Raadsvoorstel Vaststelling Utrecht Dichtbij de tienminutenstad (juli 2021).docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Vaststelling Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad (Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040) Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Ruimtelijke ontwikkeling Ontwikkelorganisatie Ruimte Trix Aarts 8272740/20210413/b volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De visie ‘Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad; de ruimtelijke visie voor Utrecht in 2040’ (in hoofdstuk 1 van de bijlage) vast te stellen, waarbij alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn, en de zes stadsprofielen: a. De groene stad b. De verbonden stad c. De compacte stad d. De inclusieve stad e. De toekomstbestendige stad f. De vertraagde stad 2. Vier nieuwe knooppunten aan te wijzen naast het centrum (binnenstad, stationsgebied, Beurskwartier en Merwedekanaalzone): a. Noord-Noordwest: Leidsche Rijn Centrum, Lage Weide, Cartesius en Werkspoorkwartier, Zuilen b. Overvecht c. Utrecht Oost: Utrecht Science Park, Rijnsweerd, Galgenwaard en Lunetten Koningsweg d. De A12 zone: Papendorp, Woonboulevard en MWKZ deelgebied 6
3. De barcode als uitgangspunt en periodiek ijkpunt te nemen voor de integrale ruimtelijke ontwikkeling. 4. De volgende principes vast te stellen voor ruimtelijke ontwikkeling: a. Geen dak blijft onbenut b. Groen tenzij c. Circulair tenzij d. Utrecht wereldfietsstad en wandelstad e. Langzaam verkeer voor gemotoriseerd verkeer; actief voor passief vervoer f. Openbaar vervoer en deelmobiliteit voor individueel gemotoriseerd vervoer g. Werken mengen met wonen waar het kan, specifieke werklocaties waar mengen niet kan. h. Versterken boven gelijk houden i. Meervoudig gebruik gaat voor mono-functionaliteit j. Publieke ruimte openbaar toegankelijk k. Bovengrondse energievoorzieningen inpandig, tenzij l. Gezonde ondergrond als basis voor bovengrondse ontwikkeling
5. De fasering in de uitvoeringsstrategie als leidraad te nemen voor het verder verkennen en uitwerken van de volgorde van uitvoering in de implementatiestrategie van de RSU2040. 6. De investeringsstrategie van de RSU 2040 als raamwerk te hanteren waaraan in meerjarenprogramma’s bij de jaarlijkse integrale afweging Voorjaarsnota en de begrotingsvaststelling invulling wordt gegeven; de uitwerking hiervan voor het eerst in de Voorjaarsnota 2022 op te voeren waarbij als dekkingsbronnen voor het gemeentelijk aandeel in elk geval worden ingebracht: het groeikader (breder inzetbaar door meerjarig perspectief en door meer activeren); opbrengsten van grondexploitaties en erfpacht; meeropbrengsten van gefaseerde invoering van betaald parkeren in de stad; mogelijke opbrengsten van baathebbers (bijvoorbeeld via een Fonds Bovenwijks). Daarnaast actief te stimuleren dat andere overheden bijdragen aan de benodigde investeringen, in het bijzonder de rijksoverheid; daartoe ook, in samenwerking met G4, te bevorderen dat een vorm van beprijzing van automobiliteit (zoals een cordon- of congestieheffing) wordt ingevoerd in aanvulling op een verbeterd systeem van openbaar vervoer. 7. En met in acht name van het bovenstaande de nota ‘Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ vast te stellen als ruimtelijke hoofdkoers van de stad op weg naar 2040. 8.
De nota ‘Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ op te nemen in de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ ter vervanging van de ‘Ruimtelijke Strategie, Utrecht kiest voor gezonde groei’ (2016) als onderdeel van de koers van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
2
Samenvatting Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad (RSU 2040) is de ruimtelijke visie voor de stad voor de ontwikkeling van de fysieke omgeving. Het geeft een kaderstellende toekomstvisie op alle ruimtelijke beleidsvelden; het geeft voor de stad Utrecht de richting voor de verdere verstedelijking. Ten opzichte van de RSU 2030 is er langs drie lijnen gewerkt: verbreden (onderwerpen en geografisch), verdiepen (onderwerpen) en verlengen (tijdshorizon). De RSU 2040 is geen blauwdruk; het bevat dan ook geen plattegrond waarin alle functies van de stad tot in detail zijn ingetekend, maar het geeft de condities voor het toekomstperspectief van de stedelijke ontwikkeling. In de RSU 2040 staan richtinggevende keuzes voor gebiedsontwikkeling en voor de ruimtelijke consequenties van ambities op het gebied van wonen, groen, maatschappelijke voorzieningen, gezondheid, werk, mobiliteit en energie. Dit is de verbreding en de verdieping ten opzichte van de bestaande ruimtelijke strategie uit 2016, die vooruit keek naar 2030. Tevens zijn de ontwikkel- en investeringsstrategie een integraal onderdeel van de RSU 2040. In de RSU 2040 kijkt de gemeente verder vooruit en wordt een meer integrale blik op de stedelijke ontwikkeling geschetst.
Context Aanleiding Utrecht is één van de meest aantrekkelijke steden van Nederland en volgens de EU ook één van de meest concurrerende regio’s van Europa. Die aantrekkingskracht heeft tot gevolg dat steeds meer mensen in Utrecht willen wonen, werken of verblijven. Het bestuur wil die ontwikkeling in goede banen leiden waarbij “Gezond stedelijk leven voor iedereen” centraal staat. Wat gezond stedelijk leven voor iedereen betekent voor het ruimtelijk toekomstperspectief van de stad wordt uitgewerkt in de RSU 2040. De RSU 2040 geeft een verstedelijkingsperspectief om groei op te vangen en daarbij Gezond stedelijk leven voor iedereen te borgen. Het verstedelijkingsperspectief is daarbij opgevat als een integrale opgave waarbij naast wonen en werken ook thema’s als mobiliteit, groen, energie, maatschappelijke voorzieningen een belangrijke rol hebben. De verstedelijking mag niet ten koste gaan van de waarden van de stad (de rijke historie en erfgoed, de compactheid te midden van diverse landschappen, knooppunt in nationaal netwerk, hoogontwikkeld kenniscluster en voorzieningenniveau, een grote stad met een menselijke maat). Wij zien de verstedelijking als een kans om de kwaliteit van de stad te versterken. In de RSU 2040 zijn kaders en condities voor nieuwe ruimtelijke plannen en ruimtelijk beleid aangegeven, die richting geven aan de ruimtelijke ontwikkelingen in de stad.
De RSU 2040 is geen nieuwe koers, maar bouwt voort op de RSU 2030, die in 2016 is vastgesteld en die de basis vormt voor het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) . De ruimtelijke strategie is verlengd, verdiept en verbreed. De RSU 2040 legt de tijdshorizon tien jaar verder en kiest voor een meer integrale benadering van de vele opgaven voor de stad. RSU2040 legt ook een verbinding met regionale ontwikkelingen en maakt de samenhang inzichtelijk. De RSU is de inbreng van de gemeente in de regionale en bovenregionale discussies over de ruimtelijke ontwikkelingsmodellen voor de toekomst. De RSU 2040 en het Mobiliteitsplan liggen in elkanders verlengde, waarbij de RSU2040 een koersdocument is en het Mobiliteitsplan een uitwerking is voor mobiliteit richting 2040. De hoofdlijnen van de RSU2040 zijn gelijk aan de hoofdlijnen van Utrecht Nabij, het ontwikkelperspectief voor de Metropool Regio Utrecht. Uit dit perspectief vloeien drie verdiepende gebiedsonderzoeken voort (USP/Koningsweg, Lunetten, A12 zone, Leidsche Rijn/Zuilen/Overvecht). Deze studies worden momenteel uitgevoerd samen met regio, Provincie Utrecht en Rijk. De stad zal hierbij een belangrijke rol spelen. De RSU 2040 biedt daarnaast de koers van de stad voor het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) waarbij we samenwerken in U10 verband.
De concept RSU2040 heeft ter inzage gelegen vanaf 27 januari tot en met 10 maart 2021. In totaal hebben we 145 reacties ontvangen. Daarnaast hebben we veel input gekregen van inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en belangengroepen tijdens een van de webinars en een van de stakeholdersbijeenkomsten. In de Reactienota Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 staan de uitkomsten.
3
Juridische context De RSU 2040 is een koersdocument voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. De RSU 2040 geeft de koers aan voor de uitwerking van de omgevingsvisies van gebieden in de stad en van de uitwerkingen van de thema’s. Beoogd effect De vastgestelde RSU2040 biedt het verstedelijkingsperspectief van de stad en geeft aan hoe Utrecht de groei binnen de kaders van Gezond stedelijk leven voor iedereen wil opvangen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Raadsbesluit Vaststelling Op weg naar een Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040: Op 18 juni 2020 heeft de raad de nota “Op weg naar een ruimtelijke strategie Utrecht 2040” vastgesteld. Deze uitgangspunten geven invulling aan de ambitie “Gezond stedelijk leven voor iedereen” voor de verdere verstedelijking van de stad. Deze uitgangspunten zijn de basis voor de RSU2040. Raadsbrief vrijgave voor inspraak van de RSU 2040 op januari 2020 De Ruimtelijke Strategie is onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De visie van ‘Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad; de ruimtelijke visie voor Utrecht in 2040’ (in hoofdstuk 1 van de bijlage) vast te stellen, waarbij alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn, en de vijf stadsprofielen: a. De groene stad b. De verbonden stad c. De compacte stad d. De inclusieve stad e. De toekomstbestendige stad f. De vertraagde stad
Argumenten 1.1
De visie sluit aan bij de kwaliteiten van de stad De kracht van Utrecht nu is de relatief korte afstand voor het dagelijks gebruik van de stad en het omliggende landschap: de menselijke maat van Utrecht. De inzet van de RSU 2040 is dat de belangrijkste functies voor dagelijks gebruik binnen tien minuten bereikbaar zijn vanaf de woon- werkomgeving, de 10 minutenstad.
1.2
De visie sluit aan bij de ambitie Gezond stedelijk leven voor iedereen. Voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de komende twintig jaar betekent ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’ in de eerste plaats het bewaken van de balans tussen verdichten en vergroenen. Binnen de mobiliteitstransitie zetten we, naast ov, in op actieve vormen van mobiliteit, lopen en fietsen. Gezonde verstedelijking betekent ook dat de stad van iedereen moet blijven, dus het inclusieve karakter behoudt.
1.3
De visie sluit aan bij de uitgangspunten van de RSU2040 die op 18 juni 2020 door de gemeenteraad zijn vastgesteld In juni 2020 zijn de uitgangspunten voor de RSU2040 vastgesteld, die invulling geven aan de ambitie ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’ voor de verdere verstedelijking van de stad. Tezamen zorgen deze uitgangspunten voor de integraliteit van de ruimtelijke ontwikkeling.
1.4
De visie ligt in lijn met een groot deel van de inspraakreacties
4
Veel insprekers vinden groen, een inclusieve stad en de nabijheid van de dagelijkse voorzieningen belangrijk. Naar aanleiding van een aantal reacties hebben we het stadsprofiel Vertraagde stad toegevoegd aan de profielen. Dit profiel betreft een stad met een goede balans tussen rust en reuring; een stad die zich van binnenuit ontwikkelt en bestaande kwaliteiten en tradities versterkt en uitbouwt; een verblijfstad vanen voor inwoners. Beslispunt 2
Vier nieuwe knooppunten aan te wijzen naast het centrum (binnenstad, stationsgebied, Beurskwartier en Merwedekanaalzone): a. Noord-Noordwest: Leidsche Rijn Centrum, Lage Weide, Cartesius en Werkspoorkwartier, Zuilen b. Overvecht c. Utrecht Oost: Utrecht Science Park, Rijnsweerd,Galgenwaard en Lunetten Koningsweg d. De A12 zone: Papendorp, Woonboulevard en MWKZ deelgebied 6
Argumenten 2.1
De vier nieuwe centra geven uiting aan de verstedelijkingsvolgorde die is vastgesteld bij de nota van uitgangspunten (18 juni 2020). Het uitgangspunt over de prioritering van de verstedelijking luidt: 1 Verdichten rondom binnenstedelijke knooppunten. 2 Verdichten bij knooppunten aan de rand van de stad en verdichten binnenstedelijk waarbij groen (inclusief klein groen) en openbare ruimte (specifiek pleintjes) waar mogelijk ontzien worden; waarbij hier niet pas op ingezet wordt als (1) volledig benut is. 3 Buiten de stad. Door meerdere centra te maken vermindert de druk op de binnenstad.
2.2
De nieuwe centra zijn nodig om de groei op te vangen waarbij sprake blijft van de 10 minutenstad Utrecht wil tot 2040 ca 60.0000 woningen toevoegen. In het MPR staan plannen voor het toevoegen van 40.000 woningen (de harde planvoorraad). De overige 20.000 woningen komen in de verschillende centra waarbij rekening is gehouden met het karakter en de mogelijkheden in een gebied. Naast woningen worden werkplekken, groen en (dagelijkse) voorzieningen toegevoegd. Het Wiel met spaken verbindt de vijf centra Utrecht
2.3.
De locaties van de nieuwe centra betreffen gebieden waar openbaar vervoer samenkomt en/of waar ruimte is voor transformatie. Er is gekozen voor deze knooppunten omdat de locaties zich ontwikkelen rondom bestaande stations en/of in gebieden waar al veel ontwikkeling plaatsvindt en/of in gebieden in de stad waar ruimte is op programma toe te voegen. De knooppunten worden verder uitgewerkt in een aantal verdiepende gebiedsonderzoeken. Daarbij wordt ingezet op het optimaliseren van de dichtheden van de knooppunten die een hoogwaardige uitvoering van het wiel met spaken (lightrail) mogelijk maken, waarbij op stedelijk niveau de barcode toetsingskader vormt.
Beslispunt 3
De barcode als uitgangspunt en periodiek ijkpunt te nemen voor de integrale ruimtelijke ontwikkeling.
Argumenten
5
3.1
De RSU2040 borgt een integrale benadering van de verstedelijking door de Utrechtse barcode De groei van de stad zetten wij met name in om de bestaande stad te versterken. Dat gaat verder dan het bouwen van woningen. Door te kiezen voor nabijheid kijkt de gemeente bij de toekomstige verstedelijking integraal naar woninglocaties, dagelijkse bestemmingen (zoals voorzieningen, groen, bedrijven, kantoren en winkels) en de routes ertussen. Werk, mobiliteit, groen, maatschappelijke voorzieningen, vraag naar energie groeien mee. De Utrechtse barcode, ontwikkeld voor de RSU 2040, is het instrument om de ruimtevraag van die verschillende thema’s inzichtelijk te maken. Dat vergroot het inzicht in de stand van zaken van de ambities op de verschillende thema’s en zorgt ervoor dat deze in evenwicht met elkaar blijven bij de groei. Het ruimtegebruik van de verschillende thema’s zou een te groot beslag op de ruimte leggen van de stad. Daarom hanteren wij een intelligente barcode die rekening houdt met onder andere functiemenging en meervoudig ruimtegebruik. Daarnaast is het een optie om voor sommige thema’s buiten het plangebied ruimte te zoeken in overleg andere (lokale) overheden. De RSU 2040 bevat ook een mechanisme dat ervoor zorgt dat bij de gebiedsplannen de barcode ook daadwerkelijk wordt gehanteerd, zodat de zogenaamde “harde belangen” de “zachte belangen” niet ondersneeuwen.
Gebiedsontwikkelingen moeten dus ook plannen bevatten voor energie, groen en voorzieningen. Deze moeten expliciet, in beslispunten, worden voorgelegd aan het college. Na vaststelling van de RSU2040 wordt het mechanisme verder uitgewerkt.
3.2
De barcode laat zien wat op stedelijk niveau de gemeentelijke ambities is. De barcode is geen absolute maatstaf voor elk schaalniveau. Met toepassing ervan wordt concreet wat op stedelijk niveau de ambitie is. Daardoor kan gestuurd op verevening of compensatie indien in specifieke situaties de integrale barcode niet realiseerbaar is.
Kanttekeningen/Risico’s 3.1
De huidige plannen in het Meerjaren Perspectief Ruimte (MPR) houden soms nog te weinig rekening met de Utrechtse barcode Het hanteren van het nieuwe instrument de Utrechtse barcode vraagt om een bredere aanpak in de gebiedsontwikkeling. Naast wonen, verkeer, openbare ruimte zijn factoren als nabijheid van groen, maatschappelijke voorzieningen, duurzame energie etc van belang. Hiervoor is een inhaalslag nodig waarbij de doorwerking op verschillende schaalniveaus (project, wijk, stad) aandacht vraagt.
Beslispunt 4
De volgende principes vast te stellen voor ruimtelijke ontwikkeling: a. Geen dak blijft onbenut b. Groen tenzij c. Circulair tenzij d. Utrecht wereldfietsstad en wandelstad e. Langzaam verkeer voor gemotoriseerd verkeer; actief voor passief vervoer f. Openbaar vervoer en deelmobiliteit voor individueel gemotoriseerd vervoer g. Werken mengen met wonen waar het kan, specifieke werklocaties waar mengen niet kan. h. Versterken boven gelijk houden i. Meervoudig gebruik gaat voor mono-functionaliteit j. Publieke ruimte openbaar toegankelijk k. Bovengrondse energievoorzieningen inpandig, tenzij l. Gezonde ondergrond als basis voor bovengrondse ontwikkeling
Argumenten
6
4.1
De principes dragen bij aan Gezond Stedelijke leven voor Iedereen, Het eerste uitgangspunt van de RSU luidt: Gezond stedelijk leven voor iedereen is het ijkpunt voor de groei van de stad; Utrecht kiest voor een balans tussen de bestaande stad en de groei van de stad. De principes dragen alle direct of indirect bij aan dit uitgangspunt en daarmee aan de tien-minutenstad.
4.2
De gebundelde principes geven helder richting aan alle ruimtelijke plannen De principes worden al gehanteerd de binnen de afzonderlijke beleidsterreinen. De principes samen dragen bij aan de integrale aanpak van gebiedsontwikkeling en maken dat transparant, ook voor onze partners. Ze maken ook afwegingen op plotgebiedsniveau mogelijk in relatie tot de stedelijke opgave. Daardoor is het ook goed te monitoren waar we staan.
Beslispunt 5
De fasering in de uitvoeringsstrategie als leidraad te nemen voor het verder verkennen en uitwerken van de volgorde van uitvoering in de implementatiestrategie van de RSU2040.
Argumenten 5.1
De fasering tot 2030 sluit aan bij de ruimtelijke plannen in het Meerjaren Perspectief Ruimte. De RS2030 heeft in het MPR voor een groot deel vorm gekregen. We hebben nu duidelijker zicht op de mobiliteitscondities die met de geprogrammeerde woningbouw verbonden zijn. Bovendien is er een scherper beeld van de benodigde maatschappelijke voorzieningen en alle items van de barcode (van werk, groen tot en met energie), die onder andere met de woningproductie in de pas moeten lopen om gezond stedelijk leven voor iedereen inhoud te geven. De startfase van de planperiode RSU 2040 staat daarmee vooral in het teken van het realiseren van de doorloop uit de RSU 2030 op een meer geïntegreerde, complete aanpak van gebiedsopgaven en de aanvullingen vanuit de barcode en daarmee verbonden thematische condities.
5.2
De fasering maakt inzichtelijk hoe nieuwe knopen ontwikkeld kunnen worden en hoe bestaande knopen doorontwikkeld kunnen worden. Aan de hand van de barcode ontstaat een scherper beeld of met de bouwontwikkelingen voldoende ander stedelijk programma wordt ontwikkeld en wat eventueel moet worden toegevoegd. In de fasering is hiervoor een indicatie opgenomen.
Beslispunt 6
De investeringsstrategie van de RSU 2040 als raamwerk te hanteren waaraan in meerjarenprogramma’s bij de jaarlijkse integrale afweging Voorjaarsnota en de begrotingsvaststelling invulling wordt gegeven; de uitwerking hiervan voor het eerst in de Voorjaarsnota 2022 te laten landen waarbij als dekkingsbronnen voor het gemeentelijk aandeel in elk geval worden ingebracht: het groeikader (breder inzetbaar door meerjarig perspectief en door meer activeren); opbrengsten van grondexploitaties en erfpacht; meeropbrengsten van gefaseerde invoering van betaald parkeren in de stad; mogelijke opbrengsten van baathebbers (bijvoorbeeld via een Fonds Bovenwijks). Daarnaast actief te stimuleren dat andere overheden bijdragen aan de benodigde investeringen, in het bijzonder de rijksoverheid; daartoe ook, in samenwerking met G4, te bevorderen dat een vorm van beprijzing van automobiliteit (zoals een cordon- of congestieheffing) wordt ingevoerd in aanvulling op een verbeterd systeem van openbaar
7
vervoer. Argumenten 6.1
Voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van de RSU is de investeringsstrategie herijkt. De raming voor het indicatieve investeringsvolume loopt op tot ca 7,1 miljard euro. De strategie wordt steeds verder ingekleurd naarmate de realisatie van de ambities dichterbij komt. Per jaarschijf wordt bij de Voorjaarsnota besloten over de inzet van de dan bekende en beschikbare gemeentelijke investeringsruimte voor concrete (meerjarige) opgaven. Dit maakt onderdeel uit van het gemeentebrede integrale afwegings- en besluitvormingsproces. De inzet van gemeentelijke dekkingsbronnen volgt uit vastgestelde of nog vast te stellen of uit te werken kaders. Op korte termijn, te verwerken in de Voorjaarsnota 2022, wordt gewerkt aan een bredere inzetbaarheid van het groeikader en vindt uitwerking plaats van gefaseerde invoering van betaald parkeren in de stad. Voor bekostiging zijn naast de gemeentelijke middelen ook subsidies uit fondsen van het Rijk of andere overheden (provincie, Europa) nodig, en bijdragen van baathebbers. Het verwerven van grote fondsen verloopt via aparte trajecten, waarin de RSU voeding geeft aan de aan te bieden proposities. Onderzoek naar het optimaliseren van kostenverhaal via een Fonds Bovenwijkse Voorzieningen is gestart. Tenslotte zetten we ons in om het beprijzen autogebruik in te voeren.
Kanttekeningen/risico’s 6.1
Het behalen van de ambities van de RSU is mede afhankelijk van investeringen van andere partijen Voor de benodigde investeringen is de gemeente mede afhankelijk van andere partijen en van het ontwikkelen van nieuwe instrumenten. Dit maakt het behalen van de benodigde investeringsomvang onzeker. Dat is een van de redenen dat een investeringsstrategie onderdeel is van de RSU 2040.
Beslispunt 7
En met in acht name van het bovenstaande Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 vast te stellen als ruimtelijke hoofdkoers van de stad op weg naar 2040.
Argumenten 7.1
De RSU2040 beschrijft de koers voor de integrale ruimtelijke ontwikkeling van de stad voor de komende 20 jaren De RSU2040 legt de nadruk op de integrale aanpak van de ruimtelijke ontwikkeling. Naast wonen, werken en verplaatsen krijgen (maatschappelijke) voorzieningen en groen nadrukkelijk een plek. De barcode is daarbij het instrument dat inzicht geeft in het ruimtebeslag van de verschillende thema’s.
7.2
De RSU2040 gaat uit van kracht van de stad en voegt kwaliteit toe voor de huidige inwoners De RSU2040 koestert vijf belangrijke ruimtelijke kwaliteiten: Rijke historie en erfgoed; Compacte stad te midden van diverse landschappen; • Knooppunt in nationaal netwerk; • Hoogontwikkeld kenniscluster en voorzieningenniveau; Een grote stad met een menselijke maat, een stad voor iedereen. Daarnaast wordt kwaliteit aan de stad toegevoegd waar ook de huidige bewoners van kunnen profiteren (denk aan groen, voorzieningen, etc). Het principe wat daarbij gehanteerd wordt is Versterken boven gelijk houden.
7.3
De RSU2040 bevat een uitvoeringsstrategie en een investeringsstrategie die richting
8
geven aan de inzet in de hele periode Als de RSU wordt vastgesteld, dan is een implementatiestrategie nodig die richting geeft aan de inzet van de gemeente. De uitvoeringsstrategie en investeringsstrategie zijn dan belangrijke pijlers. 7.4
Met de RSU2040 is de inzet van Utrecht in verschillende regionale en landelijke plannen duidelijk Utrecht werkt mee aan het Integraal Ruimtelijk Perspectief van de regio. In UNED werken rijk, provincie en gemeenten samen aan maatregelen voor de regio Utrecht op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid. De RSU2040 geeft duidelijk aan wat hierbij de inzet is van de stad.
Kanttekeningen/risico’s 7.1
Een aantal insprekers heeft zorgen over de impact van de groei van de stad op de leefbaarheid in de stad. Een aantal inspraakreacties betreft de impact van de groei op de leefbaarheid, waarbij aantasting groen, verkeer en drukte vaker worden genoemd. De RSU 2040 gaat uit van verdichten en vergroenen in balans. De barcode is het instrument dat naast woningen en werkplekken ook ruimte bestemt voor groen en voorzieningen. Het mobiliteitsbeleid geeft prioriteit aan langzaam verkeer (lopen en fietsen). Op deze wijze wordt recht gedaan aan de leefbaarheidsinvalshoeken. Daar komt bij dat door concentratie van de groei rond de knopen ook de bestaande kwaliteiten in grote delen van de stad in stand blijven en worden gekoesterd. Voor de hoogbouw wordt apart een hoogbouwvisie gemaakt waarbij bij op bepaalde locaties (knooppunten) hoogbouw is toegestaan. De principes uit de hoogbouwvisie zijn in de RSU 2040 opgenomen.
7.1
Een aantal insprekers mist de impact van de Corona pandemie in de RSU2040 Voor de RSU zijn cijfers uit onderzoeken van voor de Coronapandemie gebruikt. De structurele effecten van de pandemie op de lange termijn zijn nog niet te voorspellen. We verwachten wel dat Utrecht aantrekkelijk blijft om in te wonen en werken. En mocht in de toekomst blijken dat er structureel zaken veranderd zijn door de coronapandemie dan passen we de RSU 2040 aan.
Beslispunt 8
‘Utrecht Dichtbij: de tien-minutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ op te nemen in de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ ter vervanging van de ‘Ruimtelijke Strategie, Utrecht kiest voor gezonde groei’ (2016) als onderdeel van de koers van de ‘Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/
Argumenten 8.1
Hiermee blijft de omgevingsvisie actueel De ‘Omgevingsvisie Utrecht’ bevat het overkoepelende integrale beleid over de fysieke leefomgeving en het stedelijk beleid over diverse beleidsvelden van gemeente Utrecht. De ‘Ruimtelijke Strategie, Utrecht kiest voor gezonde groei’ (2016) wordt vervangen door de ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040’ en maakt deel uit van de koers van de omgevingsvisie.
Financiën In de RSU2040 worden omvangrijke ambities geschetst voor het toekomstbeeld van de stad. Het is belangrijk dat deze ambities haalbaar en betaalbaar worden, zodat ze daadwerkelijk te realiseren zijn. De raming voor het indicatieve investeringsvolume loopt op tot ca 7,1 miljard euro. Voor de haalbaarheid en betaalbaarheid is een investeringsstrategie opgenomen. Deze wordt steeds verder ingekleurd naarmate de realisatie van de ambities dichterbij komt. Per jaarschijf wordt bij de 9
Voorjaarsnota besloten over de inzet van de dan bekende en beschikbare gemeentelijke investeringsruimte voor concrete (meerjarige) opgaven. Het prioriteringsvraagstuk dat bij de kanttekeningen wordt geschetst is ook een belangrijk onderdeel van de strategie om te komen tot het uitvoeren van investeringen, en dus een belangrijk element bij deze jaarlijkse afweging. De investeringsstrategie vraagt in dat proces om een nieuw integraal afwegings- en investeringskader waar spelregels en bekostiging beter verbonden zijn. In de investeringsstrategie wordt er indicatief rekening mee gehouden dat de gemeente tot 2040 ca 2,4 miljard euro kan bijdragen. Gelden komen uit het groeikader, Meerjaren Perspectief Ruimte en ook van zogenaamde baathebbers. Het blijft een uitdaging om de benodigde middelen te verwerven. Tot ca. 1,5 miljard euro kan op basis van het geschetste groeipad redelijkerwijs verwacht worden dat dit zekere dekkingsbronnen betreft waar extrapolatie voor zou kunnen worden toegepast, en waar de gemeente grotendeels zelf de omvang kan bepalen. Om meer zekerheid te krijgen over toekomstige dekkingsbronnen bij RSU 2040, is het voorstel om: Voor middellange termijn op hoofdlijnen een overzicht samen te stellen van mogelijke investeringen conform de mijlpalen zoals deze geschetst worden in hoofdstuk Uitvoeringsstrategie en mogelijke dekkingsbronnen.
In zo’n langjarige planning kunnen suggesties worden gedaan voor optimale toepassing van de afzonderlijke dekkingsbronnen. Daarnaast helpt een langjarige doorkijk om optimaal te adviseren over de programmering van de verschillende jaarsneden. Zo werken we aan ervaring met het perspectief van verschillende dekkingsbronnen, zonder dat alle financiële spelregels hiervoor moeten worden verkend en/of aangepast, of dat dit tot voorgenomen besluiten moet leiden. Dit jaar, in een planning passend bij de raadsbehandeling van de RSU, advies uit te brengen over het mogelijk instellen van een Fonds Bovenwijkse Voorzieningen, waarmee maximaal aantoonbaar wordt ingezet op kostenverhaal. Voor bekostiging zijn naast de gemeentelijke middelen (inclusief die van baathebbers bij bijvoorbeeld cordonheffing) ook subsidies uit fondsen van het Rijk en andere overheden nodig ter waarde van ca. 4,7 miljard euro. Het behalen van de ambities van de RSU is dus mede afhankelijk van investeringen van andere partijen en van het ontwikkelen van nieuwe instrumenten. Dit maakt het behalen van de benodigde investeringsomvang onzeker. Om deze omvangrijke (rijks)fondsen te kunnen verwerven is binnen de RSU een heldere, gedragen redeneerlijn nodig, die enerzijds recht doet aan de reeds bestaande fondsen en daarbij lopende aanvragen, en anderzijds het belang van ontkokering onderschrijft.
Vervolg Als de RSU2040 wordt vastgesteld, wordt deze verder uitgewerkt in een implementatiestrategie waarbij de uitvoeringsstrategie en de investeringsstrategie belangrijke pijlers zijn.
Participatie We hebben op verschillende manieren de inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, belangengroepen, etc input gevraagd op de RSU 2040. Zo hebben we een peiling gehouden onder de leden van het burgerpanel. We hebben tijdens twee webinars (voor stakeholders en voor inwoners en andere belangstellenden) de RSU toegelicht en reacties opgehaald. Daarnaast was er voor ondernemers, sportverenigingen en de DNU een bijeenkomst over de RSU. De RSU 2040 heeft daarnaast ter inzage gelegen van 27 januari tot en met 10 maart. We hebben 147 inspraakreacties ontvangen. Het resultaat hiervan staat in de reactienota die is bijgevoegd.
Communicatie Als de RSU2040 is vastgesteld, dan vermelden we dat op de website van de gemeente. De insprekers hebben de reactie op hun zienswijze ontvangen.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Ruimtelijke Strategie Utrecht Bijlagen informatief
10
-
De reactienota inclusief het tweekolommenstuk en het overzicht van de wijzigingen Afschriften van brieven aan Provincie Utrecht, Stichtse Vecht, IJsselstein, Nieuwegein, Zeist, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Waternet, STUW, Eneco en de DNU
11