CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Programma energie besparen gebouwde omgeving 2022-2030.docx

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Programma energie besparen gebouwde omgeving 2022-20303.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Programma energie besparen gebouwde omgeving 20222030 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Energie Ontwikkelorganisatie Ruimte Inge van de Klundert 9773224 volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1) Het Programma energie besparen gebouwde omgeving 2022-2030 deel 1 vast te stellen met de volgende doelstellingen: a) Het programma richt zich op energie besparen in de gebouwde omgeving te weten gebouweigenaren van woningen en zakelijk & maatschappelijk vastgoed; b) Een besparing van 30% op het energieverbruik in 2050 te hanteren ten opzichte van het energieverbruik in 2020; c) Voor 2030 een besparing van 10% te hanteren ten opzichte van het energieverbruik in 2020; bij het programma de volgende uitgangspunten te hanteren: a) Iedereen doet mee aan energie besparen b) Iedereen doet op eigen tempo de benodigde aanpassingen; op een natuurlijk of een van buitenaf gecreëerd verandermoment c) Verandermomenten laten we niet onbenut of een gemiste kans zijn; iedereen past toekomstbestendige maatregelen toe.

d) Iedereen die dat wenst kan van het begin tot het eind informatie, advies en ondersteuning krijgen: het ontzorgen van de zogenoemde ‘klantreis’ e) Naast de gemeente, gaan ook andere partijen bewoners, bedrijven en instellingen op het juiste moment attenderen en helpen om energie te besparen; en het programma volgens de volgende drie strategische lijnen uit te voeren: a) Een stadsbrede aanpak met een focus op 1) (natuurlijke) verandermomenten en 2) gebouwen met het meeste besparingspotentieel b) In de buurtaanpakken uit de Transitievisie Warmte boven op het aanbod dat via de wijkgerichte aanpak komt, in te zetten op een intensivering in tijd van de aanpak energie besparen om (ook) energiebesparende maatregelen te nemen; c) Buurtinitiatieven voor energie besparen te faciliteren met financiële ondersteuning in de vorm van subsidies en het verbeteren van de kennisuitwisseling tussen initiatieven. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Het programma energie besparen in de gebouwde omgeving is een uitwerking van één van de drie sporen om over te stappen op schone energie in Utrecht. In het programma is een strategie, visie en doelstelling op energie besparen in de gebouwde omgeving van Utrecht uitgewerkt voor woningen en zakelijk- en maatschappelijk vastgoed. In het tweede en derde deel van dit programma zijn de uitvoeringsplannen voor woningen en zakelijk- en maatschappelijk vastgoed uitgewerkt. Deze onderdelen worden ter informatie aan de raad gestuurd.

Context Aanleiding In 2021 is tweemaal een toezegging aan de raad gedaan om een programma energie besparen in Q1 2022 aan de raad te sturen (2021/T291 en 2021/T174). In één van de toezeggingen is gevraagd aandacht te besteden aan gedragsverandering. Het programma energie besparen in de gebouwde omgeving geeft invulling aan deze toezeggingen. In het programma is de inzet voor energie besparen bij woningen en zakelijk- en maatschappelijk vastgoed onder één overkoepelende doelstelling, visie en strategie opgenomen. Ook is aangegeven waar en wanneer de inzet op energie besparen wordt geïntensiveerd. In het tweede en derde deel zijn de uitvoeringsplannen energie besparen bij woningen en zakelijk- en maatschappelijk vastgoed te vinden. In deze uitvoeringsplannen is op basis van de bestaande en nieuwe instrumenten te zien hoe aan het programma energie besparen uitvoering wordt gegeven. Het Programma energie besparen gebouwde omgeving 2022-2030 geeft mede uitvoering aan de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek ‘Grip op Energietransitie’. Juridische context Het programma energie besparen gebouwde omgeving (deel I) met strategische beleidsuitspraken ligt ter besluitvorming aan de raad voor. Vooruitlopend op de Energievisie bevat het programma een visie en strategie op energie besparen in gebouwde omgeving die ook in de aangekondigde Energievisie gaat landen.

De Energievisie wordt naar verwachting in Q4 2022 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. De visie en de doelstelling uit het programma energie besparen, worden overgenomen in de Energievisie. Bij de Energievisie brengen we nader in kaart wat de juridische consequenties zijn van de uitvoering van de onderliggende programma’s. Nieuwe kaders of aanvullingen die bij de besluitvorming over het Programma energie besparen worden toegevoegd, zullen ook worden verwerkt in de Energievisie. De uitvoeringsplannen (deel 2 en 3) zijn een uitwerking van het programma energie besparen voor respectievelijk wonen en zakelijk- en maatschappelijk vastgoed over hoe de doelstelling uit het programma wordt gerealiseerd. Het is een bevoegdheid van het college om deze uitvoeringsprogramma’s vast te stellen. Deze uitvoeringsprogramma’s vallen onder het onverplichte programma van de in te voeren Omgevingswet (uitgesteld tot nadere orde). Het onverplichte programma is een instrument dat op eigen initiatief en behoefte inzetbaar is. Het programma Energie besparen in de gebouwde omgeving bindt de gemeente zelf aan de beleidsuitspraken die worden gedaan in het programma.

Burgers of bedrijven kunnen op basis van dit programma geen bezwaar en beroep instellen en zijn niet gebonden aan de uitvoering van deze beleidsuitspraken Beoogd effect Het programma energie besparen gebouwde omgeving geeft invulling aan de visie en strategie om te werken aan een 30% besparingsdoelstelling op het energieverbruik in de stad uiterlijk in 2050. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • Raadsbrief Prestatieafspraken gemeente woningcorporaties en huurdersorganisaties 2022-2026, 23 december 2021 • Raadsbrief Diervriendelijk na-isoleren particuliere woningeigenaren, 9 december 2021 • Raadsbrief Energielabel C voor kantoren, 2 december 2021 • Raadsbrief Uitbreiding aanbod bewoners en buurtinitiatieven energie, 9 november 2021 • Raadsbrief Uitbreiding, actualisatie en verlenging van subsidie ‘Energieadvies aan huis en Trajectbegeleiding’, 25 juni 2021

2

• • • •

Raadsbrief Aanvullende storting fonds duurzaamheidsleningen, 14 mei 2021 Raadsbrief Duurzaamheidsverslag 2020 en Voortgangsrapportage Energie van de stad 2020 inclusief Bomenbalans en Voortgangsrapportage Meerjaren Groenprogramma, 30 april 2021 Raadsbrief Transitievisie warmte: resultaten onderzoek aardgasvrije bedrijventerreinen, 20 april 2021 Transitievisie Warmte (Deel I en Deel II), 3 juni 2021 en 25 november 2021.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Het programma energie besparen gebouwde omgeving 2022-2030 deel 1 vast te stellen met de volgende doelstellingen: a) Het programma richt zich op energie besparen in de gebouwde omgeving te weten gebouweigenaren van woningen en zakelijk & maatschappelijk vastgoed; b) Een besparing van 30% op het energieverbruik in 2050 te hanteren ten opzichte van het energieverbruik in 2020; c) Voor 2030 een besparing van 10% te hanteren ten opzichte van het energieverbruik in 2020; bij het programma de volgende uitgangspunten te hanteren: a) Iedereen doet mee aan energie besparen b) Iedereen doet op eigen tempo de benodigde aanpassingen; op een natuurlijk of een van buitenaf gecreëerd verandermoment c) Verandermomenten laten we niet onbenut of een gemiste kans zijn; iedereen past toekomstbestendige maatregelen toe.

d) Iedereen die dat wenst kan van het begin tot het eind informatie, advies en ondersteuning krijgen: het ontzorgen van de zogenoemde ‘klantreis’ e) Naast de gemeente, gaan ook andere partijen bewoners, bedrijven en instellingen op het juiste moment attenderen en helpen om energie te besparen; en het programma volgens de volgende drie strategische lijnen uit te voeren: a) Een stadsbrede aanpak met een focus op 1) (natuurlijke) verandermomenten en 2) gebouwen met het meeste besparingspotentieel b) In de buurtaanpakken uit de Transitievisie Warmte boven op het aanbod dat via de wijkgerichte aanpak komt, in te zetten op een intensivering in tijd van de aanpak energie besparen om (ook) energiebesparende maatregelen te nemen; c) Buurtinitiatieven voor energie besparen te faciliteren met financiële ondersteuning in de vorm van subsidies en het verbeteren van de kennisuitwisseling tussen initiatieven.

Argumenten 1.1

Energie besparen in de gebouwde omgeving is een belangrijke pijler om de klimaatdoestelling van de stad te kunnen realiseren en biedt veel voordelen Energie besparen is een belangrijk onderdeel van de overstap naar duurzame energie in de stad om zo de klimaatdoelstelling in de stad te kunnen realiseren. Het is belangrijk om het energie verbruik in de stad terug te brengen, omdat energie die niet wordt gebruikt, niet duurzaam hoeft worden opgewekt. Gezien de beperkte ruimte in de stad voor het opwekken van duurzame energie en de schaarste aan hoge temperatuur warmtebronnen in de stad is het belangrijk het verbruik van energie zo veel mogelijk terug te dringen. Uit de Transitievisie Warmte (Deel I en Deel II) blijkt dat iedereen aan de slag moet met het isoleren 3

van de woning zodat de schaarse warmtebronnen in de stad efficiënt kunnen worden ingezet. Voor bewoners, bedrijven en instellingen die gebouweigenaar zijn, is het zinvol om aan de slag te gaan met energie besparen. Zij besparen op hun energiekosten en de kwaliteit en comfort in de gebouwen zijn beter als de gebouwen goed zijn geïsoleerd. Gezien de stijgende energieprijzen van de laatste maanden is het nu meer dan ooit zinvol om als gebouweigenaar snel te besparen. Ook bieden de investeringen die gebouweigenaren willen doen kansen voor extra (lokale) werkgelegenheid. Ook voor huurders is het interessant om energie te besparen; voor hen is een energiebox- en coaching beschikbaar. Meer structureel biedt de renovatie en onderhoudsplanning van verhuurders meer aanknopingspunten om energie te besparen. Met woningbouwcorporaties zijn daarover prestatieafspraken gemaakt (raadsbrief Prestatieafspraken gemeente woningcorporaties en huurdersorganisaties 2022-2026) 1.2

Het programma brengt samenhang tussen de verschillende onderdelen en maatregelen voor energie besparen, sluit aan bij de uitgangspunten van de Transitievisie warmte en benut de mogelijkheden die het Nationaal Isolatieprogramma biedt. In het programma is een geïntegreerde visie en strategie voor energie besparen in woningen en zakelijk- en maatschappelijk vastgoed opgenomen. Daarmee ontstaat een betere samenhang tussen de maatregelen en activiteiten die worden aangeboden. Het programma sluit aan bij de buurtgerichte aanpak die in de Transitievisie warmte is vastgelegd en de uitgangspunten die daarin zijn opgenomen. Als uitgangspunten zijn in het programma energie besparen vastgelegd dat iedereen op z’n eigen tempo de benodigde aanpassingen gaat doen en dat iedereen aan de slag moet. Daarmee anticipeert het programma ook op de benodigde temperatuurverlaging die voor 2050 in het collectieve warmtenet nodig is. Het gemeentelijke programma wil de mogelijkheden die de landelijke aanpak, met onder andere het Nationaal Isolatieprogramma biedt, zoveel mogelijk ontsluiten. Het landelijk aanbod bestaat veelal uit subsidieregelingen, financiering en in het geval van zakelijk- en maatschappelijk vastgoed verplichtingen om maatregelen te nemen.

Het gemeentelijke programma anticipeert op deze mogelijkheden en zet erop in dat onze bewoners, bedrijven en instellingen maximaal gebruik maken van het landelijke aanbod.

1.3

Het programma focust de inzet voor energie besparen op verandermomenten en meeste besparingspotentieel, de inzet van andere partijen, bijvoorbeeld van banken, makelaars, om mensen te attenderen op de verandermomenten en een collectief aanbod om op te schalen en te versnellen boven op de maatregelen die gelden voor bedrijven en instellingen vanuit de wettelijke plicht. In het programma ligt de focus op de (natuurlijke) verandermomenten en inzet op gebouwen met het meeste besparingspotentieel (lees; slechtste energielabels). De meeste gebouweigenaren nemen maatregelen op natuurlijke verandermomenten, dat is het meest kosteneffectief en geeft het minste gedoe. Natuurlijke verandermomenten zijn breed geformuleerd, dit kan een verhuizing zijn maar ook het ontvangen van een erfenis of omdat er een aanbod is van alternatieve duurzame warmtevoorziening via de buurtgerichte aanpak. In het programma en de communicatiestrategie spelen we effectiever in op deze verandermomenten en zetten we ook andere partijen in de stad in om deze verandermomenten te benutten. Voor bedrijven en instellingen stimuleren we om maatregelen te nemen boven op de wettelijke verplichte maatregelen.

Gebouweigenaren van woningen en zakelijk en maatschappelijk vastgoed weten waar ze informatie kunnen vinden als ze aan de slag gaan, kunnen de benodigde toekomstbestendige energiebesparende maatregelen voor hun woning of gebouw nemen en, indien gewenst, ligt er een passend aanbod voor ze klaar. Waar mogelijk wordt collectieve inkoop ingezet. 4

1.4

Een doelstelling van 30% vermindering van het energieverbruik in 2050 is ambitieus en reëel. Uit een recent onderzoek door adviesbureau Energiepaleis (en door Berenschot gevalideerd) blijkt dat er een besparingspotentieel van 30-37% in de Utrechtse woningen is, ondanks dat er al veel (kleinere) isolatiemaatregelen zijn genomen. De woningen zijn dan minimaal spijtvrij geïsoleerd. Spijtvrij betekent dat ze zonder extra isolatiemaatregelen de overstap naar een duurzaam midden- of lagetemperatuur warmtealternatief kunnen maken. Dit komt ongeveer overeen met energielabel B voor de schil. Onderzoek van CE Delft voor bedrijventerreinen (Raadsbrief Transitievisie warmte: resultaten onderzoek aardgasvrije bedrijventerreinen) geeft ook een gemiddeld besparingspotentieel van 30% aan. Het gaat dan over het nemen van energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd korter dan vijf jaar plus schilisolatie naar label B. Daarmee is het gebouw geschikt voor een duurzaam (midden- of lagetemperatuur) warmtealternatief. Voor de bedrijven en instellingen in de woonwijken is geen nader onderzoek beschikbaar. De veronderstelling is dat het besparingspotentieel voor de woningen van 30% hier een goede indicatie is.

Daarnaast is er bij bedrijven en instellingen meer dan bij woningen ook sprake van een besparingspotentieel door de toepassing van energiebesparende maatregelen op het vlak van installaties, verlichting en bedrijfsprocessen. Een eerste indicatieve inschatting is dat er voor koopwoningen jaarlijks gemiddeld 6.500 maatregelen (dak, vloer, spouw en glas) nodig zijn om in 2050 het spijtvrijniveau te halen. Dit is ambitieus omdat in een landelijk onderzoek naar de isolatie van woningen door Berenschot is ingeschat dat er momenteel jaarlijks 57.000-72.000 isolatiemaatregelen worden uitgevoerd. Als we aannemen dat dit evenredig verdeeld is over Nederland zou dit circa 1140 tot 1440 maatregelen per jaar in Utrecht zijn. Het beperken van de energievraag past in de Trias Energetica, een strategie om de CO2 -emissie te verminderen. Hoeveel dit programma bijdraagt is afhankelijk van diverse factoren zoals de toekomstige energievraag van de stad en de toekomstige CO2 -emissiefactoren die door een steeds verdere vergroening van de landelijke energiemix zullen dalen. Als we uitgaan van het huidige energieverbruik in de stad (peiljaar 2020) en de huidige CO2 -emissiefactoren voor gas, warmte en elektra levert de besparingsdoelstelling van 30% in 2050 een besparing van ruim 126.000 ton CO2 op.

We rapporteren jaarlijks over de daadwerkelijke stedelijke CO2 -emissie in de Voortgangsrapportage Energie in de stad.

1.5

Een tussendoelstelling van 10% vermindering in 2030 is ambitieus en reëel Als tussendoelstelling voor 2030 is 10% vermindering op het energieverbruik ten opzichte van 2020 opgenomen. We veronderstellen daarmee dat we in lineaire stappen van 10 jaar tot 30% besparing te komen in 2050. We zien een inspanningsverplichting om waar mogelijk sneller in tijd te besparen. Gezien de huidige hoge gasprijzen en ook door de geopolitieke situatie in Europa zien we een groeiende urgentie bij bewoners en bedrijven om te besparen. We opereren in een continu veranderend speelveld, waarop we ons moeten kunnen aanpassen. De strategie in dit programma is adaptief en kan zich aanpassen op de nieuwe ontwikkelingen. Mocht het rijk bijvoorbeeld overgaan op een meer normerend kader (bijvoorbeeld het uitfaseren van de CV- ketel) dat heeft dit impact op hoe snel we in Utrecht stappen kunnen zetten. In de beleidscyclus is voorzien in het vierjaarlijks bijstellen van het programma om de doelstellingen in beeld te houden en, indien nodig, bij te sturen. We doen dit door onze inzet van het aanbod en instrumenten in relatie tot het energieverbruik te monitoren en evalueren.

5

1.6

Indien gewenst, biedt het programma ondersteuning aan buurtinitiatieven van bewoners Buurtinitiatieven van bewoners helpen om het draagvlak in de buurt voor het nemen van energiebesparende maatregelen aan te jagen en op te schalen. Recent is het aanbod voor de ondersteuning van buurtinitiatieven uitgebreid (Raadsbrief Uitbreiden aanbod bewoners en buurtinitiatieven energie). Het voorgestelde programma biedt ondersteuning aan buurtinitiatieven die aan de slag willen met besparingsacties op maat gebruik te maken van het voorgestelde aanbod. Bijvoorbeeld door een collectieve inkoop actie in de buurt op te zetten of op maat informatie aan te bieden.

1.7

Gedrag is een integraal onderdeel van de communicatiestrategie van dit programma Bij energiebesparing is ook energiegedrag in huis van huiseigenaren en huurders een belangrijk component. Een woning kan perfect geïsoleerd zijn, maar als de verwarming onnodig aanstaat, of de thermostaat onnodig hoog, dan zal er toch sprake zijn van hoog energieverbruik. Structurele gedragsverandering is complex en vraagt om een lange adem. In de communicatiestrategie is gedragsverandering als integraal onderdeel opgenomen. Een ander aspect van gedrag is het gedrag van bewoners, bedrijven en instellingen over hoe zij besluiten over de grotere energiemaatregelen, zoals het isoleren van het dak. Dit doen ze hooguit een paar keer in hun leven. In het programma en de uitvoeringsplannen is het aanbod erop gericht om bewoners, bedrijven en instellingen hierbij te ondersteunen.

Kanttekeningen/ Risico’s 1.1

Het succes van het programma is afhankelijk van andere partijen zoals de landelijke overheid, de bereidheid van gebouweigenaren en de beschikbaarheid van de benodigde vakmensen. Voor een succesvolle werking van het programma moeten ook andere partijen bereid zijn hun inzet voort te zetten en/of te intensiveren. Het rijk moet de huidige landelijke subsidieregelingen en beschikbare financiering beschikbaar blijven stellen totdat het vanwege kostendalingen voor alle gebouweigenaren interessant is om maatregelen te nemen. In het regeerakkoord zijn middelen voor deze inzet tot meestal 2025 en soms tot 2030 begroot. Ook moeten er voldoende vakmensen beschikbaar zijn om de maatregelen aan de gebouwen uit te voeren. Daarvoor zijn landelijke stimuleringsprogramma’s opgezet, maar het duurt een aantal jaren voordat deze programma’s tot meer instroom van de benodigde vakmensen op de arbeidsmarkt leidt.

1.2

Haalbaarheid van de 30% besparingsdoelstelling in 2050 is op dit moment geen gegeven Energie besparen in de gebouwde omgeving tot spijtvrij of (schil) energielabel B is ambitieus, zelfs als de tijdshorizon tot 2050 loopt. De haalbaarheid van deze ambitieuze doelstelling is op dit moment daarom geen gegeven. Ten eerste moeten we de komend tijd ervaren en leren hoe effectief onze activiteiten en instrumenten uit de uitvoeringsplannen zijn. Daarnaast zijn we ook afhankelijk van externe ontwikkelingen die in beweging zijn zoals de beschikbaarheid van subsidies uit het rijk, het normerende kader dat het rijk wil gaan hanteren om energie te besparen, de ontwikkeling van de energieprijzen et cetera. Onze inzet en instrumenten op energie besparen moeten we gaandeweg op dit veranderende speelveld aanpassen. We zullen de komende tijd ervaren of we de verwachte 10% besparing op het energieverbruik 2030 en 30% in 2050 daadwerkelijk realiseren en of die energiebesparing inderdaad lineair verloopt zoals we nu inschatten, of juist sneller of langzamer, ook omdat we om dit moment niet weten of een lineaire afname van het energieverbruik in de stad het maximaal haalbare is, als het gaat om energie te besparen. Van invloed zou ook

6

het reboundeffect kunnen zijn: de werkelijke energiebesparing is lager dan verwacht door ander gedrag van bewoners in een beter geïsoleerde woning. In het programma is daarom een monitoring en evaluatie paragraaf opgenomen waar wordt gekeken of het verwachte effect is behaald. De komende jaren kunnen we de stadsbrede aanpak en de genoemde activiteiten in de uitvoeringsplannen (deel 2 en 3) uitvoeren. Een intensivering van de aanpak, bijvoorbeeld op de buurtaanpak, de aanpak voor bedrijventerreinen, het ondersteunen van bedrijven via het Energieloket of de aanpak van particuliere verhuur zijn op dit moment niet in de uitvoeringsplannen opgenomen, omdat er geen middelen voor beschikbaar zijn. De inzet van alle voorgestelde maatregelen in het programma is erop gericht om te leren van de ervaringen en op basis daarvan verbeteringen door te voeren. De raad wordt hier vanzelfsprekend over geïnformeerd. 1.3

De belemmeringen in wet- en regelgeving om gebouwen te isoleren moeten worden opgelost. In de afgelopen jaren zijn verschillende gebouweigenaren tegen diverse belemmeringen in de wet- en regelgeving aangelopen bij het nemen van energiebesparende maatregelen aan de woning. Voorbeelden zijn de Wet natuurbescherming die een uitgebreid ecologisch onderzoek aan het gebouw noodzakelijk maakt en de regelgeving voor erfgoed en welstand. Voor beide belemmeringen geldt dat de gemeente actief probeert deze belemmeringen op te lossen, indien nodig samen met medeoverheden. De bijzondere waarden moeten beschermd worden en tegelijk moet tempo worden gemaakt met het nemen van maatregelen aan woningen. Het moet blijken of deze nieuwe oplossingen en werkwijzen de belemmeringen oplossen.

Financiën Binnen het programma worden instrumenten ingezet om gebouweigenaren en inwoners te informeren en stimuleren hun woningen en panden te verduurzamen. De uitvoering hiervan wordt bekostigd vanuit de structurele middelen in het programma Duurzaamheid, onderdeel uitwerken van de energieambities. Hiervoor is 865.000 euro beschikbaar Voor het uitvoeringsplan Wonen zijn er in de eerste jaren naast structurele middelen ook nog incidentele rijksmiddelen beschikbaar waarmee we tijdelijk extra kunnen inzetten op reductie energiegebruik en energiearmoede. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld de uitgifte energiebox- en coaching en een nog uit te werken en vast te stellen regeling ondersteuning isolerende maatregelen voor sociale huurwoningen.

Vervolg Met het vaststellen van het programma energie besparen in de gebouwde omgeving 2022-2030 gaan we intensiever aan de slag om bewoners, bedrijven en instellingen ertoe aan te zetten om maatregelen te nemen. De in te zetten communicatiecampagne is daarbij een belangrijk instrument. De uitvoeringsprogramma’s wonen en zakelijke en maatschappelijk vastgoed worden jaarlijks gemonitord en eventueel bijgesteld. Mogelijk komt uit de monitoring naar voren dat om de doelstellingen te halen een verdere intensivering nodig is. Dit kan financiële consequenties hebben, waarvan de bekostiging van deze ambitie op een later moment moeten zal worden uitgewerkt en afgewogen Het programma energie besparen gebouwde omgeving evalueren we elke vier jaar om te kijken of de strategie en visie nog voldoen. Afhankelijk van de impact van een eventuele bijstelling wordt de raad geïnformeerd of een nieuw raadsvoorstel met kaders voorgelegd. Het programma energie besparen gebouwde omgeving is een vooruitlopend op de aangekondigde Energievisie (verwachting Q4 2022) opgesteld. De visie en doelstelling uit het programma energie besparen, zullen worden overgenomen in de Energievisie.

Participatie Voor het opstellen van dit programma is bij de volgende stakeholders input opgehaald:

7

•

• •

Stadsgesprek Nieuwe Energie (Raadsbrief Uitkomsten Stadsgesprek Nieuwe Energie Utrecht, 25 mei 2021). Er is invulling gegeven aan de spelregels gericht op energie besparen die uit het Stadsgesprek naar voren zijn gekomen: 1) Alle panden in Utrecht moeten heel goed geïsoleerd worden. Dit geldt voor oude en nieuwe woningen, monumenten en bedrijfspanden. De verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar. 2) Woningeigenaren beslissen zelf hoe zij hun pand verduurzamen. Woningeigenaren kunnen zelf beslissen wanneer zij dit doen, tenzij een wijk aardgasvrij wordt. Dan maakt de gemeente bekend wanneer hun woning of pand tot een bepaald niveau moet zijn geïsoleerd en tot wel niveau moet worden geïsoleerd. Eigenaren hebben dan 8 jaar de tijd om dit te halen. 3) De gemeente zorgt voor onafhankelijke en deskundige informatie over het verduurzamen van woningen en bedrijfspanden. 4) Bij de overstap naar duurzame energie in Utrecht moeten er concrete doelen tot aan 2050 zijn, waar we steeds met de beste technieken naar toewerken. 5) De gemeente verwelkomt initiatieven die bijdragen aan de energietransitie. De gemeente zorgt ervoor dat elke initiatiefnemer één aanspreekpunt heeft en helpt het initiatief waar mogelijk en nodig verder. Regiegroep stedelijke energietransitie met daarin onder andere Energie-U, een vertegenwoordiging van woningbouwcorporaties, Stedin en Eneco.

Expertbijeenkomst voor het programma energie besparen waarin energieadviseurs/bureaus, kennisinstellingen, Bouwend Nederland en een gemeente zijn gevraagd om input te geven op het nieuw op te stellen programma.

In de toekomst willen we de visie en strategie elke vier jaar herijken. Voorstel is een klankbordgroep bestaande uit experts en een vertegenwoordiging van bewoners te laten reflecteren op de aanpak. Daarnaast zetten we bewonersenquêtes en -panels in om input op te halen voor de bijsturing op de uitvoeringsplannen en het programma energie besparen gebouwde omgeving.

Communicatie Een communicatiestrategie voor zowel wonen als zakelijk en maatschappelijk vastgoed is als onderdeel van de uitvoeringsplannen opgenomen. Een communicatiecampagne gericht op inwoners is voorbereid.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Deel 1 Programma energie besparen in de gebouwde omgeving 2022-2030 Bijlagen informatief - Deel 2 Uitvoeringsplan energie besparen wonen 2022-2025 - Deel 3 Uitvoeringsplan energie besparen zakelijk- en maatschappelijk vastgoed 2022-2025

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=fc511930-f944-453b-b536-6a084a9fff2c