Raadsvoorstel Eerste bestuursrapportage 2026
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Eerste bestuursrapportage 2026 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Hans Westra en Freek Verbakel 34133822 Volgt Nee (artikel 1:2 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum) Ja, een of meer bijlage(n)
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Eerste bestuursrapportage 2026 vast te stellen, waarmee de programmabegroting 2026 wordt gewijzigd door: a. De bijstellingsvoorstellen voor de baten en lasten van de verschillende programma's inclusief de bijbehorende reservemutaties zoals toegelicht in hoofdstuk 2; b. De bijstellingsvoorstellen voor de investeringsprojecten, waarmee de investeringskredieten worden verhoogd met 26,2 miljoen euro, zoals toegelicht in hoofdstuk 2.7en in de bijlage ‘GEHEIM Investeringsprojecten Eerste bestuursrapportage 2026’; c. De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten, zoals toegelicht in hoofdstuk 4; d. De Hervormingen sociaal domein waarmee 6,4 miljoen euro in 2027 en 7,2 miljoen euro vanaf 2028 structureel wordt verschoven van het Programma passende ondersteuning en opvang, doelstellingen Passende aanvullende zorg en Passende basiszorg naar het programma Levendige en Gezonde stad, doelstelling Meedoen en voor elkaar zorgen. 2. Reserves als volgt in te stellen en te wijzigen (Hoofdstuk 5): a. Het instellen van de Algemene risicoreserve HVC; b. Het wijzigen van de risicobestemming van de reserve woonfonds; c. Het verlengen van de looptijd van de reserve Armoedebestrijding en schuldhulpverlening; d.
Het verlengen van de looptijd, wijzigen van de naam en verbreden van de doelstelling van de reserve Gebruikersinvesteringen Culturele voorzieningen Leidsche Rijn; e. Het verlengen van de looptijd van de reserve Overheadvierkant; f. Het ophogen van het maximumbedrag en instellen van een systeemafspraak voor de reserve Aanpak Luchtmaatregelen. 3. De ‘Eerste technische wijziging 2026 Raad’ vast te stellen, waarmee technische mutaties en de administratieve verwerking van besluiten van de gemeenteraad worden opgenomen in de Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Geheimhouding Het college heeft tijdelijke geheimhouding opgelegd op de bijlage ‘Investeringsprojecten Eerste bestuursrapportage 2026’ op grond van artikel 87 van de Gemeentewet om redenen genoemd in artikel 5.1 lid 1 sub c en lid 2 sub b en i van de Wet open overheid totdat de aanbestedingen zijn uitgevoerd en de onderhandelingen zijn afgerond. De bijlage bevat financiële informatie voor de gemeentelijke inzet. Openbaarmaking kan zorgen dat de gemeente in een nadelige positie wordt gebracht in toekomstige verwervingen. Ook bevat dit vertrouwelijk medegedeelde concurrentiegevoelige informatie van derden die niet openbaar mag worden gemaakt. Partijen zijn een geheimhoudingsverplichting overeengekomen. Openbaarmaking leidt tot een schending van deze verplichting met een boete als gevolg.
2
Samenvatting Met de Eerste bestuursrapportage 2026 wordt de raad geïnformeerd over het effect van actuele ontwikkelingen op de uitvoering van de Programmabegroting 2026 van de gemeente Utrecht, zowel beleidsmatig als financieel. In deze bestuursrapportage wordt specifiek ingegaan op: • De ontwikkelingen na de programmabegroting; • De voortgang op de uitvoering van het coalitieakkoord 2022-2026.
Context Aanleiding Deze bestuursrapportage bevat informatie over de verwachte afwijkingen in de uitvoering van de beleidsvoornemens, zoals opgenomen in de door de gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting 2026. Juridische context Het wijzigen van de begroting is een raadsbevoegdheid. In overeenstemming met de Verordening financieel beleid en Beheer gemeente Utrecht biedt het college de raad jaarlijks twee bestuursrapportages aan. De bestuursrapportages gaan over afwijkingen van de uitvoering en de bijstelling van het beleid ten opzichte van de laatst door de raad vastgestelde begroting. De raad stelt de Eerste bestuursrapportage uiterlijk op 9 juli 2026 vast, gelijktijdig met de Voorjaarsnota. Beslistermijn Conform artikel 2 Beleidscyclus lid 2 van de Financiële Verordening stelt de raad de Tweede bestuursrapportage 2026 uiterlijk op 14 juli 2026 vast, gelijktijdig met de Voorjaarsnota, jaarstukken en het Meerjarenprogramma Stedelijke ontwikkeling. Beoogd effect De Eerste bestuursrapportage 2026 geeft inzicht in de mate waarin er afwijkingen plaatsvinden en de Programmabegroting 2026 wordt met deze besluitvorming geactualiseerd op basis van artikel 192 van de Gemeentewet. Daarmee zijn de bijbehorende verwachte uitgaven rechtmatig. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Programmabegroting 2026
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Eerste bestuursrapportage 2026 vast te stellen waarmee de programmabegroting 2026 wordt gewijzigd door: a. De bijstellingsvoorstellen voor de baten en lasten van de verschillende programma's inclusief de bijbehorende reservemutaties zoals toegelicht in hoofdstuk 2; b. De bijstellingsvoorstellen voor de investeringsprojecten, waarmee de investeringskredieten worden verhoogd met 26,2 miljoen euro, zoals toegelicht in hoofdstuk 2.7 en de bijlage ‘GEHEIM Investeringsprojecten Eerste bestuursrapportage 2026’; c. De aanpassing van de begroting met de corresponderende posten, zoals toegelicht in hoofdstuk 4; d. De Hervormingen sociaal domein waarmee 6,4 miljoen euro in 2027 en 7,2 miljoen euro vanaf 2028 structureel wordt verschoven van het Programma passende ondersteuning en opvang, doelstellingen Passende aanvullende zorg en Passende basiszorg naar het programma Levendige en Gezonde stad, doelstelling Meedoen en voor elkaar zorgen.
Argumenten 1.1
De bijstellingsvoorstellen en corresponderende posten zijn verwerkt in Programmabegroting 2026, zodat deze actueel is. 3
Met het aanpassen van de begroting aan de actuele verwachtingen voorkomen we ongewenste afwijkingen bij de Jaarstukken 2026. De bijstellingsvoorstellen zijn budgetneutraal. Tegenover de corresponderende posten staan verkregen bedragen van het Rijk voor specifieke onderwerpen. Dekking voor de bijstellingsvoorstellen van investeringsprojecten vindt plaats binnen de programmabudgetten. 1.2
Met het verschuiven van middelen van het programma Passende ondersteuning en opvang naar het programma Gezonde en Levendige Stad kan de gemeente partijen in de sociale basis en basiszorg in staat stellen om meer laagdrempelige ondersteuning dicht bij inwoners te bieden en vertaalt de gemeente de inhoudelijke ‘beweging naar voren’ nu ook financieel. De Hervormingen sociaal domein richten zich op het kunnen blijven bieden van voldoende ondersteuning bij een groeiende vraag en krapte in geld, personeel en ruimte. Om dit mogelijk te maken zetten we in op meer laagdrempelige ondersteuning zo dicht mogelijk bij inwoners. Waarbij het uitgangspunt is dat inwoners en gemeenschappen zelf doen wat ze zelf kunnen en (professionele) zorg en ondersteuning beschikbaar blijft wanneer nodig. Met de inkoop van de Wmo ondersteuning in de wijk, het benutten van de ruimte in het contract van welzijnswerk in de wijk en de nieuwe subsidieregeling Sociale basis hebben we inhoudelijk invulling gegeven aan deze beweging. Met de voorgestelde begrotingswijziging zijn de middelen op de juiste plek in de begroting beschikbaar voor de uitvoering hiervan.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Deze aanpassing van de begroting sluit aan bij de voorgenomen transformatie van aanvullende zorg en basiszorg naar de sociale basis, ’de beweging naar voren’, maar in de praktijk moet blijken of de transformatie daadwerkelijk in deze omvang en in dit tempo gerealiseerd kan worden. Op basis van de dialoogfase voor de inkoop Wmo ondersteuning in de wijk en de gesprekken met partijen in de basiszorg en de sociale basis is een gedragen en realistische inschatting gemaakt van de ondersteuning die we vaker in de sociale basis en de basiszorg kunnen gaan bieden of organiseren in plaats van dat we daar aanvullende zorg voor inzetten. De komende jaren moet de praktijk nog uitwijzen of de verwachtingen uitkomen. Om de beweging te ondersteunen hebben we de rol van het welzijnswerk versterkt zodat we gerichter kunnen sturen op het juiste – preventieve – aanbod in de sociale basis. Daarnaast richten we met de partijen in de stad goede monitoring in over de sporen heen om de beweging te kunnen volgen en waar nodig bij te sturen.
Beslispunt 2
Reserves als volgt in te stellen en te wijzigen (Hoofdstuk 5): a. Het instellen van de Algemene risicoreserve HVC; b. Het wijzigen van de risicobestemming van de reserve woonfonds; c. Het verlengen van de looptijd van de reserve Armoedebestrijding en schuldhulpverlening; d. Het verlengen van de looptijd, wijzigen van de naam en verbreden van de doelstelling van de reserve Gebruikersinvesteringen Culturele voorzieningen Leidsche Rijn; e. Het verlengen van de looptijd van de reserve Overheadvierkant; f. Het ophogen van het maximumbedrag en instellen van een systeemafspraak* voor de reserve Aanpak Luchtmaatregelen;
Argumenten
4
2.1
Met het instellen van de Risicoreserve HVC worden de risico's die gepaard gaan met het afgeven van garantstellingen afgedekt. In het raadsbesluit Deelneming in publiek warmte- en afvalbedrijf HVC van 26 februari heeft de raad ingestemd met het voornemen tot deelneming in HVC. Het college heeft op 7 april definitief besloten tot toetreding in HVC. In deze besluitvorming is aangekondigd dat de risico’s die gepaard gaan met het afgeven van een garantstelling worden afgedekt met een nog in te stellen algemene risicoreserve. De eerste storting aan de reserve wordt verwerkt in de Tweede bestuursrapportage 2026.
2.2
Het risicogedeelte van de reserve woonfonds blijkt niet langer relevant. Na analyse van de onderliggende risico’s blijkt het risicogedeelte niet meer relevant (dit had betrekking op een garantstelling welke is opgeheven, en een afdekking voor leningen welke per heden nihil bedragen). Het bestemmingsgedeelte van de reserve heeft betrekking op het realiseren van woningen voor bijzondere doelgroepen en initiatieven die extra woonvoorzieningen vragen en niet in het reguliere pakket zijn opgenomen. In de raadsbrief van 20 juni 2025 is de raad geïnformeerd over de ontwikkeling van een Utrechts model voor betaalbare koop. Daarom wordt voorgesteld de financiële middelen uit de reserve Woonfonds mede in te zetten ten gunste van het bevorderen van betaalbare koop in Utrecht en het risicogedeelte van de reserve te laten vervallen.
2.3
Het verlengen van de looptijd van de reserve Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening is in lijn met het moment van vaststelling van overschrijdingen. De oorspronkelijke opheffingsdatum stond op 1-7-2027. Het doel van de reserve is mede het opvangen van eventuele overschrijdingen. Dit kan niet eerder dan per 31-12-2027 worden vastgesteld.
2.4
Het verbreden van de doelstelling, wijzigen van de naam en verlengen van de looptijd van de reserve Gebruikersinvesteringen culturele voorzieningen is in lijn met de ambitie in het MPR t/m 2040. Vanuit de oorspronkelijke reserve ‘gebruikersinvesteringen culturele voorziening Leidsche Rijn’ worden in de toekomst (al dan niet gedeeltelijk) de gebruikersinvesteringen gedekt van nieuwe culturele voorzieningen in Leidsche Rijn. Het verbreden van de doelstelling biedt de mogelijkheid om, naast budget voor de culturele voorziening in Leidsche Rijn, budget op te nemen in deze reserve voor de financiering van inbouwpakketten en losse inventaris van nieuwe culturele voorzieningen in geheel Utrecht. De naam van de reserve zal hierop worden aangepast. De looptijd wordt verlengd omdat in het MPR de ambitie is opgenomen om t/m 2040 in totaal 18 culturele wijkvoorzieningen en grote- en kleine boven stedelijke voorzieningen te ontwikkelen.
2.5
Het verlengen van de looptijd van de reserve Overheadvierkant is in lijn met de overheadsystematiek. De reserve Overheadvierkant is één-op-één gerelateerd aan de werking van de overheadsystematiek. De werking van deze systematiek blijft continue onderwerp van verbetering. De verwachting is dat deze systematiek niet snel stopgezet zal worden en zeker nog wel zo'n 5 jaar toegepast zal blijven worden. Mocht er eerder dan 2031 een einde komen aan het toepassen van de methodiek van het overheadvierkant, dan kan op dat moment door de raad een tussentijds besluit genomen worden over de opheffing van deze reserve.
2.6
Met het instellen van een systeemafspraak en ophogen van het maximumbedrag voor de reserve Aanpak luchtmaatregelen sluiten de baten en lasten beter aan op de uitvoeringsplanning en de verwachte dotaties.
5
Het uitvoeringsprogramma loopt over meerdere jaren, waarbij de uitvoering in een jaar kan afwijken van de planning. Daardoor kan de onttrekking in werkelijkheid afwijken van de begroting. Om een onttrekking te doen op basis van de werkelijke kosten is een raadsbesluit nodig. Door het instellen van een systeemafspraak kan dit voorkomen worden. Het huidige saldo bedraagt 0,845 miljoen euro en met het ingediende dekkings-en bestedingsvoorstel voorstel komt het saldo op twee miljoen euro. Echter zal de SPUK RAL II (Nationale Agenda Laadinfrastructuur, NAL) hoogstwaarschijnlijk in 2026 in de Meicirculaire opgenomen worden. De gemeente Utrecht ontvangt deze middelen ook voor de andere G4 gemeenten (Amsterdam, Den Haag en Rotterdam). Totale omvang is 2 miljoen euro per regio per jaar. Naar verwachting worden in 2026 de bedragen van 2026 en 2027 met een totale omvang van 4 miljoen euro ontvangen. Hiervan gaat 3/4e deel (G3 gedeelte) naar de balans en 1/4e deel naar de reserve. De NAL wordt in 2026 volledig bekostigd vanuit de RAL II SPUK. Met een wenselijke bufferruimte van 0,5 miljoen euro wordt voorgesteld voor het maximum van de reserve te verhogen van 2 miljoen euro naar 3,5 miljoen euro. Beslispunt 3
De ‘Eerste technische wijzigingen 2026 Raad’ vast te stellen, waarmee technische mutaties worden opgenomen in de Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming.
Argumenten 3.1
Met dit besluit wordt Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming geactualiseerd. De begrotingswijziging is opgebouwd uit technische mutaties zonder beleidsgevolgen (techniek) en waar nodig de administratieve verwerking van eerdere besluiten. De wijzigingen zijn opgenomen in de bijlage “Eerste technische wijzigingen 2026 Raad”. We actualiseren de begroting drie keer per jaar om de raad inzicht te geven in de verwerking van de financiële gevolgen van besluitvormingen. Ook houden we de begroting actueel zodat deze als basis kan dienen voor het goed kunnen maken van actuele verwachtingen over de budgetrealisatie. Daarbij helpt dit ook om te voldoen aan de eisen rond de rechtmatigheid van de begroting.
*Systeem afspraak: Het kunnen toevoegen en onttrekken in afwijking van de reservemutaties zoals opgenomen in de begroting, de mutaties zijn wel in overeenstemming met het doel van de reserve. Hierdoor kunnen reservemutaties die voortkomen uit de financiële realisatie ook in het bijbehorende jaar (de jaarstukken) worden verwerkt.
Financiën Dit voorstel betreft een tussentijdse verantwoording en actualisatie van de Programmabegroting 2026. De begroting wordt budgettair neutraal gewijzigd. De Eerste bestuursrapportage 2026 bevat geen financieel resultaat.
Vervolg Na de Eerste bestuursrapportage volgt de Tweede bestuursrapportage en de eindejaarswijziging als laatste actualisatie en de jaarstukken als laatste verantwoordingsmoment over de begroting. Vanaf 2024 worden de technische begrotingswijzigingen verwerkt in de bestuursrapportages.
Samen stad maken ‘Gemeente aan zet’ van toepassing, er is niet samengewerkt met Utrechters voor dit voorstel.
6
Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien.
(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat dit een raadsvoorstel betreft over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en rekening (artikel 1:2 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht)
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Eerste bestuursrapportage 2026 - GEHEIM Investeringsprojecten Eerste bestuursrapportage 2026 Bijlagen informatief -
7