Raadsvoorstel Tweede Bestuursrapportage 2022.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Tweede Bestuursrapportage 2022 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Simcha Anker 10425560 10 november 2022 Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het financiële beeld vast te stellen, zoals opgenomen in de inleiding van de Tweede Bestuursrapportage 2022 inclusief: a. Het verwerken van de uitgaven voor noodzakelijke kosten en Rijksbijdragen voor het creëren van opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen (zie hoofdstuk 1.1.1) b. Het actualiseren van de indexering naar het recente prijspeil (zie hoofdstuk 1.1.2) c. Het niet realiseren van de inkooptaakstelling (zie hoofdstuk 1.1.2) d. Instemmen met het verhogen van het inhuurplafond (zie hoofdstuk 1.1.6) e. Het verlagen van de onvermijdelijke kosten scenario C met 4,684 miljoen euro ten opzichte van de Eerste bestuursrapportage 2022 en het saldo volgend uit de Eerste en de Tweede bestuursrapportage 2022 van 0,386 miljoen euro te onttrekken aan de Algemene reserve (zie hoofdstuk 1.1.7.1) f. Het aanpassen van de begrote middelen voor het coalitieakkoord voor het jaar 2022 met 8,511 miljoen euro bestaande uit: i. Het extra aanvullen van het weerstandsvermogen (zie hoofdstuk 1.2.1) ii. Het aanvullen van de uitvoeringskracht Dienstverlening en Veiligheid en de overhead (zie hoofdstuk 1.2.2) iii. De actualisatie van de uitgaven en de inkomsten voor de beleidsprioriteiten en Groei in Balans (zie hoofdstuk 1.2.3) g. De overige majeure ontwikkelingen (zie hoofdstuk 1.3) h.
De vrijval van de niet bestede middelen in hoofdstuk 1.4 “Voortgang bestedingen Besteding- en dekkingsvoorstellen” met een bedrag van 3,138 miljoen euro i. De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten 2022 volgend uit de meicirculaire en de vrijval van 2,624 miljoen euro uit de corresponderende post voor Beschermd wonen (zie hoofdstuk 1.5) 2. De uitgaven voor de maatregelenpakketten corona in 2022 vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 1.1.7.2 en a. de daadwerkelijke uitgaven in 2022 tot een maximum van 12,842 miljoen euro in de Jaarstukken 2022 ten laste van de bestemmingsreserve corona te brengen b. De reserve bij de Jaarstukken 2022 af te sluiten en de bestemming van de resterende middelen te betrekken bij de integrale afweging van de Voorjaarsnota 2023 3. De bijsturingsvoorstellen in hoofdstuk 2 vast te stellen, waarmee: a. de baten en lasten van de verschillende programma's inclusief de bijbehorende reservemutaties (zie hoofdstuk 2.1) worden geactualiseerd b. de investeringsprojecten en de bijbehorende kredieten worden geactualiseerd. De investeringskredieten worden verhoogd met 1,743 miljoen euro (zie hoofdstuk 2.2)
4. De peilstok 2022 Stedelijke Ontwikkeling vast te stellen (zie hoofdstuk 3), waarmee de jaarschijf 2022 van de grondexploitaties en het onderhanden werk wordt geactualiseerd. 5. Een reserve ter dekking van de gebruikersinvesteringen van culturele voorziening Leidsche Rijn voor stichting Raum en De Plaatsmaker in te stellen (zie hoofdstuk 2.1 en bijlage 4.3 Instellen nieuwe reserve) 6. Hiermee de Tweede Bestuursrapportage 2022 vast te stellen en te verwerken in de Programmabegroting 2022 en meerjarenbegroting en het nettoresultaat van 15,357 miljoen euro toe te voegen aan de algemene dekkingsreserve en 8,426 miljoen euro te betrekken bij de integrale afweging bij de voorjaarsnota 2023. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Geheimhouding Het college heeft tijdelijke geheimhouding opgelegd op de bijlage bij Investeringsprojecten Vastgoed op grond van artikel 55 lid 1, artikel 86 lid 2 en artikel 25 lid 2 Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 2 sub b van de Wet open overheid. De raad wordt separaat gevraagd deze geheimhouding op grond van artikel 25 lid 3 Gemeentewet in de eerstvolgende raadvergadering te bekrachtigen. In de investeringsstaten staan gespecificeerde bedragen voor investeringen voor de diverse programma’s, openbaarheid van de bedragen kan bij lopende en nieuwe aanbestedingen het gemeentelijke financiële belang schaden en kan leiden tot onevenredige benadeling van de Gemeente dan wel bevoordeling van derden.
2
Samenvatting In de Tweede Bestuursrapportage 2022 van de gemeente Utrecht. Hiermee informeert het college de raad over de verwachte afwijkingen (peildatum per 1 juli 2022) in de uitvoering van de beleidsvoornemens, zoals opgenomen in de door de gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting 2022. In de Voorjaarsnota 2022/ Eerste Bestuursrapportage 2022 heeft het college al gerapporteerd over de eerste maanden van 2022. Hiermee is de Programmabegroting 2022 aangepast. In deze bestuursrapportage wordt specifiek nog ingegaan op: - De actuele ontwikkelingen ten opzicht van de Voorjaarsnota 2022/ Eerste Bestuursrapportage 2022 - De voortgang van de bestedingen voor het coalitieakkoord voor het jaar 2022 - De voortgang van de besteding van de resultaatbestemming bij de Jaarstukken 2021 De wijzigingen worden verwerkt in de Programmabegroting 2022 en de meerjarenbegroting.
Context Aanleiding Met deze bestuursrapportage informeren wij u over de verwachte afwijkingen per 1 juli 2022 in de uitvoering van de beleidsvoornemens, zoals opgenomen in de door uw gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting 2022, inclusief de verwerking van de bij de Voorjaarsnota 2022/ Eerste bestuursrapportage 2022 vastgestelde wijzigingen. Het jaar 2022 is een jaar met ontwikkelingen met een grote impact voor onze gemeente, maar ook maatschappelijk. Coronabeperkende maatregelen bij de start van dit jaar, de oorlog in Oekraïne en de grote vluchtelingenstroom. Als gevolg van de oorlog stijgen de prijzen sterker en is het tekort aan (bouw)materiaal toegenomen, met als gevolg een sterk oplopende inflatie. Ook is er sprake van een krapte op de arbeidsmarkt waardoor vacatures minder snel worden ingevuld. Daardoor worden meer inhuurkrachten ingezet bij bijvoorbeeld juridische en ruimtelijke functies. Dit werkt door naar de mate waarin we onze ambities kunnen realiseren. Bovenstaande ontwikkelingen laten zien dat de vastgestelde begroting niet meer actueel is. In het kader van beter begroten doen wij daarom een groot aantal bijsturingsvoorstellen, zodat de begroting aansluit bij de actuele prognose. Naar verwachting leidt dit ook tot een kleiner verschil tussen begroting en jaarrekening.
Dit jaar hebben we voor het eerst ook de voortgang op het coalitieakkoord en op de bestedings- en dekkingsvoorstellen opgenomen in de bestuursrapportage. Een deel van het verwachte resultaat over 2022 is ingezet voor de Begroting 2023. Dit betreft het saldo van de Eerste bestuursrapportage 2022 en het positieve resultaat van de meicirculaire 2022. Het resterende saldo van 8,4 miljoen euro wordt, zoals gebruikelijk, betrokken bij de eerstvolgende integrale afweging; de Voorjaarsnota 2023. Juridische context Conform de Financiële Verordening van de gemeente Utrecht biedt het college de raad in het lopende jaar twee bestuursrapportages aan. De tweede bestuursrapportage wordt uiterlijk 1 oktober aangeboden aan de raad. De bestuursrapportages gaat in op de afwijkingen van de uitvoering en de bijstelling van beleid ten opzichte van de laatste vastgestelde begroting. Beoogd effect Beoogd doel is om de raad inzicht te geven in de mate waarin er afwijkingen plaatsvinden. Daarnaast wordt de begroting 2022 met deze besluitvorming geactualiseerd op basis van art 189 en volgende van de Gemeentewet. Daarmee zijn de bijbehorende uitgaven rechtmatig. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Voorjaarsnota 2022 / Eerste Bestuursrapportage 2022 Programmabegroting 2022
3
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het financiële beeld vast te stellen, zoals opgenomen in de inleiding van de Tweede Bestuursrapportage 2022 inclusief: a. Het verwerken van de uitgaven voor noodzakelijke kosten een Rijksbijdragen voor het creëren van opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen (zie hoofdstuk 1.1.1) b. Het actualiseren van de indexering naar het recente prijspeil (zie hoofdstuk 1.1.2) c. Het niet realiseren van de inkooptaakstelling (zie hoofdstuk 1.1.2) d. Instemmen met het verhogen van het inhuurplafond (zie hoofdstuk 1.1.6) e. Het verlagen van de onvermijdelijke kosten scenario C met 4,684 miljoen euro ten opzichte van de Eerste bestuursrapportage 2022 en het totale saldo volgend uit de eerste en de Tweede bestuursrapportage 2022 van 0,386 miljoen euro te muteren op de Algemene reserve (zie hoofdstuk 1.1.7.1) f. Het aanpassen van de begrote middelen voor het coalitieakkoord voor het jaar 2022 met 8,511 miljoen euro bestaande uit: i. Het extra aanvullen van het weerstandsvermogen (zie hoofdstuk 1.2.1) ii. Het aanvullen van de uitvoeringskracht Dienstverlening en Veiligheid en de overhead (zie hoofdstuk 1.2.2) iii. De actualisatie van de uitgaven en de inkomsten voor de beleidsprioriteiten en Groei in Balans (zie hoofdstuk 1.2.3) g. De overige majeure ontwikkelingen (zie hoofdstuk 1.3) h.
De vrijval van de niet bestede middelen in hoofdstuk 1.4 “Voortgang bestedingen Besteding- en dekkingsvoorstellen” met een bedrag van 3,138 miljoen euro i. De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten 2022 volgend uit de meicirculaire en de vrijval van 2,624 miljoen euro uit de corresponderende post voor Beschermd wonen (zie hoofdstuk 1.5)
Argumenten 1.1
Hiermee worden majeure afwijkingen verwerkt in de Programmabegroting 2022, zodat deze weer actueel is
1.2
De gemaakte kosten en verwachte inkomsten voor de opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne worden hiermee geautoriseerd. De opvang van vluchtelingen uit de Oekraïne brengt kosten met zich mee, die het Rijk vergoedt.
1.3
De stijgende prijzen werken door in de hele begroting De prijzen blijven voor met name energiekosten stijgen. In de Eerste Bestuursrapportage is een aantal specifieke budgetten gecompenseerd, zoals de energiekosten. De inflatie werkt echter door op de gehele begroting. Dit compenseren wij in de begroting door een actuele indexering toe te passen. Door het verhogen van de indexering wordt de gehele begroting gecompenseerd voor de stijgende prijzen.
1.4
Met de sterk oplopende prijzen is het niet mogelijk om inkoopvoordelen te realiseren Door de sterk oplopende prijzen kan de inkooptaakstelling die is opgenomen in de meerjarenbegroting 2019 niet meer gerealiseerd worden.
4
1.6
De actuele ontwikkelingen huidige arbeidsmarkt hebben tot gevolg dat er meer ingehuurd wordt De arbeidsmarkt, de toename van tijdelijke werkzaamheden (bijvoorbeeld voor de toeslagenaffaire) en het relatief hoge ziekteverzuim neemt de inhuur toe. Daarnaast vindt er ook extra inhuur plaats voor extra onvoorziene taken zoals de corona- en Oekraïnecrisis.
1.7
Het scenario van het verloop van de coronacrisis is bijgesteld aan de huidige verwachting De onvermijdelijke kosten worden via de bestuursrapportages gevolgd. Omdat de beperkende maatregelen sneller zijn beëindigd dan werd voorzien, zijn de kosten 4,684 miljoen euro lager dan verwacht bij de Eerste bestuursrapportage rekening gehouden met hoger kosten, daarom is een meevaller te zien van 4,684 miljoen, Bij de Eerste Bestuursrapportage 2022 zijn de kosten nog niet onttrokken aan de algemene dekkingsreserve. Dit gezien de onzekere ontwikkelingen. Door de lagere coronakosten bij deze Tweede Bestuursrapportage 2022 is de onttrekking aan de algemene dekkingsreserve 0,386 miljoen euro.
1.8
Verwerking van de corresponderende posten in de begroting is een raadsbevoegdheid In de meicirculaire 2022 voegt het Rijk extra middelen voor nieuwe taken toe aan het gemeentefonds en neemt middelen uit voor vervallen taken. Vertaling hiervan in de gemeentebegroting gebeurt door middel van de corresponderende posten. Dat wil zeggen dat de uitgaven met hetzelfde bedrag worden verhoogd, tenzij het bedrag niet nodig is voor de uitvoering van de taak. Deze corresponderende posten zijn individueel beoordeeld en worden toegevoegd aan het betreffende programma met uitzondering van de toegekende middelen voor beschermd wonen omdat deze indexatie voor 2022 al grotendeels was verwerkt in de begroting ten laste van de algemene middelen. Daarom valt 2,624 miljoen euro van het budget voor Beschermd wonen vrij.
1.9
Om de realisatie van de ambities uit het coalitieakkoord mogelijk te maken zijn in 2022 aanvullend extra middelen nodig Bij de Begroting 2023 vindt de integrale afweging van de middelen plaats. Bij de uitwerking van het coalitieakkoord is gebleken dat extra middelen nodig zijn. Dit betreft knelpunten in de uitvoeringskracht en tevens is het pakket Groei in Balans geactualiseerd.
1.10
De doelmatige inzet van middelen is nodig om ambities te kunnen realiseren. Het monitoren van de bestedings- en dekkingsvoorstellen draagt hiertoe bij. Het monitoren van de bestedingen zorgt dat we inzicht verkrijgen of de bestedingen volgens plan verlopen. Dit draagt bij aan een doelmatige inzet van middelen en realistisch begroten.
1.11
De overige majeure ontwikkelingen zijn niet of maar beperkt beïnvloedbaar In het hoofdstuk overige majeure ontwikkelingen zijn voor- en nadelen opgenomen die niet of beperkt beïnvloedbaar zijn.
Kanttekeningen /Risico’s 1.1
Het is onzeker dat het Rijk de gemaakte kosten voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne volledig compenseert Het Rijk heeft aangegeven dat gemeenten reëel worden gecompenseerd voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïner. Op basis van de huidige compensatieregels is deze compensatie ontoereikend om de gemaakte kosten te dekken. Daarom laat deze bestuursrapportage een tekort zien. Wij gaan ervanuit dat het Rijk met een aanvullende compensatie gaat komen, maar lopen hier niet op vooruit.
5
Beslispunt 2
Argumenten 2.1
De uitgaven voor de maatregelenpakketten corona in 2022 vast te stellen, zoals opgenomen in hoofdstuk 1.1.7.2 en a. de daadwerkelijke uitgaven in 2022 tot een maximum van 12,842 miljoen euro in de Jaarstukken 2022 ten laste van de bestemmingsreserve corona te brengen b. De reserve bij de Jaarstukken 2022 af te sluiten en de bestemming van de resterende middelen te betrekken bij de integrale afweging van de Voorjaarsnota 2023 Hiermee wordt de begroting voor de maatregelenpakketten geactualiseerd De raad volgt de uitgaven voor de maatregelenpakketten bij de bestuursrapportages, omdat de virusuitbraak en de maatschappelijke gevolgen daarvan onvoorspelbaar zijn. Dit geeft flexibiliteit in de uitvoering. Uit de rapportage blijkt dat de uitgaven zich anders ontwikkelen dan begroot.
2.2
De bestemmingsreserve maatregelen corona is voor dit doel ingesteld De maatregelenpakketten die de gevolgen van de coronacrisis beperken worden bekostigd uit de in 2021 ingestelde bestemmingsreserve maatregelen corona.
2.3
De maatregelenpakketten zijn vastgesteld met een looptijd van twee jaar In de Programmabegroting 2021 zijn de pakketten vastgesteld voor twee jaar, in de verwachting dat de maatregelen om de gevolgen van de crisis te bestrijden na een herstelfase niet meer nodig zijn. Naar verwachting blijft covid nog langere tijd rondgaan, maar zijn grootschalige beperkende maatregelen zoals lock downs waarschijnlijk niet meer nodig. Een aantal maatregelen is met ingang van de Programmabegroting 2023 opgenomen als structureel beleid Dankzij de maatregelenpakketten zijn verschillende nieuwe werkwijzen ontwikkeld die structureel worden voortgezet in de Programmabegroting 2023. Ook los van het herstel uit de coronacrisis zijn maatregelen gericht op bestaanszekerheid (pakket 2) en de arbeidsmarkt (pakket 3) belangrijk in het kader van de kansengelijkheid. De precieze uitgaven per pakket zijn duidelijk bij de jaarafsluiting In de bestuursrapportage is een uitgavenprognose opgenomen, de werkelijke uitgaven kunnen daarvan afwijken. Door nu te besluiten de werkelijke uitgaven ten laste van de bestemmingsreserve te brengen, is de stand van de reserve per eind 2022 gelijk aan het bedrag dat wordt betrokken bij de Voorjaarsnota 2023. Er kan niet meer aan de reserve worden onttrokken dan het bedrag van de uitgavenprognose.
2.4
2.5
Kanttekeningen/ Risico’s 2.1
Ook in 2023 werkt de coronacrisis door De gevolgen van de crisis zijn nog altijd merkbaar bij de bewoners en bedrijven die hard zijn geraakt. Ondersteuning van deze groep is gewaarborgd vanuit bestaand beleid, inclusief de structurele voortzetting van een aantal coronamaatregelen. In het voorstel voor de bestemming van de resterende middelen bij de Voorjaarsnota 2023 wordt de doorwerking van de crisis betrokken. Daarbij denken wij bijvoorbeeld aan het voortzetten van Ondernemer Centraal.
Beslispunt 3
De bijsturingsvoorstellen in hoofdstuk 2 vast te stellen, waarmee:
6
a. de baten en lasten van de verschillende programma's inclusief de bijbehorende reservemutaties (zie hoofdstuk 2.1) worden geactualiseerd b. de investeringsprojecten en de bijbehorende kredieten worden geactualiseerd. De investeringskredieten worden verhoogd met 1,743 miljoen euro (zie hoofdstuk 2.2). Argumenten 3.1
Reservemutaties, overhevelingen, verschuivingen tussen programma’s en mutaties baten lasten zijn een raadsbevoegdheid.
3.2
Met deze bijsturingsvoorstellen wordt de Programmabegroting 2022 geactualiseerd. In de genoemde hoofdstukken rapporteren wij over de afwijkingen op de investeringen. Door omstandigheden kunnen voorgenomen investeringen niet volledig of volgens planning worden uitgevoerd. Dit leidt tot afwijkingen in de geautoriseerde investeringsplanning van 2021.
3.3
Met het verhogen van de kredieten zijn de uitgaven rechtmatig. Het is een raadsbevoegdheid om de kredieten vrij te geven en aan te passen. Om de rechtmatigheid van de kredieten te waarborgen dient het krediet waar de overschrijding op plaatsvindt bijgesteld te worden.
Beslispunt 4
De peilstok 2022 Stedelijke Ontwikkeling vast te stellen, waarmee de jaarschijf 2022 van de grondexploitaties en het onderhanden werk wordt geactualiseerd
Argumenten 4.1
De peilstok geeft de gemeenteraad een actueel beeld. In de Peilstok Stedelijke Ontwikkeling geven wij een actueel beeld van de verdeling van de actuele plancapaciteit woningbouw (lange termijn) en de stedelijke prognose woningbouw (korte termijn 2022-2024), rapporteren wij over de stand van de grondexploitatieprojecten (binnenstedelijk, Leidsche Rijn, en Stationsgebied), het financieel kader Merwedekanaalzone en de stand van zaken van de investeringsimpuls RSU, voor zover deze afwijkt van het Meerjaren Perspectief Ruimte 2022 (MPR 2022). We rapporteren over de ontwikkeling van lasten en baten gedurende de eerste helft van 2022 en de prognose voor de tweede helft van 2022. Dit geeft een actueel beeld van de jaarschijf 2022 en daarmee de stand van het onderhanden werk. Daarnaast lichten we de ontwikkelingen toe die het geprognosticeerd saldo van de grondexploitaties zoals gepresenteerd in MPR 2022 kunnen beïnvloeden.
Beslispunt 5
Een reserve ter dekking van de gebruikersinvesteringen van culturele voorziening Leidsche Rijn voor stichting Raum en De Plaatsmaker in te stellen (hoofdstuk 2.1 en bijlage 4.3 “Instellen nieuwe reserve).
Argumenten 5.1
Deze reserve is nodig voor de dekking van de Culturele voorziening Leidsche Rijn Een deel van de investering in de culturele voorziening Leidsche Rijn wordt gedaan door de gebruikers en zal niet worden geactiveerd als gemeentelijk vastgoed. De investeringen van stichting Raum en De Plaatsmaker zullen worden gedekt vanuit het aanloopbudget van de culturele voorziening Leidsche Rijn. Deze investeringskosten zijn voorlopig geraamd op 2,8 miljoen euro. 7
Middels een dotatie in de reserve 'gebruikersinvesteringen Culturele voorziening Leidsche Rijn' in de jaren 2022 en 2023 en een reservering vanuit het aanloopbudget 2024 is de dekking van deze investeringen geregeld. Beslispunt 6
Hiermee de Tweede Bestuursrapportage 2022 vast te stellen en te verwerken in de Programmabegroting 2022 en meearjarenbegroting en het nettoresultaat van 15,357 miljoen euro toe te voegen aan de algemene dekkingsreserve en 8,426 miljoen euro te betrekken bij de integrale afweging bij de voorjaarsnota 2023.
Argumenten 6.1
Een gedeelte van de financiële ruimte wordt bestemd bij de Begroting 2023, waardoor niet gehele bedrag kan worden betrokken bij de integrale afweging bij de Voorjaarsnota 2023 Bij de Eerste Bestuursrapportage hadden we een nettoresultaat van 22,6 miljoen euro. In deze bestuursrapportage is het nettoresultaat 15,4 miljoen euro. Hiermee ontstaat financiële ruimte voor een bedrag van 38 miljoen euro. Hiervan is 29,5 miljoen reeds bestemd bij de integrale afweging bij de Programmabegroting 2023 (zie inleiding). Het restende bedrag van 8,4 miljoen euro kan worden betrokken bij de integrale afweging bij Voorjaarsnota 2023.
Financiën Dit voorstel betreft de tweede bestuursrapportage die een tussentijdse verantwoording en actualisatie is van de gemeentefinanciën in het lopende jaar.
Vervolg Na de eerste en tweede bestuursrapportage volgen de derde technische begrotingswijziging als laatste actualisatie en de jaarstukken als laatste verantwoordingsmoment over de begroting.
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel
Communicatie Er is over dit voorstel geen specifieke communicatie gepland
Niet-Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening(artikel 3 lid 2 onder d Verordening tot raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Tweede Bestuursrapportage 2022 - GEHEIM Bijlage Investeringsprojecten Vastgoed Bijlagen informatief - Bijlage 2e Berap Voortgang woningbouwprojecten 250+
8