CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Instemmen met Integraal Ruimtelijk Perspectief.docx

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 2 december 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) regio Utrecht tot 20405.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) regio Utrecht tot 2040

Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum raad Geheim

Ruimtelijke ontwikkeling Ontwikkelorganisatie Ruimte Wilbert van Ittersum 9313992 volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. In te stemmen met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) inclusief uitvoeringsstrategie voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van de regio Utrecht tot 2040, met de volgende ambities: In 2040 a) leven we in een groene en gezonde leefomgeving; b) is duurzame mobiliteit de logische keuze; c) is er ruimte voor alle nieuwe bewoners door het toevoegen van compacte stedelijke gebieden; d) profiteert iedereen in de regio van een sterke economie die volop in transitie is naar circulariteit; e) zijn ook kleine en middelgrote kernen in de regio vitaal en bieden die een gezonde leefomgeving; f) is de regio op weg naar energieneutraliteit; g) leven we in een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio die zich voorbereidt op zeespiegelstijging.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting U wordt gevraagd in te stemmen met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). De inwoners van de regio Utrecht leven in een prachtige omgeving en in een gemeente en regio die groeit. Om te garanderen dat stad en regio leefbaar blijven, zijn gezamenlijke keuzes nodig en maken we afspraken over de ontwikkeling van de regio tot 2040. Het IRP voorziet daarin. De zienswijzen van de 16 raden op het concept-IRP vormden de basis voor dit definitief IRP. Het is ons eigen, gezamenlijk toekomstperspectief van 16 gemeenten, met als doel om nu en in de toekomst de groei van de regio op een gezonde en duurzame wijze op te vangen. Het IRP is de uitkomst van een intensief en gezamenlijk proces van de 16 gemeenten. Het IRP is de gezamenlijke basis voor gemeentelijke omgevingsvisies en uitwerkingen voor de komende jaren. En het IRP heeft een adaptief karakter en wordt met een vaste ritmiek geactualiseerd.

Context Aanleiding De regio Utrecht is een populaire regio. Hierdoor moeten we slim omgaan met de ruimte die we hebben. Het moet een fijne plek blijven waar mensen kunnen wonen, werken en recreëren, en er ruimte is voor het groen en duurzame initiatieven. Bovendien hebben we te maken met een aantal grote uitdagingen zoals de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen en woningen die aansluiten bij de behoefte van inwoners, de klimaatcrisis en de energietransitie en de overgang naar duurzame mobiliteit als randvoorwaarde voor verdere verstedelijking. Het grote vraagstuk rond onze schaarse en kostbare ruimte maakt het voorwaardelijk dat we de antwoorden op de vraagstukken integraal geven. Daarom is het ook zo belangrijk dat we deze vraagstukken aanpakken als regio. Maar wel altijd met oog voor de identiteit van de verschillende gemeenten. De diversiteit aan woonmilieus, werkgebieden en landschappen is immers één van de geheimen van het succes van onze regio. Van daaruit spreken we over een eensgezinde en duidelijke ambitie waarmee we laten zien waar we voor staan en waar we samen naartoe werken.

Het Integraal Ruimtelijk Perspectief is de wegwijzer naar de toekomst voor: • De omgang met groen, landschap en water; • Zorgen voor voldoende en passende woningen en banen voor iedereen; • Ruimte voor economie door voldoende en complementaire werklocaties; • Goede bereikbaarheid van dorpen en steden in de regio, vooral op een duurzame wijze; • Gezonde en vitale leefomgevingen voor iedereen Soms zijn de wensen groter dan de ruimte die we hebben. Door goed met elkaar af te stemmen, door het onderzoeken van mogelijkheden en door innovatie, kunnen we de ruimte slim verdelen en benutten en de beste keuzes maken voor gemeenten en regio. Zo werken we met zijn allen aan een gezonde, duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Het IRP is te zien als een convenant tussen de gemeenten. Samen geven we invulling aan de regionale opgaven. Het is een adaptief perspectief, dus in de toekomst kan de inhoud veranderen. Het IRP kan ook worden gezien als verbinding tussen gemeentelijke visies. Door het verbinden van deze visies maakt het IRP het regionale huis sterker en kunnen we de grote opgaven waar we met elkaar voor staan beter te lijf. Samenhang met RSU 2040 Het IRP is opgesteld in nauwe samenhang met de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040), zowel waar het gaat om de inhoudelijke ambities, de consequenties daarvan in de Utrechtse gebieden en de fasering / programmering.

Ook veel afbeeldingen uit de RSU zijn benut in het IRP. Dit betekent dat in het IRP – net als in de RSU – wordt gekozen voor ‘Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen’. De ambities uit de RSU zien we terug in het regionale vergezicht: • In 2040… leven we in een groene en gezonde leefomgeving. • In 2040… is duurzame mobiliteit de logische keuze. • In 2040… is er ruimte voor alle nieuwe bewoners door het toevoegen van compacte stedelijke gebieden. • In 2040… profiteert iedereen in de regio van een sterke economie die volop in transitie is naar circulariteit.

2

• In 2040… zijn ook kleine en middelgrote kernen in de regio vitaal en bieden die een gezonde leefomgeving. • In 2040… is de regio op weg naar energieneutraliteit. • In 2040… leven we in een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio die zich voorbereidt op zeespiegelstijging. Zienswijzeprocedure U16 raden De afgelopen periode is in de U16 de stap gemaakt vanuit de Ruimtelijk- Economische Koers uit 2017, via een gezamenlijk uitgangspuntennotitie en beoordelingskader, de Contour, het concept IRP naar nu een definitief IRP voor de U16. In het voorjaar 2021 zijn de raden in de gelegenheid gesteld aan de voorkant invloed uit te oefenen door een zienswijze in te dienen op het concept IRP. Alle raden hebben hiervan gebruik gemaakt. De zienswijzen hebben het denken versterkt en het IRP verder verrijkt. Met deze zienswijzen is door de raden richting gegeven aan de inhoud van het IRP en aan vraagstukken die nog geadresseerd moeten worden en ontstaat er ook politiek draagvlak voor de besluitvorming van een gezamenlijk toekomstperspectief voor onze U16 regio.

Uit de zienswijze blijkt de waardering van de raden voor het werk dat er ligt: - “Evenwichtig ontwikkelperspectief, zeer compleet, nog nooit zo ver geweest als regio”; - “Het is gelukt om de grote ruimtelijke opgaven voor de komende jaren samenhangend in beeld te brengen”; - “Waardering voor het proces van de totstandkoming van het IRP”; - “De ruimte die individuele gemeenten hebben gehad om vanuit eigen identiteit, ambities en kansen bij te dragen aan oplossingen voor gezamenlijke maatschappelijke opgaven”; - Het concept IRP is een indrukwekkend en mooi document, zowel in tekst als in beeld”. Naast deze waardering zijn in de zienswijzen dilemma’s en kanttekeningen gemaakt op inhoud en proces. De IRP-organisatie heeft recht gedaan aan de inbreng van de raden en de gevraagde aanpassingen in het concept IRP. In bijlage 2 is per gemeente inzichtelijk gemaakt hoe de zienswijzen op hoofdlijnen zijn verwerkt in het definitief IRP of worden meegenomen in de volgende fase. Zie verder hieronder (argument 1.1). Integratie RES en IRP De Regionale Energie Strategie 1.0 (RES) is opgesteld door de U16-regiogemeenten met de Provincie Utrecht en Waterschappen. Dit is een verplichting vanuit het Nationale Klimaatakkoord. In deze strategie staat hoe en waar de regio grootschalig duurzame energie gaat opwekken en welke duurzame warmtebronnen in beeld zijn.

Een groot aantal raden vraagt in hun zienswijze aandacht voor het ontbreken van het thema energie in de integrale afwegingen. Een aantal raden geeft aan dat vaststelling van een integraal ruimtelijk perspectief zonder een afweging over de ruimtelijke gevolgen van de energieopgave niet denkbaar is. Om recht te doen aan de zienswijzen en om het IRP inhoudelijk sterker te maken is de RES 1.0, inclusief de zoekgebieden, opgenomen in het IRP. Daarbij is in het IRP gekozen om één-op-één aan te sluiten bij de RES 1.0. Dit is gedaan door: - Het opnemen van de kaart met zoekgebieden; - Het illustreren van de orde van grootte van de ruimte die binnen de zoekgebieden nodig is; - Het aanpassen van teksten in de redeneerlijn en thematische uitwerking over energie. In de analyse van de zoekgebieden in de RES blijkt dat er geen harde botsingen plaatsvinden tussen de zoekgebieden en andere thema’s in het IRP. Wel ligt er een grote opgave voor het samen laten oplopen van energieopwekking en groen en landschap. En is het maatschappelijk draagvlak voor energieopwekking een specifiek aandachtspunt. De RES wordt in oktober aan de raden voorgelegd. Dat is dus nog voordat besluitvorming over het definitieve IRP in de raden plaatsvindt, maar wel nadat het IRP een maand eerder in september is aangeboden aan de colleges met het verzoek dit voor te leggen aan hun raden.

Met de besluitvorming op het IRP consolideren we de RES 1.0. In het perspectief en de integrale uitwerkingen voor de toekomst. Actualisaties op de RES 1.0. worden meegenomen bij volgende versies van het IRP en in de volgende fase van het IRP, de programmering. Onafhankelijke kwalitatieve beoordeling IRP Het IRP wordt voor een kwalitatieve beoordeling gelegd langs het Beoordelingskader dat eerder door raden is vastgesteld en geactualiseerd. In bijlage 3 bij dit raadsvoorstel treft u dit onafhankelijk oordeel aan. Het doel van deze beoordeling is om inzicht te krijgen in hoeverre het perspectief voldoet aan de 3

kwaliteiten die de samenwerkende gemeenten in de regio Utrecht voorstaan. Het beoordelingskader kan niet worden gezien als een meetlat waar het IRP en nadere uitwerking simpelweg langs gelegd kan worden om tot een afgewogen oordeel te komen. Het is een instrument dat helpt om inzichten te verschaffen. Hiermee ondersteunt dit het gesprek bij de besluitvorming en geeft het aanknopingspunten en aanbevelingen voor uitwerkingen in de volgende fase, het integraal programmeren. De toets op het IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld zien en vraagt op onderdelen om nadere uitwerking en concretisering. In fase 4 worden deze onderdelen meegenomen bij een uitwerking op programma-, gebieds- en projectniveau. En worden nieuwe ontwikkelingen en afwegingen onderdeel van het perspectief middels een adaptief ontwikkelpad en periodieke actualisatie. (Zie verder hieronder; argument 1.2). IRP als adaptief perspectief Het perspectief is adaptief, dus de inhoud wordt in de toekomst geconcretiseerd, waar nodig aangepast aan de (lokale) omstandigheden en periodiek geactualiseerd. Het IRP is immers geen eindbeeld, het geeft de gedragen ontwikkelrichting weer voor de komende 20 jaar. Gemeenten en allianties werken op programma-, gebieds- en projectniveau de opgaven uit. Op regionale schaal werken we samen om de regionale keuzen verder aan te scherpen en randvoorwaarden voor elkaar te krijgen.

De insteek is dan ook om het IRP periodiek te actualiseren en dit te consolideren via besluitvorming in de gemeenteraden. Zodat ontwikkelingen kunnen worden vastgelegd in gemeenteraden. De eerste actualisatie is voorzien na periode van twee jaar, er wordt onderzocht wat een passende ritmiek is voor de periode daarna. In actualisaties van het IRP worden ook steeds de nieuwste resultaten en inzichten uit de RES meegenomen. Hierdoor gaat het IRP altijd over de integrale opgave, dus inclusief energie. Juridische context Het integraal ruimtelijk perspectief heeft geen wettelijke juridische status (zoals een gemeentelijk of een provinciaal omgevingsplan). De planologische verantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten in de omgevingsvisies en omgevingsplannen. Het IRP vormt wel de gezamenlijke ontwikkelrichting van de 16 samenwerkende gemeenten, tot stand gekomen op basis van lokaal beleid en ambities en met regionale keuzes en integrale afwegingen. Het IRP is daarmee op haar beurt weer een belangrijke basis voor de gemeentelijke omgevingsvisies. Het IRP is geen vrijblijvende afspraak. Het IRP is een regionale visie dat richting geeft en waarin nog een aantal onzekerheden bij de uitwerking en realisatie.

Het IRP moet daarom ook worden gezien als onze gezamenlijke regionale basis voor de samenwerking op inhoud en proces, waarmee we als U16 de regie houden over de samenwerking onderling en met rijk, provincie en andere partners om de hoofdkeuzes scherper te maken en om de benodigde investeringen voor de uitvoering te krijgen. Wanneer de raden met het IRP instemmen ontstaat er lokaal commitment op de integrale regionale ruimtelijk opgave. We spreken met elkaar af dat de gemeentelijke omgevingsvisies en beleid en programma’s zullen passen binnen dit integrale perspectief voor de regio en andersom. En dat de gemeenten de ambities en doelen van het IRP helpen realiseren en elkaar daarop aanspreken. Beoogd effect Het IRP beoogt een samenhangende ruimtelijke ontwikkeling op regionaal niveau op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen en energie. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • Raadsbesluit Zienswijze Concept-IRP, d.d. 15 juli 2021 • Raadsbrief Collegereactie op Ontwerp Integraal Ruimtelijk Perspectief, d.d. 10 maart 2021 • Raadsbrief zoekgebieden energieopwekking, d.d. 22 januari 2021 • Raadsvoorstel het (aangepast) Beoordelingskader, sept 2020 • Contour REP, mei 2020 • Raadsbrief Utrechtse inbreng Aangepast beoordelingskader en Contour REP, 18 mei 2020 • Raadsbrief Ontwikkelbeeld voor REP pijler Groen Landschap d.d.

10 september 2019; • Raadsbrief Plan van Aanpak REP en programma U10 d.d. 16 april 2019; • Raadsbrief Bouwstenen voor het U10 Ruimtelijk Economisch Programma d.d. 25 januari 2019; • Raadsbrief Rapporten U-10 ten behoeve van het Ruimtelijk Economisch Programma d.d. 9 januari 2019; • Raadsbrief Uitvoeringsagenda ruimtelijk economische koers, d.d. 24 augustus 2017 4

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

In te stemmen met het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) inclusief uitvoeringsstrategie voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen van de regio Utrecht tot 2040, met de volgende ambities: In 2040 a) leven we in een groene en gezonde leefomgeving; b) is duurzame mobiliteit de logische keuze; c) is er ruimte voor alle nieuwe bewoners door het toevoegen van compacte stedelijke gebieden; d) profiteert iedereen in de regio van een sterke economie die volop in transitie is naar circulariteit; e) zijn ook kleine en middelgrote kernen in de regio vitaal en bieden die een gezonde leefomgeving; f) is de regio op weg naar energieneutraliteit; g) leven we in een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio die zich voorbereidt op zeespiegelstijging.

Argumenten 1.1

Het IRP is opgesteld in nauwe samenhang met de RSU 2040 en de zienswijze van de raad is goed verwerkt in dit IRP Het IRP van de regio en de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 sluiten naadloos op elkaar aan en zijn in samenhang vormgegeven. Dit is goed herkenbaar in tekst, beeldmateriaal en kaartmateriaal. In reactie op het concept IRP heeft uw raad een zienswijze vastgesteld met nog enkele specifieke aandachtspunten. Ook de andere raden uit de regio hebben dat gedaan. Dit heeft geleid tot aanpassingen, waarmee het IRP nu definitief kan worden vastgesteld. Op onderdelen zijn nog aanscherpingen of aanvullingen nodig; dat gebeurt in de volgende fase, het integraal programmeren. De IRP-organisatie heeft op alle elementen uit de zienswijzen een reactie geformuleerd met een verantwoording hoe het is verwerkt in het definitieve IRP. Als College hebben wij de reacties op de Utrechtse zienswijze als volgt beoordeeld: ➢ De raad vroeg aandacht voor de integraliteit van het IRP zelf en voor de aanpak in de volgende fase: integraal programmeren. In het IRP ontbraken belangrijke opgaven zoals de energietransitie en de regionale bedrijventerreinen. Deze zijn in het definitieve IRP integraal opgenomen. Voor de volgende fase onderstreepte de raad het belang van integraal programmeren, zodat de vraagstukken rond schaarse en kostbare ruimte scherp worden.

De raad benadrukte daarbij om waar mogelijk koppelkansen te benutten, bijvoorbeeld het realiseren van scheggen met routes voor OV en fiets; of het Wiel met spaken uitwerken voor fiets, OV en groen. In het definitieve IRP is dit meegenomen: op diverse plaatsen worden koppelkansen concreet genoemd. ➢ Op het gebied van woningbouw benadrukte de raad dat het niet alleen gaat om voldoende / betaalbare woningen, maar ook om woningen die aansluiten bij de vraag en om andere relevante zaken, zoals stimulering van de doorstroming op de woningmarkt, het streven naar leefbare en gemengde wijken, het aandacht hebben voor specifieke doelgroepen en het werken aan een grote diversiteit aan woonmilieus. In het definitieve IRP is de regionale inzet op voldoende / betaalbare woonruimte en de huisvesting van kwetsbare groepen nog steeds vrijblijvend geformuleerd. Beide dienen in fase 4 van het IRP verder uitgewerkt (en geborgd) te worden. Overigens is dit voor een belangrijk deel ook een lokale opgave. ➢ De reacties van uw raad op de economische doelstellingen en de werklocaties is de stad Utrecht zijn verwerkt in het definitieve IRP; het ging met name om het realiseren van extra bedrijventerreinen en het scherper positioneren van het USP 5

als internationale toplocatie op het gebied van Life Science. ➢ De raad vroeg ook het thema Mobiliteit sterker te duiden als randvoorwaarde voor de verdere verstedelijking. De teksten in de definitieve IRP zijn in lijn met uw zienswijze. ➢ De uitwerking van het begrip ‘gezonde leefomgeving’ is in de definitieve IRP verbreed, zoals in uw zienswijze gevraagd. ➢ Ook heeft u aandacht gevraagd voor recreatie, sportvoorzieningen en evenementenlocaties. In de definitieve IRP worden recreatie en sportvoorzieningen wel genoemd, maar zonder heldere regionale normen. Hierdoor blijft de ruimteclaim voor deze functies onduidelijk. Evenementen en evenementenlocaties worden niet in het IRP genoemd; wij zullen dit thema betrekken bij de verdere uitwerking in fase 4. ➢ In uw zienswijze is gevraagd meer aandacht te besteden aan de klimaatcrisis, de gevolgen van klimaatverandering en aan de transitie naar een circulaire stad. In de definitieve IRP komt klimaatverandering op diverse plekken terug; het zal ook in fase 4 een belangrijk toetsingscriterium zijn bij integrale afwegingen. Circulariteit staat benoemd in relatie tot bedrijventerreinen/economie en landbouw. Ook hierbij zal fase 4 leiden tot concrete afspraken. Dat zal op relatief korte termijn nodig zijn, gezien de enorme productie van woningen, kantoren en bedrijfsruimten.

De RSU 2040 geeft voor de gemeente Utrecht een actueel inzicht in de grote opgaven en hoe en waar we deze een plek willen geven in de stad. Dat brengt met zich mee dat wij op onderdelen specifieker zijn, dan in het IRP mogelijk is. Andere gemeenten hebben daarvoor nog onvoldoende inzicht in hun opgaven en werken nog aan eigen gemeentelijke koersdocumenten. Meer concrete uitwerkingen volgen in fase 4 van het IRP; dan wordt ook een deel van de zienswijzen nog verwerkt. 1.2

De onafhankelijke toets op het IRP laat een positief beeld zien op alle indicatoren van het Beoordelingskader Het IRP is ter beoordeling gelegd langs het vastgestelde en aangescherpte Beoordelingskader. In bijlage 3 (Toetsing IRP Aangepast beoordelingskader REP) bij dit raadsvoorstel treft u dit onafhankelijk oordeel aan, zodat u deze kunt betrekken bij uw besluitvorming. De toets op het IRP laat in zijn algemeenheid een positief beeld zien. Voor de meeste doelstellingen (zowel hoofd, als subdoelen) is veel aandacht in het IRP. Op sommige criteria scoort het IRP neutraal (nul) of is het nog onduidelijk (vraagteken); Het is echter niet haalbaar op alle onderdelen uit het kader positief te scoren. Dit omdat het om de totaalscore gaat, omdat bepaalde aspecten nader uitgewerkt moeten worden in de volgende fase, waarin concrete uitwerkingen op programma-, gebieds- of projectniveau plaatsvinden. Daar komt nog beter in beeld waar opgaven mogelijk botsen en welke slimme oplossingen daarvoor in beeld zijn. Op die punten zal nadere uitwerking en concretisering plaatsvinden in de volgende fase. De meest opvallende zaken op een rij: • Op de hoofddoelen ‘economie versterken’, ‘verstedelijkingsopgave faciliteren’, ‘ruimtelijke kwaliteit verhogen’ en ‘slimme en toekomstvaste mobiliteit faciliteren’ wordt overwegend positief gescoord.

Dat komt doordat het IRP de thema’s wonen, werken, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit behoorlijk concreet uitwerkt. Dit biedt inzicht in welke mate aan de opgaven wordt voldaan en op welke manier bepaalde doelen gerealiseerd gaan worden. Bijvoorbeeld in termen van aantallen arbeidsplaatsen, woningen, waar en op welke OV-lijnen ingezet wordt en op welke manier de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt. • De beoordeling op het hoofddoel ‘bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio’ is lastiger. Dat heeft te maken met het regionale niveau waarop het IRP is uitgewerkt. Voor bepaalde subdoelen en indicatoren is een nadere uitwerking op lokaal niveau nodig (bijvoorbeeld klimaatadaptatie); deze invulling biedt het IRP niet. Daarnaast is de inpassing van verschillende functies (wonen, werken, mobiliteit) binnen bestaand stedelijk gebied en het gezond maken / houden van dit gebied (met name kijkend naar het aspect geluid) een 6

•

•

aandachtspunt. De specifieke ‘inpassing’ dient in vervolgstappen nader uitgewerkt te worden. In algemene zin geldt voor meer indicatoren dat het nog niet mogelijk is ze op basis van de uitwerking in het IRP te beoordelen. In de fase van beleidsontwikkeling waar het IRP zich in bevindt is dat ook logisch; het IRP kan op onderdelen alleen randvoorwaarden of uitgangspunten meegeven, of aangeven dat nog ruimte wordt gezocht voor bepaalde functies. De daadwerkelijke uitwerking in plannen en programmering komt later en is in sommige gevallen ook vooral iets waar gemeenten mee aan de slag moeten. De beoordeling op de hoofddoelen ‘Haalbaarheid’ en ‘Kosten en opbrengsten’ is ook nog niet goed mogelijk. Over deze aspecten is nog weinig concrete informatie voorhanden.

Elementen die nu nog niet zijn uitgewerkt (en waarvan de bijdrage aan doelen nog niet meetbaar is) verdienen in de programmering in het vervolgproces aandacht. 1.3

Met dit IRP staan de regiogemeenten voor elkaars opgaven en zijn ze een sterke en betrouwbare gesprekspartner voor de andere overheden en stakeholders Gelet op het intensieve en zorgvuldige proces dat de 16 gemeenten met elkaar hebben doorlopen, heeft de regio met dit IRP een gedragen basis voor de regio. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de 16 gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek te geven aan de regionale opgaven die voor ons liggen. We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Alle gemeenten staan voor de opgaven van alle gemeenten. Omdat gemeenten voor elkaars opgaven staan, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het Rijk en de provincie. Daarbij is het belangrijk om consistent en eensgezind het IRP als basis te gebruiken voor het regionale verhaal. Dit IRP helpt om vanuit eigen ambities mee te sturen op de ambities en keuzes die provincie en Rijk moeten maken op de vijf genoemde thema’s. Dit gaat bijvoorbeeld om investeringen voor landschap, water en mobiliteit vanuit Rijk of over het bereiken van overeenstemming over uitbreidingslocaties voor wonen en bedrijvigheid met de provincie. Gemeenten houden elkaar vast en treden met één gezicht op naar deze overheden en andere stakeholders.

We zijn daarmee als regio een betrouwbare en herkenbare partner en we zijn daarmee voorbereid, wanneer zich kansen voordoen als groeifonds, woonimpuls, toekomstige geldstromen voor financiering van groen en de mobiliteit. Hier gaan jaarlijks landelijk tientallen of honderden miljoenen en soms miljarden euro’s om.

1.4

De uitvoeringsstrategie in het IRP maakt op hoofdlijnen inzichtelijk hoe de regiogemeenten van een Integraal ruimtelijk perspectief komen tot Integraal Programmeren en Realisatie Met het IRP weten we wat we willen, nu moeten we nog scherp krijgen hoe we dat kunnen realiseren. Deze strategie en aanpak op de uitvoering of realisatie is de kern van wat onze regio de komende jaren te doen staat. De uitvoeringsstrategie maakt op hoofdlijnen helder hoe het IRP op een samenhangende manier uit te voeren is. Dit vergt enerzijds het werken in allianties aan de uitvoering en realisatie van integrale ruimtelijke opgaven voor de U16 regio en anderzijds een integraal regionaal programma om de regionale keuzes aan te scherpen, de randvoorwaarden op orde te brengen en de samenhang en integraliteit te bewaren in de uitvoering. Dat is nieuw voor de regio. De gemeenten zijn in de lead om de uitwerking en daarna de uitvoering van de onderdelen van het IRP waar te maken. Dit doen zij voor programma’s en projecten binnen gemeenten en op complexere en/of gemeentegrens overstijgende ontwikkelingen in allianties. Met een regionale ondersteuning, coördinatie en monitoring.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Ook de Provincie Utrecht start met regionale programmering voor wonen en werken 7

op basis van de POVI en dat vereist afstemming tussen provincie en de U10 in de volgende fase De provincie werkt aan een regionaal programma voor wonen en werken op basis van de POVI; daar komt ook een zienswijze-traject voor. Het gaat dan weliswaar geografisch om een bredere scope en om een meer sectorale aanpak, maar het vereist afstemming en/of samenwerking tussen regionale en provinciale ruimtelijke keuzes. Dit heeft onze aandacht in de vervolgfase. 1.2.

Het behalen van de ambities van het IRP is mede afhankelijk van investeringen en medewerking van andere partijen Voor de benodigde investeringen is de regio mede afhankelijk van andere partijen. Dit maakt het behalen van de ambities onzeker. Ondanks het feit dat er nog onvoldoende zicht is op (Rijks)financiën, is er een grote maatschappelijke urgentie om met de richting van dit IRP op gebied van onder andere de woonopgave stappen te blijven zetten in de uitvoering. In de volgende fase van het IRP zal er daarom aandacht moeten zijn voor een integraal regionaal programma, investerings- en lobbystrategie om onderdelen, zoals de groen- en mobiliteitsopgave en de woningbouwopgave - die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn - te kunnen realiseren. In de vervolgfase krijgt dit nadere uitwerking.

1.3

Sommige opgaven in het IRP hebben een verdere concretisering nodig Op een aantal punten vraagt het IRP om concretisering, zoals het vervolg op de RES 1.0, de nadere uitwerking van zoeklocaties naar regionale bedrijventerreinen, de omgang en investeringen in de mobiliteitsmaatregelen en de concrete programmering van vitaliteit waarbij ook integrale afwegingen een rol spelen. Het perspectief is adaptief, wat betekent dat het nog concreter wordt ingevuld en aangescherpt op basis van de (lokale) ontwikkelingen en uitwerkingen in de uitvoeringsfase. In de vervolgfase, het programmeren, worden deze onderdelen geconcretiseerd, integraal afgewogen en vertaald in een adaptief ontwikkelpad. De eerste actualisatie is voorzien na periode van twee jaar, er wordt onderzocht wat een passende ritmiek is voor de periode daarna.

Financiën De uitvoering van het IRP vergt een regionaal commitment, ook financieel. Vanaf medio september 2021 zal fase 4 worden opgestart. De periode tot eind 2022 wordt gezien als kwartiermakerfase waarin de gemeenten en het REP opgaveteam samen aan de slag gaan om een integraal programma, uitvoeringskracht en passende organisatie op te bouwen. Dit start met het vertalen van de regionale opgaven vertalen in ‘pakketten’ of ‘regionale deelopgaven’. En een verkenning wat daarvan al is belegd in gemeenten en allianties en wat of wie er aanvullend nodig is om de dingen voor elkaar te krijgen. Ook wordt de uitvoering ingeregeld, bij de allianties en gemeenten en de U10 organisatie. Met als uitgangpunt: eigenaarschap bij gemeenten en de U10 in een ondersteunende rol. Voor de periode tot eind 2022, de kwartiermakerfase, wordt een financiële bijdrage gevraagd aan de 16 gemeenten die samenwerken in het IRP. Vanaf medio september tot eind december 2021 is sprake van een overbruggingsperiode met een begroting van ca 100.000 euro plus inzet van mensen uit de U10. De begroting voor het jaar 2022 is in totaal 1 miljoen euro. Gemeenten dragen hier aan bij naar verhouding van het aantal inwoners (peildatum 1-1-2021); voor de gemeente Utrecht betekent dat een bijdrage van 37,3%. Dit is gelijk aan de begroting en verdeelsleutel in IRP fase 3 om te komen van Contour naar Perspectief.

Voor fase 4 is de vraag aan de gemeente Utrecht om 37.300 euro bij te dragen voor 2021 en 373.000 euro voor 2022. Vanuit het Strategiebudget in programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed kunnen de kosten voor 2021 gedekt worden en is er voor 2022 een budget van 200.000 euro beschikbaar. Hiermee is er dekking voor de eerste helft van 2022. In de aanloop naar de Voorjaarsnota 2022 en het Coalitieakkoord zullen we onderzoeken hoe we de stedelijke strategische sturing duurzaam vorm kunnen geven. Na 2022 kan de fase van langjarig programmeren starten. Waarbij de gemeenten en allianties steeds meer zelf verantwoordelijk zijn voor het tempo en de inzet in mensen, middelen. Zo wordt het IRP in de komende jaren uitgevoerd in een ‘zwerm’ van verschillende projecten, programma’s etc. door een

8

breed palet aan partijen in wisselende samenstelling. Met een regionale ondersteuning, coördinatie en monitoring

Vervolg Met de besluitvorming van het IRP eindigt fase 3. Eventuele moties en amendementen op het definitief IRP worden in Fase 4 Integrale Programmering opgepakt en meegenomen bij een nadere uitwerking op programma-, gebieds- en projectniveau en worden ook nieuwe ontwikkelingen en afwegingen onderdeel van het perspectief middels een adaptief ontwikkelpad. Met het Integraal Ruimtelijk Perspectief ligt er een goed en samenhangend ruimtelijk perspectief op de toekomst van de regio Utrecht. Tegelijk is het goed te beseffen dat dit een perspectief voor de lange termijn is, en geen concreet plan. We weten nu wat we willen, nu moeten we nog scherp krijgen hoe we dat kunnen realiseren. Helder is dat de opgaven en keuzes in de pijlers van het IRP op zichzelf al een schaalsprong vergen en dat er onzekerheden zijn bij de uitvoering. Dat slim combineren nodig is om tot uitvoering te komen. Dit vergt een vooruitstrevende omgang met ruimtelijke planning, (ontbrekende) investeringen en samenwerking met publiek-private partners: integraal, adaptief en door de schaalniveaus heen. Deze strategie en aanpak op de uitvoering of realisatie is de kern van wat onze regio de komende jaren te doen staat.

Dit vergt enerzijds het werken in allianties aan de uitvoering en realisatie van integrale ruimtelijke opgaven voor de U16 regio en anderzijds een integraal regionaal programma om de regionale keuzes aan te scherpen, de randvoorwaarden op orde te brengen en de samenhang en integraliteit te bewaren in de uitvoering. Dat is nieuw voor de regio. De gemeenten zijn in de lead om de uitwerking en daarna de uitvoering van de onderdelen van het IRP waar te maken. Dit doen zij voor projecten en programma’s binnen gemeenten en op complexere en/of gemeentegrens overstijgende ontwikkelingen in allianties.

Participatie Bij de verdere uitwerking en programmering van het IRP wordt de samenleving betrokken in de planvorming, zowel met regionale stakeholders als met inwoners. De U10 organiseert de participatie met relevante regionale actoren. De eerste twee sessies zijn reeds georganiseerd met regionale stakeholders om te kijken naar draagvlak voor de ontwikkelrichting en mogelijkheden voor uitvoering in de toekomst (zie bijlage 4: Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief). Voor participatie met inwoners zijn gemeenten primair aan zet. Voor de periode die achter ons ligt (ontwikkeling IRP) zijn inzichten benut uit de diverse participatietrajecten die de laatste drie jaren zijn gehouden rond ontwikkelde Omgevingsvisies. Voor de komende periode (fase 4), waarin een integraal ruimtelijk programma en een uitvoeringsstrategie wordt ontwikkeld, zal het voor inwoners een stuk concreter worden. Dan worden keuzes gemaakt over programmering en worden ambities concreet. De verdere uitwerking van de RSU2040 en daarmee het Utrechtse deel van het IRP zullen we samen doen met de stad. Dit doen we in het kader van de omgevingsvisies en de gebiedsonderzoeken. Daarnaast gaat het college verdere verdiepende gesprekken voeren over de toekomst van de stad en de wensen, vragen en zorgen die over dit grote onderwerp leven. Hier komt seperaat een voorstel voor.

Communicatie Communicatie over het definitieve IRP wordt verzorgd door de REP-organisatie, medio oktober. Communicatie vanuit de gemeente Utrecht richt zich in eerste instantie op de RSU 2040 en de uitwerkingen daarvan; hierin nemen wij mee dat de gemeente in de verdere verstedelijking samenwerkt met de provincie en de regiogemeenten.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Integraal Ruimtelijk Perspectief Bijlagen informatief - Overzicht zienswijzen raden op concept IRP – verwerking en verantwoording - Toetsing IRP Aangepast beoordelingskader REP - Participatie Integraal Ruimtelijk Perspectief

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=18c36c30-0689-42ac-bea8-5af962c917de