Raadsvoorstel Warmteplan Zuilense Vecht.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Warmteplan Zuilense Vecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Ruimtelijke ontwikkeling Ontwikkelorganisatie Ruimte Bob van Dijck 9757090 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het gezamenlijk met de gemeente Stichtse Vecht gemaakte warmteplan Zuilense Vecht vast te stellen voor zover dit het grondgebied van de Gemeente Utrecht betreft, onder voorbehoud dat de gemeente Stichtse Vecht het warmteplan eveneens vaststelt, waarin is bepaald dat: a) Het warmteplan geldt voor alle geplande nieuwbouw woningen en utiliteitsvoorzieningen in Zuilense Vecht en dat voor deze nieuwbouw in dit gebied in beginsel een aansluitplicht op het warmtesysteem geldt, met uitzondering van de twee nieuwbouw clubhuizen die vooruitlopende op de realisatie van het (woningbouw)plan worden verplaatst. b) Er een collectief warmtesysteem (Warmte Koude Opslag in combinatie met Thermische Energie uit Oppervlaktewater) komt met een hoge mate van duurzaamheid en milieubescherming. c) De energieprestatie voor dit warmtesysteem vastgelegd wordt. d) Het warmteplan voor een periode van 10 jaar geldt. 2. De bevoegdheid om de energieprestatiewaarden en het aantal aansluitingen van het warmteplan te actualiseren, overeenkomstig de energieprestatie van de winnende inschrijving van de aanbesteding van het warmte- en koudesysteem en gedurende de looptijd van het warmteplan, te mandateren aan het college. 3.
Akkoord te gaan met het gezamenlijk door het college en de gemeente Stichtse Vecht zorgdragen voor de aanbesteding van het collectieve warmtesysteem Zuilense Vecht, waarbij: a) De betaalbaarheid voor de bewoners wordt geborgd door een lage vastrechtbijdrage om energiebesparing te bevorderen. b) De koude voor een vergoeding tussen 0 euro en een zeer lage kostprijsvergoeding zal worden gecontracteerd (e.e.a. afhankelijk van de exacte business case en de energieprijsontwikkeling in de markt). c) Naast de prijs ook kwalitatieve gunningcriteria worden vastgesteld om de (publieke) belangen van de gemeente en bewoners te borgen. d) Wij sturen op de publieke randvoorwaarden: duurzaamheid, betaalbaarheid, betrouwbaarheid,transparantie en klanttevredenheid.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Het voorliggende warmteplan Zuilense Vecht gaat uit van een Warmte Koude Opslag (WKO) in combinatie met Thermische Energie Oppervlaktewater (TEO) en is gezamenlijk gemaakt voor de gemeentes Stichtse Vecht en Utrecht. Het warmteplan legt de mate van energiezuinigheid en milieubescherming van het warmtesysteem vast, de energieprestatie van het systeem. Het warmtesysteem moet naast warmte tevens lage temperatuur leveren wat het temperatuurcomfort in de woningen ten goede komt. Het Raadsvoorstel warmteplan ziet op het Utrechtse deel van Zuilense Vecht. De gemeenteraad van Stichtse Vecht moet akkoord gaan met het warmteplan voor haar deel van Zuilense Vecht. In dit warmteplan is ook bepaald dat het warmteplan geldt voor alle nieuwbouw in het gebied (m.u.v de twee nieuwe sportclubgebouwen die vooruitlopend op de gebiedsontwikkeling, om hiervoor ruimte vrij te maken, worden ontwikkeld). De clubgebouwen krijgen een eigen duurzame warmtevoorziening. De gemeente kiest voor de inzet van een warmteplan omdat dit het geëigende sturingsmiddel is om een collectieve benutting van de energie en ruimte in de bodem te realiseren en te bewerkstelligen dat de nieuwbouw wordt aangesloten op dit duurzame systeem. De aanleg en exploitatie van het warmteen koude systeem zal door de gemeenten gezamenlijk worden aanbesteed in een Europese aanbesteding met een exploitatieperiode van ca.
30 jaar. Hierbij wordt geselecteerd op de criteria betaalbaarheid, transparantie en klanttevredenheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid (hier met name: leverzekerheid). Deze criteria worden ook toegepast bij andere nieuwe duurzame warmte- en koudesystemen zoals het Beursnet. Hierbij wordt de betaalbaarheid voor de bewoners geborgd door een korting vast te leggen op vastrechttarieven en voor de variabele verbruikstarieven voor koude 0, of bijna 0, euro per GJ vast te leggen. Daarmee wordt het WKO systeem maximaal duurzaam benut. In het licht van de recente grote stijgingen van de gastarieven en de daaraan gekoppelde ACM-tarieven, kunnen we nu nog geen exacte waarde voor de warmte en koude tarieven afgeven. Wel gaan we het warmte- en koudetarief voor dit gebied zo veel mogelijk loskoppelen van de gastarieven omdat een WKO enkel elektra gebruikt. Een koppeling aan de elektra-index is voor dit systeem veel logischer en dat zal leiden tot substantieel lagere warmte en koude tarieven dan de ACM tarieven, wat direct in het voordeel is van de bewoner.
Context Aanleiding Naar aanleiding van het klimaatakkoord, de wet VET en de herziene gaswet van 2018 mag nieuwbouw zoals bekend niet meer aangesloten worden op aardgas. Dit betekent dat er een alternatieve voorziening voor warmte moet worden aangelegd. Beide gemeentes willen tot (een aanbesteding van) het ontwerp, de realisatie en exploitatie van één gezamenlijk Warmtesysteem komen waarbij de gemeente Utrecht als penvoerder van de aanbestedingsdocumenten optreedt namens beide gemeenten. In Zuilense Vecht worden de komende jaren ca 440 woningen waarvan ca 300 in Utrecht, (commerciële) voorzieningen in de plinten en een onderwijsvoorziening gerealiseerd. Het groene middengebied van Zuilense Vecht wordt samen met de gemeente Stichtse Vecht ontwikkeld. Hoewel de woningbouwlocaties door beide gemeentes ieder voor zich worden ontwikkeld, bleek een gezamenlijk energiesysteem een meer duurzame en kosten-efficiënte oplossing dan twee aparte systemen. Omdat er, voordat de woningbouwkavels worden getenderd, duidelijkheid over de energievoorziening moet zijn, willen wij het warmteplan nu door de raad vast laten stellen en vervolgens de aanbesteding hiervan starten. Omdat de beide bestemmingsplannen naar verwachting in mei 2022 ter visie worden gelegd treden naar verwachting begin 2023 de bestemmingsplannen in werking.
Dit is een aandachtspunt bij de aanbesteding van de aanleg warmtesysteem waarmee we al eerder willen starten Visie/bestaand beleid De Warmtevisie (2017) is door de raad vastgesteld en over het UtrechtsEnergieProtocol (2020) is de raad na vaststelling door het college geïnformeerd. In de Warmtevisie 2017 en het Utrechts Energie Protocol zijn de uitgangspunten voor duurzaamheid en klimaatneutraliteit opgenomen die gelden bij de realisatie van nieuwbouw van woningen en 2
gebouwen in de stad. De Warmtevisie bevat een aantal uitgangspunten voor de energietransitie in geval van nieuwbouw: 1. Utrecht realiseert klimaat-neutrale nieuwbouwwijken door in alle nieuwbouwontwikkelingen, waar een alternatief beschikbaar is, geen aardgasleidingen meer aan te leggen en de toepassing van efficiënte lage-temperatuuroplossingen in de gebouwen te stimuleren. In nieuwbouw kunnen gebouwen al verwarmd worden met toepassing van water op lage temperatuur, zoals ook past bij een goed geïsoleerde woning. Dit heeft als voordeel dat er minder warmteverlies optreedt in de distributie. Daarnaast kan er gebruik worden gemaakt van verschillende lage temperatuur warmtebronnen, die een lage of geen CO2-emissie veroorzaken. 2. De woningen zijn niet aangesloten op gas of stadsverwarming. Het Utrechts Energie Protocol voegt daaraan toe, dat de energie lokaal in het gebied moet worden opgewekt (zon, water, wind en bodem). Alle nieuwe woningen en voorzieningen in Zuilense Vecht dienen daarmee voorzien te worden van duurzame energie voor de koude en warmtevraag van de gebouwen en vallen onder de Warmtevisie 2017 en het UEP. Juridische context De bevoegdheid tot vaststelling van het WKO-warmteplan Zuilense Vecht is opgenomen in het Bouwbesluit 2012.
Vaststelling is nodig ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een collectief warmtesysteem op lage temperatuur voor de toekomstige nieuwbouw in Zuilense Vecht en om daarmee invulling te geven aan de belangrijkste ambities van de Warmtevisie 2017 en het Utrechts Energie Protocol (klimaatneutrale energiesystemen met energie uit lokaal aanwezige bronnen) en de betaalbaarheid, leveringszekerheid, duurzaamheid en klanttevredenheid van de warmte en koudelevering te borgen. Volgens artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 is een ‘warmteplan’ een besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied. Daarbij is van belang dat de term gebied niet is begrensd. Van belang daarbij is dat de gemeenteraden het plan vaststellen voor zover dat betrekking heeft op het grondgebied van de eigen gemeente (en dit in de betreffende besluiten tot vaststelling ook nadrukkelijk naar voren wordt gebracht). Dit heeft te maken met de omstandigheid dat bevoegdheden van de gemeenteraad territoriaal zijn begrensd (artikelen 123 en 124 Grondwet en 147 Gemeentewet). Met vaststelling van het warmteplan wordt de aansluiting op een (aan te leggen) warmtesysteem verplicht voor nieuw te ontwikkelen bouwwerken.
Met uitzondering van de twee nieuwbouw sportclubgebouwen die vooruitlopend op de gebiedsontwikkeling om hiervoor ruimte vrij te maken worden ontwikkeld en niet vallen onder de werking van het warmteplan. De clubgebouwen krijgen een eigen duurzame warmtevoorziening. Beoogd effect Er zijn verschillende voordelen verbonden aan een collectief WKO-systeem van Stichtse Vecht. De lokale duurzame warmte en koude wordt optimaal benut. Tevens kan de “zeer goedkope tot gratis” en duurzame koude benut worden om gebouwen te koelen, hetgeen de leefbaarheid ten goede komt. De ondergrond wordt optimaal gebruikt, er is kostenvoordeel (goedkopere oplossing voor alle partijen) en de risico’s worden beheerst (leveringszekerheid). Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - 2017: raadsbesluit Warmtevisie 2017 - 2020: raadsbesluit Gebiedsplan Zuilense Vecht - 2020: raadsbrief Utrechts Energie Protocol - Gemeentes Utrecht en Stichtse Vecht hebben op respectievelijk 12 november 2020 en 16 november 2020 de Samenwerkingsovereenkomst 3e fase Gebiedsontwikkeling Zuilense Vecht d.d. 8 oktober 2020 ondertekend - 2021 warmteplan Beursgebied. Voorliggende warmteplan Stichtse Vecht is gebaseerd op het warmteplan Beursgebied en is verder geactualiseerd met vernieuwde regelgeving en enkele tekstuele verbeteringen n.a.v. de ervaringen bij Warmteplan Beursgebied.
- 2021: raadsbesluit Vaststelling GrexIPvE en SPVE Zuilense vecht
3
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het gezamenlijk met de gemeente Stichtse Vecht gemaakte warmteplan Zuilense Vecht vast te stellen voor zover dit het grondgebied van de Gemeente Utrecht betreft, onder voorbehoud dat de gemeente Stichtse Vecht het warmteplan eveneens vaststelt, waarin is bepaald dat: a) Het warmteplan geldt voor alle geplande nieuwbouw woningen en utiliteitsvoorzieningen in Zuilense Vecht en dat voor deze nieuwbouw in dit gebied in beginsel een aansluitplicht op het warmtesysteem geldt, met uitzondering van de twee nieuwbouw clubhuizen die vooruitlopende op de realisatie van het (woningbouw)plan worden verplaatst. b) Er een collectief warmtesysteem (Warmte Koude Opslag in combinatie met Thermische Energie uit Oppervlaktewater) komt met een hoge mate van duurzaamheid en milieubescherming. c) De energieprestatie voor dit warmtesysteem vastgelegd wordt. d) Het warmteplan voor een periode van 10 jaar geldt.
Argumenten 1.1
Door collectief aan te sluiten op één gezamenlijk gebiedssysteem wordt de warmte en koude in de bodem optimaal (duurzaam en economisch) benut Een collectief WKO-systeem met een regeneratie uit aquathermie, Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) uit het Amsterdam Rijnkanaal, is vooralsnog de meest efficiënte manier om de hoeveelheid benodigde warmte en koude op een duurzame én economische wijze op te wekken. Dit is het referentiesysteem voor het warmteplan. Alternatieve technieken zijn op dit moment duurder en/of minder efficiënt (het kost in verhouding meer energie om de duurzame energie op te wekken dan bij WKO en TEO). Ten behoeve van voldoende schaalgrootte voor een haalbare exploitatie van het warmte-koudenet geldt de aansluitplicht tot het bereiken het aantal geplande aansluitingen, zoals vastgelegd in het warmteplan. Hiermee wordt de warmte en koudecapaciteit van het gebied optimaal benut.
1.2
Alleen met een warmteplan heeft de gemeente Utrecht een instrument om te sturen op duurzaam energiegebruik van warmte en koude voor de nieuwbouw in Zuilense Vecht. Nieuwbouw kan duurzaam ontworpen en gerealiseerd worden en zou geen hoge temperatuur warmte nodig hebben. Het dagelijkse aanbod van hoge temperatuur warmte in het stadswarmtenet is beperkt en wil de gemeente behouden voor de energietransitie van gas naar stadswarmte van bestaande gebouwen die nog langjarig behoefte hebben aan hoge temperatuur warmtelevering. Daarbij wordt het stadswarmtenet voor een aanzienlijk deel gevoed met warmte uit een gasgestookte centrale, waarvan we juist het gebruik willen op termijn willen beëindigen. Nieuwbouw kan duurzaam ontwikkeld worden en wanneer deze aansluit op laagtemperatuur warmtenetten, zal deze nieuwbouw de vraag naar hoge temperatuur warmte in de stad niet verder vergroten.
1.3
Het warmteplan borgt de zekerheid van aansluitingen voor het warmtebedrijf, zodat dit warmtebedrijf bereid is te investeren in het nieuwe netwerk. Door het vaststellen van een warmteplan borgt de gemeente een aansluitplicht voor de nieuwbouw en zet de gemeente haar bevoegdheid in om voor het warmtebedrijf dat het warmtesysteem Zuilense Vecht gaat aanleggen zekerheden te bieden over het aantal afnemers.
Kanttekeningen/ Risico’s
4
1.1
Afnemers hebben het recht om niet aan te sluiten indien zij een vergelijkbaar duurzaam en milieubeschermend alternatief systeem wensen te realiseren. Dit is tevens een prikkel voor het warmtebedrijf om een zeer duurzaam systeem te realiseren zodat het op veel aansluitingen kan rekenen.
Beslispunt 2 De bevoegdheid om de energieprestatiewaarden en het aantal aansluitingen van het warmteplan te actualiseren, overeenkomstig de energieprestatie van de winnende inschrijving van de aanbesteding van het warmte- en koudesysteem en gedurende de looptijd van het warmteplan, te mandateren aan het college. Argumenten 2.1
Dit zorgt voor een kortere doorlooptijd. De raad kan de bevoegdheid tot aanpassing van de energieprestatiewaarden en het aantal aansluitingen mandateren aan het college. Dan is voor de aanpassing geen nieuwe raadsbehandeling nodig, hetgeen de doorlooptijd van de besluitvorming ten goede komt.
2.2
Actualiseren van het warmteplan kan nodig zijn en het mandateren aan het college maakt dit eenvoudiger Het warmteplan gaat uit van een bepaalde geplande hoeveelheid woningen waarop het ontwerp van het warmtesysteem gebaseerd is. De energieprestatie van het warmtesysteem is weer gebaseerd op dit ontwerp. Indien het aantal woningen wijzigt, wijzigt tevens het ontwerp en de energieprestatie. De aansluitverplichting van het Warmteplan geldt voor de bepaalde energieprestatie en het aantal geplande woningen. Een actualisatie aan de werkelijkheid dient daarom ook doorgevoerd te worden in het warmteplan zodat de gebouweigenaren weten waar ze aan toe zijn.
Beslispunt 3
a) Akkoord te gaan met het gezamenlijk door het college en de gemeente Stichtse Vecht zorgdragen voor de aanbesteding van het collectieve warmtesysteem Zuilense Vecht, waarbij: a.De betaalbaarheid voor de bewoners wordt geborgd door een lage vastrechtbijdrage om energiebesparing te bevorderen. b. De koude voor een vergoeding tussen 0 euro en een zeer lage kostprijsvergoeding zal worden gecontracteerd (e.e.a. afhankelijk van de exacte business case en de energieprijsontwikkeling in de markt). c. Naast de prijs ook kwalitatieve gunningcriteria worden vastgesteld om de (publieke) belangen van de gemeente en bewoners te borgen. d. Wij sturen op de publieke randvoorwaarden: duurzaamheid, betaalbaarheid, betrouwbaarheid, transparantie en klanttevredenheid.
Argumenten 3.1
Met deze uitgangspunten voor de aanbesteding sluiten we aan op andere aanbestedingen van warmtesystemen zoals het Beursgebied. Al eerder hebben wij ervaring opgedaan met, en in de raad gesproken over, vergelijkbare warmtesystemen. Deze ervaring benutten wij nu voor het warmtesysteem van ZuilenseVecht
5
3.2
Met deze wijze van aanbesteding kunnen beide gemeenten een warmtesysteem (laten) realiseren dat duurzaam én economisch voordelig is Het warmteplan impliceert dat gemeenten het warmtesysteem gaan laten aanleggen met bepaalde duurzaamheidsprestaties. De aanleg en exploitatie van het warmtesysteem wordt gezamenlijk Europees aanbesteed. De aanbesteding betreft het ontwerpen, financieren, realiseren en exploiteren van het warmtesysteem voor een periode van ca. 30 jaar (dit is in lijn met de aanstaande (nu nog concept) Wet Collectieve Warmte die stelt dat de concessieduur van een warmteconcessie tenminste 20 en maximaal 30 jaar moet zijn). Uit de business case analyses blijkt dat een exploitatieperiode van 30 jaar het meest economisch is (en leidt tot de laagste energiekosten voor de bewoners en laagste eenmalige aansluitbijdrage (EA, of BAK) om zo het warmtebedrijf in staat te stellen om zijn investering in het ontwerpen, financieren, realiseren, onderhouden en vervangingen van installatieonderdelen van het warmtesysteem terug te verdienen in de exploitatiefase. Uit de business case analyses (uitgevoerd door IF Technology) komt dat de casus zichzelf terug kan verdienen in de exploitatiefase zonder een bijdrage vanuit de gemeente. De doelstelling is dan ook gerechtvaardigd dat er geen bijdrage van de gemeente nodig zal zijn om de business case positief te laten sluiten.
Dit betekent ook dat de gemeenten de kosten voor aanbesteding van het warmtesysteem inclusief het opstellen van het warmteplan, de technische analyse en de businesscase in rekening kunnen brengen bij de exploitant/concessiehouder. De concessiehouder zal zorgdragen voor: het ontwerp, de realisatie, financiering en exploitatie van het warmtesysteem. Onder exploitatie wordt begrepen: onderhoud en beheer uitvoeren, opwekken, distribueren en leveren van de warmte en koude aan de bewoners en de utiliteitsbouw en tevens het verzorgen van de facturering, het leveren van een servicedesk, een goede klanttevredenheid en informatievoorziening. In de concessieovereenkomst worden eisen van de gemeenten ten aanzien van goed functioneren van het warmtesysteem tot en met bijvoorbeeld de procedures voor vaststellen klanttevredenheid en kwaliteitsmanagement opgenomen. Met een aanbesteding heeft de gemeente niet alleen de regie over de prestaties van het warmtebedrijf maar kan de gemeente tevens het kwaliteitsniveau van dienstverlening en de klanttevredenheid van de afnemers borgen. Door de concessieovereenkomst blijft het warmtesysteem in eigendom van de gemeente (in tegenstelling tot het stadswarmtenet dat in eigendom van Eneco is). De concessiehouder (het geselecteerde warmtebedrijf) is voor de duur van de overeenkomst de economisch eigenaar van het systeem.
Dat betekent dat de concessiehouder de opdracht krijgt om te ontwerpen en te realiseren en daarvoor als tegenprestatie het recht krijgt om gedurende de concessieduur het warmtesysteem te exploiteren. Na de concessieduur vervalt het economisch eigendom aan de gemeenten die het kan overdragen op de opvolgende concessiehouder. Deze methode en uitgangspunten worden ook zo toegepast bij andere lopende aanbestedingen zodat er uniformiteit in de methodiek ontstaat.
3.3
De gemeente stuurt hierdoor in eerste instantie op de betaalbaarheid voor de bewoners en het bewust gebruikmaken van de duurzame energie. Door te sturen op lagere vaste kosten ontstaat er een betere prikkel om energie te besparen en meer grip op de energierekening te krijgen. Betaalbaarheid voor de bewoners vinden we als gemeentelijke concessieverlener erg belangrijk. Ook op dit aspect zullen wij kunnen profiteren van de ervaringen opgedaan in het Beursgebied.
3.4
Publieke waarden duurzaamheid, betaalbaarheid, transparantie en betrouwbaarheid zijn min of meer de standaard, in nationaal energiebeleid erkende publieke randvoorwaarden, De waarde transparantie wordt bij een warmtesysteem o.a. middels het kwaliteitscriterium klanttevredenheid geborgd. We geven als volgt met deze aanbesteding concreet invulling aan: 6
1. Duurzaamheid: met een collectief warmtesysteem van deze schaal, een warmteplan en een aanbesteding onder concurrentie krijgen we een warmtesysteem dat de hoogst mogelijke energieprestatie en milieubescherming voor een warmtesysteem kan bereiken in dit gebied; 2. Betaalbaarheid: door kortingen te eisen op vastrecht, en lage tarieven voor gebruik van koude en door concurrentie op prijs in de aanbesteding; 3. Betrouwbaarheid/Leverzekerheid: op het warmtesysteem zijn de landelijk geldende kwaliteitsregels van ACM en de warmtewet van toepassing (zoals hersteltijden en boetes bij storingen) en met de concessieovereenkomst worden aanvullende prestatie-eisen gesteld aan de dienstverlening en levering van de warmte en koude; 4. Transparantie/Klanttevredenheid: Door een 2 jaarlijks klanttevredenheidsonderzoek te laten uitvoeren door de concessiehouder op door ons vastgestelde onderzoeksaspecten, krijgen we inzicht in de tevredenheid van de afnemers. We spreken een bepaalde prestatieniveau af met de concessiehouder, is de klanttevredenheidsscore onder dat niveau dan moet de concessiehouder verbetermaatregelen treffen en aantonen dat de verbetering ook tot een beter resultaat heeft geleidt. Deze vier publieke waarden gelden als randvoorwaarden voor de concessieovereenkomst van het warmtesysteem Zuilense Vecht. Kanttekeningen/ Risico’s 3.1
Bij de start van de aanbesteding van het warmtesysteem is er nog geen vigerend bestemmingsplan Dit betekent dat er ook voor de inschrijvende partijen enig risico bestaat over het definitief doorgaan van de ontwikkeling. Hoe we met dit risico omgaan zullen wij voor de start van de aanbesteding uitwerken.
Financiën De kosten betreffen: -Het opstellen van het warmteplan (interne kosten en advieskosten BENG expertise (DGMR). -Berekeningen bodemenergiecapaciteit door IF Technology en juridisch controle. -De aanbestedingsstrategie. -De aanbestedingsdocumenten. -De aanbestedingsprocedure voor de concessie van het warmtesysteem voor het opstellen van het warmteplan. Uitgangspunt is dat deze kosten zullen worden doorbelast aan de concessiehouder (het warmtebedrijf). Indien de businesscase dit niet toelaat, dan zullen de kosten 50/50 worden verdeeld tussen de gemeenten Utrecht en Stichtse Vecht. De gemeente Utrecht dekt de kosten dan uit de grondexploitatie Zuilense Vecht.
Vervolg Het warmteplan heeft een geldigheidsduur voor een periode van 10 jaar, tenzij eerder het in dit warmteplan genoemde aantal aansluitingen is bereikt. Na vaststelling door de raad, treedt het warmteplan in werking, de dag nadat beiden gemeenten het warmteplan publiceren. Na vaststelling van het warmteplan door de raad zal het aanbestedingsteam Zuilense Vecht de Europese aanbesteding aankondigen en de selectie starten. In de aanbestedingsdocumenten zit het programma van eisen waarin naast technische eisen voor het systeem ook eisen worden gesteld aan processen zoals de afstemming over planning met ontwikkelaars en over het gebruik van de ondergrond voor het plaatsen van leidingen en WKO’s. Naast proceseisen zijn er ook eisen ten aanzien van kwaliteitsborging van de werkprocessen die gevraagd worden, zoals de monitoring van de energieprestatie, de leveringsvoorwaarden, storingenopvolging, hersteltijden, maar ook 7
klanttevredenheidsmetingen, communicatie en betrokkenheid van de bewoners bij het warmtesysteem, toepassen van technische innovaties e.d. Iedere 2 jaar dient de concessiehouder een door BCRG gecontroleerde kwaliteitsverklaring van de energetische prestatie van het warmtenet aan te leveren. Hierin wordt zowel de primaire energiefactor (maat voor de hoeveelheid fossiele brandstof) als de primaire hernieuwbare energiefactor (maat voor de hoeveelheid hernieuwbare energie binnen het warmtenet) vastgelegd. BCRG is een onafhankelijke instantie die gelijkwaardigheids- en kwaliteitsverklaringen van producten en systemen die in de bouwen installatiesector worden toegepast controleert en publiceert. Ook verklaringen over de energieprestatie van maatregelen op gebiedsniveau, zoals een warmtenet, worden door BCRG gecontroleerd. Nadat de raad het warmteplan heeft vastgesteld zal de gemeente bij de tenders van de woningbouwkavels aangeven dat er een aansluitplicht geldt in het gebied. Het warmtesysteem maakt het mogelijk dat de bestaande wijk Op Buuren in Stichtse Vecht in een later stadium (deels) ook op het warmtesysteem zal worden aangesloten. Hiervoor kunnen WKO’s worden bijgeplaatst in het gebied van Op Buuren. Het bestemmingsplan voor Zuilense Vecht zal naar verwachting 4e kwartaal aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Participatie Het warmtenet wordt gerealiseerd voor de nieuwbouw in Zuilense Vecht. Zowel de toekomstige bewoners/gebruikers als ook het merendeel van de toekomstige ontwikkelaars zijn nog niet bekend. Daarom is er geen participatie georganiseerd.
Communicatie Via de projectwebsite www.zuilensevecht.nl worden alle nieuwswaardige feiten gecommuniceerd. De aanbesteding van de aanleg en exploitatie van het warmtesysteem zal op de gangbare manier worden gepubliceerd op tenderned.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Warmteplan Zuilense Vecht Bijlagen informatief -
8