Raadsvoorstel Verordening Erfgoed.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Verordening erfgoed Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Erfgoed Ontwikkelorganisatie Ruimte Richard Rodenburg 10688717 volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De verordening Erfgoed vast te stellen, met als belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Monumentenverordening 2010: a. Verduidelijking van de aanwijzingsprocedure; b. Vrijstelling op de vergunningplicht voor onder andere zonnepanelen; c. Vrijstelling op de vergunningplicht voor onder andere gewoon onderhoud zoals die ook geldt voor de rijksmonumenten; d. Een instandhoudingsplicht voor gemeentelijke monumenten.
Samenvatting De verordening maakt het, evenals in de huidige Monumentenverordening, mogelijk gemeentelijk monumenten, gemeentelijk kerkelijke monumenten, gemeentelijk groen monumenten en gemeentelijk archeologische monumenten aan te wijzen. De procedure tot aanwijzing is verscherpt ten opzichte van de huidige verordening. De verordening stelt een verbodsbepaling in om gemeentelijk monumenten en gemeentelijk kerkelijke monumenten zonder een omgevingsvergunning te wijzingen en verplicht deze in stand te houden. Daarnaast maakt de verordening het mogelijk om voor groepen van gebouwen, structuren en gebieden die cultuurhistorisch waardevol zijn een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht aan te wijzen.
Context Aanleiding. Op een aantal punten is aanpassing van de huidige Monumentenverordening wenselijk. De nieuwe verordening maakt het mogelijk dat de activiteiten die voor de rijksmonumenten vergunningvrij zijn gesteld ook voor gemeentelijk monumenten vergunningvrij worden gesteld. Daarmee wordt een ongelijkheid in de vrijstelling op de vergunningplicht opgeheven. Daarnaast wordt met de vrijstelling op de vergunningplicht voor het plaatsen van zonnepanelen op het achterdakvlak of een plat dak, dat niet zichtbaar is vanaf de openbare weg, bij gemeentelijk monumenten voldaan aan het uitgangspunt in het coalitieakkoord om verduurzaming bij beschermde monumenten te vereenvoudigen. De verordening biedt de mogelijkheid om beleidsregels, uitvoeringsvoorschriften of kwaliteitseisen vast te laten stellen in het belang van de monumentenzorg. De uitvoeringsvoorschriften en kwaliteitseisen kunnen voor eigenaren van beschermde monumenten inzicht geven in wat er is toegestaan bij het wijzigen van een beschermd monument, waar men rekening mee dient te houden en waar bij planbeoordeling naar gekeken wordt. Juridische context De raad is, op grond van artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet bevoegd verordeningen vast te stellen.
De Erfgoedwet biedt de mogelijkheid aan gemeenten om een erfgoedverordening vast te stellen die toeziet op beheer en behoud van cultureel erfgoed, dat van belang is voor de gemeente vanwege haar cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, binnen de gemeente. Op deze besluitvorming is de Algemene wet Bestuursrecht van toepassing. Beoogd effect Er kunnen beschermde monumenten worden aangewezen. De cultuurhistorische waardering die ertoe geleid heeft het betreffende object aan te wijzen als beschermd monument is geborgd. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De actualisatie past bij de toezegging die aan de raad is gedaan om met een geactualiseerde verordening Erfgoed te komen bij het vaststellen van de Erfgoednota (agendapunt 10).
Beslispunten, argumenten en kanttekeningen/risico’s Beslispunt 1
De verordening Erfgoed vast te stellen, met als belangrijkste punten die gewijzigd zijn ten opzichte van de Monumentenverordening 2010: a. Verduidelijking van de aanwijzingsprocedure; b. Vrijstelling op de vergunningplicht voor onder andere zonnepanelen; c. Vrijstelling op de vergunningplicht voor onder andere gewoon onderhoud zoals die ook geldt voor de rijksmonumenten; d. Een instandhoudingsplicht voor gemeentelijke monumenten.
Argumenten 1.1
De verordening Erfgoed heft de onduidelijkheid op tussen vrijstelling op de vergunningplicht bij rijks – en gemeentelijk monumenten.
2
In artikel 3 van bijlage II van het Besluit Omgevingsrecht is geregeld dat bij de rijksmonumenten voor het plegen van gewoon onderhoud en voor inpandige wijzigingen waarbij het interieur geen monumentwaarde heeft er een vrijstelling op de vergunningplicht geldt. Met deze verordening wordt de vrijstelling ook voor de gemeentelijk monumenten en gemeentelijk kerkelijke monumenten geregeld. 1.2
Door de vrijstelling op de vergunningplicht voor het plaatsen van zonnepanelen op een achterdakvlak of een plat dak wordt tegemoetgekomen aan de doelstelling in het coalitieakkoord om verduurzaming van beschermde monumenten eenvoudiger te maken. In de beleidsregel ‘Zonne-energie bij beschermde monumenten en binnen beschermde stads- en dorpsgezichten’ uit 2021 is in artikel 6 gesteld dat het plaatsen van zonnepanelen op een achterdakvlak of een plat dak dat niet zichtbaar is vanaf de openbare weg, mogelijk is. Als randvoorwaarde is gesteld dat de bestaande dakbedekking behouden moet blijven. Een verdere toetsing is niet noodzakelijk omdat eventuele dakbedekking met monumentwaarde behouden blijft en het niet in het zicht zijn van de zonnepanelen geen nadelige gevolgen kan hebben voor de karakteristieke uitstraling. Door eigenaren wordt het aanvragen van een Omgevingsvergunning, en dat met name de stukken die zij moeten aanleveren op grond van de indieningsvereisten, als ingewikkeld ervaren en een handeling die hoge kosten met zich meebrengt. Gevolg is dat men afziet van het aanbrengen van zonnepanelen ook al weet men dat de vergunning verleend zal worden.
1.3
Door het invoeren van een instandhoudingsplicht wordt het eenvoudiger handhavend op te treden in die gevallen waar de monumentwaarden onomkeerbaar verloren dreigen te gaan. Dit aspect is nieuw ten opzichte van de huidige verordening. Indien een eigenaar aan deze verplichting niet voldoet of de instandhoudingswerkzaamheden zodanig uitvoert, of deze achterwege laat, dat de cultuurhistorische waarden ernstig in het geding zijn, dan is er de mogelijkheid om op grond van dit artikel handhavend op te treden. Onder de huidige verordening moest beargumenteerd worden dat het niet goed in standhouden een ongewenste wijziging was waar een vergunningplicht op rust.
1.4
Door het duidelijker omschrijven van de procedure tot aanwijzing van gemeentelijke monumenten worden discussies over de procedure voorkomen. In de verordening is nu duidelijk omschreven dat belanghebbenden een pand kunnen voordragen als beschermd monument. De beslissing om over te gaan tot het starten van de aanwijzingsprocedure is aan het college. Het wordt nu ook mogelijk gemaakt om criteria in het belang van cultuurhistorie aan de voordracht en de aanwijzing te verbinden. Hiermee wordt voorkomen dat een voordracht uit niet veel meer bestaat dan het benoemen van een pand. Een belanghebbende zal zelf het benodigde cultuurhistorische onderzoek moeten laten uitvoeren om aan te tonen dat een voorgedragen pand ook daadwerkelijk cultuurhistorische waarde heeft.
Kanttekeningen/ Risico’s 1.1
Vrijstelling op de vergunningplicht kan leiden tot ongewenste ingrepen. De vrijstellingen op de vergunningplicht zijn voor interpretatie vatbaar. Immers het wordt aan de eigenaar of initiatiefnemer overgelaten te beoordelen wanneer er sprake is van gewoon onderhoud of wanneer er geen sprake is van monumentwaarde bij inpandige wijzigingen. Dit kan tot gevolg hebben dat achteraf geconstateerd wordt dat er een vergunningplicht op de werkzaamheden van toepassing is en er een handhavingstraject moet worden opgestart. Door goede informatievoorziening, uitleg en een servicemoment voor eigenaren om te toetsen of voorgenomen werkzaamheden vergunningsvrij zijn kan dit grotendeels voorkomen worden. 3
Financiën Omdat het om een actualisatie van een bestaande verordening gaat zijn er geen financiële consequenties.
Vervolg Na vaststelling wordt de verordening gepubliceerd op www.overheid.nl. In de verordening is de mogelijkheid opgenomen om beleidsregels, kwaliteitseisen, nadere regels op te nemen in het belang van de monumentenzorg. Deze regels kunnen onder andere een verduidelijking geven voor eigenaren en initiatiefnemers over hoe om te gaan met een beschermd gemeentelijk monument en hoe de beoordeling van planvorming in zijn werk gaat.
Participatie De commissie Welstand en Monumenten is gevraagd om advies over de verordening Erfgoed. In haar vergadering van 20 september 2022 heeft de commissie aangegeven dat gezien het feit dat de verordening juridische regels betreft zijn geen noodzaak zien om een advies uit te brengen. De commissie spreekt waardering uit over de verordening. De commissie geeft eveneens aan dat zij graag betrokken wil worden bij het uitwerken van de nadere regels die inzicht aan eigenaren geven hoe om te gaan met een beschermd monument. Op 18 oktober 2022 zijn de verenigingen Oud Utrecht, USINE, Cuypersgenootschap, Heemschut en Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilen en Leidsche Rijn in een bijeenkomst geraadpleegd over de verordening. Deze geven aan geen aanvullingen op de verordening te hebben. Ook zij willen graag betrokken worden bij de uitwerking van de nadere regels. Bij het opstellen van de beleidsregels, uitvoeringsvoorschriften en kwaliteitseisen zal ook een selectie van particulieren eigenaren, professionelen eigenaren (kerken, universiteit, woningcorporaties, stadsherstellen etc) betrokken worden.
Communicatie De verordening wordt op de wettelijk verplichte wijze gepubliceerd.
(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening Erfgoed gemeente Utrecht Bijlagen informatief -
4