Raadsvoorstel Cultuurnota en Subsidieverordening Cultuurnota 2025-2028.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Cultuurnota en Subsidieverordening Cultuurnota 2025-2028 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Cultuur Culturele Zaken Lisa van Woersem 11273065 21 september 2023 Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Cultuurnota 2025-2028 vast te stellen waarmee ingezet wordt op een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector, waarbij met scherpe keuzes wordt gewerkt aan een weerbaarder en gezonder cultureel ecosysteem voor de toekomst, met als beoordelingscriteria van aanvragen voor meerjarige subsidies voor de periode 2025-2028: a. artistiek-inhoudelijke kwaliteit; b. betekenis voor de stad; c. uitvoerbaarheid. 2. De Subsidieverordening Cultuurnota 2025 – 2028 vast te stellen, op basis waarvan culturele instellingen een vierjarige subsidie van de gemeente kunnen aanvragen, met als belangrijkste uitgangspunten: a. de aanvragen worden op basis van het totaal aantal punten opgenomen in een rangschikking voor de verdeling van het tenderbudget, met tevens advies over de hoogte van het subsidiebedrag; b. voor de functies Stadsschouwburg, stedelijk muziekcentrum TivoliVredenburg en Centraal Museum geldt; i. deze - en enkele met name genoemde andere functies - krijgen ieder een afgebakend subsidieplafond; ii. de adviescommissie geeft ook puntenscore en advies over het subsidiebedrag bij de aanvragen voor deze functies; iii. Deze functies worden niet opgenomen in de rangschikking voor de verdeling van het breed open te stellen tenderbudget; c. het college besluit vervolgens over de subsidieverdeling. 3.
Met toepassing van artikel 5 lid 1 van de Verordening Raadgevend Referendum Gemeente Utrecht 2017 de besluiten onder 1 tot en met 3 in werking te laten treden op de dag na bekendmaking. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting In de Cultuurnota 2025-2028 worden de uitgangspunten voor het cultuurbeleid van de gemeente Utrecht voor de komende periode toegelicht. Deze Cultuurnota is een beleidsnota en een uitwerking van de Cultuurvisie 2030 voor de periode 2025-2028. In de komende periode staat een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector centraal. Door scherpe keuzes en een heldere visie wordt gewerkt aan een weerbaarder en gezonder cultureel ecosysteem voor de toekomst.
Context Aanleiding Eens per vier jaar presenteert de gemeente Utrecht de uitgangspunten voor de Cultuurnota en het bijbehorende budgettair kader. Hierin zijn de kaders en criteria opgenomen waarbinnen Utrechtse culturele organisaties een aanvraag kunnen doen voor vierjarige subsidie. Er zijn een aantal belangrijke veranderingen ten opzichte van de huidige Cultuurnotaperiode. In de komende periode ligt de focus op een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende sector en op een passend aanbod voor Utrechters. Aanvragers worden opgeroepen vanuit hun eigen kracht en uniciteit te werken en daarbij focus aan te brengen: anders dan de huidige periode hoeft niet iedereen aan alle beleidsdoelstellingen te voldoen, maar het gaat om het geheel van het uiteindelijke aanbod. Met focus op solidariteit vragen we organisaties hun verantwoordelijkheid te nemen in het Utrechtse culturele veld, bijvoorbeeld door meer ruimte te maken voor nieuwe makers. Er wordt grote waarde gehecht aan een diverse en pluriforme cultuursector. Daarom is de aanvraagprocedure verhelderd en zijn criteria aangepast. Het ‘kwaliteitsbegrip’ – de basis voor één van de drie criteria – wordt breed benaderd: wat ‘goed’ is hangt af van de context en het perspectief. Zo worden kunstvormen die nog nauwelijks in de Cultuurnota terug te zien zijn beter op waarde geschat.
Hiermee wordt de Cultuurnota voor een breder palet aanvragers toegankelijk. Deze tijd vraagt echter ook om nuchter realisme: de middelen zijn beperkt en de kosten zijn over de hele linie flink gestegen. Dat betekent dat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden. De aanvrager wordt gevraagd te kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit. Liever minder output vanuit een gezonde organisatie, dan meer output terwijl de organisatie wankelt. In het kader van ongelijk investeren voor gelijke kansen telt de integrale afweging in het beoordelingsproces zwaarder. Een aanvrager die een grote bijdrage levert aan een diverse en pluriforme Utrechtse cultuursector als geheel, maar minder goed scoort op de afzonderlijke beoordelingscriteria maakt op deze manier alsnog een goede kans. De taart wordt echter niet groter: dat betekent onherroepelijk dat gevestigde organisaties plaats moeten maken voor nieuwe aanvragers. Scherpe keuzes zijn onvermijdelijk om een gezonde sector te waarborgen binnen de realiteit van een forse overvraging van de beperkte beschikbare middelen. Juridische context Culturele instellingen die in aanmerking willen komen voor meerjarige subsidie van de gemeente moeten een subsidieaanvraag indienen. De Cultuurnota omvat de kaderstelling voor de aanvragers, bestaande uit beleidsdoelstellingen, een aanvraagprocedure, toetsings- en beoordelingscriteria e.d.
De aanvragen worden voor bestuurlijke besluitvorming in een integrale procedure inhoudelijk en financieel beoordeeld door een onafhankelijk adviescommissie. De adviescommissie wordt, op het moment van vaststelling van de Cultuurnota, formeel ingesteld, volgens het Basisreglement voor adviescommissies in de sector cultuur. Met deze systematiek wordt de gehele gesubsidieerde culturele sector op transparante en gelijkwaardige wijze bezien en beoordeeld. Regelgeving De Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening (ASV) Utrecht geven regels over de aanvraag en beoordeling van subsidies. Voor het uitvoeren van een subsidietender is aanvullende regelgeving vereist. Artikel 3 lid 2 van de ASV geeft het college de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen ter uitwerking van onderdelen van deze verordening. Vanwege de kaderstellende rol van de gemeenteraad kan als juridische vormgeving in plaats van een nadere regel ook gekozen worden voor een bijzondere subsidieverordening. Aspecten van schaarse rechten en gelijk speelveld Het gemeentebestuur heeft beleidsvrijheid bij het vaststellen van de (sub)beleidsdoelen en daarvoor - via begrotingsposten en/of subsidieplafonds - ter beschikking te stellen subsidiegelden.
2
Uitgangspunt van de rechtspraak is dat beperkt beschikbare subsidiegelden, op een transparante wijze worden verdeeld en dat belangstellenden op gelijke wijze en met dezelfde kansen aan die verdeling moeten kunnen deelnemen. Concreet betekent dit dat criteria moeten worden vastgesteld aan de hand waarvan de gegadigde wordt geselecteerd. Deze criteria moeten objectief, toetsbaar en redelijk zijn. De beschikbaarheid van subsidiegelden, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria moeten voorafgaand aan het aanvraagtijdvak vastgesteld en openbaar bekend gemaakt worden.
Staatssteun Als het verstrekken van subsidie in strijd is met het (Europese) recht, dan is dat op grond van de ASV een weigeringsgrond. Aan de hand van de subsidieaanvraag zal daarom per geval beoordeeld worden of sprake is van staatssteungevoelige activiteiten. Als de activiteiten een zuiver lokaal karakter hebben en m.a.w. het handelsverkeer binnen de Europese Unie niet negatief beïnvloeden, dan is er geen staatssteun. Mocht daar bij een concrete subsidie toch wel sprake van zijn, dan kan veelal via het stellen van voorwaarden, toepassing van de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) of het inrichten van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) ondervangen worden dat de staatssteun geoorloofd is. Dit dient bij gelegenheid van de subsidieverlening nader bezien en uitgevoerd te worden. Op voorhand is geen sprake van onoverkomelijke belemmeringen op dit vlak, in de verordening hoeft hieromtrent dan ook verder niets bepaald te worden. Bezwaar en beroep Tegen het besluit tot vaststellen van de Cultuurnota en de subsidieverordening staat geen bezwaar of beroep open. De rechter kan in een procedure tegen een afgewezen subsidie wel toetsen of de verordening en het daaraan ten grondslag liggend beleid mogelijk in strijd is met wetgeving en rechtsbeginselen. Daarmee is bij het opstellen van de Cultuurnota en de verordening rekening gehouden. Tegen t.z.t.
door burgemeester en wethouders te nemen besluiten op de aanvragen kan wel bezwaar en beroep worden ingesteld. Adviescommissie Het is juridisch geoorloofd om de beoordeling van aanvragen in het kader van een tender door een adviescommissie te laten uitvoeren. Het college mag op het advies van de commissie afgaan, nadat het heeft nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Het college heeft op grond van artikel 84 lid 1 van de Gemeentewet de bevoegdheid om de adviescommissie in te stellen, het college heeft daartoe besloten en de leden zijn benoemd. Het college dient ervoor te waken dat er in de commissie geen personen zitten die een direct of indirect belang hebben bij de uitkomst van de advisering over de aanvragen. Beslistermijn Uiterlijk op 25 september 2023 dient het besluit van kracht te zijn. Hierbij moet rekening gehouden worden met vijf weken opschorting van de inwerkingtreding, op grond van de referendumverordening. De definitieve kaders, handleiding en beleidsregel worden na het raadsbesluit gepubliceerd. Als deze deadline niet gehaald wordt, hebben de potentiële aanvragers onvoldoende tijd om tot kwalitatief hoogwaardige meerjarenplannen te komen. De deadline voor organisaties en makers om hun aanvraag in te dienen is woensdag 31 januari 2024 om 17.00 uur.
Beoogd effect In de periode 2025-2028 ligt de focus op het werken aan een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector. Hierbij is bijzondere aandacht voor een weerbare en gezonde cultuursector, geheel in lijn met de ambities uit het coalitieakkoord 2022-2028 om stappen te zetten op fair practice. Eind 2028 staat er een stevige en stabiele cultuursector, klaar voor de stelselwijziging per 2029 die het Rijk heeft aangekondigd. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Op 3 oktober 2019 zijn de Cultuurvisie 2030 & Cultuurnota 2021-2024 ‘Kunst Kleurt de Stad’ begeleid door een raadsvoorstel vastgesteld door de gemeenteraad. De beleidsperiode 20212024 is nu in uitvoer. 3
Op 25 oktober 2022 heeft de raad de brief ‘Verlenging huidige cultuursubsidieperiode rijk en gemeente’ ontvangen van het college. In deze brief is toegelicht waarom zowel het rijk als de gemeente Utrecht niet kiezen voor een verlenging van de huidige cultuurnotaperiode- een optie waar sprake van is geweest in het kader van coronaherstel. Op 1 februari 2022 is de raad middels de raadsbrief ‘visitatieperiode cultuurnota 2021-2024’ geïnformeerd over de nieuwe vorm van visitatie. Dit heeft geresulteerd in het Rapport Cultuurverkenning 2023 dat de raad op 29 maart 2023 heeft ontvangen, begeleid door de brief ‘Raadsbrief rapport cultuurverkenning’. Dit rapport, waarbij middels rondetafelgesprekken de huidige stand van de Utrechtse cultuursector is opgehaald, is een belangrijke bron voor de Cultuurnota 2025-2028.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Cultuurnota 2025-2028 vast te stellen waarmee ingezet wordt op een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector, waarbij met scherpe keuzes wordt gewerkt aan een weerbaarder en gezonder cultureel ecosysteem voor de toekomst, met als beoordelingscriteria van aanvragen voor meerjarige subsidies voor de periode 20252028: a. artistiek-inhoudelijke kwaliteit; b. betekenis voor de stad; c. uitvoerbaarheid.
Argumenten 1.1
Een solidaire, eigenzinnige en uitnodigende cultuursector past bij deze tijd Een gezond cultureel ecosysteem drijft op solidariteit. Solidariteit betekent je inleven in de ander, buiten je eigen deuren kijken en open staan voor- en plek geven aan geluiden, meningen en werkwijzen die anders zijn dan die van jou. Voor de grote spelers ligt in het bijzonder een rol in het stimuleren en faciliteren van onderzoek en experiment. Uit de Cultuurverkenning 2023 ‘Ruim Baan’ bleek dat de Utrechtse Cultuursector behoefte heeft aan flexibiliteit. Door jarenlange stapeling van beleidsdoelen, vooral op landelijk niveau, heeft de sector het gevoel door te veel ‘hoepels’ te moeten springen. In de Cultuurnota 2025-2028 wordt met deze trend gebroken. Er worden geen punten meer gescoord op alle beleidsdoelen van de gemeente, maar aanvragers bepalen zelf waar ze op in zetten. Zo krijgt de eigenheid van de aanvrager de ruimte, en is er ruimte voor uniciteit en vernieuwing. Elke Utrechter moet zich kunnen herkennen in het aanbod van de stad. Er is behoefte aan meer veelzijdigheid en nieuwe stijlen, zodat alle Utrechters iets kunnen vinden in het cultuuraanbod waar ze enthousiast van worden. De term ‘uitnodigend’ staat hier voor een toegankelijke cultuursector.
1.2
Scherpe keuzes zijn nodig binnen de beperkte budgettaire mogelijkheden die er zijn en in aanloop naar een nieuw cultuurbestel in 2029 Binnen de tenderprocedure van de Cultuurnota worden schaarse middelen verdeeld. Bovendien is er een bezuiniging doorgevoerd in het cultuurbudget (pag. 47 Voorjaarsnota 2023), t/m 2026 €500.000,- en daarna structureel €342.000,-. De aanvrager wordt gevraagd te kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit. Liever minder output vanuit een gezonde organisatie, dan meer output terwijl de organisatie wankelt. Ook de adviescommissie krijgt de opdracht scherp te kiezen in haar oordeel: liever minder aanvragen honoreren voor het volle bedrag, dan de ‘kaasschaafmethode’ toepassen. Dat gaat namelijk te vaak ten koste van de weerbaarheid van de
4
organisatie. In aanloop naar het nieuwe cultuurbestel is het van belang dat de cultuursector stevig staat. 1.3
Aan de hand van de geformuleerde beoordelingscriteria kunnen aanvragers zichzelf onafhankelijk en naar eigen inzicht positioneren. De externe adviescommissie beoordeelt de aanvraag op basis van drie criteria. Criterium artistiek-inhoudelijke kwaliteit gaat over kwaliteit in de breedte: Kwaliteit is een dynamisch begrip (is): wat ‘goed’ is hangt af van de context en het perspectief. Criterium betekenis voor de stad gaat over de betekenis van de aanvrager voor bewoners en bezoekers van Utrecht en betekenis voor het culturele (maak)klimaat. Criterium uitvoerbaarheid gaat over in hoeverre de organisatie of makers in staat is de toekomstplannen op een gezonde manier ten uitvoer te brengen. De criteria bestaan niet uit 'afvinklijsten’ maar uit suggesties en voorbeelden aan de hand waarvan de aanvrager zelf invulling, afhankelijk van de aard en omvang van de organisatie. Er wordt gevraagd om een realistische meerjarenaanvraag met een passende missie en visie en haalbare doelen. Onder de criteria komen ook de culturele codes aan bod (Code Cultural Governance, de Code Culturele Diversiteit en de Fair Practice Code). Hier geldt dat voor alle aanvragers een basiseis, daarnaast kiest men zelf op welke manier de codes geïmplementeerd worden.
1.4
De Cultuurnota 2025-2028 is een uitwerking van de vier pijlers : 1) Een pluriform aanbod; 2) een inclusieve cultuursector; 3) Stimuleren van creatief vermogen; 4) Ontwikkelruimte uit de Cultuurvisie 2030 met actuele en relevante accenten voor de periode 2025-2028. De Cultuurvisie 2030 met de vier pijlers is in 2019 door de Raad vastgesteld met het doel een duurzaam cultuurbeleid te voeren waarbinnen culturele organisaties kunnen werken aan langetermijnvisies. Daarom worden deze pijlers ook voor de periode 20252028 gebruikt als vertrekpunt als kompas. De vier pijlers zijn in de Cultuurnota 20252028 opnieuw ingekleurd, passend bij de tijd van nu. Uiteindelijk is het doel de pijlers terug te zien over de gehele linie van de Utrechtse Cultuursector. Niet elke aanvrager hoeft echter op alle vier de pijlers te scoren. In het kader van ongelijk investeren voor gelijke kansen krijgt de integrale afweging in het beoordelingsproces extra gewicht: als een aanvrager een uitzonderlijke bijdrage levert op een bepaalde pijler, of bijvoorbeeld in het bepaalde wijk of met een bepaalde doelgroep, scoort deze veel punten in de integrale afweging is de kans op honorering van de subsidie groter.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
Mogelijk krijgen veel culturele organisaties die een aanvraag doen geen subsidie omdat het budget naar verwachting stevig overvraagd wordt. Scherpe keuzes maken betekent in basis dat er wordt gekozen in plaats van gekort (uitzonderingen daar gelaten). Het alternatief voor scherpe keuzes is de ‘kaasschaafmethode’ waar alle aanvragers worden gekort of minder subsidie krijgen dan ze hebben aangevraagd. Dit is echter niet verenigbaar met de doelstelling uit het coalitieakkoord op het gebied van fair pay en de focus op een gezondere en weerbaardere sector. Het gevolg is dan wel dat er naar verwachting hoger percentage aanvragen die als subsidiabel zijn beoordeeld niet gehonoreerd wordt dan in eerdere perioden.
1.2
Gevestigde partijen met een evidente rol in het culturele ecosysteem kunnen subsidie verliezen en verdwijnen uit het Utrechtse veld. Naar verwachting worden er meer aanvragen positief beoordeeld dan dat er budget beschikbaar is. Scherpe keuzes betekent onvermijdelijk dat er goede aanvragers buiten de boot vallen. De adviescommissie maakt uiteindelijk een integrale afweging waarbij zowel wordt gelet op vernieuwing als stabiliteit. Toch is het onvermijdelijk dat
5
er organisaties afvallen, die al een rol in de stad en het Utrechtse ecosysteem vervullen. Beslispunt 2
De Subsidieverordening Cultuurnota 2025 – 2028 vast te stellen, op basis waarvan culturele instellingen een vierjarige subsidie van de gemeente kunnen aanvragen, met als belangrijkste uitgangspunten: a. de aanvragen worden op basis van het totaal aantal punten opgenomen in een rangschikking voor de verdeling van het tenderbudget, met tevens advies over de hoogte van het subsidiebedrag; b. voor de functies Stadsschouwburg, stedelijk muziekcentrum TivoliVredenburg en Centraal Museum geldt; i. deze - en enkele met name genoemde andere functies - krijgen ieder een afgebakend subsidieplafond; ii. de adviescommissie geeft ook puntenscore en advies over het subsidiebedrag bij de aanvragen voor deze functies; iii. Deze functies worden echter niet opgenomen in de rangschikking voor de verdeling van het breed open te stellen tenderbudget; c. de adviescommissie geeft ook puntenscore en advies over het subsidiebedrag bij de aanvragen voor de functies Stadsschouwburg, stedelijk muziekcentrum TivoliVredenburg en Centraal Museum; deze - en enkele met name genoemde andere functies - krijgen ieder een afgebakend subsidieplafond. Deze functies worden echter niet opgenomen in de rangschikking voor de verdeling van het breed open te stellen tenderbudget; d. het college besluit vervolgens over de subsidieverdeling.
Argumenten 2.1
Hiermee wordt voorkomen dat de aanvragen van de drie hele grote culturele instellingen de ruimte wegnemen om kleinere aanvragen te honoreren in de periode 2025-2028 en vice versa. Dit kan worden bewerkstelligd door schotten in de budgetten en door daaraan gekoppelde subsidiedeelplafonds. Door afzonderlijke budgetten (in beginsel) vast te leggen, wordt voorkomen dat subsidieaanvragen van de hele grote culturele instellingen ten koste gaan van subsidieruimte ten behoeve van het brede tenderbudget. Omgekeerd zou het naar de nu bestaande bestuurlijke inzichten ongewenst zijn dat als gevolg van het honoreren van een aantal kleinere subsidieaanvragen de levensvatbaarheid van een van de grote drie culturele functies op stedelijk niveau aangetast zou worden. Door de grote drie wel in de puntenscore mee te nemen maar niet in de rangordening, worden zij wel onderwerp van kritische beoordeling en uitspraken over de omvang van subsidie, echter zonder dat dat tot de hiervoor vermelde niet beoogde consequenties leidt. De verordening voorziet in de mogelijkheid dat het college binnen het overkoepelende budgettaire kader, subsidiedeelplafonds aanpast n.a.v. onderbesteding.
2.2
Hiermee wordt voldaan aan het vereiste dat objectieve en transparante criteria worden toegepast, en kan een zorgvuldige procedure worden doorlopen. Met de inhoud van de verordening, zoals omschreven in het beslispunt, wordt voldaan aan de randvoorwaarde voor een zorgvuldige aanvraag- en beoordelingsprocedure.
2.3
Een bijzondere subsidieverordening is gewenst vanwege de kaderstellende rol van de gemeenteraad met betrekking tot deze grote en veel impact hebbende verdelingsprocedure. De gemeenteraad heeft een kaderstellende rol m.b.t. tot de inrichting van de tenderprocedure voor de volgende Cultuurnotaperiode en de daarin toe te passen uitgangspunten en criteria. Daarom is het in dit geval gewenst dat de gemeenteraad ook zelf het juridisch kader vaststelt in de vorm van een verordening.
6
Kanttekeningen/Risico’s 2.1
De situatie zou zich kunnen voordoen dat een aanvrager met meer punten dan een van de ‘grote’ aanvragers, toch geen subsidie krijgt. Dat lijkt niet redelijk, maar op voorhand een consequentie van de bestuurlijke keuze voor te onderscheiden budgetten en subsidieplafonds. Zodanige uitkomst kan eventueel ook aanleiding geven tot aangescherpte voorwaarden in de subsidiebeschikking voor de aanvrager voor de betreffende grote culturele functie.
2.2
Mocht er aanleiding zijn tot wijziging van de regeling, bijv. als gevolg van de bestuurlijke behandeling dan kost dat bij een verordening meer tijd dan bij een Nadere regel. Een wijziging van een verordening moet door de gemeenteraad worden vastgesteld. Gegeven het krappe tijdpad kan dat eventueel een probleem opleveren. Als de regeling niet in de vorm van verordening wordt vastgelegd, maar in de vorm van een Nadere regel, dan is voor een wijziging enkel een collegebesluit nodig.
Beslispunt 3
Met toepassing van artikel 5 lid 1 van de Verordening Raadgevend Referendum Gemeente Utrecht 2017 de besluiten onder 1 tot en met 3 in werking te laten treden op de dag na bekendmaking.
Argument 3.1
De opschortende werking van de referendumverordening zou ten koste gaan van de tijd die de instellingen nodig hebben om hun aanvraag voor te bereiden en in te dienen. Een redelijke termijn voorafgaand aan de nieuwe cultuurplanperiode moet zekerheid gegeven worden over het niet al dan niet voortzetten van bestaande subsidierelaties. Niet toepassen van artikel 5 lid 1 van de Verordening betekent dat deze besluiten pas vijf weken na bekendmaking in werking treden. Indien tijdig een geldig inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt ingediend, dan wordt de inwerkingtreding tot nader order (verder) opgeschort. Indien de inwerkingtreding van een raadsbesluit waarover een referendum kan worden gehouden, geen uitstel kan lijden, kan onder verwijzing in dat raadsbesluit naar dit artikel de inwerkingtreding in afwijking van artikel 4 worden geregeld, onverminderd de mogelijkheid over het raadsbesluit een raadgevend referendum te houden. (aldus 5 lid 2 van de nu geldende referendumverordening).
Financiën Binnen het programma Cultuur is er in totaal een budget van 50,2 miljoen beschikbaar voor de Cultuurnotaperiode 2025-2028 (prijsniveau 2023), onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van deze middelen door de gemeenteraad bij de jaarlijkse Programmabegroting. Dit budget bestaat uit de volgende posten:
7
Budgettair kader Beleidsnota Cultuur 2025-2028 493.498 3.804.000 714.000
17.224.048
7.362.646
8.509.498 145.221 11.889.141
Vierjarig
Museum Sonnenborgh
TivoliVredenburg
Centraal Museum
Stadsschouwburg
Tweejarig
Beheerinstellingen
Culturele voorziening Berlijnplein
Een toelichting op de afzonderlijke posten is opgenomen in het budgettair kader van de Cultuurnota 2025-2028. Ten opzichte van de cultuurnotaperiode 2021-2024 zijn enkele budgetten gebundeld, zoals middelen die in het Coalitieakkoord 2022-2026 beschikbaar zijn gesteld voor fair pay, een podium voor afstudeerders en nieuwe makers. Daarnaast zijn er in de Voorjaarsnota 2023 middelen in het vooruitzicht gesteld waarmee het budget van het programma Cultuur deels kan meegroeien met de groei van de stad. Deze extra middelen worden verdeeld over de vier- en tweejarige regeling. De aanvragen worden zoals gebruikelijk beoordeeld door de daarvoor ingestelde Adviescommissie. De coördinatie hiervan ligt in handen van Culturele Zaken tot het moment van subsidieverdeling. Daarvoor is binnen Culturele Zaken voorzien in de benodigde ambtelijke capaciteit.
Vervolg De tijdlijn voor de Cultuurnota 2025-2028 ziet er als volgt uit: 21 september 2023: Bekendmaking raadsbesluit (incl. verordening) met vijf weken termijn voor indienen van inleidend verzoek om raadgevend referendum (tenzij de raad onmiddellijke inwerkingtreding bepaalt- zie besluitpunt 4; art. 4 lid 3 en 5 lid 1 Referendumverordening). Eind september 2023: Publiceren alle benodigdheden voor aanvragers, bestaande uit de definitieve Cultuurnota 2025-2025, subsidieverordening, handleiding voor aanvragers, kengetallenformulier en toelichting op het kengetallenformulier. 1 december 2023 t/m 31 januari 2024: Aanvraagloket vierjarensubsidie Cultuurnota open Februari t/m mei 2024: Adviesprocedure Adviescommissie, aanvragen worden beoordeeld. Juni 2024: De Adviescommissie presenteert haar advies over de te honoreren aanvragen 20252028 aan het college. Juni 2024: Collegebesluit Subsidienota 2025-2028 Berichtgeving aan aanvragers (subsidiebeschikkingen). Afgewezen aanvragen krijgen direct bericht, gehonoreerde aanvragers ontvangen een beschikking onder voorbehoud van de vaststelling van de gemeentebegroting.
November 2024: De gemeentebegroting wordt definitief vastgesteld 1 januari 2025: Start nieuwe Cultuurnotaperiode Op 1 januari 2025 start de cyclus met jaarlijkse monitoringgesprekken met de meerjarig gesubsidieerde organisaties op basis van hun ingediende meerjarenplannen, jaarrekening en bestuursverslag. Deze cyclus loopt door t/m 2028. Halverwege de Cultuurnotaperiode wordt een
8
verkenningsrapport opgesteld door een externe adviescommissie, als input voor de Cultuurnotaperiode 2029-2032.
Participatie De Cultuurverkenning 2023 is het resultaat van de opdracht aan de externe Adviescommissie Cultuurverkenning onder leiding van voorzitter Mei Li Vos. Het rapport maakt inzichtelijk waar de culturele sector van Utrecht momenteel staat ten opzichte van de Cultuurvisie 2030 en de beleidsprioriteiten van 2021-2024. Ook biedt het inzicht in de positie ten aanzien van belangrijke thema’s zoals inclusie, fair practice, makersklimaat en een pluriform aanbod, in het licht van de nasleep van de Covid-19 pandemie en de economische uitdagingen van deze tijd. De adviescommissie heeft zeven rondetafelgesprekken gevoerd met in totaal zeventig vertegenwoordigers uit de Utrechtse Cultuursector over bovengenoemde thema’s. Daarnaast hebben medewerkers van de afdeling Culturele Zaken individuele voortgangsgesprekken gevoerd met alle meerjarig gesubsidieerde organisaties over hoe het nu met hen gaat halverwege deze beleidsperiode. Dit alles heeft geleid tot het rapport ‘Ruim Baan. Cultuur als aanjager in een veranderende stad’. Dit rapport staat aan de basis van de Beleidsnota Cultuur 2025-2028
Communicatie De Beleidsnota Cultuur wordt na de raadvergadering in september 2023 middels een persbericht gecommuniceerd. De potentiële aanvragers binnen de meerjarenregeling 2025-2028 zijn de belangrijkste belanghebbenden. Middels de kanalen van afdeling Culturele Zaken, waaronder de nieuwsbrief, worden zij op de hoogte gehouden over ontwikkelingen rondom de Cultuurnota. De huidige Cultuurnota-organisaties ontvangen een regelmatige mailing met updates. Nieuwe aanvragers kunnen zich aanmelden voor een losse mailinglijst. Voor hen worden in november 2023 ook speeddates met beleidsadviseurs georganiseerd, zodat hun informatieachterstand geminimaliseerd wordt. Voor alle vragen rondom de Cultuurnota geldt het mailadres cultuurnota2025-2028@utrecht.nl. Het collegebesluit over de honorering van de subsidieaanvragen wordt in juni ook middels een persbericht gecommuniceerd. Er is in beide gevallen geen recht op inspraak.
De belangrijkste communicatiemomenten op een rij: 27 juni: collegevoorstel – brief wethouder aan de cultuursector 21 september: raadsbesluit – persbericht en publicatie benodigde documenten voor aanvragers 1 december: aanvraagloket open – communicatie via kanalen Culturele Zaken 31 januari 2024: aanvraagloket sluit – communicatie via kanalen Culturele Zaken Juni 2024: advies van de commissie & collegebesluit over het advies – persbericht en publicatie Subsidienota 2025-2028
Referendabel De verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Cultuurnota 2025-2028 ‘Kleur Bekennen’ - Subsidieverordening Cultuurnota 2025-2028 Bijlagen informatief - Beoogde samenstelling Adviescommissie 2025-2028
9