Raadsvoorstel Wijziging APV Utrecht 2010, partiele herziening 2021.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Vaststelling Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2021 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Openbare Orde en Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid Annet Postema 8618019 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2021 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a) Actualisatie van het begrip ‘voertuig’ en verplaatsing van de begrippen ‘bromfiets’, ‘motorvoertuig’ en ‘parkeren’ van hoofdstuk 5 naar hoofdstuk 1 (artikel 1:1 APV). b) Wijziging van de termijn voor het doen van een kennisgeving aan de burgemeester in verband met het houden van een manifestatie te wijzigen van 24 naar 48 uur en de maandag toe te voegen aan de uitzondering voor de zaterdag, zon- en feestdagen (artikel 2:6 APV). c) Het college krijgt de bevoegdheid om een alcoholverbod in een aangewezen gebied te kunnen beperken tot bepaalde tijdstippen (artikel 2:28 APV). d) Opnemen van een verbod op zichtbare uitingen (‘colors’) van verboden organisaties (artikel 2:30a APV). e) Verruiming van het artikel met betrekking tot woonoverlast conform het gewijzigde artikel 151d Gemeentewet (artikel 2:38a APV). f)
Opnemen van een verbod op het voeren van dieren (artikel 2:38b APV).
g) In de tekst van het ondermijningsartikel opnemen dat voor bestaande ondernemers geldt dat zij binnen 3 maanden na inwerkingtreding van een door de burgemeester genomen aanwijzingsbesluit een ontvankelijke aanvraag om vergunning moeten hebben ingediend (artikel 2:47, lid 15 APV). h) Schrappen van het vergunningstelsel ten aanzien van straatprostitutie en dit tegelijkertijd in werking te laten treden met de opheffing van de tippelzone op 1 juli 2021 (artikel 3:17 APV). Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Inhoudelijk Het vergunningstelsel voor straatprostitutie wordt geschrapt in verband met het opheffen van de tippelzone. Er worden nieuwe artikelen toegevoegd over de volgende onderwerpen: - Verbod op zichtbare uitingen (‘colors’) van verboden organisaties (nieuw artikel in de model APV van de VNG). - Verbod op het voeren van dieren. Vanuit de Aanpak Plaagdierbeheersing: ratten, gebaseerd op de ‘Integrated Pest Management’ methodiek, is het wenselijk om een voederverbod in te stellen. Op dit moment is dit een ontbrekende schakel in de aanpak van rattenoverlast. Tevens is een voederverbod wenselijk vanuit het oogpunt van dierenwelzijn. Het (overmatig) voederen heeft gevolgen voor de gezondheid/welzijn van dieren en leidt tot het aantrekken/populatiegroei van (overlast)dieren. Er worden artikelen inhoudelijk gewijzigd: - Kennisgevingstermijn manifestaties gaat van 24 naar 48 uur waarbij rekening wordt gehouden met de maandag. - Mogelijkheid om het alcoholverbod in een aangewezen gebied te kunnen beperken tot bepaalde tijdstippen. - Het artikel over woonoverlast wordt aangepast aan gewijzigde hogere regelgeving, zijnde artikel 151d Gemeentewet. Redactioneel: - Een aantal begrippen wordt verplaatst van hoofdstuk 5 naar hoofdstuk 1.
- Het artikel Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (hierna ‘ondermijningsartikel’) wordt hersteld door toevoeging van een stukje ontbrekende tekst.
Context Aanleiding Algemeen De Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. Bij deze aanpassing is rekening gehouden met: - de model APV van de VNG - de 100 ideeën voor de regelgeving - de gewijzigde regelgeving en ontwikkelingen - de lokale situatie en praktijk. Specifiek ten aanzien van het Verbod op het voeren van dieren Naar aanleiding van de Aanpak plaagdierbeheersing: ratten en verschillende raadsvragen over een eventueel voederverbod, ook in relatie tot dierenwelzijn, hebben we gekeken naar de mogelijkheden voor de invoering van een voederverbod. In het verleden stond er een artikel in de APV met betrekking tot een voederverbod. Dit artikel gaf de mogelijkheid om gebiedsverboden in te stellen voor het voeren van dieren. Alleen zijn er toen nooit gebieden aangewezen om dit artikel te handhaven. Hierdoor is dit artikel uiteindelijk komen te vervallen.
Beoogd effect Algemeen Het doel van deze partiële herziening is om weer een actuele APV te hebben: - die aansluit bij de model APV van de VNG en de 100 ideeën voor de regelgeving (verbod op zichtbare uitingen (’colors’) van verboden organisaties en verplaatsing van een aantal begrippen naar hoofdstuk 1); - die in lijn is met hogere regelgeving (artikel over woonoverlast); - waarmee meer maatwerk mogelijk is (mogelijkheid om het alcoholverbod in een aangewezen gebied te kunnen beperken tot bepaalde tijdstippen); 2
-
die aansluit bij de lokale situatie (schrappen vergunningstelsel straatprostitutie per 1 juli 2021 in verband met opheffing van de tippelzone); die aansluit bij de groei van het aantal manifestaties (kennisgevingstermijn van 24 naar 48 uur voor manifestaties waarbij rekening gehouden wordt met de maandag); waarbij geen verwarring kan ontstaan door een stukje ontbrekende tekst (ondermijningsartikel).
Specifiek ten aanzien van het Verbod op het voeren van dieren Om de overlast van ratten aan te pakken, is een integrale aanpak nodig, met name gericht op het wegnemen van bronoorzaken. Voedsel in de openbare ruimte, vaak veroorzaakt door voederen van dieren, is één van de voornaamste oorzaken van de aanwezigheid van ratten. Met dit artikel stellen we als gemeente een duidelijke norm wat betreft het voederen van dieren in de openbare ruimte. Dit maakt het mogelijk om hierover duidelijk en eenduidig te communiceren. Daarnaast geeft dit artikel ons ook de mogelijkheid om te handhaven in situaties waarbij overmatig voederen leidt tot overlast van een onnatuurlijke populatie van (overlast)dieren en dierenwelzijn onder druk staat. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Onderstaand overzicht van eerdere besluitvorming of informatievoorziening is gerangschikt per onderwerp in volgorde van het voorstel. Woonoverlast (punt e) 18-07-2019: Vaststelling APV, partiële herziening 2019, met daarin opgenomen het destijds nieuwe artikel over woonoverlast (agendapunt 18).
Verbod voeren van dieren (punt f) Uw raad is eerder geïnformeerd over een eventueel voederverbod in, onder andere de aanpak rattenoverlast, nota dierenwelzijn en bij de beantwoording van schriftelijke/mondelinge vragen: Aanpak plaagdierbeheersing: ratten Nota Dierenwelzijnsbeleid MV 14-05-2020 Zwerfafval en voedseldumpingen Park de Gagel Overvecht (vraag 6) SV 2020 nr. 161 Kippen en ratten in het Julianapark Ondermijningsartikel (punt g) 09-12-2020: Raadsbrief moties 60 en 61, ondermijningsartikel APV en eerste toepassing Moties 20-02-2020 / 2020 M 60: Passende ondersteuning en begeleiding bij een vergunningsaanvraag: aangenomen 20-02-2020 / 2020 M 61: Extra regels vragen zorgvuldige uitvoering: aangenomen 20-02-2020 / 2020 M 64: Stop met gebruik van politiegegevens bij vergunningsaanvraag: verworpen Amendementen 20-02-2020 A 08: Een evaluatie om de aanwijzing voort te zetten: ingetrokken 20-02-2020 A 17: Een evaluatie om de aanwijzing voort te zetten: aangenomen 20-02-2020 A 18: Bestaande bedrijven uit het voorstel halen: verworpen 20-02-2020 A 16: Duidelijkheid over beoordeling levensgedrag: aangenomen 20-02-2020 A 09: Besluiten op vergunningsaanvraag binnen wettelijke termijnen: verworpen 20-02-2020 A 19: Leefbaarheidscriterium nooit op zichzelf: aangenomen 20-02-2020 A 07: Blijven exploiteren totdat is besloten op vergunningsaanvraag: verworpen 20-02-2020 A 10:
Schrap slecht levensgedrag: verworpen 20-02-2020 A 14: Gebieden uit het voorstel schrappen: verworpen 20-02-2020 A 13: Voorkomen van strafbare feiten schrappen: verworpen 20-02-2020 A 12: Schrap leefbaarheidsargument uit het rijtje: verworpen 20-02-2020 A 15: primair kijken naar afgelopen 5 jaar: aangenomen 20-02-2020 A 11: Verwijzing naar afdeling 1 Dienstenrichtlijn 200 123 EG: verworpen 20-02-2020: Verslag vergadering gemeenteraad, 2020-02-20, vastgesteld
3
Vergunningstelsel straatprostitutie schrappen in verband met opheffen tippelzone (punt h) 16-07-2020, 03-03-2020: Raadsbrieven Stand van zaken afbouw tippelzone 10-07-2019, 21-01-2019 : Raadsbrieven Voortgang afbouw tippelzone 11-10-2018: Raadsbrief Nadere regels vergunningstelsel De Baan (Tippelzone Europalaan) 15-06-2018: Raadsbrief Motie perspectief voor de tippelaars 14-11-2017: Memo beëindiging zoektocht tippelzone 21-09-2017 / 2017 M148: Motie Behoud de tippelzone op de huidige locatie: verworpen 21-09-2017 / 2017 M151: Motie Behoud de tippelzone voor de stad: verworpen 21-09-2017 / 2017 M146: Motie Geen tippelzone in Utrecht: verworpen 18-09-2017: Schriftelijke vragen (SV 2017, nr. 106) over Het spoeddebat over het stopzetten van de zoektocht naar locatie voor de nieuwe tippelzone (met antwoord) 15-09-2017: Raadsbrief Consultatie en zoekproces tippelzone 04-09-2017: Raadsbrief Informatie tippelzone opheffing geheimhouding 29-05-2017: Raadsbrief Tippelzone informatie locatieonderzoek 20-03-2017: Raadsbrief Tippelzone 24-08-2016: Raadsbrief Scenario’s toekomst tippelzone “De Baan” 23-05-2016: Commissiebrief M&S: Onderzoek toekomstscenario’s tippelzone De Baan
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1 1
De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2021 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a) Actualisatie van het begrip ‘voertuig’ en verplaatsing van de begrippen ‘bromfiets’, ‘motorvoertuig’ en ‘parkeren’ van hoofdstuk 5 naar hoofdstuk 1 (artikel 1:1 APV). b) Wijziging van de termijn voor het doen van een kennisgeving aan de burgemeester in verband met het houden van een manifestatie te wijzigen van 24 naar 48 uur en de maandag toe te voegen aan de uitzondering voor de zaterdag, zon- en feestdagen (artikel 2:6 APV). c) Het college krijgt de bevoegdheid om een alcoholverbod in een aangewezen gebied te kunnen beperken tot bepaalde tijdstippen (artikel 2:28 APV). d) Opnemen van een verbod op zichtbare uitingen (‘colors’) van verboden organisaties (artikel 2:30a APV). e) Verruiming van het artikel met betrekking tot woonoverlast conform het gewijzigde artikel 151d Gemeentewet (artikel 2:38a APV). f)
Opnemen van een verbod op het voeren van dieren (artikel 2:38b APV).
g) In de tekst van het ondermijningsartikel opnemen dat voor bestaande ondernemers geldt dat zij binnen 3 maanden na inwerkingtreding van een door de burgemeester genomen aanwijzingsbesluit een ontvankelijke aanvraag om vergunning moeten hebben ingediend (artikel 2:47, lid 15 APV). h) Schrappen van het vergunningstelsel ten aanzien van straatprostitutie en dit tegelijkertijd in werking te laten treden met de opheffing van de tippelzone op 1 juli 2021 (artikel 3:17 APV).
4
Argumenten 1.1
Het opnemen van begripsbepalingen in hoofdstuk 1 sluit aan bij de model APV van de VNG en de 100 ideeën voor de gemeentelijke regelgeving. Zowel in de model APV van de VNG als in de ‘100 ideeën voor de gemeentelijke regelgeving’ worden begrippen die op meerdere plekken terugkomen in de regeling in het eerste hoofdstuk van die regeling gedefinieerd. Met het verplaatsen van de begrippen ‘voertuig’, ‘parkeren’, ‘motorvoertuig’ en ‘bromfiets’ sluiten we aan bij deze regels voor de regelgeving. Daarnaast was het begrip ‘voertuig’ zowel opgenomen in hoofdstuk 5 (artikel 5:1) als in hoofdstuk 1 (artikel 1:1). Dit is niet nodig. Daarbij was ook een redactioneel verschil ontstaan tussen beide begrippen. Alhoewel beide op dezelfde hogere regelgeving zijn gebaseerd (RVV 1990), was het begrip in artikel 5:1 wel geactualiseerd, maar is dit bij het begrip in artikel 1:1 over het hoofd gezien bij de actualisatie van de APV in 2019 (partiële herziening 2019). Met deze wijziging wordt dat hersteld. Met het verplaatsen van de begrippen ‘voertuig’ en ‘parkeren’ naar artikel 1:1 komt artikel 5:1 te vervallen.
1.2
Het verbetert de leesbaarheid van de artikelen 5:15 en 5:16. In de eerste leden van artikel 5:15 (Crossterreinen) en artikel 5:16 (Beperking verkeer in natuurgebieden), werden de begrippen ‘motorvoertuig’ en ‘bromfiets’ in de verbodsbepaling zelf gedefinieerd, waardoor deze bepalingen bestonden uit lange zinnen die daardoor wat lastiger te lezen waren.
1.3
Het aantal betogingen is in de afgelopen 5 jaar sterk toegenomen. Het aantal betogingen is in de laatste 5 jaar meer dan verdrievoudigd. Waren het er in 2015 nog minder dan 75, in 2020 is dit aantal gestegen naar ca 300. Daarbij is ook sprake van een toename van risicovolle demonstraties, demonstraties die discussie oproepen en (bewust) niet aangekondigde demonstraties.
1.4
Er is meer tijd nodig voor een zorgvuldige behandeling van kennisgevingen in verband met de toenemende complexiteit van demonstraties, een toenemende druk op de beschikbare openbare ruimte en het informeren van derden. Niet alleen het aantal betogingen, maar ook de complexiteit daarvan is toegenomen. Daarnaast is er sprake van een toenemende druk op de openbare ruimte in met name de binnenstad waar veel demonstraties plaatsvinden: de bevolking van Utrecht groeit, de (binnen)stad wordt intensief gebruikt voor evenementen, pop-up-fietsenstallingen en warenmarkten en er zijn regelmatig bouw- en wegwerkzaamheden. Ook de coronamaatregelen hebben effect op de beschikbare openbare ruimte. Dit alles vraagt meer afstemming tussen verschillende samenwerkingspartners en dat kost tijd. Daarnaast is er soms ook de behoefte of noodzaak om derden vooraf te informeren over een demonstratie. Tijdig informeren van stakeholders levert meer draagvlak op, vermindert klachtmeldingen bij gemeente of politie en draagt daarmee bij aan een ordelijk verloop.
1.5
Een kennisgevingstermijn van 48 uur sluit aan bij de meest gebruikelijke en als redelijk beoordeelde aanmeldtermijn. De meeste gemeenten hanteren een kennisgevingstermijn van 48 uur. In de model-APV van de VNG wordt deze termijn als voorbeeld genoemd, ook vanuit het perspectief van de betogingsvrijheid zoals dat grondwettelijk en verdragsrechtelijk is vastgelegd. De meeste organisatoren van demonstraties dienen minimaal 48 uur van tevoren een kennisgeving in: die termijn sluit daarmee aan bij de huidige dagelijkse praktijk in Utrecht. Het verlengen van de kennisgevingstermijn van 24 naar 48 uur betekent niet dat een betoging, vergadering of samenkomst tot belijden van godsdienst of levensovertuiging, waarvan de kennisgeving te laat is gedaan, of een niet aangemelde manifestatie, niet meer mogelijk is. De burgemeester had, heeft en behoudt immers de mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden de kennisgevingstermijn te bekorten en een kennisgeving in behandeling te nemen.
5
1.6
Kennisgevingen voor manifestaties die op maandag gehouden worden moeten ook zorgvuldig behandeld kunnen worden. Als een manifestatie op een zaterdag, zondag of een feestdag wordt gehouden, moest de kennisgeving gedaan worden voor 12.00 uur op de werkdag daaraan voorafgaande (meestal vrijdag 12.00 uur). Dit in verband met de Termijnenwet, maar ook om nog een zorgvuldige behandeling (op een werkdag) van de kennisgeving mogelijk te maken. Verlenging van de kennisgevingstermijn betekent dat ook deze termijn een dag naar voren schuift naar de één na laatste werkdag (meestal donderdag 12.00 uur). Deze naar voren geschoven kennisgevingstermijn voor de zater-, zon- en feestdagen hield geen rekening met manifestaties die op maandagen plaatsvinden.
1.7
Het kunnen verbinden van een tijdsduur waarop een alcoholverbod in een aangewezen gebied geldt maakt gericht maatwerk mogelijk. Het college is bevoegd om gebieden aan te wijzen waar een alcoholverbod geldt. Bij een aanwijzing van een gebied geldt het verbod continu (24 x 7) in dat gebied. Door een bepaalde tijd te kunnen verbinden aan het verbod kan heel gericht maatwerk geleverd worden in die gebieden waar de overlast zich bijvoorbeeld alleen op bepaalde uren van de dag voordoet. De maatregel kan op die manier nog proportioneler ingezet worden.
1.8
Een verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties maakt handhaving mogelijk in de fase waarin een organisatie wel verboden is maar de uitspraak nog niet onherroepelijk is. Het gaat hierbij om organisaties die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden zijn verklaard of zijn ontbonden vanwege strijd met de openbare orde, bijvoorbeeld bepaalde motorbendes (Outlaw Motorcycle Gangs, hierna afgekort als OMG’s). Met ‘strijd met de openbare’ orde wordt hier gedoeld op handelingen die inbreuk maken op de grondvesten van ons algemeen aanvaarde rechtstelsel, zoals ernstig en structureel (onderling) geweld, intimidatie, openlijke geweldpleging en afpersing, ongeoorloofd wapenbezit en handel in wapens en verdovende middelen. Vanuit oogpunt van openbare orde en veiligheid is het niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden of ontbonden organisaties. Dit omdat hier nog intimidatie van uit gaat of uit kan gaan. Nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden kan opgetreden worden op basis van het Wetboek van Strafrecht (artikel 140, tweede lid). Maar tot die tijd kan dat niet, ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden omdat die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
Met dit verbod kan in die fase op grond van strafbaarstelling in de APV toch opgetreden worden tegen dit uiterlijk vertoon in de openbare ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde. Zie ook de toelichting bij dit artikel in de bijlage ‘Toelichting bij Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2010’. Bij overtreding van het verbod moet de politie een proces verbaal (‘tikverbaal’) opmaken en dat naar het arrondissementsparket zenden. Handhaving van dit verbod gaat dus niet via het zogenaamde ‘bonnenboekje’. Het Openbaar Ministerie geeft aan dat een apart proces verbaal nodig is in verband met de zwaarte van de overtreding.
1.9
De verruiming van het artikel over woonoverlast biedt de mogelijkheid om meer vormen van overlast aan te kunnen pakken. Op 1 januari 2021 is de Wet toeristische verhuur in werking getreden. Op basis van deze wet is in artikel 151d Gemeentewet de beperking betreffende ‘niet in de basisregistratie ingeschrevenen’ geschrapt. Deze beperking zag vooral op overlast veroorzaakt door toeristische verhuur van (delen van) woningen en hiermee kon opgetreden worden tegen verhuurders wiens (toeristische) huurders overlast veroorzaakten. Nu deze beperking is geschrapt, kan opgetreden worden tegen verhuurders die zelf onvoldoende optreden tegen hun overlastgevende huurders of gebruikers ongeacht of die huurders/gebruikers wel of niet zijn ingeschreven in de basisregistratie. Hiertoe moet dan wel het artikel in de APV worden aangepast in lijn met artikel 151d van de Gemeentewet.
6
1.10
Een verbod op het voeren van dieren creëert een juridische basis om op te kunnen treden, welke tot op heden ontbrak. Op dit moment hebben we geen (juridische) gronden om op te handhaven. Een uitzondering hierop is artikel 16 van de afvalstoffenverordening, maar dit artikel heeft alleen betrekking op bedrijfsmatig dumpen van voedselresten. Hierdoor is dit niet toepasbaar op particulier voeren van voedselresten aan dieren. Op de al bestaande verbodsborden wordt naar dit betreffende artikel verwezen, maar dit is dus niet handhaafbaar. Een eventueel verbod geeft ons de mogelijkheid om middels handhaving op te kunnen treden als er een situatie ontstaat waarbij een rattenpopulatie zich ontwikkelt tot een plaag en/of bij een situatie waarbij dierenwelzijn onder druk staat.
1.11
Een verbod op het voeren van dieren stelt een duidelijke norm, met betrekking tot het voeren van dieren. Deze duidelijke norm, het is verboden om dieren te voeren in de openbare ruimte, maakt het mogelijk om breed en eenduidig te communiceren. Op deze manier hopen we een gedragsverandering teweeg te brengen, zowel bij de aanpak rattenoverlast als dierenwelzijn.
1.12
Een verbod op het voeren van dieren ondersteunt het tegengaan van overmatig voeren van dieren in de openbare ruimte. Door overmatig voeren kunnen de dieren gezondheidsklachten ontwikkelen. Het voeren van brood aan eenden en overige (water)vogels kan ook leiden tot minder natuurlijk gedrag in het zoeken naar voedsel en in de ontwikkeling van overgewicht. Door het voeren kan er een onnatuurlijke hoeveelheid dieren van een bepaalde soort op een plek ontstaan, zoals duiven, kippen en ganzen. Dit leidt vaak tot overlast voor omwonenden en gebruikers van de betreffende locatie.
1.13
Een algemeen verbod op het voeren van dieren bevordert de waterkwaliteit. Bij het voeren blijven regelmatig broodresten achter in het water die slecht zijn voor de waterkwaliteit van de sloten. Deze broodresten stimuleren onder andere de ontwikkeling van algengroei.
1.14
Een voederverbod is een ontbrekende schakel in de aanpak rattenoverlast. Om de overlast van ratten, conform de ‘Integrated Pest Management’ methodiek, aan te pakken, is een integrale aanpak nodig. Hierbij wordt in eerste instantie vooral op preventieve maatregelen ingezet om bronnen/oorzaken weg te nemen. Voedsel in de openbare ruimte is één van de voornaamste oorzaken, vaak veroorzaakt door voederen van dieren. Dit artikel geeft ons de mogelijkheid, naast voorlichting/informeren, om te handhaven.
1.15
Herstel van de omissie in het ondermijningsartikel brengt het artikellid in lijn met de toelichting op en de intentie van dit artikellid. Abusievelijk is een stukje tekst weggevallen/niet opgenomen in het 15e lid van artikel 2:47 APV (het ‘ondermijningsartikel’). In de toelichting behorende bij dat 15e lid is echter duidelijk verwoord dat ‘zittende’ ondernemers waarvoor een vergunningplicht gaat gelden drie maanden de tijd krijgen om een vergunning aan te vragen (en niet reeds in het bezit daarvan hoeven te zijn). Dat het gaat om een termijn waarbinnen de vergunning aangevraagd moet worden is door de burgemeester ook uitdrukkelijk bevestigd tijdens de raadsvergadering van 20 februari 2020 waarin deze wijziging van de APV is behandeld en is vastgesteld. Zie ‘Verslag vergadering gemeenteraad, 2020-02-20, vastgesteld’, blz. 60
1.16
Het schrappen van het vergunningstelsel voor straatprostitutie is een logisch gevolg van het opheffen van de tippelzone.
7
Per 1 juli 2021 wordt de tippelzone opgeheven. Dit betekent dat ook het vergunningstelsel geschrapt moet worden. Tippelen is vanaf dat moment verboden. Het schrappen van het vergunningstelsel voor straatprostitutie moet op hetzelfde moment in werking treden als het opheffen van de tippelzone. Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Het beperken van een alcoholverbod tot bepaalde tijdstippen kan leiden tot een waterbedeffect. Door het alcoholverbod alleen op bepaalde tijden in een gebied te laten gelden kan de overlast zich naar een ander moment verplaatsen. Bij ieder aan te wijzen gebied waarin het alcoholverbod beperkt wordt tot een bepaalde tijdsduur wordt het eventueel optreden van een waterbedeffect meegewogen.
1.2
De wetenschap is kritisch over een verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties. De wetenschap geeft aan dat het verbod op gespannen voet kan staan met het recht op vrije meningsuiting. De minister heeft hier echter geen aanleiding gezien het beleid en de aanpak te wijzigen. Verschillende gemeentes hebben het verbod al in hun APV opgenomen. Ook de VNG heeft op verzoek van de commissie Bestuur en Veiligheid dit verbod in de APV opgenomen en hierover een aparte ledenbrief (medio oktober 2020) verzonden. Een verbod is in lijn met de leidraad die het LIEC (landelijk informatie en expertise centrum), politie en Openbaar Ministerie hebben opgesteld. Daarnaast heeft de rechtbank verklaard dat de betreffende OMG’s in strijd zijn met de openbare orde en aan de aanwezigheid van deze organisaties – in welke (verschijnings)vorm dan ook- een einde moet komen en is het van belang op te treden tegen de aanwezigheid van uiterlijke kenmerken van een verboden OMG.
1.3
Een algemeen voederverbod raakt alle inwoners en bezoekers van Utrecht. Het is geenszins de bedoeling om in heel Utrecht aan de hand van het nieuwe APVartikel actief te gaan handhaven. Dit is qua handhavingscapaciteit niet haalbaar en ook niet overal noodzakelijk. Daarnaast valt handhaving binnen een breed scala van maatregelen die we, afhankelijk van omgevingsfactoren, inzetten op probleemlocaties, zoals communicatie, extra reinigen en/of groenonderhoud. Op dit moment ontbreekt, binnen de aanpak van voedselbronnen, deze ‘stok achter de deur’ nog binnen de verschillende maatregelen. Bij strenge winters zijn we, in verband met eventueel wenselijk bijvoederen, terughoudend in de handhaving op het voederverbod.
1.4
Het voeren van dieren gebeurt vaak vanuit religieuze overwegingen. Een deel van de mensen die nu voedsel voert aan dieren in de openbare ruimte doet dit vanuit religieuze overtuiging. In principe voldoet men ook aan de religieuze normen (geen voedselverspilling) wanneer men het overgebleven voedsel in een gftkliko/container deponeert. Het ingezamelde gft verwerken we namelijk tot compost en biogas, waardoor het afval een tweede leven krijgt. Dit nemen we ook mee in de communicatie over dit onderwerp. Op dit moment is er nog geen stadsbrede inzameling van gft in Utrecht. In de nieuwe Grondstoffennota is opgenomen dat we streven naar een stadsbrede inzameling van gft/gfe (groente, fruit en etensresten). De verwachting is om dit in 2023 te realiseren. In afwachting tot de invoering van dit stadsbrede gft-brengsysteem kijken we naar tijdelijke oplossingen, bijvoorbeeld gft-inzamelpunten voor locaties met een voederprobleem en waar op dit moment geen reguliere gft-inzameling plaatsvindt.
8
Financiën Punt a: begrippen verplaatsen van hoofdstuk 5 naar hoofdstuk 1. Deze wijziging heeft geen financiële gevolgen. Punt b: verlenging kennisgevingstermijn manifestaties van 24 naar 48 uur. Het verlengen van de kennisgevingstermijn heeft geen financiële consequenties. De behandeling van dergelijke kennisgevingen wordt uit de algemene middelen bekostigd. Punt c: mogelijkheid alcoholverbod te beperken tot bepaalde tijdstippen in aangewezen gebieden Deze wijziging heeft geen financiële gevolgen. Punt d: verbod op zichtbare uitingen (‘colors’) van verboden organisaties. Deze wijziging heeft geen financiële gevolgen. Punt e: woonoverlast. Deze wijziging heeft geen financiële gevolgen. De overlastgevallen die met deze wijziging aangepakt kunnen worden zijn gevallen die nu ook al tijd en aandacht vragen, maar waar na deze wijziging sneller en doeltreffender tegen opgetreden kan worden. Punt f: verbod voeren van dieren. De handhavingscapaciteit wordt niet uitgebreid. De handhaving op het voederverbod vindt laagdrempelig plaats. De wijkboa’s worden geïnformeerd over probleemlocaties en bezoeken deze locaties gericht om de controle op het voederverbod uit te voeren. De communicatieaanpak wordt betaald uit de reguliere middelen die hiervoor bij de verantwoordelijke afdelingen beschikbaar zijn. Punt g: herstel omissie in de tekst van het ondermijningsartikel.
Deze wijziging heeft geen financiële gevolgen. Punt h: schrappen vergunningstelsel voor straatprostitutie in verband met het opheffen tippelzone per 1 juli 2021. Het schrappen van het vergunningstelsel voor straatprostitutie heeft geen financiële gevolgen. De consequenties van het opheffen van de tippelzone zijn eerder in beeld gebracht (zie eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad). De sekswerkers zijn medio 2018 meteen geïnformeerd over de sluitingsdatum. Toen bekend was welke organisatie de begeleiding van de maatwerkplannen op zich ging nemen, is er een kennismaking georganiseerd. De kosten voor de afbouw komen ten laste van de Merwedekanaalzone. Na de sluiting wordt speciaal voor de doelgroep ex-vergunninghouders van de tippelzone een aanbod voor hulp/dienstverlening (in brede zin) georganiseerd
Vervolg Algemeen Na vaststelling wordt het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2010’ op www.overheid.nl bekend gemaakt. Daarbij hoort ook een aan de wijzigingen aangepaste toelichting. De wijzigingen worden geconsolideerd verwerkt (opgenomen in de APV). Na de officiële bekendmaking op www.overheid.nl passen we Utrechtse webpagina www.utrecht.nl/apv aan. Specifiek Verbod voeren van dieren. Als de wijziging op de APV in werking is getreden, ondernemen we de volgende vervolgstappen: De gemeentelijke website en andere communicatiemiddelen aanpassen; De huidige “voederverbodsborden” aanpassen met een verwijzing naar het APV-artikel; Nieuwe borden plaatsen op locaties waar het voederen leidt tot (ratten)overlast en/of dierenwelzijn onder druk staat door het voederen; Voederverbod meenemen in (vervolg)campagne ratten; Gerichte inzet van handhaving op probleemlocaties waar het voederen leidt tot (ratten)overlast en/of dierenwelzijn onderdruk staat door het voederen.
9
Communicatie Zie ook ‘Algemeen’ onder het kopje ‘Vervolg’. Met betrekking tot een aantal wijzigingen vindt gerichte communicatie plaats: Punt b: verlenging kennisgevingstermijn manifestaties van 24 naar 48 uur. De website www.utrecht.nl/demonstraties wordt aangepast en de organisatoren van regelmatig terugkerende demonstraties worden daarnaast separaat geïnformeerd. Punt c: mogelijkheid alcoholverbod te beperken tot bepaalde tijdstippen in aangewezen gebieden. Zodra een nieuw aanwijzingsbesluit wordt vastgesteld of een bestaand besluit gewijzigd, wordt de website www.utrecht.nl/apv aangepast en gaan een persbericht en een wijkbericht uit. Punt f: verbod voeren van dieren. Een algemeen voederverbod voor de gehele gemeente Utrecht zorgt voor eenduidige communicatie naar inwoners en andere belanghebbenden. Deze boodschap communiceren we naar en met verschillende doelgroepen. Via verschillende communicatiemiddelen informeren we inwoners over wat het voederverbod is en wat dit voor hen betekent: - Persbericht; - Gemeentelijke website; - Social media; - Advertenties huis-aan-huiskranten; - Communicatiekanalen van de Utrechtse wijkbureaus. De inzet van deze middelen werken we verder uit in een communicatieplan. Gezamenlijke communicatie We werken graag samen met partners voor de bevordering van dierenwelzijn en het voorkomen van overlast van dieren, zoal rattenoverlast.
Het voederverbod dragen we daarom ook samen met partners uit, zoals woningcorporaties, Universiteit Utrecht Faculteit Diergeneeskunde, Dierenbescherming, en de GGD-regio Utrecht. In mei 2020 ontwikkelden we met deze partners al een publieke voorlichtingscampagne over het voorkomen van rattenoverlast in Utrecht. Via verschillende communicatiemiddelen gaven we handige tips hoe we overlast van ratten in de openbare ruimte en in en rond het huis kunnen voorkomen. Hierbij kwam ook het voeren van vogels en andere dieren aan bod. Vanaf het voorjaar van 2021 geven we met onze partners een vervolg aan de campagne, waarbij we het voederverbod ook verder over het voetlicht brengen. Gebiedsgerichte aanpak Naast een stadsbrede aanpak en bijhorende communicatie monitoren we de situatie bij specifieke locaties in wijken. De problematiek verschilt in mate tussen locaties. Een gebiedsgerichte aanpak is daarom van belang, ook met de inzet van specifieke communicatie voor specifieke doelgroepen. Hierbij werken we samen met belanghebbende instanties in de verschillende wijken om te komen tot gerichte (communicatie)aanpakken. Meldingen We ontvangen graag meldingen van inwoners over voedseldump en overlast van (plaag)dieren in de openbare ruimte. Inwoners kunnen dit digitaal melden via de slimmelden-app. Ook kunnen inwoners bellen naar het gemeentelijk klantcontactcentrum via 14 030.
In de communicatie over het voederverbod nemen we ook mee hoe inwoners bij ons een melding kunnen doen. Punt h: schrappen vergunningstelsel voor straatprostitutie in verband met het opheffen van de tippelzone Zie hierboven onder het kopje ‘Financiën’.
10
Bijlagen Bijlagen besluitvorming: - Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2021 Bijlagen informatief: - Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2021
11