CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Beleidsnota Werklocaties 2035

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Werklocaties 20356.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad

Beleidsnota Werklocaties 2035 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Economische Zaken Ontwikkelorganisatie Ruimte Steyn Tielemans 30129574 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Beleidsnota Werklocaties 2035 met daarbij behorende Zienswijzenota vast te stellen, met als belangrijkste punten: a. Drie hoofddoelstellingen: i. Utrecht heeft genoeg ruimte voor werklocaties om voldoende banen te kunnen realiseren en voldoende (commerciële) voorzieningen voor een stad in balans; ii. Utrecht heeft een divers palet aan werklocaties: divers in typen werklocaties, verspreid over de stad, en divers in aard en prijsstelling van de werklocaties; iii. Utrecht heeft toekomstbestendige werklocaties; b. De doorvertaling van de hoofddoelstellingen naar de volgende subdoelstellingen voor de in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 genoemde typen werklocaties: i. Bedrijventerreinen: Utrecht heeft een divers en complementair palet bedrijventerreinen; Utrecht maakt optimaal gebruik van de ruimte op bedrijventerreinen; Utrecht werkt samen met de regio (U10) aan de planning en uitgifte van regionale bedrijventerreinen; ii.

Kantoren: - Utrecht heeft een evenwichtig en divers kantorenaanbod dat past bij de vraag in top- midden- en ondersegment: o Toplocaties: benut de magneetkracht om sterke en diverse knooppunten te realiseren; o Middensegment: consolideren omvang, verlevendigen en toekomstbestendigheid vergroten; o Ondersegment: behoud van diversiteit en betaalbaarheid van kleinschalige werkmilieus; - Utrecht heeft een adaptief kantorenbeleid dat kan meebewegen met marktveranderingen; iii. Winkelgebieden: - Utrecht biedt een helder en wenkend investeringsperspectief in de winkelgebieden; - Utrechtse winkelgebieden zijn aantrekkelijk, divers en complementair; - Utrechtse winkelgebieden hebben een goed ondernemers- en vestigingsklimaat; iv. Wijkeconomie: - Utrecht is een 10-minutenstad door ruimte te behouden voor werken en maatschappelijke functies in de wijken, en deze ruimte mee te laten groeien met de groei van de stad; - Utrecht heeft een wijkeconomie die bijdraagt aan leefbare en levendige wijken; v. Innovatielocaties: - Utrecht heeft, samen met gemeenten in de regio, een complementair netwerk van locaties voor innovatieve en kennisgedreven bedrijven en instellingen;

-

c.

De werklocaties in Utrecht-Oost, met het Utrecht Science Park als belangrijke bron van innovatie in Utrecht, worden ontwikkeld tot een samenhangend innovatiecluster voor bedrijven die slimme oplossingen bedenken voor maatschappelijke vraagstukken; - Utrecht biedt voldoende ruimte in innovatielocaties door de juiste ruimtelijke randvoorwaarden te scheppen De uitwerking van locatiespecifieke profielen voor tien werklocaties waar extra sturing nodig is.

2. De Beleidsnota Werklocaties 2035 op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht in plaats van de Bedrijventerreinenstrategie Utrecht uit 2012 en de Beleidsnotitie Vitale stadswijken, functiemenging in woonwijken uit 2013 en het overzicht ‘Lijst met beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ hierop aan te passen.

Burgermeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgermeester,

2

Samenvatting De Beleidsnota Werklocaties 2035 (hierna: de Beleidsnota Werklocaties) bevat drie hoofddoelstellingen die van toepassing zijn op alle werklocaties. Om het beoogde effect te behalen zijn per type werklocatie, voortkomend uit de hoofddoelstellingen, subdoelstellingen uitgewerkt. En zijn ook kaderstellende profielen uitgewerkt om te sturen op werklocaties op de schaal van een individuele werklocatie óf op de schaal van meerdere werklocaties met gemeenschappelijke kenmerken.

Context Aanleiding In de Beleidsnota Werklocaties is uitwerking gegeven aan de ruimtelijke economische ambities zoals vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU). De Beleidsnota Werklocaties bouwt ook voort op (o.a.) het Coalitieakkoord, Actieagenda Utrechtse Economie, Regionale Economische Agenda, Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 en de verschillende (deel)omgevingsvisies. De Beleidsnota Werklocaties is na vaststelling door de raad onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. Werklocaties zijn alle plekken in de stad waar gewerkt wordt. Aansluitend op de RSU onderscheiden we in deze nota vijf typen werklocaties: bedrijventerreinen, kantoren, innovatielocaties (in de RSU aangemerkt als wetenschap) en winkelgebieden (in de RSU wordt dit aangemerkt met detailhandel). Ook wijken zijn werklocaties, omdat hier gewerkt wordt vanuit woningen of in solitaire panden én omdat het voorzieningen huisvest, zoals tandartspraktijken, horeca en maatschappelijke instellingen. Dit vijfde type werklocatie noemen we wijkeconomie (in de RSU wordt dit aangeduid als werken in de wijk). De Beleidsnota Werklocaties is aangekondigd in de raadsbrief Proces beleidsnota werklocaties 2024 en in de Actieagenda Utrechtse Economie en is onder andere tot stand gekomen naar aanleiding van het rapport ‘De Balans Opmaken’ van de Rekenkamer Utrecht.

Daarin doet de Rekenkamer aanbevelingen om meer samenhang in het economisch beleid van de gemeente aan te brengen. Juridische context De Beleidsnota Werklocaties wordt na vaststelling een onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. De Omgevingsvisie Utrecht is een omgevingsvisie zoals bedoeld in de Omgevingswet. Hier is al het gemeentelijke beleid over de fysieke leefomgeving in opgenomen. Daarom gelden voor de Beleidsnota Werklocaties ook de inhoudelijke en procedurele verplichtingen uit de Omgevingswet die gelden voor een omgevingsvisie. Het vaststellen van de Beleidsnota Werklocaties als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht is op grond van artikel 3.1 lid 1 van de Omgevingswet een bevoegdheid van de raad. Het college is op grond van artikel 160 lid 1 onder b van de Gemeentewet bevoegd om beslissingen van de raad voor te bereiden en om het ontwerp van de Beleidsnota terinzage te leggen. Op grond van artikel 16.26 van de Omgevingswet is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de voorbereiding van een omgevingsvisie. Artikel 16.23 van de Omgevingswet bepaalt dat zienswijzen over een omgevingsvisie naar voren kunnen worden gebracht door eenieder. Dit betekent dat het ontwerp van de omgevingsvisie gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen en dat tijdens deze periode iedereen in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen.

Er zijn elf zienswijzen ingediend. Een aantal zienswijzen gaf aanleiding voor een verdiepend gesprek met de indiener van de zienswijze. Dit alles heeft geleid tot een nadere aanscherping van de Beleidsnota Werklocaties, waarna de Beleidsnota Werklocaties definitief is voorgelegd aan de raad. De wijzigingen zijn weergegeven in de Zienswijzenota (bijlage). Artikel 8:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 1 van bijlage 2 Awb bepaalt dat er geen beroep openstaat tegen een omgevingsvisie. De Beleidsnota Werklocaties is zelfbindend voor de gemeente, dat betekent dat de gemeente hier ook naar handelt. Het geeft duidelijkheid over welke richting de gemeente op wil gaan. Initiatieven in de

3

stad dienen bij te dragen aan de doelstellingen zoals deze zijn opgenomen in de Beleidsnota Werklocaties. De Beleidsnota Werklocaties is een vertaling van de ambitie “Gezond stedelijk leven voor iedereen” en de ambities uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU). De nieuwe nota vervangt de volgende beleidsdocumenten: • Bedrijventerreinenstrategie Utrecht uit 2012 • Beleidsnotitie Vitale stadswijken, functiemenging in woonwijken uit 2013. Relevant beleid uit deze documenten is opgenomen in de nieuwe Beleidsnota Werklocaties. Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien. Beoogd effect De Beleidsnota Werklocaties streeft ernaar om voldoende, diverse en toekomstbestendige ruimte te bieden aan bedrijven, instellingen en werkgevers die maatschappelijk en economisch relevant zijn voor onze stad. Dankzij voldoende, een divers en toekomstbestendig aanbod van werklocaties heeft Utrecht in 2035 een economie die bijdraagt aan een duurzame toekomst van de stad met passend werk voor de Utrechtse beroepsbevolking.

Eerdere besluitvorming en informatievoorziening Ten behoeve van de nota in algemeen: • Raadsbrief Terinzagelegging Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 2035 en afhandeling motie 262, 13 maart 2025 • Raadsbesluit Beleidsnota Utrecht Circulair 2030, 12 december 2024 • Raadsbrief Voortgangsrapportage Actieagenda Utrechtse Economie 2023-2026, 17 april 2024 • Raadsbrief Toezegging lichte verkenning winkelgebieden, 27 februari 2024 • Raadsbrief proces beleidsnota werklocaties 2024, 25 januari 2024 • Raadsbrief Actieagenda Utrechtse Economie 2023-2026, 25 mei 2023 • Raadsbrief Plan van Aanpak n.a.v. advies Rekenkamer 'De Balans Opmaken", 5 juli 2022 • Raadsbesluit Rekenkameronderzoek “De balans opmaken”, 19 mei 2022 • Raadsbesluit Regionale Economische Agenda 2020-2027, 6 februari 2020 • Raadsbrief Kantorenbrief 2019, 18 februari 2019 Ten behoeve van de locatiespecifieke profielen: • Raadsbesluit Beleidsnota Omgevingsvisie Overvecht 2025 – 2040, 20 februari 2025 • Raadsbesluit Uitgangspuntennotitie Beleidsnota (deel)Omgevingsvisie Lage Weide, 6 juni 2024 • Raadsbrief Ter inzagelegging Chw ontwerpbestemmingsplan en doel en ambities circulair bedrijvenpark Strijkviertel, 15 december 2023 • Raadsbesluit Omgevingsvisie Binnenstad 2040, 24 februari 2022 • Raadsbesluit Actualisatie Omgevingsvisie Werkspoorkwartier, 23 december 2021 De volgende motie is verwerkt in de Beleidsnota Werklocaties:

• Motie 262 – Sport bedrijven op bedrijventerreinen, 6 juli 2023

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Beleidsnota Werklocaties 2035 met daarbij behorende Zienswijzenota te stellen, met als belangrijkste punten: a. Drie hoofddoelstellingen: i. Utrecht heeft genoeg ruimte voor werklocaties om voldoende banen te kunnen realiseren en voldoende (commerciële) voorzieningen voor een stad in balans;

4

ii.

Utrecht heeft een divers palet aan werklocaties: divers in typen werklocaties, verspreid over de stad, en divers in aard en prijsstelling van de werklocaties; iii. Utrecht heeft toekomstbestendige werklocaties; b. De doorvertaling van de hoofddoelstellingen naar de volgende subdoelstellingen voor de in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 genoemde typen werklocaties: i. Bedrijventerreinen: Utrecht heeft een divers en complementair palet bedrijventerreinen; Utrecht maakt optimaal gebruik van de ruimte op bedrijventerreinen; Utrecht werkt samen met de regio (U10) aan de planning en uitgifte van regionale bedrijventerreinen; ii. Kantoren: Utrecht heeft een evenwichtig en divers kantorenaanbod dat past bij de vraag in top- midden- en ondersegment: o Toplocaties: benut de magneetkracht om sterke en diverse knooppunten te realiseren; o Middensegment: consolideren omvang, verlevendigen en toekomstbestendigheid vergroten; o Ondersegment: behoud van diversiteit en betaalbaarheid van kleinschalige werkmilieus; Utrecht heeft een adaptief kantorenbeleid dat kan meebewegen met marktveranderingen; iii. Winkelgebieden: Utrecht biedt een helder en wenkend investeringsperspectief in de winkelgebieden; Utrechtse winkelgebieden zijn aantrekkelijk, divers en complementair; Utrechtse winkelgebieden hebben een goed ondernemers- en vestigingsklimaat; iv.

Wijkeconomie: Utrecht is een 10-minutenstad door ruimte te behouden voor werken en maatschappelijke functies in de wijken, en deze ruimte mee te laten groeien met de groei van de stad; Utrecht heeft een wijkeconomie die bijdraagt aan leefbare en levendige wijken; v. Innovatielocaties: Utrecht heeft, samen met gemeenten in de regio, een complementair netwerk van locaties voor innovatieve en kennisgedreven bedrijven en instellingen; De werklocaties in Utrecht-Oost, met het Utrecht Science Park als belangrijke bron van innovatie in Utrecht, worden ontwikkeld tot een samenhangend innovatiecluster voor bedrijven die slimme oplossingen bedenken voor maatschappelijke vraagstukken; Utrecht biedt voldoende ruimte in innovatielocaties door de juiste ruimtelijke randvoorwaarden te scheppen; c. De uitwerking van locatiespecifieke profielen voor tien werklocaties waar extra sturing nodig is. Argumenten 1.1

Werklocaties zijn cruciaal voor het functioneren van de stad nu en in de toekomst. Werklocaties zijn cruciaal voor de stad omdat ze essentiële functies en bedrijven huisvesten waar de stad op draait. Deze functies vragen fysieke ruimte en milieuruimte op (strategische) plekken in de stad. Denk aan bedrijven en instellingen die de stad onderhouden, reststromen inzamelen, bouwen aan of onderdelen leveren voor woningbouw, innoveren voor gezonde mensen en een gezonde leefomgeving. Bovendien zorgen werkgevers op werklocaties voor banen voor de inwoners van onze stad. Deze nota biedt een kader om voldoende ruimte voor essentiële functies tot 2035 te borgen en biedt handvatten hiervoor voor de periode na 2035.

5

1.2

Behouden en optimaliseren van werklocaties is nodig om te kunnen groeien in balans. Naast beperkte uitbreiding, is er in de RSU voor gekozen om de bestaande ruimte voor werklocaties zoveel mogelijk te behouden en zo optimaal mogelijk te benutten, bijvoorbeeld door intensief en meervoudig ruimtegebruik. De Beleidsnota Werklocaties is een uitwerking van deze keuzes door kaders te bieden om ruimte voor werklocaties zo optimaal mogelijk in te zetten. Voorbeelden zijn het uitgangspunt ‘juiste bedrijf op de juiste plaats’ op bedrijventerreinen en het afwegingskader voor het al dan niet transformeren van (betaalbare) kantoren in de wijken.

1.3

Voldoende, diverse en toekomstbestendige werklocaties dragen bij aan andere maatschappelijke opgaven in de stad, zoals de circulaire economie, sociale cohesie, de woningbouw en gezond stedelijk leven voor iedereen. Bedrijven en instellingen op werklocaties zorgen niet alleen voor werk, maar maken ook dat Utrecht op langere termijn een robuuste en toekomstbestendige economie heeft die helpt maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Op innovatielocaties worden innovaties voor een gezonde leefomgeving en de gezondheidszorg ontwikkeld. Op kantoorlocaties worden de innovaties door startups en scale-ups uitgewerkt en groot gemaakt. Op bedrijventerreinen is er ruimte voor onder meer circulaire bedrijvigheid, bouwbedrijven en de maakindustrie. In winkelgebieden en de werklocaties in de wijken is ruimte voor aankopen, ontmoeting en sociale interactie en voor maatschappelijke functies. In de Beleidsnota Werklocaties is uitgewerkt hoe de werklocaties kunnen bijdragen aan deze maatschappelijke vraagstukken.

1.4

Specifieke gemeentelijke sturing per type werklocatie is nodig voor een passend werkaanbod voor de gehele Utrechtse beroepsbevolking. De Utrechtse economie doet het goed. Maar wie inzoomt op de cijfers ziet dat niet elke Utrechter profiteert van het positieve economische tij. Utrecht is zeer aantrekkelijk voor werkgevers in de snelst groeiende sectoren financiën en overheid, dankzij de centrale ligging van Utrecht en een steeds groter aandeel theoretisch geschoolde inwoners. Ruim de helft van de extra banen in de periode tussen 2021 en 2023 zijn kantoorbanen voor met name theoretisch opgeleiden. De groei zit slechts voor een klein deel (circa 20%) bij praktische banen op bedrijventerreinen in diezelfde periode. We zien ook een stijgend aandeel Utrechters dat vanuit huis werkt. Dit zijn veelal ZZP’ers die digitaal kunnen werken. Daarentegen verdwijnt de werkgelegenheid in de maakindustrie en de bouw langzaam uit de stad. Het voorzieningenniveau, met bijvoorbeeld ruimte voor zorgfuncties in wijken met relatief veel mensen die het nodig hebben om vanuit een (kwetsbare) werk-privébalans in de buurt te werken; groeit niet parallel mee met het aantal inwoners in deze wijken. De Beleidsnota Werklocaties komt voort uit de noodzaak én ambitie om meer te sturen op ruimte voor werklocaties. Het realiseren van voldoende, diverse en toekomstbestendige werklocaties gaat niet vanzelf.

Waar bepaalde onderdelen van de economie op werklocaties sterk onder druk staan door de markt, zorgt diezelfde markt ervoor dat andere onderdelen juist tot ontwikkeling komen. Om balans te houden, is de keuze om op sommige onderdelen van de economie mee te bewegen met de markt, terwijl op andere onderdelen juist sterk(er) wordt gestuurd. Dit past bij het ongelijk investeren voor gelijke kansen. Het bovenstaande is vertaald in de subdoelstellingen voor de in de RSU genoemde (vijf) typen werklocaties. De hoofddoelstellingen zijn uitgewerkt in subdoelstellingen per type werklocatie, omdat de drie hoofddoelstellingen van de Beleidsnota Werklocaties voor ieder type werklocatie om een andere uitwerking vragen. Ter illustratie: om de hoofddoelstellingen te realiseren op bedrijventerreinen, is vanwege de grote druk op bedrijventerreinen sturing nodig over de volle breedte van onze bedrijventerreinenvoorraad. In de kantorenmarkt daarentegen is de markt grotendeels

6

zelf in staat te zorgen voor voldoende beschikbaarheid van kantoren in het topsegment en kunnen we als overheid meebewegen, terwijl sturing nodig is op het beschermen van kleinschalige en betaalbare kantoren in de lagere prijsklassen. Bij kantoorlocaties in het middensegment is het nodig functies, zoals wonen en voorziengingen toe te voegen, om deze locaties toekomstbestendig te houden. Zo is er voor ieder type werklocatie een andere wisselwerking tussen markt en overheid. Om gericht te kunnen sturen, is het daarom nodig de hoofddoelstellingen uit te werken naar specifieke subdoelstellingen per type werklocatie. 1.5

Sturen op het juiste bedrijf op de juiste plaats maakt het mogelijk om voor een breed palet aan verschillende soorten ondernemingen ruimte te bieden. Ruimte voor werklocaties is schaars in stad en regio en dit geldt voor alle type werklocaties, met uitzondering van winkelgebieden. Om toch ruimte te bieden aan (zo veel als mogelijk) verschillende typen werkgevers moet zeer zorgvuldig omgegaan worden met de planologische mogelijkheden op de werklocaties. Dit betekent sturen op het ‘juiste bedrijf op de juiste plaats’. Ter illustratie: commerciële voorzieningen zoals sport, wellness, klinieken en gezondheidscentra passen vanwege hun karakter het beste in de wijken, dicht bij de gebruikers. Soms zijn deze voorzieningen ook op bedrijventerreinen gevestigd. Bijvoorbeeld omdat bepaalde commerciële (sport)voorzieningen qua verkeersaantrekkende werking of omvang niet in de wijk passen, of omdat er, vanwege de druk op de ruimte in de stad, in de wijken geen (betaalbare) panden beschikbaar zijn. Daarnaast zijn sportbedrijven soms ook op bedrijventerreinen gewenst vanwege het betaalbare sportaanbod dat zij kunnen aanbieden of vanwege de vitaliteit van werknemers. Bedrijventerreinen zijn bedoeld voor bedrijven die enige geur, geluid of stof veroorzaken. De ruimte voor bedrijven in Utrecht stad en regio is zeer schaars.

De leegstand op bedrijventerreinen ligt met 1,6% onder het niveau van een gezonde markt. De krapte zorgt voor hoge prijzen van bedrijfsruimten en bedrijfskavels. Als gevolg hiervan is het voor MKB-ondernemingen die vanwege hun aard op bedrijventerreinen gevestigd moeten zijn, uitdagend om betaalbare ruimte in stad of regio te vinden. Schaarse ruimte op bedrijventerreinen vraagt om scherpe keuzes: het uitgangspunt 'het juiste bedrijf op de juiste plaats’ wordt gehanteerd. Er wordt daarom richting gegeven aan de plaatsing van (sport)bedrijven in Utrecht. Door (nieuwe) (sport)bedrijven die vanwege hun bedrijfsvoering passend zijn op bedrijventerreinen te blijven faciliteren, en ook door te voorkomen dat bedrijven die alleen op de bedrijventerreinen terecht kunnen te erg in de verdrukking komen. Op werklocaties in wijken, winkelgebieden, kantoorgebieden en op innovatielocaties wordt juist méér ruimte voor sport (en andere voorzieningen) toegevoegd. Een goede mix van werken, voorzieningen waaronder sport en woningen zorgen voor vitale en levendige wijken én toekomstbestendigheid van deze werklocaties. Nabijheid van sport (en andere voorzieningen) bij woningen zorgt bovendien voor het verminderen van mobiliteitsstromen en deze keuze helpt bij de uitdaging van het vullen van de plinten in de wijk. Dit is ook belangrijk om de essentiële bedrijvigheid uit argument 1.1 te faciliteren.

Het bovenstaande hoort bij beslispunt 1b en kan als volgt in praktijk gebracht worden na vaststelling van de Beleidsnota Werklocaties in de raad: We maken extra ruimte in woonwijken, winkelgebieden, kantoorparken en innovatielocaties In woonwijken, winkelgebieden en op kantoorparken en innovatielocaties is of maken we (nieuwe) ruimte voor commerciële (sport)voorzieningen mogelijk. Bijvoorbeeld

7

doordat we op gemengd stedelijke werkgebieden (kantoorlocaties) inzetten op een levendige mix van kantoren, voorzieningen en woningen, of doordat we inzetten op behoud van werkfuncties in de wijk of op een levendige mix van werkfuncties in winkelgebieden. Ook op onderstaande (delen van) bedrijventerreinen is (extra) ruimte voor commerciële (sport)voorzieningen mogelijk Daarnaast is er of maken we op de volgende bedrijventerreinen specifiek (extra) ruimte voor commerciële (sport)voorzieningen: • aan de Franciscusdreef op Nieuw-Overvecht: hier maken we commerciële (sport)voorzieningen mogelijk; • Op de Vleutensevaart 100 voor nader te bepalen commerciële voorzieningen; • in de toekomst op een deel het Vierde Kwadrant van Lage Weide voor nader te bepalen commerciële voorzieningen; • Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel: een deel van de ruimte is bestemd voor sportbedrijven; • Wetering Zuid: uitzondering voor de gezondheidseconomie omdat dat terrein een gezondheidsprofiel heeft. Op een aantal plekken op bedrijventerreinen blijft vestiging van sportbedrijven mogelijk In de volgende gevallen blijft vestiging van sportbedrijven mogelijk: • Op locaties waar sportbedrijven op basis van bestaande rechten ondernemen (door een permanente vergunning of waar het in het bestemmings/omgevingsplan is opgenomen).

Dit recht blijft van toepassing als een nieuw sportbedrijf gaat ondernemen op de plek van het vorige sportbedrijf. • Daar waar sport onder voorwaarden is toegestaan volgens (deel)omgevingsvisies, zoals het Werkspoorkwartier óf waar een uitzonderingsgebied geldt, The Wall op Wetering Zuid voor recreatieve sport. Op de overige locaties op bedrijventerreinen hanteren we een nullijn voor de (nieuwe) vestiging van deze commerciële (sport)voorzieningen Voor de overige locaties op de bedrijventerreinen hanteren we een nullijn voor deze voorzieningen: • Hier maken we nieuwe vestigingen van deze commerciële (sport)voorzieningen niet mogelijk. • De vergunning van tijdelijk gelegaliseerde commerciële (sport)voorzieningen verlengen we niet. • Bij permanent gelegaliseerde vestigingen: als hier zich een andere functie vestigt, of bij langdurige leegstand na vertrek van de voorziening, wordt de mogelijkheid voor commerciële (sport)voorzieningen bijvoorbeeld wegbestemd; • Op plekken waar deze voorzieningen zijn opgenomen in het omgevingsplan, maar deze functie niet wordt benut, onderzoeken we of deze functie kan worden wegbestemd; • Als dit type voorzieningen in strijd met het omgevingsplan (oftewel illegaal) gevestigd zijn, wordt er gehandhaafd. 1.6

Profielen van werklocaties geven aan hoe we als gemeente Utrecht kunnen sturen op de gewenste ontwikkelrichting van deze werklocaties. Aanvullend op de subdoelstellingen per type werklocatie (argument 1.4) is het nodig om op tien individuele werklocaties extra sturing te hebben om de hoofddoelstellingen te behalen. Op deze locaties is de complexiteit van de opgave het grootst. Voor die werklocaties is een kaderstellend locatiespecifiek profiel uitgewerkt, inclusief mogelijk in te zetten instrumentarium: • De profielen Binnenstad, Werkspoorkwartier en Nieuw Overvecht zijn gebaseerd op de raadsbesluiten van de desbetreffende omgevingsvisies en zijn daarmee geen nieuw beleid.

8

• • •

Het profiel Lage Weide is gebaseerd op het raadsbesluit Uitgangspuntennotitie Beleidsnota (deel)Omgevingsvisie Lage Weide en is daarmee geen nieuw beleid. Het profiel Strijkviertel is gebaseerd op raadsbrief ter inzagelegging Chw ontwerpbestemmingsplan en doel en ambities circulair bedrijvenpark Strijkviertel. De overige locatiespecifieke profielen zijn opgesteld voor het Stationsgebied, Kenniscluster Oost, Stadseiland-Zuid, Leidsche Rijn Centrum en Oudenrijn.

De werklocaties zonder locatiespecifiek profiel zijn gebundeld in een aantal kaderstellende verzamelprofielen. De werklocaties die gebundeld zijn in verzamelprofielen, hebben logischerwijs soortgelijke kenmerken en sturingsbehoeften. Voor mogelijk in te zetten instrumenten van deze laatste categorie is in de nota een ‘gereedschapskist’ met het gemeentelijk instrumentarium uitgewerkt. 1.7

Deze nota biedt een kader waarbinnen de gemeente kan samenwerken met stakeholders in de stad om de gestelde doelstellingen te bereiken. Ruimtelijk-economisch sturen kost tijd en gaat stap voor stap. Een belangrijke reden hiervoor is dat de gemeente Utrecht weinig grondposities heeft op werklocaties. Daarnaast hebben bedrijven, voorzieningen en organisaties het recht te handelen binnen de bestaande regelgeving (zoals het omgevingsplan). Om die reden zal moeten worden samengewerkt met grond- en vastgoedeigenaren, ontwikkelaars, werkgevers, ondernemersverenigingen en andere overheden om de doelstellingen uit deze nota te behalen. De Beleidsnota Werklocaties biedt een duidelijk kader voor samenwerking met partijen in de stad. Dit kader is nodig omdat zonder deze duidelijkheid werklocaties niet altijd ontwikkelen in de richting die passen bij onze ambities. Voorbeelden zijn werklocaties die worden opgekocht door de meest kapitaalkrachtige sectoren, zoals (internationale) logistieke centra. Ook (te veel) transformatie van werklocaties naar andere functies is een bedreiging voor ons doel om te groeien in balans.

1.8

De Beleidsnota Werklocaties bundelt versnipperd ruimtelijk-economisch beleid in een samenhangend document. De Beleidsnota Werklocaties geeft een samenhangend overzicht van de gemeentelijke inzet op alle werklocaties, met doelen die controleerbaar zijn voor de gemeenteraad en waarin inzicht is gegeven in de besteding van tijd en geld aan werklocaties. Hiermee voldoen we aan aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamer Utrecht ‘De Balans Opmaken’. Dit betekent ook dat een aantal subdoelstellingen niet nieuw zijn. Deze subdoelstellingen bekrachtigen de vastgestelde koers uit de RSU. Dit betreft de subdoelstellingen B.I.i, B.III.ii, B.III.iii en B.IV.i.. De andere subdoelstellingen zijn nieuw. Deze subdoelstellingen zijn rand voorwaardelijk voor het kunnen uitvoeren van deze Beleidsnota Werklocaties. Bovendien kunnen twee verouderde nota’s, dankzij de Beleidsnota Werklocaties worden vervangen, te weten: • Bedrijventerreinenstrategie Utrecht uit 2012; • Beleidsnotitie Vitale stadswijken, functiemenging in woonwijken uit 2013. Tenslotte is gebundeld ruimtelijk-economisch beleid noodzakelijk omdat in de praktijk de 31 werklocaties, 40 winkelgebieden in de hoofdwinkelstructuur en de wijkeconomie in de stad vaak niet (volledig) aan de RSU-indeling toe te schrijven zijn.

Zo zijn er bedrijventerreinen waar ook kantoren, winkels of voorzieningen zijn gevestigd; staan er ook kantoren in de wijk; en zijn er kantoorlocaties waar ook horeca en winkels zijn. Ook wordt steeds vaker gezien dat vitale werklocaties (of dit nou winkelgebieden, kantoorgebieden of stadsverzorgende bedrijventerreinen zijn) een zekere mix van functies hebben. Het is dus nodig om het versnipperde, of soms ontbrekende beleid, bijvoorbeeld voor kantoren, per type werklocatie te bundelen in een overkoepelende beleidsnota, de Beleidsnota Werklocaties.

9

1.9

De zienswijze naar aanleiding van de ter inzagelegging hebben geleid tot aanscherping van onderdelen van de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 2035. De Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 2035 heeft van 13 maart tot en met 23 april 2025 voor inspraak ter inzage gelegen. De voorgestelde lijn in de Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 2035 wordt grotendeels ondersteund door de partijen die een zienswijze ingediend hebben. De zienswijzen hebben geleid tot een aantal aanscherpingen in de tekst van de definitieve versie van de Beleidsnota Werklocaties 2035. Voorbeelden zijn meer aandacht voor de essentiële randvoorwaarden voor werklocaties, zoals bereikbaarheid en klimaatadaptatie. Ook is verkeersveiligheid toegevoegd als een essentiële randvoorwaarden voor werklocaties. Ook is er in de Beleidsnota Werklocaties toegevoegd dat bij het opstellen en uitvoeren van het uitvoeringsprogramma Werklocaties de relevante partijen worden betrokken. In het hoofdstuk over de financiën is er toegevoegd welke kosten wel en niet in beeld zijn gebracht voor de Beleidsnota Werklocaties. Zie bijlage: Zienswijzenota.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Intensivering van het ruimtegebruik op bestaande werklocaties leidt tot extra druk op de stedelijke infrastructuur. De Beleidsnota Werklocaties is een uitwerking van de RSU-ambitie om extra ruimte voor werklocaties te creëren door te intensiveren. Er is in de RSU namelijk gekozen voor kwalitatieve groei van het aantal banen op bestaande werklocaties (met daarnaast een beperkte uitbreiding met de ontwikkeling van Circulair Bedrijvenpark Strijkviertel als nieuw bedrijventerrein). Intensiveren van het ruimtegebruik op bestaande werklocaties leidt in de meeste gevallen tot lokaal grotere stromen van mensen en goederen van en naar het gebied. Dit leidt tot extra druk op het toch al drukke wegennet en openbaar vervoer. De intensivering van verschillende gebieden is echter afhankelijk van (aanvullende) infrastructurele maatregelen. Veel werklocaties, maar met name USP, NieuwOvervecht en Lage Weide, zijn voor de gewenste intensivering en doorontwikkeling afhankelijk van mobiliteitsinvesteringen. Als de investeringen niet of later genomen worden, dan raakt het behalen van de doelstellingen uit de Beleidsnota Werklocaties uit zicht. Via lobbytrajecten wordt ingezet om de financiering voor en uitvoering van deze randvoorwaardelijke ingrepen versneld rond te krijgen. Dit wordt onder meer gedaan door de stedelijke opgave te koppelen aan (boven)regionale mobiliteit (“Wiel met Spaken”).

1.2

Voor handhaving van de ambities uit de Beleidsnota Werklocaties is het in sommige specifieke gevallen nodig om deze te vertalen in planregels in het omgevingsplan. In de Beleidsnota Werklocaties staat een aantal nieuwe beleidskaders, die mede zijn opgesteld vanuit de praktijkervaring van de afgelopen jaren. Het kan zijn dat een beleidskader op een specifieke plek niet wordt nageleefd. Thematisch beleid als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht vormt geen grond om te handhaven, het omgevingsplan is leidend. Het omgevingsplan is een juridisch bindend document voor zowel de overheid, als voor burgers en organisaties. Bedrijfsvestigingen kunnen ook mogelijk zijn dankzij uitgegeven omgevingsvergunningen. De beleidskaders in de Beleidsnota Werklocaties zijn geformuleerd in termen van uitgangspunten en op gebiedsniveau. De ambities kunnen dus, op basis van alleen de Beleidsnota Werklocaties, niet worden nagestreefd door te handhaven. Uitzondering is handhaving bij strijdig gebruik na aanleiding van klachten en meldingen. Het is de bedoeling om specifieke onderdelen uit de Beleidsnota Werklocaties op termijn uit te werken in planregels (mogelijk per gebied) en daarmee het omgevingsplan beperkt te wijzigen conform de beleidskaders. Uitgangspunt van deze

10

planregels is het in maart 2021 door de raad vastgestelde Transitiestrategie omgevingsplan. Er is een aantal leidende principes opgenomen. De relevante principes zijn: • Regels maken ontwikkelingen mogelijk met behoud van de kwaliteiten en waarden van de stad. • Regels vinden hun motivering in geldend beleid, zoals de Omgevingsvisie Utrecht. De Beleidsnota Werklocaties wordt onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. • Regels zijn uitvoerbaar en handhaafbaar. • Regels zijn verdedigbaar en uitlegbaar bij de rechter. Thematische planregels zijn onderdeel van de periodieke wijzigingen van het omgevingsplan, die aan de raad ter besluitvorming worden aangeboden. Als de planregels juridisch bindend zijn geworden, kan gehandhaafd worden aan de van de nieuwe regels op ongewenste activiteiten. Hoe dit proces precies in de praktijk gebracht gaat worden, wordt uitgewerkt in een uitvoeringprogramma. Op de beleidskaders in de Beleidsnota Werklocaties zal deels ook worden gestuurd via het vergunningsproces. De gemeente zal –indien er strijdigheid is met het omgevingsplan- vooraf sturen en toetsen op beleid bij beoordeling van dergelijke vergunningsaanvragen. Het effect van de beleidskaders wordt gemonitord en de tussenstand wordt betrokken bij de evaluatie van de Beleidsnota Werklocaties in 2029/2030. 1.3

Het ontwikkelen van werklocaties, waaronder het vitaal houden van de wijken vraagt om een nieuwe manier van stedelijk sturen voor het groeien in balans. De Beleidsnota Werklocaties kent doelstellingen voor de werklocaties in onze stad. Ruimte voor werk is echter geen onderdeel van het MPR. Hierdoor is onvoldoende (tijdig) in beeld hoe werklocaties zich ontwikkelen. Het is hierdoor lastig te bepalen op projectniveau wanneer het wenselijk of onwenselijk is om werklocaties te transformeren, óf om te bepalen op basis van de commerciële voorzieningen in een wijk hoe vitaal een specifieke wijk is. De gemeente werkt aan een afwegingskader om de kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkeling van werklocaties, maar ook van andere functies, beter stadsbreed te kunnen monitoren en locatiespecifiek af te wegen. De Beleidsnota Werklocaties biedt hiervoor handvatten.

1.4

De inzet voor het behalen van meerdere beleidsdoelen is (nog) deels ongedekt. De beleidsnota is opgesteld uit het perspectief om in beeld te krijgen wat nodig is om de doelen voor 2035 te bereiken. De lopende bezuinigingstrajecten en het sobere meerjarenbeeld nopen tot een bescheiden inschatting van de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de doelstellingen in de Beleidsnota Werklocaties. Dit betekent dat met dit voorstel het beleid en de uitvoering zich meer zal moeten toespitsen op werklocaties met de grootste sturingsbehoefte, de locatiespecifieke profielen. De sturing op de andere werklocaties zal soberder zijn.

1.5

Het beleid voor detailhandel behoeft mogelijk verdere uitwerking. Uit de subdoelstellingen voor de winkelgebieden vloeit voort dat beleid voor detailhandel mogelijk verdere uitwerking behoeft. Het goed kunnen sturen op detailhandel vraagt om meer dan alleen ruimtelijk-economisch beleid op winkelgebieden. Deze sturing kan gefaciliteerd worden door deels nieuw beleid en eventueel nieuwe beleidsregels of verordening. Dit nieuwe beleid is niet in de nota opgenomen, omdat de Beleidsnota Werklocaties zich beperkt tot ruimtelijkeconomisch beleid. Er is voor detailhandel meer behoefte en noodzaak aan normerende (beleids)regels die in handhavingskaders passen, zoals aantallen vierkante meters voor een bepaald type bedrijvigheid in een bepaald gebied, of de randvoorwaarden bij vergunningen. Hierbij is ook een groot raakvlak met het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018. Daarnaast is de vraag of de

11

hoofdwinkelstructuur herzien zou moeten worden als de RSU moet worden geactualiseerd. Omdat de Beleidsnota Werklocaties gaat over het ruimtelijke economisch beleid vervangt deze dus niet het Ontwikkelkader Detailhandel 2012. Beslispunt 2

De Beleidsnota Werklocaties 2035 op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht in plaats van de Bedrijventerreinenstrategie Utrecht uit 2012 en de Beleidsnotitie Vitale stadswijken, functiemenging in woonwijken uit 2013 en het overzicht ‘Lijst met beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ hierop aan te passen.

2.1

Hiermee blijft de Omgevingsvisie Utrecht actueel De Omgevingsvisie Utrecht bevat het overkoepelende integrale beleid over de fysieke leefomgeving en het stedelijk beleid over diverse beleidsvelden van gemeente Utrecht. Door deze aanpassing blijft het thematisch beleid op het gebied van Werklocaties actueel.

Financiën De doelstellingen uit de Beleidsnota Werklocaties dragen bij aan het programma 'Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid'. De realisatie van de doelstellingen en het tempo daarvan zijn mede afhankelijk van de beschikbare middelen in de programmabegroting. Dit financiële plaatje is uitgewerkt in de Beleidsnota Werklocaties. De realisatie van de doelstellingen en het tempo daarvan zijn ook afhankelijk van de mate en snelheid waarin door private en andere partijen gewerkt wordt aan voldoende, diverse en toekomstbestendige werklocaties. De kosten en opbrengsten van deze gebiedsontwikkelingen zijn, in lijn met de afspraken rondom Sturen en verantwoorden niet in beeld gebracht. Tenslotte heeft de realisatie van de doelstellingen uit deze nota ook een sterke afhankelijkheid met de ambities en inzet van onder andere veiligheid, wijken en groen, soms wonen, en in bijzondere gevallen ook mobiliteit. Deze financiële afweging vindt in de toekomst plaats, is project afhankelijk en is dus niet in beeld gebracht in de Beleidsnota Werklocaties. De meerjarige kosten voor de Beleidsnota Werklocaties worden gedekt uit de budgetten voor het begrotingsprogramma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid, doelstelling werknemers en -gelegenheid. Dit betreft de structurele personele inzet en kosten voor onderzoek.

De financiële paragraaf van de beleidsnota laat zien dat er onvoldoende middelen zijn om alle doelen uit de beleidsnota te realiseren (over de periode 2026-2030). De kosten die direct voortvloeien uit de Beleidsnota Werklocaties, zoals de personele inzet voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma, economische gebiedsadvisering of monitoring van de Beleidsnota Werklocaties kunnen worden bekostigd vanuit budgetten uit het genoemde begrotingsprogramma. Er zijn mogelijk onvoldoende middelen om alle onderzoeken die nodig zijn voor het behalen van de doelstellingen uit te voeren. Specifieke voorbeelden zijn onderzoek ter voorbereiding van het opstellen van het uitvoeringsprogramma, onderzoek ter ondersteuning van de activiteit economisch gebiedsadvisering of onderzoek om te bepalen welk juridisch instrumentarium ingezet kan worden. Daarom worden permanent de mogelijkheden verkend om een beroep te doen op budgetten van derden. De bijdragen van derden zijn onder andere subsidiebedragen van medeoverheden waaronder het Rijk en de Provincie. Prioritering zal in het geval van onvoldoende middelen plaatsvinden op basis van toekomstige behoefte. Ook zal geprioriteerd worden door als eerste te kiezen voor onderzoek voor de werklocaties met een extra sturingsbehoefte, dus de tien werklocaties met een locatiespecifiek profiel.

De kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkelingen zijn dus binnen de Beleidsnota Werklocaties niet in beeld gebracht. Samenwerking met partijen in de stad is bij gebiedsontwikkelingen deels randvoorwaardelijk voor het behalen van de doelstellingen uit deze beleidsnota. De ambities in deze nota hebben ook een afhankelijkheid met andere gemeentelijke ambities. Dat komt naar voren uit de

12

profielen. Bij toekomstige ruimtelijke projecten in de stad zal steeds moeten worden afgewogen in hoeverre de doelstellingen uit deze nota kunnen worden toegepast. Daarbij is het op dat moment geldende financiële kader randvoorwaardelijk.

Vervolg De uitvoering van de Beleidsnota Werklocaties wordt in een uitvoeringsprogramma verder uitgewerkt. Het uitvoeringsprogramma is een bevoegdheid van het college. Hierin worden de (sub)beleidsdoelstellingen en bijbehorende inzet uitgewerkt tot concrete activiteiten voor een periode van 1 tot 4 jaar. Sommige activiteiten zijn al in gang gezet conform de Actieagenda Utrechtse Economie, zoals de Beleidsnota (deel)omgevingsvisie Lage Weide of de ontwikkeling van het Circulaire Bedrijvenpark Strijkviertel. Daarnaast wordt onderzocht of en op welke termijn de relevante onderdelen uit de Beleidsnota Werklocaties opgenomen kunnen worden in het omgevingsplan. Over de precieze invulling daarvan wordt afzonderlijk besloten. De Beleidsnota Werklocaties heeft als looptijd 2025 – 2035. In 2030 wordt in een beknopte evaluatie bekeken in hoeverre de Beleidsnota Werklocaties nog actueel is en worden waar nodig aanvullingen of een revisie voorgesteld (bijvoorbeeld met een oplegger). De doelstelling ‘Utrecht heeft genoeg ruimte voor werklocaties om voldoende banen te kunnen realiseren en voldoende (commerciële) voorzieningen voor een stad in balans’ wordt gemonitord via de programmabegroting.

Dit geldt ook voor de effectindicator ‘verdeling van de banen over de typen werklocaties, te weten bedrijventerreinen, kantoren, innovatielocaties, winkelgebieden en wijkeconomie’, horend bij de doelstelling ‘Utrecht heeft een divers palet aan werklocaties: divers in typen werklocaties, verspreid over de stad, en divers in aard en prijsstelling van de werklocaties’. Monitoring van de overige doelstellingen, inclusief de effectindicator ‘bandbreedte huurprijzen bedrijfsvastgoed en kantoren’, horend bij de doelstelling ‘Utrecht heeft een divers palet aan werklocaties: divers in typen werklocaties, verspreid over de stad, en divers in aard en prijsstelling van de werklocaties’ worden gebundeld in periodieke raadsbrieven. De meetmomenten zijn als volgt: • 2028: raadsbrief over de ontwikkelingen in de periode 2025 tot en met 2027. • 2030: beknopte tussenevaluatie van de Beleidsnota Werklocaties, inclusief een weergave van de ontwikkelingen in de periode 2028 tot en met 2029. • 2033: raadsbrief over de ontwikkelingen in de periode 2030 tot en met 2032. • 2036: einde looptijd Beleidsnota Werklocaties, beknopte evaluatie inclusief de ontwikkelingen in de periode 2033 tot en met 2035 en/of nieuw beleid.

De raad ontvangt tot en met 2026 jaarlijks een voortgangsrapportage van de Actieagenda Economie, waarin naast concrete acties ook een aantal van de genoemde indicatoren in de Beleidsnota Werklocaties is opgenomen.

Samen stad maken (voorheen: Participatie) In lijn met de Utrechtse participatieleidraad is er bij het opstellen van deze Beleidsnota Werklocaties participatie uitgevoerd. Het participatietraject van de Beleidsnota Werklocaties is gestart voordat de Beleidsnota Samen Stad Maken is vastgesteld. Daarom is de participatieleidraad nog gevolgd. De participatie is op niveau ‘raadplegen’ uitgevoerd, omdat de gemeente conform de participatieleidraad de Beleidsnota Werklocaties zelf opstelt en de rol van de belanghebbende consulterend is. De gemeente bepaalt de agenda, en ziet betrokkenen als gesprekspartners bij ontwikkeling van beleid. Tijdens het opstellen van de Beleidsnota Werklocaties zijn de volgende belanghebbende en experts gepeild: trekkingsgerechtigden van het Ondernemersfonds Utrecht, waaronder directeuren van parkmanagement of ondernemersverenigingen, ondernemers, de meest betrokken medeoverheden als Provincie Utrecht, U10, ROM en het ministerie van EZK (nu: EZ). Alsook experts van: MKB Utrecht, SKBN, KvK, ROM, OMU, Utrecht Development Board, KERN/Retail, Stipo, CBRE, APF, AM en Stadkwadraat. Op deze manier zijn de belanghebbenden en experts gepeild:

13

-

-

In de onderzoeksfase van het traject zijn inhoudelijk experts geïnterviewd met als doel het aanscherpen van doelstellingen en ambities. De medeoverheden zijn betrokken tijdens een drietal strategische sessies om de gezamenlijke opgave te verkennen, alsook te verkennen hoe hierop gezamenlijk gestuurd en samengewerkt kan worden. De trekkingsgerechtigden van het Ondernemersfonds Utrecht, waaronder directeuren van parkmanagement en ondernemers, zijn betrokken tijdens een tweetal bijeenkomsten met als doel te verkennen hoe de gemeente kan samenwerken met deze partijen om doelstellingen uit deze nota te realiseren, en om te peilen wat zij van de doelstellingen van de Beleidsnota Werklocaties vinden.

De inbreng van de participanten heeft geleid tot aanscherping van de Beleidsnota Werklocaties. In het participatieverslag is opgenomen in hoeverre en op welke manier de opmerkingen van de participanten zijn meegenomen.

Communicatie Na vaststelling van de Beleidsnota Werklocaties informeert de gemeente de belanghebbenden. Dit zijn de partijen die ook input hebben gegeven op de Beleidsnota Werklocaties. Daarnaast wordt de Beleidsnota Werklocaties gepubliceerd op de website van de gemeente Utrecht en worden het overzicht ‘Lijst met beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ hierop aangepast. Ook wordt de Beleidsnota Werklocaties op de gebruikelijke wijze gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl.

Niet referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing. Volgens de Verordening is de Beleidsnota Werklocaties referendabel. Dat betekent dat de Beleidsnota Werklocaties vijf weken na publicatie in werking treedt, mits er in de tussenliggende periode geen verzoek tot het houden van een raadgevend referendum is ingediend.

Bijlage(n) Bijlagen besluitvorming: - Beleidsnota Werklocaties 2035 - Zienswijzenota Ter inzagelegging Beleidsnota Werklocaties 2035 Bijlage informatief: - Participatieverslag Ontwerp Beleidsnota Werklocaties 2035

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ad515ccd-c93a-444f-ae19-64ca130613cf