Raadsvoorstel Verordening kwijtscheldingsregeling.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Oya Akyol 10564814 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen vast te stellen, ter vervanging van de Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen en heffingen 2013, met als belangrijkste wijzigingen: a. Introduceren van de verruimde wettelijke vermogensnorm met maximaal € 2.000, - die per 1 januari 2023 zal ingaan, en dus niet met terugwerkende kracht; b. De netto-uitgaven van de te betalen kosten van kinderopvang worden als uitgaven aangemerkt bij de berekening van het netto-besteedbaar inkomen; c. Aanpassen van de titel en aanscherping van het toepassingsbereik van de verordening aan de hand van de bepaling in de modelverordening VNG. 2. De opbrengstderving die gepaard gaat met de verruiming van de vermogensnorm voor het jaar 2023 te onttrekken uit de reserve afvalstoffenheffing “Ophaaldienst”.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Met de vaststelling van de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen worden de kwijtscheldingsmogelijkheden maximaal verruimd conform het wettelijk maximum.
Context Aanleiding Op 17 september 2022 is de landelijke Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking getreden. Hierin staan regels over de wijze waarop gemeenten en waterschappen het vermogen en de kosten van bestaan kunnen vaststellen voor de beoordeling van het recht op kwijtschelding van belastingen. De Regeling kwijtschelding belasting medeoverheden vervangt de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen. Artikel 255 van de Gemeentewet geeft ruimte om een aantal beleidskeuzes te maken, die ertoe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Met het eigen gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid kan worden afgeweken van de regeling op basis van de Rijkswet zoals de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Zo kunnen gemeenten zelf bepalen om een ruimer kwijtscheldingsbeleid te voeren. De gemeenteraad beslist over het al dan niet toepassen van de beleidskeuzes. Vanwege de komst van Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden is de kwijtscheldingregeling van gemeente Utrecht herzien. In het coalitieakkoord is opgenomen “dat we de vermogensgrens willen ophogen om zodoende meer mensen ontheffing van lokale belastingen te geven, dit is daarmee wettelijk mogelijk.
Beslistermijn en motie Om in 2023 een verruiming bij kwijtschelding te kunnen hanteren is het nodig dat de gemeenteraad in 2022 een nieuwe Verordening Kwijtschelding vaststelt die per 1 januari 2023 in werking treedt. Op 10 november jl. is motie M2022/299 “kwijtschelden belastingen minima” aangenomen. In deze motie verzoekt de raad het college op om de vermogensgrens voor kwijtschelding gelijk te trekken met de vermogensgrens van de bijstand. Die is hoger dan de wettelijk toegestane grens. Op dit moment worden de implicaties van de motie onderzocht. Die zijn op deze korte termijn nog niet voldoende in beeld. Om er voor te zorgen dat in ieder geval de maximale wettelijke verruiming in 2023 toegepast kan worden wordt in dit voorstel voorgesteld de vermogensgrens te verruimen met de verruimde wettelijke vermogensnorm van maximaal € 2.000,- en de netto kosten kinderopvang mee te nemen in de berekening voor kwijtschelding. Inzet is de reactie van het college op motie M2022/299 vóór de commissiebehandeling van dit voorstel (beoogd op 15 december 2022) aan de gemeenteraad aan te bieden zodat deze bij de behandeling betrokken kan worden. Streven is eenduidige besluitvorming van alle deelnemers van BghU De gemeente stelt het kwijtscheldingsbeleid vast en BghU doet de uitvoering.
De deelnemers van de BghU hebben zich geconformeerd aan het uitgangspunt om bij beleidskeuzes zoveel mogelijk rekening te houden met de wens om de uitvoeringstaak voor alle deelnemers zoveel mogelijk te harmoniseren om efficiëntie te behalen. Om de inwoner goede, betrouwbare dienstverlening te blijven bieden en ten behoeve van de deelnemers efficiënt te werken heeft het bestuur van de BghU op 19 november 2021 besloten om uit te gaan van een eenduidige uitvoering in het kwijtscheldingsbeleid betreffende verruiming vermogensnorm. Op 5 oktober 2022 heeft het bestuur tevens uitgesproken te streven naar eenduidige besluitvorming bij alle deelnemers. Die ambitie laat zich als volgt toelichten; •
Eenduidigheid in de besluitvorming bij de deelnemers is noodzakelijk om, los van financiële en uitvoeringsconsequenties in de uitvoeringspraktijk bij BghU, de communicatie naar inwoners helder en uitlegbaar te houden.
•
Het is moeilijk uit te leggen aan een inwoner wanneer binnen eenzelfde organisatie (BghU), verschillende vermogensnormen worden gehanteerd voor de afzonderlijke deelnemers. In de praktijk zou bij de gecombineerde aanslagoplegging een toewijzing voor de gemeente in een afwijzing voor het waterschap kunnen resulteren. Dat zal negatief uitstralen op BghU en daarmee op de gemeente Utrecht. 2
•
Voor de inwoner zal de regeling als één overheidsregeling gezien worden. Eenduidigheid in de uitvoering en het inzetten op maximale verruiming is ook daarom zeer wenselijk. Verschillen in het hanteren van een lagere vermogensnorm zou kunnen voelen als ongelijke behandeling.
•
Efficiënte uitvoering. Het hanteren van verschillende vermogensnormen maakt de geautomatiseerde toetsing bij het Inlichtingenbureau (IB) risicovoller in de uitvoering bij BghU omdat veel handmatig noodzakelijke handelingen nodig zijn, met meerkosten tot gevolg. Daarnaast zou het hanteren van verschillende vermogensnormen in de praktijk ertoe leiden dat er twee aanslagen verzonden dienen te worden. Iets dat verwarring kan creëren en zich bovendien software technisch moeilijk (niet) laat inregelen in een geautomatiseerd proces.
Ten behoeve van het uniformeren van de regelgeving bij de deelnemers van BghU wordt voorgesteld de vigerende Kwijtscheldingsregeling in te trekken en een nieuwe Kwijtscheldingsregeling vast te stellen. Dit beleidskader wordt uniform voorgesteld voor de deelnemers van de BghU bestaande uit gemeente Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Zeist en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Juridische context Op grond van artikel 226, derde lid, Gemeentewet is de raad bevoegd om de voorliggende verordening vast te stellen. De Verordening kwijtschelding is een uitwerking van onder andere artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden. De raad legt via de Verordening de kaders vast voor verdere invulling en uitvoering door het college van burgemeester en wethouders. In verband met ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk is het opnieuw vaststellen van de verordening met bovenstaande wijzigingen gewenst. Met de vaststelling van de verordening kwijtschelding wordt een juridische basis voor de kwijtschelding van de opgelegde gemeentelijke belastingen opgenomen in de verordeningen.
Beoogd effect Met de vaststelling van de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen kunnen de Utrechtse minima maximaal gebruik maken van de kwijtscheldingsregeling, op een uniforme manier in de BghU-regio. Tevens wordt met de vaststellen van de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen een juridische basis en beleid vastgelegd voor de kwijtschelding van de opgelegde gemeentelijke belastingen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - De kwijtscheldingsregeling is laatst gewijzigd in 2013. - M2022/299 Kwijtschelden belastingen minima
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen vast te stellen, ter vervanging van de Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen en heffingen 2013, met als belangrijkste wijzigingen: a. Introduceren van de verruimde wettelijke vermogensnorm van maximaal € 2.000, die per 1 januari 2023 zal ingaan, en dus niet met terugwerkende kracht; b. De netto-uitgaven van de te betalen kosten van kinderopvang worden als uitgaven aangemerkt bij de berekening van het netto-besteedbaar inkomen; c. Aanpassen van de titel en aanscherping van het toepassingsbereik van de verordening aan de hand van de bepaling in de modelverordening VNG.
Argumenten
3
1.1.
Met het maximaal verhogen van de vermogensnorm worden de minima zoveel mogelijk gesteund conform de ambitie uit het Coalitieakkoord. * artikel 5 Extra toegestane financiële middelen onder lid a is de verwijzing gemaakt naar de nieuwe landelijke regelgeving waarin het maximumbedrag € 2.000 is opgenomen. De nieuwe landelijke regelgeving voor het verruimen van de vermogensnorm is geformuleerd als een ‘kan’ bepaling. Dat betekent dat de afzonderlijke gemeenteraden verschillend van elkaar kunnen beslissen over de hoogte van de vermogensnorm. Tevens kan een keuze gemaakt worden over de ingangsdatum van de aangepaste regelgeving. De regelgeving kan met ingang van 1 januari 2023 van kracht worden maar terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 is wettelijk mogelijk. De beslissingsbevoegdheid ligt bij de gemeenteraad. De verhoging bedraagt maximaal € 2.000 boven op de reguliere vermogensnorm. Als de gemeente ervoor kiest de vermogensnorm te verhogen, dan heeft iedere belastingschuldige recht op een verhoging van de vermogensnorm. De verhoging van de vermogensnorm is afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige, deze zijn als volgt: a. De vermogensnorm wordt verhoogd met het maximale normbedrag van € 2000,00 bij gehuwden/samenwonenden. b. De vermogensnorm wordt verhoogd met het maximale normbedrag van € 1800,00 bij alleenstaande ouders. c.
De vermogensnorm wordt verhoogd met het maximale normbedrag van € 1500,00 bij alleenstaanden Vermogensnorm verhogen met het maximale normbedrag: - De gemeente heeft een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de kwijtschelding van lokale belastingen. Het kwijtscheldingsbeleid wordt als instrument gebruikt om onder andere minima zoveel mogelijk te ontzien. Wij willen als gemeente onze inwoners de maximaal toegestane ruimte bieden zodat huishoudens met een laag inkomen kunnen sparen voor tegenvallers en daarmee schulden kunnen voorkomen zonder dat dit de kwijtschelding in de weg staat. We willen de vermogensnorm verruimen met de maximaal wettelijke mogelijkheid van € 2.000, -.
1.2
Inwerkingtreding van de verruimde wettelijke vermogensnorm met terugwerkende kracht is om verschillende redenen onwenselijk, dan wel praktisch en/of juridisch niet uitvoerbaar We kiezen om de volgende redenen voor 1 januari 2023 als ingangsdatum van verruiming van de vermogensnorm: - De werkzaamheden in verband met de beoordeling van de kwijtscheldingsverzoeken 2022 hebben voor het overgrote deel reeds plaatsgevonden door BghU. Het overgrote deel van de inwoners heeft reeds uitsluitsel gekregen over hun kwijtscheldingsverzoek 2022. Terugwerkende kracht naar 1 januari 2022 betekent dat een deel van het uitgevoerde werk herhaald moet worden voor de inwoners die in de eerste beoordeling net buiten de boot zijn gevallen. Het opnieuw uitvoeren van het werk brengt kosten met zich mee. Bovendien moeten er aanpassingen gedaan worden in de software hetgeen niet uitvoerbaar is. Waar het op neerkomt is dat de voordelen niet meer opwegen tegen de lasten voor de gemeente. - De gedachte dat iedereen met terugwerkende kracht alsnog verlenen van kwijtschelding, die conform de nieuwe regelgeving een toewijzing i.p.v. een afwijzing op het kwijtscheldingsverzoek zou ontvangen, alsnog tegemoetgekomen wordt is niet juist.
Immers er zullen mensen zijn die op grond van de in 2022 bekende en op het moment van de aanvraag geldende regelgeving vanuit het niet voldoen aan die norm, geen kwijtscheldingsverzoek hebben ingediend. Wanneer mensen telefonisch contact gezocht hebben zal hen aangegeven zijn dat vanwege het te veel aan vermogen het waarschijnlijk is dat ze een afwijzing zouden gaan ontvangen. Deze mensen zijn niet in beeld bij BghU en deze mensen zijn ook niet vindbaar voor BghU. Op het moment 4
dat met terugwerkende kracht naar 1 januari 2022 alsnog kwijtschelding verleend wordt op grond van de nieuwe vermogensnorm, dan ontstaat er een ongelijkheid richting een groep mensen die achteraf gezien wel recht op kwijtschelding zouden hebben gehad. Deze ongelijkheid is niet gewenst maar niet uit te sluiten. - Overigens geldt ook dat wanneer een belastingaanslag inmiddels voldaan is waarbij achteraf blijkt dat men vanuit de gewijzigde regelgeving toch recht op kwijtschelding gehad zou hebben dit wettelijk niet meer verleend kan worden wanneer de gelden reeds meer dan drie maanden geleden zijn ontvangen. - In de begrotingen 2022 is geen rekening gehouden met de extra te verlenen kwijtschelding. De misgelopen opbrengsten vanuit de extra te verlenen kwijtschelding blijven ongedekt. Door de landelijke vereniging lokale belastingen (LVLB) is een notitie gedeeld over de nieuwe regelgeving, de gevolgen daarvan en de te nemen acties. Deze notitie sluit goed aan bij het besluit om niet met terugwerkende kracht In werking laten treden van de verruimde wettelijke vermogensnorm. In een mede door het college van B&W Utrecht ondertekende brief van 25 januari 2022 van de G4 over dit onderwerp is ook gesteld dat invoering met terugwerkend kracht niet uitvoerbaar is. 1.3
Door de netto-kosten kinderopvang mee te nemen in de berekening van de nettobesteedbaar inkomen worden de minima zoveel mogelijk gesteund conform de ambitie uit het Coalitieakkoord. Bij de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken wordt bij het bepalen van het nettobesteedbaar inkomen rekening gehouden met de netto kosten van kinderopvang (na aftrek van ontvangen kinderopvangtoeslag) Gemeenten kunnen bij het verlenen van kwijtschelding aan huishoudens rekening houden met de netto kosten van kinderopvang, dat zijn de kosten van kinderopvang die overblijven nadat de kinderopvangtoeslag daarop in mindering is gebracht. Deze kosten worden dan bij de kwijtscheldingsberekening als uitgave aangemerkt waardoor de netto-besteedbare inkomen afneemt. Inwoners die betaald werk verrichten en gebruik maken van kinderopvang komen hierdoor eerder in aanmerking voor kwijtschelding. De maatregel is in 2012 door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geïnitieerd. Hierdoor worden alleenstaande ouders met jonge kinderen gestimuleerd om aan de arbeidsmarkt deel te nemen. Concreet: De voor rekening van belastingschuldige blijvende (reële) kosten worden bij de berekening van de netto-besteedbare inkomen voor de kwijtschelding als bijzondere uitgaven aangemerkt per 1 januari 2023.
1.4
Hiermee wordt de verordening kwijtscheldingregeling technisch bijgesteld conform de VNG-modelverordening. - De titel van de verordening is aangepast conform de Utrechtse standaard. - Er is een tekstuele wijzigingen doorgevoerd aan de hand van de bepaling in de modelverordening zonder dat een inhoudelijke wijziging wordt beoogd: * artikel 6 aanscherping van het toepassingsbereik Kwijtschelding aan ondernemers
Beslispunt 2
De opbrengstderving die gepaard gaat met de verruiming van de vermogensnorm voor het jaar 2023 te onttrekken uit de reserve afvalstoffenheffing “Ophaaldienst”.
Argumenten 5
2.1
De reserve afvalstoffenheffing “Ophaaldienst” is gevormd om tariefschommelingen op te vangen. Door het verruimen van het vermogensgrens schatten wij in dat maximaal 237 ondernemers en mensen met een vermogen recht zullen hebben op kwijtschelding. Degene die in de geautomatiseerde toetsing zitten worden meegenomen in de toetsing. Inwoners die niet eerder een kwijtscheldingsverzoek hebben aangevraagd en dus ook niet in de geautomatiseerde toetsing zitten zullen een aanvraag moeten indienen om hun rechten te verwezenlijken. Indien alle geschatte 237 nieuwe gerechtigden op kwijtschelding daadwerkelijk overgaan tot het aanvragen van kwijtschelding zal de extra opbrengstderving maximaal € 71.000,- bedragen voor de afvalstoffenheffing en maximaal € 1.000, - voor de hondenbelasting. De rioolheffing wordt in rekening gebracht bij de eigenaren, o.b.v. vermogen is er geen kwijtschelding begroot voor deze groep. Normaliter worden de lagere belastingopbrengsten doorberekend in de tarieven van de afvalstoffenheffing, wat leidt tot een tariefstijging. De regeling verruimen vermogensnorm is echter na de tariefstelling van de afvalstoffenheffing bekend gemaakt waardoor wij dit niet in het tarief hebben meegenomen. Wij stellen u voor de derving voor 2023 ten laste te brengen van de reserve afvalstoffenheffing “Ophaaldienst”.
Deze egalisatiereserve is gevormd om al te grote schommelingen in de tarieven voor de afvalstoffenheffing op te vangen. Het definitieve effect van de verruiming vermogensnorm zal bij de Tweede bestuursrapportage 2023 inzichtelijk zijn en zal middels een begrotingswijziging bij de Tweede bestuursrapportage 2023 aan u ter autorisatie worden voorgelegd. De structurele dekking voor de jaren vanaf 2024 willen vindt plaats door een tariefsaanpassing.
Financiën Er dient onderscheid gemaakt te worden in de financiële gevolgen voor gemeente Utrecht en de financiële gevolgen vanuit een andere uitvoeringslast voor de BghU. In het geval van de gemeente Utrecht zal sprake zijn van gederfde belastinginkomsten doordat er meer kwijtschelding wordt verleend vanwege de verruimde vermogensnorm. Dit laat zich oplossen door de gederfde belastinginkomsten te onttrekken vanuit de reserve afvalstoffenheffing. Voor wat betreft de uitvoeringslasten BghU zal maximale harmonisatie bijdragen aan een efficiënte uitvoering van de belastingtaak waardoor er geen extra middelen vanuit de gemeente Utrecht ingezet hoeven te worden.
Vervolg Na besluitvorming dient kennisgeving en publicatie plaats te vinden van het intrekken van Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen en heffingen 2013 en het van kracht worden van de Verordening kwijtschelding per 1 januari 2023. De BghU, die belast is met de afhandeling van de kwijtscheldingsverzoeken, ontvangt het afschrift van de verordening.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit raadsvoorstel.
Communicatie De nieuwe Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2023 wordt gepubliceerd in het elektronische gemeenteblad op www.overheid.nl.
6
Niet-Referendabel Dit raadsbesluit is niet referendabel omdat het een besluit betreft over deze verordening (artikel 3 lid 2 onder g Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen Bijlagen informatief - Reactie G4 regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden
7