CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Kadernota Cultuurparticipatie 2022-2030.docx

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Kadernota Cultuurparticipatie 2022-20303.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Kadernota Cultuurparticipatie 2022-2030 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Cultuur Culturele Zaken Stefanie Weijsters 9403440 volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Kadernota Cultuurparticipatie vast te stellen, waarmee inzicht gegeven wordt in de beleidsvisie voor cultuurparticipatie en cultuur in de wijk in Utrecht 2022-2030, met als belangrijkste beleidsdoelstellingen: a. voor cultuur in de buurt: elke wijk in Utrecht heeft een wijkgerichte cultuurfunctie die bestaat uit een passende mix van voorzieningen, programma-activiteiten en ‘verbinders’ die vraag en aanbod op elkaar afstemmen; b. voor cultuur in de vrije tijd: - het amateurkunst(educatie)aanbod is niet alleen goed, betaalbaar en divers, maar het heeft zich ook vernieuwd; - verspreid over de stad zijn passende activiteiten toegankelijk voor iedereen, dus ook voor kinderen en jongeren die in armoede leven en voor ouderen; en - de sector floreert en jonge talenten krijgen de professionele begeleiding die ze nodig hebben. c. voor cultuur op school: op alle scholen in het primair, voortgezet en (v)mbo-onderwijs is goed cultuuronderwijs geborgd. 2. De beleidsdoelstellingen door te vertalen in een meerjarig uitvoeringsprogramma. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting In de Kadernota Cultuurparticipatie worden de verschillende beleidsthema’s en regelingen op het gebied van cultuurparticipatie en cultuur in de wijk bij elkaar gebracht, en wordt voor het eerst een visie op het geheel hiervan geformuleerd. De nota richt zich op alle vormen van actieve cultuurparticipatie, oftewel het zelf beoefenen, maken of uitvoeren van kunstzinnige activiteiten in de buurt, in de vrije tijd en op school. In de kern gaat het erom dat (actieve) cultuurparticipatie bijdraagt aan een gezond stedelijk leven voor iedereen (hoofdstuk 2: de waarde van cultuurparticipatie). Inwoners krijgen de kans hun talenten te ontdekken en creativiteit te ontplooien. Cultuurdeelname komt niet alleen het welzijn en de gezondheid van mensen ten goede, maar ook de sociale cohesie in de buurt en in de stad. Het is daarom van belang om deze verbindingen tussen cultuur en welzijn te blijven versterken. Dit kan door op activiteitenniveau meer samen te werken, denk bijvoorbeeld aan samen muziek maken in een zorginstelling of buurthuis, maar ook door elkaars voorzieningen en faciliteiten beter te benutten om zo het bereik van en de impact voor inwoners verder te vergroten. Utrecht kent een breed en veelzijdig aanbod voor inwoners die cultureel actief willen zijn (hoofdstuk 3: de Utrechtse basis voor cultuurparticipatie).

De basis voor cultuurparticipatie is stevig, maar nog niet iedereen kan vanzelfsprekend meedoen en nog niet in alle delen van de stad is cultuurbeoefening dichtbij toegankelijk. Daarnaast vragen de veranderende samenleving en de groei van de stad om vernieuwing en doorontwikkeling van de basis. Utrecht wil daarom de komende jaren werken aan een inclusief, artistiek-professioneel cultuurparticipatiebeleid dat maatschappelijk gedreven is en dicht op de huid van de inwoners zit (hoofdstuk 4: de Utrechtse principes voor cultuurparticipatie). Deze nota vormt een verkenning van principes en toekomstwensen met het oog op het bereik van alle inwoners. Vier nieuwe leidende principes worden geïntroduceerd: 1. Maatschappelijk gedreven, 2. Inclusief, 3. Dichtbij en 4. Artistiek-professioneel. In deze kadernota worden de visie en ambities van de gemeente vertaald naar 3 nieuwe beleidsdoelstellingen voor 2030 (hoofdstuk 5: de Utrechtse cultuurparticipatieagenda). 1. Cultuur in de buurt (hoofdstuk 5.1): Elke wijk in Utrecht heeft een wijkgerichte cultuurfunctie die bestaat uit een passende mix van voorzieningen, programma-activiteiten en ‘verbinders’ die vraag en aanbod op elkaar afstemmen. Wat betreft de wijkgerichte culturele voorzieningen is de ambitie om te werken aan een betere spreiding, zodat inwoners dichtbij op tien minuten loopafstand toegang hebben tot een dergelijke voorziening.

De voorkeur gaat uit naar een combinatie van culturele en andere maatschappelijke voorzieningen. Zo maken we niet alleen slim gebruik van de schaarse beschikbare ruimte in de stad, maar stimuleren we ook de samenhang in de buurt. 2. Cultuur in de vrije tijd (hoofdstuk 5.2): Het amateurkunst(educatie)aanbod is niet alleen goed, betaalbaar en divers, maar het heeft zich ook vernieuwd. Verspreid over de stad zijn passende activiteiten toegankelijk voor iedereen, dus ook voor kinderen en jongeren die in armoede leven en voor ouderen. De sector floreert en jonge talenten krijgen de professionele begeleiding die ze nodig hebben. De gemeente zet in op vernieuwing en betere ondersteuning van de amateurkunstsector. 3. Cultuur op school (hoofdstuk 5.3): Op alle scholen in het primair, voortgezet en (v)mbo-onderwijs is goed cultuuronderwijs geborgd. De gemeente verbreedt de aandacht voor cultuureducatie op basisscholen naar het voortgezet onderwijs en (v)mbo.

Context Aanleiding De komende tijd maakt Utrecht een schaalsprong. Met de groei van de stad verandert de vraag naar wat er nodig is op het gebied van cultuurparticipatie. Zoals vastgelegd in ‘Kunst kleurt de stad’ (Cultuurvisie 2030 en Cultuurnota 2021-2024) wil Utrecht in 2030 een inclusieve culturele metropool zijn waarin iedereen de kans krijgt zich artistiek te ontplooien. In het licht van de snelgroeiende stad is het noodzaak te komen tot een inclusieve en toekomstbestendige infrastructuur voor cultuurparticipatie. De vraag die in de kadernota beantwoord wordt is: hoe dragen we als gemeente bij aan een divers cultureel aanbod, ook op buurt- en wijkniveau, waarin de inwoners zich herkennen en 2

waarvan ze gebruik kunnen en willen maken? De Kadernota Cultuurparticipatie sluit aan bij de verbindende kracht van cultuur op buurt- en wijkniveau, en het belang van talentontwikkeling, twee ambities uit het coalitieakkoord ‘Utrecht: Ruimte voor iedereen’ (2018). Het onderwerp leeft: in de stad, in de gemeenteraad en bij het rijk; ook in het landelijke cultuurbeleid krijgt cultuurparticipatie steeds meer aandacht. De nota sluit aan op de kaders die voor het cultuurbeleid zijn vastgelegd in de Cultuurvisie 2030 en Cultuurnota 2021-2024 ‘Kunst kleurt de stad’ (en vormt in het bijzonder een uitwerking van de pijler Stimuleren van creatief vermogen), de ‘Nota van uitgangspunten. Op weg naar nieuw beleid amateurkunsteducatie voor de periode 2019-2021’ en het Bestuurlijk kader Cultuur en Onderwijs (BCO) 2013-2023 van het Ministerie van OCW, de PO-Raad, gemeenten en provincies. Cultuurparticipatie wordt momenteel via diverse nadere regels gestimuleerd en ondersteund, waaronder de nadere regels Subsidie Amateurkunsteducatie 2022-2024, Basissubsidies Amateurkunst en Combinatiefuncties Cultuur 20212022. De subsidies die via deze nadere regels verstrekt worden op het gebied van het stimuleren van het creatief vermogen, vormen de basis voor de ondersteuning van cultuurparticipatie en cultuur in de wijk door de gemeente.

Parallel aan deze kadernota is de Uitvoeringsnota huisvesting culturele en creatieve sector ontwikkeld. De nota’s raken elkaar als het gaat om de fysieke vertaling van cultuur in de wijk. Daar waar de Kadernota Cultuurparticipatie zich richt op de inhoudelijke beleidsvisie en -doelen voor cultuurparticipatie en cultuur in de wijk en buurt, geeft de Uitvoeringsnota huisvesting culturele en creatieve sector aan hoe we hiervoor de fysieke ruimte op de juiste plekken kunnen gaan realiseren. In de Kadernota Cultuurparticipatie is dit uitgewerkt in paragraaf 5.1.1 Spreiding wijkgerichte culturele voorzieningen. In de Uitvoeringsnota huisvesting culturele en creatieve sector staat in Deel 1 de ambitie en bijbehorende afwegingskaders voor wijkvoorzieningen beschreven (p.17) en in Deel 2 het uitvoeringsplan (p.30). Juridische context In de Kadernota Cultuurparticipatie worden alle beleidsonderwerpen en de daaraan gerelateerde nadere regels op het gebied van cultuurparticipatie samen in beeld gebracht en schetst de gemeente voor het eerst een visie en ambitie voor 2030 op dit specifieke terrein. Hiervoor worden vier leidende principes en drie ambities geformuleerd. De Kadernota Cultuurparticipatie wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de raad, omdat de raad bevoegd is kaderstellend beleid vast te stellen.

Dit heeft mogelijk consequenties voor het opstellen van nadere regels op het gebied van cultuurparticipatie door het college in de toekomst. Beoogd effect Cultuurparticipatie draagt bij aan een gezond stedelijk leven voor iedereen in Utrecht. Inwoners krijgen de kans hun talenten te ontdekken en te ontplooien. Door actief te zijn bij een orkest, dansgroep, fotografiecursus of community-artproject in de wijk uiten en ontwikkelen mensen zich en ontmoeten ze elkaar. Actief meedoen aan cultuur levert een positieve bijdrage aan de mentale en fysieke gezondheid, veerkracht en zingeving van mensen. Cultuurparticipatie versterkt de sociale samenhang in buurten en wijken en kan bijdragen aan het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen mensen en wijken. Naast de intrinsieke waarde is cultuurparticipatie ook maatschappelijk van belang. Op basis van deze kadernota kan de ondersteuning vanuit de gemeente beter worden bepaald, en de inzet van de gemeentelijke middelen beter worden gemonitord en verantwoord. Door het beleid van de gemeente op het gebied van cultuurparticipatie publiek te maken en tot verdere mee-ontwikkeling uit te nodigen, is de verwachting dat de gemeentelijke doelstellingen meer in samenhang en samenwerking met de partners in de stad, medeoverheden (gemeenten, provincie, rijk) en fondsen gerealiseerd kunnen worden.

Samen met hen werken we dit beleid uit in een concreter uitvoeringsprogramma. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad In december 2020 onderstreepte de raad tijdens de begrotingsbehandeling het belang van een goed cultuuraanbod in de Utrechtse buurten. De raad heeft het college middels twee moties verzocht cultuur en de waardering voor cultuur in de wijken verder te versterken: • 3 december 2020, Motie 368 Versterk cultuur in de wijken. 3

•

3 december 2020, Motie 388 Ambitieus cultuurbeleid in de Utrechtse buurten.

De Raad is middels een uitnodiging aan de woordvoerders cultuur uitgenodigd om deel te nemen aan de meedenksessie die op 24 juni 2021 plaatsvond.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Kadernota Cultuurparticipatie vast te stellen, waarmee inzicht gegeven wordt in de beleidsvisie voor cultuurparticipatie en cultuur in de wijk in Utrecht 2022-2030, met als belangrijkste beleidsdoelstellingen: a. voor cultuur in de buurt: elke wijk in Utrecht heeft een wijkgerichte cultuurfunctie die bestaat uit een passende mix van voorzieningen, programma-activiteiten en ‘verbinders’ die vraag en aanbod op elkaar afstemmen; b. voor cultuur in de vrije tijd: - het amateurkunst(educatie)aanbod is niet alleen goed, betaalbaar en divers, maar het heeft zich ook vernieuwd; - verspreid over de stad zijn passende activiteiten toegankelijk voor iedereen, dus ook voor kinderen en jongeren die in armoede leven en voor ouderen; en - de sector floreert en jonge talenten krijgen de professionele begeleiding die ze nodig hebben. c. voor cultuur op school: op alle scholen in het primair, voortgezet en (v)mbo-onderwijs is goed cultuuronderwijs geborgd.

Argumenten 1.1

Door een passende mix van voorzieningen, programma-activiteiten en ‘verbinders’ in alle wijken van Utrecht hebben alle inwoners op tien minuten lopen toegang tot voldoende culturele wijkvoorzieningen en activiteiten. Utrecht groeit en ontwikkelt zich tot een metropoolstad met meer dan één centrum. Inwoners gaan niet automatisch naar het centrum in de oude binnenstad voor het volgen van een dans- of tekenles, maar blijven in de buurt of wijk. Dit betekent dat er meer druk komt op de culturele voorzieningen en het culturele aanbod in de wijk en in de buurt. Daarnaast neemt de vraag naar cultuur in de buurt en wijk toe en stijgt de behoefte om te werken met een cultuurcoach in de wijken en voor doelgroepen die drempels ervaren om te participeren in cultuur. De ambitie voor 2030 is dat er op tien minuten lopen voldoende wijkgerichte culturele voorzieningen toegankelijk zijn, cultuurparticipatieactiviteiten uit de wijk en buurt voldoende ruimte krijgen en in alle wijken met een cultuurcoach gewerkt wordt die extra aandacht heeft voor het bereik van doelgroepen die belemmeringen ervaren bij deelname aan cultuur.

1.2

Een goed, betaalbaar divers en vernieuwd amateurkunst(educatie) aanbod dat verspreid over de stad toegankelijk is en een florerende sector stelt alle inwoners in staat het creatief vermogen dichtbij te ontwikkelen, ook kinderen en jongeren die in armoede leven en ouderen. De amateurkunstensector komt steeds verder onder druk te staan. Er is behoefte aan toekomstbestendige ideeën, plannen en ondersteuning bij organisatorische en financiële uitdagingen. Nieuwe initiatieven en vormen van cultuurparticipatie komen nauwelijks bovendrijven. Waar voorheen enkel het verenigingsleven centraal stond, ontstaan nu ook nieuwe vormen in informele verbanden, bijvoorbeeld in de vorm van crossovers tussen zang en dans, cultuur en sport of cultuur en de zorg. Dat soort initiatieven wil de gemeente aanmoedigen, zoals de gemeente ook bestaande organisaties wil prikkelen tot innovatie. Over de hele linie is behoefte aan vernieuwing. Ook op het gebied van

4

amateurkunsteducatie. Innovatie betekent in dit geval meer spreiding van het lesaanbod en meer pluriformiteit van het aanbod. Daarnaast is het educatieaanbod voor volwassenen beperkt. Voor kwetsbare jonge doelgroepen blijft het belangrijk het aanbod toegankelijk te houden. De verwachting is dat vraag naar ondersteuning van kwetsbare groepen stijgt en het belang van een vangnet voor kinderen en jongeren groter wordt. De ambitie voor 2030 is dat de amateurkunstensector floreert mede dankzij goede ondersteuning, het gesubsidieerde amateurkunstveld een actuele afspiegeling van de dynamische praktijk van amateurkunstbeoefening toont, het lesaanbod op het gebied van amateurkunsteducatie pluriform, afgestemd op diverse doelgroepen en verspreid over de hele stad is, kinderen en jongeren die leven op de armoedegrens laagdrempelig toegang hebben tot culturele activiteiten en een artistieke opleiding onder professionele begeleiding en dat er in alle wijken van de stad genoeg ruimte is voor amateurkunstbeoefening dichtbij huis. 1.3

Via goed cultuuronderwijs op alle scholen in het primair, voortgezet en (v)mboonderwijs krijgen alle inwoners de kans hun creatief vermogen te ontwikkelen. Hoewel alle basisscholen in Utrecht cultuuronderwijs geven, is het nog geen vast onderdeel van het curriculum. Het programma Creatief Vermogen Utrecht (CVU) blijft ook na 2024 van belang om cultuureducatie in het (basis-)onderwijs te verankeren. Het versterken van de verbinding tussen binnen- en buitenschoolse cultuureducatie blijft de komende tijd belangrijk om zoveel mogelijk kinderen en jongeren in staat te stellen hun talenten te ontwikkelen. Alsook de inbedding van goed cultuuronderwijs op de Brede Scholen en de creatieve opleidingen van het mbo. De ambitie voor 2030 is dat op alle scholen in het primair, voortgezet en (v)mboonderwijs goed cultuuronderwijs geborgd is, er op alle Brede Scholen in het primair onderwijs een stevige verbinding tussen binnen- en buitenschoolse cultuureducatie is, op alle Brede Scholen in het voortgezet onderwijs en vmbo goed cultuuronderwijs aangeboden wordt en dat de creatieve opleidingen van het mbo en de culturele sector gericht samenwerken aan de doorstroom van creatief talent.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Voor de realisatie van culturele wijkvoorzieningen is er een afhankelijkheid van de voortgang van de gebiedsontwikkeling en beschikbaarheid van vastgoed en beschikbare middelen. Voor de realisatie van culturele wijkvoorzieningen en voldoende ruimte voor amateurkunstbeoefening zijn we afhankelijk van (de voortgang van) ruimtelijke ontwikkelingen en de beschikbaarheid van bestaand en betaalbaar vastgoed op de juiste plekken in de stad. We blijven het veld zo goed mogelijk informeren en bijstaan in het vinden van geschikte ruimte voor de beoefening van amateurkunst. Verder maken we een inventarisatie van ruimtes die leegstaan of vrijkomen en in aanmerking komen voor kunstbeoefening.

1.2

Voor ambities op het gebied van cultuur in de wijk en op school is er een afhankelijkheid van beleidskeuzes en financieringsmogelijkheden door het rijk. Het programma Creatief Vermogen Utrecht (CVU) wordt in het kader van de landelijke regeling Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK) gecofinancierd door het Fonds voor Cultuurparticipatie. Het huidige CVU-programma loopt in 2024 ten einde. Of er een vervolg komt, is afhankelijk van de plannen van een nieuw kabinet en de voortzetting van de CmK-regeling. De Combinatiefunctionarissen Cultuur worden in het kader van de Brede Regeling Combinatiefuncties gecofinancierd door het rijk. De landelijke Brede Regeling Combinatiefuncties is een doorgaande regeling waarover elke drie jaar nieuwe bestuurlijke afspraken worden gemaakt. Na 2023 gaat naar verwachting de nieuwe periode in.

Beslispunt

5

2

De beleidsdoelstellingen door te vertalen in een meerjarig uitvoeringsprogramma.

Argumenten 2.1

Hiermee kan uitvoering worden gegeven aan ambities zoals geformuleerd binnen deze kadernota cultuurparticipatie. Nieuw beleid begint met een visie. Met de kadernota stelt de raad een visie en ambitie voor het cultuurparticipatiebeleid richting 2030 vast. In de cultuurparticipatieagenda (hoofdstuk 5) wordt onder de kopjes ‘Wat gaan we concreet doen?’ benoemd wat de gemeente binnen het huidige budget gaat doen om de drie genoemde beleidsdoelstellingen verder te brengen. In de uitwerking van dit uitvoeringsprogramma wordt ook inzichtelijk welke keuzes of welke extra middelen nodig zijn ten aanzien van het geheel aan ambities op het gebied van cultuur in de wijk, op school en in de vrije tijd, zoals in deze nota geformuleerd.

Kanttekeningen 2.1

De mate waarin de in de kadernota gestelde beleidsdoelstellingen en ambities gerealiseerd worden is afhankelijk van of en hoeveel aanvullende middelen daarvoor beschikbaar worden gesteld. De gestelde ambities kunnen niet volledig gerealiseerd worden binnen het bestaande financiële kader voor cultuurparticipatie. In het meerjarig uitvoeringsprogramma wordt daarom nader inzichtelijk gemaakt wat er mogelijk is binnen het bestaande financiële kader, en voor welk deel het maken van keuzes binnen het bestaande budget of een voorstel voor extra middelen zal worden gedaan.

Financiën Deze nota biedt een doorkijk in de richting van het jaar 2030 en schetst een toekomstvisie voor het cultuurparticipatiebeleid. De visie legt binnen het kader van het bestaande financiële budget het fundament voor een uitvoeringsprogramma. De ambities binnen dit nieuwe cultuurparticipatiebeleid worden vervolgens vertaald naar een uitvoeringsprogramma. Hiermee wordt inzichtelijk welke keuzes worden gemaakt en welke ambities wèl en niet binnen de bestaande middelen kunnen worden gerealiseerd. Op basis van deze informatie kan worden overwogen om al dan niet voorstellen te doen die bij de integrale afweging van de Voorjaarsnota 2023 worden betrokken. In de Voorjaarsnota 2019 heeft de raad besloten het cultuurbudget te laten meegroeien met de groei van de stad. Dit is gekoppeld aan de vierjaarlijkse cultuurnotaperiode. Daarnaast worden in de investeringsagenda (groeikader) jaarlijks extra middelen beschikbaar gesteld die onder meer ten goede komen aan de versterking van cultuur in de wijken.

Vervolg Na besluitvorming in de raad werken we aan een meerjarig uitvoeringsprogramma binnen de kaders van deze kadernota. Deze wordt vormgegeven in samenspraak met desbetreffende betrokkenen uit de stad, waaronder culturele en maatschappelijke organisaties, (specifieke groepen) inwoners en beleidsmedewerkers van verschillende afdelingen binnen de gemeente. Jaarlijks wordt in de Programmabegroting en de Verantwoording de voortgang van het programma cultuurparticipatie van het betreffende jaar beschreven.

Participatie In de periode mei-juni 2021 is een enquête verspreid onder bewoners, culturele organisaties en professionals via DenkMee Utrecht!, het online participatieplatform van de gemeente Utrecht. In de vraagstelling lag de focus op het gebruik van en de wensen voor cultuurparticipatievoorzieningen. Op 24 juni 2021 vond een meedenksessie plaats met circa vijftig vertegenwoordigers van het Utrechtse culturele veld. Deze sessie was vooral gericht op het in kaart brengen van kansen en knelpunten in de creatieve keten. Op 5 juli 2021 vond een meedenksessie plaats met vertegenwoordigers van de creatieve mbo-opleidingen. In de periode mei-oktober 2021 zijn bovendien gesprekken gevoerd met 6

diverse vertegenwoordigers van het Utrechtse culturele veld, gemeenten, de provincie en het rijk en collega’s van andere domeinen. Deze nota is mede geïnspireerd op de input en energie van alle betrokkenen.

Communicatie De kadernota wordt na vaststelling gepubliceerd op de gemeentelijke website en verstuurd naar culturele organisaties en andere stakeholders binnen het veld en de stad. De nota zal ook landelijk verstuurd worden naar de G4 en steden met een actief cultuurparticipatiebeleid. Er wordt een persbericht naar de vakpers verstuurd.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming Kadernota Cultuurparticipatie 2022-2030 Bijlagen informatief -

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=516c452c-55e2-47a9-ae52-237b304ec2a9