CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027.docx

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Programma Water en Riolering Utrecht 2023-20272.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Openbare Ruimte Stadsbedrijven Erwin Rebergen 9952301 volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027 vast te stellen met als belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Programma Water en riolering Utrecht 2022-2026: a) Het aanpassen van de budgetten als gevolg van de sterke inflatie in 2021 en de verwachte inflatie 2022-2023. b) Het aanvullend op de inflatiecorrectie aanpassen van de eenheidsprijs voor het baggeren als gevolg van strengere kwaliteitseisen voor de verwerking van bagger en het steeds schaarser worden van verwerkingslocaties. c) Het aanvullend op de inflatiecorrectie aanpassen van de eenheidsprijs voor rioolvervangingen als gevolg van hogere kosten voor het klimaatbestendig maken van het straatprofiel, omdat het straatprofiel gemiddeld breder blijkt dan eerder voorzien. d) Een geactualiseerde planning van de rioolvervangingsprojecten, waarmee we zoveel mogelijk werk met werk maken en een impuls geven aan de integrale vernieuwing van de openbare ruimte. 2. Behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen bij de vaststelling van de rioolheffing 2023 bij de programmabegroting 2023 in te zetten op een tariefstijging van 3,8% ten opzichte van 2022. 3. Pas bij de vaststelling van het Programma 2024-2028 te besluiten hoe om te gaan met de gevolgen van de sterke kostenstijging voor de jaren 2024 en verder.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting De Visie Water en Riolering Utrecht bevat de gemeentelijke visie en strategie voor het omgaan met afvalwater, hemelwater, grondwateroverlast en het oppervlaktewater dat de gemeente in onderhoud heeft. De uitwerking van de visie loopt via het Programma Water en Riolering dat jaarlijks bij de Voorjaarsnota wordt geactualiseerd en door de raad wordt vastgesteld. Voor het Programma Water en Riolering 2023-2027 is de sterk gestegen inflatie de belangrijkste ontwikkeling t.o.v. het programma Water en Riolering 2022-2026. Dit leidt tot een verwachte kostenstijging van 2022 naar 2023 van 5,9%. Behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen voor de rioolheffing 2023 in te zetten op een tariefstijging van 3,8% ten opzichte van 2022 om kostendekkend te blijven.

Context Aanleiding De gemeente heeft vanuit de wet een aantal specifieke zorgplichten en daarmee taken op het gebied van water en riolering. Het Programma Water en Riolering 2023-2027 bevat de voorgenomen activiteiten voor de periode 2023-2027 om invulling te geven aan de zorgplichten. Het programma komt voort uit de Visie Water en Riolering, waarin het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van deze zorgplichten is vastgelegd. De Visie Water en Riolering en het Programma Water en Riolering vormen samen het wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan. Het Programma wordt jaarlijks geactualiseerd bij de Voorjaarsnota en door de raad vastgesteld. Hiermee wordt zo goed mogelijk aangesloten bij het proces en de besluitvorming over vergelijkbare programma’s zoals het Meerjarenprogramma Utrechts Vastgoed (MPUV), het Meerjarenperspectief Ruimte (MPR) en het Meerjareninvesteringsprogramma (MJIP) Openbare Ruimte. Het Programma Water en Riolering is evenals de Visie thematisch ingedeeld volgens de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Per thema wordt ingegaan op de activiteiten dagelijks onderhoud, groot onderhoud, vervangingen en verbeteringen en beleid en onderzoek. Daar waar deze onderdelen meerdere thema’s betreffen zijn ze beschreven bij het thema waar de activiteit de meeste aansluiting heeft.

Juridische context De Visie en het Programma Water en Riolering vormen samen het wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan (artikel 4.22 Wet Milieubeheer). In de Wet Milieubeheer is opgenomen dat elke gemeente een door de raad vastgesteld Gemeentelijk Rioleringsplan moet hebben waarin minimaal het volgende is opgenomen: 1. een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor invulling van de zorgplichten; 2. een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen; 3. een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen worden of zullen worden beheerd; 4. de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten; 5. een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. De wettelijke verplichting tot het hebben van een Gemeentelijk Rioleringsplan vervalt met de invoering van de Omgevingswet (naar verwachting per 1 januari 2023). Vanaf dat moment moet het water- en rioleringsbeleid een plek krijgen in de gemeentelijke omgevingsvisie, maatregelen en middelen in het omgevingsprogramma en de regels in het omgevingsplan.

Door het beleid nu al vast te leggen in een Visie en de maatregelen en middelen in een Programma geven we al invulling aan de systematiek van de Omgevingswet, waardoor het na invoering van de Omgevingswet gemakkelijker wordt het water- en rioleringsbeleid te implementeren in de gemeentelijke Omgevingsvisie en het gemeentelijke Omgevingsprogramma. Met de invoering van de Omgevingswet vervalt tevens de wettelijke verplichting dat de raad het Programma vaststelt. Het vaststellen van omgevingsprogramma’s wordt dan een bevoegdheid van het college. Het vaststellen van het rioolheffingstarief blijft wel de bevoegdheid van de raad. Beoogd effect Met het Programma Water en Riolering leggen we de activiteiten en de daarvoor benodigde middelen vast om het water- en rioleringssysteem in Utrecht gezond, robuust en toekomstbestendig voor iedereen te houden. Hiermee leveren we een bijdrage aan 2

maatschappelijke opgaven voor de stad, waarvan de belangrijkste zijn: • De basis op orde, door het borgen van een robuust water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een toekomstbestendige stad via een klimaatbestendig en circulair water- en rioleringssysteem. • Het realiseren van een gezonde leefomgeving, door het realiseren van een gezond water- en rioleringssysteem voor zowel mens, plant als dier. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening - 1 april 2022: Raadsbrief stand van zaken (bouw)kostenstijging - 3 februari 2022. Raadsbesluit Visie water en riolering Utrecht - 3 februari 2022. Raadsbesluit Visie Klimaatadaptatie Utrecht - 3 februari 2022. Raadsbesluit Programma Water en Riolering 2022-2026 - 19 januari 2022: Raadsbrief over Visie Klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering n.a.v. commissie MGOR. - 17 juni 2021: Raadsbrief, start inspraak Visie Klimaatadaptatie en Visie Water en Riolering

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt

1

Het Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027 vast te stellen met als belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het Programma Water en riolering Utrecht 2022-2026: a) Het aanpassen van de budgetten als gevolg van de sterke inflatie in 2021 en de verwachte inflatie 2022-2023. b) Het aanvullend op de inflatiecorrectie aanpassen van de eenheidsprijs voor het baggeren als gevolg van strengere kwaliteitseisen voor de verwerking van bagger en het steeds schaarser worden van verwerkingslocaties. c) Het aanvullend op de inflatiecorrectie aanpassen van de eenheidsprijs voor rioolvervangingen als gevolg van hogere kosten voor het klimaatbestendig maken van het straatprofiel, omdat het straatprofiel gemiddeld breder blijkt dan eerder voorzien. d) Een geactualiseerde planning van de rioolvervangingsprojecten, waarmee we zoveel mogelijk werk met werk maken en een impuls geven aan de integrale vernieuwing van de openbare ruimte.

Argumenten 1.1

Met het Programma wordt invulling gegeven aan de doelstellingen uit de Visie Water en Riolering Het Programma Water en Riolering bevat een overzicht van de activiteiten en de benodigde middelen om invulling te geven aan de doelstellingen in de Visie Water en Riolering aangekondigde activiteiten.

1.2

Het Programma geeft voor de komende vijf jaar inzicht in de besteding van de gelden uit de rioolheffing en de verwachte ontwikkeling van de rioolheffing De jaarlijkse programmabegroting geeft alleen inzicht in de totale inkomsten uit de rioolheffing en de kosten die daaruit gedekt worden. De verdeling van het budget is niet inzichtelijk. Ook is het lastig zicht te krijgen op de verwachte meerjarige kostenontwikkeling en de gevolgen daarvan voor de rioolheffing. Het Programma geeft deze informatie wel en voorziet daarmee in een behoefte, zeker nu de rioolvervangingsinvesteringen steeds bepalender worden voor de mogelijkheden om de openbare ruimte te vernieuwen. Daarom bevat het Programma ook een overzicht van de belangrijkste rioolvervangingsprojecten voor de komende vijf jaar. De geraamde 3

kosten en kostendekkende tarieven in het Programma zijn richtinggevend. Het daadwerkelijke jaarbudget en het daadwerkelijke tarief voor de rioolheffing worden elk jaar voor het daaropvolgende jaar door de Raad vastgesteld als onderdeel van de Programmabegroting. Kanttekeningen/Risico's 1.1

De gehanteerde eenheidsprijzen en kostenramingen in het Programma Water en Riolering 2023-2027 zijn onzeker gezien de huidige knelpunten in de bouwwereld en de sterke prijsstijgingen. Binnen de bouwwereld zien we momenteel twee majeure knelpunten: • beschikbaarheid van (bouw)materialen en personeel; • sterke prijsstijgingen. Deze ontwikkelingen hebben, bij ongewijzigd beleid, een impact op de kosten van een project of contract. Daarnaast is het onzeker of we alle projecten binnen de beoogde planning kunnen realiseren, omdat niet op alle aanbestedingen ook daadwerkelijk door aannemers wordt ingeschreven. Dit laatste kan leiden tot uitstel van projecten, wat de financiële druk door de stijgende prijzen op de korte termijn kan verlagen. Het verhogen van de eenheidsprijzen is nodig om de nu bekende prijsstijgingen op te kunnen vangen binnen de individuele projecten die nu in voorbereiding zijn. Voor de projecten die in uitvoering zijn of nog in 2022 in uitvoering gaan zijn in de voorziening voor de investeringen en in de bestemmingsreserve voldoende middelen beschikbaar om kostenstijgingen op te vangen. Het jaar 2022 is echter nog maar net begonnen, dus er zullen zich ongetwijfeld nog onvoorziene ontwikkelingen voordoen. Vandaar dat de bedragen in de begroting vooral als richtinggevend beschouwd moeten worden.

Beslispunt 2

Behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen bij de vaststelling van de rioolheffing 2023 bij de programmabegroting 2023 in te zetten op een tariefstijging van 3,8% ten opzichte van 2022.

Argumenten 2.1

Een tariefstijging van 3,8% inclusief inflatiecorrectie is nodig om kostendekkend te blijven. De verwachte kostenstijging van 2022 naar 2023 bedraagt 2,6 miljoen ofwel 5,9%. Voor de gemiddelde inflatie van 2022-2023 zijn we uitgegaan van 3,5%. Dit is een gemiddelde van de verwachte loonontwikkeling van 2,5% en de verwachte stijging in de Grond Weg en Waterbouw van 4,1% (bron raadsbrief stand van zaken (bouw)kostenstijging van 1 april 2022). De kostenontwikkeling exclusief inflatiecorrectie bedraagt hiermee 2,4%. Omdat het aantal rioolheffing betalende eigenaren ook van 2022 naar 2023 weer met circa 3.000 stijgt, kunnen we volstaan met een lagere procentuele stijging van de rioolheffing. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten voor de inflatiecorrectie volstaat behoudens grote onvoorziene ontwikkelingen voor 2023 een tariefstijging van 3,8% om kostendekkend te blijven. De egalisatiereserve houden we achter de hand voor tegenvallers of voor de situaties dat de verwachte tariefstijging buiten de vastgestelde bandbreedte komt (zie ook beslispunt 3).

Beslispunt 3

Pas bij de vaststelling van het Programma 2024-2028 te besluiten hoe om te gaan met de gevolgen van de sterke kostenstijging voor de jaren 2024 en verder. 4

Argumenten 3.1

Aanpassing van het beleid vanaf 2024 is nodig, omdat we zien dat bij voortzetting van de huidige rioolvervangingsprogrammering de kostenontwikkeling (exclusief inflatiecorrectie) hoger zal zijn dan de in de Visie Water en Riolering afgesproken bandbreedte Op basis van de nieuwe eenheidsprijzen voor rioolvervangingen en de huidige vervangingsplanning zien we dat vanaf 2024 de kosten exclusief inflatiecorrectie jaarlijks met 5-6 % blijven stijgen. Dit leidt voor 2024 en verder bij ongewijzigd beleid tot een jaarlijkse tariefstijging van circa 4% (exclusief inflatiecorrectie), waarmee we hoger uitkomen dan de in de Visie Water en Riolering afgesproken jaarlijkse bandbreedte van 1,5 – 2,5% (exclusief inflatiecorrectie). Een beleidswijziging is dus nodig om deze kostenstijging op te vangen. Denk hierbij aan het minder snel laten stijgen van de vervangingsinspanning. Een andere optie is om de planning nog niet meteen aan te passen en eerst de voorziening en de egalisatiereserve in te zetten om de tarieven minder te laten stijgen. Een derde optie is het sterker laten stijgen van de rioolheffing dan voorzien in de Visie Water en Riolering.

3.2

De situatie is op vele fronten te onzeker om nu een beleidswijziging door te voeren. Conform de lijn in de Visie Water en Riolering en het principe van ontwikkelend beheer combineren we onze rioolvervangingen zoveel mogelijk met andere ingrepen in de openbare ruimte en spelen we zoveel mogelijk in op maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, circulaire stad, verkeersveiligheid en het vergroenen van de leefomgeving. Dit betekent ook dat eventuele herprogrammering van de rioolvervangingen direct gevolg heeft voor de programmering vanuit andere beleidsvelden, omdat de integrale openbare ruimte projecten vanuit meerdere programma’s gefinancierd worden. Herprogrammering kan dus alleen als hier gemeente breed voor gekozen wordt. Daarnaast is de prijsontwikkeling momenteel nog erg onzeker en zien we aan de ander kant dat lopende projecten vertraging oplopen door capaciteitsgebrek en doordat niet op alle aanbestedingen ook daadwerkelijk door aannemers wordt ingeschreven. Vertraging van de lopende projecten zorgt ervoor dat de financiële druk door de stijgende prijzen op de korte termijn weer beperkt wordt.

Financiën De sterk gestegen inflatie is de belangrijkste ontwikkeling t.o.v. het programma Water en Riolering 2022-2026. Het betreft hier de verwachte inflatie tussen 1 januari 2022 en 2023 en de daadwerkelijke inflatie die met name in het tweede deel van 2021 heeft plaatsgevonden. Voor de verwachte inflatie van 2022 naar 2023 zijn we uitgegaan van 3,5%. Deze inflatie bestaat uit een samenvoeging van 2,5% verwachte loonkostenstijging en 4,1% stijging van de kosten in de grond-, weg- en waterbouw (zie raadsbrief over de stand van zaken (bouw)kostenstijging van 1 april jl.). Daarnaast zien we dat in de grond-, weg- en waterbouw in heel 2021 zich een kostenstijging heeft voorgedaan van ruim 11%, waar we op het moment van het opstellen van het Programma 2022-2026 nog geen zicht op hadden. Deze werkt vooral door in de posten waar het aandeel materieel en materiaal groot is en de personeelskosten relatief gering, te weten de investeringen en het groot onderhoud. Als gevolg daarvan hebben we: a) De eenheidsprijs voor het baggeren verhoogd van € 37 naar € 45 per m3, naast de inflatiecorrectie ook door strengere eisen aan af te zetten bagger en het steeds lastiger te vinden van beschikbare verwerkingslocaties.

b) De eenheidsprijs voor rioolvervangingen verhoogd van € 1.720,- naar € 2.000,- per meter te vervangen rioolbuis, naast de inflatiecorrectie ook omdat in de lopende projecten het gemiddelde, af te koppelen straatprofiel breder blijkt dan voorzien. Dit alles leidt tot een verwachte kostenstijging van 2022 naar 2023 van 2,6 miljoen ofwel 5,9%. Exclusief de gemiddelde inflatiecorrectie van 3,5% blijven we met een kostenstijging van 2,4% ruim binnen de in de Visie Water en Riolering afgesproken bandbreedte voor de jaarlijkse kostenstijging

5

(exclusief inflatiecorrectie).. Omdat het aantal rioolheffing betalende eigenaren ook van 2022 naar 2023 weer met circa 3.000 stijgt, kunnen we volstaan met een lagere procentuele stijging van de rioolheffing. Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten voor de inflatiecorrectie volstaat voor 2023 een tariefstijging van 3,8% om kostendekkend te blijven. Op basis van de nieuwe eenheidsprijzen voor rioolvervangingen en de huidige vervangingsplanning zien we dat na 2023 de kosten jaarlijks met 5-6 % (exclusief inflatiecorrectie) blijven stijgen. Dit leidt voor 2024 en verder bij ongewijzigd beleid tot een jaarlijkse tariefstijging van circa 4% (exclusief inflatiecorrectie), waarmee we hoger uitkomen dan de in de Visie Water en Riolering afgesproken jaarlijkse stijging van 1,5 – 2,5% (exclusief inflatiecorrectie). Conform het gemeente brede beleid nemen we de tijd om de gevolgen goed in beeld te brengen en komen we bij het Programma 20242028 met een voorstel hoe hiermee om te gaan. Denk hierbij aan het minder snel laten stijgen van de vervangingsinspanning. Een andere optie is om de planning nog niet meteen aan te passen en eerst de voorziening en de egalisatiereserve in te zetten om de tarieven minder te laten stijgen. Een derde optie is het sterker laten stijgen van de rioolheffing dan voorzien in de Visie Water en Riolering.

Vervolg Het Programma Water en Riolering wordt jaarlijks geactualiseerd bij de Voorjaarsnota en kijkt daarbij steeds vijf jaar vooruit. Het volgende Programma Water en Riolering 2024-2028 wordt daarmee als onderdeel van de Voorjaarsnota 2023 aan de Raad aangeboden. Naast het meerjarenprogramma wordt jaarlijks in de Programmabegroting en de Verantwoording de voortgang van het betreffende jaar beschreven. Bij de behandeling van de Programmabegroting 2023 stelt de raad de verordening Rioolheffing 2023 vast waarin daadwerkelijk het eigenaren- en grootverbruikerstarief voor het betreffende jaar worden vastgesteld. Dit biedt de gelegenheid om nog aanpassingen door te voeren mochten zich gedurende dit jaar nog majeure ontwikkelingen voordoen.

Participatie Over het Programma Water en Riolering 2023-2027 heeft geen participatie plaatsgevonden. Wel zijn de diverse onderzoeken en vervangingsinvesteringen afgestemd met de andere gemeentelijke programma’s en waar van belang met externe partijen.

Communicatie Er is geen specifieke communicatie voorzien. Voor communicatie over de rioolheffing liften we mee met de gemeente brede communicatie over de programmabegroting. Specifieke communicatie doen we waar nodig bij de individuele projecten en overige activiteiten.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Programma Water en Riolering Utrecht 2023-2027 Bijlagen informatief - Rioolinvesteringsplanning 2023 t/m 2027 Rioolvervangingsplanning t/m 2027 (arcgis.com) - Meerjaren baggerplanning Meerjaren baggerplanning (arcgis.com)

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ba0212a3-2a46-4cba-abbd-f957161c8988