CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Joods rechtsherstel.docx

Gemeenteraad 21 januari 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Joods rechtsherstel1.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Joods Rechtsherstel Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Burgerzaken Publiekszaken Maud van Leeuwen 7992207 volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Diepe spijt te betuigen aan de Joodse gemeenschap in Utrecht voor de uiterst zakelijke houding die de gemeente destijds heeft ingenomen ten opzichte van terugkerende Joodse inwoners. 2. Een bedrag van € 300.000 beschikbaar te stellen aan de Joodse gemeenschap als gebaar voor het leed dat hen in de naoorlogse periode door de gemeente Utrecht is aangedaan en dit bedrag in 2020 op te nemen als verplichting (“nog te betalen”) ten laste van de algemene middelen (post onvoorzien). 3. Het college mandaat te geven voor het maken van afspraken met de Joodse gemeenschap hoe het bedrag te besteden. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting De raad wordt voorgesteld diepe spijt te betuigen aan de Joodse gemeenschap voor de uiterst zakeijke en ongastvrije houding van de gemeente Utrecht ten opzichte van Joodse inwoners die terugkeerden uit kamp of onderduik. Deze spijt wordt materieel vertaald in een eenmalig financieel gebaar van €300.000.

Context Aanleiding Begin dit jaar heeft het college opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek naar mogelijke naheffingen van straatbelasting door de gemeente aan Joodse huiseigenaren in de naoorlogse periode. Eerder was al onderzoek gedaan door Het Utrechts Archief naar naheffingen van erfpacht. Daar bleek geen sprake van te zijn. Op verzoek van de PvdA-fractie en twee Joodse gemeenschappen uit Utrecht is het onderzoek, in navolging van Amsterdam en Den Haag, uitgebreid naar straatbelasting. Straatbelasting was een lokale heffing die aan huizenbezitters werd opgelegd als bijdrage voor onderhoud aan ‘land- en waterwegen’. In de Tweede Wereldoorlog ontnam de Duitse bezetter Joodse huiseigenaren hun woning en bracht de woning onder in een beheerstichting. Deze stichting werd nooit eigenaar van de woning en betaalde geen straatbelasting. In Den Haag en Amsterdam is bewijs gevonden dat de lokale overheid in de naoorlogse periode de nog verschuldigde straatbelasting in rekening bracht bij de rechtmatige Joodse eigenaar of hun nabestaande(n). Dit was overigens geheel volgens de geldende regels en volgens de heersende opinie geen onderscheid te maken tussen verschillende bevolkingsgroepen. Conclusies onderzoek Uit het rapport ‘Verschil maken? Gemeente, belastingen en rechtsherstel in naoorlogs Utrecht’.

blijkt niet dat de gemeente Utrecht naheffingen heeft opgelegd, er wordt ook niet aangetoond dat dat niet is gebeurd. Het is altijd lastig om aan te tonen dat iets niet is gebeurd. Wat wel duidelijk is geworden dat de gemeente Utrecht in zaken van rechtsherstel niet veel compassie heeft getoond met de Joodse inwoners. Het initiatief voor rechtsherstel lag aan de kant van de terugkerende Joodse inwoner en er werd door de gemeente geen moeite gedaan procedures te versnellen of vergemakkelijken. De gemeente Utrecht was waarschijnlijk uniek in het instellen van een Joodse afdeling binnen het Utrechts Comité Nederlands Volksherstel. Deze afdeling bood hulp aan terugkeerders op gebied van huisvesting, financiën en zaken als kleding en levensmiddelen. Het instellen van deze afdeling laat zien dat er wel enige gemeentelijke aandacht was voor het lot van hen die terugkeerden uit kampen en onderduik. Het onderzoek naar de gang van zaken in Utrecht in de naoorlogse periode is uitgevoerd door een historicus in samenwerking met het NIOD. Er is naast bronnenonderzoek in verschillende archieven ook gebruik gemaakt van reeds bestaande literatuur en er zijn gesprekken gevoerd met mensen uit de Joodse gemeenschap in Utrecht. Als gevolg van COVID-19 heeft het onderzoek enige maanden vertraging opgelopen, omdat de archieven gesloten waren en veel informatie niet digitaal beschikbaar is.

Het rapport is inmiddels besproken met twee Joodse gemeenschappen in Utrecht. Zij waarderen de resultaten en staan positief tegenover het voorliggende handelingsperspectief dat de gemeente aan de resultaten verbindt. Beoogd effect De gemeente heeft erkend dat de houding van de gemeente Utrecht in de naoorlogse periode niet getekend werd door warmte en compassie voor en met de Joodse inwoners die terugkeerden uit onderduik of kamp. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad  13 juni 2013: Commissiebrief M&S Naheffing erfpacht onder Joodse overlevenden  21 februari 2020: Raadsbrief Joods rechtsherstel  28 mei 2020: Mondelinge vragen Onteigening van Joods vastgoed 2

4 juni 2020: Raadsbrief Reactie gemeente onderzoek Joods vastgoed

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Diepe spijt betuigen aan de Joodse gemeenschap in Utrecht voor de uiterst zakelijke en ongastvrije houding die de gemeente destijds heeft ingenomen ten opzichte van terugkerende Joodse inwoners

Argumenten 1.1

De houding van de gemeente Utrecht in zaken van rechtsherstel wasuiterst zakelijk en afstandelijk Ook al is niet aangetoond dat er naheffingen voor straatbelasting zijn opgelegd, uit de verhalen over zaken van rechtsherstel, blijkt een uiterst zakelijke houding van de gemeente Utrecht ten opzichte van Joodse terugkeerders. De gemeente Utrecht wil diepe spijt betuigen voor het gebrek aan compassie en warmte in haar bejegening van terugkerende Joodse inwoners.

Beslispunt 2

Een bedrag van € 300.000 beschikbaar te stellen aan de Joodse gemeenschap als gebaar voor het leed dat hen in de naoorlogse periode door de gemeente Utrecht is aangedaan en dit bedrag te dekken uit de algemene middelen.

Argument 2.1

Dit bedrag is bepaald op basis van de aanname dat er naheffingen voor straatbelasting zijn opgelegd en afgeleid van het aantal joodse inwoners en het percentage eigen woningen in die tijd. Het is niet aangetoond dat er naheffingen zijn gedaan, wel is duidelijk dat er zonder warmte is opgetreden in zaken van rechtsherstel. Wij betreuren dat zeer en willen dat ook financieel tot uiting brengen. Het bedrag is gebaseerd op een berekening die ook in andere grote steden is gehanteerd en uitgaat van het aantal Joodse inwoners en het percentage particulier huizenbezit in die tijd. Het bedrag komt ten goede aan de Joodse gemeenschap. Het voorgestelde financiële gebaar betekent niet dat rechtsherstel door middel van de Maror-gelden niet eerder heeft plaatsgevonden, maar de houding van de gemeente Utrecht en de prioriteit die destijds is gegeven aan het op orde krijgen van het huishoudboekje in plaats van te zorgen voor een zwaar getroffen groep inwoners van onze stad, geeft aanleiding voor het plegen van moreel rechtsherstel. Het doel van het beschikbaar stellen van € 300.000 is het maken van een financieel gebaar voor het ervaren leed van de Joodse gemeenschap als gevolg van de uiterst zakelijke houding van de Gemeente Utrecht in de naoorlogse periode. Het bedrag moet ten goede komen aan de gehele Joodse gemeenschap in Utrecht.

Er zal een stichting worden opgericht die de middelen gaat beheren en verantwoording aflegt aan de gemeente Utrecht over de besteding ervan. Het doel van de stichting is om de herinnering aan het lot van de Joodse gemeenschap in en na de Tweede Wereldoorlog levend te houden en een impuls te geven aan en het borgen van het Joodse leven in Utrecht nu en in de toekomst .

Kanttekeningen/risico’s 2.1

Hiermee wordt vooruitgelopen op de integrale afweging die regulier bij VJN plaats vindt

3

In de gemeentelijke begroting is geen bedrag opgenomen voor een uitkering voor rechtsherstel. Om op korte termijn het financiële gebaar aan de Joodse gemeenschap te maken is het bij uitzondering mogelijk dit bedrag ten laste van de algemene middelen ( post onvoorzien) te brengen 2.2

Over mogelijke individuele claims wordt separaat gesproken en naar bevind van zaken gehandeld. Uit het onderzoek is niet gebleken dat naheffingen zijn opgelegd. Het blijft onduidelijk hoe het gemeentelijk beleid was inzake het opleggen van naheffingen. Mocht iemand bewijs hebben en een individuele claim indienen, gaan we met diegene in gesprek en wordt naar bevind van zaken gehandeld.

Beslispunt 3

Het college mandaat te geven voor het maken van afspraken met de Joodse gemeenschap hoe het bedrag te besteden

Argument 3.1

Het beschikbare bedrag dient ten goede te komen aan de hele Joodse gemeenschap in Utrecht Samen met vertegenwoordigers uit de Joodse gemeenschap wordt bekeken hoe het bedrag het best kan worden besteed.

Financiën Er is geen reguliere dekking in de programmbegroting beschikbaar om het financiële gebaar aan de Joodse gemeenschap op korte termijn te realiseren. Het bedrag van € 300.000 betreft een incidentele uitgave. Gezien de uniciteit van het voorstel en het onvoorziene karakter wordt voorgesteld dit bedrag nog in 2020 ten laste te brengen van de post onvoorzien in het programma algemene middelen.

Vervolg De Joodse gemeenschap zal een stichting oprichten die de middelen beheert en verantwoording aflegt aan de gemeente Utrecht over de besteding van de middelen. Gefinancierde projecten en programma’s dienen bij te dragen aan voornoemde doelen. De komende maanden wordt gewerkt aan een nadere uitwerking van de manier waarop dat vorm krijgt en de kaders voor besteding. In de naoorlogse periode was er een sterk besef dat we als overheid nooit meer verschil zouden maken, iedereen altijd op dezelfde manier zouden behandelen. Het is, terugkijkend, evident dat deze houding groot onrecht heeft veroorzaakt bij de terugkeerders. Met de blik van nu hadden we in die situatie wél verschil moeten maken, wél rekening moeten houden met deze groep zeer getraumatiseerde en berooide inwoners en niet klakkeloos de regels moeten naleven en het huishoudboekje op orde willen brengen. Dit leidt ook tot een reflectie; weten we zeker dat we op dit moment wél altijd het verschil maken als dat nodig is? Dat we ook vandaag herkennen waar het correct naleven van wet- en regelgeving tot een moreel onjuist besluit kan leiden en dat we dan een goede manier hebben om het verschil te maken? Het gaat vandaag de dag om onvergelijkbare omstandigheden, maar we willen op deze basisvraag zeker weten dat we voldoende lering getrokken hebben uit het verleden.

We zullen dan ook in de breedte van de hele organisatie structureel aandacht geven aan de manier waarop wij anno 2020 omgaan met morele oordeelsvorming Het College zorgt voor uitwerking van het verdelen van het toe te kennen bedrag. Het College gaat in gesprek met vertegenwoordigers uit Joodse gemeenschap over doelen waarvoor de financiële bijdrage wordt aangewend.

Communicatie De vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap in Utrecht worden geïnformeerd over de besluitvorming. 4

Bijlagen Bijlagen besluitvorming Bijlagen informatief: - Rapport ‘Verschil maken? Gemeente, belastingen en rechtsherstel in naoorlogs Utrecht’

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=cdcfed06-a1f7-4960-96fc-758075f418d5