Raadsvoorstel Visie Water en Riolering Utrecht en Programma Water en Riolering 2022-2026.pdf
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Visie Water en Riolering Utrecht en Programma Water en Riolering 2022-2026 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Openbare Ruimte Stadsbedrijven Erwin Rebergen 8877404 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Visie Water en Riolering Utrecht vast te stellen met als belangrijkste beleidskeuzes: a. We verhogen de jaarlijkse vervangingsinspanning van de riolering van 5 naar 18 km per jaar in de periode 2021-2035 om het gemeentelijke rioolstelsel op orde te houden. b. We spelen bij alle rioolvervangingen volgens het principe van ontwikkelend beheer zoveel mogelijk in op andere maatschappelijke opgaven en lopende projecten, waarbij we inzetten op het verbeteren van de openbare ruimte, het verminderen van de hoeveelheid afval door het volledig scheiden van de vuile afvalwater- en schone hemelwaterstroom en het hergebruiken van materialen (circulaire doelstelling), het vasthouden van hemelwater en het hemelwaterbestendig maken van de openbare ruimte (doelstellingen klimaatadaptatie) en het ontharden en vergroenen van de openbare ruimte. c. We stimuleren het vergroenen en vasthouden van hemelwater ook bij andere ingrepen in de openbare ruimte door een financiële bijdrage vanuit de rioolheffing. d. We verwachten dat alle eigenaren voortaan een bijdrage leveren aan het vasthouden van hemelwater, omdat het niet voldoende is om dit alleen in de openbare ruimte te doen.
Bij nieuw en verbouw verplichten we dit via nieuwe regelgeving, bij de overige bouw stimuleren we dit via bewustwording en facilitering (Waterproof030), de bestaande subsidieregeling groene daken en een nieuwe subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed. e. We spannen ons voortaan ook in om schade door te lage grondwaterstanden te voorkomen. f. We kiezen samen met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden voor nieuwe, ambitieuzere doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit in Utrecht. g. We starten na vaststelling van deze visie een onderzoek naar een meer toekomstbestendige grondslag voor de rioolheffing. 2. De Visie Water en Riolering Utrecht in plaats van het Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht, als onderdeel van het thematisch beleid van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/thematisch-beleid/ 3. Het Programma Water en Riolering 2022-2026 vast te stellen met als belangrijkste activiteiten en beleidskeuzes: a. Het in de periode 2022-2026 vervangen van 41,5 km riolering oplopend van 6,2 km in 2022 naar 10,7 km in 2026 conform de uitgangspunten in de Visie Water en Riolering b. Het in de periode 2022-2026 afkoppelen van 66,5 ha verhard oppervlak oplopend van 11 ha in 2022 naar 16 ha in 2026 conform de uitgangspunten in de Visie Water en Riolering.
c.
Uitgangspunten voor financiële bijdragen uit het programma Water en Riolering aan herinrichtingsprojecten in de openbare ruimte die niet voortkomen uit rioolvervangingsprojecten of projecten om wateroverlast op te lossen. d. De beschikbare budgetten voor de subsidieregeling groene daken en voor de nieuwe subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed. e. De uit te werken en uit te voeren beleidswijzigingen en onderzoeken met als belangrijkste het uitwerken van de nog vast te stellen omgevingsplanregels voor het vasthouden van hemelwater op openbaar terrein en het bepalen van de benodigde maatregelen om de waterkwaliteitsambities te realiseren. f. Het baggeren van het oppervlaktewater dat de gemeente in onderhoud heeft conform het met HDSR afgesproken meerjaren baggerplan. g. De verwachte kostenontwikkeling voor de periode 2022-2026 voor het uitvoeren van alle opgenomen activiteiten inclusief de gevolgen voor het rioolheffingstarief, waarbij de kostenontwikkeling en het definitieve tarief jaarlijks worden vastgesteld door de Raad bij de vaststelling van de Programmabegroting.. 4. Het Programma Water en Riolering met ingang van de Voorjaarsnota 2022 jaarlijks te actualiseren en als onderdeel van de Voorjaarsnota vast te stellen. 5. De aangepaste indicatoren in bijlage 4 in het Programma Water en Riolering 2022-2026 te gebruiken om voortaan de voortgang te monitoren.
6. Een onderzoek te starten naar een meer toekomstbestendige grondslag voor de gemeentelijke rioolheffing. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
2
Samenvatting
De Visie Water en Riolering Utrecht bevat de gemeentelijke visie en strategie voor het omgaan met afvalwater, hemelwater, grondwateroverlast en het oppervlaktewater dat de gemeente in onderhoud heeft. De visie geeft voor water en riolering invulling aan de maatschappelijke opgaves basis op orde, gezonde leefomgeving en een circulaire en klimaatbestendige en daarmee toekomstbestendige stad. De Visie Water en Riolering vormt een belangrijke inhoudelijke en financiële drager van het beleid in de nieuwe Visie Klimaatadaptatie. Daarom worden de Visie Klimaatadaptatie en de Visie Water en Riolering gelijktijdig ter besluitvorming aangeboden aan de raad. De uitwerking van de visie loopt via het Programma Water en Riolering. Het eerste programma 2022- 2026 wordt gelijktijdig bij de bestuurlijke vaststelling van de Visie ter besluitvorming aan de raad aangeboden en voortaan jaarlijks als onderdeel van de Voorjaarsnota geactualiseerd en vastgesteld. Met de vaststelling van Visie en Programma wordt tevens besloten een onderzoek te starten naar een meer toekomstbestendige grondslag van de gemeentelijke rioolheffing.
Context
Aanleiding De gemeente heeft vanuit de wet een aantal specifieke zorgplichten en daarmee taken op het gebied van water en riolering. De invulling van deze zorgplichten is nu vastgelegd in het Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019. De Visie Water en Riolering Utrecht vormt samen met het Programma Water en Riolering de opvolger van dit Plan. De Visie Water en Riolering vormt een belangrijke inhoudelijke en financiële drager van het beleid in de nieuwe Visie Klimaatadaptatie. Daarom worden de Visie Klimaatadaptatie en de Visie Water en Riolering gelijktijdig ter besluitvorming aangeboden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan de toezeggingen 20/T485 en 19/T308 en motie M134: Klimaatadaptatie en onderhoud openbare ruimte gaan hand in hand. Visie Water en Riolering De Visie Water en Riolering bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van de gemeentelijke zorgplichten. Daarbij is het doel om het water- en rioleringssysteem in Utrecht gezond, robuust en toekomstbestendig voor iedereen te houden. Hiermee leveren we een bijdrage aan maatschappelijke opgaven voor de stad, waarvan de belangrijkste zijn: • De basis op orde, door het borgen van een robuust water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een toekomstbestendige stad via een klimaatbestendig en circulair water- en rioleringssysteem.
• Het realiseren van een gezonde leefomgeving, door het realiseren van een gezond water- en rioleringssysteem voor zowel mens, plant als dier. Voor het realiseren van deze doelen maken we zoveel mogelijk gebruik van de natuurlijke momenten van vervanging, verbouw en nieuwbouw om de overlast voor de stad en de kosten te beperken. Zo maken we gebruik van de toenemende vervangingsopgave van de riolering die de komende jaren op ons afkomt om deze meteen toekomstbestendig te maken. Voor de vervanging van de riolering moeten we de straten openbreken, wat ons de gelegenheid geeft de bovengrond zoveel mogelijk te vergroenen en daarmee klimaatbestendig uit te voeren en de vuile afvalwaterstroom en schone hemelwaterstroom te scheiden. Bij nieuw- en verbouw verplichten we het vasthouden van hemelwater via nieuwe regelgeving, bij de overige bouw stellen we het vasthouden van hemelwater (nog) niet verplicht, maar stimuleren we het via bewustwording en facilitering (Waterproof030), de bestaande subsidieregeling groene daken en een nieuwe subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed. Via een bijdrageregeling vanuit de rioolheffing stimuleren we het vasthouden van regenwater bij andere ingrepen in de openbare ruimte.
Voor het realiseren van een gezond oppervlaktewatersysteem stellen we samen met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden via deze visie nieuwe, ambitieuzere doelstellingen vast voor het oppervlaktewater in de stad, die we uiterlijk in 2027 willen realiseren. Het realiseren van de doelstellingen vraagt een robuuste en toekomstbestendige programmering en financiering. Daarom stellen we voortaan jaarlijks als onderdeel van de Voorjaarsnota een Programma Water en Riolering vast, waarin de belangrijkste activiteiten voor de komende 5 jaar en de verwachte benodigde middelen en kostendekking worden vastgelegd. Ook starten we na vaststelling van deze 3
visie een onderzoek naar een meer toekomstbestendige grondslag voor de rioolheffing. Het realiseren van de nieuwe doelstellingen en ambities en het werken met een visie en programma gaat niet vanzelf. Dit vraagt aanpassingen in de werkwijze van de gemeentelijke organisatie, afstemming met andere partijen en meer personele capaciteit. De komende jaren zullen we hiermee ervaring opdoen in projecten en door toepassing van nieuwe doelstellingen en regels. Ongetwijfeld zullen we hier en daar doelstellingen en ambities en de bijbehorende regels moeten bijstellen. Desalniettemin gaan we ervan uit dat het leren door te doen de beste manier is om verder te komen. Programma De activiteiten die volgen uit de Visie Water en Riolering Utrecht zijn uitgewerkt in het Programma Water en Riolering 2022-2026, dat samen met de Visie wordt vastgesteld. Dit Programma wordt in de toekomst jaarlijks geactualiseerd en als onderdeel van de Voorjaarsnota vastgesteld. De wijze waarop en de vorm waarin zijn nog in ontwikkeling. Het Programma is evenals de Visie thematisch ingedeeld volgens de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Per thema wordt in elk geval ingegaan op de activiteiten dagelijks onderhoud, groot onderhoud, vervangingen en verbeteringen en beleid en onderzoek.
Daar waar deze onderdelen meerdere thema’s betreffen zijn ze beschreven bij het thema waar de activiteit de meeste aansluiting heeft. Juridische context De Visie en het Programma vormen samen het wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan (artikel 4.22 Wet Milieubeheer). Hiermee worden Visie en Programma samen de opvolger van het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan, het Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019. In de Wet Milieubeheer is opgenomen dat elke gemeente een Gemeentelijk Rioleringsplan moet hebben waarin minimaal het volgende is opgenomen: 1. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor invulling van de zorgplichten; 2. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen; 3. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen worden of zullen worden beheerd; 4. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten; 5. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. De planverplichting voor het hebben van een Gemeentelijk Rioleringsplan vervalt met de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting per 1 juli 2022). Vanaf dat moment moet het beleid een plek krijgen in de gemeentelijke omgevingsvisie, maatregelen en middelen in het omgevingsprogramma en de regels in het omgevingsplan.
Door het beleid nu al vast te leggen in een Visie en de maatregelen en middelen in een Programma geven we al invulling aan de systematiek van de Omgevingswet, waardoor het na invoering van de Omgevingswet gemakkelijker wordt het water- en rioleringsbeleid in de gemeentelijke Omgevingsvisie en het gemeentelijke Omgevingsprogramma te implementeren. Voor het opstellen van een visie en een programma geldt geen wettelijk voorgeschreven procedure. De wetgeving geeft slechts aan dat we moeten aangeven hoe we burgers en maatschappelijke organisaties hebben betrokken bij de voorbereiding van de visie en het programma. Hiervoor hebben we gebruik gemaakt van onze eigen gemeentelijke regelgeving, de Participatie- en inspraak Verordening 2019. Conform deze verordening is de visie Water en Riolering ter inzage gelegd, waarbij we ook voldoen aan de procedure voor vaststelling Omgevingsvisie onder de toekomstige Omgevingswet (3.4 Awb). Het Programma Water en Riolering 2022-2026 is niet ter inzage gelegd.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening - 2 november 2018: Raadsbrief proces Plan Watertaken en Klimaatadaptatiestrategie - 12 februari 2019: Raadsbrief over de klimaatstresstest - 21 februari 2019: Technische bijeenkomst voor de raad over de klimaatstresstest - 16 oktober 2019: Raadsmemo over aangepaste planning Plan Watertaken en Klimaatadaptatiestrategie - 17 juni 2021: Raadsbrief, start inspraak Visie Klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering 4
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Visie Water en Riolering Utrecht vast te stellen met als belangrijkste beleidskeuzes: a. We verhogen de jaarlijkse vervangingsinspanning van de riolering van 5 naar 18 km per jaar in de periode 2021-2035 om het gemeentelijke rioolstelsel op orde te houden. b. We spelen bij alle rioolvervangingen volgens het principe van ontwikkelend beheer zoveel mogelijk in op andere maatschappelijke opgaven en lopende projecten, waarbij we inzetten op het verbeteren van de openbare ruimte, het verminderen van de hoeveelheid afval door het volledig scheiden van de vuile afvalwater- en schone hemelwaterstroom en het hergebruiken van materialen (circulaire doelstelling), het vasthouden van hemelwater en het hemelwaterbestendig maken van de openbare ruimte (doelstellingen klimaatadaptatie) en het ontharden en vergroenen van de openbare ruimte. c. We stimuleren het vergroenen en vasthouden van hemelwater ook bij andere ingrepen in de openbare ruimte door een financiële bijdrage vanuit de rioolheffing. d. We verwachten dat alle eigenaren voortaan een bijdrage leveren aan het vasthouden van hemelwater, omdat het niet voldoende is om dit alleen in de openbare ruimte te doen.
Bij nieuw en verbouw verplichten we dit via nieuwe regelgeving, bij de overige bouw stimuleren we dit via bewustwording en facilitering (Waterproof030), de bestaande subsidieregeling groene daken en een nieuwe subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed. e. We spannen ons voortaan ook in om schade door te lage grondwaterstanden te voorkomen. f. We kiezen samen met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden voor nieuwe, ambitieuzere doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit in Utrecht. g. We starten na vaststelling van deze visie een onderzoek naar een meer toekomstbestendige grondslag voor de rioolheffing.
Argumenten 1.1
Met de verhoging van de vervangingsinspanning van de riolering van 5 naar 18 km per jaar blijft het rioleringssysteem ook in de toekomst robuust. De leeftijdsopbouw van de Utrechtse riolering en de gemiddelde levensduur van een Utrechts riool van 70 jaar betekenen dat de komende jaren de naoorlogse riolering vervangen moet worden. De omvang van de naoorlogse riolering maakt een toename van de vervangingsinspanning van gemiddeld 5 naar gemiddeld 18 km per jaar nodig. Door de verhoging van de jaarlijkse vervangingsinspanning nu te starten en in 15 jaar stapsgewijs door te voeren kunnen we goed inspelen op de groei en van de stad en de opgaven voor de naoorlogse wijken. Tevens blijven naar verwachting de gevolgen voor de organisatie, financiën en bereikbaarheid van de stad hanteerbaar.
1.2
Conform het principe van ontwikkelend beheer houden we bij onze rioolvervangingen en andere ingrepen in op maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, circulaire stad en het vergroenen van de stad om onze leefomgeving te verbeteren.
5
Klimaatverandering zorgt voor een toename van extreme buien, nattere winters en langdurige periodes van droogte in de zomer. Het hierop inspelen is onderdeel van de gemeentelijke hemel- en grondwaterzorgplicht. Bij circulaire stad gaat het om het sluiten van kringlopen. Hiervoor is het nodig afvalwater en hemelwater te scheiden en beiden als grondstof te gebruiken en bijvoorbeeld rioolbuizen zoveel mogelijk her te gebruiken. Het vergroenen van de stad, zorgt voor minder verharding en daarmee het vasthouden van hemelwater. Al deze ingrepen dragen dus bij aan een robuust en toekomstig bestendig water- en rioleringssysteem. Hierdoor is het mogelijk de bijkomende kosten te financieren uit de gemeentelijke rioolheffing. Ook geven we hiermee een impuls aan het verbeteren van de openbare ruimte. 1.3
Het is het meest doelmatig om bij rioolvervanging, herinrichting, nieuw- en verbouw de gewenste aanpassing van de verwerking van hemelwater door te voeren. Door bij rioolvervanging, herinrichting, nieuw- en verbouw de gewenste aanpassing voor de verwerking van hemelwater door te voeren blijven de kosten en overlast beperkt. Daarom ligt het voor de hand het beleid hierop te richten. Bij rioolvervangingen doen we dit voortaan standaard (principe van ontwikkelend beheer). Bij herinrichtingen van de openbare ruimte die niet samenhangen met een rioolvervanging stimuleren we dit via een financiële bijdrage vanuit de rioolheffing waarmee we (een deel van) de meerkosten voor de aanpassing dekken. Bij nieuw- en verbouw gaan we dit doen door het vasthouden van hemelwater te verplichten. Hiermee scheppen we duidelijkheid. Ook blijven de meerkosten beperkt als deze opgave vanaf het begin wordt meegenomen in het ontwerpproces. Bij bestaande bouw kiezen we (nog) niet voor verplichten, maar stimuleren we de aanpassing via voorlichting, subsidies en het faciliteren van de gewenste aanpassingen. We faciliteren en subsidiëren vooral maatregelen die meerdere gunstige effecten hebben en waar niet alleen de eigenaar, maar ook de omliggende bewoners van profiteren. Denk aan de aanleg van geveltuinen, groene daken of het ontharden en vergroenen van tuinen en andere privéterreinen.
Gezien de voorbeeldfunctie van maatschappelijk vastgoed komen we naast de subsidieregeling groene daken met een nieuwe subsidieregeling voor het watervriendelijk inrichten van de terreinen van maatschappelijk vastgoed, zoals scholen, ziekenhuizen en verzorgingshuizen.
1.4
De waterkwaliteitsambities die we samen met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden hebben opgesteld, geven invulling aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water voor een gezond oppervlaktewatersysteem, De Kaderrichtlijn Water vraagt partijen om een gezond en natuurlijk watersysteem na te streven. De doelstellingen voor de grotere wateren in de stad, de zogenaamde waterlichamen, zijn al in 2009 door de provincies vastgesteld. Voor de overige kleinere wateren hebben waterschap en gemeenten wel doelen gesteld, maar deze zijn nog niet vastgelegd in de Provinciale regelgeving. Met de voorgestelde waterkwaliteitsambities, die mede namens de gemeente door het waterschap bij de provincie zijn ingediend, wordt hier nu invulling aan gegeven. De voorgestelde doelen zijn ambitieus, maar realistisch gezien de diverse factoren die de waterkwaliteit bepalen. De te hanteren ondergrens is het streefbeeld “Zichtbaar”. Hierbij waarborgen we minimaal een waterkwaliteit, waarmee grote risico’s voor planten, dieren en mensen worden voorkomen. Waar dit haalbaar is, kiezen we voor een hogere doelstelling. Naast de ecologische doelstellingen kijken we ook naar het recreatieve gebruik van het water.
Daarom spannen we ons samen met de waterschappen in om in alle wateren in de stad de bacteriologische zwemwaternorm te halen, zodat de bacteriologische waterkwaliteit nooit een reden kan zijn dat ergens niet gezwommen kan worden. Gezien de nu nog aanwezige gemengde riooloverstorten en de lozing van de zuiveringen van Bunnik en Zeist op de Kromme Rijn is dit voor de korte termijn een lastig te realiseren ambitie. Wij verwachten dat door bij vervanging van gemengde riolering het vuilwater en het hemelwater te scheiden vervuiling door riooloverstorten steeds minder zal voorkomen.
Kanttekeningen
6
1.1
Het verhogen van de vervangingsinspanning in combinatie met de ambitie dit klimaatadaptief en circulair te doen en daarnaast ook nog via het principe van ontwikkelend beheer vraagt (te) veel van de gemeentelijke organisatie. Het klimaatadaptief en circulair vervangen van de riolering via het principe van ontwikkelend beheer maakt vervangingsprojecten complexer. Projecten krijgen hiermee een langere voorbereidingstijd en worden gevoeliger voor vertraging. Gelijke tijd willen we de jaarlijkse vervangingsinspanning opvoeren wat de opgave nog complexer maakt. Deze opgave kan alleen slagen als alle betrokken organisatieonderdelen voldoende kennis en capaciteit hebben en de integrale projectvoorbereiding op orde is. De afgelopen jaren hebben we hier al flinke stappen in gezet door uitbreiding van de personele capaciteit, het veel verder vooruit plannen van projecten en het standaard toepassen van het Utrechts Planproces 4 voor de integrale projecten. We zijn er echter nog niet. Ook de komende jaren zal deze opgave nog veel tijd en aandacht vragen.
1.2
Het nu al verhogen van de vervangingsinspanning maakt dat we de komende jaren mogelijk riolering vervangen die technisch nog zeker 10 tot 20 jaar mee zou kunnen. De actuele toestand van de naoorlogse riolering is over het algemeen nog dusdanig dat vervanging nog niet direct noodzakelijk is. Het verder uitstellen van verhoging van de vervangingsinspanning heeft echter een aantal belangrijke nadelen. Allereerst betekent uitstel dat de vervangingsinspanning over 5-10 jaar veel sneller omhoog moet om bijtijds alle naoorlogse riolering te vervangen voordat de riolering volledig versleten is. Dit heeft grote organisatorische en financiële gevolgen. Daarnaast missen we dan nu de mogelijkheid om met name in de naoorlogse wijken veel werk met werk te kunnen maken. Tot slot duurt het langer om klimaatbestendig en circulair te worden.
1.3
De voorgestelde aanpak om zoveel mogelijk gebruik te maken van de natuurlijke momenten om de gewenste transities in het water- en rioleringssysteem door te voeren, geeft geen garantie dat de transities in het streefjaar 2050 volledig zijn gerealiseerd. Onze aanpak is erop gericht om zoveel mogelijk gebruik te maken van vervangingen, nieuwbouw- en verbouw en herinrichtingen om de gewenste transities in met name de verwerking van hemelwater door te voeren. Om zeker te zijn dat de gewenste transities in 2050, het streefjaar om circulair en klimaatadaptief te zijn, zijn afgerond, is het mogelijk ook noodzakelijk zelfstandig ingrepen te doen, zonder dat werk met werk gemaakt kan worden. Dit is echter sterk kostenverhogend en roept naar verwachting veel maatschappelijke weerstand op. Het voorstel is daarom om eerst de komende jaren te kijken wat de voorgestelde aanpak oplevert. Indien nodig kan de aanpak dan alsnog versneld worden.
Beslispunt 2
De Visie Water en Riolering Utrecht in plaats van het Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht, als onderdeel van het thematisch beleid van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/thematisch-beleid/
Argumenten 2.1
De Visie Water en Riolering Utrecht vervangt het Plan Gemeentelijke Watertaken 20162019. Het Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 bevatte het thematische water en rioleringsbeleid van de Omgevingsvisie Utrecht. De nieuwe Visie Water en Riolering Utrecht vervangt het Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019. Hiermee moet de Visie Water en Riolering Utrecht opgenomen worden in de Omgevingsvisie Utrecht.
Beslispunt 3
Het Programma Water en Riolering 2022-2026 vast te stellen met als belangrijkste
7
activiteiten en beleidskeuzes: a. Het in de periode 2022-2026 vervangen van 41,5 km riolering oplopend van 6,2 km in 2022 naar 10,7 km in 2026 conform de uitgangspunten in de Visie Water en Riolering b. Het in de periode 2022-2026 afkoppelen van 66,5 ha verhard oppervlak oplopend van 11 ha in 2022 naar 16 ha in 2026 conform de uitgangspunten in de Visie Water en Riolering. c. Uitgangspunten voor financiële bijdragen uit het programma Water en Riolering aan herinrichtingsprojecten in de openbare ruimte die niet voortkomen uit rioolvervangingsprojecten of projecten om wateroverlast op te lossen. d. De beschikbare budgetten voor de subsidieregeling groene daken en voor de nieuwe subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed. e. De uit te werken en uit te voeren beleidswijzigingen en onderzoeken met als belangrijkste het uitwerken van de nog vast te stellen omgevingsplanregels voor het vasthouden van hemelwater op openbaar terrein en het bepalen van de benodigde maatregelen om de waterkwaliteitsambities te realiseren. f. Het baggeren van het oppervlaktewater dat de gemeente in onderhoud heeft conform het met HDSR afgesproken meerjaren baggerplan. g.
De verwachte kostenontwikkeling voor de periode 2022-2026 voor het uitvoeren van alle opgenomen activiteiten inclusief de gevolgen voor het rioolheffingstarief, waarbij de kostenontwikkeling en het definitieve tarief jaarlijks worden vastgesteld door de Raad bij de vaststelling van de Programmabegroting. Argumenten 3.1
Met het Programma wordt invulling gegeven aan de doelstellingen uit de Visie Water en Riolering Het Programma voorziet in een geleidelijke, jaarlijkse verhoging van de rioolvervangingen waarmee we toewerken aan het verhogen van de rioolvervangingen van 5 naar 18 km per jaar in 2035. Omdat we het stelsel bij de vervanging splitsen in een afvalwater- en hemelwatersysteem neemt ook het jaarlijks af te koppelen oppervlak toe. Het Programma bevat daarnaast diverse andere in de Visie aangekondigde activiteiten, zoals het opstellen van een maatregelenprogramma om de waterkwaliteitsambities te realiseren.
3.2
Het Programma bevat de kaders voor de financiële bijdragen aan niet rioleringsprojecten in de openbare ruimte en subsidies aan eigenaren Zoals in de Visie Water en Riolering aangegeven is het noodzakelijk om financiële kaders vast te stellen voor bijdragen aan niet rioleringsprojecten. De bijdrageregeling in bijlage 3 van het Programma stimuleert het afvoeren van hemelwater volgens de voorkeursvolgorde in de Visie Water en Riolering, waarbij de hoogste bijdrage wordt ontvangen als hemelwater op maaiveldniveau wordt geïnfiltreerd door verharding te vervangen door groen. De uitgangspunten in de bijdrageregeling leiden tot een aanzienlijke bijdrage van € 4 miljoen voor het open graven van de Leidsche Rijn, waarbij in dit geval verharding vervangen wordt door open water. Deze bijdrage is gelijkmatig verdeeld over de jaren 2022 t/m 2025. Voor de subsidieregeling groene daken en de nieuwe subsidieregeling watervriendelijk maatschappelijk vastgoed is in dit Programma respectievelijk 0,7 miljoen en 0,3 miljoen euro gereserveerd. Door jaarlijks het Programma te actualiseren als onderdeel van de Voorjaarsnota is het mogelijk om deze budgetten jaarlijks bij te stellen.
3.3
Het Programma geeft voor de komende vijf jaar inzicht in de besteding van de gelden uit de rioolheffing en de verwachte ontwikkeling van de rioolheffing De jaarlijkse programmabegroting geeft alleen inzicht in de totale inkomsten uit de rioolheffing en de kosten die daaruit gedekt worden. De verdeling van het budget is niet inzichtelijk. Ook is het lastig zicht te krijgen op de verwachte meerjarige kostenontwikkeling en de gevolgen daarvan voor de rioolheffing. Het Programma geeft deze informatie wel en voorziet daarmee in een behoefte, zeker nu de vervangingsinvesteringen steeds bepalender worden voor de mogelijkheden om de openbare ruimte te vernieuwen. De 8
opgenomen kosten en kostendekkende tarieven in het Programma zijn richtinggevend. Het daadwerkelijke jaarbudget en het daadwerkelijke tarief voor de rioolheffing worden elk jaar voor het daaropvolgende jaar door de Raad vastgesteld als onderdeel van de Programmabegroting. Kanttekeningen/Risico’s 3.1
Een bestuurlijk vastgesteld programma lijkt minder flexibiliteit te geven om in te spelen op onverwachte ontwikkelingen Met de bestuurlijke vaststelling van het Programma liggen maatregelen, spelregels en budgetten voor het eerstvolgende jaar vast met een doorkijk naar de 4 jaarschijven daarna. Er blijven nog steeds mogelijkheden om gedurende het eerste jaar bij te sturen via de 1e of 2e bestuursrapportage. Hoewel een dergelijk traject meer tijd en aandacht vraagt, staat daar tegenover dat een bestuurlijk vastgesteld programma het programma veel meer draagvlak en transparantie geeft. Aangezien de dekking van de kosten afkomstig is van een rechtstreekse belasting van alle perceeleigenaren en grote lozers in Utrecht vinden wij dat draagvlak en transparantie belangrijker dan flexibiliteit.
Beslispunt 4
Het programma met ingang van de Voorjaarsnota 2022 jaarlijks te actualiseren en als onderdeel van de Voorjaarsnota vast te stellen.
Argumenten 4.1
Hiermee wordt aangesloten bij de gangbare werkwijze in de gemeente Utrecht Artikel 10 van de Financiële verordening gemeente Utrecht schrijft voor dat het college aan de raad voor kapitaalgoederen zoals de riolering, de kostensystematiek en de meerjarige budgettaire toedeling voorlegt. Voorheen gebeurde dit in het Gemeentelijk Rioleringsplan, dat eens per vier jaar aan de raad werd aangeboden. Nu het verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan met de invoering van de Omgevingswet vervalt, voorziet het Programma Water en Riolering in de lacune. Voor alle gemeentelijke meerjareninvesteringenprogramma’s, zoals het Meerjarenperspectief Ruimte geldt dat deze als onderdeel van de Voorjaarsnota worden aangeboden aan de raad.
4.2
Hiermee wordt aangesloten bij de nieuwe Omgevingswet De Omgevingswet wordt naar verwachting per 1 juli 2022 ingevoerd. Vanaf dat moment moet beleid een plek krijgen in de omgevingsvisie, maatregelen en middelen in het omgevingsprogramma en regels in het omgevingsplan. Door het beleid nu al vast te leggen in de Omgevingsvisie Utrecht en de maatregelen en middelen in het Programma geven we invulling aan de systematiek van de Omgevingswet, waardoor het gemakkelijker wordt het water- en rioleringsbeleid in de gemeentelijke Omgevingsvisie en het gemeentelijke Omgevingsprogramma te implementeren.
4.3
Een jaarlijks vast te stellen Programma Water en Riolering inclusief kostendekking geeft een betere en actuelere onderbouwing van de voorgenomen activiteiten en de bijbehorende rioolheffing dan een vierjaarlijks vast te stellen Gemeentelijk Rioleringsplan De ervaring leert dat de voorgenomen activiteiten en de bijbehorende begroting in het vierjaarlijkse Gemeentelijk Rioleringsplan snel verouderd waren. Met de invoering van de Omgevingswet en de splitsing van het Gemeentelijk Rioleringsplan in een visiedeel en een programmadeel ligt het voor de hand het programma vaker te actualiseren. Door dit te doen als onderdeel van de Voorjaarsnota wordt aangesloten bij het jaarlijkse Meerjarenperspectief Ruimte en de toegezegde nieuwe meerjarenplanning behorend bij de Nota Beheer Openbare Ruimte. Ook krijgen college en raad hiermee jaarlijks inzicht in de verwachte ontwikkeling van de rioolheffing voor de komende vijf jaar. De opgenomen kosten en kostendekkende tarieven in het Programma zijn richtinggevend. Het daadwerkelijke jaarbudget en het daadwerkelijke tarief voor de rioolheffing worden elk jaar
9
voor het daaropvolgende jaar door de Raad vastgesteld als onderdeel van de Programmabegroting. Beslispunt 5
De aangepaste indicatoren in bijlage 4 in het Programma Water en Riolering 2022-2026 te gebruiken om voortaan de voortgang te monitoren.
Argumenten 5.1
De aangepaste indicatoren sluiten beter aan bij het nieuwe beleid in de Visie Water en Riolering Een aantal van de huidige effect- en prestatieindicatoren zijn wat ongelukkig geformuleerd. Dit leidt regelmatig tot vragen vanuit de Raad. Met de aangepaste indicatoren verwachten we meer duidelijkheid te verschaffen. Ook sluiten de aangepaste indicatoren beter aan bij het nieuwe beleid in de Visie Water en Riolering. Hiermee wordt invulling gegeven aan eerdere toezeggingen.
Beslispunt 6
Een onderzoek te starten naar een meer toekomstbestendige grondslag voor de gemeentelijke rioolheffing.
Argumenten 6.1
De huidige kostendekkingssystematiek van de rioolheffing sluit niet voldoende aan bij het principe de vervuiler betaalt. De huidige kostendekking systematiek heeft geen sterke relatie met het uitgangspunt van de vervuiler betaalt. Minder lozen op het openbaar riool levert voor eigenaren geen lagere rioolheffing op. In de motie M382 Eerlijkere verdeling woonlasten heeft u zelf opgeroepen om onderzoek te doen naar een meer gedifferentieerde opzet van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Over de mogelijkheden voor de afvalstoffenheffing bent u geïnformeerd in de raadsbrief van 12 oktober 2021. Met het onderzoek naar een betere, toekomstbestendige kostendekkingssystematiek voor de rioolheffing geven we invulling aan de motie M382 Eerlijkere verdeling woonlasten.
6.2
De huidige kostendekkingssystematiek van de rioolheffing is met name voor het grootverbruik niet toekomstbestendig. De huidige kostendekkingssystematiek voor de bepaling van de rioolheffing is erg gevoelig voor de omvang van het grootverbruik. De ervaring leert dat het grootverbruik sterk kan schommelen, zeker omdat er in Utrecht maar een vijftal hele grote lozers zijn. . Een onderzoek naar een betere, toekomstbestendige kostendekkingssystematiek is daarom gewenst.
6.3
De nieuwe modelverordening voor de rioolheffing van de VNG vraagt om herziening de grondslag van de rioolheffing De VNG heeft in september 2021 een nieuwe modelverordening voor de rioolheffing gepubliceerd. Hiermee wordt het mogelijk om ook eigenaren zonder rioolaansluiting een aanslag voor de rioolheffing op te leggen, omdat zij ook profiteren van de gemeentelijke taken op het gebied van hemelwater en grondwateroverlast. Het toepassen van deze verordening vraagt om een nieuwe grondslag voor de gemeentelijke rioolheffing.
Financiën
Het vervangen van bijna 500 km riolering in de komende 30 jaar in combinatie met het klimaatbestendig en circulair maken kost bijna 1 miljard euro. Ruim een kwart van dit bedrag is nodig voor de gewenste ombouw van een gecombineerd naar een gescheiden systeem en voor het
10
stimuleren en subsidiëren van derden. Dit is veel geld, maar gezien de grote maatschappelijke opgaves waarvoor we staan en de kansen die de transitie biedt vinden wij dit absoluut noodzakelijk. De voorgestelde beleidswijzigingen zijn allemaal te zien als nadere invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarmee is het juridisch toegestaan de kosten die voortkomen uit de beleidswijzigingen te dekken uit de gemeentelijke rioolheffing. Omdat we in Utrecht het oppervlaktewater dat we als gemeente in onderhoud hebben, beschouwen als onderdeel van het gemeentelijke hemelwatersysteem, dekken we ook de kosten die nodig zijn om het oppervlaktewatersysteem gezond, robuust en toekomstbestendig te houden uit de gemeentelijke rioolheffing. Uitzondering vormen de kosten voor de oeverconstructies, die worden gedekt uit de algemene middelen. In de Visie spreken we uit dat de voorgestelde aanpak leidt tot een jaarlijkse kostenstijging van 2 à 4% (exclusief inflatie). Omdat de stad blijft groeien en daarmee het aantal rioolheffing betalende gebouweigenaren stijgt is de jaarlijkse stijging van de rioolheffing lager. De verwachting is dat de stijging beperkt blijft tot 1,5 à 2,5 % (exclusief inflatiecorrectie).
Het Programma 2022-2026 bedraagt ongeveer € 235 miljoen, waarvan € 80 miljoen voor het reguliere beheer en onderhoud inclusief subsidies en personeelskosten, 6 miljoen voor groot onderhoud en € 100 miljoen aan vervangings- en verbeteringsinvesteringen. De resterende kleine € 50 miljoen gaat op aan de bijdrage aan de straatreiniging, de bijdrage aan het btw-compensatiefonds, de kosten voor de inning van de rioolheffing en de bijdrage aan de algemene kosten van de gemeentelijke organisatie. De verwachte jaarlijkse kostenstijging ligt in de orde van 3% (exclusief inflatie) en valt daarmee in de bandbreedte van 2 tot 4% die in de Visie Water en Riolering is aangegeven. Omdat de stad blijft groeien en daarmee het aantal rioolheffing betalende gebouweigenaren stijgt is de verwachte jaarlijkse stijging van de rioolheffing lager. De verwachting is dat de stijging in de periode 2023-2026 jaarlijks in de orde van 2 tot 2,5 % zal liggen. Dit is exclusief verrekening van de inflatie. Ook dit past binnen de bandbreedte van 1,5 tot 2,5% die in de Visie Water en Riolering is opgenomen. In 2022 blijven de tarieven gelijk aan 2021.
Vervolg
College en raad bepalen samen wanneer de Visie Water en Riolering aan herziening toe is. Hiervoor geldt geen vaste termijn. De uitvoering vindt plaats volgens het Programma Water en Riolering. In dit programma wordt steeds vijf jaar vooruit gekeken. Het Programma Water en Riolering wordt voortaan jaarlijks geactualiseerd als onderdeel van de Voorjaarsnota en kijkt daarbij steeds vijf jaar vooruit. Het Programma Water en Riolering 2023-2027 wordt daarmee als onderdeel van de Voorjaarsnota 2022 aan de Raad aangeboden. Naast het meerjarenprogramma wordt jaarlijks in de Programmabegroting en de Verantwoording de voortgang van het betreffende jaar beschreven. Met ingang van de Programmabegroting 2023 zal dit gebeuren aan de hand van de indicatoren die bij het voorliggende Programma 2022-2026 worden vastgesteld. De vervangingsinvesteringen worden ook opgenomen in het overzicht van alle vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte, wat voortaan jaarlijks bij de Voorjaarsnota aan de Raad wordt aangeboden. Bij de behandeling van de Programmabegroting stelt de raad ook jaarlijks de verordening Rioolheffing vast waarin het eigenaren- en grootverbruikerstarief voor het betreffende jaar worden vastgesteld.
Participatie
Voor de visie zijn de provincie Utrecht, het regionale Netwerk Water en Klimaat, HDSR, Waternet, Rijkswaterstaat en buurgemeenten geraadpleegd via workshops, bilaterale gesprekken en formele ter inzage legging. Hiermee is ook invulling gegeven aan de wettelijke vereiste om Provincie, zuiveringsbeheerders en waterkwaliteitsbeheerders bij het tot stand komen van het plan te betrekken.
11
Voor het onderdeel waterkwaliteitsambities is actief samengewerkt met HDSR (co creatie) om tot realistische ambities te komen. Via HDSR worden vervolgens de ambities ingebracht in het provinciale beleid, waar de ambities formeel worden verankerd. De Visie Water en Riolering heeft van 17 juni t/m 29 juli 2021 ter inzage gelegen via de website www.utrecht.nl/waterenriolering. Verder is een persbericht uitgegaan en zijn er op social media berichten geplaatst. De Hoogheemraadschappen Amstel, Gooi en Vecht en De Stichtse Rijnlanden hebben formeel ingesproken, evenals één bewoner. Deze reacties met de bijbehorende antwoordbrieven zijn bij het raadsvoorstel gevoegd. De provincie en de overige partijen hebben alleen mondeling opmerkingen doorgegeven. Over het Programma Water en Riolering 2022-2026 heeft geen participatie plaatsgevonden. Wel zijn de diverse onderzoeken en vervangingsinvesteringen afgestemd met de andere gemeentelijke programma’s en indien van belang met externe partijen
Communicatie
Als de Visie Water en Riolering Utrecht en het Programma Water en Riolering 2022-2026 worden vastgesteld, dan vermelden we dat op de website van de gemeente. De insprekers ontvangen onze reactie op hun zienswijze. Voor vragen is het mailadres waterproof030@utrecht.nl beschikbaar. Het actuele investeringsprogramma is via een kaart via de gemeentelijke website te raadplegen.
Bijlagen
Bijlagen besluitvorming - Visie Water en Riolering Utrecht - Programma Water en Riolering 2022-2026 Bijlagen informatief - Reactienota Visie Klimaatadaptatie Utrecht en Visie Water en Riolering Utrecht - Inspraakreactie AGV Visie Klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering - Inspraakreactie HDSR Visie Water en Riolering - Antwoordbrief op inspraakreactie AGV - Antwoordbrief op inspraakreactie HDSR Diverse kaarten: Wateroverlast (80mm / uur neerslag) Water op straat na extreme neerslag (arcgis.com) Rioolvervangingsplanning t/m 2050 Rioolvervangingsplanning t/m 2050 (arcgis.com)
-
Rioolinvesteringsplanning 2022 t/m 2026 Rioolvervangingsplanning t/m 2026 (arcgis.com) Prioriteitsgebieden klimaatadaptatie Prioriteitsgebieden klimaatadaptatie (arcgis.com) Overzicht afgekoppeld oppervlak Overzicht afgekoppeld oppervlak (arcgis.com) Meerjaren baggerplanning Meerjaren baggerplanning (arcgis.com) Kansenkaart natuurvriendelijke oevers Kansenkaart natuurvriendelijke oevers (arcgis.com) Ambities overig water Doelen overig water (arcgis.com) Areaalkaart inzameling afvalwater Areaalkaart inzameling en transport stedelijk afvalwater (arcgis.com) Areaalkaart inzameling hemelwater Areaalkaart inzameling en transport hemelwater (arcgis.com) Areaalkaart ontwateringsmiddelen Areaalkaart horizontale en verticale drainage (arcgis.com)
12