Raadsvoorstel Programma Water en Riolering Utrecht 2024-2028.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Programma Water en Riolering Utrecht 2024-2028 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Openbare ruimte Stadsbedrijven Margot Leicher 11087512 volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het programma Water en Riolering Utrecht 2024-2028 vast te stellen met als belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027: a. Aangepaste budgetten als gevolg van de sterke inflatie in 2022 en de verwachte inflatie 20232024. b. Een iets mindere groei van de geprogrammeerde rioolvervangingsinvesteringen vanaf 2025. c. Het standaard amfibievriendelijk maken van kolken bij rioolvervanging en plaatsen van uitklimmatten in bestaande kolken op knelpuntlocaties inclusief financiële dekking vanuit de rioolheffing. d. Een beter leesbare versie van de bijdrageregeling niet-rioleringsprojecten. 2. Een maximumbedrag van 4 miljoen in de egalisatiereserve aan te houden voor het opvangen van tegenslagen in uitgaven en inkomsten in twee opeenvolgende jaren, en de hoogte van dit bedrag indien nodig te actualiseren op basis van de onderbouwing in het Programma Water en Riolering. 3. Behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen bij de vaststelling van de rioolheffing 2024 in te zetten op een tariefstijging van 3,7% ten opzichte van 2023.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting De op 3 februari 2022 door de raad vastgestelde Visie Water en Riolering Utrecht bevat de gemeentelijke visie en strategie voor het omgaan met afvalwater, hemelwater, grondwateroverlast en het oppervlaktewater dat de gemeente in onderhoud heeft. De uitwerking van de Visie loopt via het Programma Water en Riolering dat jaarlijks bij de Voorjaarsnota wordt geactualiseerd en door de raad wordt vastgesteld. De voorgestelde aanpak voor het beperken van de hoge kostenstijging als gevolg van de sterke inflatie en de groei van de vervangingsinvesteringen is de belangrijkste ontwikkeling t.o.v. het Programma Water en Riolering 2023-2027. We dempen de kostenstijging door de groei van de geprogrammeerde rioolvervangingsinvesteringen vanaf 2025 wat te temporiseren naar 0,9 km per jaar en door scherp te begroten op met name onderzoek, personeelskosten en subsidies. Dit is nodig om de stijging van de rioolheffing binnen de in de Visie afgesproken bandbreedte te houden. Door de groei van de vervangingsinvesteringen vanaf 2025 wat te temporiseren en scherp te begroten beperken we de verwachte kostenstijging van 2023 naar 2024 tot 5,2%. Behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen voor de rioolheffing 2024 kunnen we inzetten op een tariefstijging van 3,7% ten opzichte van 2023 om kostendekkend te blijven.
Context Aanleiding De gemeente heeft vanuit de wet een aantal specifieke zorgplichten en daarmee taken op het gebied van water en riolering. Het Programma Water en Riolering Utrecht 2024-2028 bevat de voorgenomen activiteiten voor de periode 2024-2028 om invulling te geven aan deze zorgplichten. Het Programma komt voort uit de Visie Water en Riolering Utrecht, waarin het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van deze zorgplichten is vastgelegd. Het Programma wordt jaarlijks geactualiseerd bij de Voorjaarsnota en kijkt daarbij steeds vijf jaar vooruit. Hiermee wordt zo goed mogelijk aangesloten bij het proces en de besluitvorming over vergelijkbare programma’s zoals het Meerjarenprogramma Utrechts Vastgoed (MPUV), het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) en het Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP) Openbare Ruimte. Het Programma Water en Riolering is evenals de Visie thematisch ingedeeld volgens de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Per thema wordt ingegaan op de activiteiten dagelijks onderhoud, groot onderhoud, investeringen en beleid en onderzoek. Daar waar deze onderdelen meerdere thema’s betreffen zijn ze beschreven bij het thema waar de activiteit de meeste aansluiting heeft.
Programma Het Programma geeft voor de komende vijf jaar inzicht in de besteding van de gelden uit de rioolheffing en de verwachte ontwikkeling van de rioolheffing. De jaarlijkse Programmabegroting geeft alleen inzicht in de totale inkomsten uit de rioolheffing en de kosten die daaruit gedekt worden. De verdeling van het budget is niet inzichtelijk. Ook is het lastig zicht te krijgen op de verwachte meerjarige kostenontwikkeling en de gevolgen daarvan voor de rioolheffing. Het Programma geeft deze informatie wel en voorziet daarmee in een behoefte, zeker nu de rioolvervangingsinvesteringen steeds bepalender worden voor de mogelijkheden om de openbare ruimte te vernieuwen. Daarom bevat het Programma ook een overzicht van de belangrijkste rioolvervangingsprojecten voor de komende vijf jaar. De geraamde kosten en kostendekkende tarieven in het Programma zijn richtinggevend. We houden vast aan de in de Visie Water en Riolering afgesproken inhoudelijke lijn. Denk aan het verhogen van de jaarlijkse vervangingsinspanning van de riolering van 5 naar 18 km per jaar in de periode 2021-2035 om het gemeentelijke rioolstelsel op orde te houden.
Hierbij spelen we bij alle rioolvervangingen volgens het principe van ontwikkelend beheer zoveel mogelijk in op andere maatschappelijke opgaven en lopende projecten, waarbij we inzetten op het verbeteren van de openbare ruimte, het verminderen van de hoeveelheid afval door het volledig scheiden van de vuile afvalwater- en schone hemelwaterstroom en het hergebruiken van materialen (circulaire doelstelling), het vasthouden van hemelwater en het hemelwaterbestendig maken van de openbare ruimte (doelstellingen klimaatadaptatie) en het ontharden en vergroenen van de openbare ruimte.
2
Juridische context De Visie en het Programma vormen samen het wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan (artikel 4.22 Wet Milieubeheer). In de Wet Milieubeheer is opgenomen dat elke gemeente een door de raad vastgesteld Gemeentelijk Rioleringsplan moet hebben waarin minimaal het volgende is opgenomen: 1. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor invulling van de zorgplichten; 2. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen; 3. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen worden of zullen worden beheerd; 4. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten; 5. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. De wettelijke verplichting tot het hebben van een Gemeentelijk Rioleringsplan vervalt met de invoering van de Omgevingswet (per 1 januari 2024). Vanaf dat moment moet het water- en rioleringsbeleid een plek krijgen in de gemeentelijke omgevingsvisie, maatregelen en middelen in het omgevingsprogramma en de regels in het omgevingsplan. Doordat we het beleid nu al hebben vastgelegd in een Visie en de maatregelen en middelen in een Programma geven we al invulling aan de systematiek van de Omgevingswet.
Met de invoering van de Omgevingswet vervalt tevens de wettelijke verplichting dat de raad het Programma vaststelt. Het vaststellen van het Programma Water en Riolering wordt dan een bevoegdheid van het college. De raad ontvangt het Programma Water en Riolering dan alleen nog ter informatie. Het vaststellen van het rioolheffingstarief blijft wel de bevoegdheid van de raad. Beslistermijn Geen specifieke beslistermijn voorzien, het voorstel loopt mee met de Voorjaarsnota 2023. Beoogd effect Met het Programma Water en Riolering leggen we de activiteiten en de daarvoor benodigde middelen vast om het water- en rioleringssysteem in Utrecht gezond, robuust en toekomstbestendig voor iedereen te houden. Hiermee leveren we een bijdrage aan maatschappelijke opgaven voor de stad, waarvan de belangrijkste zijn: • De basis op orde, door het borgen van een robuust water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een toekomstbestendige stad via een klimaatbestendig en circulair water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een gezonde leefomgeving, door het realiseren van een gezond water- en rioleringssysteem voor zowel mens, plant als dier.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - 19 april 2023: Raadsbrief Indicatoren, tussendoelen klimaatadaptatie en biodiversiteitsagenda - 6 december 2022: Raadsbrief Amfibievriendelijke kolken - 7 juli 2022: Raadsbesluit Programma water en riolering Utrecht 2023-2027.pdf - 1 april 2022: Raadsbrief stand van zaken (bouw)kostenstijging - 3 februari 2022: Raadsbesluit Visie Water en Riolering Utrecht.pdf - 3 februari 2022: Raadsbesluit Visie Klimaatadaptatie Utrecht.pdf - 3 februari 2022: Raadsbesluit Programma Water en Riolering 2022-2026.pdf - 19 januari 2022: Raadsbrief Visie Klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering n.a.v. MGOR - 17 juni 2021: Raadsbrief Start inspraak Visie Klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het programma Water en Riolering Utrecht 2024-2028 vast te stellen met als belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027: a. Aangepaste budgetten als gevolg van de sterke inflatie in 2022 en de verwachte inflatie 2023-2024. 3
b. Een iets mindere groei van de geprogrammeerde rioolvervangingsinvesteringen vanaf 2025. c. Het standaard amfibievriendelijk maken van kolken bij rioolvervanging en plaatsen van uitklimmatten in bestaande kolken op knelpuntlocaties inclusief financiële dekking vanuit de rioolheffing. d. Een beter leesbare versie van de bijdrageregeling niet-rioleringsprojecten. Argumenten 1.1
Doorvoeren van een inflatiecorrectie is nodig om kostendekkend te blijven. Het uitgangspunt van de Rioolheffing is een 100% kostendekkende belasting. Doorvoeren van een inflatiecorrectie is nodig om alle voorgenomen activiteiten te kunnen dekken.
1.2
De kostenstijging beperken is nodig om de tariefstijging binnen de in de Visie Water en Riolering afgesproken bandbreedte te houden. Door de groei van de geprogrammeerde rioolvervangingsinvesteringen vanaf 2025 te temporiseren naar 0,9 km per jaar en scherp te begroten op met name onderzoek, personeelskosten en subsidies, vangen we de hoge kostenstijging als gevolg van de sterke inflatie grotendeels op. We zien dat zonder grote ontwikkelingen met deze beleidswijzigingen de kosten vanaf 2025 jaarlijks met ruim 4% exclusief inflatiecorrectie stijgen. Dit leidt voor 2025 en verder tot een verwachte jaarlijkse tariefstijging van circa 2,5% (exclusief inflatiecorrectie), waarmee we net binnen de in de Visie Water en Riolering afgesproken jaarlijkse bandbreedte van 1,5 – 2,5% (exclusief inflatiecorrectie) blijven.
1.3
Amfibievriendelijke kolken dragen bij aan een diervriendelijke stad. Utrecht is een diervriendelijke stad. Daarom maken we kolken voortaan standaard amfibievriendelijk bij nieuwbouw en riool-vervanging en plaatsen we uitklimmatten in bestaande kolken op knelpuntlocaties waar we niet op korte termijn aan de slag gaan. De kosten bij rioolvervanging dekken we uit de rioolheffing, de kosten voor nieuwbouw uit de ontwikkeling. We onderzoeken samen met deskundigen of we in wijken met veel trekkende amfibieën al eerder passende maatregelen kunnen nemen.
1.4
De aanpassing van de Bijdrageregeling niet-rioleringsprojecten is nodig voor de leesbaarheid van de regeling. Met de tekstuele aanpassingen in de regeling wordt de leesbaarheid verbeterd (zie Bijlage Tekstuele wijzigingen Bijdrageregeling niet-rioleringsprojecten). Het gaat bijvoorbeeld om verheldering van de werkwijze en eisen aan de aanvraag. Zo blijven we bijdragen aan herinrichtingsprojecten in de openbare ruimte die niet voortkomen uit rioolvervangingsprojecten of projecten om wateroverlast op te lossen.
Kanttekeningen/ Risico’s 1.1
De aanpassingen in het beleid zijn net genoeg om de jaarlijkse kostenontwikkeling vanaf 2025 (exclusief inflatiecorrectie) binnen de in de Visie Water en Riolering afgesproken bandbreedte te houden. Met het temporiseren van de groei van de rioolvervangingsinvesteringen vanaf 2025 en scherp te begroten op met name onderzoek, personeelskosten en subsidies dempen we de komende jaren de jaarlijkse kostenstijging tot ruim 4% per jaar exclusief inflatiecorrectie. Hiermee zitten we aan de bovengrens van de in de Visie Water en Riolering afgesproken jaarlijkse bandbreedte van 1,5-2,5% (exclusief inflatiecorrectie). Er is echter geen ruimte meer om tegenvallers op te
4
vangen en toch binnen de afgesproken kaders van de Visie Water en Riolering te blijven. Beslispunt 2
Een maximumbedrag van 4 miljoen in de egalisatiereserve aan te houden voor het opvangen van tegenslagen in uitgaven en inkomsten in twee opeenvolgende jaren, en de hoogte van dit bedrag indien nodig te actualiseren op basis van de onderbouwing in het Programma Water en Riolering.
Argumenten 2.1
Voor de egalisatiereserve riolering ontbreekt een afgesproken maximale omvang. Hoewel de Nota Reserves van de gemeente stelt dat voor elke reserve een maximale omvang moet worden vastgesteld, is dit voor de egalisatiereserve riolering tot op heden nooit gebeurd. Met dit raadsbesluit vullen we deze lacune in. We stellen voor voortaan een maximumbedrag van 4 miljoen in de egalisatiereserve aan te houden (zie paragraaf 6.3.3) en dit bedrag bij actualisatie van het Programma bij te stellen op basis van de onderbouwing. Het maximumbedrag hebben we onderbouwd door een inschatting te maken van mogelijke tegenvallers in uitgaven en inkomsten. Het opvangen van twee opeenvolgende jaren is wenselijk omdat het twee jaar duurt voordat je via aanpassing van de rioolheffing kan bijsturen. Tegenvallers naar aanleiding van 2022 worden pas bij het opstellen van de jaarstukken in 2023 geconstateerd. Op dat moment is de tariefstelling 2023 al bekend, en kun je pas bijsturen in de heffing van 2024. Jaarlijks zal bij de Voorjaarsnota worden voorgesteld hoe het bedrag boven het maximum wordt ingezet.
Beslispunt 3
Behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen bij de vaststelling van de rioolheffing 2024 in te zetten op een tariefstijging van 3,7% ten opzichte van 2023.
Argumenten 3.1
Een tariefstijging van 3,7% inclusief inflatiecorrectie is nodig om kostendekkend te blijven. De verwachte kostenstijging van 2023 naar 2024 bedraagt inclusief inflatiecorrectie 2,3 miljoen ofwel 5,2%. Deze stijging bestaat voor 3,2% uit inflatie en voor 2% uit overige kostenstijgingen. Bij het Programma Water en Riolering 2023-2027 zijn nieuwe eenheidsbedragen vastgesteld die nog steeds toereikend zijn. Daarom hebben we geen inflatiecorrectie op deze posten doorgevoerd en blijven de gevolgen van de inflatie beperkt. Voor de energiekosten voor de rioolgemalen zijn we ervan uitgegaan dat deze gelijk blijven aan de verwachte kosten voor 2023. Omdat we verwachten dat het aantal rioolheffing betalende eigenaren van 2023 naar 2024 met circa 3.000 stijgt nemen onze inkomsten toe en kunnen we volstaan met een lagere procentuele stijging van de rioolheffing. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten volstaat behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen voor 2024 een tariefstijging van 3,7% om kostendekkend te blijven. Met een tariefstijging exclusief inflatiecorrectie van ca. 1,5% blijven we in 2024 ruim binnen de in de Visie afgesproken bandbreedte voor de jaarlijkse kostenstijging (exclusief inflatiecorrectie) van 1,5-2,5%.
Financiën Na vaststelling van de jaarstukken 2022 zit er 8,6 miljoen in de egalisatiereserve. Bij de Voorjaarsnota 2023 wordt voorgesteld hiervan 4,6 miljoen te onttrekken ten gunste van de algemene middelen. We
5
willen in de egalisatiereserve een bedrag van 4 miljoen behouden voor als uitgaven en inkomsten tegenvallen.
Vervolg Het volgende Programma Water en Riolering 2025-2029 wordt als onderdeel van de Voorjaarsnota 2024 aan de raad aangeboden. Dit zal niet meer ter besluitvorming zijn, maar ter informatie, omdat na invoering van de Omgevingswet het college bevoegd is om het uitvoeringsprogramma vast te stellen (zie juridisch kader). Naast het meerjarenprogramma wordt jaarlijks in de Programmabegroting en de Verantwoording de voortgang van het betreffende jaar beschreven. Bij de behandeling van de Programmabegroting 2024 stelt de raad het daadwerkelijke jaarbudget en de verordening Rioolheffing 2024 vast met daarin het daadwerkelijke eigenaren- en grootverbruikerstarief. Dit biedt de gelegenheid om nog aanpassingen door te voeren mochten zich gedurende dit jaar nog majeure ontwikkelingen voordoen.
Participatie Over het Programma Water en Riolering 2024-2028 heeft geen participatie plaatsgevonden. Wel zijn de diverse onderzoeken en vervangingsinvesteringen afgestemd met de andere gemeentelijke programma’s en waar van belang met externe partijen.
Communicatie Er is geen specifieke communicatie voorzien. Voor communicatie over de rioolheffing liften we mee met de gemeente brede communicatie over de programmabegroting. Specifieke communicatie doen we waar nodig bij de individuele projecten en overige activiteiten.
Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Programma Water en Riolering Utrecht 2024-2028 Bijlagen informatief - Overzicht Tekstuele wijzigingen Bijdrageregeling niet-rioleringsprojecten - Rioolvervangingsplanning t/m 2030 (arcgis.com) - Mechanische rioolvervangingsplanning t/m 2030 (arcgis.com) - Meerjaren baggerplanning (arcgis.com)
6