Raadsvoorstel Jaarstukken 2020.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Jaarstukken 2020 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Sandra Emsbroek 8884422 13 juli 2021 Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Jaarstukken 2020 vast te stellen. 2. Het jaarrekeningresultaat 2020 toe te voegen aan de algemene reserve en verdere besluitvorming hierover te betrekken bij het voorstel Resultaatbestemming 2020 en de Voorjaarsnota 2021. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Geheimhouding Het college heeft permanente geheimhouding opgelegd op de bijlagen ‘Investeringsstaten 2020’, ‘Risicomodel Jaarstukken 2020’ en ‘Voorzieningen Openbare Ruimte en Groen’ op grond van artikel 55 lid 1, artikel 86 lid 2 en artikel 25 lid 2 Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 10 lid 2 onder b en g Wet Openbaarheid van bestuur. De raad wordt separaat gevraagd deze geheimhouding op grond van artikel 25 lid 3 Gemeentewet in de eerstvolgende raadvergadering te bekrachtigen. In de investeringsstaten staan gespecificeerde bedragen voor investeringen voor de diverse programma’s. Openbaarheid van de bedragen kan bij lopende en nieuwe aanbestedingen het gemeentelijke financiële belang schaden en kan leiden tot onevenredige benadeling van de Gemeente dan wel bevoordeling van derden. In het risicomodel en de bijlage voorzieningen Openbare Ruimte en Groen staan risico’s / bedragen waarvan openbaarheid het gemeentelijke financiële belang kan schaden en kan leiden tot onevenredige benadeling van de Gemeente dan wel bevoordeling van derden.
Samenvatting Het college legt aan de raad over ieder begrotingsjaar verantwoording af over het door hen gevoerde bestuur door middel van het overleggen van de Jaarstukken. Met dit voorstel stelt u de Jaarstukken 2020 vast en verleent u het college décharge voor het gevoerde beleid. Na vaststelling van deze stukken sturen wij deze naar de Provincie.
Context Aanleiding De Jaarstukken bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening. Bij het maken van de Jaarstukken volgt de gemeente de instructie van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en de financiële verordeningen. In de Jaarstukken laat de gemeente zien wat in 2020 is bereikt, wat de gemeente daarvoor heeft gedaan en wat dat heeft gekost. Alle extra detailinformatie, zoals onder andere per programma een financieel overzicht per doelstelling of de oorsprong en de toelichting van de indicatoren, is niet opgenomen in de pdf-versie, maar is terug te vinden in de onlineversie van de Jaarstukken. De jaarrekening 2020 is gecontroleerd door accountant Deloitte. De door hen voorgestelde correcties zijn verwerkt in deze jaarrekening. De controleverklaring en het rapport van bevindingen zijn momenteel nog niet aanwezig. Deze zullen wel aanwezig zijn bij de vaststelling van de Jaarstukken, volgens planning op 13 juli 2021. Ook zullen deze worden toegelicht door de accountant in de adviescommissie Controle en Financiën op 10 juni 2021. Na besluitvorming over de Jaarrekening vindt aparte besluitvorming over de resultaatbestemming plaats.
Voor een deel van het resultaat 2020 geldt dat deze middelen beschikbaar moeten blijven voor het reeds bestemde doel omdat hier een specifieke bestedingsplicht tegenover staat of reeds verplichtingen voor zijn aangegaan. In het raadsvoorstel Resultaatbestemming 2020 worden deze bestedings- en dekkingsvoorstellen bij de jaarrekening 2020 nader geduid. Juridische context De gemeenteraad is bevoegd de gemeentelijke Jaarstukken vast te stellen. Provincies hebben de wettelijke taak om financieel toezicht te houden op gemeenten. De Jaarstukken dienen uiterlijk 15 juli a.s. bij de provincie te worden aangeleverd. Door het vaststellen van de jaarstukken uiterlijk in de raadsvergadering van 13 juli a.s. kan hieraan worden voldaan. Beoogd effect De functie van de jaarstukken is vooral gelegen in verantwoording, controle en décharge. Met het voorleggen van de jaarstukken en het geven van toelichtingen daarbij legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid. De jaarstukken bieden de gemeenteraad de gelegenheid haar controlerende taak uit te voeren. De raad kan op grond van art. 199 Gemeentewet over gaan tot décharge van de leden van het college ten aanzien van het gevoerde financiële beleid. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening De Programmabegroting 2020 (vastgesteld op d.d.14 november 2019). De Eerste Bestuursrapportage (vastgesteld op 16 juli 2020).
De Tweede Bestuursrapportage (vastgesteld op 3 december 2020).
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Jaarstukken 2020 vast te stellen
Argumenten 1.1
Met de Jaarstukken 2020 legt het college verantwoording af over de uitvoering van de 2
Programmabegroting 2020. In de Programmabegroting 2020 staat wat de gemeente wilde bereiken in 2020 en wat de gemeente/het college daarvoor zou gaan doen met de bijbehorende financiële kaders. Tijdens het begrotingsjaar heeft het college de raad geïnformeerd over de voortgang in deEerste Bestuursrapportage 2020 en de Tweede Bestuursrapportage 2020. Met de Jaarstukken 2020 legt het college verantwoording af en laat het zien wat de gemeente in 2020 heeft bereikt, wat de gemeente daarvoor heeft gedaan en wat dat heeft gekost. 1.2
De coronapandemie heeft grote invloed gehad op de werkzaamheden en projecten van de gemeente. Door de coronapandemie zijn enerzijds diverse werkzaamheden en projecten vertraagd. Dit heeft geleid tot een (incidentele) onderbesteding op diverse budgetten. Mede hierdoor zijn verschillen ontstaan in de werkelijk gemaakte kosten in 2020 ten opzichte van de begroting 2020. Omdat hier dus veelal sprake is van vertraging van diverse projecten en plannen hebben we dat geld weliswaar niet uitgegeven in 2020 maar uiteraard nog wel nodig voor deze projecten. Daarom worden bij het voorstel Resultaatbestemming 2020 deze bedragen weer gereserveerd voor de betreffende projecten. Anderzijds zijn hierdoor juist extra kosten gemaakt en hebben wij minder eigen inkomsten ontvangen, maar wel meer rijkscompensatie. In beide bestuursrapportages hebben wij deze ontwikkelingen gemeld en toegelicht. Ook hebben wij hierbij aangegeven dat de onvermijdelijke kosten en inkomstendervingen van de coronapandemie tot uitdrukking zouden komen in het jaarlijkse resultaat. In 2020 hebben wij hiervoor vanuit het Rijk 25 miljoen euro compensatie ontvangen vanuit het gemeentefonds. Per saldo hebben wij in 2020 10,8 miljoen euro meer coronakosten gemaakt dan dat we ontvangen hebben vanuit het Rijk. Dit ligt in de lijn met hetgeen we vermeld hebben bij de tweede bestuursrapportage 2020.
Beslispunt 2
Het jaarrekeningresultaat toe te voegen aan de algemene reserve en verdere besluitvorming hierover te betrekken bij het voorstel Resultaatbestemming 2020 en de Voorjaarsnota 2021.
Argumenten 2.1
Het jaarrekeningresultaat 2020 bestaat grotendeels uit een in samenspraak met de accountant doorgevoerde stelselwijziging bij de verwerking van de grondexploitatie Leidsche Rijn en diverse posten waar een specifieke bestedingsplicht tegenover staat of reeds verplichtingen voor zijn aangegaan. Veel activiteiten en de resultaten zijn in 2020 beïnvloed door de bijzondere omstandigheden. Per saldo sluiten we het jaar met een positief resultaat van 56,8 miljoen (het ‘genormaliseerd resultaat’). Voor 40,8 miljoen euro stellen we bij de resultaatbestemming voor deze via de algemene dekkingsreserve over te hevelen naar 2021. Het vrij te bestemmen resultaat dat meegenomen kan worden bij de actualisatie van het financieel beeld komt daarmee uit op 16 miljoen euro. Daarnaast hebben we in samenspraak met de accountant een stelselwijziging doorgevoerd over de verantwoording van de grondexploitatie Leidsche Rijn. Dit heeft consequenties voor het boekhoudkundige resultaat over 2020, dat na deze wijziging uitkomt op 200,3 miljoen euro. Stelselwijziging grondexploitatie Leidsche Rijn De omvang en methodiek van de stelselwijziging met betrekking tot Leidsche Rijn is in het najaar 2020 in de Adviescommissie Controle en Financiën besproken en lichten wij hier nader toe. 3
De accountant heeft bij de jaarrekening 2019 een verklaring met beperking afgegeven. Dit had betrekking op de waardering van de grondexploitatie Leidsche Rijn. Deze gebiedsontwikkeling heeft nog een doorlooptijd van (minimaal) 20 jaar. Door deze nog lange doorlooptijd zijn diverse projectdelen logischerwijs nog onvoldoende stedenbouwkundig uitgewerkt. Hierdoor kunnen de nog te realiseren kosten en opbrengsten van deze gebieden alleen gebaseerd worden op globale aannames voor te realiseren ambities binnen het plan. In een aantal gevallen is de uiteindelijke hoogte van het benodigde budget ook nog afhankelijk van raadsbesluiten. Voor de accountant is dit onvoldoende om een objectief oordeel te kunnen geven over de betrouwbaarheid van deze geraamde kosten en opbrengsten. Na afstemming met de accountant is gekomen tot aanpassing van de verwerking van deze toekomstige zogenoemd “robuuste posten”, waarmee de beperking in de accountantsverklaring op deze posten kan vervallen. Het betreft dus vooral investeringsplannen die voor de toekomst wél noodzakelijk zijn voor Leidsche Rijn, maar nu buiten deze grondexploitatie worden gelaten. Te denken valt bijvoorbeeld aan investeringen op het gebied van archeologie, bodemsanering, verwerving van percelen nodig voor woningbouw, sloopkosten van opstallen en bijdragen aan parkeeroplossingen in het gebied.
Zodra deze plannen gedurende de looptijd meer concreet onderbouwd zijn, wordt de inzet van deze budgetten voor Leidsche Rijn expliciet aan de raad voorgelegd: tot dat moment zijn de ramingen onderdeel van de reserve grondexploitaties gelabeld aan de grondexploitatie Leidsche Rijn. Daarnaast blijven deze ramingen wel onderdeel uitmaken van het MPR waarmee de raad zicht en grip houdt over het totaal aan ramingen binnen de grondexploitatie Leidsche Rijn; Concreet betekent dit dat door deze stelselwijziging bij de jaarrekening 2020 een bedrag van 143,6 miljoen euro ten gunste van het rekeningresultaat wordt gebracht. Bij de bestedings- en dekkingsvoorstellen wordt dit bedrag toegevoegd aan de reserve grondexploitaties. Het genormaliseerde resultaat wijzigt hiermee dus feitelijk niet, maar de methodiek geeft meer transparantie en de mogelijkheid tot expliciete besluitvorming door de raad bij besteding van deze budgetten vanuit van de reserve grondexploitaties ten behoeve van Leidsche Rijn. Genormaliseerd resultaat Het genormaliseerd resultaat 2020 is 56,8 miljoen euro. Een substantieel deel van dit resultaat (circa 28 miljoen euro) komt voort uit resultaten uit grondexploitaties. Dit betreft onder meer de tussentijdse winstnemingen op grondexploitatie Leidsche Rijn en een lagere verliesvoorziening voor het Stationsgebied.
Deze resultaten worden gedurende het jaar niet begroot, maar komen ieder jaar ten gunste/laste van het resultaat. De resultaten van de grondexploitaties worden in overeenstemming met voorgaande jaren bij de bestedings- en dekkingsvoorstellen toegevoegd aan de reserve grondexploitaties. Andere voordelen betreffen posten waarop niet eerder geanticipeerd kon worden omdat deze laat in het jaar bekend werden. Een voorbeeld is de hogere gerealiseerde opbrengsten bouwleges (circa 5 miljoen euro). In oktober 2020 is een nieuwe rekentool beschikbaar gekomen voor de berekening van de stikstofbijdrage in bouwprojecten. Hierdoor konden de vergunningaanvragen van een aantal grote bouwprojecten nog worden afgerond in 2020. Een ander voorbeeld betreft de laat in het jaar bekend geworden hoogte van de rijksmiddelen voor de BUIG, die veel hoger (circa 10 miljoen euro) uitpakten dan we hadden begroot en extra geld dat we hebben gekregen vanuit het Rijk in de decembercirculaire. Deze financieel positieve ontwikkelingen hebben zich voorgedaan ná het opstellen van de tweede bestuursrapportage 2020, waardoor er een positiever resultaat is ontstaan ten opzichte van de actuele begroting. 2.3
In de Voorjaarsnota 2021 is al rekening gehouden met een vrij te besteden resultaat uit de jaarrekening 2020 Na resultaatbestemming bij de jaarstukken blijft een vrij te besteden resultaat over van 4
16 miljoen euro. In de Voorjaarsnota is op basis van de concept rekeningcijfers 2020 al rekening gehouden met een bedrag ter hoogte van 15,7 miljoen euro. Kanttekening / Risico’s 2.1
De hoogte van het jaarrekening resultaat als gevolg van een stelselwijziging in de verantwoording van de grondexploitatie Leidsche Rijn kan leiden tot verkeerde beeldvorming over de financiële positie van gemeente Utrecht De jaarrekening 2020 sluit met een boekhoudkundig positief resultaat van 200,3 miljoen euro. Binnen dit saldo is een bedrag opgenomen van 143,6 miljoen euro die betrekking heeft op een stelselwijziging van verantwoording van de grondexploitatie Leidsche Rijn. Met deze aanpassing wordt 143,6 miljoen euro toegevoegd aan het resultaat van jaarrekening 2020. Hierdoor wijkt het resultaat uit de jaarrekening aanzienlijk af ten opzichte van andere jaren. Dit kan leiden tot een rooskleuriger beeld van de financiële positie van gemeente Utrecht dan deze in werkelijkheid is omdat dit bedrag van 143,6 miljoen euro via de resultaatbestemming 2020 weer wordt toegevoegd aan de reserve grex. Het genormaliseerd resultaat gerealiseerd in 2020 heeft een hoogte van 56,8 miljoen euro.
Financiën Het jaar 2020 stond in alle opzichten in het teken van de coronapandemie. Een analyse op de cijfers is voor 2020 daardoor uitgebreider dan andere jaren. Ook waren extra en uitgebreidere controles nodig, bijvoorbeeld door nieuwe regelingen zoals de TOZO-regeling.
Vervolg Na vaststelling van de Jaarstukken 2020 zenden wij deze stukken naar de Provincie.
Participatie Over dit voorstel heeft geen participatie plaats gevonden.
Communicatie De Jaarstukken 2020 en de bewonersverantwoording zijn online gepubliceerd.
Niet-Referendabel Het betreft een raadsvoorstel over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 3 lid 2 onder d Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Jaarstukken 2020 Bijlagen informatief - Bewonersverantwoording - Subsidiemonitor - Subsidiemonitor- factsheet - Investeringsstaten GEHEIM - Risicomodel GEHEIM - Voorzieningen Openbare Ruimte en Groen GEHEIM
5