Raadsvoorstel Verordening Nadeelcompensatie
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Verordening Nadeelcompensatie Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Ruimtelijke ontwikkeling Ontwikkelorganisatie Ruimte Edwin Rooke en Gert-Jan van Rhijn 10433791 Volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De verordening nadeelcompensatie vast te stellen, op basis waarvan inwoners en ondernemers nadeelcompensatie kunnen aanvragen als zij nadeel hebben van een planologische maatregel of financiële neveneffecten bij bouwwerkzaamheden, verkeersbesluiten en vergelijkbare besluiten, met als wijziging ten opzichte van de planschadeverordening: a. De heffing van een griffierecht van € 300,- voor het in behandeling nemen van planschadeverzoeken wordt van toepassing op alle verzoeken om nadeelcompensatie; b. Er is een drempelbedrag opgenomen van 500 euro voor particulieren en 1000 euro voor ondernemers voor nadeelcompensatieverzoeken die gaan over geringe schade.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Nadeelcompensatie kunnen inwoners en ondernemers aanvragen als zij nadeel hebben van een planologische maatregel (voorheen planschade) of financiële neveneffecten bij bouwwerkzaamheden, verkeersbesluiten en vergelijkbare besluiten (waarvoor momenteel nog geen regeling bestaat). Tot op heden is alleen in bijzondere gevallen een nadeelcompensatieverordening vastgesteld, zoals voor de aanleg van HOV door de binnenstad en verkeersbesluiten Zuidelijke Oude Stad. De nu voorliggende verordening nadeelcompensatie is deels een voortzetting van de huidige planschadeverordening en deels een verbreding, doordat die nu ook ziet op de financiële neveneffecten bij bouwwerkzaamheden en de verkeersbesluiten. Ook die worden nu geregeld in de vorm van een verordening. Voorgesteld wordt om de heffing van een griffierecht van € 300,- voor het in behandeling nemen van planschadeverzoeken te handhaven en toe te passen op alle verzoeken om nadeelcompensatie, en om een drempel op te nemen voor nadeelcompensatieverzoeken die gaan over geringe schade (500 euro voor particulieren en 1000 euro voor ondernemers).
Context Aanleiding Van nadeelcompensatie is sprake indien rechtmatig gemeentelijk bestuursoptreden dat zich manifesteert via besluiten, maatregelen en feitelijk handelen, leidt tot onevenredige schade bij individuele burgers c.q. ondernemers die niet onder hun normaal maatschappelijk risico vallen. In die gevallen behoort de schade niet geheel of gedeeltelijk voor hun rekening te blijven en is de gemeente gehouden deze te vergoeden. Naar verwachting treden vanaf 1 januari 2024 of later de wetten Titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht en Afdeling 15.1 Omgevingswet in werking. Deze wetten bevatten gezamenlijk een regeling voor nadeelcompensatie. Door de komst van deze wetten verandert de landelijke regelgeving op dit gebied en moet een nieuwe verordening worden vastgesteld. Beslistermijn Er is samenhang met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Juridische context Afdeling 15.1 Omgevingswet bevat een gewijzigde regeling voor de in artikel 6 van de huidige Wet ruimtelijke ordening opgenomen schaderegeling (planschade) en in Titel 4:5 Algemene wet bestuursrecht wordt een wettelijke regeling geïntroduceerd voor alle overige nadeelcompensatiezaken.
In het kader van de implementatie van deze wetten is een gemeentelijke verordening nodig waarin naast procedurele aspecten, de heffing van een recht voor de behandeling van schadeverzoeken en de instelling van een adviescommissie worden geregeld. Op grond van artikel 147 Gemeentewet is de raad bevoegd om kaderstellend beleid vast te stellen, waaronder verordeningen. De huidige ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade’ is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening wettelijk verplicht gesteld. De VNG adviseert vanuit het oogpunt van rechtszekerheid, hoewel niet wettelijk verplicht, om een Verordening nadeelcompensatie vast te stellen. Daarbij heeft de VNG in overleg met onder meer gemeenten, waaronder ook wij, een modelverordening opgesteld. Deze modelverordening hebben we gevolgd en als basis gebruikt voor onze verordening nadeelcompensatie. De verordening nadeelcompensatie kan overeenkomstig het voorliggende raadsvoorstel worden vastgesteld omdat het inwerking treden van de verordening expliciet is gekoppeld aan het van kracht worden van de genoemde wetten. In voorliggende nadeelcompensatieverordening wordt de bestaande Utrechtse praktijk van de inzet van een adviseur of een adviescommissie voortgezet.
In eerste instantie wordt bekeken of een ambtelijk adviseur van gemeente zelf een verzoek af kunnen doen, zoals zaken waar het gaat om administratieve en juridische gronden. Ingeval de omvang van de schade daartoe
2
noodzaakt, zoals het vaststellen van gederfde omzet, dan kunnen we de keuze maken voor een externe schadeadvisering. Bij grote, meerjarige projecten waar de nodige nadeelcompensatieverzoeken worden verwacht kan een adviescommissie worden ingesteld. Vanuit de voortzetting van huidige praktijk met de planschadeverordening zullen we in de meeste gevallen een ambtelijk adviseur inzetten om te oordelen over het nadeel. De problematiek van nadeelcompensatie inzake kabels en leidingen staat los van de verordening nadeelcompensatie. In Utrecht gelden voor leidingen en kabels de ’Verordening kabels en leidingen Utrecht’ en een specifieke beleidsregel ‘Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Utrecht 2018’, die op 16 maart 2022 in werking is getreden. Dit komt door de bijzondere aard en problematiek van kabels en leidingen. Overigens vindt op landelijk niveau overleg plaats om te bezien welke gevolgen de Omgevingswet heeft voor de nadeelcompensatie bij kabels en leidingen. Beoogd effect Met de nadeelcompensatieverordening is er een duidelijk kader voor verschillende vormen van schade. De nadeelcompensatieverordening draagt op deze manier bij aan een meer eenduidige behandeling van de schadeverzoeken.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad In de raadsbrieven van maart 2021 en februari 2022 en december 2022 hebben we u geïnformeerd over de voortgang van onze voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De verordening nadeelcompensatie vast te stellen, op basis waarvan inwoners en ondernemers nadeelcompensatie kunnen aanvragen als zij nadeel hebben van een planologische maatregel of financiële neveneffecten bij bouwwerkzaamheden, verkeersbesluiten en vergelijkbare besluiten, met als wijziging ten opzichte van de planschadeverordening: a. De heffing van een griffierecht van € 300,- voor het in behandeling nemen van planschadeverzoeken wordt van toepassing op alle verzoeken om nadeelcompensatie; b. Er is een drempelbedrag opgenomen van 500 euro voor particulieren en 1000 euro voor ondernemers voor nadeelcompensatieverzoeken die gaan over geringe schade.
Argumenten 1.1
De verordening draagt bij aan uniformiteit en éénduidigheid in de behandelingsprocedure van nadeelcompensatieverzoeken. Het is in het belang van verzoeker en gemeente dat het proces en behandeltraject zo duidelijk, transparant en uniform mogelijk verlopen. De verordening is het instrument om dat vast te leggen. In dit verband zullen tevens aangepaste trajectschema’s van het nadeelcompensatieproces voor een ieder worden gepubliceerd op de gemeentelijke website. Planschade is als bijzondere vorm van nadeelcompensatie tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.1). Voor nadeelcompensatie als gevolg van overige schadeveroorzakende besluiten bestaat tot die datum nog geen wettelijke regeling. Met de wetswijziging en vaststelling van de voorliggende verordening wordt deze lacune opgevuld. Hierdoor wordt de rechtszekerheid voor de burger eveneens verder versterkt.
3
1.2
Met het vaststellen van de verordening wordt invulling gegeven aan de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geformuleerde ‘Minimale acties Omgevingswet’ voor de implementatie van de Omgevingswet. Van deze minimale acties maakt onder meer deel uit de aanpassing van mandaatregelingen, intrekking van de verordening planschade en vaststelling van de verordening nadeelcompensatie.
1.3
De hoogte van het griffierecht van 300,- euro recht schept voldoende drempelwerking maar schrikt tegelijkertijd claimanten die te goeder trouw nadeelcompensatie claimen, niet af (artikel 2). In artikel 4:128 (Titel 4.5) schept de nieuwe Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid om voor het in behandeling nemen van alle schadeverzoeken ex artikel 4:126 lid 1 Algemene wet bestuursrecht een griffierecht van maximaal € 500,- te heffen. Voor het in behandeling nemen van verzoeken om planschade ex artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening wordt krachtens die wet momenteel een griffierecht van € 300,- geheven. Dit griffierecht werkt goed als drempel om niet vrijblijvend aanvragen om schade in te dienen. De ervaring is dat aanvragers dit griffierecht niet als te hoog ervaren en er zijn niet eerder bezwaren ontvangen op de hoogte van dit griffierecht. De aanvrager krijgt het griffierecht terugbetaald als nadeelcompensatie wordt toegekend. Op grond van het voorgaande en vanuit het belang van uniformiteit lijkt de introductie van een griffierecht van € 300,-, voor de behandeling van schadeverzoeken die onder de gewijzigde Awb vallen. Met het griffierecht van 300,- euro zetten we de huidige lijn door van griffierecht die we ook voor planschade vragen. Het is niet nodig om het bedrag te verlagen of te verhogen.
1.4
Nadeelcompensatieverzoeken die gaan over schade onder het drempelbedrag kunnen door vaststelling van deze drempelbedragen snel worden afgewezen (artikel 4) In artikel 4 is een drempel opgenomen voor nadeelcompensatieverzoeken die gaan over geringe schade (500 euro voor particulieren en 1000 euro voor ondernemers). Dergelijke geringe schadebedragen zijn voor eigen rekening van de verzoeker en kunnen snel na ontvangst worden afgewezen. Door deze drempel op te nemen in de verordening voorkomen we dat de gemeente onnodige behandelkosten moet maken voor schaden die voor eigen rekening moeten blijven, waarvan de behandelkosten uiteindelijk hoger zijn dan het schadebedrag en de deur openstaat omdat er geen drempel is. Bijvoorbeeld omdat een verzoeker 300 euro omzet mist, omdat hij die dag minder boten heeft kunnen verhuren door de Canal Pride.
Financiën De personele inzet en dekking blijft vooralsnog ongewijzigd. Eventuele planschade moet worden gedekt uit de projecten.
Vervolg Na vaststelling zal de nadeelcompensatieverordening inwerkingtreden op de dag dat de Omgevingswet van kracht wordt. Nieuwe verzoeken om schade op basis van de Omgevingswet handelen we af via de nadeelcompensatieverordening. Verzoeken om schade die binnenkomen en (nog) zien op besluiten ingevolge de Wet ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplannen, handelen we nog af via de planschadeverordening die voor dat doel van kracht blijft. De behandeling van de verschillende soorten nadeelcompensatie blijft vooralsnog ongewijzigd binnen de Utrechtse organisatie.
4
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. Intern is er afstemming geweest tussen de organisatieonderdelen Ruimte, Stadsbedrijven en VTH.
Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien. (Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening Nadeelcompensatie Bijlagen informatief -
5