CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Programmabegroting 2025 (oktober 2024)

Adviescommissie Controle en Financiën 17 oktober 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Programmabegroting 2025/2e bestuursrapportage 20244.653 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Raadsvoorstel Programmabegroting 2025 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Nina Ploegstra 12729096

7 november 2024 Nee (artikel 3 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum) Ja, een of meerdere bijlagen

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De programma's vast te stellen waarin is opgenomen: a. de doelstellingen en de beoogde maatschappelijke effecten uitgedrukt in indicatoren b. de activiteiten waarmee gestreefd wordt de effecten te bereiken c. de baten en lasten van de programma’s: Baten Lasten Betrouwbare overheid

9.396.000

61.151.000

219.108.000

228.807.000

Klimaatvriendelijke stad

6.346.000

16.623.000

Duurzame bereikbaarheid

110.552.000

90.318.000

Ontwikkelen en wonen voor iedereen

Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed Veilige stad Passende ondersteuning en opvang

151.933.000 5.832.000

244.427.000 75.716.000

5.041.000

257.871.000

1.291.535.000

267.203.030

Baten

Lasten

156.433.000

287.616.000

470.000

27.809.000

Cluster Werk en inkomen

155.963.000

259.807.000

Kansrijk opgroeien

20.211.000

279.379.000

0

145.909.000

Cluster Onderwijs

20.211.000

133.470.000

Levendige en gezonde stad

66.036.000

259.322.000

0

71.410.000

Cluster Samenleven en sport

27.073.000

119.375.000

Cluster Vastgoed

33.241.000

28.543.000

Cluster Volksgezondheid

5.722.000

39.994.000

Algemene middelen en overheid d. de baten en lasten van de clusters: Werk, toekomstige economie en bestaanszekerheid Cluster Economie en werkgelegenheid

Cluster Jeugd

Cluster Cultuur

2. De paragrafen vast te stellen waarin de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede de lokale heffingen zijn vastgelegd.

3. Het geactualiseerde financieel beeld ten opzichte van de Voorjaarsnota 2024 vast te stellen, zoals verwerkt in de Programmabegroting 2025; a. Bijstelling inkomsten uit het gemeentefonds n.a.v. publicatie van de meicirculaire 2024 voor een bedrag van 1,1 miljoen euro (voordeel) in 2025, oplopend naar een structureel voordeel van 0,4 miljoen euro. b. Aanpassing risico-inschatting n.a.v. o.a. publicatie van de meicirculaire 2024, Hoofdlijnenberaad nieuw kabinet voor een bedrag van 9 miljoen euro (voordeel) in 2025, 4,4 miljoen euro (voordeel) in 2026, 5,8 miljoen euro (voordeel) in 2027, 7,3 miljoen euro voordeel in 2028 en structureel 6,2 miljoen (voordeel). c. Aanpassingen door aangenomen amendementen en moties bij de Voorjaarsnota 2024, 0,8 miljoen (nadeel) in 2025 en 0,8 miljoen (voordeel) in 2026. d. Nadere uitwerking van de Voorjaarsnota 2024, 0,7 miljoen euro (voordeel) in 2025, oplopend tot structureel 2,2 miljoen euro. e. Reservering SUP voor zwerfvuil, 7 miljoen euro (nadeel) in 2025 tot structureel 3 miljoen euro (nadeel). f. Reservering voor Landelijke vreemdelingen voorziening, 2,0 miljoen euro (nadeel) in 2025. g.

Vrijval uit de reserve Frictiekosten Leidsche Rijn, opheffing van de reserve Europese subsidies en vrijval voorziening lichtreclame, 6,0 miljoen euro (voordeel) in 2025, 0,5 miljoen euro (voordeel) in 2026, 0,5 miljoen euro (voordeel) in 2027 en 0,8 miljoen euro (voordeel) in 2028. h. De storting in de Reserve Hervormingen Sociaal Domein van 2 miljoen euro (nadeel) in 2025. i. Aanpassing van de prognose BUIG, 3,5 miljoen euro (nadeel) in 2025 tot structureel 1 miljoen euro (nadeel). j. Versterking van het eigen vermogen door toevoeging van het begrotingstotaal aan de Algemene dekkingsreserve, 7, 1 miljoen euro (voordeel) in 2025, 6,2 miljoen euro (voordeel) in 2026, 5,0 miljoen euro (voordeel) in 2027, 6,1 miljoen euro (voordeel) in 2028 en structureel 5,7 miljoen euro (voordeel). 4. De investeringskredieten 2025 (vervangings-, uitbreidings- en routine investeringen) vrij te geven van in totaal 195,8 miljoen euro. 5. De toevoegingen en onttrekkingen aan reserves van per saldo 26 miljoen euro positief voor het jaar 2024, bestaande uit toevoegingen aan reserves van 93 miljoen euro en onttrekkingen aan reserves van 119 miljoen euro, vast te stellen. 6.

Een reserve Hervormingen Sociaal Domein in te stellen voor de periode 2025-2027 waaruit uitgaven te dekken die bijdragen aan de hervorming van het ondersteuningsaanbod in het Sociaal Domein, zoals het ontwikkelen, voorbereiden en uitrollen van groepsgerichte en digitale ondersteuningsvormen. Burgemeester en wethouders van Utrecht, de secretaris,

de burgemeester,

Geheimhouding Het college heeft tijdelijke geheimhouding opgelegd op de bijlage Investeringsstaten Programmabegroting 2025 op grond van artikel 87 Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 2 b en i van de Wet open overheid totdat de betreffende projecten zijn uitgevoerd en budgettair zijn afgesloten. Openbaarheid kan de financiële belangen van de gemeente raken. De bijlage bevat financiële informatie voor de gemeentelijke inzet in specifieke projecten. Deze informatie kunnen marktpartijen gebruiken bij aanbestedingen en contractonderhandelingen en discussies over meerkosten met de gemeente, etc.. Het is van belang dat marktpartijen geen inzage krijgen in onze financiële mogelijkheden en inzet. Daarom mag deze informatie vooralsnog niet openbaar worden.

2

Samenvatting In de Programmabegroting 2025 staan de beleidsvoornemens en de uitgaven en inkomsten van de gemeente Utrecht voor 2025. Uitgangspunt voor ons financiële beleid is een duurzame begroting. Een begroting met ruimte voor noodzakelijke investeringen in onze stad en inwoners, die financieel in evenwicht is en leidt tot een toereikend weerstandsvermogen om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Deze programmabegroting is een uitwerking van de Voorjaarsnota 2024. De keuzes die in de Voorjaarsnota zijn gemaakt en waarover de gemeenteraad heeft besloten, zijn in deze Programmabegroting verder uitgewerkt. De programmabegroting biedt een doorkijk naar de komende jaren in termen van beoogde maatschappelijke doelen, de activiteiten die daarvoor worden uitgevoerd en welke middelen daarvoor worden ingezet. De financieel uitdagende tijden, laten zien dat de financiële positie continue aandacht vraagt. We zullen keuzes moeten blijven maken om de gemeente nu en in de toekomst financieel gezond te houden. Financiële stabiliteit is belangrijk, om blijvend te kunnen investeren in onze stad, onze inwoners en ondernemers. Met als onverminderde speerpunten: kansengelijkheid, duurzaamheid en wonen en in onze groene, leefbare en levendige stad voor iedereen.

Context Integrale afweging Ieder jaar presenteert het college een programmabegroting, als uitwerking van de gemaakte keuzes bij de integrale afweging in de Voorjaarsnota. Actuele en kenmerkende ontwikkelingen die in de begroting zijn verwerkt Na het opstellen van de Voorjaarsnota 2024, hebben zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn op het financiële beeld uit de Voorjaarsnota 2024. Bij het vaststellen van deze Programmabegroting 2025 zal uw raad nog moeten instemmen met de verwerking van de betreffende actuele ontwikkelingen. Invulling geven aan moties en toezeggingen Tot slot is de programmabegroting een document waarin moties en toezeggingen van het college van B&W zijn meegenomen. In onderstaande tabel zijn de betreffende moties en toezeggingen opgenomen en is aangegeven hoe hier opvolging aan is gegeven. Vergadering

Toezegging/Motie Commissie Veiligheid, Het College zegt toe bij de volgende VJN, wanneer de Meerjarenprogramma’s Bestuur en Financiën toegankelijker worden weergegeven, 27-06-2023 concreet in te gaan op Raadsvoorstel ‘planningsoptimisme’. Daarbij gaat het Voorjaarsnota 2023 en College ook in op de vraag of fondsen en Eerste reserves op meerjarenprogramma's wenselijk zijn. bestuursrapportage 2023 Gemeenteraad 9-112023

Uitgevoerd Planningsoptimisme heeft expliciete aandacht in paragraaf 4.2 Haalbaarheid investeringen tegen het licht: reëel ramen van de Voorjaarsnota 2024. Toelichting over wenselijkheid van fondsen en reserves op meerjarenprogramma’s, waar de toezegging wel over ging, komt niet expliciet terug in de Voorjaarsnota 2024. Daarmee is deze toezegging gedeeltelijk afgedaan. Motie 409 aangenomen De uniformiteit, de toelichtingen en de leesbaarheid van de meerjarenplannen is Draagt het college op: in 2024 verbeterd. Voor gemeentebrede 1. Bij de Voorjaarsnota 2024 de investeringsinformatie zijn verbeteringen uniformiteit, toelichtingen en leesbaarheid uitgewerkt en die zijn verwerkt in de van de jaarlijkse investeringen en de Programmabegroting 2025, zie de meerjarenplannen voor de raad te verbeteren, denk hierbij aan een paragraaf Investeringen. De aansluiting begrijpelijk overzicht van investeringen, van de investeringen in de de uniformiteit van de meerjarenplannen meerjarenplannen op de informatie in de en aan de aansluiting van de P&C-cyclus is uitgewerkt en ook investeringen in de meerjarenplannen op gepresenteerd aan de adviescommissie de informatie in de P&C cyclus; Controle & Financiën van 15 februari 2024.

3

2. Bij de Voorjaarsnota 2025 (of zoveel eerder als lukt) de (centrale) sturing op de investeringsvolumes en kapitaallasten te verbeteren en hierbij ook aandacht te besteden aan het planningsoptimisme en realistisch begroten

Gemeenteraad 11-072024

Gemeenteraad 11-072024

Vanuit de meerjarenplannen is aangegeven dit niet bij de Voorjaarsnota 2024 te redden en daarvoor was ook een voorbehoud gemaakt bij deze adviescommissie C&F in februari 2024. Het tweede dictum vraagt om verbetering van de (centrale) sturing op de investeringsvolumes en kapitaallasten bij de Voorjaarsnota 2025 met aandacht voor planningsoptimisme en realistisch begroten. Nadere uitwerking volgt bij de Voorjaarsnota 2025. Motie 311 aangenomen Bij de behandeling van de Voorjaarsnota Draagt het college op: 2024 zijn vijftien amendementen en negentien moties aangenomen. Alle 1. Om in overleg met Stadschouwburg, Tivoli en Centraal museum tot een amendementen zijn conform het genomen overbrugging te besluit verwerkt. De aangenomen moties komen voor het overgebleven incidentele zijn zover het past, binnen de termijn financiële gat om de basissubsidie tot verwerkt. Hierbij gaat het om twee moties 2029 te die aangenomen zijn om voorgestelde kunnen bekostigen vanaf 2026; bezuinigingsmaatregelen direct in 2025 2. Voor 2025 gebruik te maken van de terug te draaien. Beide moties zijn voor onderbesteding op amateurkunsteducatie 2025 financieel verwerkt. Het college kiest er voor alleen uitvoering te geven aan de en de bestemmingsfondsen die mogelijk moties die bij deze programmabegroting terugvloeien naar de gemeente; financiële gevolgen hebben voor het jaar 3.

En hiertoe een voorstel te doen bij de 2025. Hierbij opgemerkt dat uitvoering van deze moties in 2025 niet realistisch wordt programmabegroting. geacht. De doorwerking van deze moties vanaf 2026 wordt nader uitgewerkt en betrokken bij de integrale afweging Voorjaarsnota 2025. De bezuiniging voor 2025 van 0,42 miljoen euro wordt teruggedraaid. De kosten worden gedekt door terugontvangen subsidiebedragen uit voorgaande jaren. Voor de bekostiging vanaf 2026 worden gesprekken gevoerd met de grote culturele instellingen. Als deze gesprekken leiden tot een positief resultaat wordt de motie structureel uitgevoerd. Motie 315 aangenomen De bezuiniging op de bijzondere bijstand Draagt het college op: van 0,8 miljoen euro wordt voor het jaar 2025 teruggedraaid. De in de motie - Een taakstelling van ten minste €5,2 miljoen uit te werken voor de verkoop van aangedragen dekking is onzeker. De de beoogde “winst” door de verkoop van een gemeentelijke vastgoedportefeuille pand is, ondanks deze onzekerheid, waarbij: opgenomen in de begroting in het jaar o Specifiek aandacht te richten op de 2026, omdat verkoop op de korte termijn verkoop van de Ravellaan 96. niet realistisch wordt geacht.

Indien de o Vervolgens overgegaan moet worden inkomsten niet gerealiseerd kunnen tot de verkoop van vastgoed wat weinig worden is een aanvullende incidentele bijdraagt aan gemeentelijke bezuiniging noodzakelijk. beleidsdoelstellingen. o De vrijkomende middelen gebruikt worden voor dekking van: vanaf 2025 tot 2028 elk jaar €800.000 voor het terugdraaien van de bezuinigingen op de Bijzondere Bijstand. o Voorts voor 2027 en 2028 elk jaar €1,027 miljoen beschikbaar te stellen voor de gezonde schoollunch.

4

- Bij de programmabegroting 2025 te komen met een nadere uitwerking hiervan..

Gemeenteraad 11-072024

Motie 344 aangenomen Draagt het college op; 1. In kaart te (laten) brengen waar de oorzaken nu echt liggen en met een actieplan te komen om echt werk te gaan maken van een goed ziekteverzuimbeleid; 2. deze bij de behandeling van de programmabegroting 2025 aan de raad te presenteren

In de Programmabegroting 2025 staat vermeld dat in 2025 een geïntensiveerde aanpak wordt uitgevoerd met als doel om het verzuim te verlagen. In oktober 2024 ontvangt de gemeenteraad met een raadsbrief nadere informatie over de oorzaken van het actuele hoge verzuim en informatie over de inhoud van de geïntensiveerde aanpak. Met deze raadsbrief wordt uitvoering gegeven aan motie 344 (juli 2024).

Juridische context De allocatie van middelen over het niveau van programma’s en het doteren en onttrekken van middelen aan de reserve is een expliciet raadsbesluit. Het is aan de raad om toe te zien dat de begroting reëel en structureel in evenwicht is. Dit is opgenomen in artikel 189 en volgende van de Gemeentewet. Beslistermijn Conform artikel 2 Beleidscyclus lid 2 van de Verordening financieel beleid en beheer gemeente Utrecht biedt het college de raad de programmabegroting en Tweede Bestuursrapportage aan op uiterlijk 1 oktober. De raad stelt de Programmabegroting 2025 uiterlijk op 7 november vast, gelijktijdig met de Tweede Bestuursrapportage. Beoogd effect Door de begroting vast te stellen stelt de gemeenteraad het beleidsinhoudelijk en financieel kader voor het jaar 2025 vast, waarmee het college toestemming heeft om de middelen uit te geven aan de afgesproken activiteiten. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De Voorjaarsnota 2024 vastgesteld op 11 juli 2024.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De programma's vast te stellen waarin is opgenomen: a. de doelstellingen en de beoogde maatschappelijke effecten uitgedrukt in indicatoren b. de activiteiten waarmee gestreefd wordt de effecten te bereiken c. de baten en lasten van de programma’s: Baten

Lasten

9.396.000

61.151.000

219.108.000

228.807.000

Klimaatvriendelijke stad

6.346.000

16.623.000

Duurzame bereikbaarheid

110.552.000

90.318.000

Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed

151.933.000

244.427.000

Veilige stad

5.832.000

75.716.000

Passende ondersteuning en opvang

5.041.000

257.871.000

1.291.535.000

267.203.030

Betrouwbare overheid Ontwikkelen en wonen voor iedereen

Algemene middelen en overheid

5

d.

de baten en lasten van de clusters: Baten

Lasten

156.433.000

287.616.000

470.000

27.809.000

Cluster Werk en inkomen

155.963.000

259.807.000

Kansrijk opgroeien

20.211.000

279.379.000

0

145.909.000

Cluster Onderwijs

20.211.000

133.470.000

Levendige en gezonde stad

66.036.000

259.322.000

0

71.410.000

Cluster Samenleven en sport

27.073.000

119.375.000

Cluster Vastgoed

33.241.000

28.543.000

Cluster Volksgezondheid

5.722.000

39.994.000

Werk, toekomstige economie en bestaanszekerheid Cluster Economie en werkgelegenheid

Cluster Jeugd

Cluster Cultuur

Argumenten 1.1

De beleidsvoornemens worden zo, per programma, vastgesteld. In het onderdeel 'Programma's’ staan de beleidsvoornemens per programma. Deze dragen bij aan het realiseren van de programmadoelstellingen en de beoogde maatschappelijke effecten. Door per programma de doelstellingen en indicatoren vast te stellen wordt richting gegeven aan de realisatie van de doelstellingen en bijbehorende inzet van middelen.

1.2

De activiteiten worden zo vastgesteld. Door per programma de voorgenomen activiteiten vast te stellen autoriseert de raad het college om de programma's uit te voeren.

1.3

De baten en lasten van de programma’s worden zo geautoriseerd Door de baten en lasten vast te stellen autoriseert u de uitgaven en inkomsten van de verschillende programma's. Daarmee krijgt het college het mandaat om deze middelen te besteden.

1.4

De baten en lasten van de clusters worden zo geautoriseerd Door de baten en lasten vast te stellen autoriseert u de uitgaven en inkomsten van de clusters. Daarmee krijgt het college het mandaat om deze middelen te besteden.

Beslispunt 2

De paragrafen vast te stellen waarin de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede de lokale heffingen zijn vastgelegd.

Argumenten 2.1

De beleidsvoornemens op gemeentebreed beleid worden zo geautoriseerd. Met de (deels wettelijk verplichte) paragrafen in het onderdeel 'Paragrafen' geven wij u een aantal dwarsdoorsneden van de begroting van het gemeentelijke financiële beleid. De definitieve belastingen en heffingen voor 2025 worden vastgesteld in separate belastingverordeningen.

Beslispunt 3

Het geactualiseerde financieel beeld ten opzichte van de Voorjaarsnota 2024 vast te stellen, zoals verwerkt in de Programmabegroting 2025; a. Bijstelling inkomsten uit het gemeentefonds n.a.v. publicatie van de meicirculaire 2024 voor een bedrag van 1,1 miljoen euro (voordeel) in 2025, oplopend naar een structureel voordeel van 0,4 miljoen euro.

6

b. Aanpassing risico-inschatting n.a.v. o.a. publicatie van de meicirculaire 2024, Hoofdlijnenberaad nieuw kabinet voor een bedrag van 9 miljoen euro (voordeel) in 2025, 4,4 miljoen euro (voordeel) in 2026, 5,8 miljoen euro (voordeel) in 2027, 7,3 miljoen euro voordeel in 2028 en structureel 6,2 miljoen (voordeel). c. Aanpassingen door aangenomen amendementen en moties bij de Voorjaarsnota 2024, 0,8 miljoen (nadeel) in 2025 en 0,8 miljoen (voordeel) in 2026. d. Nadere uitwerking van de Voorjaarsnota 2024, 0,7 miljoen euro (voordeel) in 2025, oplopend tot structureel 2,2 miljoen euro. e. Reservering SUP voor zwerfvuil, 7 miljoen euro (nadeel) in 2025 tot structureel 3 miljoen euro (nadeel). f. Reservering voor Landelijke vreemdelingen voorziening, 2,0 miljoen euro (nadeel) in 2025. g. Vrijval uit de reserve Frictiekosten Leidsche Rijn opheffing van de reserve Europese subsidies en vrijval voorziening lichtreclame, 6,0 miljoen euro (voordeel) in 2025, 0,5 miljoen euro (voordeel) in 2026, 0,5 miljoen euro (voordeel) in 2027 en 0,8 miljoen euro (voordeel) in 2028. h. De storting in de Reserve Hervormingen Sociaal domein van 2 miljoen euro (nadeel) in 2025. i. Aanpassing van de prognose BUIG, 3,5 miljoen euro (nadeel) in 2025 tot structureel 1 miljoen euro (nadeel). j.

Versterking van het eigen vermogen door toevoeging van het begrotingstotaal aan de Algemene dekkingsreserve, 7, 1 miljoen euro (voordeel) in 2025, 6,2 miljoen euro (voordeel) in 2026, 5,0 miljoen euro (voordeel) in 2027, 6,1 miljoen euro (voordeel) in 2028 en structureel 5,7 miljoen euro (voordeel). Argumenten 3.1

Hiermee wordt de bijstelling van de inkomsten uit het gemeentefonds n.a.v. de publicatie van de meicirculaire 2024 geautoriseerd. De uitkomsten van de meicirculaire hebben een significante invloed op het financieel beeld. Deze worden conform de raadsbrief Meicirculaire 2024 verwerkt. Dit is inclusief de corresponderende posten, zoals ook opgenomen in de bijlage Corresponderende posten bij de Programmabegroting 2025. De corresponderende posten zijn inkomsten van het rijk voor een specifiek doel, deze worden beoordeeld in relatie tot de benodigde inzet voor dat doel.

3.2

Autorisatie van de aanpassing van de risico-inschatting. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord varen we scherper aan de wind en nemen verwachte inkomsten mee in het financieel beeld op als deze, naar onze inschatting, reëel te verwachten zijn. In deze begroting nemen we mee: Aanvullende compensatie Wmo: het nieuwe kabinet heeft bevestigd dat de gereserveerde middelen uit de Voorjaarsnota van het Rijk op korte termijn beschikbaar komen in het gemeentefonds. In de begroting hadden wij al rekening gehouden met de verwachte kostenontwikkeling. Aangezien het prognoses blijven, kan richting toekomst mogelijk sprake zijn van een risico in termen van andere inkomsten dan nu geprognosticeerd en of ontwikkelingen op het gebied van Wmo vergrijzing. Daarom blijft het van belang daarop alert te zijn en gedurende de P&C cyclus waar nodig bij te sturen. Bijdrage Single-Use Plastic (SUP): de regelgeving voor deze bijdrage uit de verpakkingsindustrie is nog niet afgerond. Wel hebben we een beschikking ontvangen voor de eerste bijdrage, deze is opgenomen in de Tweede bestuursrapportage 2024. Tegen de verdeling heeft de G4 bezwaar aangetekend. Er is nu meer zekerheid over de omvang van de inkomsten en deze nemen we daarom op in de begroting. De inkomsten worden ondergebracht bij de egalisatiereserve afvalstoffenheffing, daar waar de subsidie betrekking op heeft.

Bij de VJN 2025 wordt afgewogen in hoeverre de egalisatiereserve wordt betrokken bij de tariefbepaling voor 2026 e.v. Landelijke vreemdelingen voorziening: op dit moment zijn er gesprekken gaande om een deel van de middelen die wij voor de LVV ontvangen (via het gemeentefonds) te behouden voor 2025 en wellicht voor een langere periode. Voor 2025 schatten wij hierdoor 2 miljoen euro ontvangen voor de LVV.

7

3.3

De verwerking van de bij de Voorjaarsnota 2024 aangenomen amendementen en moties worden geautoriseerd. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2024 zijn vijftien amendementen en negentien moties aangenomen. Alle amendementen zijn conform het genomen besluit verwerkt. De aangenomen moties zijn zover het past, binnen de termijn verwerkt. Hierbij gaat het om twee moties die aangenomen zijn om voorgestelde bezuinigingsmaatregelen direct in 2025 terug te draaien. Beide moties zijn voor 2025 financieel verwerkt. Het college kiest er voor alleen uitvoering te geven aan de moties die bij deze programmabegroting financiële gevolgen hebben voor het jaar 2025. Hierbij opgemerkt dat uitvoering van deze moties in 2025 niet realistisch wordt geacht. De doorwerking van deze moties vanaf 2026 wordt nader uitgewerkt en betrokken bij de integrale afweging Voorjaarsnota 2025. De in 2025 verwerkte moties zijn: M311 Behoud basis subsidieamateurkunst: de bezuiniging voor 2025 van 0,42 miljoen euro wordt teruggedraaid. De kosten worden gedekt door terugontvangen subsidiebedragen uit voorgaande jaren. Voor de bekostiging vanaf 2026 worden gesprekken gevoerd met de grote culturele instellingen. Als deze gesprekken leiden tot een positief resultaat wordt de motie structureel uitgevoerd.

M315 Hand in eigen boezem: de bezuiniging op de bijzondere bijstand van 0,8 miljoen euro wordt voor het jaar 2025 teruggedraaid. De in de motie aangedragen dekking is onzeker. De beoogde “winst” door de verkoop van een pand is, ondanks deze onzekerheid, opgenomen in de begroting in het jaar 2026, omdat verkoop op de korte termijn niet realistisch wordt geacht. Indien de inkomsten niet gerealiseerd kunnen worden is een aanvullende incidentele bezuiniging noodzakelijk.

3.4

De nadere uitwerking van de Voorjaarsnota 2024 wordt geautoriseerd. Bij het opstellen van deze begroting zijn de mutaties in budgetten vertaald naar de specifieke uitvoeringsbudgetten. Daarbij zijn positieve verschillen ontstaan. Deze worden toegevoegd aan het financieel beeld.

3.5

De reservering SUP voor zwerfvuil wordt geautoriseerd. De regelgeving is nog niet formeel afgerond. De wet is nog in consultatie. Daarom reserveren we deze middelen in de reserve Afvalstoffenheffing. Bij de Voorjaarsnota 2025 komen we met een voorstel voor de inzet van de middelen.

3.6

De vrijval uit de reserve Frictiekosten Leidsche Rijn en de voorziening lichtreclame, de opheffing van de reserve Europese subsidie wordt geautoriseerd Bij de begrotingsbehandeling is aangekondigd dat we de reserves zouden analyseren. De bevindingen van deze analyse zijn opgenomen als bijlage. We laten een aantal bedragen vrijvallen uit de reserve Frictiekosten Leidsche Rijn en de reserve Europese subsidies wordt opgeheven. Het risico van terugbetaling en overprogrammering van deze subsidies wordt laag ingeschat en, in navolging van de andere G4-steden, wordt er geen specifieke reservering meer ingesteld. Daarnaast komt een voorziening te vervallen vanwege een positieve ontwikkeling inzake dispuut lichtreclame.

3.7

De storting in de reserve Hervorming Sociaal domein wordt geautoriseerd. Om de hervormingen in het sociaal domein te realiseren zijn incidentele investeringen nodig voor de ontwikkeling en implementatie van nieuwe zorgvormen die de aanvullende zorg vervangen. De inschatting is dat hier 2 a 4 miljoen euro voor nodig is. In deze programmabegroting hebben wij 2 miljoen euro vrijgemaakt en toegevoegd aan een nieuw in te stellen reserve. Mocht bij de Jaarstukken 2024 binnen het Sociaal domein een positief resultaat gerealiseerd worden, dan wordt afgewogen of en zo ja met welke omvang de reserve verder wordt versterkt.

3.8

De vaststelling van de aanpassing van de prognose BUIG. In 2024 is er een aanzienlijk tekort op de uitkeringen. Het Utrechtse uitkeringenbestand neemt toe, terwijl landelijk een beperkte afname van het bestand te zien is. Landelijk zien we ook een groei van het aantal bijstandsgerechtigden. Wij verwachten dat het verschil tussen de compensatie van het Rijk en de uit te betalen uitkeringen, in 2025 afneemt en verhogen daarom het budget met 3,5 miljoen euro. Structureel worden de budgetten met 1 miljoen euro verhoogd, omdat de afgelopen jaren de inkomsten van het Rijk en onze uitgaven een tekort laten zien. Het 8

is lastig een inschatting te maken van het effect op onze begroting, omdat het Rijk pas eind september een prognose afgeeft voor de compensatie BUIG 2025. Het restrisico BUIG is onderdeel van het weerstandsvermogen. 3.9

De autorisatie van de versterking van het eigen vermogen door toevoeging van het begrotingstotaal aan de Algemene dekkingsreserve. De meerjarige geprognotiseerde balans wordt één keer per jaar bij de programmabegroting geactualiseerd. Deze werkt door in de uitkomsten van de financiële kengetallen (zie paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing). We zien dat de solvabiliteit sneller afneemt dan eerder ingeschat. Om ook in latere begrotingsjaren ruimte te blijven houden om te investeren en onze verplichtingen na te komen wordt het eigen vermogen versterkt door het begrotingssaldo toe te voegen aan de Algemene dekkingsreserve.

Beslispunt 4

De investeringskredieten 2025 (vervangings-, uitbreidings- en routine investeringen) vrij te geven van in totaal 195,8 miljoen euro.

Argumenten 4.1 Hiermee worden de investeringskredieten voor 2025 geautoriseerd. Door het budget voor de investeringskredieten van 195,8 miljoen euro vrij te geven autoriseert u de vervangings-, uitbreidingsinvesteringen en routine investeringen voor 2025. Daarmee is het budget van deze investeringen beschikbaar en kan worden gestart met de uitvoering. Een totaaloverzicht van de investeringskredieten per programma zijn opgenomen in de paragraaf Investeringen. De programma’s geven een toelichting op de investeringen. Beslispunt 5

De toevoegingen en onttrekkingen aan reserves van per saldo 26 miljoen euro positief voor het jaar 2024, bestaande uit toevoegingen aan reserves van 93 miljoen euro en onttrekkingen aan reserves van 119 miljoen euro, vast te stellen.

Argumenten 5.1 De verwerkte mutaties aan reserves voor 2025 worden zo geautoriseerd. Het toevoegen en onttrekken aan reserves is een raadbevoegdheid. In het instellingsbesluit van de reserve zijn de doelstellingen, (beleids-) uitgangspunten en/of spelregels vastgesteld. Op deze wijze worden middelen gereserveerd en vervolgens ingezet voor het specifieke doel. In het overzicht ‘Stand en mutaties reserves’ zijn de begrote onttrekkingen en toevoegingen aan reserves opgenomen. Door de mutaties aan de reserves per programma vast te stellen autoriseert u het college om deze middelen in te zetten dan wel toe te voegen aan de reserve. Beslispunt 6

Een reserve Hervormingen Sociaal Domein in te stellen voor de periode 2025-2027 waaruit uitgaven en investeringen te dekken die bijdragen aan de hervorming van het ondersteuningsaanbod in het Sociaal Domein, zoals het ontwikkelen, voorbereiden en uitrollen van groepsgerichte en digitale ondersteuningsvormen.

Argumenten 6.1 Deze uitgaven zijn nodig voor onze partners om tijd en capaciteit vrij te maken om nieuwe en toekomstgerichte ondersteuningsvormen te ontwikkelen en beschikbaar te stellen. Voorbeelden hiervan zijn methodiek ontwikkelingen, training van medewerkers en het proefdraaien met de nieuwe werkwijze. Die tijd en capaciteit kan niet worden ingezet vanuit de huidige overeenkomsten en binnen de beschikbare structurele budgetten. 6.2

Deze uitgaven gaan vooraf aan de verwachte besparingen. Vernieuwing van het ondersteuningsaanbod is randvoorwaardelijk om de instroom in de aanvullende, individuele zorg af te laten nemen en cliënten eventueel sneller te laten uitstromen.

9

De kosten gaan hier vooraf aan de verwachte besparingen die nodig zijn om de taakstelling Hervormingen Sociaal Domein te realiseren. 6.3

De reserve is tijdelijk nodig (tijdens de transitieperiode 2025-2027) De uitgaven zijn tijdelijk, omdat we verwachten dat in de periode 2025-2027 het ondersteuningsaanbod zodanig vernieuwd is, dat de structurele uitvoering weer past binnen de financiële kaders in de meerjarenbegroting. Over een eventueel restant eind 2027 besluit de raad bij de Jaarrekening 2027.

Financiën De begroting is het instrument waarmee de raad volgens de gemeentewet richting geeft aan wat de gemeente wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat dat mag kosten.

Vervolg De begroting is onderdeel van de Planning & Control-cyclus, het geheel van sturing en verantwoording op de te bereiken prestaties door de gemeente. Na vaststelling wordt de begroting naar Gedeputeerde Staten van Utrecht gestuurd, die toezichthouder is.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden.

Communicatie Naast de beleidsinhoudelijke begroting is er een bewonerssamenvatting die in één oogopslag aan bewoners, bedrijven en instellingen laat zien hoe de gemeentebegroting is opgebouwd.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat dit een raadsvoorstel betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Programmabegroting 2025 - GEHEIM Investeringsstaten Programmabegroting 2025 (oktober 2024) - Analyse reserves Bijlage informatief - Subsidiestaat 2024 - Subsidiestaat 2025

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=fde4235d-3c93-4b7c-82c6-7020dca3d2d5