CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 2050

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 8 februari 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 20504.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Raadsvoorstel Visie Utrecht Circulair 2050 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Circulaire Economie Ontwikkelorganisatie Ruimte Wiebe Zijlstra 11461204 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De visie Utrecht Circulair 2050 vast te stellen, met daarin de focus op 4 prioriteiten, 11 ambities en 3 kansrijke en urgente sectoren (bouw, voedsel, zorg): a. Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap i. Utrecht biedt genoeg ruimte voor circulaire bedrijvigheid; ii. Utrecht heeft een aantrekkelijk klimaat voor circulair ondernemen; iii. Utrecht heeft een weerbare en wendbare arbeidsmarkt voor de circulaire economie. b. Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen iv. Utiliteits- en woningbouw in Utrecht is volledig circulair; v. Utrecht ontwikkelt en beheert de openbare ruimte circulair; vi. Utrecht ontwikkelt en beheert maatschappelijk vastgoed circulair. c. Circulair opdrachtgeverschap en inkopen vii. Utrecht koopt circulair in met een minimale ecologische voetafdruk; viii. Utrecht is circulair opdrachtgever; ix. Utrecht werkt samen in ketens om circulaire innovaties te ontwikkelen en toe te passen. d. Circulaire materiaal- en reststromen x. Utrecht is afvalvrij door minimaal gebruik van (primaire) grondstoffen; xi. Utrecht is afvalvrij door hoogwaardig hergebruik van materialen en reststromen.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Utrecht heeft de ambitie om in 2050 een circulaire stad te zijn, waarin er geen primaire grondstoffen meer worden gebruikt en er geen of nauwelijks afval meer is. De Visie Utrecht Circulair 2050 is een aanvulling op de ruimtelijke koers voor de stad (Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040) en schetst met 4 prioriteiten, 11 ambities en 3 focus sectoren het kader voor de in de toekomst op te stellen circulair beleid en circulaire uitvoeringsplannen. De ambities, zoals in de visie opgenomen voor 2050, vertalen we in meetbare circulaire beleidsdoelen, welke we in 2024 als onderdeel van de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 aan de raad voorleggen.

Context Aanleiding In de stad worden nu te veel materialen gebruikt die eindig zijn, veel CO2-uitstoot veroorzaken, zorgen voor biodiversiteitsverlies, het milieu (lucht, bodem en water) op allerlei manieren belasten en waarvan de leveringszekerheid steeds risicovoller wordt. Nu komen er jaarlijks zo'n 3.850 kiloton materialen de stad in, wordt er 1.270 kiloton gebruikt voor productie in de stad en gaat er 970 kiloton als afval de stad uit. Dit maakt dat onze huidige manier van leven en economie ook eindig is. In Utrecht hebben we daarom het doel om in 2050 volledig circulair te zijn, in 2030 maximaal de helft aan primaire grondstoffen te gebruiken en onze maximale bijdrage te leveren aan het halen van nationale en internationale doelstellingen ten aanzien van CO2-reductie (Coalitieakkoord 2022-2026). Hiermee sluiten we aan op de ambitie van het Nationaal Programma Circulaire Economie 2030 (NPCE). Op 5 november 2020 stelde de gemeenteraad het Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 vast. In dit programma presenteerden we een aanpak, waarin we in 3 stappen toewerken naar 2050: (1) in 2023 is het ‘basiskamp’ op orde; (2) vanaf 2023 zetten we op versnellen en opschalen en (3) vanaf 2030 wordt de ontwikkeling verder doorgezet richting een volledig circulaire stad in 2050. Daarbij is op 15 juli 2021 in de RSU2040 het principe “Circulair, tenzij” vastgesteld.

Om richting te geven aan de ontwikkeling naar een circulaire stad Utrecht is, aanvullend op de RSU2040, een gedeelde toekomstvisie en heldere ambities belangrijk. Volgens de Utrechtse standaard voor beleidsdocumenten stelden we hiervoor een beknopte kader stellende circulaire visie op. Het kader geeft invulling aan onze rol en bijdrage als gemeente Utrecht aan de ontwikkeling naar een circulaire stad Utrecht. Het is hierbij van groot belang dat we in samenhang met andere opgaven, zoals de woningbouw en energietransitie, werken. Een circulaire en duurzame stad worden we namelijk enkel als we opgave-overstijgend samenwerken met collega’s en partners in de stad en regio. Ter verkenning van de huidige situatie in de stad en regio voerden we een materiaalstroomanalyse uit. Deze is bijgevoegd ter informatie. Juridische context De Visie Circulair Utrecht 2050 kan aangemerkt worden als een omgevingsvisie als bedoeld in de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking treedt. Op grond van het overgangsrecht van de invoeringswet (artikelen 4.9 en 4.10) kunnen gemeenten vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvisie vaststellen. In 2017 is de Omgevingsvisie Utrecht reeds vastgesteld als een omgevingsvisie in de zin van (artikel 3.1, lid 1 van) de Omgevingswet.

Daarmee heeft de gemeente nu al voldaan aan de wettelijke verplichting om ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvisie vast te stellen. Dit betekent dat wij op basis van het overgangsrecht nu al in overeenstemming met de verplichtingen van de Omgevingswet handelen, zoals de wettelijk verplichte inspraakprocedure bij de thematische (deel)omgevingsvisies. Met het oog hierop is bij de (verdere) uitwerking van de Visie Circulair Utrecht 2050 rekening gehouden met zowel inhoudelijke als procedurele verplichtingen die voortvloeien uit de Omgevingswet ten aanzien van het instrument omgevingsvisie. In dit verband gaat het in het bijzonder om de volgende aspecten: wettelijke verplichte inspraakprocedure bij de thematische (deel)omgevingsvisies, milieubeginselen (preventief handelen, milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestrijden en het beginsel dat de vervuiler betaalt), participatie en inspraak (zie paragraaf participatie), milieueffectrapportage en de bevoegdheid tot vaststelling (door de gemeenteraad).

2

Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien. Beoogd effect Het beoogde effect is een circulaire stad Utrecht die kan voorzien in de behoefte van de mens, zowel in het nu als in de toekomst, binnen de grenzen van de planeet. De circulaire stad Utrecht biedt daarmee een duurzaam, houdbaar toekomstperspectief, waarin ecologisch, economisch en sociale belangen in balans zijn. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • 30 september 2016, Commissiebrief S&R: Position paper circulair economie; • 11 november 2016, Commissiebrief S&R: Ondertekening City Deal Circulaire Stad; • 30 september 2016, Motie 252 Circulair bouwen; • 24 januari 2017, Raadsbrief ondertekening Nationaal Grondstoffenakkoord; • 15 december 2017, Raadsbrief Circulaire Economie, met daarin genoemd dat de ambitie en lijn uit het Rijksprogramma Nederland circulair 2050 wordt gevolgd; • 5 juli 2018 Motie 128 Informeren over duurzaam (ver)bouwen bij omgevingsvergunningen; • 5 juli 2018 motie 129 Duurzaam (ver)bouwen in de (stedelijke)omgevingsvisie; • 13 december 2018, Raadsbrief Stand van zaken circulair bouwen; • 8 mei 2019, SV 2019, nr. 99 over Stappen zetten naar een circulaire economie; • 11 juli 2019, motie 150 Geef richting aan de circulaire economie in Utrecht; • 11 juli 2019, motie 129 Circulaire deals; • 27 januari 2020, schriftelijke vragen nr.

021 Houtbouw in Utrecht; • 5 november 2020, Raadsvoorstel en besluit Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023; • 15 juli 2021, Raadsvoorstel Utrecht Dichtbij de tienminutenstad RSU 2040; • 1 december 2021, Raadsbrief toezegging stimuleren circulair bouwen.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De visie Utrecht Circulair 2050 vast te stellen, met daarin de focus op 4 prioriteiten, 11 ambities en 3 kansrijke en urgente sectoren (bouw, voedsel, zorg): a. Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap i. Utrecht biedt genoeg ruimte voor circulaire bedrijvigheid; ii. Utrecht heeft een aantrekkelijk klimaat voor circulair ondernemen; iii. Utrecht heeft een weerbare en wendbare arbeidsmarkt voor de circulaire economie. b. Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen vii. Utiliteits- en woningbouw in Utrecht is volledig circulair; viii. Utrecht ontwikkelt en beheert de openbare ruimte circulair; ix. Utrecht ontwikkelt en beheert maatschappelijk vastgoed circulair. c. Circulair opdrachtgeverschap en inkopen x. Utrecht koopt circulair in met een minimale ecologische voetafdruk; xi. Utrecht is circulair opdrachtgever; xii. Utrecht werkt samen in ketens om circulaire innovaties te ontwikkelen en toe te passen. d. Circulaire materiaal- en reststromen xii. Utrecht is afvalvrij door minimaal gebruik van (primaire) grondstoffen; xiii. Utrecht is afvalvrij door hoogwaardig hergebruik van materialen en reststromen.

Argumenten 1.1

Utrecht Circulair draagt hiermee doelgericht bij aan meerdere Utrechtse opgaven. Door zorgvuldig om te gaan met grondstoffen, zal er nagenoeg geen afval meer zijn en wordt ook bijgedragen aan grote maatschappelijke opgaven:

3

-

Klimaatdoelen, zijn alleen haalbaar door ook in te zetten op een circulaire economie. Hierbij gaat het om het de indirecte uitstoot van broeikasgassen (scope 3) in de gehele levenscyclus van grondstoffen te beperken; Biodiversiteit, door in het ontwerp van producten, gebouwen en werken, vaker te kiezen voor natuurlijke (biobased) materialen en herstellen van de natuur; Kwaliteit van bodem, lucht en water, door naast de uitstoot van broeikasgassen ook andere negatieve effecten op bodem, lucht en water te beperken; Leveringszekerheid, door de afhankelijkheid van (schaarse) grondstoffen te verminderen, bijvoorbeeld via hergebruik of middels de afhankelijkheid van schaarse grondstoffen te verkleinen.

Daarnaast dragen we bij aan oplossingen voor Utrecht specifieke opgaven, waaronder: - Gezond leefklimaat: door bij te dragen aan de klimaatdoelen, biodiversiteit en kwaliteit van water, bodem en lucht, beschermen we een gezond leefklimaat in de stad Utrecht; - Werk voor iedereen: circulaire economie is een inclusieve economie en biedt kansen op werk, waaronder mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Zo draagt de circulaire economie bij aan kansengelijkheid. Ook versterkt de circulaire economie lokale gemeenschappen en maakt het voorzieningen lokaal toegankelijker; - Woningbouwopgave: circulaire bouwconcepten zijn inmiddels steeds vaker industrieel, flexibel en demontabel te bouwen. Daardoor zijn ze vaak niet alleen goedkoper en sneller te realiseren, maar ook goed aan te passen. Naast kansen zijn er uitdagingen op het raakvlak met andere belangrijke thema’s en opgaven. We maken deze raakvlakken inzichtelijk en maken bij de realisatie van circulaire ambities keuzes in samenhang met ambities uit andere thema’s (zie ook beslispunt 3). 1.2

De 4 prioriteiten binnen de visie Utrecht Circulair 2050 leiden tot de meest kansrijke en cruciale inzet richting een circulaire stad. De 4 prioriteiten zijn het gevolg van de herijking van de prioriteiten uit het Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023. Hiermee bouwen we verder op de inspanningen, lessen en resultaten uit de afgelopen jaren. De prioriteiten zijn geselecteerd op basis van 3 selectiecriteria (potentiële impact, mate van invloed en lokale waarde/relevantie) en gevalideerd door interne en externe stakeholders.

1.3

Utrecht zet met de focus op een circulaire bouw- en voedselsector in op (deel)oplossingen voor urgente uitdagingen in 2 grondstof-intensieve sectoren. De materiaalstroomanalyse (bijlage 1) toont dat fossiele energiedragers en de bouwen voedselsector verantwoordelijk zijn voor bijna 70% van alle inkomende grondstoffen. In de bouwsector veroorzaakt de uitstoot van stikstof maatschappelijke uitdagingen. In de voedselsector vormt de productie van betaalbaar, gezond en duurzaam voedsel in combinatie met beperkte fysieke ruimte en biodiversiteitsverlies, een maatschappelijke uitdaging. Door in te zetten op circulaire principes, zoals het verkleinen van de totale hoeveelheid grondstoffen en een groter aandeel hergebruikte en biobased grondstoffen, wordt bijgedragen aan het oplossen van deze uitdagingen.

1.4

Utrecht versterkt haar regionale profiel door in te zetten op sterke lokale en regionale circulaire ketens in de bouw, voedsel en zorgsector. Door nadrukkelijk in te zetten op circulaire kansen in de bouw-, voedsel- en zorgsector, werken we verder aan versterking van het duurzaam, economisch profiel van stad en regio. - In het Actieprogramma Utrecht Circulair 2020-2023 is de bouwsector een belangrijke prioriteit. We bouwen bij de visie verder op het gecreëerde netwerk en kennis die is ontstaan bij het werken aan de top 20 gebiedsontwikkelingen en bouwprojecten, ons eigen maatschappelijk vastgoed en bij de (her)inrichting van de openbare ruimte;

4

-

De voedselsector biedt regionale kansen voor samenwerking met de bouw(productie van bouwmaterialen. Hiervoor bouwen we verder op de samenwerking met de regionale voedselagenda en met de circulaire regio Food Valley. De zorgsector vormt een sterk economisch cluster in Utrecht met een brede vertegenwoordiging van bedrijven in de keten, waaronder ziekenhuizen, specialistische en innovatieve startups, brancheverenigingen, en verzekeraars. We sluiten hierbij aan op de regionale profilering als Hearth of Health. 1.5

Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap is de motor van een sterke toekomstige economie. We blijven profiteren van de unieke concurrentiepositie in de regio en aanwezigheid van sterke, lokale ketens, vooral in de bouw-, voedsel- en zorgsector. Hierbij zijn de beperkte fysieke ruimte in de stad, de ruimtevraag vanuit andere opgaven, zoals de binnenstedelijke woningbouw en krapte op de arbeidsmarkt, de belangrijkste uitdagingen. Naast het bieden van ruimte voor bedrijven van nieuwe en bestaande circulaire bedrijven, zetten we in op het vestigen, behouden en transformeren van de huidige lineaire bedrijven naar circulaire bedrijven. Deze bedrijven, die op dit moment al gevestigd zijn in Utrecht, bieden de werkgelegenheid van de toekomst.

1.6

Circulaire gebiedsontwikkeling en circulair bouwen is een belangrijke ontwikkeling in de bouwsector met veel potentiële, positieve impact. Van de grondstofstroom, die de stad inkomt, is zo'n 20% nodig voor de bouw. Daarvan is zo'n 80% beton (wereldwijd verantwoordelijk voor 8% van de CO2uitstoot). De potentiële, positieve impact en lokale waarde van circulair bouwen is dan ook enorm. We maken bij het nastreven van volledig circulair bouwen integrale afwegingen en keuzes. Hierbij nemen we de ambities en geldende belangen uit andere opgaven zoals de woningbouw en energietransitie, mee. Circulair bouwen zal steeds meer ook leiden tot sneller, goedkoper en aanpasbar bouwen. Dit draagt bij aan de woningbouwopgave (zie ook argument 1.2).

1.7

Als circulair opdrachtgever koopt de gemeente volledig circulair in, zodat we onze eigen milieu-impact verkleinen en inspireren we door het goede voorbeeld te geven. De gemeente koopt jaarlijks voor zo'n 700 miljoen euro aan producten, diensten en werken, in. In de stad worden bij de (her)inrichting en beheer van openbare ruimte en bouw, verbouw, beheer en circulaire demontage van maatschappelijk vastgoed, veel grondstoffen gebruikt. Bij andere categorieën, zoals ICT, worden veel kritische grondstoffen ingekocht. Denk aan schaarse edelmetalen. Een circulaire stad of organisatie worden we alleen door in de keten samen te werken, maar belangrijk is om te beginnen bij onszelf. Zo benutten we onze eigen inkoop om het goede voorbeeld te geven en de markt te stimuleren. We verschuiven daarbij de inzet van inkoop naar meer opdrachtgeven. Hierbij speelt niet enkel de inkoopafdeling, maar de hele organisatie, een rol.

1.8

Circulaire materiaal- en reststromen sluiten we door intensieve ketensamenwerking, waar mogelijk op lokaal en regionaal niveau. Met de ontwikkeling richting een circulaire stad, verschuift de aandacht van afval naar vermindering van gebruik en hergebruik van grondstoffen. Utrecht wordt op deze manier langzaam maar zeker afvalvrij. Hierdoor veranderen waardeketens en bedrijfsen verdienmodellen van bedrijven in deze ketens. Ook verandert de ruimtevraag en benodigde (milieu)vergunningen van circulaire bedrijven. Er wordt ingezet op het sluiten van kringlopen op het best passende schaalniveau, waar mogelijk op lokale of regionale schaal, waar nodig op nationaal, Europees of intercontinentaal schaalniveau. Met deze prioriteit behouden we de focus op waar het om gaat: de materiaalstromen in de stad. En houden we sector overstijgend overzicht over de stromen en ketens in de stad.

Kanttekeningen/Risico’s

5

1.1

De overgang naar een circulaire economie is sterk afhankelijk van derden en structurele (opgave overstijgende) samenwerking. We staan aan het begin van de overgang naar een circulaire economie. Dit is een kans, omdat er nog veel bewegingsvrijheid is om de ontwikkeling te sturen. Tegelijk is dit een belemmering, omdat er op Europees en nationaal niveau nog weinig concrete regelgevings- en beleidskaders beschikbaar zijn, terwijl we voor sturing wel baat hebben bij deze kaders. We zetten daarom in op structurele samenwerking en lobby op nationaal en Europees niveau. In het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NCPE) wordt het raakvlak van de circulaire economie met verschillende maatschappelijke opgaves en beleidsthema’s uitgelicht, waaronder energie- en klimaatbeleid, lucht-, water en bodembeleid, natuurbeleid en handelsbeleid. Dit biedt een kans om als thema bij te dragen aan diverse maatschappelijke opgaven. Het vormt echter ook een uitdaging, omdat slagkracht op het thema brede betrokkenheid en commitment vraagt. Bij bespreking van het NPCE in het Tweede Kamerdebat van 20 april 2023 kwam dit ook nadrukkelijk naar voren. “Wie is van de circulaire economie? En hoe moet interdepartementaal samenwerking en besluitvorming worden ingericht om stappen te maken?”. Deze vragen en mogelijke oplossingsrichtingen werken we uit in het proces voor de beleidsnota.

Hierbij onderzoeken we ook op welke wijze invulling gegeven kan worden aan het maken van integrale afwegingen en besluiten. Zowel binnen het thema circulaire economie als op het raakvlak met andere ambities en doelstellingen.

1.2

Utrecht heeft beperkte ruimte voor circulaire bedrijven. De ruimte in de stad is schaars, terwijl de vraag naar ruimte voor circulaire bedrijven flink toeneemt. Er zijn ook diverse, andere opgaven, zoals binnenstedelijke woningbouwopgaven, die aanspraak doen op beschikbare en vrijkomende ruimte in de stad. Dit vraagt stedelijke regie, waarbij we via een afwegingskader alle spelende belangen meewegen bij het maken van keuzes, maar ook regionale samenwerking. Regionaal wordt op termijn ook ruimte gemaakt voor circulaire bedrijven op nieuwe bedrijventerreinen. Op dit moment wordt in de stad ruimte gecreëerd voor circulaire bedrijven via de ontwikkeling en realisatie van het circulair bedrijventerrein Strijkviertel in Leidsche Rijn. Bestaande bedrijventerreinen worden momenteel optimaal benut voor circulaire bedrijven. Zoals Lage Weide voor circulaire bouw- en grondstoffenhubs en het Werkspoorkwartier voor upcycling. Ook wordt gezamenlijk vanuit de 6 grote gemeenten het Rijk de lobby ingezet voor een ruimtelijke strategie, waarmee landelijk sturing gegeven wordt aan de benodigde circulaire, ruimtelijke ontwikkelingen.

1.3

De huidige realiteit is geoptimaliseerd voor een lineaire economie, niet voor een overgang naar een circulaire economie. In de huidige realiteit zijn niet alleen werkprocessen of wet- en regelgeving, maar ook onze gedragspatronen en levensstijl tot stand gekomen in en geoptimaliseerd voor een lineaire economie. Om de overgang te maken naar een circulaire economie is een totale systeemverandering (transitie) nodig. De gedrags- en cultuurverandering, die nodig is om een nieuw pad te bewandelen, is enorm lastig te sturen of te versnellen. Er zal ruimte nodig zijn om te experimenteren en fundamentele kenmerken van het huidige systeem, zoals ons consumptiegedrag en economische groei als primair doel, te bevragen. Hier gaan we verder op in bij de beleidsnota en uitvoeringsplannen.

1.4

Financiële middelen voor Utrecht Circulair zijn nog niet in verhouding tot de kansen en uitdagingen, die spelen binnen de totale opgave. De overgang van een lineaire naar circulaire stad is veelomvattend. We staan momenteel aan het begin van de overgang. De benodigde financiële middelen om vanuit de gemeente sturing te geven, aan te jagen, te versnellen en op te schalen, zijn groot. Dat vraagt om het maken van keuzes bij het verder uitwerken van de visie in en beleidsplan en uitvoeringsprogramma. Er ontstaan inmiddels wel al steeds meer circulaire marktinitiatieven. De beschikbaarheid van subsidies en fondsen voor een 6

circulaire economie en daaraan gerelateerde opgaven in Nederland en Europa, nemen inmiddels toe en dat zal naar verwachting de komende jaren en decennia ook zo zijn. De komende jaren kijken we actief verder hoe we als gemeente voor de ontwikkeling naar een circulaire stad zelf subsidies en fondsen kunnen werven en een functie kunnen vervullen voor subsidies en fondsen voor marktpartijen. Een duidelijke visie met prioriteiten en ambities draagt hier sterk aan bij. In de beleidsnota Utrecht Circulair 2030 werken we uit welke middelen nodig en beschikbaar zijn om te werken aan de tussendoelen voor 2030, onderweg naar de ambities in 2050. 1.5

De overgang naar een circulaire economie is sterk afhankelijk van de (markt)sturing op Europees en nationaal niveau. Als gemeente Utrecht zijn we voor de overgang naar een circulaire stad deels afhankelijk van sturing vanuit de Europese Unie en Rijksoverheid op fundamentele principes, zoals de verhoging van de belasting op grondstoffen, de verlaging van de toegestane milieuprestaties van gebouwen en richtlijnen voor verlaging van grondstoffengebruik voor verpakkingen. Alleen met deze sturing zal de overgang op grote schaal vorm krijgen en het grondstoffengebruik sterk afnemen. Om deze sturing uitvoerbaar te houden, is het noodzakelijk dat de Rijksoverheid wordt gevoed met inzichten en kennis vanuit de stad en regio. Hier zetten we op in via intensieve samenwerking via de diverse (koplopers)netwerken en regionale en stedelijke samenwerkingen.

1.6

Voor een effectieve overgang naar een circulaire economie op nationale schaal is meer stedelijke en regionale afstemming nodig. Op dit moment kiezen steden en regio's binnen de overgang naar een circulaire economie afhankelijk van elkaar voor een eigen focus en profilering. Zo legt ook de gemeente Amsterdam haar focus, naast de gebouwde omgeving en voedsel en organische stromen, op de textielketen. Uiteindelijk worden alle sectoren in alle steden en regio's circulair, maar onderweg daarnaartoe is het effectiever als steden en regio's kiezen voor een circulair specialisme. Zo ontstaan niet alleen kennis- en innovatieclusters, maar kunnen nationale subsidies, zoals het groeifonds en specifieke ketengerichte subsidies, optimaal benut worden. De circulaire specialismen per stad en regio zullen worden geagendeerd in de diverse interregionale en grote steden overleggen.

1.7

Een systeemverandering (transitie) is niet maakbaar, maar is enkel bij te sturen of te versnellen. De overgang naar een circulaire stad vraagt een totale overgang van een oud (lineair) naar een nieuw (circulair) systeem. Hierbij verandert de cultuur, structuren en werkwijze in de stad. Een verandering als deze wordt een transitie genoemd. Een omvangrijke en complexe, maatschappelijke verandering als deze is niet via een stappenplan te realiseren. Wel is deze verandering bij te sturen en te versnellen. Om dat te doen, is het nodig dat er geëxperimenteerd en geleerd kan worden over de nieuwe realiteit en is ruimte nodig voor reflectie. Ook is het even zo belangrijk ons als organisatie voor te bereiden op maatschappelijke verandering dan om die maatschappelijke verandering proberen te beïnvloeden. Experimenteren vraagt om ruimte waar risico genomen kan worden, lessen over de gewenste veranderingen ook worden gezien als waardevol resultaat en de borging van deze lessen centraal wordt gesteld. De aanbesteding van het circulair cultuurcluster Berlijnplein is hiervan een mooi voorbeeld. Echter om te borgen dat lessen en inzichten effectief bijdragen aan de ontwikkeling van circulaire ketens, is coördinatie nodig. Deze rol is hard nodig, maar momenteel niet belegd en ook (nog) niet commercieel interessant.

Utrecht verkent deze coördinerende rol in subsidieprojecten, zoals in het EFRO-project, en de circulaire grondstoffencorridor.

7

Financiën Om de overgang naar Utrecht als circulaire stad aan te jagen, is er in het programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid (programmastructuur 2024) structureel 0,6 miljoen euro beschikbaar. Deze middelen zetten we vooral in voor de organisatie van Utrecht Circulair. Incidenteel zijn er voor de intensivering van circulaire activiteiten in de coalitieperiode extra financiële middelen beschikbaar: in de jaren '23, ‘24, '25 en '26 respectievelijk circa 0,7 miljoen, 1 miljoen, 0,8 miljoen en 0,9 miljoen euro. Specifiek voor het stedelijk upcylceproject is in de Programmabegroting 2024 2 miljoen euro beschikbaar. Daarnaast zijn er incidenteel subsidies beschikbaar vanuit Europese subsidieprogramma's, o.a. vanuit de EFRO-middelen. De Visie Utrecht Circulair 2050 heeft verder nu geen directe financiële consequenties.

Vervolg Er is inmiddels gestart met het opstellen van de Beleidsnota Utrecht Circulair 2030. Uiterlijk in 2024 leggen we die aan de gemeenteraad ter besluitvorming voor. De Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 zal meetbare doelen bevatten met bijbehorende streefwaarden en indicatoren, op basis waarvan de effecten zijn te monitoren. De effecten maken we jaarlijks inzichtelijk in ons duurzaamheidsverslag en in de jaarrapportage van de programmabegroting. Op basis daarvan vindt, waar nodig, bijsturing plaats van beleidsdoelen en uitvoeringsplannen. Ook voeren we resultaten op als onderdeel van de monitoring in het kader van de nieuwe economische index. Die index maakt onderdeel uit van de Actieagenda Utrechtse Economie, zoals op 25 mei 2023 gepresenteerd aan de gemeenteraad. Tot slot nemen we effecten van circulaire maatregelen op verlaging van CO2-uitstoot mee in de monitoring in het kader van de Klimaatvisie, zoals die binnen de gemeente momenteel wordt voorbereid. In onderwerp specifieke uitvoeringsplannen leggen we acties voor de korte termijn (vanaf 2024) vast. Het uitvoeringsplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) is één van de uitvoeringsplannen. Het uitvoeringsplan circulair bouwen, opgesteld in het kader van het EU URGEproject, is een ander voorbeeld.

Juridische context bij nadere uitwerking (na vaststelling Visie Utrecht Circulair 2050) De Visie Circulair Utrecht 2050 bevat als omgevingsvisie een beschrijving van de strategische beleidsuitspraken van de gemeente Utrecht. Deze werken we nader uit in een beleidsnota (gericht op formuleren van doelstellingen). Vervolgens werken we uitvoeringsprogramma’s (gericht op het formuleren van concrete maatregelen) en het omgevingsplan (gericht op het opnemen van juridisch bindende regels binnen het grondgebied van de gemeente Utrecht) inhoudelijk verder uit. Hierbij houden we rekening met EU-regelgeving (waaronder de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen met betrekking tot de juridische status afval-grondstof), Omgevingswet-AMvB's (in het bijzonder het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Besluit wouwwerken leefomgeving) en het privaat- en aanbestedingsrecht.

Participatie en inspraak Er vond participatie plaats in 2 fasen: (1) participatie voor het ophalen van input en (2) participatie voor het ophalen van feedback. De input en feedback verwerkten we in de Visie Utrecht Circulair 2050. De visie stelden we daarmee op met betrokken partijen uit de stad. Participatie voor ophalen van input bij externe stakeholders bestond uit: - Inspiratiesessie “Utrecht Circulair” met circa 40 deelnemende partijen uit de stad tijdens de Week van de Circulaire Economie in februari 2023; - Online thema panel voor voedsel en 1 op 1 gesprekken voor bouw en zorg; - Zes interviews met stakeholders op specifieke thema’s, waaronder bedrijvigheid en arbeidsmarkt en onderwijs; - Bewonerspanel met 10 vragen aan bewoners over de specifieke, circulaire onderwerpen die leven binnen de stad (grotendeels input voor beleidsnota en uitvoeringsplannen). Participatie voor ophalen van feedback bij externe stakeholders bestond uit: - Een tweetal stakeholdersbijeenkomsten (50 en 85 procent versie van de visie) met circa 15 deelnemers;

8

-

Feedbackronde door een selecte, groep experts en belangrijke lokale, regionale en landelijke stakeholders, waaronder het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Provincie Utrecht, Universiteit Utrecht, Natuur en Milieu Federatie Utrecht, ROM Regio Utrecht, Utrecht4GlobalGoals en parkmanagement Lage Weide.

Communicatie Via een mix aan communicatiemiddelen communiceerden we intern en extern over de ontwerp Visie Utrecht Circulair 2050, de inspraakperiode en het vervolg. Denk aan: - Een melding op www.overheid.nl; - Berichtgeving op de gemeentelijke website (www.utrecht.nl); - De gemeentelijke nieuwsbrief van 5 oktober 2023; - Sociale mediakanalen van de gemeente; - Relevante, interne nieuwsbrieven; - Persoonlijk contact met enkele bedrijven die veel grondstoffen gebruiken, waaronder BASF Nederland B.V., JDE NL B.V. en Nedal Aluminium B.V. Verder organiseerden we een interview met wethouder Schilderman en DUIC om toelichting te geven over de ontwerp Visie Utrecht Circulair 2050, de inspraakperiode en het vervolg. De ontwerp Visie Utrecht Circulair 2050 heeft de officiële termijn van 6 vakantievrije weken ter inzage gelegen. Er kwamen 2 formele reacties binnen tijdens de inspraakperiode. De reacties en manier van verwerken zijn toegelicht in bijlage Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlage(n) Bijlagen besluitvorming - Visie Utrecht Circulair 2050 Bijlagen informatief - Reactienota Visie Utrecht Circulair 2050 - Circulaire nulmeting (materiaalstroomanalyse) Utrecht

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=07314ed8-0b2b-43d7-badc-a46ee887cdbd