Raadsvoorstel Coördinatiebesluit windmolenpark Rijnenburg en Reijerscop.docx
Tekst van het document
Voorstel aan de gemeenteraad
Reparatie Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Energie en Klimaat Ontwikkelorganisatie Ruimte Jantien van den Heuvel 10502042 Volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren op het maken van een bestemmingsplan voor de realisering van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop, waardoor de volgende uitvoeringsbesluiten samen worden voorbereid en bekendgemaakt: i • omgevingsvergunning voor de activiteit bouw (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan is bepaald (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • ontheffingen (op grond van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming); en Beslispunt 5 van het raadsbesluit van 6 juli 2017, zijnde het eerder genomen coördinatiebesluit, in te trekken zodra dit nieuwe coördinatiebesluit in werking treedt.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Merel van Hall
Sharon A.M. Dijksma
Samenvatting Wanneer de raad besluit tot het van toepassing verklaren van de gemeentelijke coördinatieregeling van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), dan wordt het bestemmingsplan voor Windpark Rijnenburg en Reijerscop samen met de genoemde uitvoeringsbesluiten voorbereid en bekendgemaakt. Bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking wordt de procedure van het bestemmingsplan toegepast (artikel 3.30 lid 2 van de Wro). Hierdoor vindt er een samenhangende, overzichtelijke en snellere procedure plaats, waaronder één mogelijkheid tot beroep voor alle gecoördineerde besluiten bij één rechterlijke instantie (de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State).
Context Aanleiding Rijne Energie c.s. is in 2021 door het college aangewezen als initiatiefnemer voor windturbines in Rijnenburg en Reijerscop op grond van het door de raad vastgestelde uitnodigingskader energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Rijne Energie c.s. bestaat uit vier samenwerkende initiatiefnemers: Rijne Energie Coöperatief U.A., Coöperatieve Vereniging tot Collectief Bezit van Windmolens De Windvogel B.A., BHM Solar B.V. en Eneco Wind B.V. Op 29 juli 2022 heeft Rijne Energie Coöperatief U.A. een aanvraag om omgevingsvergunning voor de realisatie van vier windturbines in Rijnenburg en Reijerscop ingediend. In deze aanvraag is verzocht om de gemeentelijke coördinatieregeling van toepassing te verklaren. Op 29 augustus 2022 heeft Rijne Energie Coöperatief U.A., namens het consortium Rijne Energie c.s., een aanvraag ingediend om een nieuw bestemmingsplan te maken voor de realisatie van vier windturbines in Rijnenburg en Reijerscop. Op 6 juli 2017 heeft de gemeenteraad op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een coördinatiebesluit genomen met betrekking tot de realisatie van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop. Uit jurisprudentie van na die tijd blijkt dat in een coördinatiebesluit de uitvoeringsbesluiten specifiek moeten zijn opgenomen.
In beslispunt 5 van het raadsbesluit van 6 juli 2017 en bijbehorende argumenten is niet expliciet opgenomen welke uitvoeringsbesluiten gecoördineerd kunnen worden op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening. Om te voorkomen dat het coördinatiebesluit van 6 juli 2017 onverbindend wordt verklaard, omdat het coördinatiebesluit in strijd met artikel 3.30 van de Wro is vastgesteld, kiezen we voor een nieuw coördinatiebesluit waarin de uitvoeringsbesluiten specifiek zijn omschreven. De coördinatie betreft het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning (beide bevoegd gezag gemeente) en de ontheffingen voor de Wet natuurbescherming die bij de provincie Utrecht zijn aangevraagd.
In Q2 2023 besluit het college over de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, de ontwerpomgevingsvergunning en de ontwerpontheffingen Wet natuurbeheer. Daarbij zal duidelijk worden gemaakt dat we voornemens zijn deze besluiten te coördineren. Juridische context Op grond van artikel 3.30 lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kunnen bij besluit van de gemeenteraad gevallen of categorieën van gevallen worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat de voorbereiding van een bestemmingsplan wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van nader aan te duiden op aanvraag of ambtshalve te nemen besluiten. Op grond van de ‘Verordening over het coördineren van besluiten 2009’ is het toegestaan om vergunningen te coördineren waarbij het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd gezag is. Deze verordening mag niet worden toegepast omdat: 1) er een milieueffectrapport (MER) nodig is voor het bestemmingsplan voor het windmolenpark en 2) we ook uitvoeringsbesluiten coördineren waarvoor het college van burgemeester en wethouders geen bevoegd gezag is (i.c. de ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming).
Volgens artikel 3.30 lid 2 van de Wro geldt bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking in het geval van een bestemmingsplan, de procedure van artikel 3.8 van de Wro. Artikel 3.30 lid 3 van de Wro bepaalt dat wanneer een omgevingsvergunning wordt meegecoördineerd er bij de toepassing van de artikelen 2.1 lid 1 sub c, artikel 2.10 en artikel 2.11 van de Wet algemene 2
bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in plaats van bestemmingsplan wordt gelezen, het nieuwe (en nog niet in werking getreden) bestemmingsplan. Artikel 3.31 lid 1 van de Wro geeft aan dat burgemeester en wethouders, door de gemeenteraad met toepassing van artikel 3.30 van de Wro aangewezen gevallen, een gecoördineerde voorbereiding van de aangeduide besluiten bevorderen. Burgemeester en wethouders kunnen andere bestuursorganen verzoeken medewerking te verlenen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Met het oog hierop zendt een bestuursorgaan dat bevoegd is op een aanvraag voor een dergelijk besluit te beslissen hun onverwijld een afschrift van die aanvraag. Burgemeester en wethouders verzoeken gedeputeerde staten om medewerking te verlenen, maar ongeacht de medewerking kan de gemeenteraad een coördinatiebesluit nemen om dit project aan te wijzen. Gelet op artikel 8:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang gelezen met artikel 1 van bijlage 2 bij de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen een coördinatiebesluit genomen op grond van artikel 3.30 lid 1 van de Wro.
In artikel 8.3 lid 1 van de Wro staat dat voor de mogelijkheid van beroep de besluiten die met toepassing van de coördinatieregeling en artikel 3.32 van de Wro gelijktijdig bekend zijn gemaakt in eerste en enige aanleg beroep openstaat bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op grond van artikel 8.3 lid 2 van de Wro beslist de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op een beroep binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift. Beslistermijn Essentieel is dat dit coördinatiebesluit is genomen (en in werking is getreden, rekening houdend met de termijn uit de Verordening raadgevend referendum) voordat het bestemmingsplan voor het windmolenpark in Rijnenburg/Reijerscop wordt vastgesteld en de uitvoeringsbesluiten die meecoördineren worden genomen. Wij verwachten dat de raad op zijn vroegst op 2 november 2023 kan besluiten over het bestemmingplan. Beoogd effect Een samenhangende, transparante, overzichtelijke en snellere besluitvorming, inclusief één rechtsgang bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, over het windpark in Rijnenburg/Reijerscop. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Coördinatiebesluit van 6 juli 2017 (nr. 49)- En zie bijlage besluitenhistorie.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren op het maken van een bestemmingsplan voor de realisering van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop, waardoor de volgende uitvoeringsbesluiten samen worden voorbereid en bekendgemaakt:: • omgevingsvergunning voor de activiteit bouw (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan is bepaald (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • ontheffingen (op grond van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming); en Beslispunt 5 van het raadsbesluit van 6 juli 2017, zijnde het eerder genomen coördinatiebesluit, in te trekken zodra dit nieuwe coördinatiebesluit in werking treedt. 3
Argumenten 1.1
De verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid, namelijk een vergroting van het aandeel duurzame energieopwekking door de inzet van windturbines, maakt het wenselijk dat de voorbereiding en bekendmaking van het bestemmingsplan voor het windpark en de belangrijkste uitvoeringsbesluiten worden gecoördineerd. Artikel 3.30 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (dit artikel gaat over de gemeentelijke coördinatieregeling) geeft aan dat bij besluit van de gemeenteraad gevallen of categorieën van gevallen worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan wordt gecoördineerd met de uitvoeringsbesluiten. Voor de betrokken partijen (o,a. initiatiefnemers, gemeente en omwonenden) is het van belang dat de samenhang tussen de besluiten over het windpark goed zichtbaar en overzichtelijk is. Doordat o.a. het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning tegelijkertijd in ontwerp ter inzage worden gelegd, wordt de samenhang tussen het bestemmingsplan en de daadwerkelijke bouw van de windturbines beter zichtbaar.
1.2
De gemeentelijke coördinatieregeling op basis van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening zorgt voor snellere besluitvorming. Voor al de besluiten, waarop het coördinatiebesluit ziet, geldt de procedure van het bestemmingsplan. Hierdoor kan iedereen tijdens de ter inzage periode een zienswijze indienen tegen het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpuitvoeringsbesluiten. Dit betekent ook dat er tegen deze besluiten direct beroep openstaat bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zonder coördinatie zou tegen de omgevingsvergunning bijvoorbeeld eerst beroep open staan bij de rechtbank MiddenNederland en daarna hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er kan dus tijdwinst worden geboekt door het volgen van één procedure en één rechtsgang. Indien het raadsbesluit over de coördinatie uitblijft, dan kan overgestapt worden op een niet gecoördineerde procedure, waarbij de vergunningsprocedure (opnieuw) gestart wordt na vaststelling van het bestemmingsplan. Inhoudelijk maakt dit geen verschil voor de besluiten. Wel zal dit leiden tot vertraging. Het collegebesluit over de ter inzagelegging hoeft dus niet te wachten op een raadsbesluit over de coördinatie.
Het is juridisch gezien wel van belang dat een raadsbesluit over het bestemmingsplan voor het windpark genomen wordt na publicatie van het raadsbesluit over de coördinatie, in praktijk dus minimaal één raadsvergadering later.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de gemeente Utrecht.
Vervolg Het coördinatiebesluit wordt, na vaststelling door de gemeenteraad, bekendgemaakt in het Gemeenteblad, waardoor het coördinatiebesluit in werking treedt (op grond van artikel 3:40, artikel 3:41, artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 6 van de Bekendmakingswet). Tegen het coördinatiebesluit staat geen bezwaar en beroep open (artikel 8:5 van de Awb in samenhang met artikel 1 van bijlage 2 van de Awb).
Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. Wel over de besluitvorming over de planvorming voor het energielandschap. Wanneer het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp vergunningen ter inzage liggen, kan iedereen reageren en voorziet de gemeente de zienswijzen van een reactie. De provincie behandelt de zienswijzen die worden ingediend over de Wet natuurbescherming ontheffingen.
Communicatie Zie hierboven onder het kopje ‘Vervolg’ op welke wijze er wordt gecommuniceerd over het besluit. Over het nog volgende collegebesluit over de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan en de
4
ontwerp uitvoeringsbesluiten zal uitvoeriger worden gecommuniceerd. U wordt daarover geïnformeerd zodra dat besluit genomen is.
Referendabel De Verordening raadgevend referendum is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming Bijlagen informatief -
5