Raadsvoorstel Initiatiefvoorstel Ongelijk investeren voor Gelijke kansen .docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Initiatiefvoorstel Ongelijk investeren voor gelijke kansen Beleidsveld Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim
Alle Hester Assen (PvdA) 10 maart 2022 Nee
Raadslid Hester Assen stelt de raad voor te besluiten: 1. De uitgangspuntennotitie Ongelijk investeren voor gelijke kansen vast te stellen; a. Hiermee het principe ‘Ongelijk investeren voor gelijke kansen’ vast te stellen als leidend principe op alle beleidsterreinen, zowel het sociale als fysieke domein. b. Op basis hiervan een vervolgproces te starten om te komen tot een uitvoeringskader Kansengelijkheid in Utrecht. c. Bij het vervolgproces externe deskundigheid en expertise in te zetten, hiervoor een bedrag van maximaal 75.000 euro te reserveren en dit ten laste te brengen aan de incidentele middelen jeugd/ onderwijs.
Samenvatting Inwoners met een opleiding van vmbo, mbo1 of de eerste drie jaar van havo of vwo (zonder vervolgopleiding) en migratieachtergrond scoren op bijna alle aspecten van de (brede) welvaart ondergemiddeld1. Deze achterstanden nemen toe, en worden door de impact van corona en de coronamaatregelen verder aangejaagd. Gezien de negatieve gevolgen van ongelijkheid voor inwoners en de samenleving, moet juist de lokale politiek en het bestuur er alles aan gelegen zijn om hier stevig op in te zetten. Gemeenten kunnen op lokaal niveau risico’s wegnemen en kansen en beschermende factoren bieden. Dit kan door ongelijk te durven investeren, om te komen tot meer gelijke uitkomsten en eerlijke kansen. Met dit initiatiefvoorstel maken we de inzet op kansengelijkheid via het principe ‘Ongelijk investeren in gelijke kansen’ meer expliciet en leidend bij al het lopende en nieuwe beleid. Deze inzet en inspanningen moeten leiden tot het wegnemen van drempels en tot het bieden van perspectief voor onze jeugdigen en inwoners om bestaanszekerheid te hebben, in goede gezondheid te leven, zich te ontwikkelen, ontplooien en mee te kunnen doen in de samenleving. In de uitgangspuntennotitie beschrijven we de kaders en richtlijnen hiervoor.
Het vaststellen van dit leidend principe, zorgt voor een brede toepassing ervan, maakt het beter mogelijk om te monitoren hoe dit principe wordt toegepast en welke opbrengsten we hiermee realiseren.
Context We streven naar een samenleving waarin het voor iedereen mogelijk moet zijn om een goed leven te leiden. Vooral in een stad als Utrecht, die op diverse ranglijsten hoog scoort. Zo hebben we de hoogst opgeleide bevolking van het hele land en staan we als economische regio in de top van Europa. Helaas profiteert niet iedere Utrechter daarvan. 1 https://longreads.cbs.nl/monitor-brede-welvaart-en-sdgs-2021/verdeling-van-brede-welvaart/
Interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek toont consequent aan dat inwoners met een lage Sociaal Economische Status (SES) op verschillende gebieden (gezondheid, onderwijs, werk en inkomen en wonen) minder goed af zijn dan inwoners met een hoge SES. De monitor Brede Welvaart laat zien dat welvaart in brede zin het meest samenhangt met opleidingsniveau en migratieachtergrond. Inwoners met een opleiding van vmbo, mbo1 of de eerste drie jaar van havo en vwo (zonder vervolgopleiding) en migratieachtergrond scoren op bijna alle aspecten van de (brede) welvaart ondergemiddeld2. Ze hebben een achterstandspositie in welzijn, materiële welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, de samenleving, veiligheid en milieu/leefomgeving. Deze achterstanden nemen toe, en worden door impact van corona en de coronamaatregelen verder aangejaagd. Alhoewel veel wordt gestuurd met nationaal beleid, kan en moet juist ook de gemeente Utrecht zich inzetten om de onacceptabele verschillen in de stad te verkleinen. Gezien de negatieve gevolgen van ongelijkheid voor inwoners en de samenleving, moet juist de lokale politiek en het bestuur er alles aan gelegen zijn om hier stevig op in te zetten. Gemeenten kunnen op lokaal niveau risico’s wegnemen en kansen en beschermende factoren bieden. En zo de huidige onlogische verschillen tussen risico’s en kansen weer meer in evenwicht brengen.
Dit kan door ongelijk te durven investeren, om te komen tot meer gelijke uitkomsten en eerlijke kansen. Utrecht zet op verschillende manieren al in op kansengelijkheid. Echter, de hardnekkigheid van dit vraagstuk vraagt om een nog stevigere inzet. Recenter is in raadsdebatten en –bijeenkomsten het leidend principe ‘Ongelijk investeren voor gelijke kansen’ benoemd als middel om bij te dragen aan kansengelijkheid. Dit uitgangspunt wordt breed omarmd om op basis hiervan als gemeente steviger te investeren in gelijke kansen en uitkomsten. Tegelijkertijd is momenteel onduidelijk of en wanneer dit principe, binnen de verschillende beleidsterreinen toegepast wordt. Om de controlerende taak van de raad uit te kunnen voeren is behoefte aan meer kaderstelling zodat er meer zicht is hoe dit leidend principe uitgevoerd wordt en de raad vanuit haar taken kan toezien op de uitvoering van dit leidend principe. Beoogd effect Het doel van deze uitgangspuntennotitie is komen tot een expliciet kader en uitgangspunten voor ongelijk investeren voor gelijke kansen. Deze inzet en inspanningen moeten leiden tot het wegnemen van drempels en bieden van perspectief voor onze jeugdigen en inwoners om bestaanszekerheid te hebben, in goede gezondheid te leven, je te ontwikkelen, ontplooien en mee te kunnen doen in de samenleving. In deze notitie beschrijven we de kaders en richtlijnen hiervoor.
Dit doen we door het leidend principe ‘Ongelijk investeren voor gelijke kansen’ centraal te stellen en hier uitgangspunten voor te benoemen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Raadsbrief 6 juli 2021 over het NPO, waarin wethouder Klein aangeeft ten aanzien van het lerarentekort ongelijk te investeren. - Raadsbrief 9 juni 2021, coronabrief, waarin college ten aan zien van logopedie aangeeft ´Voorop staat dat we vooral de meest kwetsbare kinderen en gezinnen willen bereiken en hiervoor ook ongelijk investeren waar dat kan. - Antwoorden op SV 2021-96, onder andere antwoord op vraag 5. - Raadsbrief 30 april 2021, 2e voortgangsrapportage Gezondheid voor iedereen waarin wethouder Eerenberg aangeeft “U kunt van ons verwachten dat we voortaan op deze manier in relevante beleidsstukken laten zien hoe we oog hebben voor verschillen tussen doelgroepen en /of wijken en hoe we ongelijk investeren om gezondheidsverschillen te verkleinen dan wel kansengelijkheid te vergroten”.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De uitgangspuntennotitie Ongelijk investeren voor gelijke kansen vast te stellen.
Argumenten 2 https://longreads.cbs.nl/monitor-brede-welvaart-en-sdgs-2021/verdeling-van-brede-welvaart/
2
1.1
De verschillen in de stad worden groter en daarom moeten we steviger investeren in groepen in een kwetsbare positie. De hardnekkigheid en complexiteit van dit vraagstuk vraagt om een nog stevigere inzet. Als we dit nu niet doen, zullen we een stad zijn en blijven met grote verschillen tussen arm en rijk, met een blijvende groep kwetsbare inwoners die in slechte omstandigheden leeft en niet mee kan en groeiende polarisatie met alle gevolgen van dien voor de leefbaarheid en veiligheid van de stad
1.2
Het ontbreekt momenteel aan kaders en richtlijnen voor toepassing van het leidend principe ‘Ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Dit leidend principe wordt breed omarmd, maar de toepassing blijkt nog complex te zijn in de praktijk. Richtinggevende uitgangspunten helpen om tot uitvoering te komen.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1 Deze kaders en richtlijnen in deze uitgangspuntennotitie geven onvoldoende inhoudelijk richting voor het vervolg. Het doel van deze uitgangspuntennotitie is de inzet op kansengelijkheid op verschillende gebieden vergroten en versterken en niet inhoudelijk bepalen wat er moet gebeuren. De inhoudelijke uitwerking vraagt om een vervolgaanpak waarbij op basis van een uitgebreidere analyse samen met onze partners, inwoners en andere betrokkenen wordt onderzocht wat ons (inhoudelijk) te doen staat. 1.2
Ongelijk investeren voor bepaalde groepen kan leiden tot verdeeldheid. Bij de keuze om extra te investeren voor bepaalde groepen wordt ook de keuze gemaakt om dit voor andere groepen niet te doen. Het is van belang dat in de afweging van de keuzes die gemaakt worden zorgvuldig gekeken wordt naar dit effect en hoe hier mee om te gaan.
1.3
Onvoldoende inzicht in de mate waarin we kansengelijkheid daadwerkelijk kunnen bevorderen. Gezien de kwetsbare positie van bepaalde groepen in de stad en de kansenongelijkheid die speelt op verschillende gebieden, blijft gerichte inzet van belang. Deze notitie is er juist op gericht om beter in beeld te brengen wat we doen, wat we in de uitvoering tegenkomen, welke opbrengsten we zien en hoe we onze inzet kunnen verbeteren.
Beslispunt 1a. Argumenten 1a.
Hiermee het principe ‘Ongelijk investeren voor gelijke kansen’ vast te stellen als leidend principe op alle beleidsterreinen, zowel het sociale als fysieke domein.
Bredere benadering van kansengelijkheid wenselijk gezien kansenongelijkheid op verschillende gebieden speelt. Deze brede benadering maakt het ook mogelijk om in het totaal van wat we doen in beeld te brengen of we voldoende inzetten op gelijke kansen in de stad.
Beslispunt 1b. Op basis hiervan een vervolgproces te starten om te komen tot een 1b. uitvoeringskader Kansengelijkheid in Utrecht. Argumenten 1b. Om tot fundamentele keuzes te komen is meer inzicht en onderzoek nodig naar waar in Utrecht (ondanks al onze inspanningen en inzet) kansenongelijkheid het 3
meest speelt, wat hierbij binnen de invloedsfeer van de gemeente ligt en welke effectieve interventies ons verder brengen. Fundamentele keuzes vragen om een nader politiek en maatschappelijk debat over de effecten en doelen die we willen realiseren met kansengelijkheid en de keuzes die we hierin als gemeenteraad willen maken. Er is nadere uitwerking nodig op de monitoring en sturing op kansengelijkheid. Kanttekeningen N.v.t. 1b. Beslispunt 1c.
Argumenten 1c.
Kanttekeningen 1c.
Bij het vervolgproces externe deskundigheid en expertise in te zetten, hiervoor een bedrag van maximaal 75.000 euro te reserveren en dit ten laste te brengen aan de incidentele middelen jeugd/ onderwijs.
Externe deksundigheid en expertise bijdragen aan het inzichtelijk maken van de dilemma’s die voortkomen uit de keuze voor ongelijk investeren om gelijke kansen te bieden. Dit inzicht in deze dilemma’s nodig is om verdere keuzes te maken Binnen de incidentele middelen jeugd/Onderwijs ruimte aanwezig is om deze kosten te dekken Deze middelen Hiermee niet op een andere manier ingezet kunnen worden
Financiën Op basis van deze uitgangspuntennotitie kunnen er nog geen uitspraken gedaan worden over de financiële gevolgen. De financiële vertaling dient terug te komen in het vervolgproces.
Vervolg Met deze notitie stelt de gemeenteraad het leidend principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen vast’ en geeft een aantal uitgangspunten mee voor de uitvoering ervan. Tevens wordt gezien de complexiteit van dit vraagstuk, de dilemma’s/vragen die spelen en de politieke keuzes die dit vraagt, een vervolgproces afgesproken gericht op: -
Onderzoek naar waar kansenongelijkheid (ondanks al onze inspanningen en inzet) in Utrecht het meest speelt, wat hierbij binnen de invloedsfeer van de gemeente ligt en welke effectieve interventies ons verder brengen; Een politiek en maatschappelijk debat over de effecten en doelen die Utrecht wil realiseren met kansengelijkheid en de keuzes die de gemeenteraad hierbij wil maken; Hoe de monitoring en sturing het beste vorm kunnen krijgen; Hoe de gemeenteraad hierbij haar rol kan pakken en hierop kan sturen.
Participatie De raadsgriffie en adviseurs van de afdeling Maatschappelijke ontwikkeling hebben meegedacht in de totstandkoming van dit initiatiefvoorstel (ambtelijke bijstand).
Bijlagen Ter vaststelling: Bijlage 1: Uitgangspuntennotitie Ongelijk investeren voor gelijke kansen
4