CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Tweede Bestuursrapportage 2024 (oktober 2024)

Adviescommissie Controle en Financiën 17 oktober 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Programmabegroting 2025/2e bestuursrapportage 20244.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Tweede bestuursrapportage 2024 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Ieke Wally Nieuwenhout / Cora Bakker 12728791 7 november 2024 Nee (artikel 3 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum) Ja, een bijlage

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Tweede Bestuursrapportage 2024 vast te stellen, waarmee de Programmabegroting 2024 wordt gewijzigd voor: a. De majeure bijstellingen van 4,36 miljoen euro nadelig zoals toegelicht in hoofdstuk 1.2; b. De bijstellingsvoorstellen voor de baten en lasten van de verschillende programma's inclusief de bijbehorende reservemutaties zoals toegelicht in hoofdstuk 2. c. De bijstellingsvoorstellen voor de investeringsprojecten zoals toegelicht in hoofdstuk 2.7. De investeringskredieten worden verlaagd met 11,3 miljoen euro; d. De besteding resultaatbestemming van 0,878 miljoen euro zoals toegelicht in hoofdstuk 3.3; e. De corresponderende posten van 14 miljoen euro voordelig zoals toegelicht in hoofdstuk 4. f. Het Addendum Tweede bestuursrapportage investeringskrediet KWR 2024. 2. De Peilstok 2024 Stedelijke Ontwikkeling vast te stellen (zie hoofdstuk 5) en in te stemmen met: a.

Het per 31 december 2024: - Afsluiten van alle deelcomplexen grondexploitatie Leidsche Rijn en - Openen van de grondexploitatie Leidsche Rijn Uitvoeringsprogramma voor het nog te realiseren deel van de gebiedsopgave Leidsche Rijn met een resterende looptijd korter dan 10 jaar; - Openen van de grondexploitaties Leidsche Rijn A2-Zone (inclusief nieuw deelcomplex Vierde Kwadrant Fase 1) voor het nog te realiseren deel van de gebiedsopgave Leidsche Rijn met een resterende looptijd langer dan 10 jaar; b. Het intrekken van het Exploitatieplan Haarzicht per 1-1-2025; c. Een voorbereidingskrediet van 250.000 euro beschikbaar te stellen voor het maken van een Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor de herontwikkeling van de locatie aan de Indusdreef 5 en hiervoor de reserve grondexploitatie (onderdeel plankosten voorbereidingsfase faciliterend grondbeleid) als achtervang te bestemmen. 3. Het wijzigen van een reserve en instellen nieuwe reserve (bijlage 3) a. Een Reserve Stimuleren Wooncoöperaties en collectieve woonvoorzieningen in te Reserve b. Aanpassen reserve Meerjaren Groen Programma in Reserve Extra Groen c. Instellen Systeemafspraak Reserve Extra Groen 4. De ‘Tweede technische wijziging 2024’ vast te stellen, waarmee de mutaties en de administratieve verwerking van besluiten van de gemeenteraad worden opgenomen in de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming. 5.

De verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording over het verslagjaar 2024 vast te stellen op 1,5 % van de totale lasten (inclusief mutaties in de reserves) voor fouten en onduidelijkheden, waarbij dit percentage geldt voor fouten en onduidelijkheden afzonderlijk.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Geheimhouding Het college heeft tijdelijke geheimhouding opgelegd op de bijlage ’Herstructurering Grondexploitatie Leidsche Rijn’ en op de bijlage ‘Addendum Tweede bestuursrapportage investeringskrediet KWR 2024’ op grond van artikel 87 Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 2 b de Woo. Voor de bijlage “Herstructurering Grondexploitatie Leidsche Rijn’ betreft het geheimhouding totdat de projecten gerealiseerd zijn en de grondexploitaties zijn gesloten, voor het Addendum totdat de gunning heeft plaats gevonden. Openbaarmaking van de genoemde documenten kan het economisch en financieel belang van de Gemeente Utrecht schaden. De bijlage ’Herstructurering Grondexploitatie Leidsche Rijn’ bevat gedetailleerde (financiële informatie) over de uitvoering van het gemeentelijke grondbeleid, de gemeentelijke grondposities en investeringen in het kader van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Derden (bijvoorbeeld ontwikkelaars of eigenaren) kunnen de informatie gebruiken bij onderhandelingen met de gemeente of bij aanbestedingen en daardoor kan de gemeente financieel nadeel oplopen. Daarnaast kan de gemeente financieel nadeel oplopen bij het verkrijgen van cofinanciering. 2

Samenvatting Met de Tweede bestuursrapportage 2024 informeert het college de raad over het effect van actuele ontwikkelingen op de uitvoering van de Programmabegroting 2024 van de gemeente Utrecht, zowel beleidsmatig als financieel. In deze bestuursrapportage wordt specifiek ingegaan op: • De ontwikkelingen na de Voorjaarsnota 2024/Eerste bestuursrapportage 2024; • De voortgang van de besteding van de Resultaatbestemming 2023.

Context Aanleiding Met deze bestuursrapportage informeren wij u over de verwachte afwijkingen per 1 juli 2024 in de uitvoering van de beleidsvoornemens, zoals opgenomen in de door uw gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting 2024, inclusief de verwerking van de bij de Voorjaarsnota 2024/Eerste bestuursrapportage 2024 vastgestelde wijzigingen. In de voorjaarsnota 2024 is voor het jaar 2024 financieel bijgestuurd op de autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen, zoals loon-, prijs-, en renteontwikkelingen, compensatie via het gemeentefonds en een groot aantal knelpunten en bijsturingen. Het eigen vermogen (reserves) is ingezet om met name het tekort voor de korte termijn op te lossen. Daarnaast zijn er bezuinigingsmaatregelen ingesteld en is de begroting 2024 aangepast in het kader van reëel ramen. Juridische context Het wijzigen van de begroting is een raadsbevoegdheid. In overeenstemming met de Verordening financieel beleid en Beheer gemeente Utrecht biedt het college de raad jaarlijks twee bestuursrapportage aan. De bestuursrapportage gaan over afwijkingen van de uitvoering en de bijstelling van het beleid ten opzichte van de laatst door de raad vastgestelde begroting. De tweede bestuursrapportage wordt uiterlijk 1 oktober bij de programmabegroting voor het komende jaar aangeboden aan de raad.

De raad stelt de Tweede bestuursrapportage 2024 uiterlijk op 7 november 2024 vast, gelijktijdig met de Programmabegroting 2025. Beslistermijn Besluitvorming is nodig voor het einde van 2024 omdat besluiten tot wijziging van de begroting tot uiterlijk het eind van het betreffende begrotingsjaar kunnen worden genomen. Wanneer de Tweede bestuursrapportage 2024 niet voor het einde van 2024 wordt vastgesteld dan mag de Programmabegroting 2024 niet in overeenstemming met de rapportage worden gewijzigd, wat leidt tot ongewenste afwijkingen en mogelijke onrechtmatigheid bij de Jaarstukken 2024. Beoogd effect We willen de raad inzicht geven in de mate waarin er afwijkingen plaatsvinden. Daarnaast wordt de Programmabegroting 2024 met deze besluitvorming geactualiseerd op basis van artikel 192 van de Gemeentewet. Daarmee zijn de bijbehorende verwachte uitgaven rechtmatig. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Voorjaarsnota 2024 en Eerste bestuursrapportage 2024 Programmabegroting 2024

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Tweede bestuursrapportage 2024 vast te stellen, waarmee de Programmabegroting 2024 wordt gewijzigd voor: a. De majeure bijstellingen van 4,36 miljoen euro nadelig zoals toegelicht in hoofdstuk 1.2; b. De bijstellingsvoorstellen voor de baten en lasten van de verschillende programma's inclusief de bijbehorende reservemutaties zoals toegelicht in hoofdstuk 2;

3

c.

De bijstellingsvoorstellen voor de investeringsprojecten zoals toegelicht in hoofdstuk 2.7; d. De besteding resultaatbestemming van 0,878 miljoen euro zoals toegelicht in hoofdstuk 3.3; e. De corresponderende posten van 14,062 miljoen euro zoals toegelicht in hoofdstuk 4; f. Het Addendum Tweede bestuursrapportage investeringskrediet KWR 2024. Argumenten 1.1

Verwachte afwijkingen door actuele ontwikkelingen worden verwerkt in de Programmabegroting 2024, zodat deze actueel is. Met het aanpassen van de begroting aan de actuele verwachtingen voorkomen we ongewenste afwijkingen bij de Jaarstukken 2024 mede gelet op de begrotingsrechtmatigheid. De begroting wordt aangepast voor de majeure bijstellingen en de corresponderende posten. De majeure bijstellingen zijn ontwikkelingen die onvoorzien, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn en niet op te vangen binnen de programmabegroting. De bijstellingen worden onttrokken aan de Algemene dekkingsreserve. Naast deze bijstellingen zijn er majeure ontwikkelingen met een geraamd financieel risico van 3,6 miljoen euro. Het uitgangspunt is dat deze zo veel mogelijk binnen de programmabudgetten worden opgelost door in de tweede helft van 2024 bij te sturen. Mogelijk kunnen ze ook verrekend worden met voordelen die nog ontstaan in de tweede helft van het jaar en leiden nu niet tot een bijstelling van de programmabegroting. Daarnaast zijn er twee ontwikkelingen waarvan de omvang op dit moment nog niet is in te schatten. Dit betreft Jeugd en WMO. De overige bijstellingsvoorstellen zijn budgetneutraal. Dekking voor de bijstellingsvoorstellen van investeringsprojecten (hoofdstuk 2.7) vindt plaats binnen de programmabudgetten.

1.2

De in het Addendum Tweede bestuursrapportage voorgestelde aanpassing is randvoorwaardelijk voor de realisatie van de Koudweerregeling (KWR) Om de locatie, nu een kantoorpand, geschikt te maken voor opvang moeten aanpassingen plaatsvinden, hiervoor wordt een krediet aangevraagd, de dekking komt uit de voor de KWR beschikbare middelen.

Beslispunt 2a.

De Peilstok 2024 Stedelijke Ontwikkeling vast te stellen (zie hoofdstuk 5) en in te stemmen met: a. Het per 31 december 2024: - Afsluiten van alle deelcomplexen grondexploitatie Leidsche Rijn en - Openen van de grondexploitatie Leidsche Rijn Uitvoeringsprogramma voor het nog te realiseren deel van de gebiedsopgave Leidsche Rijn met een resterende looptijd korter dan 10 jaar; - Openen van de grondexploitaties Leidsche Rijn A2-Zone (inclusief nieuw deelcomplex Vierde Kwadrant Fase 1) voor het nog te realiseren deel van de gebiedsopgave Leidsche Rijn met een resterende looptijd langer dan 10 jaar. b. Het intrekken van het Exploitatieplan Haarzicht per 1-1-2025 c. Een voorbereidingskrediet van 250.000 euro beschikbaar te stellen voor het maken van een Stedenbouwkundig Programma van Eisen voor de herontwikkeling van de locatie aan de Indusdreef 5 en hiervoor de reserve grondexploitatie (onderdeel plankosten voorbereidingsfase faciliterend grondbeleid) als achtervang te bestemmen.

Argumenten

4

2.1.

De commissie BBV heeft nieuwe wettelijke richtlijnen vastgesteld m.b.t. grondexploitaties die langer lopen dan 10 jaar. Zoals bij het MPR 2024 reeds aangekondigd is er aanleiding om de huidige grondexploitatie Leidsche Rijn op een nieuwe manier vorm te geven. Dit komt voort uit de wijziging die in 2023 is gepubliceerd door de commissie BBV in de wettelijke richtlijnen m.b.t. grondexploitaties die langer lopen dan 10 jaar. In deze richtlijnen staat dat vanaf 2025 voor langlopende grondexploitaties (>10 jaar) geen tussentijdse winsten meer mogen worden genomen.

2.2

Vanuit financieel-technische en praktische overwegingen is het wenselijk om eerst de volledige grondexploitatie Leidsche Rijn per 31-12-2024 af te sluiten. De werkzaamheden in een groot aantal deelcomplexen binnen de grondexploitatie Leidsche Rijn zijn of worden dit jaar afgerond. Vanuit praktische overwegingen (het jaarlijks actualiseren van alle deelcomplexen vraagt veel personele capaciteit) is het wenselijk om de volledige grondexploitatie Leidsche Rijn per 31-12-2024 af te sluiten en gelijktijdig twee grondexploitaties te openen waar het restant van de nog te realiseren gebiedsopgave wordt ondergebracht. Het gaat hierbij om een financieel-technische herstructurering. Het uitgangspunt is dat het financieel kader van de Grondexploitatie Leidsche Rijn, zoals vastgesteld bij het MPR 2024, niet wijzigt.

2.3

De te openen grondexploitatie LR-uitvoeringsprogramma heeft een looptijd van korter dan 10 jaar. De grondexploitatie Leidsche Rijn uitvoeringsprogramma wordt geopend per 31-122024 met de volgende reeds actieve deelcomplexen die een resterende looptijd hebben van korter dan 10 jaar: Het Zand, Rijnvliet, Leeuwesteyn, Haarrijn, Maximapark, Hooggelegen en Resterend Woningbouw. Op deze grondexploitatie mogen tussentijdse winsten worden genomen. Het financieel kader van de kosten en opbrengsten voor deze grondexploitatie en de toelichting daarop is de geheime bijlage Grondexploitatie Leidsche Rijn van deze deelcomplexen, vastgesteld bij het MPR 2024 aangevuld met deel van de bij deze deelcomplexen behorende robuuste posten. De grondexploitatie is opgenomen als Geheime bijlage: Grondexploitatie Leidsche Rijn uitvoeringsprogramma.

2.4

De te openen grondexploitatie Leidsche Rijn A2-zone heeft een looptijd van langer dan 10 jaar Grondexploitatie Leidsche Rijn A2-zone wordt geopend per 31-12-2024 met de volgende reeds actieve deelcomplexen die een resterende looptijd hebben van langer dan 10 jaar: LRC, Papendorp en Strijkviertel. Daarnaast wordt het nieuwe deelcomplex Vierde Kwadrant Fase 1 geopend en toegevoegd, deze kent ook een resterende looptijd van langer dan 10 jaar. Het Vierde Kwadrant is een uitbreiding van Leidsche Rijn Centrum ten noorden van het spoor en ten oosten van de A2. In de RSU 2040 wordt Leidsche Rijn Centrum benoemd als één van de Stedelijke Knooppunten waar veel stedelijke functies samenkomen. Het Vierde Kwadrant wordt gezien als een kansrijk gebied om dit stedelijk knooppunt verder te ontwikkelen als werklocatie. Een eerste stap in deze ontwikkeling is de realisatie van drie kantoorkavels, het realiseren van een stationsplein ten noorden van het huidige station Utrecht Leidsche Rijn en het toevoegen van een recreatieve wandelroute door het bestaande groen tussen spoor en Elektronweg. Vanwege de lange looptijd mogen op deze grondexploitatie geen tussentijdse winsten worden genomen.

Het financieel kader van de kosten en opbrengsten voor deze grondexploitatie en de toelichting daarop is de geheime bijlage Grondexploitatie Leidsche Rijn van deze deelcomplexen, vastgesteld bij het MPR 2024 aangevuld met deel van de bij deze deelcomplexen behorende robuuste posten. De grondexploitatie is opgenomen als Geheime bijlage: Grondexploitatie Leidsche Rijn A2 zone. Ook de verdere toelichting op de kosten en opbrengsten van het Vierde Kwadrant Fase 1 zijn onderdeel van de geheime bijlage. Voor het aangaan van 5

financiële verplichtingen in relatie tot alle uitvoeringswerkzaamheden m.b.t. het Vierde Kwadrant Fase 1 zijnde het bouw- en woonrijp maken, infrastructurele verbindingen en het auto- en fietsparkeren zal separate bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden tot aan het vaststellen van het SPvE/SP Vierde Kwadrant Fase 1. 2.5

Inmiddels zijn de werken en werkzaamheden zoals voorzien in het Exploitatieplan Haarzicht gerealiseerd. In 2017 is voor deelcomplex Haarzicht een Exploitatieplan conform de Wet ruimtelijke ordening 2008 vastgesteld. Inmiddels zijn de werken en werkzaamheden zoals voorzien in het Exploitatieplan gerealiseerd. Het Exploitatieplan kan daarom worden ingetrokken. Een eindafrekening is niet noodzakelijk omdat het Kostenverhaal uiteindelijk volledig via overeenkomsten is verzekerd. Het vaststellen van een eindafrekening heeft hierdoor geen materiele gevolgen. Door het intrekken van het Exploitatieplan vervalt de registratie in het Wkpb-register.

2.6

Careyn wil mogelijk de erfpacht van de locatie Rosendael beëindigen waardoor de gemeente weer vol eigenaar kan worden van deze herontwikkelingslocatie in Overvecht Noord. Careyn onderzoekt op dit moment of en hoe zij hun intramurale verpleeghuiszorg in Utrecht Overvecht kunnen reorganiseren. Een van de scenario's is centralisatie op één locatie: Nieuw Tamarinde (Neckardreef). Daarmee komt eind 2028 de locatie Rosendael beschikbaar voor herontwikkeling. De te herontwikkelen locatie is uitgegeven in erfpacht. Een deel van de erfpacht loopt af in 2028, een ander deel is voortdurend en wil Careyn in dat geval terug leveren aan de gemeente. Daarmee is de gemeente dan weer vol eigenaar van deze herontwikkelingslocatie.

2.7

De locatie is in de concept-omgevingsvisie aangegeven als verdichtingslocatie De locatie biedt de kans voor het toevoegen van 300 – 400 woningen (appartementen) en maatschappelijk- c.q. werkprogramma in de plint. Careyn wil graag een wijkpost op deze plek, om thuiszorg te kunnen leveren in Overvecht Noord. De locatie wordt ook nog onderzocht als variant voor de vestiging van een VO-school en sporthal in Overvecht.

2.8

Het voorbereidingskrediet is nodig om de plankosten te kunnen dekken voor het opstellen van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen. In de planvormingsfase worden in ieder geval de volgende planproducten1 gestart (en afgerond): In de planvormingsfase worden in ieder geval de volgende planproducten2 gestart (en afgerond): - Programmatische Uitgangspuntennotitie; - Een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE), inclusief benodigde onderzoeken; - Een participatieplan en -proces. Het concept-SPvE zal ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden aangeboden. Tot aan het moment dat de grondexploitatie wordt geopend, worden de voorbereidingskosten conform BBV-voorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) maximaal 5 jaar geactiveerd. De grondexploitatie kan pas worden vastgesteld op het moment dat er sprake is van een financieel haalbare ontwikkeling. Na vaststelling van de grondexploitatie worden de voorbereidingskosten ten laste van de grondexploitatie gebracht. In de reserve grondexploitaties zijn in het onderdeel pre-grondexploitaties middelen

1 Het UPP wordt mogelijk gewijzigd in het UPG. In het geval de planvorming daarna start worden de

programmatische uitgangspunten en het SPvE vervangen door een Nota van Uitgangspunten. 2 Het UPP wordt mogelijk gewijzigd in het UPG. In het geval de planvorming daarna start worden de programmatische uitgangspunten en het SPvE vervangen door een Nota van Uitgangspunten. 6

beschikbaar die tot aan het openen van de grondexploitatie als achtervang kunnen dienen. Deze middelen zijn echter volledig bestemd. Daarom is het voorstel om de in de reserve grondexploitaties opgenomen reservering ‘plankosten voorbereidingsfase faciliterend grondbeleid’ als achtervang in te zetten. Deze reservering is nog niet volledig bestemd en door middel van een raadsbesluit te bestemmen als achtervang voor dit krediet. 2.9

Met het toekomstige hogere budget voor het Meerjaren Groen Programma en de investeringsmiddelen Spelen, Sporten en Bewegen wordt een verhoging van het maximum van de reserve voorgesteld. Mogelijk kan het voorkomen dat het huidige maximum van de reserve te laag is gezien de hogere beschikbare budgetten. Uiteraard is het streven de middelen zo veel mogelijk jaarlijks te benutten en de noodzakelijke investeringen te doen en deze niet onnodig in de reserve te laten staan.

Kanttekeningen/Risico’s 2.1

2.2

2.3

Careyn wil mogelijk de erfpacht van de locatie Rosendael beëindigen waardoor de gemeente weer vol eigenaar kan worden van deze herontwikkelingslocatie in Overvecht Noord. Careyn onderzoekt op dit moment of en hoe zij hun intramurale verpleeghuiszorg in Utrecht Overvecht kunnen reorganiseren. Een van de scenario's is centralisatie op één locatie: Nieuw Tamarinde (Neckardreef). Daarmee komt eind 2028 de locatie Rosendael beschikbaar voor herontwikkeling. De te herontwikkelen locatie is uitgegeven in erfpacht. Een deel van de erfpacht loopt af in 2028, een ander deel is voortdurend en wil Careyn in dat geval terug leveren aan de gemeente. Daarmee is de gemeente dan weer vol eigenaar van deze herontwikkelingslocatie. De locatie is in de concept-omgevingsvisie aangegeven als verdichtingslocatie De locatie biedt de kans voor het toevoegen van 300 – 400 woningen (appartementen) en maatschappelijk- c.q. werkprogramma in de plint. Careyn wil graag een wijkpost op deze plek, om thuiszorg te kunnen leveren in Overvecht Noord. De locatie wordt ook nog onderzocht als variant voor de vestiging van een VO-school en sporthal in Overvecht. Het voorbereidingskrediet is nodig om de plankosten te kunnen dekken voor het opstellen van het Stedenbouwkundig Programma van Eisen.

In de planvormingsfase worden in ieder geval de volgende planproducten[1] gestart (en afgerond): In de planvormingsfase worden in ieder geval de volgende planproducten[2] gestart (en afgerond):  Programmatische Uitgangspuntennotitie;  Een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE), inclusief benodigde onderzoeken;  Een participatieplan en -proces. Het concept-SPvE zal ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden aangeboden. Tot aan het moment dat de grondexploitatie wordt geopend, worden de voorbereidingskosten conform BBV-voorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) maximaal 5 jaar geactiveerd. De grondexploitatie kan pas worden vastgesteld op het moment dat er sprake is van een financieel haalbare ontwikkeling. Na vaststelling van de grondexploitatie worden de voorbereidingskosten ten laste van de grondexploitatie gebracht. In de reserve grondexploitaties zijn in het onderdeel pre-grondexploitaties middelen beschikbaar die tot aan het openen van de grondexploitatie als achtervang kunnen dienen. Deze middelen zijn echter volledig bestemd. Daarom is het voorstel om de in de reserve grondexploitaties opgenomen reservering ‘plankosten voorbereidingsfase faciliterend grondbeleid’ als achtervang in te zetten. Deze reservering is nog niet volledig bestemd en door middel van een raadsbesluit te bestemmen als achtervang voor dit krediet.

7

Beslispunt 3.1

Het wijzigen van een reserve en instellen nieuwe reserve (bijlage 3) a. Een Reserve Stimuleren Wooncoöperaties en collectieve woonvoorzieningen in te Reserve b. Aanpassen reserve Meerjaren Groen Programma in Reserve Extra Groen c. Instellen Systeemafspraak Reserve Extra Groen

Argumenten 3.1.

In de raadsbrief van 29 november 2023 heeft het college een voorstel aangekondigd waarmee de middelen uit het coalitieakkoord betaalbare koop gericht in worden gezet voor wooncoöperaties en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Door de middelen in een reserve te storten kunnen we hiermee komende jaren de noodzakelijke procesondersteuning van initiatieven bekostigen en plannen van wooncoöperaties haalbaar maken. Op basis van verdere ontwikkeling van beleid komen we met voorstellen voor verdere onttrekkingen bij volgende bestuursrapportage.

3.2.

Binnen de doelstelling Extra Groen wordt voor het Meerjaren Groen Programma en voor Spelen, Sporten en Bewegen gewerkt met een jaar budget, terwijl het hierbij gaat om investeringsprojecten waarvan de uitvoering meerjarig is. De fasering van de begrote uitgaven van deze projecten hoeven niet gelijk te lopen met de beschikbare budgetten in een bepaald jaar. Hierdoor kunnen binnen de jaarschijf verschillen ontstaan (waarbij de besteding van de budgetten wel al is verplicht). Met deze reserve kunnen de verschillen tussen jaarlijkse budgetten en uitgaven worden opvangen.

3.3

De raad heeft in de Tweede bestuursrapportage 2020 over de systeemwerking van reserves besloten, waarmee begrote onttrekkingen in een jaar alleen in werkelijkheid worden onttrokken wanneer dit nodig is voor de dekking van de lasten van de projecten in dat jaar. Bij de Tweede bestuursrapportage 2023 is voor een aantal vergelijkbare reserves besloten toevoegingen en onttrekkingen te kunnen doen die in afwijking kunnen zijn van de reservemutaties zoals opgenomen in de begroting. De mutaties zijn wel in overeenstemming met het doel van de reserve. Daardoor kunnen reservemutaties die voortkomen uit de financiële realisatie ook in het bijbehorende jaar (de jaarstukken) worden verwerkt. Deze reserve is toen niet opgenomen in het overzicht als een van de investeringsreserves die samenhangen met de meerjarenprogramma’s voor deze onderwerpen. Het voorstel is de Reserve Extra Groen toe te voegen waarmee dit systeembesluit ook geldt voor deze reserve vanaf 1 januari 2024.

Beslispunt 4

De ‘Tweede technische wijziging 2024’ vast te stellen, waarmee de voorgestelde mutaties worden opgenomen in de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming.

Argumenten

Met dit besluit wordt Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming geactualiseerd. De begrotingswijziging is opgebouwd uit technische mutaties zonder beleidsgevolgen (techniek) en waar nodig de administratieve verwerking van eerdere besluiten. De wijzigingen zijn opgenomen in de bijlage “Tweede technische wijzigingen Raad.

8

Beslispunt 5

De verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording over het verslagjaar 2024 vast te stellen op 1,5 % van de totale lasten (inclusief mutaties in de reserves) voor fouten en onduidelijkheden, waarbij dit percentage geldt voor fouten en onduidelijkheden afzonderlijk.

Argumenten 5.1

Het voorzetten van dit percentage volgt daarmee een bestendige lijn In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen ten opzichte van een verantwoordingsgrens van een door de raad vastgesteld percentage van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. De verantwoordingsgrens is een belangrijk element binnen de rechtmatigheidsverantwoording. Het is de grens waarboven het college de afwijkingen rapporteert en is bedoeld om afspraken te maken over de omvang van de bevindingen die voortvloeien uit de controle van de rechtmatigheid en het informeren van uw raad hierover. Deze verantwoordingsgrens moet op basis van de huidige wet- en regelgeving liggen tussen de 0% en 3% van de totale lasten van de programmabegroting. De hoogte van de verantwoordingsgrens heeft invloed op de omvang van de te verrichten interne controlewerkzaamheden. Over het verslagjaar 2023 heeft uw raad bij de Tweede bestuursrapportage 2023 een besluit over de verantwoordingsgrens genomen en deze vastgesteld op 1,5%. Beoogd was dat in de jaarrekening 2023 van decentrale overheden, op grond van aangepaste wet- en regelgeving, een verantwoording over de financiële rechtmatigheid ('rechtmatigheidsverantwoording') zou worden opgenomen.

De relevante regelgeving over de accountantscontrole en oordeelsvorming in de controleverklaring is nog niet aangepast. Vanaf het boekjaar 2023 wordt wel geadviseerd om in de jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen waarin het college zich verantwoordt over de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties (inclusief begrotingsrechtmatigheid). Dit hebben wij gedaan bij de jaarstukken 2023 die uw raad inmiddels heeft vastgesteld.

5.2

De accountant heeft eerder (over verslagjaar 2023) geadviseerd de de verantwoordingsgrens op 1,5% te handhaven Het percentage van 1,5% over het verslag jaar 2023 is op advies van de accountant. De accountant heeft in de managementletter 2022 aanbevolen om de verantwoordingsgrens op 1,5% te handhaven over 2023.

Financiën Dit voorstel betreft een tussentijdse verantwoording en actualisatie van de Programmabegroting 2024. Conform de gebruikelijke systematiek wordt het resultaat van de bestuursrapportages afgewikkeld met de algemene dekkingsreserve en samen met het rekeningresultaat betrokken bij de besluitvorming over de komende voorjaarsnota. De Tweede bestuursrapportage 2024 heeft een nadelig resultaat van 3.079 miljoen euro. Het definitieve resultaat over 2024 wordt vastgesteld met de Jaarstukken 2024. Vervolgens wordt bij de Voorjaarsnota 2025, naast het resultaat van de bestuursrapportages, afgewogen hoe het rekeningresultaat kan worden opgevangen (in geval van een negatief resultaat) of kan worden ingezet (in geval van een positief resultaat).

9

Vervolg Na de eerste en tweede bestuursrapportage volgt de derde technische begrotingswijziging in december als laatste actualisatie en de jaarstukken als laatste verantwoordingsmoment over de begroting. Vanaf 2024 zijn de technische begrotingswijzigingen zo veel als mogelijk verwerkt in de bestuursrapportages.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.

Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat dit een raadsvoorstel betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder e Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Tweede bestuursrapportage 2024 inclusief de technische wijzigingen - GEHEIM Herstructurering Grondexploitatie Leidsche Rijn - GEHEIM Addendum Tweede bestuursrapportage investeringkrediet KWR 2024 Bijlagen informatief -

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=309589bf-429b-4027-a5c8-e76a6dada561