Raadsvoorstel Omgevingsvisie USP 2040.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 Beleidsveld Portefeuillehouder Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum College Geheim
Ruimtelijke ontwikkeling, Utrecht Sciencepark Klaas Verschuure Ontwikkelorganisatie Ruimte Maaike van Teeseling, Martine Sluijter 7211496 Volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De reactienota Omgevingsvisie USP 2040 met daarin de beantwoording van de zienswijzen die op de omgevingsvisie met bijbehorend plan-MER zijn ingediend vast te stellen 2. De Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 vast te stellen als kader voor de nieuwe ontwikkelingen in het gebied, waarin de ambitie voor de groei van wonen, werken, voorzieningen en sport en kwaliteitsverbetering op het gebied van groen, verblijf, levendigheid en bereikbaarheid van het USP voor de komende jaren wordt omschreven, met als belangrijkste uitgangspunten: - Ruimte voor de ontwikkeling van science gerelateerde werkgelegenheid, wonen, voorzieningen en sport; - Versterking van een groen-blauw raamwerk voor recreatie, biodiversiteit, klimaatadaptatie en cultuurhistorie; - Een autoluw en bereikbaar USP; - Mogelijkheden voor het onderzoeken van duurzame energie-opwekking; - Een kansrijke locatie voor het Ronald Mc Donald Huis (RMDH).
1
Samenvatting De Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 beschrijft de ambities en gewenste ontwikkelrichting van het USP tot aan 2040. Het geeft aan waar ruimte is voor groei van wonen, werken, voorzieningen, sport en duurzame energieopwekking. Groei kan alleen in combinatie met een kwaliteitsverbetering op het gebied van groen, verblijf, levendigheid en bereikbaarheid van het USP; dit maakt integraal onderdeel uit van de visie.
Context Aanleiding Op 18 juli 2019 heeft de Raad een startnotitie vastgesteld voor het opstellen van een Omgevingsvisie voor het Utrecht Science Park. Deze omgevingsvisie is het zogenoemde gebiedsbeleid dat samen met De Koers en het Thematische beleid de Omgevingsvisie Utrecht vormt waarin het gemeentelijk beleid voor de ‘fysieke leefomgeving’ staat. In gebiedsbeleid maakt de gemeente De Koers (zoals de RSU 2040 en het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen) en het Thematische beleid (zoals de Woonvisie en Groenstructuurplan Utrecht) passend binnen een specifiek gebied. De fysieke leefomgeving is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. Het Utrecht Science Park (USP) is voortdurend in ontwikkeling. Daarnaast groeit het inwonertal van de stad Utrecht de komende jaren flink. Dit brengt verschillende opgaven met zich mee. Het nu geldende bestemmingsplan De Uithof uit 2010 biedt onvoldoende ruimte om de ambities van de partijen om het gebied vitaal en toekomstbestendig te maken, waar te maken. Het Utrecht Science Park is van (inter)nationale betekenis door de bijzondere concentratie van kennis en innovatie.
Er worden voortdurend nieuwe wetenschappelijke ontdekkingen gedaan en in nauwe samenwerking met bedrijven nieuwe innovaties tot stand gebracht. Utrecht kent een sterk R&D-profiel met grote groeipotentie. Het Utrechtse economische potentieel komt vooral tot uiting in de domeinen Life Science & Health (LSH: biotech, farma, medtech) en duurzaamheid (energie, klimaat, civiele techniek). De gemeente Utrecht heeft de afgelopen anderhalf jaar in samenwerking met de Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht en Stichting Utrecht Science Park deze omgevingsvisie opgesteld voor het Utrecht Science Park. Hiervoor is een participatieproces doorlopen met gebruikers, omwonenden en andere betrokkenen en daarin is hun inbreng opgehaald. De uitgeefbare grond in het USP is grotendeels in bezit van de Universiteit Utrecht en het UMC-Utrecht. De gemeente heeft beperkt grondeigendom ter plaatse van infrastructuur. Over de uitvoering van de Omgevingsvisie worden afspraken gemaakt met de grondeigenaren. Juridische context Gemeenten kunnen vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvisie vaststellen. In feite is de juridische status van de omgevingsvisie tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet nog een Structuurvisie zoals dit bedoeld is in artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
De omgevingsvisie is pas na inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvisie zoals dit bedoeld is in artikel 3.1 van de Omgevingswet. De grondslag hiervan staat in artikel 4.10 van de Invoeringswet Omgevingswet. Voor de omgevingsvisie is een milieueffectrapportage (plan-MER) opgesteld om het milieubelang een volwaardige plaats binnen de besluitvorming over de omgevingsvisie te geven. Op basis van de Wet milieubeheer (artikel 7.11) is het ontwerp van de omgevingsvisie samen met het MER ter inzage gelegd. De zienswijzen op de omgevingsvisie en het MER zijn met een gemeentelijke reactie opgenomen in een reactienota behorende bij dit voorstel om de omgevingsvisie vast te stellen. De procedure van het MER is conform de Wet milieubeheer (artikel 7.10) afgerond na de ter inzage legging en het is dus niet nodig dat uw raad een afzonderlijk besluit neemt over het MER. U stelt de omgevingsvisie namelijk vast waarbij u mede op basis van de inhoud van het MER een weloverwogen besluit kan nemen over de omgevingsvisie. De procedure van de omgevingsvisie eindigt nadat conform artikel 3:40 Awb het vaststellingsbesluit is bekend gemaakt (gepubliceerd). Tegen een omgevingsvisie staat geen beroep open. 2
Beoogd effect Met de vaststelling van de Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 met bijbehorende planMER, krijgt de gemeente een officieel kaderdocument om sturing te geven aan de verdere ontwikkeling van het USP tot een vitaal en toekomstbestendig sciencepark. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening • 18 juli 2019: Raadsbesluit startnotitie Omgevingsvisie USP • 9 juni 2020: Raadsbrief voortgang omgevingsvisie en Notitie Reikwijdte en Detail MER • 16 April 2021: Raadsbrief Omgevingsvisie USP i.r.t. Ronald Mc Donaldhuis • 14 juni 2021: Raadsbrief vrijgave concept Omgevingsvisie USP en plan-MER voor inspraak
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen Beslispunt De reactienota Omgevingsvisie USP 2040 met daarin de beantwoording van de zienswijzen die op de omgevingsvisie met bijbehorend plan-MER zijn ingediend vast te stellen.
1
Argumenten In de rectienota zijn de binnengekomen zienswijzen gemotiveerd beantwoord en is duidelijk aangegeven tot welke aanpassingen ze hebben geleid Tijdens de inzageperiode van 15 juni tot en met 30 augustus heeft de concept Omgevingsvisie USP met het bijbehorende plan-MER ter inzage gelegen. Er zijn 85 reacties (zienswijzen) ingediend waarvan meerdere door organisaties of namens grotere groepen. De zienswijze van bewonersoverleg Rijnsweerd is namens 296 bewoners ingediend. De zienswijzen van bewoners, gebruikers (van het gebied), en andere belanghebbenden zijn in een reactienota opgenomen en beantwoord. Op basis van deze zienswijzen is een aantal wijzigingen in de omgevingsvisie doorgevoerd die staan beschreven in de reactienota.
1.1
Beslispunt 2
-
De Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 vast te stellen als kader voor de nieuwe ontwikkelingen in het gebied, waarin de ambitie voor de groei van wonen, werken, voorzieningen en sport en kwaliteitsverbetering op het gebied van groen, verblijf, levendigheid en bereikbaarheid van het USP voor de komende jaren wordt omschreven, met als belangrijkste uitgangspunten: Ruimte voor de ontwikkeling van science gerelateerde werkgelegenheid, wonen, voorzieningen en sport; Versterking van een groen-blauw raamwerk voor recreatie, biodiversiteit, klimaatadaptatie en cultuurhistorie; Een autoluw en bereikbaar USP; Mogelijkheden voor het onderzoeken van de mogelijkheid voor windenergie en zonnevelden; Een kansrijke locatie voor het Ronald Mc Donald Huis (RMDH).
Argumenten 2.1
De Omgevingsvisie Utrecht Science Park past in het kader van de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en het Mobiliteitsplan 2040. De Ruimtelijke Strategie Utrecht vormt het koersdocument voor de Omgevingsvisie Utrecht. Vanuit de RSU kunnen er visies voor deelgebieden worden opgesteld. De inhoud van de Omgevingsvisie USP 2040 is in lijn met andere gemeentelijke visies die vastgesteld 3
zijn zoals de RSU 2040 en het Mobiliteitsplan 2040. 2.2
De Omgevingsvisie geeft ruimte voor de ontwikkeling van science gerelateerde werkgelegenheid, wonen, voorzieningen en sport In de concept visie is de ambitie opgenomen om 4.000 science gerelateerde woningen te bouwen, minimaal 4.000 tot 8.000 science gerelateerde arbeidsplekken toe te voegen en ruimte te bieden voor andere functies, zoals sport, retail en horeca. De ruimte voor de bouw van 4.000 woningen in het USP richt zich op de doelgroepen in het USP. Vanwege een groot tekort aan studentenwoningen bestaat het grootste deel van de woningen (8090%) uit (onzelfstandige) studentenwoningen. Daarnaast is er ruimte voor (starters)woningen voor kenniswerkers en zorgpersoneel. Hierbij wordt uitgegaan van tijdelijke bewoning voor een duur van bijvoorbeeld 4 jaar. Voorzieningen zoals een supermarkt en sportvoorzieningen groeien mee met de groei van het aantal bewoners. Op basis van het Mulieronderzoek (benodigde sportcapaciteit) is uitbreiding met 2 velden gewenst (waarvan 1 kan worden ingevuld door het huidige rugbyveld in kunstgras uit te voeren). In overleg met de studentensportverenigingen en Olympos heeft de Universiteit vastgesteld dat daar bovenop op lange termijn uitbreiding met 1 extra voetbal of hockeyveld mogelijk gewenst is. De veldbezetting wordt de komende jaren gemonitord om dit uitgangspunt te toetsen.
Ontwikkelingen in het gebied vinden vooral plaats door verdichting in de huidige bebouwingsclusters. Daar ontstaat ruimte door de huisvestingsplannen van de Universiteit Utrecht en het UMC-Utrecht.
2.3
Het plan-MER geeft het milieubelang een volwaardige plaats binnen de besluitvorming over de Omgevingsvisie USP 2040, waardoor een goede afweging kan worden gemaakt tussen de gevolgen voor het milieu en de overige belangen. Het plan MER levert een genuanceerd beeld op en geeft aandachtspunten mee. Het MER kan ten grondslag liggen aan de vaststelling van de omgevingsvisie. Uit het toetsingsadvies dat aan de Commissie voor de m.e.r. is gevraagd, blijkt dat deze conclusie door de Commissie wordt onderschreven. Om een gezond, veilig en leefbaar USP te creëren zijn er enkele spelregels in de planMER opgesteld die als randvoorwaarde gelden bij de doorontwikkeling van het gebied. De meeste spelregels zijn in lijn met wat er al in de omgevingsvisie staat. Enkele spelregels zijn nieuw en daarmee een aandachtspunt, bijvoorbeeld de zorg voor beter zichtbare oversteekplekken, diverse maatregelen ter voorkoming van geluidsoverlast, maatregelen ten aanzien van externe veiligheid, bodem, water, ecologie en archeologie. Een volledig overzicht is opgenomen in het spelregelkader van het MER. Berekeningen ten aanzien van stikstofdepositie laten zien dat er geen significante nadelige gevolgen voor Natura 2000gebieden worden verwacht. Het MER is aangevuld naar aanleiding van enkele zienswijzen en het advies van de commissie voor de milieueffectrapportage. De commissie voor de m.e.r.
oordeelt positief over het plan MER en geeft enkele adviezen voor verbetering. Het heeft een goede opbouw en bevat de meeste onderdelen die nodig zijn om tot een besluit over de omgevingsvisie te komen. Het detailniveau van het effectenonderzoek sluit aan bij de verschillende detailniveaus van de omgevingsvisie. De Commissie vraagt een nadere onderbouwing van de effecten van hoogbouw (tot 105 m) op het omringende kwetsbare landschap en een strategie voor de boogde parkeersituatie. In het MER is de effectanalyse en -beoordeling van hoogbouw op het landschap nader uitgewerkt met behulp van visualisaties én is de strategie van de beoogde parkeersituatie nader toegelicht. Verder vraagt de Commissie aandacht voor een aantal punten bij de verdere uitwerking van de plannen. Dit zijn dus aanbevelingen voor verdere besluitvorming en geen essentiële tekortkomingen van het MER. Een aantal aanbevelingen is wel alvast in het MER verwerkt.
2.4
Behoud en versterking van het groen-blauwe raamwerk zorgt voor invulling van de ambities op het vlak van recreatie, biodiversiteit, klimaatadaptatie en cultuurhistorie. Met het groen-blauwe raamwerk met functies voor recreatie, verblijf, ecologie, cultuurhistorie en klimaat, wordt invulling gegeven aan het principe ‘Groen groeit mee’ zoals opgenomen in de RSU. In het groene raamwerk wordt het landschap gespaard én daarnaast meer geschikt gemaakt voor recreatie en versterking van biodiversiteit. Dit is 4
concreet gemaakt door de toevoeging van fiets- en voetpaden, parken, coulissen, watervriendelijke oevers etc. 2.5
Verschillende verkeers- en bereikbaarheidsmaatregelen en parkeerhubs aan de randen zorgen voor een autoluw en bereikbaar USP. De mobiliteitsaanpak op het USP bestaat uit verschillende onderdelen. Door meer studentenwoningen op het USP te maken, worden vervoersbewegingen beperkt. Samen met werkgevers en onderwijsinstellingen ontwikkelen we ook een aanpak om mensen op een ander tijdstip of met een ander vervoermiddel te laten reizen. In het USP krijgen fiets en voetganger prioriteit boven de auto. Snelle en comfortabele fiets- en OV-verbindingen van/naar de regio en een goed stedelijk fietsnetwerk met voldoende capaciteit, zijn belangrijke voorwaarden voor een goede bereikbaarheid en groei van het USP. Maaiveldparkeerplaatsen worden zo veel mogelijk verplaatst naar gebouwde parkeervoorzieningen (parkeerhubs) aan de randen van het gebied. Verschillende aanpassingen in de auto- en fietsinfrastructuur die in de visie zijn opgenomen zijn daarnaast nodig voor een verbetering van de leefbaarheid, bereikbaarheid en als randvoorwaarde voor groei. Het gaat om de realisatie van knips in de Cambridgelaan en Leuvenlaan om doorgaand autoverkeer door het USP te weren. Hierdoor kan de groei van 4.000 banen worden gefaciliteerd en kunnen de Leuvenlaan en Cambridgelaan ook worden ingericht als fietsstraten met meer ruimte voor fietsers, voetgangers, groen en verblijven.
Het effect van deze knips op het verkeer in de naastgelegen woonwijk Rijnsweerd is minimaal. Een nieuwe ontsluitingsweg direct vanaf knooppunt Rijnsweerd via de Archimedeslaan naar Parkeerhub west, kan op termijn worden aangelegd na aanpassingen van de Ring Utrecht. Via deze nieuwe ontsluitingsweg, kunnen bewoners van Rijnsweerd en werknemers en bezoekers van het USP direct vanaf de snelweg Parkeerhub west bereiken, en deze maakt het ook mogelijk dat de Weg tot de Wetenschap ter hoogte van het viaduct onder de A27 kan worden afgesloten voor autoverkeer en kan worden ingericht als fietsstraat. Omdat de effecten op het autoverkeer in de woonwijk Rijnsweerd hiervan groter zijn, wordt over deze knip pas later besloten. Bij groei worden verder lage parkeernormen toegepast (Parkeernota 2021) en conform het nieuwe Mobiliteitsplan meer gebruik gemaakt van fiets en het openbaar vervoer. Bij de groei van het programma past volgens het verkeersbeeld van 2019 een parkeerplafond van 700 parkeerplaatsen bij een groei van circa 4.000 sciencebanen.
2.6
De omgevingsvisie biedt mogelijkheden voor het onderzoeken van de mogelijkheid voor windenergie en zonnevelden In het Nationale klimaatakkoord is afgesproken dat de elektriciteitsvoorziening in 2050 duurzaam is. Elke regio in Nederland moet een bijdrage leveren aan deze doelstelling en binnen de regio U16 wil de gemeente Utrecht ook bijdragen. Met zonnepanelen op daken, op gevels en boven parkeerterreinen, kan niet meer dan 15% van de toekomstige energievraag verduurzaamd worden. Om die reden willen we ook onderzoeken of er ruimte is voor windmolens en zonnevelden in onze gemeente. In de Omgevingsvisie is een zoeklocatie benoemd voor 1 of 2 windmolens. Bij het voorbereiden van een eventueel concreet windmolenproject worden omwonenden betrokken om de genoemde effecten zoveel mogelijk te beperken tot een (voor de meeste mensen) acceptabel niveau. Effecten zijn daarbij niet alleen afhankelijk van de afstand van een windmolen tot woningen, maar ook van de hoogte, de keuze voor een type windturbine en aanvullend te treffen maatregelen (zoals terug regelen of stil zetten in bepaalde situaties). De hoeveelheid energie die geproduceerd kan worden met zonnepanelen op daken, gevels en parkeerterreinen is beperkt in relatie tot de energievraag in het USP.
We kiezen er daarom voor om daken, gevels en parkeerterreinen waar mogelijk maximaal te benutten en daarnaast ook de mogelijkheid te bieden om inpassing van zonnevelden in het groen-blauwe raamwerk te onderzoeken. Een eerste ontwerpend onderzoek wijst uit dat zonnepanelen mogelijk inpasbaar zijn in het groen-blauwe raamwerk als ze kleinschalig worden toegepast en op een manier dat ze een bijdrage leveren aan de versterking van het landschap (cultuurhistorie, recreatie, ecologie etc). De verwachting van wat er gerealiseerd kan worden varieert van 0 GWh tot maximaal 14 GWh zonnestroom per jaar. In de verdere uitwerking moet worden onderzocht óf en zo ja hoe dit kan worden vormgegeven en of dit technisch en 5
economisch haalbaar is.
2.7
In de omgevingsvisie is de meest kansrijke alternatieve locatie voor het Ronald Mc Donald Huis opgenomen, zijnde de locatie tussen de Hoofddijk en Universiteitsweg (ook wel bekend als locatie A) als onderdeel van het beoogde ontvangstgebouw van het UMC-U. In de Omgevingsvisie USP zijn de resultaten van een recent uitgevoerd locatieonderzoek opgenomen voor het Ronald Mc Donaldhuis (RMDH). Dit als gevolg van de door de Raad aangenomen Actuele Motie 34 waarin het college wordt opgedragen dat de definitieve locatiekeuze voor RMDH-onderdeel uit moet maken van de Omgevingsvisie USP. Meerdere bewoners en natuur- en milieuorganisaties gaven aan bezwaren te hebben tegen een zoeklocatie voor het RMDH buiten de rode contour. In de concept Omgevingsvisie USP zijn de locaties voor het RMDH beschreven, zowel binnen als buiten de rode contour. In opdracht van gemeente en UMC-U en met deelname van RMDH, provincie Utrecht en Universiteit Utrecht is afgelopen half jaar aanvullend onderzoek uitgevoerd om te komen tot een kansrijke locatie voor het RMDH. Uit dit traject komt locatie A, deze ligt binnen het provinciaal aangewezen Stedelijk gebied (de rode contour), als meest kansrijk naar voren. Deze zal verder uitgewerkt worden in het kader van het initiatief van het UMC-U voor het beoogde ontvangstgebouw op die plek. Hiervoor wordt het Utrechts Plan Proces doorlopen.
De inpassing van het RMDH op locatie A is door de betrokken partijen kansrijk bevonden mits de inpassing van het RMDH in/bij het ontvangstgebouw van het UMC Utrecht (stedenbouwkundig, verkeerskundig en financieel) haalbaar kan worden gemaakt. Als op enig moment bij de uitwerking blijkt dat inpassing van het RMDH op locatie A, toch onhaalbaar is, kan worden teruggegrepen op het advies van de werkgroep en de opgeleverde rapportages.
2.8
De omgevingsvisie is in co-creatie met gebiedspartners en in een participatief planproces met stakeholders tot stand gekomen De Omgevingsvisie is opgesteld in nauwe samenwerking met de grondeigenaren van het gebied, de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht én met de Stichting Utrecht Science Park als behartiger van de (gemeenschappelijke) belangen van alle partners/gebruikers van het USP. Daarnaast zijn op verschillende manieren studenten, bewoners, werknemers, omwonenden en andere belangengroepen betrokken: via een brede enquête onder 3.000 deelnemers, twee keer een grote bijeenkomst met 100 – 150 deelnemers (zogenaamd ‘USP-lab’) en verschillende kleinere deelsessies over thema’s. Naar aanleiding van de zienswijzen is een paar belangrijke wijzigingen en aanscherpingen doorgevoerd: de zoeklocatie voor een parkeerhub aan de rand van de woonwijk Rijnsweerd is vervallen en een besluit over de wenselijkheid van een knip in de Weg tot de wetenschap wordt pas later genomen.
Kanttekeningen/Risico’s 2.1
Verdere groei van werkgelegenheid is alleen mogelijk met een verbetering van het fiets en OV-netwerk en een verlaging van het autogebruik onder werknemers Om het toevoegen van extra sciencebanen bovenop de 4.000 science banen mogelijk te maken, moet er verkeersruimte en parkeerruimte worden vrijgespeeld. Hiervoor is het noodzakelijk dat het autogebruik van bestaande werknemers op termijn omlaag gaat ten gunste van andere duurzame vervoermiddelen. Deze verschuiving heet ‘modal shift’. Daarvoor zijn gezamenlijke inspanningen nodig van werkgevers in het USP. Om het gebruik van de auto te ontmoedigen is het daarnaast noodzakelijk dat de alternatieven voor fiets en OV op orde zijn. Dat betekent dat er parkeerplaatsen in parkeerhubs in de regio moeten worden gerealiseerd in combinatie met hoogwaardig OV van en naar het USP. Het realiseren van een modal shift ten gunste van het fietsgebruik en het openbaar vervoer kan door minder te reizen (bijvoorbeeld door thuis te werken of te studeren), op een ander tijdstip te reizen (buiten de spits) of anders te reizen (met gezonde en gedeelde vervoermiddelen). Een knip in de Weg tot de Wetenschap is nodig voor een inrichting als fietsstraat. Deze leidt echter tot een andere verdeling van het autoverkeer in de woonwijk Rijnsweerd en heeft een 6
verdubbeling van autoverkeer op een deel van de Archimedeslaan tot gevolg. Over deze knip wordt pas besloten als de groei van het fietsverkeer dit nodig maakt. Ook moet er duidelijkheid zijn over het Tracébesluit Ring Utrecht vanwege de samenhang met de nieuwe ontsluitingsweg op de A28. Indien uitbreiding van sport niet haalbaar blijkt op en rond het huidige Olympos, is opnieuw een integrale afweging nodig.
2.2
Uitbreiding van sport is een belangrijke ambitie die als uitwerkingsopgave in de omgevingsvisie is opgenomen. Op en rond het huidige Olympos lijkt in eerste instantie voldoende ruimte voor de capaciteitsvraag voor sport. Inpassing is echter complex, mocht dit in de toekomst toch niet haalbaar blijken te zijn dan is een aantal alternatieve locaties in de Omgevingsvisie benoemd. Hier moet dan een integrale afweging plaatsvinden tussen het belang van sporten andere (veelal groene en landschappelijke) waarden. Nadere uitwerking vindt plaats door de Universiteit Utrecht in overleg met de studentensportverenigingen, Olympos en de gemeente Utrecht. 2.3
Nader onderzoek is nodig om de schaalsprong OV nader te concretiseren en nut en noodzaak van een 2e OV-as door het USP te onderbouwen De MIRT Verkenning OV en Wonen van Rijk en Regio heeft als één van de doelen het verbeteren van de bereikbaarheid van USP. De oost-west verbinding maakt onderdeel van deze uitwerking. Het streven is om tijdens het BO MIRT van 2022 te besluiten welke maatregelen kansrijk zijn en welke maatregelenuitgevoerd gaan worden van het budget van de MIRT Verkenning. Gemeente en provincie voeren gezamenlijk ook studies uit om de schaalsprong OV verder te concretiseren. De Raad heeft recent het voorstel “Eerste stappen schaalsprong OV” ontvangen. Hierin zijn voorstellen opgenomen vanuit het perspectief van het bredere netwerk die mede van invloed zijn op de noodzaak van een 2e OV-as
2.4
Indien het huidige Tracébesluit niet zal worden uitgevoerd, zal dit mogelijk effect hebben op een aantal voorgestelde maatregelen in de omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is vooralsnog uitgegaan van het huidige Tracébesluit voor de Ring Utrecht. Dit is onder andere afhankelijk van de uitspraak van de Raad van State. Naast de verbreding en de aanpassing van op- en afritten komt de varkensbocht (de oprit van de A28 naar de A27) te vervallen. Momenteel is nog onduidelijk of het huidige Tracébesluit ook op die manier zal worden uitgevoerd. Aanpassing van het besluit zal mogelijk effect hebben op de volgende maatregelen uit de omgevingsvisie: aanleg van het fietspad Rembrandtkade – USP (onder het knooppunt Rijnsweerd door) de mogelijkheid van een nieuwe ontsluitingsweg tussen knooppunt Rijnsweerd en de Archimedeslaan de aanpassingen van de kruispunten bij de op/af-rit A28 bij de Universiteitsweg Ook zal moeten worden bekeken wat het effect van een aangepast TB-besluit is op de verkeersberekeningen en de hoeveelheid verkeer die kan worden afgewikkeld, met name op het kruispunt Universiteitsweg – A28.
• • •
2.5
Een tweede supermarkt is een belangrijke wens van de bewoners in het USP Er blijft in het USP echter ruimte voor één supermarkt, maar met een groter assortiment dagelijkse boodschappen. Al jarenlang vragen studenten om een tweede supermarkt met groter aanbod aan dagelijkse boodschappen en in een ander prijssegment. Op basis van het aantal inwoners (inclusief de groei zoals voorgesteld in de omgevingsvisie) en het aantal studenten en medewerkers blijft qua koopstromen ook in de toekomst ruimte voor één supermarkt in het USP. Daarbij is er van uitgegaan dat er in de nieuwbouwlocatie aan de Archimedeslaan na realisatie een full-service supermarkt zal komen. De nieuwbouwlocatie aan de Archimedeslaan is door de groei van bewoners in Rijnsweerd en de aard van de huishoudens de meest geschikte locatie voor een (full-service) supermarkt. Dit is op circa 1500 m afstand van de studentenflats in het USP. De supermarkt in het USP voorziet in een aanbod gericht op de doelgroep met dagelijkse boodschappen (met een groter assortiment dan nu het geval is) en een aandeel ‘to go’. Om dat aan te kunnen bieden is een grotere supermarkt nodig dan de huidige supermarkt. 7
De nieuwe locatie van de supermarkt is gelegen in het Centrumgebied van het USP. De Universiteit Utrecht zal binnen de kaders van de omgevingsvisie een gebiedsplan uitwerken (voorzien in 2022) waar de mogelijke locatie (of locaties) voor de nieuwe supermarkt onderdeel van zijn, alsmede het moment dat deze locatie of locaties beschikbaar komen. Naast een supermarkt is er in het USP ook ruimte voor andere detailhandel (bijvoorbeeld een groenteboer en drogist). Initiatiefnemers of ondernemers kunnen zich melden bij de Universiteit Utrecht of de stichting USP, vervolgens kan gekeken worden waar en wanneer er ruimte beschikbaar is of komt. 2.6
Een uitgebreid participatieproces betekent niet dat alle partijen in de stad in gelijke mate betrokken zijn geweest Het projectteam heeft met behulp van het partneroverleg veel inspanningen verricht om bewoners en gebruikers van het Utrecht Science Park, en omwonenden van omliggende buurten en belangengroepen te bereiken. Veel mensen hebben hun mening laten horen, maar niet elke groep in gelijke mate. In het traject van de Omgevingsvisie USP is niet alleen ingezet op het bereiken van zo veel mogelijk mensen. Doel was ook het in kaart brengen van het palet van perspectieven op en meningen over het USP van bewoners, studenten, werknemers, omwonenden en andere belanghebbenden. Daarbij gaat het niet om aantallen maar om de diversiteit aan invalshoeken.
2.7
De omgevingsvisie beschrijft ambities en is geen uitvoeringsplan met dekking De economische uitvoerbaarheid dient bij de nadere uitwerking te worden aangetoond. Er zijn op dit moment nog geen afspraken gemaakt met de grondeigenaren over de bijdragen aan de noodzakelijke bovenplanse- en bovenwijkse kosten. Wel is er een intentieovereenkomst afgesloten met de UU voor het uitwerking van concrete afspraken in een samenwerkingsovereenkomst (SOK). Met het UMC-U worden concrete afspraken opgenomen in de afsprakenkaders behorende bij de producten van het UPP (IPOK/AOVK).
Financiën Plankosten Omgevingsvisie De plankosten van de Omgevingsvisie Utrecht Science Park zijn gedekt uit voor dit gebied gereserveerde middelen in de Investeringsimpuls RSU die valt onder het programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed. De gemeente draagt de helft van de plankosten om daarmee te onderstrepen dat het een gezamenlijk plan en gedeelde verantwoordelijkheid is. De Universiteit en het UMC-U hebben toegezegd de andere helft voor hun rekening te nemen. Met de Universiteit is een concrete afspraak vastgelegd over de hoogte van de bijdrage en het uiterste moment van betalen in een intentieovereenkomst behorende bij de vaststelling van deze Omgevingsvisie. Het UMC-U verwacht uit het eerste bouwplan geen grondopbrengsten te kunnen genereren, en wil de afspraken over de dekking van de plankosten graag op later moment concreet maken. Hiervoor zal worden aangesloten op de financiële afsprakenkaders zoals opgenomen in het UPP (IPOK/IDOC en Anterieure overeenkomst). Financiële dekking ambities De Omgevingsvisie beschrijft de ambities voor het USP. Het is nog geen uitvoeringsplan met een budget. In nog te sluiten samenwerkings- en anterieure overeenkomsten met de UU maken we afspraken over bijdragen aan de noodzakelijke bovenplanse- en bovenwijkse investeringen (en indien van toepassing over de vergoedingen van de plankosten).
De realisatie van de ambities en het tempo daarvan is mede afhankelijk van de beschikbare middelen. Het is aan de Universiteit Utrecht, het UMC Utrecht en andere initiatiefnemers om concrete planinitiatieven uit te werken. Deze omgevingsvisie is het kader voor de uitwerking van deze (bouw)plannen. De visie maakt deze (bouw)plannen planologisch nog niet mogelijk. De visie verplicht de grondeigenaren en de gemeente ook niet om de verschillende onderwerpen uit de visie uit te voeren. De uitvoering van de visie in concrete (bouw)plannen is bijvoorbeeld afhankelijk van de uiteindelijke 8
economische uitvoerbaarheid van de ambities die in de visie staan. In een intentieovereenkomst hebben we met de Universiteit Utrecht – de grootste grondeigenaar in het USP - vastgelegd dat wij ons hier samen hard voor willen maken en concrete afspraken hierover willen vastleggen in een samenwerkingsovereenkomst. In deze overeenkomst maken we afspraken over bijdragen aan de bovenplanse en bovenwijkse investeringen die nodig zijn om de doorontwikkeling van het USP, zoals is vastgelegd in de omgevingsvisie, mogelijk te maken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om investeringen voor de bereikbaarheid van het USP en het groen-blauwe raamwerk. De UU geeft de komende jaren grond uit aan derden om de gewenste ontwikkelingen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie USP mogelijk te maken. Over de besteding van deze grondopbrengsten maken we concrete afspraken in een naar verwachting komend jaar op te stellen samenwerkingsovereenkomst (SOK). Het UMC-Utrecht richt zich eerst op de ontwikkeling van het entreegebied aan de noordzijde. Omdat het UMC-U verwacht hieruit geen grondopbrengsten te kunnen genereren, wil zij de afspraken over de dekking van bovenplanse en bovenwijkse voorzieningen pas op later moment concreet maken. Hiervoor sluiten we – vooralsnog - aan op de financiële afsprakenkaders zoals opgenomen in het UPP (IPOK/IDOC en Anterieure overeenkomst).
Vervolg Na vaststelling wordt het vaststellingsbesluit gepubliceerd op de gemeentelijke website https://omgevingsvisie.utrecht.nl waarna het nieuwe beleid in werking treedt. De Omgevingsvisie USP is vervolgens het ruimtelijk kader voor alle nieuwe (bouw)plannen in USP. Deze omgevingsvisie is geen uitvoeringsplan met een budget. Het is een toekomstvisie die de kansen en ambities beschrijft voor de doorontwikkeling van het USP. Het is aan de Universiteit Utrecht, het UMC Utrecht en/of andere initiatiefnemers om concrete planinitiatieven uit te werken. Deze omgevingsvisie is het kader voor de uitwerking van deze (bouw)plannen. De visie maakt deze (bouw)plannen planologisch nog niet mogelijk. De visie verplicht de grondeigenaren en de gemeente ook niet om de verschillende onderwerpen uit de visie uit te voeren.
Participatie De gemeente Utrecht heeft in samenwerking met de Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Stichting Utrecht Science Park én door het voeren van gesprekken met vele gebruikers, omwonenden en andere betrokkenen, deze omgevingsvisie opgesteld voor het Utrecht Science Park. Voor het betrekken van bewoners, werknemers, gebruikers en andere belanghebbenden is een participatietraject doorlopen. Met een enquête in oktober 2019 (met ruim 3.000 deelnemers) en een eerste USP-lab in januari 2020 (met 130 deelnemers), zijn wensen en voorkeuren van grote groepen gebruikers en belanghebbenden geïnventariseerd. In een Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie USP (mei 2020) zijn vervolgens de uitgangspunten voor het vervolg geformuleerd. Deze zijn gegroepeerd aan de hand van de thema’s (slimme mix, groen-blauwe raamwerk, autoluw en bereikbaar en zichtbaar duurzaam) die leidend zijn geweest bij de uitwerking van de Omgevingsvisie USP. In juli en oktober 2020 zijn over deze thema’s verdiepende deelsessies georganiseerd. In deze sessies (die zowel online als offline plaatsvonden) is de ruimtelijke uitwerking ‘tot dan toe’ met stakeholders besproken. De inzichten uit de deelsessies zijn vervolgens meegenomen in een eerste schets van de totale visie. Tijdens de integratie van alle thema’s zijn daarbij nog keuzes gemaakt.
De voorgestelde keuzes en nog uit te werken vraagstukken (uitwerkingsopgaven) zijn in maart 2021 in een tweede USPlab aan stakeholders gepresenteerd en besproken. Tijdens de inspraakperiode is de concept omgevingsvisie gepresenteerd in twee online informatieavonden. Daarnaast is een partneroverleg met vertegenwoordiging van alle betrokken stakeholders een aantal keer bij elkaar gekomen. Aan het overleg namen onder andere bewonersoverleggen van het buurtschap Amelisweerd en Rijnsweerd-zuid deel, en woonbesturen van de studentenflats in het USP, studenten(sport)raden, UU-raad, HU, verschillende instellingen en bedrijven in het USP, bewonersplatform Utrecht Oost, en Olympos. Via het speciaal ingestelde overhedenoverleg is gedurende het planproces afgestemd met de gemeenten Bunnik, Zeist en de Bilt, waterschap HDSR, de provincie Utrecht, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Rijkswaterstaat.
Communicatie 9
De Omgevingsvisie en de plan MER worden op de webpagina van het project gepubliceerd: https://omgevingsvisie.utrecht.nl/gebiedsbeleid/gebiedsbeleid-wijk-oost/omgevingsvisie-deelgebiedutrecht-science-park-2040/. Communicatie over de besluitvorming en verwerking van de inspraakreacties vindt plaats via: • een e-mail aan de mensen in het e-mailbestand van het project. • een e-mail of bericht per post aan alle insprekers op de concept Omgevingsvisie. • de website van de gemeente. • social media van de gemeente. • de digitale nieuwsbrief van de gemeente. Verder is er afstemming met de UU, UMC-U, de HU, de Stichting USP en de buurgemeenten Bunnik, De Bilt en Zeist om hun achterbannen te informeren.
Bijlage(n) Bijlagen besluitvorming 1. Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 2. Reactienota Omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 2A. 2-kolommenstuk met inspraakreacties en beantwoording 2B. enkele inspraakreacties 3. plan-MER Omgevingsvisie Utrecht Science Park 3A. bijlage plan-MER: quickscan luchtkwaliteit 3B: bijlage plan-MER; quickscan stikstofdepositie 4. 4A Onderbouwing locatiekeuze RMDH 4B HIA locatie D en E tbv RMDH 5. Verkeersonderzoek USP. Verkeersanalyses in het kader van de Omgevingsvisie, 24 februari 2021, Movares. Bijlagen informatief 6. Participatieverantwoording
1 0