Raadsvoorstel Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang 2024.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Vaststellen Nota van Uitgangspunten Passende Kinderopvang 2024 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Onderwijs Maatschappelijke Ontwikkeling Manon Moonen, Liedeke Verburg, Anouk van Tuijl 10725950 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Nota van Uitgangspunten Passende Kinderopvang Utrecht 2024 vast te stellen, dat als kader dient voor de uitvoering van passende kinderopvang, met als: A. Ambitie: voor ieder kind (0-12 jaar) een passende plek binnen de kinderopvang; B. Strategie: op weg naar gelijke kansen voor alle kinderen, waarbij we inzetten op: a. Zoveel mogelijk kinderen krijgen een basis ter voorbereiding op school; i. Bieden van 2 dagdelen voorschool voor kinderen zonder indicatie; ii. Bieden van voorschool voor kinderen met een leeftijd vanaf 2,5 jaar; iii. Bieden van mogelijkheden voor wijkgerichte keuzes indien dit bijdraagt aan gelijke kansen. b. Kinderen met (risico op) taal- en/of ontwikkelachterstand krijgen extra stimulans zodat zij hun achterstand kunnen inlopen: i. Bieden van 16 uur voorschool voor kinderen die op basis van maatwerk een indicatie van de JGZ hebben; ii. Bieden van gemengde groepen voor kinderen met en zonder indicatie; iii. Bieden van intensieve ondersteuning bij de toeleiding naar de voorschool voor ouders van een kindje met indicatie; iv. Rekenen van een ouderbijdrage conform regels Belastingdienst en aanvragen kinderopvangtoeslag voor ouders met een inkomen boven U-pas grens v. Bieden van gratis voorschool voor kinderen met VE-indicatie van ouders met een U-pas c.
Kinderen met een ondersteuningsvraag kunnen deelnemen aan de kinderopvang, voorschool & BSO: i. Bieden van subsidie voor kinderopvangorganisaties die extra ondersteuning of zorg bieden voor kinderen die dit nodig hebben om te kunnen deelnemen; Zowel voor buitenschoolse opvang (4-12 jaar) als kinderopvang (0-4 jaar). C. Uitgangspunten voor de uitvoering: a. Kwalitatief goede voorzieningen; b. Toegankelijkheid, toeleiding en bereik; c. Kernpartneraanpak en gelijkwaardig samenwerken met ouders in de wijk; d. Doorgaande ontwikkel- en leerlijn voor kinderen vanaf de geboorte tot en met het onderwijs. Burgemeester en wethouders van Utrecht, de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting In de Nota van Uitgangspunten Passende Kinderopvang 2024 zijn de ambitie en uitgangspunten geformuleerd voor de uitvoering van voorschoolse educatie, kinderopvang ‘plus’ en buitenschoolse opvang ‘plus’ vanaf 2024. Dit beleidskader biedt een volgende stap richting een meer inclusieve en toegankelijke kinderopvang voor alle kinderen. Hiermee investeren wij in gelijke kansen voor jonge kinderen in onze stad.
Context Aanleiding Het huidige beleidskader voorschoolse educatie 2020-2023 (door de raad vastgesteld in mei 2019) alsmede de nadere regel Passende kinderopvang: voorschoolse educatie en ‘kinderopvang plus’ gemeente Utrecht 2020-2023 (vastgesteld door het college in juni 2019) lopen eind 2023 af. Uit de evaluatie die is uitgevoerd met ouders en partners in het eerste half jaar van 2022 en de reguliere gesprekken met onze partners zien wij dat er verbeterkansen zijn t.o.v. het huidige beleid. Uit de evaluatie kwam naar voren dat er al veel goed gaat; hier bouwen wij op voort. Ook zijn een aantal verbeterpunten voorgesteld die zijn meegenomen in het nieuwe beleidskader. Daarnaast zijn de uitkomsten van professionals en ouders meegenomen in de Nota van Uitgangspunten. Zie hiervoor de tekst onder het kopje Participatie. Mede als gevolg van recente maatschappelijke ontwikkelingen en het uitgangspunt ongelijk investeren voor gelijke kansen in het coalitieakkoord, zien wij mogelijkheden voor verbetering in de nieuwe nota van uitgangspunten. Met passende kinderopvang hebben we een kans om de ongewenste effecten van ongelijkheid aan te pakken. We zetten in op de ‘beweging’ naar voren en het bieden van maatwerk. Hierdoor voorkomen we dat verschillen die al op jonge leeftijd ontstaan verder oplopen.
De nota van uitgangspunten passende kinderopvang 2024 biedt een geactualiseerd beleidskader voor de uitvoering van voorschoolse educatie, kinderopvang plus en buitenschoolse opvang plus, vanaf 2024. Deze beleidsnota is nodig als kader voor de nadere regel passende kinderopvang. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige beleid betreffen: 1. Het bieden van 2 dagdelen peuteropvang/voorschool in plaats van het huidige 1 dagdeel voor kinderen zonder indicatie, dit om kinderen een voldoende minimumbasis te bieden; 2. Het op basis van maatwerk indiceren van kinderen, of te wel op basis van een risico op taal- of ontwikkelingsachterstand dat geconstateerd wordt bij de consulten bij de JGZ in plaats van op basis van ouderfactoren (opleidingsniveau en migratieachtergrond). Dit om alleen de kinderen die dit het hardste nodig hebben 16 uur voorschool te bieden; 3. Het opnemen van kinderopvang 'plus’ en BSO 'plus’ in de nota van uitgangspunten, waar de vorige nota van uitgangspunten alleen ging over voorschoolse educatie. Dit om zoveel mogelijk kinderen deel te laten nemen in de reguliere kinderopvang. Juridische context • De basis voor dit besluit ligt in de uitwerking van twee wettelijke taken door de gemeente: 1. De wettelijke taak van de gemeente om voorschoolse educatie te bieden conform de Wet op het primair onderwijs artikel 166. 2.
De uitvoering van de Jeugdwet, welke wij verder hebben gespecificeerd in de Verordening Jeugd. • De nota van uitgangspunten passende kinderopvang biedt het beleidskader voor het bieden van onder andere voorschoolse educatie. Aangezien de voorliggende nota aanpassingen in het beleid voorstelt is dit een besluit dat door de raad genomen dient te worden. • De nota van uitgangspunten passende kinderopvang vormt het beleidskader voor de uitvoering passende kinderopvang. Hiervoor zullen we een uitvraag moeten doen en hebben we uiterlijk in februari een besluit van de gemeenteraad nodig. • Er is geen bezwaar/beroep/rechtsgang mogelijk tegen dit besluit. • Er ontstaan geen rechten of plichten door dit besluit. Beoogd effect Met dit beleidskader bieden we jonge kinderen een goede start doordat zij zich in een groepsetting
2
kunnen voorbereiden op de basisschool, de kans hebben eventuele achterstanden in te lopen en extra ondersteuning te krijgen indien nodig. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • Vaststelling nota van uitgangspunten voorschoolse educatie 2020-2023, mei 2019 • Halfjaarlijkse rapportages over uitvoering voorschoolse educatie, 2020, 2021, 2022 • Raadsbrief inzake gratis voorschool voor ouders met een Upas, 22 november 2022
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Nota van Uitgangspunten Passende Kinderopvang Utrecht 2024 vast te stellen, dat als kader dient voor de uitvoering van passende kinderopvang, met als: A. Ambitie: voor ieder kind (0-12 jaar) een passende plek binnen de kinderopvang; B. Strategie: op weg naar gelijke kansen voor alle kinderen, waarbij we inzetten op: a. Zoveel mogelijk kinderen krijgen een basis ter voorbereiding op school; i. Bieden van twee dagdelen voorschool voor kinderen zonder indicatie; ii. Bieden van voorschool voor kinderen met een leeftijd vanaf 2,5 jaar; iii. Bieden van mogelijkheden voor wijkgerichte keuzes indien dit bijdraagt aan gelijke kansen. b. Kinderen met (risico op) taal- en/of ontwikkelachterstand krijgen extra stimulans zodat zij hun achterstand kunnen inlopen: i. Bieden van 16 uur voorschool voor kinderen vanaf 2,5 jaar die op basis van maatwerk een indicatie van de JGZ hebben; ii. Bieden van gemengde groepen voor kinderen met en zonder indicatie; iii. Bieden van intensieve ondersteuning bij de toeleiding naar de voorschool voor ouders van een kindje met indicatie; iv. Rekenen van een ouderbijdrage conform regels Belastingdienst en aanvragen kinderopvangtoeslag voor ouders met een inkomen boven Upas grens v. Bieden van gratis voorschool voor kinderen met VE-indicatie van ouders met een U-pas. a.
Kinderen met een ondersteuningsvraag kunnen deelnemen aan de kinderopvang, voorschool & BSO: i. Bieden van subsidie voor kinderopvangorganisaties die extra ondersteuning of zorg bieden voor kinderen die dit nodig hebben om te kunnen deelnemen; Zowel voor BSO als kinderopvang 0-4 jaar. C. Uitgangspunten voor de uitvoering: a. Kwalitatief goede voorzieningen; b. Toegankelijkheid, toeleiding en bereik; c. Kernpartneraanpak en gelijkwaardig samenwerken met ouders in de wijk; d. Doorgaande ontwikkel- en leerlijn voor kinderen vanaf de geboorte tot en met het onderwijs.
Argumenten 1.1
Met Passende Kinderopvang zetten we stevig in op ongelijk investeren voor gelijke kansen, inclusie en ongelijk investeren voor gelijke kansen van (jonge) kinderen. Ongelijk investeren voor gelijke kansen • Verschillende onderzoeken laten zien dat waar je geboren wordt, nog steeds uitmaakt voor je verdere kansen in het leven op het gebied van schoolloopbaan en gezondheid • Ongelijkheid tussen kinderen is al waarneembaar vóór de start op de basisschool
3
• • •
Voorschoolse Educatie is een middel om deze ongewenste verschillen te verkleinen en kinderen daarmee een eerlijke start te geven op de basisschool. Ook biedt kinderopvang en voorschoolse educatie ouders de mogelijkheid om (meer) te werken. Bijvoorbeeld ouders die vanwege hun zorg voor kinderen, lastiger uit een uitkeringssituatie komen. Op de lange termijn draagt dit bij aan kansengelijkheid en tegengaan van armoede.
Op weg naar inclusievere voorzieningen • Kinderen met een ondersteuningsvraag kunnen nog niet altijd deelnemen in reguliere voorzieningen, hierdoor komen zij soms onwenselijk thuis te zitten, of doen zij een beroep op jeugdhulp. Ook wanneer dit inhoudelijk niet de meest wenselijke optie is voor het kind. • Ieder kind heeft het recht om te leren, om zich optimaal te ontwikkelen en om volwaardig mee te doen (Verdrag Rechten van het Kind) • Voor (jonge) kinderen dragen inclusievere voorzieningen bij aan het ‘gewoon’ kind zijn. Daarnaast is het verrijkend dat kinderen al van jongs af aan leren omgaan met verschillen. • Met deze ambitie sluiten we aan bij Utrecht als inclusieve stad. De ‘beweging naar voren’ • Passende Kinderopvang met daarin de onderdelen Voorschoolse Educatie en inclusievere opvang voor kinderen met een ondersteuningsvraag dragen op twee manieren bij aan de ‘beweging naar voren’: 1. Investeren in de vroege ontwikkeling van kinderen met een (risico op) achterstand levert veel op, niet alleen voor het individu maar ook voor de samenleving. 2. Door sterke basisvoorzieningen in de stad, waarin ruimte is voor maatwerk voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte, voorkomen we een (onnodig) beroep op de jeugdhulp. Dit sluit aan bij de hervormingsagenda jeugd. • Dit is belangrijk omdat de houdbaarheid van de zorg onder druk staat.
Door het versterken van de sociale basis en het vroeg investeren, hopen we bij te dragen aan een afname van (jeugd)hulp op latere leeftijd. 1.2
Het bieden van een minimumbasis (van 2 dagdelen) voorschool voor kinderen zonder indicatie is wenselijk voor de ontwikkeling van kinderen. Huidige situatie Kinderen zonder indicatie mogen op dit moment maximaal 5 uur (= 1 dagdeel) gesubsidieerd deelnemen aan de voorschool. Niet alle kinderen komen aan de beurt, omdat de kinderen met een voorschool-indicatie voorrang hebben op de kinderen zonder indicatie. Afweging Op dit moment komen kinderen zonder indicatie maar voor één dagdeel. Dit is voor de kinderen zelf en de groep als geheel onwenselijk. Voor veel kinderen is dit onvoldoende is (bijvoorbeeld door wenproblematiek) en hebben (hiernaast) moeite om deel te nemen in de groep. Hierdoor krijgt een aanzienlijk deel van hen alsnog een indicatie voor 16 uur. De verwachting is dat deze kinderen met twee dagdelen wel een goede voorbereiding krijgen en een groot deel dus niet alsnog een indicatie van 16 uur hoeft te ontvangen. In het kader van ongelijk investeren voor gelijke kansen willen we zoveel mogelijk kinderen een basis te bieden en de kinderen die het nodig hebben een eerlijke kans bieden door 16 uur per week voorschool aan te bieden. •
Veel kinderen gaan gemiddeld al twee dagen naar het reguliere kinderdagverblijf; Daarmee krijgen zij al een groepsgerichte voorbereiding op de basisschool die goed is voor hun ontwikkeling.
4
•
•
We hebben afgewogen om de doelgroep zonder indicatie, die 2 dagdelen van de voorschool gebruik kan maken, te beperken tot de groep kinderen waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en daardoor niet bij de kinderopvang terecht kunnen. Wij kiezen hier niet voor omdat er een aantal risico's aan deze werkwijze zitten, zowel juridisch als inhoudelijk. - Vanuit juridisch perspectief: het belang van kind staat voorop, ongeacht de situatie van de ouders. Recht op kinderopvangtoeslag heeft betrekking op de ouders en kan dus geen uitsluitingsgrond zijn voor het recht op 2 dagdelen voorschool. - We zouden ook een groep kinderen uitsluiten van de voorschool die we wel graag een plek willen het bieden. Het gaat om kinderen waarvan de ouder(s) werken en een laag inkomen hebben. Voor wie het momenteel niet loont om gebruik te maken van reguliere kinderopvang, ondanks dat zij recht hebben op kinderopvangtoeslag. - In sommige wijken, zoals Overvecht, is zeer beperkt kinderopvang beschikbaar. Wij voorzien het ongewenste effect dat het loont om voor één (van beiden) ouder(s) de baan op te zeggen of niet te gaan werken, met name voor lagere inkomens, zodat er geen recht is op kinderopvangtoeslag en het kind wel recht heeft op 2 dagdelen voorschool. Wij willen juist stimuleren dat ouders werken. - Het contrast tussen wel of geen VE-indicatie zou groter worden.
Dit verhoogt de druk in de spreekkamers op de medewerkers van de Jeugdgezondheidszorg. Dit leidt tot meer onrust en waarschijnlijk ook meer VE-indicaties. Het helpt als er een alternatief is voor ouders indien hun kind geen VE-indicatie heeft; namelijk 2 dagdelen voorschool.
Keuze Wij kiezen om 2 dagdelen aan te bieden in plaats van 1 dagdeel. We sluiten op voorhand geen doelgroepen uit. In eerste instantie richten wij ons op de kinderen die het meeste baat hebben bij de 2 dagdelen voorschool. We richten ons vooral op kinderen die nog niet naar de kinderopvang gaan en waarvan de ouders beperkte mogelijkheden hebben om te kiezen voor reguliere kinderopvang. Hoe we dit doen gaan wij afstemmen met onze partners. 1.3
Het bieden van voorschool voor kinderen vanaf 2,5 jaar is meest doeltreffende optie op dit moment. Huidige beleid: Het huidige beleid gaat uit van een startleeftijd van de voorschool van 2,5 jaar, dit sluit aan bij het wettelijke kader van het uitvoeren van voorschoolse educatie. In het kader van de regiodeal Overvecht wordt een pilot uitgevoerd met een startleeftijd van 2 jaar. Afweging: We hebben afgewogen om te kiezen voor een startleeftijd van 2 jaar voor de peuteropvang/voorschool. De eerste jaren van een kind zijn essentieel voor de verdere ontwikkeling. De taalontwikkeling start al in de fase vóór 2,5 jaar. Ook krijgen kinderen meer ontwikkeltijd door de leeftijd te vervroegen naar 2 jaar. Er zijn ook aandachtspunten: • Starten op 2 jaar vraagt een andere ‘aanpak’ dan het formele voorschool programma. Kinderen van 2 jaar hebben een andere zorgvraag. In de pilot in het kader van de regiodeal Overvecht en andere gemeenten leren we hiervan. • Daarnaast is de betrokkenheid van ouders zeer belangrijk, zeker op jongere leeftijd. Het is van belang om ouders te blijven betrekken, ook als kinderen op 2 jaar starten. En om dit in samenhang te organiseren met Kansrijke start en sociale basis.
5
•
•
Starten met VE vanaf 2 jaar vraagt extra personeel, wat moeilijk realiseerbaar is gezien de huidige personeelskrapte. Dit gaat op dit moment ten koste van de kindplaatsen die voor kinderen vanaf 2,5 jaar nodig zijn. Tot slot past het starten met VE vanaf 2 jaar op dit moment niet in het budgettaire kader.
Keuze: Vooralsnog kiezen we voor het behouden van de start van de voorschool op 2,5-jarige leeftijd. We onderzoeken hoe we kinderen op jongere leeftijd kunnen bereiken. Op basis van de lessen uit de pilot in Overvecht alsmede resultaten in andere gemeenten die al starten op 2-jarige leeftijd, wegen we af in welke vorm we kinderen vanaf 2 jaar kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling vanaf 2 jaar. 1.4
Op basis van indiceren op maatwerk kunnen kinderen met (risico op) een taal- en/of ontwikkelachterstand die dit het meeste nodig hebben extra stimulans krijgen zodat zij hun achterstand kunnen inlopen. Huidig beleid In het huidige beleid krijgen kinderen op basis van vaste ouderfactoren (opleidingsniveau en migratieachtergrond) al twee weken na de geboorte een vinkje voor een indicatie. Op dat moment is er nog geen constatering van een taal- of ontwikkelachterstand. Deze kinderen behouden hun indicatie, ongeacht of er wel of geen (risico op) taal- en/of ontwikkelachterstand wordt geconstateerd bij het 2-jaar consult. Bij het 2-jaar consult worden daarnaast nog kinderen op individuele gronden geïndiceerd, als blijkt dat zij een taal- en/of ontwikkelachterstand hebben. Soms gebeurt dit ook op aangeven van een pedagogisch medewerker die een kindje voor minder uren op de groep heeft en ziet dat er voor het kindje meer nodig is. Afweging • Een deel van de kinderen die op basis van ouderfactoren een VE-indicatie ontvangt, laat bij het twee jaar consult eigenlijk geen (risico op) achterstand laat zien. Deze kinderen ontwikkelen zich voldoende en ontvangen voldoende stimulering op taal en ontwikkeling thuis. Volgens professionals uit de voorschool en JGZ hebben deze kinderen geen 16 uur voorschool nodig.
• Het indiceren op basis van herkomstland en opleidingsniveau wordt als stigmatiserend ervaren door een deel van de ouders en professionals. Statistisch gezien blijkt wel dat kinderen van ouders met een lager opleidingsniveau meer kans hebben op een achterstand. Keuze We kiezen ervoor om alleen op basis van maatwerk te indiceren. Of te wel op basis van een risico op taal- of ontwikkelingsachterstand bij de consulten bij de JGZ. Op deze manier zetten we het totale VE -aanbod van 16 uur in op de kinderen die dit het hardste nodig hebben. De werkwijze van het op maatwerk indiceren wordt in 2023 in samenwerking met de JGZ uitgewerkt. Het college bepaalt in afstemming met de VE-aanbieders welke criteria gelden voor de VE-indicaties voor 16 uur. Dit kan jaarlijks worden bijgesteld door het college, in afstemming met de VE-aanbieders.
1.5
Het bieden van gratis voorschool voor kinderen met VE indicatie en ouders met een Upas neemt een belangrijke drempel weg voor ouders met een laag inkomen om deel te nemen aan de voorschool. Huidige beleid: Ouders betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform regels van de Belastingdienst. Onlangs heeft het college besloten (22 november 2022) om de voorschool gratis te maken voor kinderen met een VE indicatie en ouders met een
6
Upas. Op deze manier nemen we naar verwachting een belangrijke drempel weg voor ouders met een laag inkomen om deel te nemen aan de voorschool. Afweging: • Het is wenselijk om een gelijk financieringsstelsel te bieden voor werkenden en nietwerkenden. • Het benutten van de kinderopvangtoeslag een belangrijke financieringsbron voor de haalbaarheid van dit voorstel. • Tegelijkertijd zien we dat dit soms administratieve en financiële drempels opwerpt voor ouders om hun kind te laten deelnemen aan de voorschool. Met als gevolg dat we deze groep ouders en kinderen niet bereiken. Dit wordt versterkt door de toeslagenaffaire en de huidige kostencrisis. Keuze: Vanuit de wens om ‘ongelijk te investeren voor gelijke kansen’ blijft de komende periode de voorschool voor kinderen met een VE indicatie en ouders met een Upas gratis. 1.6
Het bieden van extra ondersteuning op de voorschool, het bieden van kinderopvang ‘plus’ en buitenschoolse opvang ‘plus’. Huidige beleid: In het huidige beleid bieden we extra subsidie voor peuteropvang/voorschool groepen en groepen op de buitenschoolse opvang om kinderen met een extra ondersteuningsof zorgvraag toch opvang te kunnen bieden in de reguliere setting. Afweging: • Sommige kinderen hebben extra ondersteuning nodig op de groep om te kunnen deelnemen aan peuteropvang/voorschool of reguliere kinderopvang (0-12 jaar). Op basis van de huidige praktijk in de peuter/voorschool, kinderopvang en buitenschoolse opvang zien we dat er mogelijkheden zijn om verder te 'normaliseren’ en kinderen een opvang plek binnen de eigen wijk te bieden. • We zien dat de vraag naar aanvullende jeugdhulp toeneemt door het gebrek aan geschikte BSO en kinderopvang voor kinderen met een ondersteuningsvraag. Voor een kleine groep kinderen is en blijft specialistische jeugdhulp passend, maar een groot deel kinderen is meer gebaat bij ondersteuning in het reguliere. Bovendien betalen ouders dan ook de reguliere opvang bijdrage. Door hier extra op in te zetten kan een onnodig beroep op de aanvullende jeugdhulp worden voorkomen. • Bij jonge kinderen (0-6 jaar) is nog niet helder waar hun ondersteuningsbehoefte of gedrag vandaan komt (sociaal en/of medisch).
Voor kinderen betekent dit dat zij, soms al op hele jonge leeftijd, van groep moeten verplaatsen, te maken krijgen met faalervaringen en/of (ongewenst) thuis komen te zitten. Met de huidige regeling zien we dat een deel van de kinderen de juiste ondersteuning op de voorschool kan krijgen. Echter zien we ook dat deze er op dit moment voor kinderen in de reguliere kinderopvang 0-4 jaar geen extra mogelijkheden zijn, wat de druk op de peutergroepen/voorscholen en specialistische dagbehandelgroepen verder verhoogt. Keuze: Voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte bouwen we voort op de ingezette lijn: een inclusievere kinderopvang 0-12 jaar (inclusief voorschool). We onderscheiden de volgende vormen: • Peuteropvang/voorschool: Kinderen met een ondersteuningsvraag kunnen binnen de voorschool blijven, wanneer zij baat hebben bij de voorschool. • Kinderopvang ‘plus’ (0-4 jaar): Extra inzet op de reguliere kinderopvang voor kinderen die niet mee kunnen doen in een reguliere setting en extra ondersteuning nodig hebben. Deze kinderen hebben iets meer of anders nodig dan de voorschool of aanvullende jeugdhulp. Deze kinderen willen we de juiste ondersteuning bieden in de eigen wijk.
7
•
BSO ‘plus’ (4-12 jaar): Extra inzet op de reguliere buitenschoolse opvang voor kinderen die niet mee kunnen doen in de reguliere BSO en extra ondersteuning nodig hebben. We bouwen hierbij voort op de kennis rond BSO ‘plus’ van afgelopen jaren en zien hier nog behoefte aan groei in een aantal wijken, met name in/rond SBO en SO-scholen.
Hoe de inzet op de voorschool, reguliere kinderopvang en BSO er precies uit moet zien, en welke randvoorwaarden daarvoor nodig zijn, zullen wij in de komende periode verder vormgeven samen met partners. Kanttekeningen/Risico's 1.1
Het indiceren van de VE op basis van maatwerk, in plaats van op vaste ouderfactoren, betekent een verandering voor inwoners en professionals Het indiceren op basis van maatwerk is een andere werkwijze dan tot nu toe, waarin een groot deel van de kinderen een VE-indicatie kreeg op basis van ouderfactoren (opleidingsniveau en migratieachtergrond). Voor ouders: • Ouders die op basis van de huidige situatie een VE-indicatie zouden ontvangen en misschien ook verwachten (en benutten om te kunnen werken), krijgen dit niet meer automatisch in de nieuwe situatie. • Het kan ook betekenen dat dat oudere broers of zussen wel een VE-indicatie hebben gekregen, en het jongere kindje dit niet krijgt. Omdat blijkt dat er thuis voldoende met het kindje wordt gesproken en het kindje zich goed ontwikkelt. Mogelijk kan dit leiden tot onbegrip bij ouders. Maatregel: • We bieden ruimte voor een overgangsperiode. Kinderen die al zijn gestart bij de voorschool mogen dit uiteraard afmaken. En indien al een VE-indicatie op basis van ouderfactoren is afgegeven gaan wij deze niet weer intrekken. • Goede communicatie over de verandering richting ouders Voor professionals: • Voor de medewerkers van de Jeugdgezondheidszorg betekent het een verandering in de manier waarop zij de VE indiceren. Tegelijkertijd zijn zij al gewend om ook deels op maatwerk te indiceren.
• Professionals van de voorscholen kunnen meer vragen krijgen van ouders, bijvoorbeeld in de situatie dat een jonger broertje/zusje geen VE-indicatie krijgt Maatregel: • De Jeugdgezondheidszorg is nauw betrokken geweest bij dit voorstel en medewerkers geven aan het nieuwe beleid te steunen. • De nieuwe werkwijze vraagt binnen de Jeugdgezondheidszorg een andere aanpak. Jaar 2023 wordt benut om alle professionals hierin mee te nemen zodat zij het nieuwe beleid goed aan de ouders kunnen uitleggen.
1.2
De ambitie voor het bieden van 2 dagdelen voorschool vraagt op termijn extra plekken. Huidige situatie Op dit moment mogen alle kinderen 1 dagdeel naar de voorschool. Doordat er meer vraag dan aanbod is en kinderen met een indicatie voorrang hebben op kinderen zonder indicatie, komen nu niet alle kinderen aan de beurt voor dit dagdeel, of pas als zij al 3 jaar oud zijn. Afweging De uitbreiding van 1 naar 2 dagdelen is een mogelijkheid om ten behoeve van gelijke kansen de investeren in de jongste jeugd in onze stad. Dit vraagt om een investering in de capaciteit van kindplaatsen, zowel in personeel als in huisvesting. Dit is een 8
behoorlijke uitdaging in deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt en beperkte ruimte (bij scholen). De ambitie geldt voor meerdere jaren, de huidige uitgangssituatie is belangrijk om mee te nemen, maar willen we niet leidend laten zijn ten opzichte van de ambitie. Daarnaast spelen de landelijke ontwikkelingen rond kinderopvang ook een rol. Keuze en maatregel We kiezen voor een stapsgewijze aanpak, waarin wij samen met onze partners continu prioriteren. Dit betekent soms dat wij moeten herverdelen, en maatwerk bieden ten behoeve van gelijke kansen.
Financiën Budgettair kader in relatie tot voorliggende nota van uitgangspunten De financiële kaders worden bepaald door de ontvangen middelen uit de specifieke uitkering voor het Onderwijs Achterstanden Beleid (OAB) vanuit het Rijk, gemeentelijke middelen en de decentralisatieuitkering voorschoolse voorziening peuters. Voor de uitvoering van passende kinderopvang door kinderopvangorganisaties op basis van subsidie is binnen de begroting een bedrag van € 14,4 mln aan subsidie beschikbaar. Dit budgettaire kader biedt op dit moment voldoende ruimte voor de uitvoering van passende kinderopvang op basis van de nota van uitgangspunten. Het budgettaire kader begrenst het aantal beschikbare kindplaatsen, dat in de loop van de tijd fluctueert door de vraag-, loon- en prijsontwikkelingen en de groei van de stad. Het voorgestelde beleid past binnen het genoemde budgettair kader. Naar verwachting zullen we in 2024 nog niet direct op de ambitie van 90% bereik (zoals genoemd in programmabegroting onderwijs) van de doelgroep met VE indicatie uitkomen, met name gezien het personeelstekort in de sector. Hierdoor hebben wij naar verwachting een ingroei op de uitgaven. De eerste jaren hebben we naar verwachting meer dekkingsmiddelen dan kosten.
Indien door bovengenoemde ontwikkelingen en mogelijke stijgende vraag en hoger bereik niet uitkomen binnen de budgettaire kaders dient binnen het beschikbare budget een afweging plaats te vinden ten aanzien van de uitvoering van passende kinderopvang. Afwegingen binnen het budgettair kader In de nota van uitgangspunten gaan we uit van een startleeftijd van 2,5 jaar op de peuteropvang/voorschool. Om extra verschil te maken voor jonge kinderen die dit het meest nodig hebben, hebben we overwogen om kinderen met 2 jaar te laten starten op de peuteropvang/voorschool. Dit vraagt echter extra kindplaatsen, personeel een andere aanpak/aanbod en levert een aanzienlijke toename van de kosten op namelijk: €4,3 miljoen tot €5,5 miljoen per jaar (waarin opgenomen een limiet op aantal kindplaatsen voor kinderen zonder VE-indicatie). Hier kiezen we op dit moment niet voor, omdat dit niet past binnen het huidige budgettair kader. Deze optie opnemen binnen het huidige budgettaire kader, vraagt een afweging binnen het budgettair kader en zou betekenen dat we binnen het aanbod van passende kinderopvang zodanig moeten herverdelen dat dit niet wenselijk is, bijvoorbeeld: a. Minder plekken beschikbaar voor de niet doelgroep/2 dagdelen (consequenties: minder menging, minder plekken voor basisminimum en meer VE-indicaties voor 16 uur) b.
Uitsluiten bepaalde groepen voor de niet doelgroep/ 2 dagdelen zoals: kinderen waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag (consequentie: voor ouders met lage inkomens nadelige gevolgen) c. Minder groepen/locaties in wijken met weinig doelgroep/peuters met VE indicatie (consequentie: minder spreiding, minder plekken voor basisminimum). Deze keuze gaan we al toepassen in de huidige nota, maar de spreiding zou hiermee verder onder druk komen te staan. Wat we wel kunnen doen is onderzoeken van alternatieve vormen om kinderen vanaf 2 jaar te stimuleren in hun ontwikkeling en in hoeverre hier mogelijkheden zijn binnen het budgettair kader. Overzicht wijzigingen t.o.v. huidig beleid
Huidig beleid (hoe het Strategie Nota van was) Uitgangspunten 2024 (hoe het wordt)
Waar kiezen we niet voor
9
Budgettair kader Aanbod voorschool Indicering JGZ ‘plus’ aanbod
€14,4 miljoen (realisatie €14,4 miljoen Extra benodigd + €4,3 tot blijft achter bij begroting) €5,5 miljoen 1 dagdeel niet 2 dagdelen niet Vervroegen startleeftijd doelgroep doelgroep naar 2 jaar (doelgroep en 16 uur doelgroep VE 16 uur doelgroep VE niet-doelgroep) Op basis van vaste Enkel op basis van ouderfactoren en deels individueel maatwerk op basis van maatwerk (context kindje en gezin) BSO ‘plus’ (4-12 jaar) Uitbreiding kinderopvang ‘plus’ (0-4 jaar) en behouden BSO ‘plus’ (412 jaar)
Vervolg Na vaststelling door de raad starten we met het voorbereiden van de uitvraag voor uitvoering van Passende Kinderopvang in 2024 en verder. Wij kiezen voor een subsidie als vorm van geld verstrekken. De keuze tussen subsidie of inkoop (aanbesteden) is maatwerk en moet passen bij de inhoud en doelstelling van de opdracht. Met inachtneming van de uitwerking van Motie 324 ‘Toekomst van het aanbesteden in het sociaal domein’, het keuzekompas en eerdere subsidieverstrekkingen en inkoopopdrachten binnen het sociaal domein past subsidie als beste vorm. Subsidie biedt de mogelijkheid om op hoofdlijn te sturen en ook voldoende ruimte om wijzigingen n.a.v. maatschappelijke veranderingen gaandeweg in partnerschap met de aanbieders in te vullen. Met subsidie hebben wij voldoende grip en sturing op de uitvoering. We kiezen hiermee voor voortzetting op de huidige vorm van geld verstrekken via een nadere regel. Dit draagt bij aan de continuïteit in het voorschoolse veld. In andere gemeenten in Nederland wordt ook gekozen voor subsidie als vorm voor geld verstrekken voor voorschoolse educatie.
Participatie Bij de totstandkoming van deze nota hebben wij partners, professionals en ouders bevraagd op hun mening ten aanzien van het huidige beleid en de toekomst. Met partners, professionals en experts hebben wij verschillende evaluatiegesprekken gehouden en twee brede bijeenkomsten georganiseerd om uitkomsten breed terug te koppelen en te verifiëren. Partners uit de stad waren onder andere: Kinderopvangorganisaties (inclusief de huidige voorschoolaanbieders), kinderopvangorganisaties, buurtteam, aanvullende jeugdhulp partijen Spoor030 en KOOS, de Jeugdgezondheidszorg, experts vanuit Universiteit Utrecht, de Hogeschool Utrecht en de Taalschool. In de gesprekken met professionals en experts hebben wij hen bevraagd op hun eigen praktijk en ervaringen als professionals. Daarnaast hebben wij hen specifiek bevraagd op het perspectief vanuit ouders. De professionals zien de ouders dagelijks en hebben een goed beeld van waar ouders tegenaanlopen. Naast het ouderperspectief vanuit de professionals hebben wij gebruik gemaakt van data uit eerdere trajecten, zoals de ouders die betrokken bij Utrechts Kwaliteitskader Kinderopvang en de lessen van de Krijtclub. Tot slot hebben we, om deze informatie aan te vullen, telefonische interviews gehouden met enkele ouders. De uitkomsten van professionals en ouders zijn meegenomen in het raadsvoorstel en in de Nota van Uitgangspunten.
De belangrijkste onderwerpen die werden genoemd door professionals waren: - Aantal dagdelen: 1 dagdeel is voor (sommige) kinderen te weinig. De afweging om kinderen waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag uit te sluiten voor 2 dagdelen voorschool heeft geen breed draagvlak. Met name zorgen over ouders met lage inkomens en het risico dat ouders dan niet gaan werken. - Indiceren op maatwerk in plaats van vaste ouderfactoren wordt ondersteund. Aandacht nodig voor wat de JGZ nodig heeft om de opdracht uit te voeren en de verhouding tussen maatwerk en gelijke behandeling van ieder kind. - Bij de inzet op toeleiding is het belangrijk dit samen vorm te geven met ouders. - Wisselende reacties omtrent de startleeftijd van 2 jaar. Enerzijds geldt voor een startleeftijd van twee jaar: hoe eerder hoe beter. Aan de andere kant: vanaf twee jaar is niet altijd haalbaar, er zijn 10
-
nu al tekorten aan personeel. Het is belangrijk dat kinderen voordat zij naar de voorschool gaan goed worden voorbereid. Dit kan door een breed aanbod (buiten VE) aan te bieden aan ouders en kinderen tot 2,5 jaar, zoals ouder-kind groepen. Ook belangrijk dat ouders bewust zijn en gestimuleerd worden om een grote rol in te nemen bij de (taal)ontwikkelstimulering van hun kinderen. Benut hierbij de lessen uit de pilot die onlangs in Overvecht is gestart. Ouderbijdrage: Fijn dat het gratis is voor kinderen met indicatie en ouders met een U-pas. Proces voor ouders /aanbieders eenvoudig houden. Financiële drempel ook weg bij plus varianten. Kinderen met ondersteuningsvraag hebben een passende plek in de kinderopvang. Professionals ondersteunen deze ambitie en willen daarbij voortbouwen op de lessen die we daarover leren. Extra ondersteuning betekent ook kennis en expertise en randvoorwaarden die dit mogelijk maken.
De belangrijkste onderwerpen die werden genoemd door ouders waren: - Een groepsgerichte voorbereiding op de basisschool is belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling, één dagdeel is te weinig. - Gelijkwaardige samenwerking tussen professionals en ouders - Verbinden van verschillende initiatieven (ook vanuit de sociale basis) & het ontmoeten van andere ouders om ervaringen uit te wisselen. - Reguliere kinderopvang wordt als duur ervaren (risico lage inkomens) en wachtlijsten bij de reguliere kinderopvang (en VE) door personeelstekort. In de volgende fase worden ouders en professionals opnieuw betrokken.
Communicatie Na vaststelling zullen wij de nota van uitgangspunten passende kinderopvang 2024: - Publiceren op de website - Communiceren met onze partners
Bijlage(n) Bijlagen besluitvorming -
Nota van Uitgangspunten Passende Kinderopvang 2024
Bijlagen informatief -
11