh). Hoe behouden of versterken we de kwaliteit van groen en landschap, gegeven de bovenstaande opgaven.
Voor Groen en Landschap gaat het in totaal om het toevoegen van ruim 4.000 ha natuuren recreatiegebied inclusief het toevoegen van ruim 400 kilometer aan recreatieve en ecologische verbindingen. Voor al deze opgaven biedt het IRP een inhoudelijke richting voor onze regio.
2
Het Integraal Ruimtelijk Perspectief Met het IRP gaan we voor we een toekomstbestendige, gezonde en duurzame ontwikkeling van de Metropool Regio Utrecht. Het IRP kent vier hoofddoelstellingen: 1. Een gezamenlijk toekomstperspectief hoe de regio er tot 2040 uit kan komen te zien; 2. Een integrale afweging tussen de verschillende opgaven op basis van de bouwstenen van de pijlers wonen, economie, mobiliteit, groen en landschap en energie; 3. Keuzes maken over de ruimtelijke ontwikkelingsrichting tot 2040; 4. Het fundament en belangrijke schakel richting de uitvoering (fase 4). In het IRP worden keuzes gemaakt over de ruimtelijke ontwikkelingsrichting tot 2040 in de volle breedte: wonen, werken, bereikbaarheid, energie en groen. In het IRP maken we concreet waarover regionaal keuzes gemaakt moeten worden. Dat doen we door een integrale afweging van alle ambities en opgaven, door een ruimtelijke vertaling en verbeelding en door het benoemen van kansen voor de uitvoering in projecten en programma’s. Het is de komende tijd zaak om elkaar als gemeenten in de regio vast te houden in dit proces. Samen komen we immers verder dan alleen. En alleen samen kunnen wij de ingezette koers realiseren. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de 16 gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek te geven aan de opgaven die voor ons liggen.
We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten. En maken zich daarvoor hard bij andere overheden. Nog niet alle vraagstukken zijn opgelost. Er zijn nog bestuurlijke dilemma’s voor uitwerking in de volgende fase, zoals de uitwerking van energie, mobiliteit en regionale bedrijventerreinen. Ook is er nog geen zicht op de financiering van de groen opgave. Deze worden meegenomen in de volgende uitwerkingsfase. Het proces Om tot het IRP te komen hebben de 16 gemeenten en de Provincie met elkaar al een aantal stappen gezet in de afgelopen jaren. Denk hierbij aan de Ruimtelijk-Economische Koers uit 2017, het gezamenlijke uitgangspuntennotitie en eerste beoordelingskader vorig jaar. En afgelopen maanden zijn in de 16 gemeenten de Contour REP met het aangescherpt Beoordelingskader vastgesteld. De deelnemende gemeenten hebben een meerjarig proces afgesproken met visievorming, onderzoeksvragen en programmering. Deze meerjarige samenwerking bestaat uit verschillende fases: Fase 1: Stip op de horizon tot 2040 (2018-2019). Fase 2: Een ruimtelijke contour REP (2019-2020). Fase 3: Een verstedelijkingsstrategie REP en integraal ruimtelijk perspectief (2020 en 2021).
De verstedelijkingsstrategie REP is namens de regio de input is geweest voor het ontwikkelperspectief Utrecht Nabij, waaraan rijk en regio zich hebben gecommitteerd als verstedelijkingsrichting voor de lange termijn en is de basis voor het IRP. Fase 4: Een integraal ruimtelijk programma en uitvoeringsstrategie. Fase 3 wordt dit jaar afgerond; het Ontwerp IRP is onlangs aan de colleges van de deelnemende gemeenten aangeboden met het verzoek hierop te reageren. Wij hebben onze reactie aan u toegezonden per brief van 10 maart 2021. Onze reactie – en de reacties van de andere colleges – zijn vervolgens verwerkt door de REP-organisatie; daarmee is het Ontwerp IRP omgezet in een Concept IRP. Deze wordt nu aan alle gemeenteraden voorgelegd. De REP-organisatie heeft op 14 april een bijeenkomst georganiseerd, waarin u over de inhoud van het Concept IRP bent geïnformeerd. Per brief van 30 maart verzoeken de bestuurlijk opdrachtgevers van de REP ons het concept IRP voor een zienswijze aan uw raad aan te bieden met de vraag om schriftelijk te reageren uiterlijk voor het zomerreces. Wij hebben een concept-zienswijze opgesteld, die wij hierbij aan u voorleggen. De zienswijzen van alle raden in de U16 worden verwerkt in een definitief IRP, die in het najaar aan uw raad wordt voorgelegd ter instemming.
Beoordeling van het (Concept) IRP Om het (concept) IRP goed te kunnen beoordelen is een Beoordelingskader (BOK) opgesteld, een toetsinstrument en een hulpmiddel voor het ambtelijke en politieke gesprek. De gemeenteraden hebben dit BOK eerder vastgesteld en geactualiseerd. Het BOK biedt met kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren handvaten om te toetsen of het IRP aan alle ambities die vooraf zijn meegegeven voldoet. In onze brief van 10 maart zijn wij nader ingegaan op de wijze waarop de
3
gemeente Utrecht de indicatoren uit het BOK interpreteert en de wijze waarop de gemeente Utrecht wil toetsen. In bijlage 4 treft u aan hoe uw eerdere moties en amendementen zijn verwerkt in het Beoordelingskader. In bijlage 5 treft u aan hoe het concept IRP is beoordeeld aan de hand van het vastgestelde beoordelingskader. In zijn algemeenheid zien we een positief beeld; op onderdelen is een nadere uitwerking en concretisering nodig. De belangrijkste items hebben wij opgenomen in de zienswijze van de raad. Zie verder argument 1.4. Samenhang met RSU 2040 en RES De RSU 2040 – die binnenkort aan uw Raad wordt aangeboden - is onze stedelijke Omgevingsvisie. Het is daarmee het lokale kader van de stad Utrecht voor alle regionale ruimtelijke voorstellen. Daarom wordt de RSU 2040 gelijktijdig of eerder aan uw raad voorgelegd. Voor de gemeente Utrecht is het van groot belang dat de regionale visie, de strategische keuzes en uiteindelijk de ruimtelijke programmering grote samenhang vertonen met de koers die Utrecht zal uitzetten via de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040. De Regionale Energie Strategie (RES) wordt net als het IRP ontwikkeld door de U16-regiogemeenten met de Provincie en Waterschap. Dit is een verplichting voor gemeenten vanuit het Nationale Klimaatakkoord.
In deze strategie staat hoe en waar de regio grootschalig duurzame energie gaat opwekken en welke duurzame warmtebronnen in beeld zijn. Wij verwachten de RES in oktober aan uw raad te kunnen voorleggen. Dat is dus voordat besluitvorming over het definitieve IRP plaatsvindt. De resultaten uit het RES-traject (inclusief Raadsbehandeling) en de ruimtelijke inpassing daarvan worden meegenomen in het definitieve IRP. In onze brief van 22 januari jl. informeerden wij u over de zoekgebieden voor windmolens en zonnevelden, zoals deze zijn opgenomen in de RSU 2040. Ook is in deze brief beschreven hoeveel duurzame energie in deze zoekgebieden geproduceerd zou kunnen worden. Het gaat om zoekgebieden en dus niet om besluiten; belanghebbenden kunnen eerst hierop reageren. Deze zoekgebieden zijn de basis voor nog volgende besluitvorming over onze inbreng in de RES. Het IRP in relatie tot provinciale en nationale visies Het IRP staat niet op zichzelf. In dezelfde periode zijn ook op andere tafels belangrijke kaders en visies tot stand gekomen. Vanuit het rijk de NOVI, vanuit de provincie de POVI, in U Ned verband het MIRT onderzoek en de visie Utrecht Nabij. Het IRP is in dit kader een visie die allereerst tot stand komt vanuit lokale input en draagvlak in de regio en daarbij de verschillende opgaven en bijdragen integraal afweegt.
Het IRP heeft op hoofdlijnen dezelfde uitgangspunten, maar kent ook enkele accentverschillen met bijvoorbeeld de POVI of Utrecht Nabij. De Metropoolregio Utrecht ziet dit als input voor en een constructieve bijdrage aan het gesprek over de ruimtelijke kaders vanuit rijk en provincie. Juridische context: twee fasen-besluitvorming Bij voorstellen die in regionaal verband worden uitgewerkt, is het van groot belang dat u als Utrechtse Raad op een goede manier in positie wordt gebracht. Doordat wij regionaal werken op basis van een collegeregeling – en niet een gemeenschappelijke regeling – nemen de gemeenteraden de besluiten. Bij een gemeenschappelijke regeling zou het Algemeen Bestuur van de GR de besluiten nemen en zou u als raad minder invloed hebben. Met uw raad is afgesproken de grote strategische opgaven (zoals het REP) in twee fasen te agenderen: aan het begin van een traject kaders vaststellen en aan het eind van het traject besluiten nemen, waarbij we teruggrijpen op de eerder vastgestelde kaders. Bij het IRP is dit goed geborgd. Kaderstellend heeft u in november 2019 ingestemd met de Uitgangspuntennotitie en in mei 2020 met de Contour REP. Deze laatste bevat rondom alle ruimtelijke thema’s kansrijke zoekrichtingen en onderzoeksvragen voor de regionale ruimtelijke ontwikkeling en is een belangrijke basis geweest voor de uitwerkingen in het IRP.
Verder heeft uw raad in september 2020 het (geactualiseerd) Beoordelingskader vastgesteld, waarmee toetsing kan plaatsvinden op de uitwerkingen in het IRP. In de huidige fase van besluitvorming wordt nu eerst om uw zienswijze op het Concept IRP gevraagd en wordt in het najaar definitieve instemming gevraagd. Bij het hernieuwen van de governance hebben is het uitgangspunt gehandhaafd dat, gezien het fundamentele karakter van de onderwerpen van de U10-samenwerking, geen van de bevoegdheden van raden en colleges worden overgedragen aan een regionaal gremium zoals een Gemeenschappelijke Regeling. Om ervoor te zorgen dat de besluitvorming niet stagneert (bijvoorbeeld door een stapeling van amenderingen aan het eind van een proces), is het van belang
4
om vanuit een ander perspectief over samenwerking te besluiten. Dit door te stimuleren dat de besluitvorming over regionale voorstellen primair plaats vindt op basis van consent (toestemmen). Vanuit het perspectief van de interbestuurlijke belangen en op basis van de door de raden vastgestelde ruimtelijke kaders, zijn de colleges intensief in gesprek geweest over de vraag waar zij elkaar kunnen en willen versterken. Het concept IRP bevat de optimale balans, ook tussen geven en nemen, waar de colleges op zijn uitgekomen. De consent-vraag bij elk regionaal voorstel is of de raad zich kan vinden in dit compromis of dat zij beargumenteerde bezwaren heeft om niet te kunnen toestemmen. Beoogd effect Het IRP – dat na de zomer ter besluitvorming aan de Raad wordt voorgelegd – beoogt een samenhangende ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling op regionaal niveau op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen en energie. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Raadsbrief , d.d. 10 maart 2021 Raadsbrief zoekgebieden energieopwekking, d.d. 22 januari 2021 Raadsvoorstel het (aangepast) Beoordelingskader, sept 2020 Contour REP, mei 2020 Raadsbrief Utrechtse inbreng Aangepast beoordelingskader en Contour REP, 18 mei 2020 Raadsbrief Ontwikkelbeeld voor REP pijler Groen Landschap d.d.
10 september 2019 (kenmerk 6827962); Raadsbrief Plan van Aanpak REP en programma U10 d.d. 16 april 2019 (kenmerk 6146611); Raadsbrief Bouwstenen voor het U10 Ruimtelijk Economisch Programma d.d. 25 januari 2019 (kenmerk 5917350); Raadsbrief Rapporten U-10 ten behoeve van het Ruimtelijk Economisch Programma d.d. 9 januari 2019 (kenmerk 5899805/20190108IK) Raadsbrief Uitvoeringsagenda ruimtelijk economische koers, d.d. 24 augustus 2017
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De bijgevoegde brief aan de bestuurlijk opdrachtgevers REP (Ruimtelijk Economisch Programma) vast te stellen als zienswijze op het concept Integraal Ruimtelijk Perspectief, waarin wordt geconstateerd dat de grote ruimtelijke opgaven voor de komende jaren samenhangend in beeld zijn gebracht; aandacht wordt gevraagd voor de integraliteit en de programmering in de volgende fase en voor inhoudelijke aanvullingen op het gebied van woningbouw, economie/werklokaties, mobiliteit en groen en gezonde leefomgeving.
Argumenten 1.1
Er zijn aanscherpingen nodig op alle inhoudelijke thema’s (wonen, werken, mobiliteit, groen en energie) voor een duurzame en evenwichtige ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Met het IRP gaan de 16 gemeenten van de Metropoolregio Utrecht voor een toekomstbestendige, duurzame, gezonde groei met een aantrekkelijke leefomgeving voor iedereen. Een aantal punten verdienen nog aandacht voor verdere uitwerking in de definitieve IRP of in de vervolgfase. Het streven moet blijven om een volledig integrale visie te ontwikkelen en dus zal ook de opgave in het kader van de energietransitie verwerkt moeten worden. Het moet ook duidelijk worden hoe de stap wordt gezet van een gemeenschappelijk gedragen visie naar gezamenlijke verantwoordelijkheid voor uitwerking die recht doet aan de zelfstandige positie van gemeenten. 1. Enkele inhoudelijke uitwerkingen verdienen aanvulling of aanpassing, het betreft:Wegwerken discrepanties woningaantallen en uitwerking in gebieden; 5
2. Locaties ontbreken voor opwek, opslag en transport van energie. Zoeklocaties toevoegen. Ook regionaal kwalitatieve principes opnemen, bijvoorbeeld energieneutrale nieuwbouw. Klimaatneutraal worden als stevige ambitie opnemen 3. Meer aandacht besteden aan doelgroepen die geen betaalbare woning kunnen vinden op de huidige woningmarkt. Doorstroming nodig: juiste aanbod op de juiste plek en maatregelen die de doorstroming op gang brengen. Streefnormen toevoegen voor sociale huur en middenhuur (beide ten minste 25%). 4. Is er genoeg plek voor bedrijventerreinen? Er is 100 hectare (15.000 banen) in de omgeving van de stad Utrecht nodig. College doet enkele voorstellen voor aanpak. 5. Steun voor afremmen groei automobiliteit en schaalsprong OV. Maar ook schaalsprong fiets is van belang voor een duurzaam bereikbare regio. En graag meer nadruk op de rol die P+R-locaties kunnen spelen bij het afvangen van verkeer. 6. Meer aandacht voor stad-landverbinding: het ontwikkelen van groenblauwe scheggen met daarin te ontwikkelen recreatiegebieden en natuurkernen. Ook meer aandacht voor de klimaatverandering met de gevolgen daarvan voor de ondergrond en de wateropgave binnen de stad. 7. Toetsing ruimtelijke keuzes via een maatschappelijke ladder, maar de ruimtelijke implicaties van de maatschappelijke voorzieningen met een bovenlokale betekenis zijn nog niet in beeld gebracht.
Maak een inschatting en breng potentiele locaties in beeld. Verder ontbreken recreatie, sportvoorzieningen en evenementenlocaties. Het College heeft begin maart deze opmerkingen in haar zienswijze ingebracht, (zie raadsbrief van 10 maart jl). De verwerking van deze punten komt slechts summier terug in het concept IRP. Dit verklaart dat enkele aandachtspunten terugkomen in de zienswijze van de raad. 1.2
Het IRP is een ruimtelijke en uitvoeringsgerichte vertaling van de ambities uit de REK die door alle gemeenten is omarmd tot 2040. Het IRP is het gezamenlijke regionale toekomstperspectief, met als doel de groei van de regio op een gezonde en duurzame wijze op te vangen. Het richt de samenwerking en uitvoering in het ruimtelijk domein voor de komende jaren. Het doel van het IRP is enerzijds het concretiseren van de ambities van de REK in een integrale lange termijnvisie waarop de gemeenten elkaar kunnen vasthouden en anderzijds dat deze visie tot realisatie wordt gebracht: het moet leiden tot uitvoerbare plannen en projecten die in totaal bijdragen aan de visie. Het IRP geeft dan ook de ruimtelijke vertaling en verbeelding aan de ontwikkelrichting van de regio zoals opgesteld in de REK, inclusief bandbreedtes, randvoorwaarden en kansen voor realisatie.
1.3
De onderzoeksvragen uit de Contour zijn goed verwerkt alsmede de daarbij ingediende moties en amendementen. In mei 2020 is de Contour REP vastgesteld door uw Raad. Deze bevat rondom alle ruimtelijke thema’s kansrijke zoekrichtingen en onderzoeksvragen voor de regionale ruimtelijke ontwikkeling. Het vormde feitelijk de onderzoeksagenda voor het vervolg. Met de IRP is invulling gegeven aan deze onderzoeksagenda. In bijlage 3 is bovendien weergegeven hoe uw moties en amendementen zijn verwerkt in de Contour. Rond de verschillende ruimtelijke thema’s zijn richtingen uitgezet en keuzes gemaakt die voldoen aan de Contour REP en aan uw eerdere moties en amendementen. Daar waar wij aanvullingen of aanscherping nodig achten, is dit opgenomen in de zienswijze.
1.4
Het Concept IRP voldoet aan alle indicatoren van het Beoordelingskader, die de gemeente Utrecht belangrijk vindt met het oog op onze ambities in de Nota van Uitgangspunten RSU 2040, onze energie-opgave en onze woonvisie. Op 10 maart 2021 beschreven wij in onze brief hoe wij de indicatoren uit het Beoordelingskader interpreteren en hoe wij het IRP willen toetsen. Wij hebben een keuze gemaakt voor een beperkte set indicatoren, die direct aansluiten bij de ambities uit de (Nota van Uitgangspunten) RSU 2040, onze energie-opgave en onze woonvisie. Het gaat concreet om 16 indicatoren uit het Beoordelingskader en twee door ons toegevoegde criteria: Bevorderen van een duurzame en gezonde regio - Wonen en druk verkeer zijn gescheiden 6
-
Actief vervoer (lopen en fietsen) is in beleid, ontwerp en gebruik de standaard Verkeersveiligheid Kansen en bijdragen aan de energietransitie in termen energieproductie en besparing (in TWH en PJ) - Toegevoegd: Grootschalige opwek (ha) Economie versterken, aanjagen economische groei van de regio - Ontwikkeling aantal banen - Aantal nieuwvestigingen van bedrijven - Positie regio Utrecht in nationaal perspectief - Positie regio Utrecht in internationaal perspectief Verstedelijkingsopgave faciliteren - Gerealiseerde woningen binnen de regio - Zicht op voldoende diversiteit woonmilieus - Voldoende geschikt en betaalbaar aanbod voor iedereen - Toegevoegd: relatief aandeel van dit aanbod Ruimtelijke kwaliteit verhogen - Kansen voor natuur - Biodiversiteit - Ruimte, kwaliteit en bereikbaarheid recreatieve voorzieningen Slimme en toekomst vaste mobiliteit faciliteren - Bereikbaarheid in reistijdsom totaal per modaliteit, lokaal, regionaal en doorgaand verkeer - Impact op NMCA knelpunten Het IRP is ter beoordeling gelegd langs het vastgestelde en aangescherpte Beoordelingskader. In bijlage 5 bij dit raadsvoorstel treft u dit onafhankelijk oordeel aan, zodat u deze kunt betrekken bij uw zienswijze. De toets op het concept IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld zien. Voor de meeste doelstellingen (zowel hoofd, als subdoelen) is veel aandacht in het IRP.
Op sommige criteria scoort het IRP neutraal (nul) of is het nog onduidelijk (vraagteken); Het is echter niet haalbaar op alle onderdelen uit het kader positief te scoren. Dit omdat het om de totaalscore gaat, omdat bepaalde opgaven nog niet ingevuld zijn (bijvoorbeeld energie) en omdat bepaalde aspecten nader uitgewerkt moeten worden in de volgende fase, waarin concrete uitwerkingen op programma, gebieds- of projectniveau plaatsvinden. Daar komt nog beter in beeld waar opgaven mogelijk botsen en welke slimme oplossingen daarvoor in beeld zijn. Op die punten zal nadere uitwerking en concretisering plaatsvinden in het IRP of in de volgende fase. We zien dat uitsluitend op de doelstelling ‘kosten en opbrengsten’ negatief wordt gescoord. Omdat aan het IRP nog geen realisatiestrategie is gekoppeld, is nog onvoldoende zicht op financiering. Regionaal en in deelgebieden wordt daar aan gewerkt in de vervolgfase. 1.5
Met dit IRP zijn we een sterke en betrouwbare gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders; De gemeenten versterken de samenwerking en onze positie richting andere partijen met dit IRP. Doordat we een stevig signaal afgeven dat de 16 gemeenten schouder aan schouder staan in de ambitie, de afwegingen en de aanpak om de regio (door) te ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Dit IRP helpt om vanuit eigen ambities mee te sturen op de ambities en keuzes die provincie en Rijk moeten maken op de vijf genoemde thema’s. Voor de uitvoering van het IRP is samenwerking met andere bestuurslagen en stakeholders nodig. Het IRP vormt de basis voor het gesprek met deze andere lagen en belangenhouders. Dit gaat bijvoorbeeld om investeringen voor landschap, water en mobiliteit vanuit Rijk of over het bereiken van overeenstemming over uitbreidingslocaties voor wonen en bedrijvigheid met de provincie. Gemeenten houden elkaar vast, en treden met één gezicht op naar deze andere stakeholders.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Ook de Provincie Utrecht start regionale programmering op basis van de POVI en dat vereist naadloze afstemming tussen Provincie en REP-organisatie 7
De Provincie gaat ook regionaal programmeren op basis van de POVI; daar komt ook een zienswijze traject voor. Het gaat dan weliswaar geografisch om een bredere scope, maar het vereist naadloze afstemming tussen regionale en provinciale ruimtelijke keuzes. 1.2.
Er is nog geen zicht op realisatie en financiering van het IRP Het concept IRP is een goede basis waarvoor we gezamenlijk aan de lat staan in de realisatiefase. Aan het IRP is nog geen realisatiestrategie gekoppeld. Om onderdelen, zoals de groen- en mobiliteitsopgave en de woningbouwopgave, is nog onvoldoende zicht op financiering. Terwijl de opgaven onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Regionaal en in deelgebieden wordt daar aan gewerkt in de vervolgfase.
Financiën De zienswijze op het concept IRP heeft geen financiële consequenties. Voor de uitvoering wordt een realisatiestrategie opgesteld. Er komt dan in regionaal verband ook zicht op de benodigde financiering en welke investeringsstrategie daar bij hoort. In de RSU 2040 wordt een investeringsstrategie opgenomen voor de stedelijke opgaven in Utrecht.
Participatie Bij de verdere uitwerking en programmering van het IRP wordt de samenleving betrokken in de planvorming, zowel met regionale stakeholders als met inwoners. De REP-organisatie organiseert de participatie met relevante regionale actoren. De eerste sessie is reeds georganiseerd met regionale stakeholders om het IRP te verrijken en te kijken naar draagvlak en mogelijkheden voor uitvoering in de toekomst. Over de participatie vanuit de REP-organisatie treft u in bijlage 6 een weergave aan van de stand van zaken en een vooruitblik. Voor participatie met inwoners zijn gemeenten primair aan zet. We geven daar in Utrecht als volgt vorm aan. Voor de periode die achter ons ligt (ontwikkeling IRP) zijn inzichten benut uit de diverse participatietrajecten die de laatste drie jaren zijn gehouden in het kader van ontwikkelde Omgevingsvisies. We hebben de uitkomsten van deze participatietrajecten geanalyseerd en op de thema’s groen, wonen, werken, energie en mobiliteit gespiegeld aan het IRP. De belangrijkste constateringen uit deze analyse zijn: - Inwoners vinden groen heel belangrijk, zowel de ecologische waarde van groen als het groen om te benutten voor recreatie of sport. Participatieuitkomsten gaan vrijwel nooit over specifieke locaties. In het IRP wordt het belang van groen stevig uitgewerkt.
- Voor Utrecht stelt het IRP dat met name centrum-stedelijke woonmilieus in Utrecht toegevoegd worden, voornamelijk door te verdichten rond OV-knopen. De participatie-opbrengst vanuit de Woonvisie en participatie voor de omgevingsvisies gaat met name in op de behoefte aan woningtypologieën en minder op woonmilieus. Op hoofdlijnen hebben inwoners behoefte aan een groter aanbod van (betaalbare) woningen (voor verschillende doelgroepen) en voorkeur voor doorstromen binnen de wijk. Met name voor doelgroepen als studenten en starters past een centrum-stedelijk woonmilieu bij de woonbehoefte. Er speelt echter ook een duidelijke behoefte aan grondgebonden woningen voor gezinnen in de stad. Dit sluit minder vanzelfsprekend aan bij een centrum-stedelijk woonmilieu. - Als het gaat om werken, is met name relevant dat winkeliers in de binnenstad vrezen voor concurrentie van de ontwikkeling van winkelcentra rond OV-knopen, ook in relatie tot het wiel met spaken. Als zowel automobilist als fietser meer om het centrum heen worden geleid, lopen de winkeliers in de binnenstad inkomsten mis. - Rondom energie komt uit de participatie bij de omgevingsvisies van Lunetten en het USP een ambitie om snel te verduurzamen. Een groep bewoners van Lunetten wil zo snel mogelijk aardgasvrij. Een ander deel maakt zich echter zorgen over hoe dit te bekostigen.
Participatie rond het USP toont een positieve houding aan tegenover het toevoegen van een windmolen; tegenover de aanleg van zonneweides in het groen staat men niet positief. - Inzet van het REP: In het kort zet het REP in op de realisatie van het wiel met spaken, parkeren op afstand van de stad, en het stimuleren van de overstap van parkeren ‘op het wiel’, naar OV- en fiets om via ‘de spaken’ de stad in te gaan. Vanuit alle omgevingsvisies komt naar voren dat het terugdringen van auto drukte wenselijk is en wordt positief gereageerd op het versterken van de OV- en fiets-verbindingen. Aan de andere kant klinkt ook in alle omgevingsvisies een behoefte om 8
de gebieden wél goed bereikbaar te houden per auto. Dit geluid komt zowel van (een deel van de) huidige bewoners als werkgevers. Een belangrijke zorg zit in het beperken van parkeermogelijkheden in wijken met betaald parkeren, en in nieuw te ontwikkelen wijken waar een lage parkeernorm wordt gehanteerd. Men vraagt zich af of het parkeren dan niet vooral in de omliggende buurten tot overlast zal leiden. Ook de inzet op parkeren op afstand leidt tot zorgen over het gebruik. Bijvoorbeeld over de kwaliteit van de OV-aansluiting, de betaalbaarheid, of de P+R-locatie wel veilig is en hoe dit werkt voor mensen die slecht te been zijn. Voor de volgende periode (fase 4, in 2022), waarin een integraal ruimtelijk programma en een uitvoeringsstrategie wordt ontwikkeld, zal het voor inwoners een stuk concreter worden. Dan worden keuzes gemaakt over programmering en worden ambities concreet. Het is dan logisch om een participatietraject te organiseren. Uit onze interne analyse van participatie bij omgevingsvisies komen daarbij een aantal aanbevelingen naar voren, die we ter harte zullen nemen: 1. Omdat het om abstractie materie gaat, verdient het aanbeveling bij het participatietraject rond het IRP met name regionale stakeholders (werkgevers, organisaties) te betrekken om mee te denken. Bewoners betrekken kan goed via een groep vertegenwoordigers, die een bepaald belang representeren. 2.
Ga in het participatietraject in op de dwarsverbanden tussen thema’s. Bijvoorbeeld: bereikbaarheid i.r.t. de ontwikkeling van woon-werklocaties, groen i.r.t. energie. Zo zijn de keuzes scherper inzichtelijk en concreter te maken, wat bijdraagt aan de kwaliteit van het gesprek in een participatietraject. 3. Benut ook de inspraakreacties bij de RSU 2040 en bij de RES. 4. Informeer tijdig wijken en stakeholders wat het IRP gaat betekenen voor de Utrechtse locaties.
Communicatie Vanuit de REP-organisatie wordt geen communicatie georganiseerd rondom voorliggend Raadsbesluit; dit is aan gemeenten zelf. Aangezien het in dit stadium gaat om een zienswijze van de Raad en nog niet om het definitieve IRP, zal vanuit de gemeente Utrecht ook geen communicatie plaatsvinden bij dit Raadsbesluit. Als de Raad het IRP na de zomer vaststelt, gebeurt dat wel.
Vervolg De komende maanden wordt fase 3 afgerond door de zienswijzeprocedure en wordt vooraf ruimte geboden om als raden van verschillende gemeenten met elkaar in gesprek te gaan over het IRP en tevens met het REP team. Deze zienswijzeprocedure is de belangrijkste stap om met de 16 gemeenteraden tot een definitief gezamenlijk IRP te komen. Ook wordt het IRP verder geconcetiseerd en wordt de aanpak voor de vervolgfase nader uitgewerkt, inclusief de daarvoor benodigde financiering. Ook wordt de participatie voortgezet. De zienswijzen van de raden en input vanuit het participatieproces worden in juli (tot aan het zomerreces) verwerkt in het definitieve IRP. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief wordt in de eerste helft van september opgeleverd en ter besluitvorming aangeboden aan colleges en raden. Het verzoek aan de raden is om de besluitvorming van het IRP nog voor het jaareinde af te ronden in verband met de aankomende gemeenteraadsverkiezingen.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming Zienswijzebrief aan de bestuurlijk opdrachtgevers REP Bijlagen informatief Concept Integraal Ruimtelijk Perspectief Bijlage: De verwerking van de moties-amendementen-reacties op de Contour Bijlage: De verwerking van de moties-amendementen-reacties op het beoordelingskader Bijlage: Beoordeling concept IRP Bijlage: Stand van zaken en voortgang Participatie IRP
9