CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Tweede Bestuursrapportage 2023

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Tweede Bestuursrapportage 20233.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Tweede Bestuursrapportage 2023 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Sanne Arts, Jurjen Bakker 11478550 9 november 2023 Nee (artikel 3 lid 2 onder d Verordening raadgevend referendum) Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Tweede Bestuursrapportage 2023 vast te stellen, waarmee de Programmabegroting 2023 wordt gewijzigd voor: a. De actuele ontwikkelingen van 5,005 miljoen euro nadelig zoals toegelicht in hoofdstuk 1.1; b. De corresponderende posten van 0,162 miljoen euro nadelig zoals toegelicht in hoofdstuk 1.3; c. De bijstellingsvoorstellen voor de baten en lasten van de verschillende programma's inclusief de bijbehorende reservemutaties zoals toegelicht in hoofdstuk 2.1; d. De bijstellingsvoorstellen voor de investeringsprojecten zoals toegelicht in hoofdstuk 2.2. De investeringskredieten worden verhoogd met 12,385 miljoen euro; en e. De voortgang van de uitvoering van het coalitieakkoord en de resultaatbestemming 2022 zoals toegelicht in hoofdstuk 3.2. 2. De Peilstok 2023 Stedelijke Ontwikkeling vast te stellen (zie hoofdstuk 4), waarin: a. De jaarschijf 2023 van de grondexploitaties en het onderhanden werk wordt geactualiseerd; b. Wordt voorgesteld om aanvullend kredieten voor de afronding van het Masterplan Overvecht (1,4 miljoen euro) en voor de gebiedsontwikkeling Galgenwaard (0,350 miljoen euro) beschikbaar te stellen. 3.

Een reserve Gemeentefonds in te stellen waarvoor toevoegingen in afwijking van de begroting zijn toegestaan, waardoor middelen vanuit de circulaires van het Rijk voor specifieke onderwerpen beschikbaar gehouden kunnen worden voor de uitvoering. 4. Het maximum van de reserve toeristenbelasting aan te passen van 15% naar 30% van de geraamde omzet toeristenbelasting. 5. Voor de volgende reserves per direct in te stemmen met het in het bijbehorende jaar verwerken van reservemutaties die voortkomen uit de financiële realisatie en in overeenstemming zijn met het doel van deze reserves: a. Egalisatiefonds rioleringen; b. Ophaaldienst; c. Parkeerexploitatie; d. Vaste activa reserve; e. Meerjarige investeringen bereikbaarheid; f. Vastgoedbeheer; g. Calamiteiten Utrechts Vastgoed; h. Leegstand Utrechts Vastgoed; i. Toegankelijk Vastgoed; j. Archeologisch opgravingen;

k. Essentaksterfte 1002; l. Overheadvierkant; m. ICT Investeringsprogramma; n. Armoedebestrijding en schuldhulpverlening/Financiële bestaanszekerheid; en o. Transformatie en decentralisatie Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang. 6. De verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording over het verslagjaar 2023 vast te stellen op 1,5 % van de totale lasten (inclusief mutaties in de reserves) voor fouten en onduidelijkheden, waarbij dit percentage geldt voor fouten en onduidelijkheden afzonderlijk.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Geheimhouding Het college heeft tijdelijke geheimhouding opgelegd op de bijlage ‘Investeringsprojecten Samenleven en Sport’ op grond van artikel 87 van de Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 2 b en i van de Wet open overheid totdat de betreffende projecten zijn uitgevoerd en budgettair zijn afgesloten. Openbaarheid kan de financiële belangen van de gemeente raken. De bijlage bevat financiële informatie voor de gemeentelijke inzet in specifieke projecten. Deze informatie kunnen marktpartijen gebruiken bij aanbestedingen en contractonderhandelingen en discussies over meerkosten met de gemeente, etc.. Het is van belang dat marktpartijen geen inzage krijgen in onze financiële mogelijkheden en inzet. Daarom mag deze informatie vooralsnog niet openbaar worden.

2

Samenvatting Met de Tweede Bestuursrapportage 2023 informeert het college de raad over het effect van actuele ontwikkelingen op de uitvoering van de Programmabegroting 2023 van de gemeente Utrecht, zowel beleidsmatig als financieel. In deze bestuursrapportage wordt specifiek ingegaan op: - De ontwikkelingen na de Voorjaarsnota 2023/Eerste Bestuursrapportage 2023; - De voortgang van de besteding van de Resultaatbestemming 2022.

Context Aanleiding Deze bestuursrapportage bevat informatie over de verwachte afwijkingen per 1 juli 2023 in de uitvoering van de beleidsvoornemens, zoals opgenomen in de door de gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting 2023, inclusief de verwerking van de bij de Voorjaarsnota 2023/Eerste Bestuursrapportage 2023 vastgestelde wijzigingen. De ontwikkelingen uit het jaar 2022, zoals stijgende prijzen, krapte op de arbeidsmarkt en tekort aan woningen, werken door in 2023. Met de Voorjaarsnota 2023 hebben we hiervoor bijgestuurd. Wel lijken de extreme prijsstijgingen zoals die zich voordeden aan het eind van 2022 voorbij. Door de val van het kabinet-Rutte IV begin juli zijn er Tweede Kamerverkiezingen op 22 november die de gemeente gaat organiseren en waar niet eerder rekening mee was gehouden. Het verwachte resultaat over 2023 na de Tweede Bestuursrapportage 2023 wordt betrokken bij de eerstvolgende integrale afweging: De Voorjaarsnota 2024. Juridische context Het wijzigen van de begroting is een raadsbevoegdheid. In overeenstemming met de Verordening financieel beleid en Beheer gemeente Utrecht biedt het college de raad jaarlijks twee bestuursrapportages aan. De bestuursrapportages gaan over afwijkingen van de uitvoering en de bijstelling van het beleid ten opzichte van de laatst door de raad vastgestelde begroting.

De tweede bestuursrapportage wordt uiterlijk 1 oktober bij de programmabegroting voor het komende jaar aangeboden aan de raad. De raad stelt de Tweede Bestuursrapportage uiterlijk op 14 november vast, gelijktijdig met de Programmabegroting 2024. Beslistermijn Besluitvorming is nodig voor het einde van 2023 omdat besluiten tot wijziging van de begroting tot uiterlijk het eind van het betreffende begrotingsjaar kunnen worden genomen. Wanneer de Tweede Bestuursrapportage 2023 niet voor het einde van 2023 wordt vastgesteld dan mag de Programmabegroting 2023 niet in overeenstemming met de rapportage worden gewijzigd, wat leidt tot ongewenste afwijkingen en mogelijke onrechtmatigheid bij de Jaarstukken 2023. Beoogd effect We willen de raad inzicht geven in de mate waarin er afwijkingen plaatsvinden. Daarnaast wordt de Programmabegroting 2023 met deze besluitvorming geactualiseerd op basis van artikel 192 van de Gemeentewet. Daarmee zijn de bijbehorende verwachte uitgaven rechtmatig. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Voorjaarsnota 2023 / Eerste Bestuursrapportage 2023 Programmabegroting 2023

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Tweede Bestuursrapportage 2023 vast te stellen, waarmee de Programmabegroting 2023 wordt gewijzigd voor: a. De actuele ontwikkelingen van 5,005 miljoen euro nadelig zoals toegelicht in hoofdstuk 1.1; b. De corresponderende posten van 0,162 miljoen euro nadelig zoals toegelicht in hoofdstuk 1.3; 3

c.

De bijstellingsvoorstellen voor de baten en lasten van de verschillende programma's inclusief de bijbehorende reservemutaties zoals toegelicht in hoofdstuk 2.1; d. De bijstellingsvoorstellen voor de investeringsprojecten zoals toegelicht in hoofdstuk 2.2. De investeringskredieten worden verhoogd met 12,385 miljoen euro; en e. De voortgang van de uitvoering van het coalitieakkoord en de resultaatbestemming 2022 zoals toegelicht in hoofdstuk 3.2. Argumenten 1.1

Verwachte afwijkingen door actuele ontwikkelingen worden verwerkt in de Programmabegroting 2023, zodat deze actueel is. Met het aanpassen van de begroting aan de actuele verwachtingen voorkomen we ongewenste afwijkingen bij de Jaarstukken 2023. Voor de verwachte nadelen als gevolg van de actuele ontwikkelingen en de corresponderende posten wordt de begroting aangepast. De overige bijstellingsvoorstellen zijn budgetneutraal. Dekking voor de bijstellingsvoorstellen van investeringsprojecten (hoofdstuk 2.2) vindt plaats binnen de programmabudgetten. Ook worden in de Tweede Bestuursrapportage 2023 majeure ontwikkelingen benoemd die een verwacht nadeel laten zien van 7,979 miljoen euro maar wat niet leidt tot een bijstelling van de begroting. De majeure ontwikkelingen worden nog niet verrekend met de algemene dekkingsreserve. Hiervan is het uitgangspunt dat deze zo veel mogelijk binnen de programmabudgetten worden opgelost door in de tweede helft van 2023 bij te sturen. Mogelijk kunnen ze ook verrekend worden met voordelen die nog ontstaan in de tweede helft van het jaar.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Knelpunten in de ambtelijke capaciteit hebben invloed op de realisatie van de planning en uitvoering van activiteiten in de begroting. Naast een krappe arbeidsmarkt zien we ook een hoog ziekteverzuim, wat leidt tot vertraging en doorschuiven van budgetten naar latere jaren.. Via reservemutaties wordt in de begroting 26 miljoen euro doorgeschoven naar latere jaren en voor investeringen in Leidsche Rijn, het Stationsgebied en binnenstedelijke grondexploitaties wordt in totaal ruim 83 miljoen euro aan lasten doorgeschoven van 2023 naar komende jaren (met name 2024). In dit licht is het bij de Voorjaarsnota/Eerste Bestuursrapportage 2024 van extra belang dat budgetten, capaciteit en taken in samenhang worden bezien en we toewerken naar een begroting die is gebaseerd op een realistische planning van activiteiten.

Beslispunt 2

De Peilstok 2023 Stedelijke Ontwikkeling vast te stellen (zie hoofdstuk 4), waarin: a. De jaarschijf 2023 van de grondexploitaties en het onderhanden werk wordt geactualiseerd; b. Wordt voorgesteld om aanvullend kredieten voor de afronding van het Masterplan Overvecht (1,4 miljoen euro) en voor de gebiedsontwikkeling Galgenwaard (0,350 miljoen euro) beschikbaar te stellen.

Argumenten 2.1

De peilstok geeft de gemeenteraad een actueel beeld. In de Peilstok 2023 Stedelijke Ontwikkeling geven wij een actueel beeld van de stedelijke prognose woningbouw (korte termijn 2023-2025) en van de verdeling van de actuele plancapaciteit woningbouw (lange termijn), rapporteren wij over de stand van de grondexploitatieprojecten (binnenstedelijk, Leidsche Rijn en Stationsgebied), het financieel kader Merwedekanaalzone en de stand van zaken van de integrale projecten openbare ruimte en reserve betaalbaar wonen, voor 4

zover deze afwijken van het Meerjaren Perspectief Ruimte 2023 (MPR 2023). We rapporteren over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2023 en de prognose voor de tweede helft van 2023. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2023 en daarmee de stand van het onderhanden werk. Daarnaast lichten we de ontwikkelingen toe die het geprognosticeerd saldo van de grondexploitaties zoals gepresenteerd in MPR 2023 kunnen beïnvloeden. De uitgebreide onderbouwing van de voorstellen voor de aanvullende kredieten voor de afronding van het Masterplan Overvecht en voor de gebiedsontwikkeling Galgenwaard is opgenomen in paragraaf 4.2.5 van de tweede bestuursrapportage (onderdeel Peilstok Stedelijke Ontwikkeling). Het bestedingsvoorstel voor de meerwaardeafdracht bij bestemmingswijzigingen van sociale huurwoningen is uitgewerkt in paragraaf 4.4. Beslispunt 3

Een reserve Gemeentefonds in te stellen waarvoor toevoegingen in afwijking van de begroting zijn toegestaan, waardoor middelen vanuit de circulaires van het Rijk voor specifieke onderwerpen beschikbaar gehouden kunnen worden voor de uitvoering.

Argumenten 3.1

Circulaires verschijnen op verschillende momenten gedurende het jaar waardoor de bijbehorende acties/middelen vaak niet gerealiseerd kunnen worden in het lopende jaar. Aangezien de circulaires op verschillende momenten gedurende het jaar verschijnen, kan de begroting vaak niet meer worden gewijzigd om de baten en lasten op een uitvoerbare manier te verwerken en kunnen de bijbehorende acties/middelen vaak niet gerealiseerd worden in het lopende jaar. Via deze reserve kunnen verkregen bedragen van het Rijk voor specifieke onderwerpen (corresponderende posten) beschikbaar worden gehouden door ook aan het einde van het jaar toevoegingen aan de reserve te doen die niet zijn begroot en gezien de late publicatie in het jaar van de september- en decembercirculaire ook niet begroot kunnen worden. Onttrekkingen aan de reserve worden geraamd bij de bestuursrapportages in het opvolgende jaar ten behoeve van de specifieke onderwerpen (corresponderende posten). De interne uitvraag en toets op de noodzaak om corresponderende posten beschikbaar te stellen blijft bestaan.

3.2

Het rekeningresultaat wordt minder vertekend doordat er geen baten meer in belanden die in het volgende jaar tot besteding leiden. Wanneer de gemeente gedurende het jaar middelen van het Rijk ontvangt via de circulaires dan kunnen deze niet meer verwerkt worden in de begroting waardoor deze leiden tot een voordeel wanneer de taken niet in hetzelfde jaar worden uitgevoerd. Het kan bijvoorbeeld bij de decembercirculaire nog gaan om substantiële bedragen voor belangrijke taken die enkele weken voor de afsluiting van het jaar nog beschikbaar komen voor het lopende jaar die doorgaans onmogelijk nog tot realisatie in dat jaar kunnen leiden maar in het opvolgende jaar vaak wel tot realisatie zullen leiden. Met de Decembercirculaire 2022 werd bijvoorbeeld een substantieel bedrag beschikbaar gesteld in het jaar 2022 voor de uitvoering van de energietoeslag in 2023 en dat via de resultaatbestemming is overgeheveld.

3.3

De jaarlijkse bestemming van het rekeningresultaat wordt minder omvangrijk en minder overladen met verwerking van technische voorstellen. De Resultaatbestemming 2022 bevatte 69 beslispunten, waarvan er 12 samenhingen met de september- en decembercirculaire. De middelen worden door het Rijk beschikbaar gesteld voor specifieke taken die de gemeente moet uitvoeren en leiden bij de bestuurlijke behandeling doorgaans niet tot discussie.

5

Beslispunt 4

Het maximum van de reserve toeristenbelasting aan te passen van 15% naar 30% van de geraamde omzet toeristenbelasting.

Argumenten 4.1

Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd om een hogere buffer op te bouwen voor de tegenvallende inkomsten toeristenbelasting waardoor activiteiten doorgang kunnen vinden. Door deze reserve te hanteren kunnen bij tegenvallende inkomsten activiteiten toch doorgaan en kan inhoud gegeven blijven worden aan de ambities van het college. Deze ambities kunnen ook betrekking hebben op proposities voor activiteiten/congressen passend binnen de beleidsdoelen van het programma economie die leiden tot meerdaags verblijf. Door verhoging van het percentage ontstaat er mogelijkheid tot het doen van dergelijke (grotere) proposities met deze reserve als dekking. Bij de resultaatbestemming vindt de afweging plaats of aan de reserve wordt gedoteerd (tot dit maximum).

Beslispunt 5

Voor de volgende reserves per direct in te stemmen met het in het bijbehorende jaar verwerken van reservemutaties die voortkomen uit de financiële realisatie en in overeenstemming zijn met het doel van deze reserves: a. Egalisatiefonds rioleringen; b. Ophaaldienst; c. Parkeerexploitatie; d. Vaste activa reserve; e. Meerjarige investeringen bereikbaarheid; f. Vastgoedbeheer; g. Calamiteiten Utrechts Vastgoed; h. Leegstand Utrechts Vastgoed; i. Toegankelijk Vastgoed; j. Archeologisch opgravingen; k. Essentaksterfte 1002; l. Overheadvierkant; m. ICT Investeringsprogramma; n. Armoedebestrijding en schuldhulpverlening/Financiële bestaanszekerheid; en o. Transformatie en decentralisatie Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang.

Argumenten 5.1

De jaarlijkse resultaatbestemming van het rekeningresultaat wordt minder omvangrijk en bevat minder technische voorstellen waardoor de bestuurlijke behandeling en de ambtelijke voorbereiding efficiënter wordt. De Resultaatbestemming 2022 bevatte 69 beslispunten, waarvan er 18 samenhingen met reservemutaties. Momenteel kan toevoegen en onttrekken aan de genoemde reserves alleen tot maximaal het begrote bedrag. Mutaties naar aanleiding van de jaarrekening, ook wanneer deze technisch van aard zijn, worden momenteel in het opvolgende begrotingsjaar voorgelegd aan de raad. De verwachte mutaties worden ook in de nieuwe situatie begroot en verschillen tussen de begroting en realisatie worden toegelicht in de jaarstukken. De voorgestelde werkwijze zorgt ervoor dat technische reservemutaties die in lijn zijn met het doel van reserve verantwoord kunnen worden in de jaarrekening. Een vergelijkbaar besluit is bij de Tweede bestuursrapportage 2021 genomen voor de reserve Grondexploitatie.

6

-

-

-

-

De reserves a. t/m c. Egalisatiefonds rioleringen (Openbare ruimte en groen), Ophaaldienst (Openbare ruimte en groen) en Parkeerexploitatie (Bereikbaarheid) hebben als doel om, afhankelijk van het jaarresultaat, met een toevoeging of onttrekking de kostendekkendheid van deze producten naar 100% te krijgen. De reserve d. Vaste activa reserve (diverse programma’s) wordt gebruikt wanneer een actief/investeringsproject wordt gefinancierd met een incidentele bijdrage vanuit de exploitatie. De bijdrage wordt dan in de vaste activareserve gestort. Aan de reserve wordt vervolgens jaarlijks onttrokken om de bijbehorende afschrijvingslast te dekken. De reserves e. t/m i. Meerjarige investeringen bereikbaarheid (Bereikbaarheid), Vastgoedbeheer (Vastgoed), Calamiteiten Utrechts Vastgoed (Vastgoed), Leegstand Utrechts Vastgoed (Vastgoed) en Toegankelijk Vastgoed (Samenleven en Sport) hangen samen met de meerjarenprogramma’s voor deze onderwerpen. Voor de reserves j. t/m o.

Archeologisch opgravingen (Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen en Erfgoed), Essentaksterfte 1002 (Openbare ruimte en groen), Overheadvierkant (Overhead), ICT Investeringsprogramma (Overhead), Armoedebestrijding en schuldhulpverlening/Financiële bestaanszekerheid (Werk en Inkomen) en Transformatie en decentralisatie Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang (Ondersteuning op Maat; regiotaken) betreffen de eindejaarsmutaties het saldo van de baten en lasten voor deze onderwerpen die conform het doel van deze reserves met deze reserves worden verrekend.

De hierboven genoemde reserves zijn een eerste selectie. Bij de eerstvolgende actualisatie van de nota reserves bekijken we of de selectie van reserves waarvoor de systematiek wordt aangepast de gewenste is en volgt een voorstel om de systematiek in de nota reserves te verwerken. Beslispunt 6

De verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheidsverantwoording over het verslagjaar 2023 vast te stellen op 1,5 % van de totale lasten (inclusief mutaties in de reserves) voor fouten en onduidelijkheden, waarbij dit percentage geldt voor fouten en onduidelijkheden afzonderlijk.

Argumenten 6.1

Door de uitgestelde invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is het té ambitieus de verantwoordingsgrens over 2023 te verlagen De rechtmatigheidsverantwoording zou wettelijk ingaan vanaf 2021. Destijds heeft de raad besloten tot een ingroeipad van de verantwoordingsgrens van 1,5% in 2021 en 2022 en 1 vanaf 2023, zodat ervaring kon worden opgedaan met het uitvoeren van de rechtmatigheidsverantwoording en de bijbehorende verbijzonderde interne controles. Vanwege uitgestelde invoering vanaf boekjaar 2023 en daardoor de onmogelijkheid voor de organisatie om ervaring op te doen met de nieuwe werkwijze, stellen we voor om de verantwoordingsgrens over verslagjaar 2023 te handhaven op 1,5% zodat er een jaar de tijd is om ervaring op te doen zoals oorspronkelijk beoogd.

6.2

De accountant adviseert de verantwoordingsgrens over boekjaar 2023 te handhaven op 1,5%. Vanwege uitgestelde landelijke wetgeving heeft 2022 summier als pilotjaar gefungeerd. De accountant heeft in de managementletter geadviseerd om de verantwoordingsgrens op 1,5% te handhaven over 2023.

7

Financiën Dit voorstel betreft een tussentijdse verantwoording en actualisatie van de Programmabegroting 2023. De begroting wordt gewijzigd en het resultaat wordt afgewikkeld met de algemene dekkingsreserve. Conform de gebruikelijke systematiek wordt het resultaat van de bestuursrapportages afgewikkeld met de algemene dekkingsreserve en samen met het rekeningresultaat betrokken bij de besluitvorming over de komende voorjaarsnota. Bij de Eerste Bestuursrapportage 2023 hadden we een voordelig resultaat van 0,826 miljoen euro. De Tweede Bestuursrapportage 2023 heeft een nadelig resultaat van 5,167 miljoen euro. Samen maakt dit een verwacht resultaat van (0,826 - 5,167=) - 4,341 miljoen euro (nadelig). Het definitieve resultaat over 2023 wordt vastgesteld met de Jaarstukken 2023. Vervolgens wordt bij de Voorjaarsnota 2024, naast het resultaat van de bestuursrapportages, afgewogen hoe het rekeningresultaat kan worden opgevangen (in geval van een negatief resultaat) of kan worden ingezet (in geval van een positief resultaat).

Vervolg Na de eerste en tweede bestuursrapportage volgt de derde technische begrotingswijziging als laatste actualisatie en de jaarstukken als laatste verantwoordingsmoment over de begroting. Vanaf 2024 worden de technische begrotingswijzigingen zo veel als mogelijk verwerkt in de bestuursrapportages.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.

Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat dit een raadsvoorstel betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder d Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Tweede Bestuursrapportage 2023 - GEHEIM Bijlage Investeringsprojecten Samenleven en Sport Bijlagen informatief -

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=67c82533-0778-458c-9e11-2c462671827d