Raadsvoorstel Verordening Ombudsman Utrecht 12 dec 2024
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Raadsvoorstel Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Bestuurlijke Zaken Raadsorganen Dagelijks bestuur raad 12 december 2024 Nee (artikel 1:2 lid 2 sub o Verordening raadgevend referendum) Nee
Het dagelijks bestuur van de raad stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht vast te stellen. 2. Mw. A. van Bommel en mw. Y.Y. Hoogendam te benoemen tot gemeentelijke ombudsman, respectievelijk plaatsvervangend gemeentelijk ombudsman. Het dagelijks bestuur van de raad
De griffier Miguel Israel
De voorzitter Pepijn Zwanenberg
Samenvatting Op 27 juni 2024 heeft de raad besloten tot het instellen van een gemeentelijke ombudsman als behandelaar van tweedelijns klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht. In december 2022 besloot de raad al om een laagdrempelige en onafhankelijke Utrechtse ombudsfunctie in te richten via het Utrechts Ombudsloket. De technische uitvoering van dit besluit wordt verankerd in de verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht. Deze vervangt de verordening Utrechts Ombudsloket. Inhoudelijk sluit de nieuwe verordening voor de ombudsman aan bij huidige verordening voor het ombudsloket en worden er geen noemenswaardige wijzigingen voorgesteld. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het Utrechts Ombudsloket zijn bij voornoemd raadsbesluit reeds aangewezen als (plaatsvervangend) gemeentelijke ombudsman. Deze benoeming wordt met dit voorstel verder geformaliseerd. De taakverdeling zoals die op dit moment binnen het ombudsloket bestaat kan overeind blijven. De ombudsman en zijn plaatsvervanger zullen de bestaande verdeling en onderlinge werkafspraken samen vastleggen. De portefeuille jeugd maakt onderdeel uit van het takenpakket. De naam “Utrechts Ombudsloket” blijft vooralsnog (in de communicatie naar buiten) gehandhaafd.
Context Aanleiding Op 27 juni 2024 heeft de raad het besluit genomen tot het instellen van een gemeentelijke ombudsman op grond van de Gemeentewet (artikel 81p). Een gemeentelijke ombudsman is bevoegd om te oordelen over klachten over de gemeente in de tweede lijn. Een gemeente is verplicht een externe voorziening te treffen voor deze tweedelijns beoordeling van klachten. De eerste lijn wordt behandeld door de gemeente zelf. Tot 1 januari 2025 wordt de tweedelijns behandeling van klachten nog uitgevoerd door de Nationale ombudsman. Door de behandeling van tweedelijns klachten naar Utrecht zelf te halen, wordt de gehele klachtenketen (1e en 2e lijn) versterkt. De gemeentelijke ombudsman is laagdrempelig, op de hoogte van typische Utrechtse kwesties, benaderbaar en zelf aanwezig in de wijken van Utrecht. De verwachting is dat door het naar Utrecht brengen van de tweedelijns beoordeling van klachten, een bijdrage geleverd wordt aan de versterking van de lokale democratie en rechtsbescherming van inwoners. Daarmee wordt tevens beoogd het vertrouwen in de lokale overheid alsmede de dienstverlening van de gemeente te versterken. Beoogd effect Met het vaststellen van de verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht wordt het instellen van de gemeentelijke ombudsman ook verankerd bij verordening.
In de verordening wordt voor de wijze van benoeming, taken en bevoegdheden en de vergoeding van de gemeentelijke ombudsman aangesloten bij de wettelijke basis voor de ombudsman zoals vastgelegd in artikel 81q en volgende van de Gemeentewet. Juridische context De wettelijke grondslag en verdere regelgeving omtrent de gemeentelijke ombudsman is beschreven in de artikelen 81q tot en met 81v van de Gemeentewet. Een gemeentelijke ombudsman kan slechts een maal per jaar per 1 januari worden ingesteld (artikel 81p lid 2 Gemeentewet). De gemeentelijke ombudsman Utrecht start per 1 januari 2025. De verordening treedt op datzelfde moment in werking. Gelijktijdig met dit voorstel zal de raad ook het raadsvoorstel worden voorgelegd tot wijziging van de Mandaatregeling gemeenteraad en burgemeester, de Verordening CPR en de Verordening raadgevend referendum. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad
2
1 december 2022: 22 juni 2023: 22 juni 2023: 2 november 2023: 7 december 2023: 27 juni 2024:
Raadsbesluit Instellen Utrechts Ombudsloket Raadsbesluit Verordening Utrechts Ombudsloket Raadsbesluit Benoemen voorzitter en plaatsvervangend voorzitter Utrechts Ombudsloket Raadsbesluit Verordening Utrechts Ombudsloket (aanvulling rechtspositie) Raadsbesluiten Benoemen waarnemend plaatsvervangend voorzitter Utrechts Ombudsloket Raadsbesluit van Ombudsloket naar Ombudsman
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht vast te stellen
Argumenten 1.1
Beslispunt 2
De Verordening is een nadere technische uitwerking van het besluit dat de raad op 27 juni 2024 heeft genomen. Inhoudelijk wordt aangesloten bij de wettelijke basis voor de instelling van een ombudsman zoals neergelegd in artikel 81q en volgende van de Gemeentewet. Het gaat hierbij om de wijze van benoeming, taken en bevoegdheden, inrichting van de personele ondersteuning en vergoeding van de ombudsman. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen ten opzichte van de huidige situatie. -
Mw. A. van Bommel en mw. Y.Y. Hoogendam te benoemen tot gemeentelijke ombudsman, respectievelijk plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman
Argumenten Mevrouw van Bommel en mevrouw Hoogendam zijn momenteel voorzitter, respectievelijk plaatsvervangend voorzitter van het Utrechts Ombudsloket. De raad heeft op 27 juni 2024 besloten om hen te benoemen als gemeentelijke ombudsman respectievelijk plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman Voorafgaand aan hun benoeming dienen zij de eed of de belofte af te leggen op grond van artikel 81s Gemeentewet. Hiermee wordt de eerdere benoeming door de raad voltooid. Voor de taakverdeling tussen ombudsman en plaatsvervangend ombudsman wordt aangesloten bij de bestaande praktijk en zal vastlegging van werkafspraken plaatsvinden.
Financiën De ontwikkeling van het Utrechts Ombudsloket naar een gemeentelijke ombudsman op grond van de Gemeentewet vanaf 1 januari 2025 is haalbaar binnen het huidige budget. De dekking ziet er als volgt uit: • De jaarlijkse in de begroting opgenomen geoormerkte bijdrage voor de nationale ombudsman circa €100.000,- wordt overgeheveld naar gemeentelijke ombudsman om de verplichte 2e-lijns klachtenbehandeling lokaal uit te voeren. De hoogte van deze bijdrage wordt bepaald door een bedrag per inwoner, jaarlijks geïndexeerd, overeenkomstig het Vergoedingsbesluit Wet Nationale ombudsman 2006) • De door het Rijk ter beschikking gestelde POK-middelen ad € 300.000 per jaar tot en met 2026 voor laagdrempelig advies en hulp bij klachten over de gemeente, waarin het Utrechts Ombudsloket al voorzag.
3
Het is de verantwoordelijkheid van de CPR om medio 2025 aan de raad een voorstel te doen over de structurele bekostiging vanaf 2027. Dat zal gebeuren op basis van een evaluatie. De raad dient voor het einde van 2025 een besluit te nemen over de benodigde middelen, zodat deze gelden in de VJN 2026 vrijgemaakt kunnen worden.
Vervolg Na vaststelling door de raad wordt de verordening in het Gemeenteblad gepubliceerd.
Participatie Participatie is niet aan de orde bij deze eigen verordening van de raad.
Communicatie Er is geen directe aanvullende communicatie voorzien over de verordening zelf.
Niet Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat dit een raadsvoorstel betreft over het interne functioneren en werkwijze van de raad, commissies, rekenkamer en Ombudsloket, alsmede alle daarmee samenhangende reglementen en verordeningen (uitzonderingsgrond artikel 1:2 lid 2 sub o verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlage ter besluitvorming - Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht
4